Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag Europese interne markt raad consumenten en toerisme

Datum nieuwsfeit: 12-03-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
European Union

2336. Raad - INTERNE MARKT- CONSUMENTEN EN TOERISME Press Release: Brussels (12-03-2001) - Press: 103 - Nr: 6926/01


6926/01 (Presse 103)

(OR. en)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2336e zitting van de Raad


- INTERNE MARKT, CONSUMENTENZAKEN EN TOERISME -

Brussel, 12 maart 2001

Voorzitters:

de heer Leif PAGROTSKY

Minister, bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, belast met Handel

mevrouw Britta LEJON

Minister, bij het ministerie van Justitie, belast met Democratische Aangelegenheden en Consumentenzaken

van het Koninkrijk Zweden

INHOUD

DEELNEMERS

*

BESPROKEN PUNTEN

DE EUROPESE RAAD VAN STOCKHOLM, 23 EN 24 MAART 2001 -

INTERNEMARKTASPECTEN - OPENBAAR DEBAT

*


-
Het economische hervormingsproces van Cardiff - conclusies *
-
Strategie van de Commissie voor het opheffen van belemmeringen voor de handel in diensten *

-
Mededeling van de Commissie betreffende de vereenvoudiging van de regelgeving *

-
Mededeling van de Commissie over nieuwe Europese arbeidsmarkten *

GEMEENSCHAPSOCTROOI

*

EEN STRATEGIE VOOR DE DOUANE-UNIE - MEDEDELING VAN DE COMMISSIE


*

VERKOOP OP AFSTAND VAN FINANCIËLE DIENSTEN AAN CONSUMENTEN -

CONCLUSIES VAN HET VOORZITTERSCHAP

*

DE EUROPESE VOEDSELAUTORITEIT

*

ETIKETTERING EN TRACEERBAARHEID VAN GENETISCH GEMODIFICEERDE

ORGANISMEN (GGO'S) EN TRACEERBAARHEID VAN VOEDSEL EN VOEDERS AFKOMSTIG

VAN GENETISCH GEMODIFICEERDE ORGANISMEN

*

INTEGRATIE VAN MILIEUBESCHERMING EN DUURZAME ONTWIKKELING IN HET

INTERNE MARKTBELEID

*

GROENBOEK OVER HET GEÏNTEGREERD PRODUCTBELEID

*

ACTIEPLAN e-EUROPA

*

WITBOEK VOOR EEN STRATEGIE VOOR EEN TOEKOMSTIG BELEID VOOR CHEMISCHE

STOFFEN - INTERNEMARKT- EN CONSUMENTENASPECTEN

*

DIVERSEN

*

ZONDER DEBAT AANGENOMEN PUNTEN

INTERNE MARKT

*


-
Beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (stoffen die als kankerverwekkend, mutageen of vergiftig voor de voortplanting zijn ingedeeld) *



Voor meer informatie: tel. 02 285 60 83, 02 285 81 11

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:

Mevrouw Annemie NEYTS-UYTTENBROECK

Staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken

Denemarken
:

de heer Ole STAVAD

Minister van Handel en Industrie

Duitsland:

De heer Axel GERLACH

Staatssecretaris, ministerie van Economische Zaken en Technologie

De heer Alexander MÜLLER

Staatssecretaris, ministerie van Consumentenbescherming, Voedselvoorziening en Landbouw

Griekenland
:

De heer Christos PACHTAS

Staatssecretaris van Economische Zaken

Mevrouw Milena APOSTOLAKI

Staatssecretaris van Ontwikkeling

Spanje
:

De heer Ramón DE MIGUEL Y EGEA

Staatssecretaris van Europese Zaken

Frankrijk
:

De heer Philippe ETIENNE

Plaatsvervangend Permanent Vertegenwoordiger

Ierland
:

De heer Tom KITT

Onderminister van Werkgelegenheid, Consumentenbescherming en Internationale Handel (ministerie van Ondernemingen, Handel en Werkgelegenheid)

Italië
:

De heer Gianni MATTIOLI

Minister, bevoegd voor communautair beleid

De heer Stefano PASSIGLI

Staatssecretaris van Industrie, Handel en Ambacht, en Consumentenzaken

Luxemburg
:

De heer Henri GRETHEN

Minister van Economische Zaken

Nederland
:

Mevrouw Annemarie JORRITSMA-LEBBINK

Vice-minister-president en minister van Economische Zaken

Oostenrijk
:

Mevrouw Mares ROSSMANN

Staatssecretaris van Economische Zaken en Arbeid

Portugal
:

Mevrouw Teresa MOURA

Staatssecretaris van Europese Zaken

De heer Acácio BARREIROS

Staatssecretaris van Consumentenbescherming

Finland
:

De heer Kimmo SASI

Minister van Buitenlandse Handel en Europese Aangelegenheden

Zweden:

De heer Leif PAGROTSKY

Mevrouw Britta LEJON

De heer Sven-Eric SÖDER

De heer Hans-Eric HOLMQVIST

Minister, bij het ministerie van Buitenlandse zaken, belast met Handel

Minister, bij het ministerie van Justitie, belast met Democratische Aangelegenheden en Consumentenzaken

Staatssecretaris, bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, belast met Noordse zaken

Staatssecretaris bij het ministerie van Justitie

Verenigd Koninkrijk
:

De heer Kim HOWELLS

Staatssecretaris bij het ministerie van Handel en Industrie, belast met Mededinging en Consumentenzaken


* * *

Commissie
:

De heer Frits BOLKESTEIN

De heer David BYRNE

De heer Erkki LIIKANEN

Lid

Lid

Lid

DE EUROPESE RAAD VAN STOCKHOLM, 23 EN 24 MAART 2001 -

INTERNEMARKTASPECTEN - OPENBAAR DEBAT


-
Het economische hervormingsproces van Cardiff - conclusies Voordat het openbaar debat werd geopend, heeft de Raad de volgende conclusies aangenomen:
"In het kader van het nieuw strategisch doel van de Europese Unie dat de Europese Raad van Lissabon heeft vastgesteld en de toetsing van de desbetreffende vorderingen door de komende Europese Raad van Stockholm;
Rekening houdend met de uitvoering van de internemarktaspecten van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van 2000; Verwijzend naar de komende toetsing en actualisering van de strategie voor de interne markt van de Commissie; Voortbouwend op de analyse van de jaarlijkse rapporten van de lidstaten en de Commissie over de werking van de product- en kapitaalmarkten in het kader van het proces van Cardiff; Ter nadere uitwerking van zijn bijdrage van 31 januari betreffende kernvraagstukken voor de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van 2001 op het gebied van de interne markt; Benadrukkend dat overwegingen van milieubescherming en duurzame ontwikkeling moeten worden geïntegreerd in het internemarktbeleid en opnieuw zijn voornemen bevestigend een strategie voor die integratie uit te zetten ten behoeve van de Europese Raad van Gotenburg;
HEEFT DE RAAD DE VOLGENDE CONCLUSIES AANGENOMEN:


1. Overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Lissabon, neemt de Raad Interne Markt, Consumentenzaken en Toerisme deze conclusies aan; zij vormen het praktische resultaat van zijn analyse van de hem ter beschikking staande gegevens over de economische hervorming.

De voordelen van de economische hervorming voor burgers/consumenten waarborgen

2. De Raad Interne Markt, Consumentenzaken en Toerisme hecht er met name belang aan dat de economische hervorming tastbare voordelen oplevert voor de burger, in de vorm van een betere toegang tot een breed scala aan producten die veilig, van hoge kwaliteit en scherp geprijsd zijn. Een effectbeoordeling van de tot dusverre verwezenlijkte doelstellingen van de Europese Raad zou nuttig zijn om de burger/consument en het bedrijfsleven in de EU van de voordelen van de economische hervorming te overtuigen. De Commissie wordt verzocht hiertoe een eerste verslag in te dienen tegen de Europese Raad van voorjaar 2002.


3. Er zijn concrete maatregelen nodig om de consument meer vertrouwen te geven in goederen en diensten en in de werking van de markten. De consumenten moeten toegang krijgen tot betere, betrouwbare informatie zodat zij makkelijker een rationele keuze kunnen maken. De consumenten moeten systematischer informatie krijgen, waarbij vaker gebruik wordt gemaakt van gemakkelijk te herkennen contactpunten waar een antwoord wordt gegeven op consumentenvragen. In dat verband dient het gebruik van het internet te worden bevorderd. Er moet worden gezorgd voor brede informele raadplegingsprocedures, bijvoorbeeld passende vertegenwoordiging van consumenten en dialoog met de economische actoren op nationaal en Gemeenschapsniveau, opdat de regelgeving transparant en werkbaar wordt. Rechtsmiddelen moeten eenvoudig, betaalbaar en toegankelijk zijn en er moet beter gebruik worden gemaakt van alternatieve geschillenbeslechtingsregelingen zoals het EB-net. Voor zeer gevoelige gebieden van de productveiligheid, zoals voedselveiligheid, zijn specifieke doelgerichte beleidsinterventies nodig, met duidelijke doelstellingen en operationele elementen. De Raad bevestigt een hoge prioriteit toe te kennen aan een spoedig akkoord over het voorstel voor een verordening tot vastlegging van de algemene beginselen en vereisten van de levensmiddelenwetgeving en tot oprichting van de Europese Voedselautoriteit.


4. Om te verzekeren dat de burger baat heeft bij de economische hervorming dienen de prijsontwikkelingen op de markten voor producten en diensten stelselmatig in het oog te worden gehouden en moeten de structurele ontwikkelingen die van invloed zijn op de concurrentiekracht van de markten worden geanalyseerd. De Commissie wordt verzocht op gezette tijden prijsvergelijkingen te blijven publiceren, zodat er duidelijke, vergelijkbare jaarlijkse gegevens over prijsontwikkelingen en prijsspreiding beschikbaar zijn.


5. Het openstellen van markten voor concurrentie moet de consumenten ten goede komen door hun een ruimere keuze te bieden aan goederen en diensten die veilig, van goede kwaliteit en scherp geprijsd zijn, terwijl de verlening van diensten van algemeen economisch belang gewaarborgd blijft. De Commissie wordt verzocht analyse-instrumenten te ontwikkelen, meer bepaald met betrekking tot factoren, waaronder prijsontwikkelingen, die bepalend zijn voor de mededingingssituatie in sleutelsectoren van de markt, met name barrières voor het betreden en verlaten van de markt, toegang tot infrastructuur (inclusief interconnectie en interoperabiliteit van netwerken), misbruik van machtsposities en het verstrekken van eerlijke en betrouwbare informatie aan consumenten. De resultaten van deze analyse moeten regelmatig worden medegedeeld.


6. Volledige uitvoering van alle internemarktwetgeving is een juridische verplichting voor alle lidstaten en een voorwaarde voor een goede werking van de interne markt. Hoewel er de jongste jaren vorderingen in die richting zijn gemaakt, moet er beter worden gepresteerd en moet de achterstand bij de omzetting volledig worden weggewerkt. Zolang die doelstelling niet is bereikt, kunnen het bedrijfsleven noch de consumenten ten volle profiteren van de voordelen van de interne markt. De lidstaten moeten zich meer inzetten voor een volledige en tijdige omzetting van aangenomen Gemeenschapswetgeving en nationale strategieën, inclusief tijdschema's, indienen om de achterstand in te lopen. Vóór de Europese Raad van voorjaar 2002 moeten de vorderingen volledig worden getoetst, waarbij wordt voortgebouwd op het permanente toezicht van de Commissie, die voor de lidstaten in haar internemarktstrategie als tussentijdse doelstelling een omzettingsachterstand van 1,5% aangeeft. De Commissie wordt ook verzocht de toepassing en handhaving van de communautaire wetgeving intensief te blijven bewaken, ook door een prompte en doeltreffende vervolging van inbreuken. Ter verbetering van de handhaving moeten ook maatregelen voor een coherent en meer efficiënt markttoezicht worden ontwikkeld.


7 Duurzame ontwikkeling vereist dat rekening wordt gehouden met de milieuaspecten van economische groei, alsmede met de economische en de sociale dimensie van marktprestaties en de verbetering van de kwaliteit van het bestaan van de burgers. De Raad zal, zoals de Europese Raad van Helsinki had gevraagd, een strategie inzake de integratie van milieubescherming en duurzame ontwikkeling in het internemarktbeleid voorleggen aan de Europese Raad van Gotenburg in juni.

Bevordering van ondernemerschap en overgang naar een kenniseconomie


8. De Raad Interne Markt, Consumentenzaken en Toerisme benadrukt dat voortgaande economische hervormingen nodig zijn om ondernemerschap en innovatieve bedrijfsontwikkeling meer kansen te geven, onder andere met behulp van de kennismaatschappij.
9. De bevordering van innovatie en ondernemerschap vraagt om verbetering van het wettelijk kader, vooral op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten, overeenkomstig het door de Europese Raad van Lissabon vastgestelde tijdschema.
10. De administratieve lasten en de veelheid van regels waaronder het bedrijfsleven en met name het midden- en kleinbedrijf gebukt gaat, moeten verder worden teruggeschroefd, zowel op communautair als op nationaal niveau. De Raad zal een hoge prioriteit geven aan het Commissieverslag over de ontwikkeling, in samenwerking met alle betreffende instanties, van een kader voor gecoördineerde actie ter vereenvoudiging en verbetering van de regelgeving teneinde het bedrijfsleven minder te belasten. Hiertoe behoren ook een stelselmatig gebruik van hoogwaardige beoordelingen van het effect van een en ander op het bedrijfsleven, en een betere benutting van de informatietechnologie. Er moet worden gedacht aan bepalingen inzake het toetsen van de regelgeving in nieuwe communautaire wetgevingsvoorstellen en in voorkomend geval aan alternatieven voor regelgeving.

11. Reële verbeteringen in het financieringsklimaat, in het bijzonder voor het midden- en kleinbedrijf, zijn geboden, onder meer via een volledige uitvoering van het actieplan risicokapitaal tegen 2003 en het actieplan financiële diensten tegen uiterlijk 2005. Richtsnoeren van de Commissie aangaande overheidssteun voor risicokapitaal kunnen substantieel bijdragen tot de verbetering van het financieringsklimaat voor het MKB en ondernemingen op het gebied van nieuwe technologie.
12. Op communautair en nationaal niveau moeten verspreiding en gebruik van informatietechnologie actief gestimuleerd worden zodat een dynamische en ondernemingsgezinde maatschappij de aldus geboden kansen qua kostenbesparing, efficiency, geslaagde innovatie en marktpenetratie optimaal kan benutten. Een ander doel moet zijn de burgers de vaardigheden te verschaffen waardoor zij kunnen profiteren van informatietechnologie.
13. Het is van wezenlijk belang dat concrete actie wordt ondernomen om de verspreiding van wetenschappelijke en technische informatie te verbeteren, zodat Europa maximaal van zijn onderzoeksinspanningen kan profiteren. De samenwerking tussen onderzoeksinstellingen en het Europese bedrijfsleven moet worden geïntensiveerd, bijvoorbeeld via netwerken met wetenschapsparken en kenniscentra voor onderzoek en technologie en door bevordering van de mobiliteit van onderzoekers.

14. De Raad onderstreept het belang van geavanceerde technologieën voor het versterken van het concurrentievermogen van de Europese economie. Hij wijst met name op de behoefte aan ontwikkeling van de interne markt voor goederen en diensten, onder meer goederen en diensten die op biotechnologie gebaseerd zijn, waarvoor in specifieke gevallen overeenkomstig het Gemeenschapsrecht vergunningen vereist zijn, ten behoeve van de menselijke gezondheid en het milieu, en om het potentieel van deze sleutelsector qua innovatie, ondernemerschap, groei en werkgelegenheid te benutten. Hiervoor is een samenhangend en doelgericht wetgevingskader vereist. Bij het exploiteren van biotechnologie moet steeds rekening worden gehouden met het voorzorgsbeginsel en met de noodzaak de steun van de consument te winnen door de ongerustheid bij het publiek weg te nemen via een breed debat over de vraag hoe fundamentele waarden optimaal te respecteren en ethische en sociale bezwaren te ondervangen zijn.
15. Er moet dringend uitvoering worden gegeven aan het actieplan e-Europe 2002 om de toegang tot en het vertrouwen in de elektronische handel en andere toepassingen van nieuwe technologieën te bevorderen, onder meer door maatregelen met het oog op internetbeveiliging en gegevensbescherming. De lidstaten moeten zich er opnieuw toe verbinden de aspecten waarvoor zij bevoegd zijn, tijdig uit te voeren. Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan het overbruggen van de digitale kloof.

Concurrentiebevordering met het oog op een geïntegreerde interne markt


16. Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt met het wegnemen van belemmeringen voor gezonde concurrentie op de interne markt. Toch worden door ondernemingen nog steeds tal van problemen gesignaleerd. De Raad erkent dan ook dat hieraan nog een en ander moet worden gedaan.

17. Verbetering van de interne markt voor diensten is een wezenlijke strategische uitdaging voor de Gemeenschap. Er moet meer mededinging komen in de dienstensector door onder meer barrières voor grensoverschrijdende handel en markttoegang te slechten, onder meer via verbeterde voorwaarden voor de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties. De Raad steunt de brede aanpak die geschetst wordt in de mededeling van de Commissie over een internemarktstrategie voor de dienstensector ( 1) en het voornemen van de Commissie om de lidstaten te raadplegen over hun prioriteiten.

18. De Raad beklemtoont ook het belang van meer arbeidsmobiliteit in de interne markt en ziet uit naar de mededeling van de Commissie over nieuwe arbeidsmarkten, die aan de Europese Raad van Stockholm zal worden voorgelegd. Hij is ook ingenomen met het voornemen van de Commissie om een task-force op hoog niveau Vaardigheden en mobiliteit op te richten.

19. Er moet meer werk worden gemaakt van het wegnemen van de overblijvende technische handelsbelemmeringen, onder meer door beter gebruik te maken van Europese normalisatie en door een effectiever toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning met behulp van coherente procedures voor
overeenstemmingsbeoordeling en markttoezicht. Er moet aanzienlijke vooruitgang worden geboekt in de follow-up van de resolutie van de Raad over normalisatie, met name via concrete maatregelen ter aanvulling van het wetgevingskader, met het oog op de goede werking van de interne markt in de sector bouwmaterialen. Voorts moet de normalisatie in het bijzonder in de machinebouwsector worden verbeterd. Bij de ontwikkeling van normen zou ook een niet aflatende aandacht voor een brede raadpleging van eindgebruikers nuttig zijn. De Raad hoopt op een spoedige reactie van de Commissie op de resoluties van de Raad over normalisatie en wederzijdse erkenning.
De Commissie en de lidstaten moeten het netwerk van coördinatiecentra en nationale contactpunten verder ontwikkelen zodat deze een belangrijker rol kunnen spelen bij het verminderen en wegnemen van technische belemmeringen.

20. De liberalisering, modernisering en onderlinge aansluiting van de nutsbedrijven vragen om een grotere inzet - met inachtneming van de functie die diensten van algemeen economisch belang vervullen - en om toetsing en bijstellingen van de bestaande doelstellingen en tijdschema's in het licht van de tot dusverre opgedane ervaring. Hoofddoel blijven verdere reële voordelen voor de consument en kansen voor de ondernemingen in elk van de betrokken sectoren, zoals gas en elektriciteit, posterijen en vervoer, in overeenstemming met de conclusies van Lissabon en met inachtneming van de ontwikkelingen die zich sindsdien onder meer op vervoersgebied hebben voorgedaan. Dat proces moet worden ondersteund door een grondige analyse van de voornaamste kenmerken van de betrokken diensten: onder meer prijs, veiligheid, toegankelijkheid, kwaliteit en interoperabiliteit. Het op gezette tijden publiceren van gegevens over deze onderwerpen zou sterk bijdragen tot de transparantie die nodig is om de consument in staat te stellen gefundeerde keuzes te maken en om effectieve concurrentie mogelijk te maken.

21. Moderne mededingingsregels, toegepast door actieve, onafhankelijke mededingingsautoriteiten, moeten ervoor zorgen dat met meer succes tegen marktverstoringen kan worden opgetreden. De Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten moeten samenwerken om doeltreffende mededingingsregels te ontwikkelen en te handhaven, met name in de markten voor nieuwe technologie. Actualisering van de regels voor de uitvoering van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag is een prioriteit. De groepsvrijstelling voor groepen afzet- en klantenserviceovereenkomsten inzake motorvoertuigen verstrijkt eind september 2002. De Raad ziet uit naar de komende evaluatie van deze regeling door de Commissie en naar de voorstellen ter verbetering van de interne markt in deze sleutelsector.

22. Staatssteun, met name in de vorm van ad hoc-maatregelen, moet worden teruggedrongen en omgebogen naar horizontale doeleinden van gemeenschappelijk belang, zoals regionale ontwikkeling, milieubescherming, onderzoek en ontwikkeling en innovatie. De Commissie wordt aangemoedigd om daartoe geregeld informatie te verstrekken in de vorm van twee nieuwe transparantie-instrumenten
- het register voor staatssteun en het scorebord - en tevens een studie te maken van het verstorende effect van de diverse soorten staatssteun op de mededinging in de interne markt.
23. Alle lidstaten moeten overgaan tot een tijdige, correcte en eenvormige toepassing van de bestaande regels inzake overheidsopdrachten. Er moet in de Raad en met het Europees Parlement dringend overeenstemming worden bereikt over het pakket wetgevende maatregelen inzake overheidsopdrachten, zodat de door de Europese Raad van Lissabon gestelde termijn kan worden gehaald: de nieuwe regels moeten in 2002 van kracht worden, en in 2003 moeten (communautaire) overheidsopdrachten on-line kunnen worden aanbesteed. Overeenstemming over het wetgevingspakket zal ondersteund worden door de komende mededelingen van de Commissie over sociale en milieuoverwegingen bij de gunning van overheidsopdrachten. De Raad moedigt de Commissie aan haar werkzaamheden inzake het faciliteren van betreding van de markt voor overheidsopdrachten door het MKB voort te zetten.

Uitbreiding en de externe dimensie van de economische hervormingen


24. De toekomstige werking van de interne markt zal afhangen van de succesvolle integratie van de landen die achtereenvolgens zullen toetreden tot de Unie. Het economische hervormingsproces in de interne markt moet dan ook worden gezien in het bredere verband van de uitbreiding en de ontwikkelingen in de wereldeconomie.


25. Om de overname en daadwerkelijke uitvoering van het acquis door de landen die om toetreding hebben verzocht in de hand te werken, moeten de pretoetredingsstrategieën doelgerichter worden gebruikt. Dat betekent o.a. intensivering van de bestuurlijke samenwerking in internemarktaangelegenheden, onder meer door jumelageregelingen. De landen die om toetreding hebben verzocht moeten worden aangemoedigd om voor het toezicht op de overname van de regels en praktijken betreffende de interne markt vrijwillige toepassing te overwegen van zelfbeoordelingssystemen zoals die in het proces van Cardiff worden gebruikt.

26. Belangrijke instrumenten waarvoor in mondiaal verband kan worden geijverd zijn goede regelgevingspraktijken, transparantie bij nieuwe regelgeving en het voorzorgsbeginsel, alsmede het gebruik van normen, conformiteitsbeoordeling en procedures voor markttoezicht in de lijn van de nieuwe aanpak.
27. Wereldwijde handel heeft ook een belangrijk effect op de economische hervorming in de EU en het ontstaan van nieuwe bedrijven in de interne markt. Van bijzonder belang voor het programma van economische hervormingen zijn diensten, elektronische handel, intellectuele eigendomsrechten, overheidsopdrachten en handelsfacilitatie. In deze context moet ook het verband tussen externe handel, duurzame ontwikkeling en consumentenvoordeel worden benadrukt. Er is een nieuwe WTO-ronde nodig om verdere handelsliberalisering te bewerkstelligen en het op multilaterale regels gebaseerde systeem te versterken.

o

o o

Deze conclusies worden toegezonden aan de Europese Raad van Stockholm als bijdrage tot de toetsing van de vorderingen van de economische hervorming, aan de Raad ECOFIN als ondersteuning bij diens verdere voorbereiding van de GREB's 2001 en aan de Commissie in de context van haar jaarlijkse evaluatie van haar strategie voor de interne markt."


De Raad heeft een openbaar debat gehouden over de internemarktaspecten van de Europese Raad van Stockholm. Dit debat was via een videoverbinding in de perszaal voor het publiek te volgen. In dit verband nam de Raad nota van de presentatie door Commissielid BOLKESTEIN van de volgende mededelingen:


-
Strategie van de Commissie voor het opheffen van belemmeringen voor de handel in diensten
In dit document wordt een eerste schets gegeven van de procedure die de Commissie wil volgen om de zwakke punten te verhelpen die de werking van de interne markt vertoont met betrekking tot diensten. Er wordt een aanpak gepresenteerd die gebaseerd is op een aanloopperiode van 12 maanden om de probleemgebieden te analyseren en de bestaande initiatieven te bespoedigen, gevolgd door de indiening van een breed programma van concrete acties. Dat zal de komende jaren de hoofdmoot van de werkzaamheden betreffende de interne markt vormen.

-
Mededeling van de Commissie betreffende de vereenvoudiging van de regelgeving
Deze mededeling, waarmee gevolg wordt gegeven aan de opdracht van de Europese Raad van Lissabon, tracht een op samenwerking berustende aanpak op het niveau van de Gemeenschap en van de lidstaten te ontwikkelen om de administratieve lasten te beperken en ondernemerschap te bevorderen.
De Raad nam tevens nota van een verslag van de Franse delegatie over de follow-up van de bijeenkomst van de EU-ministers die verantwoordelijk zijn voor bestuurszaken op 7 november 2000 te Straatsburg.

-
Mededeling van de Commissie over nieuwe Europese arbeidsmarkten In deze mededeling worden de voornaamste belemmeringen voor de mobiliteit van werknemers belicht die de ontwikkeling van een echt flexibele en zo efficiënt mogelijke arbeidsmarkt in de weg staan. Het ontbreken van een effectieve arbeidsmarkt belet de EU haar economische groeipotentieel ten volle te verwezenlijken.

Om het openbaar debat structuur te geven, heeft het voorzitterschap de ministers verzocht hun opmerkingen te concentreren op de volgende punten:


- de prioriteiten om het hervormingsproces te versnellen met het oog op de voltooiing van de interne markt, de modernisering van Europa en de verwezenlijking van de nieuwe strategische doelstelling van de Europese Unie om in 2010 de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld te worden;

- de juistheid van de horizontale aanpak en het tijdschema in twee fasen, als beschreven in de strategie van de Commissie, voor het opheffen van belemmeringen voor de handel in diensten, en de prioritaire problemen in deze sector, en

- de hoofdkenmerken van een succesvolle strategie voor het scheppen van een bedrijfs- en burgervriendelijke regelgeving in Europa en de mechanismen die in deze context op communautair niveau in overweging moeten worden genomen.

Het voorzitterschap vatte de voornaamste opmerkingen van de delegaties tijdens het debat, als volgt samen:


- het is belangrijk verder te werken aan de economische hervorming om de werking van de interne markt te verbeteren en het door de Europese Raad van Lissabon vastgestelde doel te bereiken;
- het is noodzakelijk de liberalisering aan de hand van duidelijke tijdsschema's voort te zetten;

- de Europese burgers en consumenten moeten ten volle kunnen profiteren van deze hervormingen, terwijl hoge niveaus van consumentenveiligheid en openbare diensten worden gehandhaafd. Alleen zo kan het vertrouwen van de consument in de interne markt worden behouden, met name op het gebied van financiële diensten, elektronische handel en voedselveiligheid;

- de lopende hervormingen moeten worden voortgezet zodat ondernemerschap in de interne markt - en vooral de kansen voor kleine en middelgrote ondernemingen - wordt gestimuleerd;
- in Europa moet de innovatie van de grond komen, waarbij ten volle gebruik moet worden gemaakt van de mogelijkheden die door de kenniseconomie geboden worden. In dit verband is het Gemeenschapsoctrooi ter sprake gekomen;

- de technische handelsbarrières moeten geslecht worden - met name door een betere toepassing van wederzijdse erkenning.

De Raad was ingenomen met de presentatie van de strategie van de Commissie voor het opheffen van belemmeringen voor de handel in diensten en sprak zijn steun uit voor de horizontale aanpak en het tweefasenschema als voorgesteld door de Commissie. Het opsporen en wegnemen van de belemmeringen voor een efficiënt werkende interne markt voor diensten en een grondige bestudering van de verschillende Commissievoorstellen ter verwezenlijking van dit doel beschouwt de Raad als een prioriteit.

De Raad onderstreepte ook het belang van verbetering en vereenvoudiging van het wetgevend kader, zowel op nationaal als op communautair niveau. De mededeling van de Commissie en het verslag van de groep Mandelkern van deskundigen op het gebied van het openbaar bestuur zijn zowel van belang als bijdragen aan het lopende proces ter hervorming van de regelgeving, als om de Europese Raad in Stockholm in staat te stellen tot concrete en ambitieuze conclusies te komen.

De lidstaten benadrukten het belang van de mededeling van de Commissie inzake nieuwe Europese arbeidsmarkten als een stap in de richting van een verhoging van de vaardigheden en de mobiliteit van de Europese arbeidskrachten. Zij waren in dit verband ingenomen met het plan van de Commissie om een task force op hoog niveau voor vaardigheden en mobiliteit in te stellen.

GEMEENSCHAPSOCTROOI

De Raad heeft het voorstel voor een verordening betreffende het Gemeenschapsoctrooi besproken, waarbij onder meer het verband tussen dit voorstel en het Europees Octrooiverdrag (EOV) ter sprake kwam en de vraag of er stappen dienen te worden genomen om de deur open te houden voor een eventuele toetreding van de Gemeenschap tot het EOV. Verscheidene delegaties benadrukten dat alle aspecten van het voorstel grondig moeten worden bestudeerd en alle opties zorgvuldig moeten worden afgewogen, voordat een besluit ter zake wordt genomen.

De Raad zal op deze aangelegenheid, die voor het Zweedse voorzitterschap een hoge prioriteit heeft, terugkomen tijdens zijn volgende zitting op 5 juni 2001. Intussen zal zowel in het Comité van permanente vertegenwoordigers als op het niveau van de deskundigen verder worden gewerkt aan alle aspecten van de instelling van een Gemeenschapsoctrooi.

Met de voorgestelde verordening wordt beoogd een stelsel in te voeren van een Gemeenschapsoctrooi dat in de gehele Europese Unie geldig is, betaalbaar is en alle waarborgen van rechtszekerheid biedt. De Gemeenschapsoctrooien, die zouden worden afgegeven door het Europees Octrooibureau te München, zouden naast de nationale en Europese octrooien bestaan, zodat de uitvinders het octrooi zouden kunnen kiezen dat het best aan hun behoeften beantwoordt.

Het in 1973 gesloten EOV wordt momenteel herzien, en de commissaris wees erop dat dit herzieningsproces moet worden aangegrepen om ook de wijzigingen aan te brengen die nodig zijn voor de invoering van het nieuwe Gemeenschapsoctrooi.

De Raad heeft het Gemeenschapsoctrooi tweemaal besproken, tijdens zijn zittingen van 28 september en van 30 november 2000. Om het Gemeenschapsoctrooi conform de conclusies van de Europese Raad van Lissabon van maart 2000 vóór eind 2001 beschikbaar te maken, is hoge prioriteit aan de werkzaamheden inzake het Commissievoorstel toegekend.

EEN STRATEGIE VOOR DE DOUANE-UNIE - MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

De Raad heeft nota genomen van de presentatie door de Commissie van haar mededeling betreffende een strategie voor de douane-unie. In die mededeling wordt het accent gelegd op de belangrijke rol van de douanediensten voor de goede werking van de douane-unie, die een van de voornaamste steunpilaren van de Europese Unie is. Tevens worden krachtlijnen voor acties uitgezet die als strategische doeleinden voor de douane zouden kunnen dienen.

De Raad verheugde zich over het initiatief van de Commissie om aandacht te besteden aan goed werkende stelsels en procedures voor douanecontroles en in- en uitklaring, en aan samenwerking tussen de douaneautoriteiten, als factoren die van belang zijn om de handel te bevorderen, de economische criminaliteit en andere vormen van criminaliteit te bestrijden en klaar te zijn voor de nieuwe uitdagingen waarvoor de douane zich in de nabije toekomst geplaatst zal zien.

De Raad Interne Markt, Consumentenzaken en Toerisme zal tijdens zijn zitting van juni aanstaande op dit onderwerp terugkomen.

VERKOOP OP AFSTAND VAN FINANCIËLE DIENSTEN AAN CONSUMENTEN -

CONCLUSIES VAN HET VOORZITTERSCHAP

De Raad heeft het voorstel voor een richtlijn inzake de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten besproken. Tot besluit van deze bespreking presenteerde het voorzitterschap de volgende conclusies:

"1. De grote meerderheid van de delegaties en de Commissie benadrukken dat er zo spoedig mogelijk een gemeenschappelijk standpunt inzake dit voorstel moet worden aangenomen.
2. De meeste van deze delegaties zouden heden met de alomvattende compromistekst van het voorzitterschap hebben kunnen instemmen, als bepaalde onopgeloste vraagstukken waren geregeld. Het voorzitterschap neemt in dit verband nota van de opmerkingen over de onopgeloste vraagstukken.
3. Twee delegaties verklaarden dat zij tijdens de Raadszitting van juni 2001 hun instemming met een oplossing zullen kunnen betuigen als bepaalde onopgeloste vraagstukken zijn geregeld, met name een overgangsregeling ter voorbereiding van de volledige harmonisatie op dit gebied, rekening houdend met de bespreking over de uitvoering en interpretatie van de richtlijn inzake e-handel, op basis van de mededeling van de Commissie over e-handel en financiële diensten. Zij droegen voorstellen aan voor bepaalde onopgeloste vraagstukken.
4. Een delegatie heeft veel belangstelling voor de besprekingen over de mededeling van de Commissie over e-handel en financiële diensten, maar bevestigt dat zij met het voorstel zal kunnen instemmen wanneer de tekst een bevredigende bepaling omvat inzake de informatie betreffende het toepasselijke recht en de bevoegde rechter.
5. Twee andere delegaties zijn van mening dat het realistisch is in juni een akkoord over het voorstel te verwachten, in het licht van het resultaat van de besprekingen in de Groep beleidskwesties financiële diensten en de Raad Ecofin en op basis van de mededeling van de Commissie over e-handel en financiële diensten. 6. Het voorzitterschap zal aan de resterende vraagstukken met betrekking tot het voorstel inzake financiële diensten blijven werken en een tekst van een gemeenschappelijk standpunt ter aanneming voorleggen aan de Raad Interne Markt, Consumentenzaken en Toerisme op 5 juni 2001.
7. Concluderend merkt het voorzitterschap op dat een duidelijke meerderheid van de delegaties, waaronder bepaalde delegaties die heden niet met het compromis konden instemmen, zich er vast toe verbindt uiterlijk in juni een politiek akkoord te bereiken. Het voorzitterschap beschouwt dit resultaat als een beduidende en onomkeerbare stap vooruit."
Er zij aan herinnerd dat het voorstel voor een richtlijn betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten, dat in oktober 1998 door de Commissie werd ingediend en vervolgens in juli 1999 werd gewijzigd, is gebaseerd op het beginsel van volledige harmonisatie. Het is bedoeld als aanvulling op Kaderrichtlijn 97/7/EG van 20 mei 1997 betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten. Het voorziet onder andere in een algemene verplichting tot het verstrekken van informatie aan de consument vóór de sluiting van de overeenkomst en een recht tot herroeping van de overeenkomst binnen een termijn van 14, respectievelijk 30 dagen na de sluiting ervan. De doelstellingen zijn drieërlei:


- de ontwikkeling van de elektronische handel te vergemakkelijken, door het vertrouwen te wekken van de consumenten die van dit nieuwe handelsmedium gebruik wensen te maken; dit houdt met name in dat het juridische kader dat op grensoverschrijdende transacties van toepassing is, zowel in de fase vóór de overeenkomst als in de fase van de overeenkomst zelf, duidelijk moet zijn en moet aansluiten bij dat van in aanwezigheid van koper en verkoper aangeboden diensten;

- de consument op het niveau van de Europese Unie een hoog niveau van bescherming te garanderen;

- met verschillen tussen de nationale voorschriften verband houdende concurrentievervalsing tussen dienstverrichters te voorkomen.

DE EUROPESE VOEDSELAUTORITEIT

De Raad heeft nota genomen van de vorderingen die sedert het begin van het jaar met dit dossier zijn gemaakt, en wisselde kort van gedachten over een paar van de voornaamste vraagstukken in verband met het voorstel, met name:


- het aan de Voedselautoriteit te verlenen mandaat;

- het beheer van het snelle waarschuwingssysteem.
Sommige delegaties brachten ook het vraagstuk van de vestigingsplaats van de Voedselautoriteit ter sprake.

Ter afsluiting van de besprekingen over dit onderwerp benadrukte de Raad dat de conclusies van de Europese Raad van Nice, te weten dat de Voedselautoriteit vanaf begin 2002 operationeel moet zijn, nageleefd moeten worden.

ETIKETTERING EN TRACEERBAARHEID VAN GENETISCH GEMODIFICEERDE

ORGANISMEN (GGO'S) EN TRACEERBAARHEID VAN VOEDSEL EN VOEDERS AFKOMSTIG

VAN GENETISCH GEMODIFICEERDE ORGANISMEN

De Raad werd door de Commissie op de hoogte gebracht van de stand van de voorbereiding van het voorstel voor een verordening betreffende traceerbaarheid en etikettering van GGO's en daarvan afgeleide producten.

De Raad nam voorts nota van de opmerkingen van de lidstaten en spoorde de Commissie aan haar werkzaamheden inzake dit voorstel zo spoedig mogelijk af te ronden.

Het Commissievoorstel betreffende traceerbaarheid en etikettering van GGO's wordt beschouwd als een zeer belangrijke aanvulling op de recentelijk aangenomen richtlijn betreffende de doelbewuste introductie van GGO's in het milieu (ter vervanging van Richtlijn 90/220) en wordt al enige maanden door de Raad ingewacht. Ten tijde van de aanneming door de Raad Milieu van de nieuwe richtlijn betreffende de doelbewuste introductie zijn een aantal verklaringen betreffende etikettering en traceerbaarheid in de notulen opgenomen. Daarin wordt de Commissie verzocht de werkzaamheden inzake de vereiste instrumenten voor doeltreffende traceerbaarheidssystemen en coherente etikettering van GGO's zo spoedig mogelijk te voltooien.

STRATEGIE VOOR DE INTEGRATIE VAN MILIEUBESCHERMING EN DUURZAME

ONTWIKKELING IN HET INTERNEMARKTBELEID

De Raad nam nota van de informatie van het voorzitterschap over de wijze waarop het de werkzaamheden met betrekking tot deze strategie vooruit wil helpen. De Raad is van plan deze strategie tijdens zijn volgende zitting op 5 juni aan te nemen, zodat zij in juni 2001 kan worden voorgelegd aan de Europese Raad van Göteborg.

De ontwikkeling van strategieën voor de integratie van milieubescherming en duurzame ontwikkeling in het sectorale beleid is op gang gebracht door de conclusies van de Europese Raad van Cardiff en is door de daaropvolgende Europese Raden uitgebreid tot nieuwe sectoren. Er zijn verscheidene voortgangsverslagen voorgelegd aan de Europese Raad van Helsinki. Momenteel worden de verslagen ontwikkeld tot alomvattende strategieën, die zullen worden voorgelegd aan de Europese Raad van Göteborg. Het "integratieproces" zal ook worden meegenomen in de in Göteborg aan te nemen strategie voor duurzame ontwikkeling. De strategie, waar de Europese Raad van Feira (juni 2000) om heeft gevraagd, heeft ten doel het milieubeleid, het economisch beleid en het sociaal beleid met elkaar in overeenstemming te brengen en beoogt tevens een bijdrage te leveren tot de voorbereidingen voor de Wereldtop inzake duurzame ontwikkeling in 2002 (Rio+10).

GROENBOEK OVER HET GEÏNTEGREERD PRODUCTBELEID

De Raad heeft nota genomen van de presentatie door de Commissie van het Groenboek over het geïntegreerd productbeleid

Het Groenboek is ook gepresenteerd aan de Raad Milieu, op 8 maart, waar het geïntegreerd productbeleid wordt beschouwd als een kernpunt van de strategie ter integratie van milieu-overwegingen in andere beleidsmaatregelen.
Het Groenboek tracht de ontwikkeling van de markt voor groenere producten te bevorderen, en schetst een strategie om het bestaande productgerelateerde milieubeleid aan te scherpen en te heroriënteren, met als doel producten tijdens de hele levenscyclus milieuvriendelijker te maken. Dit betekent dat producten in de toekomst minder hulpbronnen vergen, minder gevolgen en risico's hebben voor het milieu en dat al in het ontwerpstadium aan het voorkomen van afval wordt gedacht. Het geïntegreerd productbeleid is ook aangewezen als een van de belangrijkste innoverende elementen van het 6e Milieuactieprogramma.
Er worden in het Groenboek drie doelstellingen bepaald, en een aantal instrumenten voorgesteld om ze te verwezenlijken:


1. stimulering van de vraag van de consument naar groenere producten, bijvoorbeeld door een milieukeur;

2. stimulering van bedrijven om het voortouw te nemen bij het leveren van groene producten, met name door richtlijnen voor eco-ontwerpen en integratie van milieu-aspecten in normalisatie;
3. het gebruik van de prijsmechanismen, bijvoorbeeld verlaagde BTW-percentages, aansprakelijkheid van producenten, het beleid inzake overheidssteun.

Het Groenboek zal worden gebruik om een brede publieke discussie op gang te brengen over de voorgestelde strategie en de diverse onderdelen daarvan, over de perspectieven die rechtstreeks betrokkenen en overheden worden geboden, alsmede over de praktische middelen om deze strategie te ontplooien en te bevorderen. De Commissie heeft voor de eerste helft van 2001 uitvoerig overleg gepland, waarbij ook de kandidaat-lidstaten zullen worden betrokken; de eerste workshop heeft parallel aan de zitting van de Raad Milieu op 8 en 9 maart 2001 plaatsgevonden. Tegen eind 2001 zal een witboek worden uitgebracht.

ACTIEPLAN e-EUROPA

De Raad heeft een mondelinge uiteenzetting van Commissielid LIIKANEN aangehoord over het verslag dat op 23-24 maart 2001 aan de Europese Raad van Stockholm zal worden uitgebracht over het actieplan e-Europa.

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan de lijst van benchmarking-indicatoren voor de benchmarking van de in het actieplan "e-Europa 2002 - Een informatiemaatschappij voor iedereen" opgenomen acties voor "Elektronische overheidsinformatie".

Er zij aan herinnerd dat de Europese Raad van Lissabon van 23 en 24 maart 2000 als doel heeft gesteld, van Europa de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld te maken. De Commissie heeft in juni 2000 het brede actieplan "e-Europa 2002" gepresenteerd aan de Europese Raad van Santa Maria da Feira (19-20 juni 2000). De bedoeling van dit actieplan is ervoor te zorgen dat de in Lissabon vastgestelde streefdoelen worden bereikt door de daartoe benodigde maatregelen vast te stellen. In het actieplan worden drie belangrijke doelstellingen genoemd (een goedkoper, sneller, veilig internet, investeren in mensen en vaardigheden, stimuleren van internetgebruik) waarvoor Europees optreden een toegevoegde waarde heeft, en er worden verscheidene beleidsacties uitgewerkt in verband met deze doelstellingen.
In het actieplan "e-Europa 2002" wordt opgemerkt dat een beperkt aantal doelgerichte e-Europa-benchmarks zou moeten worden vastgesteld om de vorderingen bij de uitvoering van het actieplan te meten. Daartoe heeft de Raad Interne Markt, Consumentenzaken en Toerisme op 30 november 2000 zijn goedkeuring gehecht aan een lijst van 23 benchmarking-indicatoren en opgemerkt dat deze lijst later herzien zou kunnen worden.

WITBOEK VOOR EEN STRATEGIE VOOR EEN TOEKOMSTIG BELEID VOOR CHEMISCHE

STOFFEN - INTERNEMARKT- EN CONSUMENTENASPECTEN

De Raad heeft nota genomen van de presentatie door de Commissie van het Witboek "Strategie voor een toekomstig beleid voor chemische stoffen", en wisselde van gedachten over de internemarkt- en consumentenaspecten van die strategie. De Raad zal in een later stadium op deze belangrijke vraagstukken terugkomen.

De Commissie stelt voor, nieuwe en bestaande chemische stoffen te reguleren bij een enkel geharmoniseerd systeem, genaamd REACH. De bestaande stoffen (d.w.z. stoffen die voor september 1981 in de EU in gebruik waren), worden vóór 2012 geleidelijk in het systeem opgenomen. Alle stoffen waarvan meer dan 1 ton wordt geproduceerd of ingevoerd, worden in dit systeem verplicht geregistreerd. Stoffen waarvan meer dan 100 ton wordt geproduceerd of ingevoerd, worden automatisch onderworpen aan een evaluatie. Voor stoffen die aanleiding tot zeer veel zorg geven (die kankerverwekkend zijn, zich in het lichaam ophopen of het voortplantingsvermogen aantasten), komt er een stringentere regeling van voorafgaande vergunningen.
De Commissie stelt voor, de verantwoordelijkheid voor het testen en beoordelen van chemische stoffen in de toekomst bij de producenten en importeurs te leggen. De nationale autoriteiten beoordelen vervolgens de door de industrie verstrekte informatie. Wat het beheer en de middelen betreft, stelt de Commissie een uitgebreid Europees Bureau voor chemische stoffen voor om het REACH-systeem te beheren. De besluitvorming wordt verdeeld over de lidstaten (risicoanalyse, bepaalde vergunningen) en de Gemeenschap (bepaalde vergunningen, risicobeheersstructuur). De kosten van het testen moeten worden gedragen door het bedrijfsleven, terwijl de beheerskosten voor het systeem zullen worden verhaald via een stelsel op basis van vergoedingen. De lidstaten zullen middelen moeten uittrekken voor de beoordeling van bestaande stoffen. Het huidige systeem is tweesporig, en maakt onderscheid tussen bestaande stoffen die sedert september 1981 op de markt zijn, en nieuwe stoffen die na die datum op de markt zijn gebracht. Bestaande stoffen zijn niet onderworpen aan dezelfde test- en risicoanalyse-eisen als nieuwe stoffen. Daardoor is er een algemeen gebrek aan kennis omtrent eigenschappen en gebruik van bestaande stoffen. Bestaande stoffen maken meer dan 99% van de totale hoeveelheid van de op de markt zijnde stoffen uit; het huidige aantal bestaande stoffen die in hoeveelheden van meer dan
1 ton worden verhandeld, wordt geschat op 30.000, tegen zo'n
2.700 nieuwe stoffen.
De Raad Milieu van 8 maart heeft een beleidsdebat gevoerd waarbij de reikwijdte van de strategie, de verantwoordelijkheid van de producent en het beheer/de middelen centraal stonden. Het is de bedoeling van het voorzitterschap dat de Raad Milieu tijdens zijn zitting van juni conclusies ter zake aanneemt.

DIVERSEN

De Raad nam nota van de informatie van Commissielid BYRNE inzake:


- de werkzaamheden die gaande zijn ter voorbereiding van de consument op de euro, en


- de vrijwillige gedragscode die onlangs door consumentenverenigingen, kredietgeversorganisaties en de Commissie is ondertekend betreffende precontractuele informatie inzake woningkredieten.

Tevens nam hij nota van de opmerkingen van de Portugese delegatie inzake overmatige schuldenlast van consumenten. Deze delegatie wenste, met de steun van de Belgische delegatie, dit ernstige probleem op het niveau van de Gemeenschap aangepakt te zien.

ZONDER DEBAT AANGENOMEN PUNTEN

(Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen is verkrijgbaar bij de Persdienst.)

INTERNE MARKT

Beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (stoffen die als kankerverwekkend, mutageen of vergiftig voor de voortplanting zijn ingedeeld)

De Raad heeft een gemeenschappelijk standpunt vastgesteld inzake een voorstel voor de 21e wijziging van Richtlijn 76/769/EEG betreffende de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (stoffen die als kankerverwekkend, mutageen of vergiftig voor de voortplanting zijn ingedeeld). Het voorstel beoogt aan bijlage I van de richtlijn een lijst van stoffen toe te voegen die als kankerverwekkend, mutageen of vergiftig voor de voorplanting van categorie 1 of 2 zijn ingedeeld. Het gemeenschappelijk standpunt bepaalt dat die stoffen niet gebruikt mogen worden in stoffen en preparaten die voor verkoop aan het grote publiek in de handel worden gebracht.



Footnotes:

( 1) Doc. 5224/01 MI 3 (COM(2000) 888 def.).

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie