Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Richtlijnen na het overlijden van minderjarigen

Datum nieuwsfeit: 06-03-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Justitie
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Justitie

06.03.01

Onderzoek "richtlijnen na het overlijden van minderjarigen"

Bij alle overlijdensgevallen van minderjarigen zal een forensisch geneeskundige betrokken worden. Als uit zijn of haar onderzoek blijkt dat er sprake is van een (vermoede) niet-natuurlijke dood of een onduidelijke doodsoorzaak, dan zal deze geneeskundige een team van deskundigen inschakelen voor verder onderzoek. Dit team stelt de omstandigheden en de oorzaak van het overlijden vast en doet eventueel aangifte als bijvoorbeeld blijkt dat het kind door mishandeling om het leven is gekomen. Dit staat in het rapport van Adviesbureau Van Montfoort: "Richtlijnen na het overlijden van minderjarigen". Dit rapport is opgesteld in opdracht van de Ministeries van Justitie en VWS. Het rapport is vandaag aangeboden aan de Tweede Kamer door staatssecretaris Kalsbeek van Justitie, mede namens staatssecretaris Vliegenthart van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De beide bewindspersonen onderschrijven de bevindingen in het rapport. Voordat wordt overgegaan tot implementatie wordt advies gevraagd aan betrokken instanties.

Jaarlijks overlijden in Nederland 4100 minderjarigen. Meestal kan de directe doodsoorzaak wel worden vastgesteld, maar niet altijd de omstandigheden die tot het overlijden hebben geleid. Per jaar sterven naar schatting ongeveer veertig kinderen als gevolg van fatale kindermishandeling. Om te voorkomen dat er bij het overlijden van een minderjarige een conflict van plichten ontstaat bij de behandelend arts (meestal de huisarts) zal een forensisch geneeskundige de doodsoorzaak vast moeten stellen. Een dergelijk conflict kan ontstaan bij de afweging die de behandelend arts moet maken tussen zijn beroepsmatige relatie met de ouders, zijn zwijgplicht en zijn mogelijke kennis of vermoedens over mishandeling. Daarnaast kunnen twijfels worden weggenomen in geval van andere doodsoorzaken (zoals erfelijke aanleg of medische fouten)

De forensisch geneeskundige kan bij een mogelijk onnatuurlijke dood of bijzondere omstandigheden besluiten een team van deskundigen in te schakelen. In dit team is naast de forensisch geneeskundige een kinderarts of vertrouwensarts vertegenwoordigd, een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming en een jurist. Dit team moet, onder de regie van de GGD, binnen 36 uur bijeenkomen om zoveel als mogelijk de oorzaak en de omstandigheden van het overlijden vast te stellen. Dit team zal, als daar voldoende aanleiding voor is, aangifte doen. Het openbaar ministerie kan daarop verdere strafrechtelijke onderzoek doen. Ook kan het team maatregelen nemen om de bescherming van eventuele andere kinderen in het gezin te waarborgen.

In het rapport wordt geadviseerd in alle gevallen van overlijden van minderjarigen de richtlijnen toe te passen. Dus ook in het geval er geen directe aanwijzingen zijn voor een niet-natuurlijke dood of onduidelijke doodsoorzaak. Daarmee wordt voorkomen dat er toch een vorm van afweging en selectie plaatsvindt door de behandelend arts. Daarnaast zou het selectief inschakelen van de forensisch geneeskundige in alleen de verdachte omstandigheden een stigmatiserende werking hebben richting de ouders. Als dan blijkt dat de ouders niets te verwijten valt, is dit stigma een extra belasting naast het verlies van het kind. Door in alle gevallen van overlijden de richtlijnen standaard te hanteren wordt dit voorkomen. Dit betekent een cultuuromslag, omdat hiermee de rechten van kinderen daadwerkelijk voorrang krijgen boven andere belangen.

Vanwege het feit dat het omgaan met een (vermoede) niet-natuurlijke dood of onduidelijke doodsoorzaak een zorgvuldige afweging vereist, wordt het rapport voorgelegd aan de betrokken instanties voor een advies. Het betreft hier onder meer de specifieke vakverenigingen in de medische wereld, de Raad voor de Kinderbescherming, de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling, het openbaar ministerie en de politie. Daarna zal een definitief standpunt volgen.

Voor vragen of commentaar met betrekking tot de inhoud van deze pagina's kunt u terecht bij de Directie Voorlichting van Justitie, telefoon: (070) - 3706850,
email: voorlichting@best-dep.minjust.nl,
fax: (070) - 3707594

Laatst gewijzigd: 07-03-2001

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie