Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak Wim Kok tijdens voorzittersoverleg MKB

Datum nieuwsfeit: 06-03-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Algemene Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Algemene Zaken

Voorzittersoverleg MKB 6 Maart 2001

Dames en heren,

Om te beginnen wil ik graag uw voorzitter, de heer De Boer, dank zeggen voor het feit dat hij mij in de gelegenheid heeft gesteld vanmiddag in een informele setting met u van gedachten te wisselen.
Ik ben temeer graag op zijn uitnodiging ingegaan omdat ik vanwege de klimaattop eind vorig jaar op een laat moment helaas moest aangeven dat ik - ondanks mijn eerdere aankondiging - niet op uw jaarcongres aanwezig kon zijn.

Van mijn kant graag een paar woorden vooraf, ofschoon ik straks vooral graag van u hoor wat er in de kring van uw leden leeft.
U vertegenwoordigt een aanzienlijk deel en tegelijkertijd een breed scala van het bedrijfsleven.
Van industrie tot detailhandel; van klein tot middelgroot. U bent goed voor de helft van het totaal van geproduceerde goederen en geleverde diensten in Nederland en voor 60% van alle arbeidsplaatsen in het bedrijfsleven.
Dat zijn indrukwekkende cijfers, die aangeven hoe groot uw betekenis is voor onze economie (en daarmee voor onze samenleving).

1





Terugkijkend kan ons land bogen op een ongewoon lange periode, van 6/7 jaar, met ononderbroken hoge economische groei.
Dat heeft ons land en zijn bevolking geen windeieren gelegd. Maar het is goed te beseffen:
De welvaart van nu is ons niet komen aanwaaien.
Dat weten u en ik maar al te goed.
Zij is de vrucht van eerder gemaakte keuzes, van de inspanningen van velen en van - door de jaren heen - gezamenlijk gedragen en breed gedeelde
verantwoordelijkheden om de gekozen doelen te realiseren. En keuzes die we nú maken of verzuimen te maken zijn op hún beurt weer van bijzondere betekenis voor morgen en overmorgen.

Onze samenleving verandert snel.
Aan ons aanpassingsvermogen worden bij voortduring hoge (steeds hogere) eisen gesteld.

Een centrale plaats - kijkend naar de toekomst - vervult de blijvende beschikbaarheid én kwaliteit van hoogwaardige publieke voorzieningen: goede zorg, uitstekend onderwijs, veiligheid en leefbaarheid, milieu en infrastructuur. Maar daarnaast ­ en zeker niet onbelangrijk - de verdere versterking van de dynamiek en innovatiekracht van onze economie en een vergroting van de arbeidsparticipatie.
2





De Nederlandse economie draait ­ nog steeds ­ goed. Weliswaar op minder hoge toeren dan de afgelopen jaren, maar nog steeds in een bevredigend tempo.
Niet vergeten mag worden dat een groei van rond de 3% historisch gezien zeer behoorlijk is te noemen.
Wel zijn er goede redenen voor zelfbeheersing; een haasje over van lonen en prijzen en vice versa moeten we zien te voorkomen.

Zonder te willen somberen moeten wij onder ogen zien dat de huidige economische vooruitzichten en de verwachte internationale conjunctuurontwikkeling aandacht vereisen voor behoud en versterking van onze goede concurrentiepositie en voldoende dynamiek in onze economie.
Er is in de afgelopen 15 tot 20 jaar hard gewerkt aan structuurversterking, in alle geledingen van onze samenleving. De bereikte resultaten van dat economisch herstelproces mogen we niet laten wegspoelen vanwege onachtzaamheid of zelfgenoegzaamheid.


3




Ik noem een aantal van die resultaten.
Het stelsel van sociale zekerheid is activerender geworden, de werkgelegenheid is door de jaren heen spectaculair gegroeid, de loonkostenontwikkeling door de jaren heen is dooreen genomen beheerst geweest en onze economische structuur is veelzijdiger geworden.
De werkloosheid is gedaald tot een niveau dat een aantal jaren geleden nog praktisch voor onmogelijk werd gehouden. Jeugdwerkloosheid lijkt thans, althans macro gezien, een gedateerd verschijnsel.
Hoe anders was dat nog niet eens zó lang geleden.

De keerzijde van de succesmedaille is dat er nu in veel sectoren ernstige knelpunten zijn bij het vinden van geschikt personeel.
U ervaart ­ in de dagelijkse praktijk - de krapte op de arbeidsmarkt.
De cijfers laten dat in alle scherpte zien.
Het aantal onvervulde vacatures ligt hoog.

Eén van de belangrijkste opgaven waar wij de komende jaren samen voor staan is het verder vergroten van de
arbeidsparticipatie.
Dat is in ieders belang.


4




Arbeidsdeelname is voor velen een belangrijke voorwaarde voor persoonlijke, maatschappelijke ontplooiing.
En u, ondernemers, ondervindt hinder van een krappe arbeidsmarkt omdat die u in uw groeimogelijkheden belemmert. De houdbaarheid van ons sociale stelsel én de betaalbaarheid van onze oudedagsvoorzieningen op langere termijn zouden in het gedrang komen wanneer we hier zouden falen.

Ik weet best dat niet alle mensen die werkloos aan de kant staan voor iedere vacature geschikt zijn, maar er moet van twee kanten wel een uiterste inspanning worden verricht om vraag en aanbod zo goed mogelijk bij elkaar te laten aansluiten, juist nu de nood op de arbeidsmarkt in veel sectoren zo hoog is.

Het is dan ook de uitgesproken ambitie van het kabinet langs een veelheid van wegen de arbeidsdeelname te verhogen. Nog steeds een te groot aantal vrouwen keert, nadat ze kinderen hebben gekregen, vaak onvrijwillig niet naar de arbeidsmarkt terug.
En ook oudere werknemers zullen in veel ruimere mate aan het arbeidsproces moeten kunnen en blijven deelnemen dan nu nog het geval is.
Deels vergt dit een cultuuromslag.
Voor een ander deel vraagt het om aanpassing van participatie- ontmoedigende regelingen en financiële prikkels.


5




En niet in de laatste plaats zal er een veel zwaarder accent moeten worden gelegd op scholing.

Die drieslag is belangrijk:

1. Deelname aan het arbeidsproces moet meer
vanzelfsprekend zijn;

2. Het moet financieel meer aantrekkelijk zijn; en
3. Door te blijven inzetten op het verruimen van de kennis en vaardigheden van mensen, moeten we ervoor zorgen dat ook wat oudere werknemers goed bij de tijd blijven, en daarmee een waardevolle kracht blijven binnen hun bedrijf of instelling.

Het aantal allochtonen in onze samenleving zal de komende jaren nog verder toenemen.
Daar zitten lastige kanten aan, maar toch biedt die ontwikkeling ook nieuwe mogelijkheden en uitdagingen.
Natuurlijk is het vaak allerminst eenvoudig om mensen met een andere etnische achtergrond naar een betaalde baan te leiden. De aanloopproblemen bij de uitwerking van de afspraken die hierover met het u ­ het MKB - zijn gemaakt zijn genoegzaam bekend.
Maar daar begint nu toch vaart in te komen.
Steeds meer allochtonen blijken in staat - met de benodigde papieren - op eigen kracht te beginnen.
Dat is een goede ontwikkeling.

6




Maar voor anderen - aan de onderkant van de arbeidsmarkt - leidt de afnemende vraag naar laaggeschoolde arbeid tot een veel te hoge werkloosheid. Dat mogen wij niet op zijn beloop laten.

Arbeidsmogelijkheden later worden in hoge mate bepaald door de deelname aan onderwijs en scholing op jonge leeftijd. Het wegwerken van taalachterstand op jonge leeftijd is in ieders belang.
We mogen ons niet neerleggen bij de soms forse uitval in het middelbaar onderwijs.
Scholing en werk zijn van vitale betekenis om integratie mogelijk te maken en sociale uitsluiting te voorkomen. Ook bedrijven dienen zich hiervan bewust te zijn en dús hun bijdragen te leveren.
Gelukkig gebeurt dat meer en meer.
Op lokaal niveau zien we aansprekende initiatieven en voorbeelden van nieuwe vormen van samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties en instellingen bij de oplossing van sociale problemen. Ik kan - om een voorbeeld te noemen ­ wijzen op het zogenoemde Arena-initatief gericht op het voorkómen van het vroegtijdig buiten de boot vallen van jongeren in Amsterdam Zuid-oost.
Het kabinet ondersteunt degelijke initiatieven van harte.


7




Ik wil graag van mijn kant mijn steentje blijven bijdragen aan het verder van de grond brengen van dergelijke vormen van samenwerking.

Met een aantal uwer mocht ik eerder van gedachten wisselen over wat we dan zijn gaan noemen `maatschappelijk
verantwoord ondernemen'; de bijdrage die bedrijven kunnen leveren aan de oplossing van breed erkende maatschappelijke problemen in onderwijs en beroepsscholing, participatie, veiligheid en leefbaarheid.
Ik sta open voor een ieders ideeën over de bijdrage die ook de overheid aan de verankering van maatschappelijk ondernemen kan leveren.

Het bedrijfsleven heeft en krijgt te maken met steeds meer mondige medewerkers.
De werknemer gaat met andere verwachtingen naar zijn of haar werk dan zeg 20 jaar geleden.
Men kijkt niet alleen meer naar het loonstrookje.
Nee, van de werkgever wordt ook verwacht dat er behoorlijke voorzieningen zijn om arbeid en zorg te kunnen combineren. Omdat het leven meer is dan werken alleen en omdat men ook buiten de arbeid verantwoordelijkheden op zich wil nemen.


8




Naast een grotere arbeidsdeelname, zullen we via innovatie, onderzoek en ontwikkeling moeten blijven werken aan een gestage verdere toename van de arbeidsproductiviteit.

Een combinatie van meer arbeidsparticipatie én een hogere arbeidsproductiviteit zal er aan kunnen bijdragen dat de reële loonontwikkeling verantwoord blijft, een voorwaarde om de verworvenheden van nu te kunnen vasthouden en verder uit te bouwen.

Gelukkig heeft het bedrijfsleven de laatste jaren veel geïnvesteerd in uitbreiding en vernieuwing van de
productiecapaciteit.
De dynamiek is groot, niet in de laatste plaats in het MKB. Driekwart van de bedrijven in het MKB is opgericht na 1980 en is dus jonger dan 20 jaar.
Voortdurende vernieuwing en aanpassing ­ binnen bestaande bedrijven, maar ook dankzij nieuwe, startende ondernemingen ­ zijn voorwaarden om de economie te doen doorgroeien.

Voor een structurele verhoging van de arbeidsproductiviteit zullen we optimaal gebruik moeten maken van de kansen die de kenniseconomie ons biedt.
Enige decennia terug bestond een belangrijk deel van het bedrijfskapitaal uit het machinepark.


9




Dat zal wel zo blijven, maar de werknemer met veel kennis in zijn hoofd en talenten tot zijn beschikking is evenzeer in opmars.
Er is sprake van een groeiend aandeel van dienstverleners in onze economie.
De ICT-ontwikkelingen versterken dit proces.
Kennis is in deze nieuwe omgeving van het grootste belang. Niemand mag de informatiseringstrein missen.

Samen met de andere Europese landen heeft Nederland zich op de Europese Raad van Lissabon in maart vorig jaar ervoor uitgesproken dat Europa zich de komende tien jaar ontwikkelt tot een dynamische, op kennis gebaseerde en concurrerende economie, die behoort tot de sterkste ter wereld.
Over ruim twee weken vindt in Stockholm weer een Europese Top plaats.
Die Top gaat over de uitvoering van de Lissabon-strategie, die bestaat uit een integrale aanpak van werkgelegenheid, innovatie, economische hervormingen en sociale samenhang. Ook komt de uitdaging van de demografische ontwikkelingen voor Europa aan de orde.
Europa wordt steeds ouder.
We moeten zeker stellen dat we met een krimpende
beroepsbevolking duurzame economische groei en sterkere sociale samenhang verwezenlijken.


10




Daarvoor is nodig: verhoging van de arbeidsparticipatie,
-productiviteit en -mobiliteit.
Bovendien moeten we tijdig anticiperen en inspelen op de gevolgen van de vergrijzing voor de overheidsfinanciën en de financiële houdbaarheid van pensioenstelsels.
Ons land wil binnen de EU tot de koplopers behoren. Op tal van terreinen is het kabinet fors aan de slag om dit te realiseren.
Dit vergt krachtig beleid op vele terreinen. Van ICT in het onderwijs tot de zorg voor een eerste klas telecom- infrastructuur.
Van computers in bibliotheken tot het steeds meer toewerken naar wat in het jargon de elektronische overheid heet. Van een veilig, leefbaar, sociaal en sterk Nederland tot een fiscaal concurrerend en activerend stelsel.

Op al deze terreinen verricht het kabinet op weg naar de jaren die voor ons liggen verkenningen.
Voorkomen moet immers worden dat straks kostbare tijd verloren gaat.
We willen tijdig in beeld brengen welke eisen door een aantal op ons afkomende maatschappelijke trends en ontwikkelingen worden gesteld aan de economische en sociale infrastructuur en aan de behoeften aan onderwijs en onderzoek en aan zorg.





De hoofdopgave waar het kabinet op dit moment ­ met het oog op de begrotingsvoorbereiding 2002 - voor staat is om goed in kaart te brengen wat vanuit zo'n middellange termijn perspectief ­ rekening houdend met de beschikbare financiële ruimte ­ voor realisatie in aanmerking komt.
We voeren die besprekingen binnen het kabinet natuurlijk met het beleidsinstrumentarium waarvan wij ons bij de
kabinetsformatie hebben voorzien.
Eenvoudig zal dat niet zijn.

Zojuist sprekend over Europa mag ik niet voorbijgaan aan de introductie van de euro 1 januari a.s. Van u ­zeker van de detailhandel - wordt, om een voorspoedige omwisseling van de gulden in de euro mogelijk te maken, het nodige gevraagd. Cijfers geven aan dat het bedrijfsleven dooreen genomen goed op de hoogte is en voldoende ver is met zijn voorbereidingen voor de omwisseling van de gulden.
Tegelijkertijd is er echter ook nog steeds sprake van een zekere onwetendheid.
Een helaas ook omvangrijk aantal ondernemers ­ en burgers ­ staat nog onvoldoende scherp op het netvlies dat het betalingsverkeer met ingang van 1 januari wezenlijk anders verloopt.
Met nog slechts 10 maanden te gaan vind ik dat een reden voor bijzondere alertheid.





Er zal nog de komende tijd veel voorlichtend en voorbereidend werk verzet moeten worden.
Ik vertrouw er echter op dat wij samen ­ overheid en bedrijfsleven ­ er alles aan zullen doen om de invoering tot een succes te maken.
Voor het vertrouwen bij het publiek is verder van wezenlijk belang dat het beeld kan worden weggenomen dat de invoering van de Euro met vermijdbare prijsverhogingen gepaard gaat. Ook ten aanzien van dit aspect zullen we samen alert moeten zijn.

Ik rond af.

Opleiding, training en scholing en modern maatschappelijk ondernemerschap zijn, zonder uitputtend te willen zijn, trefwoorden in de antwoorden op de vragen welke eisen de toekomst aan ons zal stellen, aan overheid en bedrijfsleven. Ik heb geprobeerd van mijn kant enkele van deze thema's wat nader toe te lichten en in een kader te plaatsen.
Ik zou, zoals ik in het begin van mijn inleiding al aangaf, graag van u graag vernemen wat er in uw kring rond deze
onderwerpen leeft.


* * * * * * *





reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie