Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Beleid belastingdienst inzake uitgaven voor levensonderhoud

Datum nieuwsfeit: 20-02-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Financien
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Hardheidsclausule. Uitgaven voor levensonderhoud, wegens



Hardheidsclausule. Beleid inzake uitgaven voor levensonderhoud en uitgaven wegens ziekte, invaliditeit en bevalling

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein belastingen op arbeid en vermogen

Besluit van 16 februari 2001, nr. CPP2001/225M

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Dit besluit is opnieuw uitgebracht voor de toepassing van de Wet IB 2001. Hiermee is het voor de toepassing van de Wet IB 1964 geldende besluit van 26 februari 1991, nr. DB91/682, aangepast aan het gewijzigde regime onder de Wet IB 2001.

SGelet op het grote aantal verzoeken dat jaarlijks wordt ontvangen met betrekking tot de toepassing van de hardheidsclausule op het terrein van de uitgaven voor levensonderhoud en de buitengewone uitgaven wegens ziekte, invaliditeit en bevalling zet ik hieronder het dienaangaande gevolgde beleid uiteen. Ik verzoek de Inspecteurs dit beleid in voorkomende gevallen ter kennis van belastingplichtigen te brengen.

Tevens wil ik de aandacht vestigen op de fiscale behandeling van de uitgaven voor ziekenbezoek als onderdeel van de verpleging.

Uitgaven voor het levensonderhoud van kinderen jonger dan 30 jaar

Op grond van de wettelijke bepalingen wordt met de uitgaven voor levensonderhoud van kinderen jonger dan 30 jaar op forfaitaire wijze rekening gehouden; hetzij door middel van kinderbijslag, hetzij door middel van studiefinanciering of tegemoetkoming in de studiekosten, hetzij door aftrek van uitgaven voor levensonderhoud.

Hoofdregel voor de aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van een kind jonger dan 30 jaar is dan ook dat uitsluitend aftrek kan worden verleend indien:


- het kind geen recht heeft op een gift, een voorwaardelijke gift of een prestatiebeurs volgens de Wet studiefinanciering 2000 die niet uitsluitend bestaat uit een reisvoorziening in de zin van die wet, op financiële ondersteuning als bedoeld in de artikelen 7.51, eerste tot en met zesde lid, 7.51a en 16.9b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, op tegemoetkoming volgens hoofdstuk III van de Wet tegemoetkoming studiekosten of op een tegemoetkoming volgens een naar aard en strekking van genoemde regelingen overeenkomende buitenlandse regeling, en


- de belastingplichtige of een persoon die tot zijn huishouden behoort voor het kind geen recht heeft op kinderbijslag volgens de Algemene Kinderbijslagwet of op een tegemoetkoming volgens een naar aard en strekking met die wet overeenkomende buitenlandse regeling.

Verzoeken om met toepassing van de hardheidsclausule aftrek van uitgaven voor levensonderhoud toe te staan in de gevallen waarin kinderbijslag of één van de andere hierboven vermelde tegemoetkomingen wordt genoten, pleeg ik af te wijzen.

Dat in bepaalde gevallen de werkelijk gemaakte kosten hoger zijn dan de ontvangen kinderbijslag of een van de hierboven vermelde tegemoetkomingen is door de wetgever welbewust aanvaard.

Uitgaven voor levensonderhoud van verwanten, andere dan kinderen jonger dan 30 jaar

Op grond van het onder de Wet IB 2001 geldende wettelijke regime leiden uitgaven voor levensonderhoud van verwanten, andere dan kinderen jonger dan 30 jaar, niet tot een aftrek van uitgaven voor levensonderhoud. De wetgever heeft hier uitdrukkelijk voor gekozen. Verzoeken om met toepassing van de hardheidsclausule aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van deze verwanten toe te staan, zal ik dan ook afwijzen.

Uitgaven wegens ziekte, invaliditeit en bevalling

Verzoeken om met toepassing van de hardheidsclausule aftrek van buitengewone uitgaven wegens ziekte, invaliditeit en bevalling toe te staan voor uitgaven die niet zijn opgesomd in de artikelen 6.17 en 6.18 Wet IB 2001 pleeg ik af te wijzen. De wetgever heeft bewust gekozen voor een beperking van de als buitengewone uitgaven aan te merken uitgaven tot die welke naar hun aard als uitgaven wegens ziekte, invaliditeit en bevalling kunnen worden beschouwd; de door de wetgever noodzakelijk geachte uitzonderingen hierop zijn uitdrukkelijk in de wet opgenomen. Aan de artikelen 6.1 en 6.16 Wet IB 2001 ligt de gedachte ten grondslag dat uitsluitend uitgaven wegens ziekte, invaliditeit en bevalling als buitengewone uitgaven in aanmerking dienen te worden genomen, indien en voor zover zij direct verband houden met de ziekte, invaliditeit of bevalling en de belastingplichtige zich daaraan op grond van medische noodzaak redelijkerwijs niet kan onttrekken. Een zijdelingse samenhang met de ziekte, invaliditeit of bevalling is niet voldoende.

Uitgaven voor ziekenbezoek als onderdeel van de verpleging

Op grond van de artikelen 6.16, onderdeel a en 6.17, onderdeel e, Wet IB 2001 kunnen uitgaven voor reizen in verband met het bezoeken van zieke kinderen die jonger dan 27 jaar zijn onder bepaalde voorwaarden als buitengewone uitgaven op het inkomen in mindering worden gebracht.

Het doet zich voor dat belastingplichtigen de thuisverpleging van ernstig zieke kinderen op het woonadres van deze kinderen op zich nemen.

De als gevolg van deze verpleging gemaakte reiskosten worden veelal, ten onrechte, in de aangifte gepresenteerd als uitgaven voor reizen in verband met ziekenbezoek. Veelal wordt dan niet voldaan aan de in bovenvermeld artikel opgenomen voorwaarden met betrekking tot de duur van de verpleging, het gezamenlijk een huishouding voeren bij de aanvang van de ziekte en de enkele reisafstand.

Voor de beoordeling van de reiskosten van belastingplichtige is het echter van belang onderscheid te maken tussen ziekenbezoek als onderdeel van de verpleging (bijvoorbeeld voor zieken die na een opname thuis worden verpleegd) en gewoon ziekenbezoek. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 29 september 1982 (BNB1982/310) en de uitspraak van het Hof 's-Gravenhage van 28 juli 1984, rolnr. 33/84 M II (FED1985/97) bestaat er onder omstandigheden de mogelijkheid de uitgaven voor ziekenbezoek als onderdeel van de verpleging onder de uitgaven voor extra gezinshulp te rangschikken. Hierbij is onder meer van belang of de bezoekende ouder is aan te merken als een gezinshulp en of de zieke gezien zijn inkomen in staat is de door de bezoekende ouder gemaakte kosten te vergoeden. Of er in een bepaalde situatie wordt voldaan aan de in de rechtspraak geformuleerde criteria is ter beoordeling van de bevoegde inspecteur van de Belastingdienst.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie