Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Inflatie loopt in februari op naar 4,5 procent

Datum nieuwsfeit: 09-03-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek
Zoek soortgelijke berichten
CBS

Inflatie loopt in februari op naar 4,5 procent

De inflatie is in februari verder toegenomen. De consumentenprijzen waren in februari van dit jaar gemiddeld 4,5 procent hoger dan in februari 2000. Vorige maand was het inflatiecijfer nog 4,2 procent. Dit blijkt uit het consumentenprijsindexcijfer van het CBS. De prijsstijgingen werden in een groot aantal artikelgroepen gemeten. Het volgens de Europese geharmoniseerde methode gemeten cijfer is in februari met 0,4 procentpunt opgelopen tot 4,9 procent. In januari had Nederland binnen de Europese Unie het hoogste inflatiecijfer.

Inflatie overtreft recordniveau van vorige maand
De inflatie is in februari uitgekomen op 4,5 procent. In januari werd nog 4,2 procent gemeten. De nieuwste uitkomst is de hoogste sinds december 1991. De opbouw van de inflatie is de afgelopen maanden drastisch gewijzigd. Gedurende het jaar 2000 werd de inflatie in belangrijke mate veroorzaakt door de ontwikkeling van de prijzen van energieproducten. De forse prijsstijging van autobrandstoffen, gas en elektriciteit bepaalde langere tijd ongeveer de helft van de inflatie. De energieprijzen stegen in 2000 door de hoge prijzen van ruwe aardolie op de wereldmarkt en door de toename van heffingen zoals de Ecotaks en accijnzen. Andere artikelen kenden slechts een gematigde prijsontwikkeling. De inflatie werd in 2000 gedrukt door het effect van de afschaffing van de omroepbijdrage. In de laatste maanden dragen steeds meer andere factoren bij aan het hoge inflatiecijfer. De stijging van het algemene BTW-tarief van 17,5 naar 19 procent veroorzaakte per januari 2001 een prijsstijging van ruim 0,5 procent. De gevolgen van deze BTW-stijging zullen tot december in het inflatiecijfer tot uitdrukking komen. De artikelen die onder dit tarief vallen, uitgezonderd energieproducten, zijn in februari gemiddeld 3,9 procent duurder dan een jaar eerder. In januari was dat nog 3,3 procent. Het lage BTW-tarief van 6 procent is in januari niet veranderd. Desondanks stijgen artikelen die onder het lage BTW-tarief vallen de laatste maanden sterk in prijs. In februari zijn deze artikelen gemiddeld 4,8 procent duurder dan een jaar eerder. Het gaat hierbij vooral om

voedingsmiddelen. De gevolgen voor het inflatiecijfer van de prijsverhogingen in 2001 worden versterkt doordat in het begin van 2000 de prijzen juist daalden ten gevolge van een toen optredende prijzenoorlog tussen supermarktketens. Een deel van het effect van voedingsmiddelen betreft de prijsontwikkeling van aardappelen en verse groenten. Deze waren in de eerste maanden van 2000 vrij goedkoop. Hierdoor werd de inflatie begin 2000 gedrukt, maar wordt de inflatie in 2001 weer omhoog geduwd. De directe invloed op het inflatiecijfer van de prijsstijging van autobrandstoffen is grotendeels uitgewerkt. In juni 2000 was de invloed maximaal, toen autobrandstoffen 24 procent duurder waren dan een jaar eerder. Dat cijfer is voor februari 2001 gezakt naar 5,5 procent. Afgezien van de toename van accijns en BTW zijn autobrandstoffen in februari 3,7 procent duurder dan vorig jaar. De prijsstijgingen van gas en elektriciteit dragen nog wel onverminderd bij aan de inflatie. Omdat deze tarieven vertraagd worden aangepast aan de prijsontwikkelingen op de wereldmarkt, heeft de prijsdaling van ruwe olie vanaf het najaar van 2000 hierop nog geen effect gehad. Het CBS signaleert dat een deel van de toegenomen inflatie niet aan de hiervoor genoemde factoren is toe te rekenen. Een mogelijke oorzaak is een naijleffect van de BTW-verhoging. Dit kan optreden wanneer winkeliers hun prijzen in januari nog niet aan het nieuwe BTW-tarief hadden aangepast, maar dat in februari alsnog hebben gedaan. Een andere mogelijke oorzaak is, dat de in het afgelopen jaar sterk gestegen energiekosten door bedrijven met vertraging in de prijs van consumentenproducten worden doorgegeven.

Prijzen stijgen in februari met 0,7 procent
Tussen januari en februari 2001 zijn de consumentenprijzen gemiddeld 0,7 procent gestegen. De grootste prijsstijging werd gemeten bij kleding en schoeisel; dat is gebruikelijk voor de tijd van het jaar. Ook tabak en tabaksproducten waren deze maand flink duurder door een verhoging van zowel de kale prijs als de accijns. Voedingsmiddelen werden in februari gemiddeld 0,6 procent duurder. Vlees werd deze maand 0,7 procent duurder en kost nu in de winkel 6,3 procent meer dan vorig jaar. Zuivelproducten gingen 2 procent in prijs omhoog. Verder werden prijsverhogingen gemeten bij meubelen, stoffering en huishoudelijke apparaten en bij autobrandstoffen. Lichtpunten voor de consument waren iets lagere prijzen voor verse groenten en een lagere koffieprijs.

Nederlandse inflatie hoogste in Europa
Het CBS stelt niet alleen de nationale consumentenprijsindex samen, maar ook de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex voor

Nederland. Deze index maakt deel uit van het inflatiecijfer van de Eurozone dat een officieel richtsnoer vormt voor het monetair beleid van de Europese Centrale Bank. In februari 2001 is de inflatie volgens deze Europese maatstaf voor Nederland opgelopen tot 4,9 procent. In januari 2001 was de inflatie in Nederland volgens de Europese maatstaf nog 4,5 procent. Daarmee had Nederland binnen de Europese Unie het hoogste inflatiecijfer. In de Eurozone was de inflatie in januari gemiddeld 2,4 procent. De uitkomsten over februari voor de Eurozone en voor alle landen van de Europese Unie worden op 16 maart door Eurostat gepubliceerd.

Afgeleide consumentenprijsindex
De afgeleide index voor werknemersgezinnen met een laag inkomen lag in februari gemiddeld 3,5 procent hoger dan in februari 2000. Vorige maand was dit cijfer nog 3,2 procent. Deze index wordt vaak gebruikt voor het aanpassen van overheidstarieven, CAO's en andere contracten.

Technische toelichting
De uitkomsten van de consumentenprijsindex over februari zijn nog voorlopig. Enkele onderdelen van de CPI kunnen nog worden herzien, in het bijzonder gegevens over gemeentelijke en andere lokale heffingen, welke in veel gemeenten nog niet definitief zijn vastgesteld en die samenhangen met de hertaxatie van woningen in het kader van de WOZ. De uitkomsten over gas en elektriciteit voor januari 2001 zijn iets bijgesteld in verband met later binnengekomen informatie. Deze bijstelling heeft geen invloed op de totaaluitkomsten. Overigens zijn de energietarieven met ingang van januari nog niet definitief vastgesteld. De inflatie in Nederland wordt gemeten als de stijging van de consumentenprijsindex ten opzichte van de overeenkomstige periode in het voorgaande jaar. De consumentenprijsindex geeft het prijsverloop weer van een pakket goederen en diensten, zoals dit in 1995 gemiddeld werd aangeschaft door huishoudens in Nederland. De gemiddelde prijsverandering heeft betrekking op het consumptiepakket van alle huishoudens. De geharmoniseerde indices dienen speciaal voor het vergelijken van de inflatie tussen de lidstaten van de Europese Unie. Zie hiervoor ook de persmededeling 'Geharmoniseerde Index van Consumentenprijzen' van 7 maart 1997. De consumentenprijsindex voor de monetaire unie (EURO-12, CPIMU) geeft de gemiddelde prijsontwikkeling weer in de landen die deelnemen aan de Economische en Monetaire Unie, ofwel de Eurozone. Tot december 2000 waren dat 11 lidstaten. Vanaf januari 2001 heeft de CPIMU betrekking op de Eurozone inclusief het nieuw toegetreden Griekenland. De EU-15 geeft de gemiddelde prijsontwikkeling weer van de 15 lidstaten van de Europese Unie. Het belangrijkste verschil tussen de geharmoniseerde index en de nationale consumentenprijsindex betreft de consumptiepakketten waarop zij betrekking hebben. Wonen in een eigen huis (huurwaarde), consumptiegebonden belastingen (onroerendezaakbelasting, motorrijtuigenbelasting e.d.) en contributies aan sportverenigingen, maatschappelijke organisaties e.d. worden bijvoorbeeld wel meegenomen in de nationale index, maar niet in de geharmoniseerde. Anderzijds is bij de geharmoniseerde index een groter deel van de kosten van de gezondheidszorg inbegrepen dan in de nationale index. Een ander verschil tussen beide indices is dat in de nationale index de prijsstijgingen van de particuliere consumptie van Nederlanders in het buitenland wordt meegenomen. Daarentegen weegt in de geharmoniseerde index de particuliere consumptie van buitenlanders in Nederland mee. De dekking van de geharmoniseerde index is zowel per januari 2000 als per januari 2001 uitgebreid. Deze uitbreidingen zijn toegelicht in de persberichten van 11 februari 2000 en van 9 februari 2001. De uitbreiding van de dekking heeft in februari 2001 geleid tot een iets lagere uitkomst. Volgens de in 2000 gehanteerde methode zou de februariuitkomst 0,1 procentpunt hoger uitkomen en de inflatie volgens de HICP zou op 5,0 procent zijn uitgekomen.

In de afgeleide consumentenprijsindices van het CBS is het effect van veranderingen in de tarieven van de productgebonden belastingen en subsidies en van de consumptiegebonden belastingen uit de prijsontwikkeling geëlimineerd. De consumentenprijsindex voor werknemersgezinnen met een laag inkomen is gebaseerd op het pakket goederen en diensten dat in 1995 werd aangeschaft door werknemersgezinnen met een bruto gezinsinkomen beneden de mediaan van de inkomensverdeling van de werknemersgezinnen. De afgeleide reeks voor werknemersgezinnen met een laag inkomen wordt op dit moment vaak gebruikt voor het aanpassen van overheidstarieven, CAO's en andere contracten.

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie