Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

VVD plaatst vraagtekens algemeen verbindende CAO's

Datum nieuwsfeit: 15-02-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
VVD

VVD plaatst vraagtekens bij Cao's die algemeen verbindend zijn


Groep: Tweede-Kamerfractie Datum: 15 februari 2001
Het algemeen verbindend verklaren van cao's is zeer twijfelachtig, vooral omdat slechts een kwart van de werknemers lid is van een vakbond. Dit stelt kamerlid Geert Wilders in de NRC van 15 februari.

De rol van de Nederlandse vakbeweging in het Nederlandse poldermodel is buitenproportioneel groot. Men vertegenwoordigt slechts een kwart van de werknemers maar dwingt door het monopolistische instrument van algemeen verbindend verklaren van CAOs de resultaten van het arbeidsvoorwaardenoverleg op aan gehele bedrijfstakken. Maatwerk voor niet-aangesloten ondernemers en werknemers is daardoor onmogelijk. Ook zetelen door de vakbeweging zelf benoemde bestuurders zich comfortabel en betaald in het pluche van organen aan de top van de pyramide van ons gezapige en corporatistische overlegmodel als de Sociaal Economische Raad en de Stichting van de Arbeid. Wie dat ter discussie stelt ontmoet toorn en hoogmoed van de vakbeweging. Al hadden we nul leden dan nog is ons bestaan en werk gelegitimeerd...je moet de vakbeweging bij wet regelen, aldus CNV-Voorzitter Doekle Terpstra afgelopen week in een interview. Eerder dreigde hij CAOs niet meer voor algemeen verbindend verklaring voor te leggen indien de aanval op de rol van de vakbeweging door zou gaan. Een sympathiek voorstel dat hem direct op een reprimande van FNV-Voorzitter de Waal kwam te staan, tot onderlinge verdeeldheid in vakbondsland leidde en schielijk door Terpstra werd gerelativeerd.

Er zijn vele redenen de rol van de vakbeweging nu ter discussie te stellen. Laat ik beginnen met een historische.. Begin jaren vijftig werd met de introductie van de Wet op de Bedrijfsorganisatie het fundament van het Nederlandse overlegmodel gelegd. In die tijd van wederopbouw was het streven naar consensus tussen sociale partners onderling en met de overheid begrijpelijk. Maar waar de feitelijke situatie in Nederland in de afgelopen halve eeuw danig is veranderd, gaat de vakbeweging de discussie over haar rol in het overlegmodel in de 21e eeuw liever uit de weg. Wat is er de afgelopen vijftig jaar allemaal veranderd? Om te beginnen is de tijd van wederopbouw gelukkig voorbij. De centrales van de vakbonden hebben de afgelopen decennia ook aan macht ingeboet ten gunste van de verschillende deelbonden. Bij het Akkoord van Wassenaar in 1982 werd decentraliteit van het arbeidsvoorwaardenoverleg het toverwoord. De rol van ondernemingsraden bij het arbeidsvoorwaardenoverleg heeft ook langzaam maar zeker aan betekenis gewonnen. Werknemers vragen bij onze steeds meer geïndividualiseerde samenleving bovendien steeds vaker om maatwerk, ook wel arbeidsvoorwaarden a la carte genoemd. Sociale partners zijn begin jaren negentig na de parlementaire enquête Buurmeijer terecht uit de uitvoeringsorganen sociale zekerheid geweerd. En last but not least wordt de vakbeweging geconfronteerd met een afkalvend ledenbestand. De groei van het aantal werkende mensen vertaalt zich niet in een navenante groei van het aantal leden van de vakbeweging, integendeel.

53% van de Nederlanders hebben, zoals Minister Vermeend in zijn recente brief aan de Kamer stelde, een redelijk tot groot vertrouwen in vakbonden. Bijna de helft heeft dat dus klaarblijkelijk niet. Maar vertrouwen is niet synoniem aan legitimiteit. Waar politici rechtstreeks worden gekozen door de bevolking, is een brede betrokkenheid van werknemers bij de vakbeweging de minimale voorwaarde voor legitimiteit, ook voor het functioneren van benoemde vakbondsbestuurders. Het gegeven dat drie van de vier werknemers geen lid zijn van een vakbond ondergraaft die legitimiteit dan ook wel degelijk. Niet voor niets is bijvoorbeeld FNV-Bondgenoten van plan haar koers te wijzigen en zich meer te richten op het individu met gerichte dienstverlenende activiteiten als rechtsbijstand, financieel advies en loopbaanbegeleiding. Dit alles ten koste van de collectieve belangenbehartiging. Men voelt haarfijn aan dat de Nederlandse werknemer zich nauwelijks nog herkent in de huidige activiteiten van de vakbeweging, althans onvoldoende om massaal lid te worden. Kopstukken uit vakbondsland als FNV-Voorzitter Lodewijk de Waal vullen hun dag meer met het pendelen tussen de burelen van de SER in Den Haag en de televisie- en radiostudios in Hilversum dan dat zij op herkenbare wijze de belangen van hun leden op de werkvloer behartigen. Een kleinere rol van de vakbond in de top van de pyramide van ons overlegmodel en meer directe belangenbehartiging is de uitdaging voor de vakbeweging om aan leden en representativiteit te winnen. Daarnaast biedt het ruimte voor maatwerk als het gaat om arbeidsvoorwaarden en sluit het beter aan bij de dynamiek van de zich snel internationaliserende economie en arbeidsmarkt anno 2001.

Er wordt teveel overlegd in dit land. Het overdreven streven naar maatschappelijke consensus haalt de dynamiek uit de sociaal-economische activiteiten en dat kan ons land zich niet meer permitteren. Ten onrechte wijzen sociale partners op de vele vruchten die het overlegmodel Nederland heeft opgeleverd. Toegegeven, de formule lastenverlichting door de overheid en lage looneisen van de vakbeweging heeft onze economie in het verleden geen windeieren gelegd, maar dat is slechts de halve waarheid. Vergeten wordt dat de afgelopen decennia sprake is geweest van een aanzienlijke decollectivisering, zowel kwantitatief als het gaat om lagere collectieve uitgaven en het ombuigen van de staatsschuld als kwalitatief, bijvoorbeeld de verlaging van de uitkering in de jaren tachtig en de privatisering van de Ziektewet. Is het niet juist deze decollectivisering die minstens zoveel heeft bijgedragen aan een gezondere sociaal- en financieel-economische situatie? Heeft de vakbeweging zich juist niet steeds tegen dit soort maatregelen verzet?

Het is soms moeilijk de werkelijkheid onder ogen te zien. Toch zou het ook de vakbeweging sieren een discussie over haar representativiteit en legitimiteit niet meteen te belasten met een conservatieve, veranderingsontwijkende houding die slechts gebaseerd lijkt op het feit dat men haar onevenredig grote invloed en macht niet wil verliezen. Dat is begrijpelijk, maar regentesk en daarmee is Nederland niet gediend. Ook zonder een vakbeweging in de SER en zonder het algemeen verbindend verklaren van CAOs maar mét meer maatwerk, dynamiek en directe belangenbehartiging door de vakbeweging krijgen we niet de gevreesde arbeidsonrust, maar een land dat beter voorbereid is op de sociaal-economische uitdagingen van deze eeuw.

Geert Wilders
Lid Tweede-Kamerfractie VVD

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie