Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak van Boxtel bij installatie van nieuwe commissie

Datum nieuwsfeit: 02-02-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Toespraak minister Van Boxtel bij de installatie van de Commissie Arbeidsdeelname vrouwen uit Etnische Minderheden Een toespraak bij het onderwerp Integratie

1 februari 2001
Dames en heren,
Allereerst wil ik u bedanken voor het aanvaarden van de uitnodiging van collega Verstand en mijzelf, om zitting te nemen in de "Commissie Arbeidsdeelname Vrouwen uit Etnische Minderheden". Ik ben ervan overtuigd dat u ieder afzonderlijk, maar juist ook in deze samenstelling, uitstekend in staat zult zijn om het kabinet binnen een jaar te voorzien van deskundig advies en onorthodoxe aanbevelingen om de arbeidsparticipatie van allochtone vrouwen te stimuleren. We weten nog lang niet genoeg. Inzicht in de specifieke succes- en faalfactoren van allochtone vrouwen op de arbeidsmarkt is onontbeerlijk bij het maken van de politieke keuzes waarvoor we staan.
Allochtone vrouwen komen op de arbeidsmarkt niet altijd dezelfde problemen tegen als autochtone vrouwen. Dat bleek al uit een rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau uit 1999, getiteld Variatie in participatie. De obstakels op de weg naar economische zelfstandigheid verschillen sterk per categorie vrouwen, zegt het SCP. Verschillen in levensloop, in de samenstelling van het huishouden, in opleidingsniveau en in migratiegeschiedenis zijn van grote invloed.
Ik geef u wat voorbeelden. Antilliaanse en Arubaanse vrouwen die eerder naar Nederland kwamen, blijken veel beter hun weg te vinden op de Nederlandse arbeidsmarkt dan de huidige generatie Antilliaanse migrantes. Voor Surinaamse vrouwen telt deze factor veel minder zwaar: zowel vrouwen die eerder kwamen als degenen die recenter zijn gearriveerd, zijn sterk op arbeid georiënteerd en slagen er opvallend vaak in om betaald werk te vinden. Bij Marokkaanse en Turkse vrouwen is de tweede generatie duidelijker succesvoller op de arbeidsmarkt dan de eerste generatie gezinsherenigers of gezinsvormers. Bij Marokkaanse vrouwen is de gezinssituatie, en dan vooral het kindertal, van grotere invloed dan bij Turkse vrouwen bij de beslissing om betaald werk te zoeken. Kortom: de verscheidenheid tussen de verschillende etnische categorieën en binnen de verschillende categorieën is enorm.
Eén ding staat onomstotelijk vast: hoe hoger het opleidingsniveau, hoe meer kans op een baan. Dat geldt voor alle autochtone en allochtone vrouwen, zegt ook het SCP. En dat is goed nieuws. We zien immers dat het opleidingsniveau van vrouwen in Nederland over de hele linie stijgt. Dat is een gunstig gegeven voor de arbeidsdeelname van vrouwen in het algemeen en allochtone vrouwen in het bijzonder.
Voor alle duidelijkheid: natuurlijk vormen allochtone vrouwen op de arbeidsmarkt niet alleen een probleemcategorie. Surinaamse vrouwen zijn zeer succesvol op de arbeidsmarkt; de gemiddelde arbeidsdeelname ligt bij hen zelfs hoger dan bij autochtone vrouwen. Toch is dat geen reden om Surinaamse vrouwen niet bij het beleid te betrekken. We zien namelijk dat veel Surinaamse vrouwen op een laag functieniveau werken, waarschijnlijk zelfs ónder hun opleidingsniveau.
Collega Verstand en ik hebben de conclusie getrokken dat verschillend beleid voor verschillende groepen nodig is en blijft. Daarvoor moeten we meer weten over patronen en mechanismen die vrouwen belemmeren of juist stimuleren bij het vinden van werk. Dan kunnen we de relatieve achterstand van bepaalde categorieën vrouwen uit etnische minderheden ten opzichte van autochtone vrouwen, of ten opzichte van allochtone mannen, verkleinen en uiteindelijk opheffen. Het emancipatiebeleid moet daarom meer ruimte laten voor vrouwen van verschillende herkomst. Het integratiebeleid moet meer onderscheid maken tussen mannen en vrouwen uit etnische minderheden dan tot nu toe het geval was. Het kabinet heeft met zijn Plan van aanpak 2000-2003: het Arbeidsmarktbeleid voor etnische minderheden in de zomer van 2000 een nieuwe impuls gegeven aan de verhoging van de arbeidsmarktparticipatie van etnische minderheden. Naast de installatie van deze Commissie heeft het kabinet bij die gelegenheid nog andere initiatieven aangekondigd: meer aandacht voor allochtone vrouwen bij de uitvoering van
reïntegratietrajecten; het creëren van inburgeringsprogrammas op maat met moedervriendelijke agendas, zoals lessen onder schooltijd en met kinderopvangvoorzieningen voor jongere kinderen. Daarnaast zijn er voor 54 gemeenten middelen gereserveerd voor taal- en inburgeringstrajecten voor zogenaamde "oudkomers met opvoedingstaken", vaak natuurlijk bij uitstek allochtone vrouwen. De gedachte achter dit soort oudkomersprojecten is, dat investeringen in allochtone moeders ook spin-off effecten zullen hebben op hun (jonge) kinderen. Die zullen vervolgens gemakkelijker integreren in Nederland.
In reactie op adviezen van de Commissie Gelijke Behandeling en de Sociaal Economische Raad laat het kabinet momenteel onderzoek uitvoeren naar de knelpunten waar herintreedsters, autochtoon en allochtoon, mee kampen. Vooral voor vrouwen uit etnische minderheden - zo stellen deze adviesorganen - kan betaalde arbeid het zelfvertrouwen versterken en een verbindende schakel vormen tussen henzelf als rolmodel en de kinderen.
Ook wordt momenteel onderzoek gedaan naar de behoefte van vrouwen uit etnische minderheden aan specifieke multiculturele kinderopvang-voorzieningen. Er is namelijk weinig tot niets bekend over de wijze waarop vrouwen uit etnische minderheden arbeid en zorg combineren. De resultaten van deze onderzoeken worden medio juni verwacht zodat u als Commissie hiermee uw voordeel kan doen. Een ander initiatief dat ik wil noemen, is het 'Kenniscentrum Elders Verworven Competenties' dat begin dit jaar van start is gegaan. Uitgangspunt bij dit expertisecentrum is dat herintreedsters vooral van allochtone afkomst, ervaringen en competenties meebrengen die ze buiten het formele Nederlandse onderwijsstelsel hebben opgedaan en verworven. Deze vaardigheden en kwaliteiten kunnen zeer bruikbaar zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt. Maar ze zijn tot nu toe buiten beeld gebleven, als gevolg van de orthodoxe wijze van werving en selectie van veel werkgevers.
Maar al deze activiteiten zijn waarschijnlijk onvoldoende om vrouwen uit etnische minderheden op relatief korte termijn aan de slag te helpen. Vandaar dat wij u hebben gevraagd met extra en misschien creatievere oplossingsrichtingen te komen. Ik wil uw commissie een tip geven. Op het ogenblik vraag ik me af welke kant we op willen met de "doelgroepen van het integratiebeleid". Ik zit me al een poosje af te vragen of we die groepsbenadering moeten blijven hanteren. Als je tot een bepaalde groep behoort, heb je bepaalde problemen, zo is de redenering lange tijd geweest. Ik vind dat we veel preciezer naar de aard van die problemen moeten kijken: zijn ze wel specifiek voor een groep; gaat het niet over een algemeen probleem; is het wel een probleem waar de overheid iets aan moet doen? Ik raad u aan om u, bij de analyse van maatschappelijke vraagstukken, steeds terdege af te vragen: lígt de oorzaak wel in etniciteit of migratiegeschiedenis, of is er een verschil tussen groepen? Mijn directie bereidt hierover een nota voor, ten behoeve van de Minister en de Tweede Kamer. Misschien kan hier enige afstemming plaatsvinden. Tenslotte wil ik nog een plan aankondigen. Mevrouw Tara Oedayraj Singh Varma - u allen welbekend - is een voorbeeld voor vele allochtone vrouwen in Nederland. Gedurende haar hele politieke leven heeft zij zich op allerlei manieren ingezet voor de positieverbetering van zwarte-, migranten- en
vluchtelingenvrouwen.
Singh Varmas activiteiten op dit gebied zijn divers. Ik noem haar wekelijkse spreekuur in Amsterdam voor migranten met uiteenlopende hulpvragen, haar verdiensten als raadslid voor de gemeente Amsterdam, haar inspanningen als lid van de parlementaire Enquêtecommissie Bijlmerramp en haar werk als Tweede Kamerlid met het minderhedenbeleid in haar portefeuille. Tot ons verdriet heeft mevrouw Singh Varma door een zware ziekte haar nuttige en inspirerende werk moeten staken.
Nog geen drie weken geleden ontving mevrouw Singh Varma de Gouden Speld van het gemeentebestuur van Amsterdam, als dank voor haar inspanningen voor migranten in de hoofdstad. Vandaag wil ik u, bij deze gelegenheid en in deze setting, vertellen dat ik een prijs in het leven wil roepen en die te noemen naar Tara Oedayraj Singh Varma. De tweejaarlijkse Singh Varma-prijs zal worden uitgereikt aan een persoon die zich op een of andere manier bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor de positieverbetering van vrouwen uit etnische minderheden in Nederland. De prijs kan natuurlijk ook naar een organisatie, project of initiatief gaan. Dames en heren,
Ik realiseer mij dat deze Commissie, in de geest van mevrouw Singh Varma, nog veel werk moet verzetten en vertrouw erop dat u ons bruikbare adviezen zult geven. Mevrouw Verstand en ik wensen u daarbij veel succes toe!
Alléén de gesproken tekst geldt.

Relevante links:
Minister Van Boxtel: prijs voor positieverbetering van etnische vrouwen

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie