Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief BUZA inzake AIV-advies Afrika

Datum nieuwsfeit: 09-03-2001
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

www.minbuza.nl/content.asp?Key=411022



Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 DEN HAAG Ministerie van Buitenlandse Zaken Sub-Sahara Afrika Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag

Datum 9 maart 2001 Auteur A.P. Hamburger

Kenmerk 150/01 Telefoon 070-3485165

Blad /1 Fax 070-3486607

Bijlage(n) E-mail (daf@minbuza.nl)

Betreft AIV-advies Afrika

C.c.

Zeer geachte Voorzitter,

Bijgaand treft U in copie onze reactie aan op het zojuist verschenen advies van de Adviescommissie Internationale Vraagstukken (AIV) over Afrika : De worsteling van Afrika.

Vanwege het komende Algemeen Overleg over Afrika op 14 maart achtten wij het van belang onze reactie ter kennis van Uw Kamer te brengen. Aangezien het advies ook namens de Minister van Defensie is aangevraagd zal nog nader overleg met hem plaatsvinden hetgeen wellicht op een later moment tot aanvullend commentaar aanleiding kan geven.

De Minister van Buitenlandse Zaken a.i. De Minister voor

Ontwikkelingssamenwerking

Aan de Voorzitter a.i. van de Adviescommissie Internationale Vraagstukken Prof. Mr. F.H.J.J. Andriessen Postbus 20061 2500 EB DEN HAAG Directie Sub-Sahara Afrika Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag

Datum 7 maart 2001 Auteur A.P.Hamburger

Kenmerk 150/01 Telefoon 070-3485165

Blad /7 Fax 070-3486606

Bijlage(n) E-mail

Betreft: AIV Advies "de Worsteling van Afrika"

C.c.

Zeer geachte Voorzitter,

Met veel belangstelling hebben wij kennisgenomen van het advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) getiteld "de Worsteling van Afrika - Veiligheid, Stabiliteit en Ontwikkeling". Het advies geeft o.i. een goed beeld van het zeer complexe karakter van de bevordering van vrede en stabiliteit in Afrika. In praktisch alle opzichten kunnen wij het eens zijn met de diverse aanbevelingen. Veel van de aanbevelingen ondersteunen bestaand beleid, zoals dat o.m. in de Afrika-notitie is neergelegd, en kunnen daarom als een aanmoediging worden gezien om ingeslagen wegen verder op te gaan of verder te exploreren.

Mede in verband met het Algemeen Overleg over Afrika op 14 maart a.s. willen wij reeds op een aantal punten reageren, waarbij de volgorde van het slothoofdstuk van het advies ("Samenvatting en aanbevelingen") wordt aangehouden. Omdat het advies is aangevraagd mede namens de Minister van Defensie zal door ons nog nader met hem moeten worden overlegd en zal, zonodig, nog een aanvullende reactie volgen.

Terecht wordt, binnen de context van het advies, nadruk gelegd op verdere coherentie van het Afrika-beleid en op de effecten van het Nederlandse beleid op de positie van de armsten in Afrika. In diverse organen en op diverse niveaus vindt toenemend coördinatie en onderlinge afstemming van dat Nederlandse beleid plaats. Dat geldt in de eerste plaats de Ministerraad waar niet alleen de Minister van Buitenlandse Zaken als coördinerend minister voor het buitenlandse beleid, maar ook de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking als volwaardig lid van het kabinet hieraan een directe bijdrage leveren. Voorbeelden van coherentie-beleid en afstemming binnen het Kabinet betreffen o.m. het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de instructie voor de WTO-bijeenkomst in Seattle. Nederland heeft wat dat betreft een voorsprong op vele andere westerse landen.

Andere, recente voorbeelden op het snijvlak van ontwikkeling en stabiliteit betreffen de discussie over beschikbaarheid en betaalbaarheid van medicijnen voor o.m. bestrijding van HIV/Aids in ontwikkelingslanden (mede op initiatief van tweede ondergetekende ook door de Minister-President aan de orde gesteld tijdens zijn recente bezoek aan Zuid-Afrika), en de discussie over de toegang voor de minstontwikkelde landen tot de Europese markt ("Everything but arms"). Het AIV-voorstel tot "een begin van samenhang in beleidsvorming en -uitvoering tussen Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking en Defensie" heeft voorts een concrete vertaling gevonden in een coherente en geïntegreerde interdepartementale aanpak van het conflict tussen Ethiopië en Eritrea (financiering van het vredesproces, deelname aan UNMEE, afspraken over de ontwikkelingsrelatie). Ook de gezamenlijke reis van de Minister-President, de Minister van Defensie en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking was daar een uitwerking van.

Op ambtelijk niveau is sprake van interdepartementale afstemming van beleid in de Coördinatie Commissie en in de CORIA, terwijl voorts in frequent bijeenkomende 'taskforces' voor de belangrijkste conflictgebieden veiligheids- en ontwikkelingsaspecten op elkaar worden afgestemd.

Wij hechten er belang aan dat coherentie van beleid permanent aandacht krijgt en het inzicht verbetert in wat wel en wat niet werkt. Aan de hand van de groeiende ervaringen die wij met het coherentiebeleid opdoen zal op een later moment bepaald moeten worden of behoefte bestaat aan specifieke instrumenten, zoals de door de AIV bepleite coherentie-toets.

Met het pleidooi van de AIV voor voortgezette internationale, Europese en Nederlandse betrokkenheid bij Afrika en intensieve Nederlandse inzet in de multilaterale fora teneinde Afrika veiliger en stabieler te maken, wordt geheel ingestemd. Wat dat laatste betreft wordt uiteraard vooral ingezet op de Europese Unie en de Verenigde Naties. Het initiatief van eerste ondergetekende om conflicten in Afrika (waaronder het conflict in de Grote Meren regio) intensief in de Algemene Raad van de EU te behandelen en het initiatief tijdens het Nederlandse lidmaatschap van de VN Veiligheidsraad tot extra debatten over veiligheid en stabiliteit in Afrika (tijdens onze voorzitterschappen van de Raad respectievelijk onder leiding van de Minister-President, de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking) kunnen als recente voorbeelden worden genoemd. Overigens hebben ook andere multilaterale instellingen, zoals de Bretton Woods instituties en de Global Coalition for Africa direct of indirect een rol op dit terrein en ook daar speelt Nederland een actieve rol.

Dat steun aan verkiezingen meer moet zijn dan het waarnemen van verkiezingen, wordt geheel onderschreven en in de praktijk werd en wordt in diverse Afrikaanse landen ook veel bredere Nederlandse steun gegeven dan uitsluitend het financieren van verkiezingswaarnemers. Ook achten wij het van belang dat hulp in de tijd niet alleen beperkt is tot het moment van de verkiezingen zelf, maar ook in de voorafgaande periode beschikbaar is. Daaronder vallen onder meer steun aan logistiek en voorlichtingsactiviteiten. Wij zijn graag bereid nader te kijken naar mogelijke verbeteringen in de begeleiding van verkiezingssteun, in de evaluatie daarvan, en in de rapportage aan de Kamer.

Wij ondersteunen de door de AIV bepleite terughoudendheid t.a.v. directe financiële steun aan politieke partijen in Afrika. Sinds kort wordt wel een bijdrage gegeven aan het Institute for Multiparty Democracy, dat slechts met instemming van de betreffende regeringen steun verleent. De door de AIV voorgestelde steun aan de Internationale Parlementaire Unie ligt in de rede, maar wij geven ook steun aan andere organisaties die direct of indirect gericht zijn op versterking van parlementen in Afrika, zoals de Parlementarians for Global Action en de Global Coalition for Africa. Ook wordt steun gegeven aan het World Bank Institute dat parlementariërs uit ontwikkelingslanden onder meer schoolt in het "lezen" van begrotingen.

De in het verlengde hiervan door de AIV bepleite steun aan Security Sector Reform, mede als onderdeel van een versterking van de parlementaire democratie in Afrika, staat, als in het advies vermeld, inderdaad nog in de kinderschoenen. Wij hebben de AIV terzake om advies gevraagd en zijn voorts in contact met landen als het Verenigd Koninkrijk dat op dit gebied meer ervaring heeft opgedaan. Zorgvuldige afweging, met name in post-conflictsituaties, is hier een absoluut vereiste maar de noodzaak om de 'security sector' in al zijn geledingen in te bouwen in een transparant en deomcratisch systeem, met effectieve parlementaire controle staat buiten kijf.

Het belang van het terugdringen van lichte wapens in Afrika wordt geheel onderschreven, gezien de rol die deze wapens spelen in het aanwakkeren en bestendigen van conflicten op het continent. Nederland heeft dit in de Veiligheidsraad aan de orde gesteld en speelt thans wederom (ook in EU verband) een actieve rol bij de voorbereiding van de VN conferentie die over dit onderwerp in juli a.s. zal worden gehouden. Deze conferentie draagt een brede titel ("Conference on the illicit trade of small arms and light weapons in all its aspects") en zal daarom ook aan de aspecten die door de AIV worden genoemd (met inbegrip van munitie) aandacht besteden. De eerste ondergetekende was voorts 'trekker' van dit thema bij de eind 2000 gehouden ministeriële top tussen de EU en de SADC, waar nauwere samenwerking op dit terrein werd afgesproken. Ook is dit onderwerp aan de orde gesteld tijdens ons Voorzitterschap van de Veiligheidsraad in september 1999.

De aanbeveling, dat de opbrengsten van natuurlijke hulpbronnen zo eerlijk mogelijk onder de bevolking worden verdeeld, wordt uiteraard gedeeld. In feite vormt het de hoeksteen van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid, dat in de eerste plaats gericht is op armoedebestrijding. Wat dat betreft kan ook gewezen worden op het belang van de Poverty Reduction Strategy Papers (PRSP), die door ontwikkelingslanden zelf, met directe betrokkenheid van civil society, en onder auspiciën van de Wereldbank worden opgesteld. Deze PRSP's zijn immers primair gericht op de besteding van eigen middelen van ontwikkelingslanden.

Activiteiten die erop gericht zijn om de opbrengsten van specifieke natuurlijke rijkdommen (zoals bijvoorbeeld diamanten) niet te laten misbruiken voor de financiering van wapens en conflicten worden krachtig ondersteund.

Zo hebben wij uitdrukkelijk (ten dele ook financiële) steun verleend aan de VN-expertgroepen die op dit terrein o.m. onderzoek doen naar misbruik in Angola, de Democratische Republiek Kongo en Sierra Leone.

Nederland is voorts betrokken bij de voorbereidingen van een internationaal certificerings-systeem voor diamanten (o.a. door participatie in een recente door het Verenigd Koninkrijk belegde voorbereidingsbijeenkomst) en heeft de resolutie van de Algemene Vergadering terzake krachtig ondersteund.

Wij zijn graag bereid om het voorstel van de AIV om internationale en Afrikaanse inspanningen ter bestrijding van handel in hard drugs verder te steunen, nader te bezien. Het multilaterale raamwerk verdient daarbij als kanaal de voorkeur.

Wat de bevordering van de werkgelegenheid betreft en de impact die dat kan hebben op migratiepatronen kan verwezen worden naar het gestelde in de nota Ondernemen tegen Armoede die door de tweede ondergetekende en de Minister van Economische Zaken aan de Kamer is voorgelegd en waarover inmiddels een discussie heeft plaatsgevonden. Ook kan verwezen worden naar de brief aan de Tweede Kamer van

2 maart van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking over stedelijke armoedebestrijding n.a.v. de motie Dijksma.

Aids krijgt in het AIV advies terecht grote aandacht. De gevolgen van deze ziekte zijn of worden voor aanzienlijke delen van Afrika rampzalig. Internationaal is Nederland al vrijwel de grootse donor (met name via ondersteuning van organisaties als UNAIDS en UNFPA). Bilateraal is het beleid gericht op mainstreaming en opname van de aids-problematiek in de sectorale benadering die de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking toenemend kenmerkt. Aids-bestrijding betreft immers een veel breder terrein dan alleen dat van de gezondheidszorg. Ook op politiek niveau wordt de urgentie van dit onderwerp in het overleg met Afrikaanse landen aan de orde gesteld, zoals onlangs het geval is geweest in het overleg van de Minister-President met President Mbeki van Zuid-Afrika. Het belang van een brede aanpak, met aandacht voor zowel preventieve als curatieve activiteiten, is daar onderstreept. Als eerder gemeld heeft de Minister-President daar ook steun uitgesproken aan het Zuid-Afrikaanse streven om in zijn geneesmiddelenbeleid gebruik te maken van de ruimte die WTO/TRIP's bieden tot het maken van inbreuken op exclusieve rechten van patenthouders, in het belang van de volksgezondheid. Dit is uiteraard ook van belang voor de HIV/Aidsproblematiek. Ook hebben de vier Utstein-ministers bij hun gezamenlijke bezoek aan Tanzania AIDS tot en met het hoogste niveau besproken.

De door de AIV geconstateerde noodzaak om een actief en effectief beleid te voeren op het gebied van conflict- en geweldpreventie, en daarbij vooral ook aandacht te geven aan (gemarginaliseerde) jongeren wordt gedeeld. Onze inzet is van uiteenlopende aard : steun aan vredes-aktiviteiten (bijv. in Soedan) en aan wederopbouw (bijv. in Mozambique en Rwanda), steun aan jongerenprogramma's (bijv. in Zuid-Afrika), steun aan internationaal geleide vredesprocessen (zoals in de DRC, Soedan, Sierra Leone) en uiteraard de directe Nederlandse inzet in UNMEE.

Een belangrijk instrument vormt de voorbereiding en uitvoering van de DDR-programma's (Disarmament, Demobilisation and Reintegration programma's), waar Nederland bereid is zeer ruimhartig aan bij te dragen. Het heeft daarbij onze duidelijke voorkeur dat dergelijke programma's internationaal effectief worden gecoördineerd, bij voorkeur onder auspiciën van multilaterale organisaties als Wereldbank of UNDP. De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking heeft hiervoor nadrukkelijk de aandacht gevraagd tijdens het door haar voorgezeten open debat over dit onderwerp in de Veiligheidsraad in november 2000 en gezegd dat gebrek aan fondsen voor deze programma's nooit een hinderpaal zou mogen zijn.

Ook op dit vlak speelt schepping van werkgelegenheid, waarop hierboven werd ingegaan en waarvoor nogmaals ook naar de nota "Ondernemen tegen armoede' kan worden verwezen, een centrale rol.

Wij delen het oordeel van de AIV dat Nederland kan bijdragen aan verzoeningsprogramma's en daarbij de civil society moet betrekken en aandacht moet geven aan de speciale positie van vrouwen: als slachtoffers van conflicten en als sleutelpersonen in verzoeningsaktiviteiten. O.a. in Soedan hebben wij hier vorm aan gegeven en ook elders worden dit soort aktiviteiten gesteund. Nederland is overigens al de grootste donor van UNIFEM, waarnaar de AIV verwijst.

Op het vlak van bevordering van respect voor mensenrechten speelt Nederland een zeer actieve rol, ook voor wat betreft Afrika. Dat geldt zowel de beleidsdialoog als de ondersteuning van activiteiten, niet in de laatste plaats via versterking van NGO's in Afrika. Een notitie over mensenrechten is thans in voorbereiding. De door de AIV gesuggereerde financiële ondersteuning van de "African Commission on Human and Peoples Rights" wordt reeds verstrekt.

Het belang van een onafhankelijke rechterlijke macht en advokatuur wordt uiteraard door ons geheel gedeeld en in een aantal Afrikaanse landen biedt Nederland ondersteuning aan de opbouw van deze sector. Gegeven de sterk van Nederland afwijkende, vaak op Frans dan wel Engels voorbeeld gestoelde rechtssystemen in Afrika, zijn de mogelijkheden voor bilaterale hulp overigens aan zekere beperkingen onderhevig.

Het viel ons overigens op dat het minstens zo essentiële belang van onafhankelijke media in het advies niet aan de orde is gesteld.

Terecht stelt het advies vervolgens dat een effectief Nederlands beleid gericht op veiligheid en stabiliteit in Afrika, vooral vorm moet krijgen in multilaterale fora zoals de VN en de EU. Men mag immers de mogelijkheden van ons land om met eigen beleid - los van wat anderen doen - vrede en stabiliteit op beslissende wijze te bevorderen, niet overschatten. Wij moeten het juist hebben van samenwerking met anderen. Nu ons lidmaatschap van de Veiligheidsraad (waarbij Afrika zeer veel aandacht kreeg) achter ons ligt, zal in de komende tijd de primaire Nederlandse inbreng mogelijk meer op de EU liggen, al zal ook met de leden van de Veiligheidsraad intensief contact worden onderhouden. De EU-Afrika samenwerking zal dit jaar nader reliëf krijgen via een ministeriële bijeenkomst als follow-up van de Cairo Topconferentie van vorig jaar. Daar zal ook het thema veiligheid en stabiliteit een van de hoofdonderwerpen vormen. Onze inzet is, o.a. via discussies in de Algemene Raad en de Ontwikkelingsraad, om de EU inzet werkelijk effectief te maken en niet te belemmeren door bureaucratie en onnodig tegengestelde agenda's.

Buiten deze fora wordt, zoals ook door de AIV voorgestaan, getracht om met gelijkgezinde landen samen te werken in coalities en consortia, dikwijls als opstap tot bredere overeenstemming binnen EU of VN. Een gelijkgezindenoverleg, zoals bijv. in het kader van Utstein, heeft op dit punt zijn vruchten reeds meerdere keren afgeworpen. Ook het Strategic Partnership with Africa speelt in dit verband een belangrijke rol aangezien in dat kader onder meer wordt ingegaan op Public Expenditure Reviews, met inbegrip van de monitoring van defensie-uitgaven..

De door de AIV bepleite voortzetting van steun aan Afrikaanse regionale initiatieven op het gebied van veiligheid en stabiliteit wordt door ons gedeeld en in de praktijk uitgevoerd. Voorbeelden zijn de steun aan ECOMOG en een aantal ECOMOG-lidstaten, de activiteiten in SADC-verband, de ondersteuning van het IGAD-secretariaat, de ondersteuning van de bemiddelingsrol van ex-President Mandela in Burundi en ex-President Masire in de DRC, de bijdragen aan de OAE (o.a. op het gebied van conflictpreventie), en de directe Nederlandse training van Afrikaanse militaire waarnemers.

Of de gedachten en ideeën die ten grondslag liggen aan de OVSE ingang zouden moeten vinden in de politieke discussie in Afrika, zoals de AIV voorstelt, zal nader moeten worden bestudeerd. De uitgangspunten en omstandigheden in Europa (gedurende en na de Koude Oorlog) en Afrika zijn immers zeer verschillend en met name de voor Afrika

zo cruciale coherentie tussen politiek beleid en economisch beleid is binnen de OVSE nog zwak ontwikkeld. Het lijkt op dit moment van belang eerst autonome Afrikaanse voorstellen af te wachten, waaronder het voorstel van enkele Afrikaanse leiders voor het "Millennium Programme for the Recovery of Africa" en de plannen, onder auspiciën van de OAE, voor een Afrikaanse Unie. Beiden zullen nog dit jaar uitgebreid aandacht vragen.

Het afsluitende advies van de AIV om, conform de voorstellen van de Secretaris-Generaal van de VN, vijftig procent van de hulp aan Afrika te besteden is en wordt (zie ook de Afrika-notitie) door Nederland onderschreven. We zitten er inmiddels redelijk dicht tegenaan, maar zijn daarbij mede afhankelijk van een breed politiek en maatschappelijk draagvlak om deze prioriteit (die per definitie minder nadruk op andere werelddelen impliceert) ook daadwerkelijk te realiseren.

De Minister van Buitenlandse Zaken a.i. De Minister voor

Ontwikkelingssamenwerking

Kenmerk
150/01
Blad /1

===

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie