Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoorden op kamervragen over afmaken van vee met BSE

Datum nieuwsfeit: 20-02-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
VVM. 2001/643
datum
20-02-2001

onderwerp
Kamervragen Stellingwerf
doorkiesnummer

bijlagen
1

Geachte Voorzitter,

Naar aanleiding van de Kamervragen van het lid Stellingwerf (RPF) over het afmaken van vee na constatering van BSE, bericht ik u het volgende.

up

datum
20-02-2001

kenmerk
VVM. 2001/643

bijlage

1
Op bedrijven waar een geval van BSE is geconstateerd worden alle herkauwers geruimd en vernietigd; overig vee wordt dus niet geruimd.

2
Indien zich op een bedrijf een geval van BSE voordoet worden, zoals aangegeven onder 1, alle herkauwers op dit bedrijf geruimd. Daarnaast worden de dieren getraceerd die behoren tot:

* de familiegroep;

* het geboortecohort, d.w.z. de runderen die in dezelfde periode zijn geboren op het bedrijf waar het zieke rund is geboren; en
* het voedercohort, d.w.z. de runderen die tijdens het eerste levensjaar tezamen met het rund met BSE zijn opgefokt en mogelijk hetzelfde voeder hebben gehad als het zieke rund.

De betreffende runderen worden ook geruimd als zij niet meer aanwezig zijn op het bedrijf waar BSE is geconstateerd.
De groep runderen waar het hier om gaat wordt bepaald door de geboortedatum van het rund met BSE en door het bedrijf waar het dier is geboren en vervolgens heeft verbleven. Het jaartal 1996 is in dat kader niet relevant.

3
Ja, voorzover het dier niet behoort tot de familiegroep, het geboortecohort of het voedercohort van het rund met BSE.

4
Nee, van een situatie van willekeur is geen sprake. Alle te ruimen dieren zijn duidelijk omschreven. De ruiming van de dieren op een bedrijf met BSE betreft de volgende groepen: de familiegroep, het geboortecohort, het voedercohort en de andere herkauwers op het bedrijf. In Nederland worden deze groepen dieren vanaf 1997 geruimd. Ruiming van dieren uit deze groepen is in overeenstemming met de TSE-verordening, waarover op 12 februari jl. door de Raad het gemeenschappelijk standpunt is aanvaard en die naar verwachting op 1 juli a.s. in werking zal treden.

5 + 6 + 7
Het door Nederland sinds 1997 gehanteerde ruimingsbeleid om het gehele bedrijf van het rund met BSE te ruimen is in overeenstemming met bovengenoemde TSE-verordening. Tegen deze achtergrond acht ik het niet opportuun van het huidige ruimingsbeleid af te wijken.

8
Ja.

De minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij,

mr. L.J. Brinkhorst

up

datum

kenmerk

bijlage
Vragen

Vragen van het lid Stellingwerf (RPF) aan de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij over het afmaken van vee na constatering van BSE.(Ingezonden 15 februari 2001)

1
Is het waar dat op bedrijven waar een geval van BSE is geconstateerd volgens het vigerende beleid al het vee moeten worden afgemaakt en vernietigd?

2
Klopt het dat dieren die na 1996 zijn geboren en die van een door BSE getroffen bedrijf afkomstig zijn maar niet meer op dat bedrijf verblijven, niet behoeven te worden afgemaakt?

3
Is het mogelijk dat er, zelfs één dag voordat BSE op een bedrijf wordt geconstateerd, nog vee dat na 1996 is geboren van het betreffende bedrijf kan worden afgevoerd en dat deze dieren dan niet behoeven te worden afgemaakt?

4
Leidt dit, als de voorgaande vragen bevestigend worden beantwoord, niet tot een situatie van willekeur waarbij het ene dier wel en het andere dier niet behoeft te worden afgemaakt in vrijwel gelijke omstandigheden?

5
Wat is er tegen om in een dergelijke situatie het vee dat na 1996 is geboren en dat op het door BSE getroffen bedrijf aanwezig is óók in leven te laten?

6
Bent u bereid het beleid in dezen zodanig aan te passen dat alle na 1996 geboren dieren op een bedrijf waar een geval van BSE wordt geconstateerd in leven kunnen worden gelaten zodat de getroffen veehouder mede met dat vee zijn veestapel weer kan opbouwen?1

7
Is deze gevraagde aanpassing van het beleid in te passen in de door u toegezegde bezinning op de vraag of bij een gebleken BSE-besmetting al het vee moet worden afgemaakt?

8
Bent u bereid, gezien het urgente karakter van het probleem, de vragen vóór het eerste overleg over de landbouwraad te beantwoorden? 1 Voor de betreffende veehouder is het jongvee vaak het resultaat van een jarenlang fokprogramma en vormt het de basis voor de toekomst van zijn bedrijf.



reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie