Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord op kamervragen berging lichamen Canadese piloten

Datum nieuwsfeit: 17-02-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Defensie
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Defensie



Kamervragen en antwoorden


Berging van lichamen van Canadese oorlogsvliegers

16-02-2001

Antwoorden op de vragen van het Tweede-Kamerlid Van Ardenne-Van der Hoeven (CDA) aan de Staatssecretaris van Defensie over de berging van lichamen van Canadese oorlogsvliegers (nr. 20001049809)

1. Bent u bekend met de beslissing van de gemeente De Ronde Venen om niet over te gaan tot berging van het wrak van een Canadese bommenwerper waarin zich nog de stoffelijke resten van twee Canadese oorlogsvliegers bevinden?

1. Ja.

2. Is Nederland op grond van het verdrag van Genève van 1949 verplicht om op Nederlands grondgebied de lichamen van vermiste militairen te bergen als bekend is waar deze zich bevinden en de familie een verzoek tot opgraving heeft gedaan? Zo ja, is dit verdrag eveneens van toepassing op gemeentelijke besluiten?

2. De verdragen van Genève leggen op verdragspartijen in het algemeen een verplichting om zorgvuldig om te gaan met de stoffelijke resten van in een conflict op hun grondgebied omgekomen militairen. Hiertoe sluiten verdragspartijen overeenkomsten. Nederland heeft met de Verenigde Staten, met de landen van het Gemenebest, waaronder Canada, en met Duitsland afspraken gemaakt over de wijze van informeren over, en overdragen van stoffelijke resten die worden gevonden. De verdragen van Genève, noch de met deze landen gemaakte afspraken verplichten echter tot een berging over te gaan, ook niet als er een nadrukkelijk verzoek bestaat van een nabestaande. Zie ook de brief van de minister van Defensie van 23 januari jl. in antwoord op vragen van de leden Van Middelkoop en Stellingwerf.

3. Welke inspanningen heeft uw ministerie zich tot nu toe getroost om de gemeente De Ronde Venen te bewegen het vliegtuigwrak en de lichamen van de vliegers te bergen?

4. Welke mogelijkheden heeft de regering om alsnog aan te dringen op berging? Bent u van zins deze mogelijkheden tot het uiterste te benutten teneinde de lichamen van deze Canadese bevrijders op respectvolle wijze te herbegraven?

3 en 4. Het beleid van de rijksoverheid heeft als uitgangspunt om stoffelijke resten van in de Tweede wereldoorlog omgekomen vliegtuigbemanningen uit het oogpunt van piëteit te laten rusten op de plaats waar zij zijn neergestort. Slechts wanneer de openbare veiligheid in het geding is of in geval nabestaanden de uitdrukkelijke wens hebben om hun omgekomen familieleden te laten herbegraven, rust op de Nederlandse overheid - niettegenstaande het ontbreken van een verdragsrechtelijke verplichting - op grond van gevoerd beleid een inspanningsverplichting tot berging over te gaan. De beslissingsbevoegdheid voor het al dan niet laten uitvoeren van bergingen van wrakken en stoffelijke resten berust primair bij het gemeentebestuur van de gemeente waarin deze zijn gelegen. Dit beleid heb ik ook uiteengezet in mijn brief aan de Stichting Berging Vickers Wellington van 12 juli 1999, waarvan ik een afschrift zond ik aan de Voorzitter van de Vaste Commissie voor Defensie en het college van B&W van de gemeente De Ronde Venen.
Als de gemeente besluit tot berging over te gaan dan wordt de verdragsverplichting tot zorgvuldigheid bij de berging gewaarborgd door de inzet van onder meer de Bergings- en Identificatiedienst van de Koninklijke Landmacht. Defensie geeft verder invulling aan het rijksbeleid door de inzet van de explosievenopruimingsdiensten van Defensie alsmede de Bergingsdienst van de Koninklijke Luchtmacht. In zeer recent overleg tussen de burgemeester van de gemeente De Ronde Venen en medewerkers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie is het beleid van het rijk met betrekking tot vliegtuigbergingen nogmaals toegelicht. Van de zijde van Defensie is nogmaals de bereidheid uitgesproken tot de kosteloze inzet van de bergingsdienst van de Koninklijke Luchtmacht, de Bergings- en identificatiedienst (BID) van de Koninklijke Landmacht en de explosievenopruimingsdiensten van Defensie als de gemeente zou besluiten tot berging over te gaan. Echter, met dien verstande dat de explosievenopruimingsdiensten van Defensie voor de opsporing van explosieven op grond van het Bijdragebesluit Kosten Ruiming Explosieven Tweede Wereldoorlog 1999 (Stb.402, d.d. 02-09-99) aan opdrachtgevers kosten in rekening moeten brengen. Voor deze kosten kan de gemeente dan wel op basis van het genoemde Bijdragebesluit aan het Rijk een financiële bijdrage vragen. In het gesprek met de burgemeester van de gemeente De Ronde Venen is van de zijde van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties - als beheerder van het Bijdragebesluit ruiming explosieven - aangegeven dat de berging van de Vickers Wellington voldoet aan de criteria voor een bijdrage op basis van dit besluit.
Deze aangelegenheid zal binnenkort wederom in de gemeenteraad van De Ronde Venen aan de orde komen. Van de zijde van de burgemeester van de gemeente is vernomen dat, mocht de beslissing van de gemeente om niet tot berging over te gaan worden bevestigd, in ieder geval ter plaatse een monument zal worden opgericht als eerbetoon aan de bemanning van de Vickers Wellington.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie