Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Regeling zogenoemde geruisloze terugkeer

Datum nieuwsfeit: 12-02-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Financien
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Geruisloze terugkeer; indiening en behandeling van verzoek



Geruisloze terugkeer; indiening en behandeling van verzoek

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein winstbelastingen

Besluit van 12 februari 2001, nr. CPP2000/3176M

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Inleiding

In artikel 14c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb) is de regeling van de zogenoemde geruisloze terugkeer opgenomen. Deze regeling maakt het onder daartoe te stellen voorwaarden mogelijk een door middel van een naamloze of besloten vennootschap of een hiermee op grond van het achtste lid van dit artikel gelijkgestelde in een buitenlandse rechtsvorm gedreven onderneming geruisloos om te zetten in een onderneming die rechtstreeks voor rekening komt van de aandeelhouders/natuurlijke personen (hierna: voortzettende aandeelhouders). Waar in dit besluit wordt gesproken over aandeelhouders worden hieronder mede begrepen de tot het vermogen van de vennootschap medegerechtigde winstbewijshouders/natuurlijke personen. De vennootschap en al haar aandeelhouders kunnen vanaf 1 januari 2001 een gezamenlijk verzoek voor een dergelijke omzetting indienen bij de inspecteur die is belast met de aanslagregeling van de te liquideren vennootschap. Deze inspecteur beslist hierop bij voor bezwaar vatbare beschikking waarin de door mij gestelde voorwaarden zijn opgenomen. Een schriftelijke aanvaarding van deze voorwaarden door de voortzettende aandeelhouders binnen zes weken na de dagtekening van deze beschikking zal van deze voorwaarden onderdeel uitmaken.

Indien artikel 14c van de Wet Vpb van toepassing is, wordt op grond van artikel 3.54a, eerste lid, van de Wet IB 2001 een terugkeerreserve gevormd op de balans(en) van de voortzettende aandeelhouder(s). De inspecteur die is belast met de aanslagregeling van (de) voortzettende aandeelhouder(s) stelt het bedrag van de terugkeerreserve op grond van artikel 3.54a, vijfde lid, van de Wet IB 2001 voor ieder van de desbetreffende aandeelhouders bij voor bezwaar vatbare beschikking vast nadat alle voortzettende aandeelhouders de voorwaarden hebben aanvaard die in de beschikking op grond van artikel 14c Wet Vpb zijn gesteld. Een voortzettende aandeelhouder kan bij de inspecteur die is belast met zijn aanslagregeling op grond van artikel 4.42a van de Wet IB 2001 een verzoek indienen om het vervreemdingsvoordeel bij de geruisloze terugkeer niet als inkomen uit aanmerkelijk belang in aanmerking te nemen. Aan de toepassing van dit artikel kan ik voorwaarden verbinden. Deze voorwaarden zullen worden opgenomen in de beschikking waarin de terugkeerreserve wordt vastgesteld.

In antwoord op daartoe gestelde vragen vanuit de Tweede Kamer bij de behandeling van het wetsvoorstel Wet ondernemerspakket 2001 heb ik opgemerkt dat de aan de geruisloze terugkeer te stellen standaardvoorwaarden pas worden gepubliceerd nadat met de regeling voldoende ervaring is opgedaan. Ik heb daarbij toegezegd standaardvoorwaarden te publiceren zodra er voor groepen van vergelijkbare gevallen voldoende duidelijkheid is ontstaan over de te stellen voorwaarden.

Verzoek artikel 14c van de Wet Vpb

Inhoud verzoek

Het verzoek om toepassing van artikel 14c van de Wet Vpb dient in ieder geval de volgende gegevens te bevatten:


a. de naam van de vennootschap;


b. het landelijk vast nummer van de vennootschap;

c. de namen, adressen en sofinummers van de voortzettende aandeelhouder(s);


d. de verklaring inzake het gewenste overgangstijdstip (zie onderdeel 2.2)


e. een opgave van de voorwaarts te verrekenen verliezen op het gewenste overgangstijdstip;


f. een opgave van de op het gewenste overgangstijdstip nog niet in aanmerking genomen resultaten ingevolge voorschriften ter voorkoming van dubbele belasting, die betrekking hebben op de onderneming die door de aandeelhouder(s) wordt voortgezet;


g. een overzicht van de vermogensbestanddelen en de fiscale reserves van de vennootschap die niet gaan behoren tot het vermogen waarmee de onderneming door de aandeelhouder(s) wordt voortgezet; en


h. een overzicht van deelnemingen die gaan behoren tot het vermogen waarmee de onderneming door de aandeelhouder(s) wordt voortgezet.

Overgangstijdstip

Het tijdstip van overgang van de heffing van vennootschapsbelasting naar de heffing van inkomstenbelasting - het overgangstijdstip - wordt in beginsel overeenkomstig wet en jurisprudentie bepaald. Om praktische redenen mag een overgangstijdstip in aanmerking worden genomen dat ligt voor de civielrechtelijke overdracht van (de vermogensbestanddelen van de) onderneming. Hiertoe dienen de vennootschap en de aandeelhouders schriftelijk te verklaren welk overgangstijdstip zij in aanmerking wensen te nemen. Tevens dient het verzoek om toepassing van artikel 14c van de Wet Vpb binnen 12 maanden na dit gewenste overgangstijdstip te zijn ingediend. Aan terugwerking naar een overgangstijdstip gelegen voor de dagtekening van de verklaring wordt geen medewerking verleend tenzij de verklaring binnen negen maanden na het laatste volledige boekjaar van de vennootschap is opgemaakt en geregistreerd. In dat geval wordt op verzoek medewerking verleend aan omzetting met terugwerkende kracht naar de eerste dag van het op het laatste volledige boekjaar volgende boekjaar. Deze terugwerkende kracht wordt echter niet verleend indien dat tot gevolg zou hebben dat een incidenteel fiscaal voordeel wordt behaald. Terugwerkende kracht naar een ander tijdstip wordt niet toegestaan. Deze terugwerkende kracht geldt uitsluitend voor de heffing van vennootschaps- en inkomstenbelasting. Onder registratie wordt verstaan registratie bij de inspecteur van de Belastingdienst, bevoegd voor de uitvoering van de Registratiewet 1970. In dit verband merk ik op dat legalisatie door een notaris niet kan worden gelijkgesteld met registratie. Indien het gewenste overgangstijdstip niet meer dan negen maanden ligt voor het tijdstip waarop het verzoek om toepassing van artikel 14c van de Wet Vpb is ingediend en bij dit verzoek de hiervoorbedoelde verklaring is gevoegd, is registratie van deze verklaring niet noodzakelijk.

De inspecteur zal in zijn beschikking het overgangstijdstip vaststellen.

Tijdstip indiening verzoek

Het verzoek moet op grond van artikel 14c, zevende lid, van de Wet Vpb zijn ingediend voor de ontbinding van de vennootschap.Verzoeken die later worden ingediend, worden niet ingewilligd. Indien het overgangstijdstip ligt na of kort voor het ontbindingsbesluit, is het niet mogelijk om bij het verzoek de gegevens als bedoeld bij onderdeel e en f te verstrekken. In dergelijke situaties is het toegestaan het verzoek zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen drie maanden na het overgangstijdstip op deze onderdelen aan te vullen. In bijzondere gevallen kan deze termijn worden verlengd.

Verzoek artikel 4.42a van de Wet IB 2001

Inhoud verzoek

Het verzoek om toepassing van artikel 4.42a van de Wet IB 2001 dient de volgende gegevens te bevatten:


a. de naam, het adres en het sofinummer van de aandeelhouder;

b. een kopie van het verzoek om toepassing van artikel 14c van de Wet Vpb, of een kopie van de beschikking indien reeds op het verzoek is beslist;


c. de fiscale balans van de vennootschap op het gewenste overgangstijdstip en de winst- en verliesrekening van de vennootschap over het aan dit overgangstijdstip voorafgaande jaar;


d. een overzicht van de vermogensbestanddelen en de fiscale reserves van de vennootschap die niet gaan behoren tot het vermogen waarmee de onderneming door de aandeelhouder wordt voortgezet, tenzij dit overzicht reeds bij het verzoek om toepassing van artikel 14c van de Wet Vpb is verstrekt;


e. een overzicht van de vermogensbestanddelen die voorafgaand aan het overgangstijdstip door de aandeelhouder aan de vennootschap ter beschikking zijn gesteld als bedoeld in artikel 3.92 van de Wet IB 2001;


f. een gespecificeerde berekening van het op grond van artikel 4.42a van de Wet IB 2001 vrij te stellen vervreemdingsvoordeel; en


g. een gespecificeerde berekening van de terugkeerreserve als bedoeld in artikel 3.54a vande Wet IB 2001.

Termijn indiening verzoek

Omdat de toepassing van artikel 4.42a van de Wet IB 2001 invloed heeft op het bedrag van de terugkeerreserve, verdient het aanbeveling het verzoek om toepassing van dit artikel uiterlijk gelijktijdig met de aanvaarding van de voorwaarden in te dienen. Het verzoek kan formeel uiterlijk worden ingediend totdat de beschikking onherroepelijk vaststaat waarin op grond van artikel 3.54a van de Wet IB 2001 de terugkeerreserve is vastgesteld. Verzoeken die later worden ingediend, worden niet ingewilligd.

Werkwijze

Een verzoek om toepassing van artikel 14c van de Wet Vpb wordt ingediend bij de inspecteur die is belast met de aanslagregeling van de te liquideren vennootschap. Een verzoek om toepassing van artikel 4.42a van de Wet IB 2001 wordt afzonderlijk voor iedere voortzettende aandeelhouder die van deze regeling gebruik wenst te maken, ingediend bij de inspecteur die is belast met de aanslagregeling van de (desbetreffende) voortzettende aandeelhouder.

Tot nader bericht zal geen toestemming aan de inspecteur worden verleend tot het zelfstandig afdoen van verzoeken. Alle volledige verzoeken zendt de inspecteur in kopie door naar Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, vestiging Den Haag, domein winstbelastingen, Kamer 2124, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag. Een onvolledig verzoek wordt door de inspecteur niet in behandeling genomen indien een dergelijk verzoek niet is aangevuld binnen een door de inspecteur te stellen redelijke termijn. Het besluit om het verzoek niet in behandeling te nemen maakt de inspecteur aan de indiener van het verzoek bekend binnen vier weken nadat de termijn voor aanvulling van het verzoek is verstreken. Als aanspreekpunt is aangewezen de heer M. Kuiper, telefoonnummer 070 - 342 7230.

De inspecteur voegt zijn ambtsbericht bij, waarbij hij in ieder geval aandacht besteedt aan de volgende aspecten:


a. de juistheid van de bij het verzoek overgelegde gegevens. Indien nodig draagt hij zorg voor volledigheid;


b. de wettelijk gestelde voorwaarden;


c. naar zijn mening relevante gegevens die voor de ontwikkeling van standaardvoorwaarden van belang zijn.

B/CPP bereidt vervolgens naar aanleiding van de verzoeken om toepassing van artikel 14c van de Wet Vpb een beschikking voor, waarin bij inwilliging tevens de door mij vastgestelde voorwaarden zijn opgenomen en zendt een concept-beschikking naar de inspecteur. Deze beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking conform het hem toegezonden concept. De inspecteur richt de beschikking aan de betrokken vennootschap. Indien de vennootschap een bezwaarschrift indient tegen de beschikking, verzoek ik de inspecteurs in overleg te treden met voornoemd aanspreekpunt.

Naar aanleiding van de verzoeken om toepassing van artikel 4.42a van de Wet IB 2001 bereidt B/CPP het gedeelte van de beschikking voor dat ziet op de te stellen voorwaarden. De inspecteur stelt, gezien de sterk feitelijke waarderingsaspecten, de omvang van de terugkeerreserve vast.

Ontwikkeling standaardvoorwaarden

Door de onder 4 omschreven werkwijze wordt B/CPP in staat gesteld standaardvoorwaarden te ontwikkelen die zullen leiden tot het aan de Tweede Kamer toegezegde te publiceren besluit. Het ligt in het voornemen de inspecteurs daarbij toestemming te verlenen tot het zoveel mogelijk zelfstandig afdoen van de verzoeken.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie