Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

OESO bereikt consensus over belastingheffing op e-business

Datum nieuwsfeit: 21-02-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

PRICEWATERHOUSECOOPERS

OESO bereikt consensus over belastingheffing op e-business

Amsterdam, 21 februari 2001

OESO BEREIKT CONSENSUS OVER BELASTINGHEFFING OP E-BUSINESS

PricewaterhouseCoopers maakt uit de rapporten die de OESO vorige week heeft uitgebracht op, dat regeringen wereldwijd steeds eensgezinder zijn over belasting op e-business. Concrete belastingregels laten echter nog wel even op zich wachten.

De 11 OESO-rapporten tellen samen met de technische stukken ongeveer 400 paginas en omvatten een enorme reeks belastingkwesties voor bedrijven die elektronisch zakendoen variërend van welke staat belasting mag heffen indien een bedrijf elektronisch zakendoet in een ander land tot wanneer en waar er BTW of verbruiksbelasting berekend moet worden.

De snel voortschrijdende internet-technologie heeft ervoor gezorgd dat een bedrijf nu ook zaken kan doen in het buitenland zonder daar fysiek aanwezig te zijn. Veel producten worden tegenwoordig gekocht op het internet. Een bedrijf hoeft daartoe alleen maar te beschikken over een website, een server en bijvoorbeeld een distributieafdeling om afnemers in een ander land te bedienen. Deze ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat bestaande aanknopingspunten voor belastingheffing in hun huidige vorm niet zonder meer werken in de e-commerce economie. Een belangrijk aangrijpingspunt in de oude economie is bijvoorbeeld het begrip vaste inrichting, waarbij eerder gedacht moest worden aan fabrieken en kantoren.

In het eerste van de 11 rapporten dat al op 22 december 2000 is gepubliceerd is door vrijwel alle OESO landen overeenstemming bereikt over wanneer er wel en wanneer er niet sprake is van een vaste inrichting bij e-commerce transacties. De belangrijkste uitkomst van dit rapport is dat als een bedrijf slechts een website aanhoudt in een ander land, zij daar geen vaste inrichting heeft en het buitenland dus ook geen aanknopingspunt heeft om belasting te heffen. Een server kan daarentegen wel tot een vaste inrichting leiden als via die server essentiële bedrijfsprocessen worden uitgevoerd. Denk aan een server die de transactie registreert, het contract met de klant sluit, de betaling verwerkt en de levering verricht. Indien de server slechts wordt gebruikt om de website op te slaan vormt zij weer geen vaste inrichting. Tevens heeft de OESO richtlijnen gegeven over hoeveel winst aan een dergelijke vaste inrichting kan worden toegerekend. Daarbij geldt hoe intelligenter de server, hoe meer winst daaraan kan worden toegerekend.

Het tweede gepubliceerde rapport van de OESO geeft regels om te bepalen hoe een betaling bij e-commerce transacties moet worden gekwalificeerd. In sommige gevallen kan een dergelijke betaling worden gekwalificeerd als royalty, waarover een bronbelasting wordt geheven.

Het komt in de praktijk nogal eens voor dat een bedrijf in meerdere landen wordt aangemerkt als inwoner en dus belastingplichtige. Door moderne communicatiemiddelen als het internet is de mobiliteit van bedrijven de laatste jaren sterk toegenomen. Een bedrijf kan daardoor theoretisch vanuit een steeds wisselende locatie worden geleid. Om ook op dit vlak tot een eenduidig uitgangspunt te komen heeft de OESO aangegeven dat de plaats van feitelijke leiding van een bedrijf daar is gelegen waar de belangrijkste bedrijfsbeslissingen worden genomen.

Ook op het gebied van de BTW zijn er de nodige ontwikkelingen. In veel landen is de particuliere internetgebruiker bijvoorbeeld niet verplicht om BTW te betalen over de muziek of software die hij/zij downloadt van een niet-EU aanbieder. Als men dezelfde cd in een plaatselijke winkel aanschaft, moet echter wel BTW worden betaald. De OESO stelt nu voor dat wanneer particulieren digitale goederen en diensten van buitenlandse bedrijven consumeren, deze bedrijven BTW moeten registreren en betalen. Dit is in overeenstemming het voorstel van de EU op dit punt.

Aangezien deze tendens richting registratie waarschijnlijk niet overal met open armen wordt ontvangen, heeft de OESO de pijn alvast iets verzacht door voor te stellen om deze registratie slechts te zien als tijdelijke maatregel, terwijl er verder wordt gezocht naar alternatieven.

Tot 30 juni kan er commentaar geleverd worden op de voorstellen voor directe belasting. Bedrijven die te maken hebben met BTW-heffingen op internationale verkopen kunnen tot 30 april hun visie kenbaar maken. PricewaterhouseCoopers zal in overleg met haar cliënten het commentaar op de voorstellen bundelen. Hiertoe zal PricewaterhouseCoopers binnenkort onder andere workshops organiseren. Deze feedback gebruikt de OESO bij het bepalen van zijn toekomstige werkzaamheden, zoals het organiseren van een conferentie in juni 2001 in Montreal.

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie