Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Promotie: bedeling op maat in het zeventiende-eeuwse Delft

Datum nieuwsfeit: 16-02-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Erasmus Universiteit Rotterdam

16 februari 2001

Bedeling op maat in het zeventiende-eeuwse Delft

In de rij voor schoenen, stuivers en roggebrood

Het was niet louter kommer en kwel in de zeventiende eeuw, maar historici zijn het er wel over eens dat een groot deel van de bevolking in de zogenaamde Gouden Eeuw in armoede leefde. Tot op heden is er nog maar weinig bekend over deze mensen; zij zijn meestal ongrijpbaar voor historisch onderzoek. Onderzoek naar het zeventiende-eeuwse Delft geeft hier meer zicht op. Het Delftse stadsbestuur en de gereformeerde diaconie zetten aan het eind van de zestiende eeuw een nieuwe organisatie voor armenzorg op: de Kamer van Charitate. Vanaf 1614 hielden de regenten minutieus bij wie zij hulp verleenden. Deze bedelingsboeken vormen een unieke bron en bieden zicht op de wijze waarop armen en bedeelden hun leven in armoede leidden. De ontrafelde levensgeschiedenissen van honderden bedeelde huishoudens vormen de basis voor het proefschrift Leven in armoede, Delftse bedeelden in de zeventiende eeuw, waarop Ingrid van der Vlis op 16 februari promoveert aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Het traditionele beeld van de zeventiende-eeuwse armen betreft weduwen, zieken en ouden van dagen. Zij kenden inderdaad financiële problemen en klopten vaak bij de armenzorg aan. Door het onderzoek naar alle 864 huishoudens die in het jaar 1645 bedeeld werden, blijkt echter dat zeker de helft van deze huishoudens bestond uit een normaal gezin: man, vrouw en een aantal kinderen. Ook zij kampten dus met zodanige problemen dat zij een beroep op de bedeling moesten doen. Armoede lag voor vele zeventiende-eeuwers op de loer en kwam in grote lagen van de bevolking voor. Ongeveer 15 procent van de Delftse bevolking ontving in de zeventiende eeuw op enigerlei wijze permanente steun van de Kamer van Charitate, gemiddeld twintig jaar achtereen. Er zijn enkele constanten in de groep bedeelden aan te wijzen. Armoede ging vaak van generatie op generatie over, bedeelden bevolkten voornamelijk bepaalde straten in de stad en het lijkt er op dat zij onderlinge netwerken onderhielden.

Een leven in armoede is niet hetzelfde als een leven in de bedeling. Niet alle armen kwamen voor hulp in aanmerking. Zij stonden bij de armenverzorgers als oneerlijk bekend of zij wensten geen steun te ontvangen. Vooral dit laatste aspect is nog nauwelijks onderzocht. Het blijkt nu dat de armen zelf ook een strikt onderscheid tussen eerlijke en oneerlijke armoede maakten. Pas als zij zodanig in de problemen kwamen dat zij echt niet meer zonder bedeling toekonden, deden zij hier een beroep op. Het was hun eer te na om eerder al om hulp te vragen. Op dat moment ervoeren zij deze bedeling ook als een recht, en zij klaagden bij de armenverzorgers als zij het ergens niet mee eens waren. Zij hadden als inwoners van de stad immers meebetaald aan de collectes en hadden van alles geprobeerd om hun armoede op te heffen. Arbeid, familie- en burenhulp, het aangaan van schulden en het belenen van goederen waren de middelen waarmee zij in eerste instantie hun armoede te lijf gingen. Dit was de meest gebruikelijke volgorde van strategieën om de kost bijeen te garen. Deze activiteiten gingen ook tijdens de bedelingsjaren door. De uitkering vormde slechts een aanvulling op de andere middelen van bestaan. Hadden armen de bedeling niet meer nodig, dan verlangde hun eergevoel dat zij de bedeling ook zo snel mogelijk weer opzegden. Criminele strategieën als diefstal, bedelarij en prostitutie waren voor de bedeelden geen aantrekkelijke optie. Zij verloren daarmee hun aanzien in de samenleving, evenals hun recht op bedeling. Slechts armen die niet voor armenzorg in aanmerking kwamen, wendden zich noodgedwongen tot deze strategieën.

Het beeld dat nu bestaat van bedeling in de preïndustriële samenleving gaat uit van minimale uitdelingen en een zekere willekeur bij de uitdelers. Armen mochten allang blij zijn als ze iets kregen en hun persoonlijk leven deed er eigenlijk niet toe. Dit onderzoek wijst uit dat de behoeften van arme huishoudens nauwkeurig bestudeerd werden, zodanig dat zij bedeling op maat ontvingen. De bedeling bestond onder andere uit roggebrood, tarwebrood, geld, kledingstukken, schoeisel en turf. De wekelijkse uitkering varieerde van een enkel roggebrood tot een bijdrage van vier gulden, terwijl extra uitgaven voor een spinnewiel, een bed of medicijnen ook voorkwamen. Deze nauwkeurigheid wendden de armenverzorgers niet alleen aan om de armenkas te ontlasten, maar ook om de armen zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen. Opvallend daarbij is dat bedeelde lidmaten van de gereformeerde kerk een voorkeursbehandeling kregen, terwijl de armenverzorgers dit juist wensten te voorkomen. Had de Kamer van Charitate geen pasklare oplossing, dan waren er nog diverse andere instellingen die een arme Delftenaar konden ondersteunen. Naast een blik op de levens van vele arme Delftenaren, biedt Leven in armoede ook zicht op het sociale zorgsysteem van een zeventiende-eeuwse Hollandse stad.

Promotor: prof.dr. W.Th.M. Frijhoff

Promotie vrijdag 16 februari 2001, 16.00 uur
Plaats: Woudestein, Senaatszaal
De handelseditie van dit proefschrift is verschenen bij Prometheus/Bert Bakker te Amsterdam. ISBN 9035122976 Info: bij de promovenda, tel (010) 435 91 25; e-mail (tijdelijk.mail@planet.nl) of bij de afdeling Interne en Externe Betrekkingen, tel (010) 408 17 77; e-mail (persberichten@daz.eur.nl)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie