Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag 2335e zitting van de Europese Raad

Datum nieuwsfeit: 12-03-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
European Union

2335. Raad - ECOFIN Press Release: Brussels (12-03-2001) - Press: 102 - Nr: 6925/01


6925/01 (Presse 102)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2335e zitting van de Raad


- ECOFIN -

Brussel, 12 maart 2001

Voorzitter:

de heer Bosse RINGHOLM

Minister van Financiën van het Koninkrijk Zweden

INHOUD

DEELNEMERS

*

BESPROKEN PUNTEN

VOORBEREIDING VAN DE EUROPESE RAAD VAN STOCKHOLM *


-
EINDVERSLAG OVER DE REGULERING VAN DE EUROPESE EFFECTENMARKTEN *


-
SAMENVATTEND VERSLAG VAN DE COMMISSIE OVER DE STRATEGIE VAN

LISSABON *

-
GLOBALE RICHTSNOEREN VOOR HET ECONOMISCH BELEID (GREB) *


-
BIJDRAGE VAN DE OVERHEIDSFINANCIËN AAN DE GROEI EN DE

WERKGELEGENHEID: VERBETERING VAN KWALITEIT EN HOUDBAARHEID *


-
JAARVERSLAG OVER STRUCTURELE HERVORMINGEN - 2001 *


-
STUDIEVERSLAG VAN DE EIB OVER HET INITIATIEF "INNOVATIE 2000"

(i2i) *

-
STRUCTURELE INDICATOREN - KORTE LIJST *

GALILEO

*

EU-BEGROTINGSVRAAGSTUKKEN

*


-

- Procedures van kwijting inzake de uitvoering van de begroting voor 1999 *

-

- Efficiënt financieel beheer - Presentatie door de Commissie van het verslag van de Groep Persoonlijke Vertegenwoordigers over het tweede halfjaar 2000 *

-

- Prioriteiten voor de EU-begroting voor 2002 - Conclusies van de Raad *

UITVOERING VAN HET STABILITEITS- EN GROEIPACT

*


-

- Geactualiseerd stabiliteitsprogramma van België voor de periode 2001-2005 *

-

- Geactualiseerd stabiliteitsprogramma van Spanje voor de periode 2000-2004 *

-

- Geactualiseerd stabiliteitsprogramma van Luxemburg, 1999-2003 *
-

- Geactualiseerd stabiliteitsprogramma van Portugal, 2001-2004 *
TIJDENS DE LUNCH BESPROKEN PUNTEN

*

BIJLAGE

*

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

ECOFIN


- Accijns - Afwijkingen voor bepaalde minerale oliën

-
Accijns op minerale oliën - algemene beschikking *
-
Accijns op brandstoffen met een laag zwavelgehalte - Duitsland *
-
Accijns op water-dieselemulsies en emulsies van water en zware stookolie - Italië *

-
Accijns op diesel die als brandstof voor openbaar korteafstandsvervoer wordt gebruikt - Frankrijk *
-
Accijns op door taxi's gebruikte diesel - Nederland *
-
Accijns op laagzwavelige diesel - Nederland *
-
ICBE's * *

-
Sanering en liquidatie van kredietinstellingen III

BEGROTING

*


-
Europees Centrum voor de Ontwikkeling van de Beroepsopleiding - kwijtingsprocedure *

-
Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden - kwijtingsprocedure *
-
Kwijting 1999 - actieplan van de Commissie ter verbetering van de beheers- en financiële procedures - conclusies van de Raad *
-
Begrotingsjaar 1998 - vervolgverslag - conclusies van de Raad *
-
Het GLB en het milieu - speciaal verslag nr. 14/2000 van de Rekenkamer - conclusies en aanbevelingen van de Raad *

EXTERNE BETREKKINGEN

*


-
Speciaal verslag nr. 19/2000 van de Rekenkamer over het beheer door de Commissie van het steunprogramma voor de Palestijnse gemeenschap - conclusies van de Raad *

-
Waarnemersmissie van de Europese Unie (EUMM) *
-
Bijdrage van de EU aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied *

-
Europees Ontwikkelingsfonds - kwijting voor het begrotingsjaar 1999 *

HANDEL

*


-
Deelname van de Europese Gemeenschap aan de Internationale Studiegroep voor lood en zink *

-
Toetreding van Moldavië tot de Wereldhandelsorganisatie *

HOF VAN JUSTITIE

*


-
Reglement voor de procesvoering *

WERKGELEGENHEID EN SOCIAAL BELEID

*


-
Codificatie van de richtlijn betreffende de rechten van de werknemers bij de overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen *

VERVOER

*


-
Codificatie van de richtlijn inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden *

BENOEMINGEN

*


-
Comité van de Regio's *



Voor meer informatie: tel. 02-285.64.23, 02-285.84.15 of 02-285.68.08

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België
:

de heer Didier REYNDERS

minister van Financiën

Denemarken
:

mevrouw Marianne JELVED

de heer Michael DITHMER

minister van Economische Zaken

staatssecretaris van Economische Zaken

Duitsland:

de heer Hans EICHEL

de heer Caio KOCH-WESER

minister van Financiën

staatssecretaris, ministerie van Financiën

Griekenland
:

de heer Yannos PAPANTONIOU

minister van Economische Zaken en Financiën

Spanje
:

de heer Rodrigo de RATO y FIGAREDO

tweede vice-minister-president en minister van Economische Zaken

Frankrijk
:

de heer Laurent FABIUS

minister van Economische Zaken, Financiën en Industrie

Ierland
:

de heer Charlie McCREEVY

minister van Financiën

Italië
:

de heer Vincenzo VISCO

minister van de Schatkist, van Begroting en van Economische Planning

Luxemburg
:

de heer Jean-Claude JUNCKER

de heer Henri GRETHEN

minister-president, minister van Financiën

minister van Economische Zaken, minister van Vervoer

Nederland
:

de heer Gerrit ZALM

minister van Financiën

Oostenrijk
:

de heer Karl-Heinz GRASSER

minister van Financiën

Portugal
:

de heer Joaquim PINA MOURA

de heer Manuel BAGNAHA

minister van Financiën

staatssecretaris van de Schatkist en van Financiën

Finland
:

de heer Raimo SAILAS

staatssecretaris, ministerie van Financiën

Zweden
:

de heer Bosse RINGHOLM

de heer Sven HEGELUND

de heer Curt MALMBORG

minister van Financiën

staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Financiën

staatssecretaris, ministerie van Financiën

Verenigd Koninkrijk
:

de heer Gordon BROWN

minister van Financiën (Chancellor of the Exchequer)


* * *

Commissie
:

de heer Romano PRODI

voorzitter

mevrouw Loyola de PALACIO

vice-voorzitter

de heer Frits BOLKESTEIN

lid

mevrouw Michaele SCHREYER

lid

de heer Pedro SOLBES MIRA

lid


* * *

Overige deelnemers
:

de heer Philippe MAYSTADT

president van de Europese Investeringsbank

de heer Mario DRAGHI

voorzitter van het Economisch en Financieel Comité

de heer Norman GLASS

voorzitter van het Comité voor Economische Politiek

VOORBEREIDING VAN DE EUROPESE RAAD VAN STOCKHOLM

De Raad heeft de ECOFIN-aspecten van de Europese Raad van Stockholm voorbereid, waar de follow-up van de Lissabon-strategie het belangrijkste onderwerp zal zijn; het gaat daarbij om de volgende punten:


- EINDVERSLAG OVER DE REGULERING VAN DE EUROPESE EFFECTENMARKTEN

De Raad besprak het verslag over de regulering van de Europese effectenmarkten dat op 15 februari 2001 is ingediend door het Comité van wijzen, onder voorzitterschap van Alexandre LAMFALUSSY, en dat is opgesteld op basis van het door de Raad op 17 juli 2000 vastgestelde mandaat en de Raadsconclusies van 27 november 2000 over het tussentijds verslag. Het doel was om een verslag aan de Europese Raad voor te leggen, alsmede een ontwerp-resolutie terzake.
De Raad was ingenomen met de aanbevelingen in het verslag van het Comité van wijzen, die er vooral op gericht zijn om het reguleringsproces efficiënter te maken en om een lijst op te stellen van wetgevingsbesluiten inzake effectenmarkten die vóór eind 2003 van kracht zouden moeten zijn. Hij wijdde een diepgaande bespreking aan de vraag op welke wijze de in het verslag genoemde voorstellen, die gebaseerd zijn op een benadering met vier niveaus (kaderbeginselen, uitvoeringsmaatregelen, samenwerking en handhaving) in operationele termen kunnen worden vertaald. Deze benadering omvat met name twee lagen van wetgeving met betrekking tot de financiële markten: fundamentele politieke keuzes die vertaald kunnen worden in ruime, maar voldoende nauwkeurige kadernormen die via de normale EU-wetgevingsprocedures moeten worden vastgesteld, d.w.z. een voorstel van de Commissie aan de Raad en het EP voor medebeslissing, en, anderzijds, meer gedetailleerde maatregelen die door de Commissie moeten worden aangenomen, waarbij zij wordt bijgestaan door een nieuw comité, het Comité voor het effectenbedrijf. Een tweede nieuw comité, het Comité van regelgevers, bestaande uit nationale regelgevers, zal worden ingesteld om de Commissie te adviseren en haar bij te staan bij de uitvoering.
De Raad boekte flinke vooruitgang bij het vaststellen van de algemene regels voor het oplossen van de institutionele en organisatorische vraagstukken die door de benadering met vier niveaus worden opgeroepen, onder volledige eerbiediging van het Verdrag, van de prerogatieven van de betrokken instellingen en van het huidige institutionele evenwicht.
Aan het eind van de bespreking verzocht de Raad het Economisch en Financieel Comité om de werkzaamheden voort te zetten over een aantal nog vast te stellen bepalingen betreffende de betrekkingen tussen de Raad, de Commissie en het Europees Parlement in de context van het concrete wetgevingsproces dat in het Lamfalussy-verslag wordt geschetst, teneinde een allesomvattende ontwerp-resolutie ter goedkeuring aan de Europese Raad te kunnen voorleggen.

- SAMENVATTEND VERSLAG VAN DE COMMISSIE OVER DE STRATEGIE VAN

LISSABON
De Raad luisterde naar een toelichting van Commissievoorzitter PRODI op de belangrijkste elementen van het samenvattend verslag van de Commissie over "het verwezenlijken van het potentieel van de Europese Unie: het consolideren en uitbreiden van de strategie van Lissabon". Hij benadrukte met name dat met de strategie van Lissabon wordt beoogd het Europese economische en sociale model aan een toetsing te onderwerpen, teneinde het groeipotentieel te vergroten, tot een duurzame groei te komen en volledige werkgelegenheid te realiseren en dat, in dit model, de economische en sociale hervormingen gezien moeten worden als elkaar versterkende en niet als aan elkaar tegengestelde elementen. Hij besprak de vooruitgang die in het jaar na Lissabon is geboekt en noemde de tien prioritaire acties in 2001 die aan de Europese Raad van Stockholm zullen worden voorgelegd: meer en betere banen, nieuwe Europese arbeidsmarkten, economische hervormingen inzake goederen en diensten, geïntegreerde financiële markten, een passend regelgevend kader, e-Europe 2002, de IT-vaardigheidskloof, onderzoek, innovatie en ondernemingsgeest, speerpunttechnologieën en doelmatige sociale bescherming voor een vergrijzende bevolking. Hij riep met name op tot gerichte actie op vier terreinen:
- geschoolde en mobiele werknemers om tot meer en betere banen te komen,


- een leidende rol op het gebied van innovatie, teneinde ideeën om te zetten in nieuwe markten en groei,


- de voltooiing van de markthervormingen, en

- een krachtige verbintenis om de demografische uitdaging aan te pakken.

Het samenvattende verslag zal een centraal basisdocument vormen voor de evaluatie van de strategie van Lissabon tijdens de Europese Raad te Stockholm. Er zij aan herinnerd dat het verslag reeds is besproken door de Raad (Werkgelegenheid en Sociaal Beleid) van 6 maart (zie Mededeling aan de pers 6507/01 Presse 62). De samenvatting van het verslag staat in de bijlage.


- GLOBALE RICHTSNOEREN VOOR HET ECONOMISCH BELEID (GREB)

= Kernpuntennota

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan de kernpuntennota over de globale richtsnoeren voor het economisch beleid 2001 (GREB), die een belangrijk uitgangspunt zal vormen voor de besprekingen van de staatshoofden en regeringsleiders over het toekomstige economische beleid.

Er zij aan herinnerd dat de Europese Raad van Lissabon heeft besloten dat de GREB een van de belangrijkste instrumenten moeten zijn voor de verwezenlijking van de nieuwe strategische doelstelling om de EU, uiterlijk in 2010, te maken tot "de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld die in staat is tot duurzame economische groei met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang". De ECOFIN-Raad heeft derhalve in juni 2000 besloten dat de GREB een operationele invulling moesten geven aan de tijdens de jaarlijkse voorjaarsbijeenkomst vastgestelde prioriteiten en dat de Raad jaarlijks een kernpuntennota over de GREB zal opstellen, waarna de Europese Raad verzocht zal worden om zijn besprekingen daarop te richten.

De nota is opgesteld na het oriënterend debat dat tijdens de februarizitting van de ECOFIN-Raad heeft plaatsgevonden. In deze nota zijn tevens belangrijke bijdragen opgenomen van de Raad (Werkgelegenheid en Sociaal Beleid) en van de Raad (Interne Markt, Consumentenzaken en Toerisme).

In de nota worden de belangrijkste uitdagingen en kernvraagstukken voor de GREB 2001 omschreven, met inbegrip van de macro-economische beleidsmix en de versterking van het groeipotentieel van de Unie door middel van hervorming van de arbeidsmarkt, wijzigingen in het proces van hervorming van de regelgeving, teneinde de doeltreffendheid en de integratie van de financiële markten in de hand te werken, alsmede beleidsmaatregelen om de werking van de productmarkten te verbeteren en de overgang naar een dynamischer kenniseconomie te stimuleren; in de nota wordt voorts ingegaan op de zich aandienende vergrijzing.

= Uitvoering van de richtsnoeren 2000 - Commissieverslag

De Raad nam nota van het verslag over de uitvoering van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid 2000. Dit verslag dient twee doelen: allereerst wordt een evaluatie gemaakt van de mate waarin de GREB 2000 zijn uitgevoerd. Als zodanig maakt het deel uit van het proces van monitoring dat plaatsvindt om erop toe te zien dat de aanbevelingen worden opgevolgd. Ten tweede worden de volgende GREB voorbereid. Door over de hele linie vast te stellen welke aanbevelingen zijn overgenomen en welke niet, alsmede door het toetsen van de 15 economieën, is de procedure voor het formuleren van de nieuwe aanbevelingen nauwkeuriger geworden.


-
BIJDRAGE VAN DE OVERHEIDSFINANCIËN AAN DE GROEI EN DE

WERKGELEGENHEID: VERBETERING VAN KWALITEIT EN HOUDBAARHEID

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan het gezamenlijke rapport van de Raad en de Commissie betreffende de bijdrage van de overheidsfinanciën aan de groei en de werkgelegenheid en besloot het voor te leggen aan de Europese Raad in Stockholm. (Het rapport kan gevonden op de website van de Raad: ue.eu.int.)

In het rapport wordt nagegaan op welke wijze de overheidsfinanciën ertoe kunnen bijdragen om de doelstellingen van Lissabon te bereiken door een stabiel macro-economisch kader te ondersteunen via gezonde overheidsfinanciën, door de belasting- en uitkeringsstelsels meer werkgelegenheidsvriendelijk te maken en door de overheidsuitgaven te heroriënteren naar de vermeerdering van materieel en menselijk kapitaal. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan de economische en budgettaire uitdagingen die de vergrijzing met zich meebrengt.

De Raad kwam met name overeen dat de toekomstige stabiliteits- en convergentieprogramma's een onderdeel moeten bevatten waarin de houdbaarheid op lange termijn van de overheidsfinanciën aan de orde komt; deze programma's dienen voortaan ook aan te geven welke strategie de overheid volgt om de budgettaire gevolgen van de vergrijzing het hoofd te bieden.

Er zij aan herinnerd dat de Europese Raad van Lissabon om een dergelijk rapport heeft verzocht met het oog op de Europese Raad in het voorjaar van 2001. Het rapport is geënt op een voortgangsverslag dat door de Raad van 7 november 2000 is besproken en op een mededeling van de Commissie over de kwaliteit en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën, van 21 december 2000.


-
JAARVERSLAG OVER STRUCTURELE HERVORMINGEN - 2001

De Raad luisterde naar een korte toelichting door de voorzitter van het Comité voor economische politiek op de belangrijkste elementen van het verslag over de structurele hervormingen in 2001. Hij complimenteerde het comité met de indiening van een hoogstaand verslag dat de Raad onverkort in aanmerking zal nemen bij de vaststelling van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid (GREB). De Raad besloot het verslag voor te leggen aan de Europese Raad in Stockholm.

Het verslag is opgesteld in het kader van een wederzijdse beoordeling, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar de vorderingen die in de lidstaten zijn gemaakt met de structurele hervormingen van product-, kapitaal- en arbeidsmarkten. Het biedt "benchmark"-vergelijkingen tussen de landen, geeft voorbeelden van beste praktijken en trekt bepaalde grondconclusies uit deze beoordeling, met name met betrekking tot gebieden waar extra inspanningen zijn vereist, teneinde:


- te zorgen voor een doeltreffende mededinging en de voltooiing van de interne markt,


- de geschiktheid van uitkeringsstelsels en van arbeidsmarktregelgeving en -organen te verbeteren, teneinde gemakkelijker een hoog werkgelegenheidsniveau te bereiken,
- de kwaliteit en doeltreffendheid van de regulering, het bestuur en de dienstverlening door de overheid te verbeteren, en
- de overgang naar de kennismaatschappij te versnellen.
De voorrangsgebieden die voor dit jaar zijn gekozen weerspiegelen de doelstellingen waarover de Europese Raad in Lissabon het eens is geworden.

Dit is het derde verslag van deze aard waarin de resultaten van de jaarlijkse evaluatie, per land, van het economisch beleid worden samengevat, die het EPC overeenkomstig diens statuten verricht.


-
STUDIEVERSLAG VAN DE EIB OVER HET INITIATIEF "INNOVATIE 2000"

(i2i)

De Raad luisterde naar een toelichting van de heer MAYSTADT, president van de EIB, op het verslag van de bank over de geboekte vooruitgang en de vooruitzichten, één jaar na de start van zijn "Innovatie 2000 Initiatief" (i2i), dat relevant is voor het proces van Lissabon. De Raad bedankt de EIB voor haar inzet en voor het verslag, dat aan de Europese Raad in Stockholm zal worden toegezonden.

De EIB vat haar verslag als volgt samen:

= i2i kan een substantiële impuls geven aan de opkomst van een Europese, op kennis gebaseerde economie en informatiemaatschappij en kan het scheppen van competitieve en stabiele werkgelegenheid ondersteunen;
= de uitvoering van i2i is in de lidstaten goed gevorderd en de hervorming van het EIF in 2000, alsmede de instelling (in voorbereiding) van de gestructureerde financieringsfaciliteit van de EIB in 2001, zullen naar verwachting in dit verband eveneens een bijdrage leveren;
= speciale inspanningen gedurende 2001 zijn vooral noodzakelijk op de nieuwe gebieden voor EIB-interventies, zoals O&O en de mediasector. De voorbereidingen zijn in volle gang en er wordt gewerkt aan een uitgebreid netwerk;
= de uitbreiding van i2i tot de toetredingslanden zou een extra stimulans aan het programma moeten geven en het zowel een aanvullende regionale ontwikkelingsdimensie als een pan-Europees perspectief moeten geven.

Het programma omvat gerichte leningen ten bedrage van 12-15 miljard euro over een periode van drie jaar. De gouverneurs hebben de hervorming van de statuten van het Europees Investeringsfonds goedgekeurd en hebben ingestemd met het vrijgeven van een tweede miljard euro uit het jaarlijkse EIB-overschot gedurende de komende jaren, waarvan 500 miljoen direct beschikbaar werd gesteld uit het overschot van 1999. Dit maakte het mogelijk om het EIF te ontwikkelen tot het gespecialiseerde instrument voor de betrokkenheid van de Bank bij verrichtingen met risicodragend kapitaal en verschafte de bank de noodzakelijke middelen om zijn aandeel in het kader van "i2i" te leveren. Uitgedrukt in concrete operaties werden sinds mei 2000 in totaal 26 projecten ter waarde van 2,5 miljard goedgekeurd en vele daarvan zijn reeds ondertekend.


-
STRUCTURELE INDICATOREN - KORTE LIJST

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan het verslag betreffende de korte lijst van structurele indicatoren, die aan de Europese Raad van Stockholm moet worden toegezonden.

Er zij aan herinnerd dat de Raad ECOFIN op 7 november 2000 gevraagd heeft om een kortere versie van de lijst van 35 structurele indicatoren die, zoals de Raad en de Commissie overeengekomen zijn, gebruikt zal worden in het samenvattend verslag (dat door de Europese Raad van Nice met instemming was begroet). De korte lijst zou de basis kunnen vormen voor de verdere besprekingen van de Raad, een beknopter overzicht kunnen bieden van de prestaties van de lidstaten en richting kunnen geven aan het openbaar debat.

Voor het einde van het jaar 2000 heeft het Franse voorzitterschap, in overleg met de lidstaten en de Commissie, op basis van de overeengekomen lijst van 35 indicatoren een evenwichtige lijst van 12 indicatoren opgesteld. Na de bespreking in het Comité voor economische politiek heeft de Raad overeenstemming bereikt over de beperkte lijst van structurele indicatoren die betrekking hebben op de algemene economische achtergrond, de werkgelegenheid, innovatie en onderzoek, alsmede economische en sociale samenhang.

Voorts verzocht de Raad het EPC om de besprekingen voort te zetten over de indicatoren die op sommige gebieden verder moeten worden ontwikkeld, teneinde deze maximaal te benutten en om, bijvoorbeeld, zo spoedig mogelijk indicatoren te ontwikkelen die een beeld geven van de openheid en de marktstructuur van netwerkbedrijven.

GALILEO

Op initiatief van de Nederlandse minister besprak de Raad de financiële aspecten van het Galileo-project en, met name, het aantrekken van privé-kapitaal door middel van participatie door overheid en particuliere sector. Commissielid DE PALACIO verstrekte uitgebreide informatie over de stand van het project en over de verschillende onderdelen van de financiering ervan.

EU-BEGROTINGSVRAAGSTUKKEN


- - Procedures van kwijting inzake de uitvoering van de begroting voor 1999

Ten vervolge van de voorbereidende werkzaamheden van het Begrotingscomité (in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de Rekenkamer) en het Comité van permanente vertegenwoordigers heeft de Raad zijn aanbeveling aan het Europees Parlement over de aan de Commissie te verlenen kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 1999 aangenomen. De Raad heeft ook zijn goedkeuring gehecht aan de algemene opmerkingen bij de aanbeveling - inclusief de Raadsconclusies over de speciale verslagen die de Raad in de loop van het jaar in zijn diverse samenstellingen heeft aangenomen - en deze aan het Europees Parlement toegezonden.

Alvorens de door het Comité van permanente vertegenwoordigers bereikte overeenstemming over de aanbeveling te bevestigen heeft de Raad na een verklaring van Commissielid SCHREYER, een gedachtewisseling gehouden, met name over het vraagstuk van de financiële controlestelsels en de praktijken in de lidstaten.

In verband met dit punt heeft de Raad ook zonder debat conclusies aangenomen over de follow-up van het actieplan van 1998 ter verbetering van het beheer en de procedures op financieel gebied, alsmede conclusies over de follow-up van de procedure van kwijting voor 1998 (zie A-punten, blz. IV-V).


- - Efficiënt financieel beheer - Presentatie door de Commissie van het verslag van de Groep Persoonlijke Vertegenwoordigers over het tweede halfjaar 2000

De Raad heeft nota genomen van een door Commissielid SCHREYER gegeven presentatie van het verslag van de Groep Persoonlijke Vertegenwoordigers over efficiënt financieel beheer voor het tweede halfjaar 2000.


- - Prioriteiten voor de EU-begroting voor 2002 - Conclusies van de Raad

Alvorens - voor de eerste maal - conclusies van de Raad over de prioriteiten voor de EU-begroting voor 2002 aan te nemen, hebben de ministers een gedachtewisseling gehouden over de begrotingskrachtlijnen voor 2002. Commissielid SCHREYER leidde dat debat in met de mededeling dat de Commissie op 21 februari 2001 haar begrotingsprioriteiten had aangenomen in het kader van het zogeheten besluit aangaande de jaarlijkse beleidsstrategie (JBS). Strategische prioriteiten van de Commissie voor 2002 zijn duurzame ontwikkeling, de monetaire unie, het nieuw Europees bestuur, de uitbreiding, het Middellandse-Zeegebied en de ontwikkelingssamenwerking. Deze prioriteiten leiden niet noodzakelijkerwijze tot hogere beleidsuitgaven, maar houden eerder voorkeuren in voor specifieke toewijzingen. De begrotingsplanning voorziet in een stijging van de betalingsverplichtingen met maximaal 3% zonder wederopneming in de begroting en 4,3% met wederopneming in de begroting. Overeenkomstig de in Berlijn genomen besluiten zullen de betalingen daardoor met 7,3% kunnen toenemen.

Wat de specifieke aspecten van de planning voor 2002 betreft, gaf zij toelichting bij de procedure die de Commissie van plan is te volgen om de uitdagingen van de BSE-crisis binnen het bestaande GLB-maximum aan te pakken, alsmede de voornemens van de Commissie aangaande de hertoewijzing van ongebruikte kredieten voor structuurmaatregelen. De uitgaven voor intern beleid zullen met 4,6% stijgen, vooral voor de uitvoering van de meerjarenprogramma's. Voor hoofdstuk 4 lijken geen extra uitgaven meer nodig te zijn na de grotere inspanning die in de beginfase van het Balkanprogramma is geleverd in 2000 en 2001. De administratieve uitgaven zullen met 4,9% toenemen, met een specifieke stijging van 9,3% voor pensioenen.

Tijdens het debat in de Raad beklemtoonden de ministers in het bijzonder dat absoluut de hand moet worden gehouden aan de financiële vooruitzichten en het interinstitutioneel akkoord van 6 mei 1999 betreffende de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure. Zij gingen ook nader in op een aantal kernthema's van de diverse rubrieken (o.m. de aanpak van de BSE-crisis, de verbintenissen ten aanzien van de Balkan, het prijskaartje van de structurele hervorming en innovatie, enz.).

De Raad nam de volgende conclusies betreffende de begrotingsrichtsnoeren voor 2002 aan:

"1. De Raad is verheugd over de goede sfeer van samenwerking die de werkzaamheden inzake de voorbereiding van de begroting 2001 kenmerkten en benadrukt het belang van een blijvende goede samenwerking tussen de twee takken van de begrotingsautoriteit en de Commissie.
2. De Raad memoreert het besluit van de Europese Raad van Berlijn van 24 en 25 maart 1999, volgens hetwelk de Unie moet worden toegerust met een effectiever beleid en met de financiële middelen om dat beleid uit te voeren in een geest van solidariteit, waarbij er zorg voor wordt gedragen dat op het niveau van de Unie een even stringent begrotingsbeleid wordt gevoerd als op nationaal niveau. 3. De Raad bevestigt dat hij het interinstitutioneel akkoord van 6 mei 1999 volledig toepast. De Raad beklemtoont dat de financiële vooruitzichten geëerbiedigd moeten worden, hetgeen betekent dat de communautaire uitgaven binnen de perken van de financiële vooruitzichten moeten blijven en dat, behalve in rubriek 2, binnen de maxima van de verschillende rubrieken toereikende marges moeten worden aangehouden, vooral om het hoofd te kunnen bieden aan onvoorziene omstandigheden.
4. De Raad beklemtoont nogmaals dat de ontwikkeling van de vastleggings- en betalingskredieten voor 2002 in de hand moet worden gehouden. De betalingskredieten op de begroting moeten toereikend zijn en dienen rekening te houden met de mate waarin kredieten in het verleden zijn besteed en met de werkelijke mogelijkheden tot besteding van kredieten, waarbij ernaar gestreefd wordt een strikte verhouding tussen de kredieten voor vastleggingen en de kredieten voor betalingen te waarborgen. De uitstaande betalingsverplichtingen mogen niet boven een normaal peil uitstijgen, dit wil zeggen dat zij in overeenstemming moeten zijn met de geplande uitvoering van de begroting. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de absorptie van de uitstaande betalingsverplichtingen die niet op grond van een normaal verloop van de uitvoering van de begroting kunnen worden verantwoord. Daartoe zal de Raad het verslag dat de Commissie vóór 30 juni 2001 zal presenteren over de vorderingen op het gebied van de beperking van de uitstaande betalingsverplichtingen, aandachtig bestuderen, teneinde deze terug te brengen tot een normaal niveau. 5. De Raad herinnert aan het belang van de financiële programmering, met name voor de rubrieken 3 en 4 van de financiële vooruitzichten, zoals de begrotingsautoriteit in haar gemeenschappelijke verklaring van 20 juli 2000 heeft meegedeeld. Hij verzoekt de Commissie de begrotingsautoriteit genoeg inlichtingen te verstrekken die de nieuwe wetgevings- en begrotingsvoorstellen motiveren. Deze informatie zou, waar mogelijk, binnen een welbepaald tijdsbestek te bereiken, duidelijke en meetbare doelstellingen moeten bevatten. De Raad steunt de inspanningen van de Commissie om meer rekening te houden met de resultaten van de evaluatie en de begrotingsanalyse om de kwaliteit van de uitvoering van de communautaire programma's te verbeteren en, in voorkomend geval, om te besluiten deze te verlengen. De Commissie wordt verzocht haar verslagen nog te verbeteren om de resultaten van deze werkzaamheden in aanmerking te nemen bij het opstellen van het voorontwerp van begroting, met name om de gemaakte beleidskeuzes toe te lichten. De Raad wil voorts op gezette tijden en op basis van omstandige verslagen op de hoogte worden gehouden over de resultaten en de genomen maatregelen, zodat hij deze resultaten op de meest passende wijze kan integreren in zijn wetgevende en budgettaire werkzaamheden.
Meerjarenprogramma's of, op andere gebieden, langetermijnbesluiten dienen te worden voorzien van een verslag met een tussentijdse evaluatie.
6. De Raad volgt de werkzaamheden van de Commissie aangaande de bestemmingsgerichte budgettering (ABB) met belangstelling. Hij herhaalt dat er spoedig werk moet worden gemaakt van de omwerking van het Financieel Reglement.
7. De Raad verzoekt de Commissie om, zoals zij voor de begroting 2001 heeft gedaan, het geraamde overschot in haar najaarsnota van wijziging te vermelden.
8. Wat meer in het bijzonder bepaalde rubrieken van de financiële vooruitzichten betreft, is de Raad van oordeel dat de volgende punten van cruciaal belang zijn voor de voorbereiding van de begroting 2002:


- In het kader van de financiële gevolgen van de BSE-crisis herinnert de Raad eraan dat in overeenstemming met de door de Europese Raad in Nice aangenomen conclusies de financiële vooruitzichten en de verordening van de Raad inzake begrotingsdiscipline moeten worden geëerbiedigd, zelfs indien er nieuwe maatregelen mochten worden vastgesteld om het hoofd te bieden aan de gevolgen van de BSE-crisis;

- De Raad wijst erop dat hij voornemens is binnen de perken van de referentiebedragen voor de meerjarenprogramma's van rubriek 4 te blijven. Bij het vaststellen van de financiële middelen zou voorts rekening moeten worden gehouden met de informatie over andere financiële contribuanten en het vermogen van de partnerlanden om middelen op te nemen, alsmede met de door de Raad vastgestelde jaarlijkse prioriteiten. Voor begrotingsmiddelen voor de westelijke Balkan moet rekening worden gehouden met het door de Raad vastgestelde referentiebedrag voor het meerjarenprogramma, waaronder het feit dat de begroting voor 2000 en die voor 2001 werden opgesteld met een grotere inspanning in de beginfase voor ogen. Algemeen gesproken moeten de besprekingen in de Raad Algemene Zaken van 22 januari 2001 in het kader van de algemene begrotingsonderhandelingen als leidraad worden genomen voor de budgettaire keuzen;

- de Raad benadrukt het belang van de maatregelen die verband houden met de conclusies van de Europese Raad van Lissabon;
- Proefprojecten en voorbereidende acties moeten, voordat aan de begrotingsautoriteit een voorstel voor een nieuw programma of een nieuwe begrotingslijn wordt voorgelegd, worden besproken in een verslag dat onder meer, conform het interinstitutioneel akkoord, een evaluatie van de resultaten bevat;

- De Raad steunt de arbeid van de Commissie om haar administratie en beheer te hervormen. Hij spreekt niettemin zijn bezorgdheid uit over de geringe marge die overblijft onder het plafond van rubriek 5 van de financiële vooruitzichten. Hij beklemtoont dat in het voorontwerp van begroting voldoende financiële ruimte moet overblijven om in de behoeften van alle instellingen te voorzien en dat de herschikkingsmogelijkheden volledig uitgeput moeten worden voordat er financieringsaanvragen met betrekking tot aanvullende behoeften worden ingediend.

9. De Raad wenst dat in de begrotingsprocedure, en met name bij het opstellen van het voorontwerp van begroting voor 2002, rekening wordt gehouden met deze richtsnoeren."

UITVOERING VAN HET STABILITEITS- EN GROEIPACT

De Raad voltooide de reeks evaluaties van de geactualiseerde stabiliteitsprogramma's van de lidstaten met een bespreking van de programma's van België, Spanje, Luxemburg en Portugal en nam de volgende adviezen aan:


- - Geactualiseerd stabiliteitsprogramma van België voor de periode 2001-2005

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid ( 1), en met name op artikel 5, lid 3,

Gelet op de aanbeveling van de Commissie,

Na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité

HEEFT HET VOLGENDE ADVIES UITGEBRACHT:

Op 12 maart 2001 heeft de Raad het geactualiseerde stabiliteitsprogramma 2000 van België voor de periode 2001-2005 besproken.

De reële groei van het BBP was in de laatste twee jaren groter dan in het geactualiseerde stabiliteitsprogramma 1999 was verwacht: 2,7% in 1999 en 3,8% in 2000. Als gevolg daarvan bedroeg het tekort van de algemene overheid in 1999 0,7% van het BBP en werd volgens de laatste berekeningen in 2000 het evenwicht bereikt. De schuldquote werd met 5,5 procentpunt verlaagd tot 110,6% van het BBP in 2000. De Raad stelt vast dat deze resultaten stroken met zijn advies over het geactualiseerde programma 1999 en met de Globale richtsnoeren voor het economisch beleid.

Het geactualiseerde stabiliteitsprogramma 2000 is gebaseerd op een macro-economisch scenario dat uitgaat van een reële groei van het BBP tegen de trendwaarde, die voor de periode 2001-2005 wordt geraamd op 2,5%. Deze voorzichtige benadering is begrijpelijk, maar de Raad merkt op dat de sommige prognoses, althans voor 2001 en 2002, momenteel gunstiger zijn. In het geactualiseerde programma wordt een begrotingsoverschot verwacht van 0,2% van het BBP in 2001, dat zal oplopen tot 0,7% in 2005, terwijl de schuldquote zal dalen met 22 procentpunt tot 88% van het BBP in 2005.

De Raad stelt vast dat de prognoses voor het overheidssaldo in het geactualiseerde programma als streefcijfers worden beschouwd, die moeten worden gehaald zelfs als de economische activiteit mocht teruglopen. De Raad is ingenomen met de
begrotingsconsolidatiestrategie die vooral gebaseerd is op het verwezenlijken van grote primaire overschotten van meer dan 6% van het BBP per jaar. Deze strategie, die in de afgelopen jaren al met succes ten uitvoer is gelegd, is zeer aan te bevelen in het geval van België, waar de overheidsschuld nog steeds zeer hoog is. De Raad constateert dat het terugdringen van de overheidsschuld nog steeds hoge prioriteit heeft. Volgens het geactualiseerde programma zal, om hoge primaire overschotten te realiseren, controle op de uitgaven worden bereikt door een limiet van 1,5% toe te passen op de reële toename van de primaire uitgaven in entiteit I (federale overheid en sociale zekerheid). Binnen dit kader zal de begrotingsruimte, die in 2005 op
1,3% van het BBP wordt geraamd, worden gebruikt voor de financiering van belastingverlagingen en bepaalde uitgavenmaatregelen.

De Raad erkent dat na een lange periode van budgettaire beperkingen een aantal beleidsterreinen aandacht verdient, zoals verlaging van de belastingen, vooral die op de arbeid, en een actief werkgelegenheidsbeleid. Hij meent echter dat beheersing van de overheidsuitgaven nog steeds de hoogste prioriteit moet krijgen en dringt er bij de Belgische overheid op aan al in 2001 de hand te houden aan de limiet van 1,5% die is vastgesteld voor de reële stijging van de primaire uitgaven. Om dit te bereiken moet nauwgezet worden toegezien op de besteding van de budgettaire ruimte. Gezien de hoge overheidsschuld en de budgettaire uitdagingen op lange termijn beveelt de Raad aan alle extra inkomsten die de overheid dankzij de beter dan verwachte reële groei van het BBP zal ontvangen, te gebruiken om de schuld te verlagen.

De Raad neemt met genoegen kennis van de structurele hervormingen die in het geactualiseerde stabiliteitsprogramma worden beschreven, in het bijzonder die welke tot doel hebben de participatiegraad te verhogen, alsook het beleid ter verzekering van de houdbaarheid van de openbare financiën op lange termijn.

De Raad juicht de nieuwe overeenkomst toe die in december 2000 werd gesloten tussen de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten en die tot doel heeft op de verschillende overheidsniveaus te zorgen voor budgettaire aanpassingen en houdbare openbare financiën op middellange termijn.

De Raad betreurt dat het stabiliteitsprogramma geen informatie bevat over de totale uitgaven- en inkomstenratio's en de specifieke categorieën van overheidsuitgaven, zoals pensioenen en gezondheidszorg, alsook de overheidsinvesteringen. De Raad beveelt aan in de toekomstige stabiliteitsprogramma's meer gedetailleerde prognoses te verstrekken om een goed onderbouwde evaluatie mogelijk te maken.

De Raad is van oordeel dat de in België bereikte begrotingsresultaten reeds in 2000 in overeenstemming zijn met de eisen van het Stabiliteits- en groeipact en dat zij dat zullen blijven gedurende de periode van het geactualiseerde programma 2000.


- - Geactualiseerd stabiliteitsprogramma van Spanje voor de periode 2000-2004

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid ( 2), met name op artikel 5, lid 3,

Gelet op de aanbeveling van de Commissie,

Na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité

HEEFT HET VOLGENDE ADVIES UITGEBRACHT:

Op 12 maart 2001 heeft de Raad het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van Spanje voor de periode 200-2004 besproken. De Raad stelt vast dat de strategie van de voorafgaande twee programma's wordt voortgezet: bevordering van een gezonde economische groei door budgettaire consolidatie en structurele hervormingen. Het geactualiseerde programma vertoont echter hetzelfde gebrek aan informatie als de voorafgaande twee programma's, waardoor het macro-economische scenario en de raming van de onderliggende begrotingssituatie moeilijker kunnen worden beoordeeld. Dit gebrek aan informatie moet in de toekomstige bijwerkingen worden verholpen.

De doelstellingen van het programma zijn het tekort van de algemene overheid van 0,3% van het BBP in 2000 te doen omslaan in een evenwicht in 2001 en een overschot van 0,3% in 2004, en de schuldquote tegen het einde van de programmaperiode terug te dringen tot 49,6% van het BBP.

De Raad is ingenomen met de algemene resultaten van de tenuitvoerlegging van het voorafgaande programma. Het BBP is sneller gegroeid dan was verwacht samen met de werkgelegenheid, terwijl de streefcijfers voor het saldo en de schuld van de algemene overheid zijn overtroffen. De recente prijsontwikkelingen zijn echter ongunstiger dan verwacht als gevolg van een toenemende kern-inflatie die voortvloeit uit een forse binnenlandse vraag en externe factoren. De Raad acht het daarom van essentieel belang dat het loonverloop verenigbaar is met prijsstabiliteit. De Raad beveelt aan de loonindexering geleidelijk af te schaffen. Ook beveelt hij aan de Spaanse overheid aan, indien de inflatiedruk blijft, een nog strakker fiscaal beleid te voeren.

Het macro-economische scenario van het geactualiseerde programma gaat ervan uit dat de stijging van de productie zal afnemen van 4% in 2000 tot 3,6% in 2001 en dat zij in de periode 2002-2004 iets onder de trend zal liggen (gemiddeld 3,2%). Hoewel de recente ontwikkelingen op een zwakker resultaat voor 2001 schijnen te wijzen, is dit macro-economische scenario voor de middellange termijn volgens de Raad alles samengenomen realistisch te noemen.

De succesvolle strategie die gebaseerd is op beperking van de lopende primaire uitgaven wordt voortgezet en zal het mogelijk maken de overheidsinvesteringen uit te breiden en de belastingdruk te verlichten door een fiscale hervorming in 2002. Het fiscaal beleid kan over de gehele periode genomen, worden gezien als gematigd restrictief. Daar de geplande versterking van de begrotings-situatie gebaseerd is uitgavenbeperkingen, herhaalt de Raad zijn aanbeveling de gepaste instrumenten, zoals de voorgestelde Wet op de Begrotingsstabiliteit, goed te keuren om meer controle te krijgen over de uitgaven op alle niveaus van de overheid. De Spaanse overheid moet voorts bereid zijn maatregelen te overwegen om de budgettaire gevolgen van de recente rechterlijke uitspraak over de ambtenarenlonen te compenseren, mocht de uitspraak in beroep worden bevestigd.

Vanaf 2001 zal de onderliggende begrotingssituatie vermoedelijk voldoende ruimte bieden om te voorkomen dat het tekort de drempelwaarde van 3% van het BBP zou overschrijden tijdens een normale conjunctuurdaling. Na 2001 zal de veiligheidsmarge nog groter worden. De Raad meent dan ook dat het geactualiseerde stabiliteitsprogramma in overeenstemming is met de bepalingen van het Stabiliteits- en groeipact. Hij acht de geplande vergroting van de veiligheidsmarge gewettigd om de budgettaire gevolgen van de vergrijzing van de bevolking op te vangen. In dit verband is de Raad ingenomen met de toezegging van de Spaanse overheid dat de verwachte overschotten in de sociale zekerheid zullen worden gebruikt om het in 2000 gecreëerde reservefonds aan te vullen. De Raad stelt vast dat dit fonds in 2000 is versterkt, zoals was aanbevolen in de Globale richtsnoeren voor het economisch beleid 2000. In dit geactualiseerde programma worden echter geen bijkomende stappen genoemd om de houdbaarheid van de openbare financiën op lange termijn te verzekeren tegen de achtergrond van de vergrijzing. De Raad beveelt de Spaanse overheid aan nieuwe maatregelen te nemen om de levensvatbaarheid van het pensioenstelsel te verzekeren en zou het op prijs stellen dat in de toekomstige geactualiseerde programma's meer aandacht wordt besteed aan de houdbaarheid op lange termijn.

De Raad is van oordeel dat budgettaire aanpassingen gemakkelijker worden als zij door alle overheidsniveaus worden gedeeld, en stelt met voldoening vast dat de lagere overheden vanaf 2001 een sluitende begroting zullen hebben. Gezien de toenemende rol van de lagere overheden op verschillende uitgaventerreinen (met name de investeringen) vergt dit een volgehouden en effectieve werking van de bestaande coördinatie tussen de subsectoren van de overheid, welke zal worden versterkt door de gepaste instrumenten die nu op nationaal niveau worden besproken, zoals de voorgestelde Wet op de Begrotingsstabiliteit. De Raad is ook ingenomen met de toezegging om alle beter dan verwachte begrotingsresultaten van de centrale overheid te gebruiken voor het delgen van de schuld.

De Raad is van oordeel dat het programma in overeenstemming is met de Globale richtsnoeren voor het economisch beleid. Het stelt met goedkeuring vast dat in het geactualiseerde programma ook belang is gehecht aan het structuurbeleid. Structurele hervormingen spelen een belangrijke rol in de verhoging van de potentiële productie van de Spaanse economie en verlichten de inflatoire druk. De Raad beveelt de Spaanse overheid dan ook aan de geplande structurele hervormingen ten uitvoer te leggen, er nauwgezet op toe te zien en ze indien nodig te bespoedigen en te versterken.


-

- Geactualiseerd stabiliteitsprogramma van Luxemburg, 1999-2003
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid ( 3), met name op artikel 5, lid 3,

Gezien de aanbeveling van de Commissie,

Na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité,

BRENGT HET VOLGENDE ADVIES UIT:

Op 12 maart 2001 heeft de Raad het geactualiseerde stabiliteitsprogramma 2000 van Luxemburg voor de periode 2000-2003 besproken.

De Raad stelt vast dat de voortdurende inzet voor een gezonde economische politiek, met name op budgettair gebied, tot opmerkelijke economische resultaten heeft geleid: de reële groei van het BBP bedroeg in 1999 7,5% en in 2000 naar schatting 8,3%.

De Raad merkt met voldoening op dat de begrotingsdoelstellingen uit het geactualiseerde programma 1999 zijn overtroffen: het overschot van de algemene overheid bedroeg in 1999 4,4% van het BBP en in 2000 vermoedelijk ruim 3% van het BBP. De Raad is van oordeel dat het geactualiseerde stabiliteitsprogramma in overeenstemming is met de Globale richtsnoeren voor het economisch beleid.

De Raad stelt vast dat in het geactualiseerde programma rekening is gehouden met de effecten van de ambitieuze verlaging van de inkomstenbelasting die gepland is voor 2001 en 2002. Als gevolg van deze belastingverlaging zal het overschot van de algemene overheid in de periode 2001-2003 naar verwachting dalen tot ongeveer 2,5% van het BBP. Hoewel de zeer gezonde overheidsfinanciën in Luxemburg een sterke verlichting van de belastingdruk mogelijk maken, beveelt de Raad, gezien de fiscale stimulans die de belastinghervorming geeft aan een snel groeiende economie met een reeds versnellend loonverloop de Luxemburgse regering aan voorbereidselen te treffen voor een strengere begrotingspolitiek mochten de inflatierisico's duidelijker worden.

De Raad stelt vast dat de overheidsuitgaven nog steeds snel toenemen, hoewel wordt verwacht dat hun aandeel in het BBP in de periode tot 2003 met 2 procentpunt zal dalen. Daarom beveelt de Raad de Luxemburgse regering aan nauwgezet op deze ontwikkeling toe te zien en bereid te zijn om de uitgavenstijgingen te beperken die de kwetsbaarheid van de overheidsfinanciën zouden kunnen verhogen mocht de reële groei van het BBP teruglopen.

De Raad is evenwel ingenomen met de maatregelen ter versterking van de economische doelmatigheid, met name de uitbreiding van de overheidsinvesteringen. Hij neemt akte van de maatregelen ter vergroting van de reservefondsen in de sector van de sociale zekerheid, met name voor de pensioenvoorzieningen. In de volgende bijwerking moet meer informatie worden verstrekt over de kosten van de vergrijzing van de bevolking. De Raad neemt ook nota van de recente studie van de IAO over pensioenen, uitgevoerd in opdracht van de regering. De Raad stelt vast dat, hoewel de overheidsschuld in Luxemburg bijzonder laag is, ook meer informatie over de ontwikkelingen op dit gebied moet worden verstrekt.

De Raad is van oordeel dat de onderliggende financiële situatie van de overheidssector met de voor de periode van het programma tot het jaar 2003 voorspelde overschotten voldoende veiligheidsmarge biedt tegen overschrijding van de drempelwaarde van 3% van het BBP voor het begrotingstekort, en dat dus volledig wordt voldaan aan de eisen van het Stabiliteits- en groeipact.


- - Geactualiseerd stabiliteitsprogramma van Portugal, 2001-2004
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid ( 4), met name op artikel 5, lid 3,

Gezien de aanbeveling van de Commissie,

Na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité,

BRENGT HET VOLGENDE ADVIES UIT:

Op 12 maart 2001 heeft de Raad het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van Portugal voor de periode 2001-2004 besproken. De Raad stelt vast dat dit geactualiseerde programma de budgettaire doelstellingen van de vorige bijwerking van het programma behoudt: het saldo van de algemene overheid zal verbeteren van een geraamd tekort van 1,4% van het BBP in 2000 tot een sluitende begroting in 2004, terwijl de geconsolideerde brutoschuld van de algemene overheid tegen het einde van de periode moet zijn teruggebracht tot minder dan 50% van het BBP. In deze bijwerking wordt uitgegaan van een gemiddelde economische groei van 3,25% per jaar in de periode 2001-2004, hetgeen iets minder is dan de groeiprognose van de vorige actualisering van het programma.

In verband met de uitvoering van de begroting in 2000 merkt de Raad op dat de overschrijdingen van de lopende primaire uitgaven en de lager dan verwachte opbrengsten van de belastingen op aardolieproducten (0,5% van het BBP) slechts gedeeltelijk werden gecompenseerd door lager dan verwachte kapitaaluitgaven en hoger dan begrote belastingopbrengsten op sommige terreinen (inkomstenbelastingen, BTW). Het vooropgestelde tekort van 1,5% van het BBP werd enkel verwezenlijkt door de opbrengst van de verkoop van de UMTS-licenties, die aanvankelijk niet in de begroting was opgenomen en 0,4% van het BBP bedraagt. De overschrijdingen van de lopende primaire uitgaven in 2000 waren niet in overeenstemming met de Globale richtsnoeren voor het economisch beleid 2000, voorzover daarin een strikte naleving van het begrotingsstreefcijfer door een strikte uitgavenbeheersing werd aanbevolen. De Raad merkt met bezorgdheid op dat dergelijke overschrijdingen een kenmerk zijn geweest van de uitvoering van de begroting in de voorbije jaren. Voorts merkt hij op dat de achterliggende begrotingssituatie, zonder de UMTS-opbrengsten, van 1999 op 2000 nauwelijks is veranderd, hetgeen niet gewenst is in de huidige omstandigheden van te grote vraag en behoefte aan een begrotingssituatie die voldoet aan het Stabiliteits- en groeipact. Dit vraagt om een stringentere begrotingskoers zoals aanbevolen in de Globale richtsnoeren voor het economisch beleid.

De Raad stelt vast dat het groeiscenario van dit geactualiseerde stabiliteitsprogramma realistischer is dat het vorige. Hij is van oordeel dat de huidige toestand van te grote vraag, welke tot een steeds grotere externe onevenwichtigheid leidt, een duurzame economische groei in gevaar brengt. Om een meer evenwichtig en houdbaar groeipatroon te bereiken, is het dus van essentieel belang dat de geplande verschuiving van de binnenlandse vraag naar de uitvoer, waardoor de groei een nieuwe samenstelling krijgt, wordt gerealiseerd. De Raad dringt er in dit verband bij de Portugese overheid op aan de prijs- en loonontwikkelingen in de economie van dichtbij te volgen om het concurrentievermogen te versterken. Vooral van belang is dat de huidige stijging van de consumptieprijzen niet uitloopt in een loon-prijsspiraal. De Raad beveelt aan de Portugese overheid aan bereid te zijn om een restrictievere begrotingspolitiek te voeren als de inflatoire druk aanhoudt.

Wat betreft de openbare financiën merkt de Raad op dat indien de UMTS-opbrengsten buiten beschouwing worden gelaten, de geraamde verbetering van het overheidssaldo in 2001 0,7% van het BBP bedraagt. Dit betekent dat in 2001 een stringentere budgettaire koers zal moeten worden gevolgd en de hand moet worden gehouden aan de lopende uitgaven, met name door versterking van de begrotingsprocedures. Zonder krachtigere controlemechanismen is er een risico van aanhoudende uitgavenoverschrijdingen, vooral in de gezondheidszorg en bij de ambtenarenlonen. De Raad neemt met genoegen kennis van de inspanningen die op dit gebied worden gedaan en moedigt de Portugese regering aan de komende maatregelen snel en krachtdadig ten uitvoer te leggen in het kader van het geplande programma voor de consolidatie van de overheidsfinanciën. Bovendien is de Raad van oordeel dat de uitgavenbeheersing niet gebaseerd mag zijn op vermindering van de overheidsinvesteringen, gezien de inhaalbehoeften van Portugal en de Globale richtsnoeren voor het economisch beleid 2000, waarin de lidstaten worden opgeroepen de overheidsuitgaven te heroriënteren om zodoende een groter relatief belang toe te kennen aan investeringen in materieel en menselijk kapitaal, innovatie en informatietechnologie.

De Raad merkt op dat de algemene consolidatie-inspanning volgens het geactualiseerde programma min of meer gelijk verdeeld is over de periode 2001-2004. Bovendien is de verlaging van het tekort het resultaat van gelijke cumulatieve veranderingen van 0,75 procentpunt van het BBP, zowel aan de ontvangsten- als aan de uitgavenzijde van de begroting. De Raad neemt nota van het voornemen van de Portugese overheid om de belastingopbrengsten in de komende jaren verder te verhogen, met name door de huidige hervorming van het belastingstelsel waarin de belastinggrondslag wordt verbreed en de belastingadministratie doeltreffender wordt gemaakt. Deze begrotingsconsolidatiestrategie moet evenwel verenigbaar zijn met een verlaging van de algemene belastingdruk, zoals is aanbevolen in de Globale richtsnoeren voor het economisch beleid, en zoals de Raad reeds had opgemerkt in zijn advies over het vorige geactualiseerde programma ( 5). De belastingdruk is in de laatste jaren snel toegenomen en heeft wellicht een peil bereikt waardoor een meer dynamische groei onmogelijk wordt. De Raad stelt vast dat de overheidsinkomsten stijgen ondanks de verlaging van de belastingtarieven, maar hij is van oordeel dat blijvend vertrouwen op een doelmatiger inning van de belastingen niet zonder risico is, omdat maatregelen ter verbetering van de inning van de belastingen kunnen leiden tot een afname van de opbrengsten.

De Raad is van oordeel dat de begrotingssituatie waarop de middellangetermijndoelstellingen voor het tekort in het geactualiseerde stabiliteitsprogramma gebaseerd zijn, slechts na 2002 voldoet aan de eisen van het Stabiliteits- en groeipact. Daarom herhaalt de Raad zijn aanbeveling uit het advies over het vorige geactualiseerde programma dat moet worden gestreefd naar een snellere vermindering van de tekortratio om de vereiste veiligheidsmarge te vergroten waardoor de automatische stabilisatoren kunnen werken in geval van een conjunctuurdaling. De Portugese overheid zou dus moeten streven naar betere resultaten dan is gepland. De Raad verwacht dat de Portugese overheid in het volgende geactualiseerde programma concrete maatregelen voor een meer ambitieus tempo van begrotingsconsolidatie zal opnemen.

De Raad is ingenomen met de geplande budgettaire en structurele hervormingsmaatregelen die in het programma worden beschreven en die grosso modo in overeenstemming zijn met de Globale richtsnoeren voor het economisch beleid. Eén van de dringendste hervormingen is de tenuitvoerlegging van de nieuwe algemene begrotingswet. Bijkomende maatregelen op het gebied van de gezondheidszorg ter verbetering van de uitgavenbeheersing en de efficiëntie zijn nodig om het budgettaire consolidatieproces te ondersteunen. Om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op langere termijn te verzekeren, moedigt de Raad de Portugese overheid bovendien aan onverwijld uitvoering te geven aan de wetgeving die nodig is voor de uitvoering van de onlangs aangenomen kaderwet voor de sociale zekerheid. Een snelle en krachtdadige uitvoering van deze hervormingen, waarvan sommige al in de vorige geactualiseerde programma's waren aangekondigd, is noodzakelijk om de geloofwaardigheid van de economische beleidsstrategie te verhogen. Voorts dient Portugal een alomvattende strategie te ontwikkelen om de budgettaire gevolgen van de vergrijzing van de bevolking op te vangen. Daarom verzoekt de Raad de Portugese overheid om in de volgende actualisering van het stabiliteitsprogramma uitvoeriger op deze kwestie in te gaan.


*


* *

TIJDENS DE LUNCH BESPROKEN PUNTEN

Tijdens de lunch werden de ministers zoals gebruikelijk door de voorzitter van de Eurogroep, de Belgische minister van Financiën Didier REYNDERS, op de hoogte gebracht van de besprekingen in de groep van de avond voordien, die onder meer betrekking hadden op de economische situatie en vooruitzichten in de eurozone, versterkte economische coördinatie binnen de zone en, in het bijzonder, op het toekomstige gebruik van de GREB's bij structurele hervormingen en in verband met de overheidsfinanciën, de ontwikkeling van de activiteiten van de Eurogroep en de stand van de voorbereiding van de overschakeling op de euro, vooral wat bankbiljetten en muntstukken betreft.

De ministers wisselden tevens van gedachten over de mogelijkheid van leningen van de EIB aan Rusland voor concrete milieuprojecten.

De voorzitter en de Commissie stelden de ministers in kennis van de stand van de betrekkingen met derde landen wat de belasting op rente van spaargelden betreft.

Tenslotte bespraken de ministers de brief van de voorzitter van de Monetaire Commissie van het Europees Parlement, waarin hij vraagt dat het EP zou kunnen deelnemen aan de macro-economische dialoog en de informele ECOFIN-bijeenkomst.

BIJLAGE

"Het verwezenlijken van het potentieel van de EU: het consolideren en uitbreiden van

de strategie van Lissabon"

(Samenvatting)

De Europese Raad heeft te Lissabon een ambitieuze strategie voor verandering bepaald, die erop gericht is de Europese Unie tegen 2010 om te vormen tot "de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie in de wereld, in staat tot duurzame economische groei, met meer en betere banen en grotere maatschappelijke solidariteit."

Te Lissabon werd de Europese Raad uitgenodigd om ieder voorjaar bijeen te komen om economische en sociale kwesties te bespreken, tegen de achtergrond van het strategische doel van de Europese Unie. Dit verslag sluit aan bij het mandaat van Lissabon. Het schetst een beeld van de vooruitgang sindsdien, op basis van de met de lidstaten overeengekomen economische en sociale indicatoren. Het geeft aan welke beslissingen en acties in de komende 12 maanden noodzakelijk zullen zijn om de strategie van Lissabon te consolideren en uit te breiden, en resultaten te behalen. De Europese Raad van Stockholm zal de noodzakelijke impuls moeten geven om te verzekeren dat deze beslissingen inderdaad genomen worden.

2000 is een goed jaar geweest voor de economie van de Europese Unie. Regeringen en bedrijven hebben geprofiteerd van sterke groei, blijvend lage inflatie en gezonde overheidsfinanciën. Er zijn ongeveer 2,5 miljoen nieuwe banen gecreëerd, waarvan meer dan twee derde door vrouwen is bezet.

Ook ten aanzien van het beleid zijn aanmerkelijke successen geboekt; de Commissie heeft actie ondernomen op alle terreinen waar dat te Lissabon verlangd werd. Maar op bepaalde terreinen is de vooruitgang te traag geweest, namelijk daar waar belangrijke voorstellen van de Commissie vertraagd of verwaterd dreigen te worden om uiteenlopende redenen, waaronder gebrek aan politieke wil.

Aan het einde van het jaar was de werkloosheid aanzienlijk gedaald, de euro had zich hersteld, en de economie had de schok van de stijging van de olieprijzen en de turbulentie op de aandelenmarkten doorstaan. De economie zal naar het zich laat aanzien in een gestaag tempo blijven groeien in de komende jaren. De laatste voorbereidingen voor de invoering van de euro zijn gaande, en de overeenkomst van Nice over institutionele hervormingen heeft de weg vrijgemaakt voor uitbreiding. Dit alles wijst er sterk op dat de te Lissabon uitgezette route de juiste is.

Maar de Europese Unie kan zich geen zelfgenoegzaamheid veroorloven. Onze relatieve economische kracht moet gebruikt worden om het tempo van moeilijke hervormingen op te voeren, niet als excuus om ze te vertragen. Ondanks de geboekte vooruitgang zal doortastende actie nodig zijn om het strategische doel van de EU te bereiken:


- Werkgelegenheid
. Hoewel er nieuwe banen zijn gecreëerd, zijn er momenteel nog 14 miljoen werklozen. De algemene arbeidsparticipatie in de EU ligt nog ver onder de te Lissabon bepaalde doelen, en er is nog niet veel gedaan aan het bepalen van overeenkomstige doelen op nationaal niveau. Er zijn tekenen van arbeidstekorten en vaardigheidskloven die ons vermogen tot verdere groei dreigen te beperken. En er zijn nog te veel belemmeringen die mensen ervan weerhouden om te gaan werken, of hun mobiliteit beperken wanneer zij werken.

- Economische hervormingen. Hoewel er vooruitgang is geboekt met economische hervormingen, moeten de inspanningen om essentiële sectoren van de economie (telecommunicatie, energie, vervoer, posterijen, overheidsopdrachten) te liberaliseren, worden voortgezet. Er is nog steeds geen interne markt voor diensten. Ad hoc- en sectoriële overheidssteun komt nog te vaak voor. De integratie van financiële markten en grensoverschrijdende investeringen worden belemmerd door de omslachtige regulering van de sector; het aanbod van durfkapitaal is nauwelijks een derde van wat elders beschikbaar is, en onvoldoende gericht op financiering in de eerste fase.

- Onderzoek en innovatie in de kennismaatschappij . Bedrijven in de Europese Unie investeren nog steeds minder in nieuwe technologieën en onderzoek dan hun concurrenten in de Verenigde Staten, en dat is één van de factoren die de achterstand inzake productiviteit en innovatie verklaren, ondanks onze rijkdom aan deskundigheid en talent. Het patenteren van goede ideeën is nog steeds nationaal geregeld en te kostbaar. Er dient meer gedaan te worden aan het bijeenbrengen van onderzoeks- en zakelijk talent en financiële vaardigheden - met name met betrekking tot "speerpunttechnologieën". Bovendien zijn het bedrijfsleven, de burgers en de regeringen nog te langzaam met het overschakelen op de nieuwe e-economie.

- Sociale cohesie
. Armoede en uitsluiting bestaan nog steeds binnen de Europese Unie, en worden nog verergerd door aanzienlijke regionale verschillen in werkgelegenheid en levensstandaard. De stelsels van sociale bescherming moeten gemoderniseerd en verbeterd worden. Met het oog op de vergrijzing van de bevolking moeten nu al inspanningen worden verricht om te verzekeren dat pensioenen duurzaam verzekerd zijn en dat de gezondheidszorg voorbereid is op een veranderende behoefte aan zorg.

Om deze problemen aan te pakken is actie op tien prioritaire terreinen vereist.

De op de afzonderlijke terreinen voorgestelde acties vormen een geïntegreerde aanpak met wederzijdse ondersteuning. De acties zullen in de komende tien jaar de strategie van Lissabon in de realiteit omzetten. Dit zal moeilijke beslissingen met zich brengen en politieke wil en visie vereisen. Maar als de Europese Unie inderdaad op al deze terreinen vooruitgang kan boeken, zullen wij een bijdrage leveren aan de ontwikkeling en ontplooiing van het volledige potentieel van de Europese Unie.

Tien terreinen voor beslissingen voor Stockholm

(1)
Meer en betere banen
(2)
Nieuwe Europese arbeidsmarkten - open voor allen, met toegang voor allen
(3)
Economische hervormingen inzake goederen en diensten (4)
Geïntegreerde financiële markten
(5)
Een passend regelgevend kader
(6)
e-Europe 2002
(7)
De IT-vaardigheidskloof
(8)
Onderzoek, innovatie en ondernemersgeest
(9)
Speerpunttechnologieën
(10)
Doelmatige sociale bescherming voor een vergrijzende bevolking

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

(Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen is verkrijgbaar bij de Persdienst.)

ECOFIN

Accijns - Afwijkingen voor bepaalde minerale oliën


- Accijns op minerale oliën - algemene beschikking *
De Raad heeft, in afwijking van het bepaalde in Richtlijn 92/82/EEG, een algemene beschikking aangenomen houdende verlagingen en vrijstellingen van de accijns op bepaalde minerale oliën die gebruikt worden voor specifieke doeleinden. De beschikking is van toepassing met ingang van 1 januari 2001 en loopt voor bepaalde minerale oliën van bijlage I van de beschikking zes jaar later, en voor de in bijlage II van de beschikking genoemde motorbrandstof voor het goederenvervoer over de weg twee jaar later af.


- Accijns op brandstoffen met een laag zwavelgehalte - Duitsland
De Raad heeft een beschikking aangenomen waarbij Duitsland gemachtigd wordt om van 1 januari 2003 tot 31 december 2005 een gedifferentieerd accijnstarief toe te passen op brandstof met een zwavelgehalte van ten hoogste 10 ppm (deeltjes per miljoen) mits deze gedifferentieerde tarieven voldoen aan de eisen van Richtlijn 92/82/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op minerale oliën, met name de in de artikelen 4 en 5 voor de accijns vastgestelde minimumtarieven.


- Accijns op water-dieselemulsies en emulsies van water en zware stookolie - Italië

De Raad heeft een beschikking aangenomen waarbij Italië wordt gemachtigd van 1 oktober 2000 tot en met 31 december 2005 een laag accijnstarief toe te passen op water-dieselemulsies en emulsies van water en zware stookolie, mits het lage tarief voldoet aan de eisen van Richtlijn 92/82/EEG.


- Accijns op diesel die als brandstof voor openbaar korteafstandsvervoer wordt gebruikt - Frankrijk

De Raad heeft een beschikking aangenomen waarbij Frankrijk wordt gemachtigd van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2005 een gedifferentieerd accijnstarief toe te passen op diesel die als brandstof in voertuigen voor openbaar korteafstandsvervoer van personen wordt gebruikt, mits de gedifferentieerde tarieven voldoen aan de eisen van Richtlijn 92/82/EEG.


-
Accijns op door taxi's gebruikte diesel - Nederland

De Raad heeft een beschikking aangenomen waarbij Nederland wordt gemachtigd van 1 januari 2000 tot 31 december 2000 een gedifferentieerd en degressief accijnstarief van ten hoogste 0,14 NLG per liter op het dieselverbruik van taxi's toe te passen mits het gedifferentieerd tarief voldoet aan de eisen van Richtlijn 92/82/EEG.


- Accijns op laagzwavelige diesel - Nederland
De Raad heeft een beschikking aangenomen waarbij Nederland gemachtigd wordt van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004 een gedifferentieerd accijnstarief van ten hoogste 0,085 NLG per liter op laagzwavelige diesel (50 ppm) toe te passen mits dit tarief voldoet aan de eisen van Richtlijn 92/82/EEG.

ICBE's *

De Raad heeft het akkoord bevestigd dat in het Comité van Permanente Vertegenwoordigers is bereikt over de inhoud van een voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 85/611/EEG tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) met het oog op de reglementering van beheermaatschappijen en vereenvoudigde prospectussen. De preambule van dit richtlijnvoorstel moet wel nog worden besproken.

De Raad heeft het COREPER derhalve opgedragen de preambule te bespreken en het gemeenschappelijk standpunt door de juristen-vertalers te laten bijwerken, zodat het als A-punt kan worden aangenomen wanneer het gemeenschappelijk standpunt met het oog op een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 85/611/EEG tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde icbe's wordt aangenomen.

Het nieuwe wetgevingskader voorziet in normen voor zowel beleggingsproducten als beleggingsbeheerders en zal aldus de beleggers een hoog niveau van bescherming garanderen. Wat de producten betreft, hebben de voorgestelde voorschriften tot doel dat uit het publiek aangetrokken middelen in naar behoren gekwalificeerde activa belegd worden en dat volledig wordt voldaan aan de fundamentele eisen inzake risicospreiding. Met betrekking tot de portefeuillebeheerders, worden voorschriften vastgesteld inzake geharmoniseerde toegang tot de markt en uitoefeningsvoorwaarden en controles. Verwacht wordt dat deze tweeledige aanpak een klimaat van vertrouwen bij de beleggers zal bevorderen waarin de markten zich in de gehele EU kunnen ontwikkelen.

Het eerste voorstel (door de Raad goedgekeurd op 17/10/2000) betreft voornamelijk het "product" (het beleggingsfonds). De scala van financiële activa waarin instellingen voor collectieve belegging die over de ene vergunning beschikken, kunnen beleggen, wordt door het voorstel verruimd en op grote schaal en met succes toegepaste beleggingsbeheerstechnieken, zoals het volgen van de beursindex of effectenleningen worden erin erkend.

Het tweede voorstel (zie hiervoor) betreft voornamelijk de financiële tussenpersoon die icbe's kan beheren (de beheermaatschappij). Het bevat gecoördineerde voorschriften inzake markttoegang, uitoefeningsvoorwaarden en prudentiële waarborgen die door de beheermaatschappijen in acht moeten worden genomen. Dankzij deze coördinatie zal een "Europees paspoort" kunnen worden ingevoerd zoals dat reeds bestaat voor andere verstrekkers van financiële diensten (banken, beleggingsinstellingen, verzekeringsondernemingen), waarmee financiële instellingen die in één lidstaat een vergunning voor het verrichten van diensten hebben verkregen, hun diensten zonder aanvullende vergunning op de hele interne markt kunnen aanbieden.

Het tweede voorstel heeft tevens tot doel de belegger beter te beschermen door ervoor te zorgen dat die tussenpersonen gezonde, betrouwbare en naar behoren gecontroleerde professionele instellingen zijn. Bij de richtlijn wordt met name een vereiste inzake kapitaaltoereikendheid ingevoerd, dat inhoudt dat de bevoegde autoriteiten een beheermaatschappij slechts een vergunning mogen verlenen indien die maatschappij een aanvangskapitaal heeft van ten minste 125.000 euro. Wanneer de waarde in portefeuille van de beheermaatschappij 250 miljoen euro te boven gaat, is de beheermaatschappij gehouden te voorzien in een extra bedrag aan eigen vermogen, gelijk aan 0,02% van het bedrag waarmee de waarde in portefeuille van de beheermaatschappij dat bedrag te boven gaat. Het totaal van het aanvangskapitaal en het extra bedrag mag evenwel 10 miljoen euro niet te boven gaan.

Ten slotte wordt in het tweede voorstel de bestaande opsplitsing tussen individuele en collectieve beleggingsinstellingen en portefeuilles die voor particuliere en institutionele beleggers worden beheerd, met inbegrip van pensioenfondsen, overbrugd.

Sanering en liquidatie van kredietinstellingen *

De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan alle amendementen van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 251, lid 3, van het EG-Verdrag, op een richtlijn betreffende de sanering en de liquidatie van kredietinstellingen. Na goedkeuring van de Raad wordt de richtlijn geacht te zijn aangenomen in de vorm van het aldus geamendeerde gemeenschappelijk standpunt.

Volgens de richtlijn geschiedt de liquidatie van een failliete kredietinstelling met bijkantoren in andere lidstaten volgens één enkele faillissementsprocedure die wordt ingeleid in de lidstaat waar de statutaire zetel van de kredietinstelling zich bevindt (bekend als de lidstaat van herkomst) en overeenkomstig één enkele faillissementswet, nl. die van de lidstaat van herkomst met bepaalde in de richtlijn omschreven uitzonderingen. Deze aanpak strookt met het beginsel van toezicht door het land van herkomst dat ten grondslag ligt aan de Europese richtlijnen voor het bankwezen. Met de richtlijn wordt een grote lacune in de EU-wetgeving betreffende financiële diensten gevuld. In het Actieplan Financiële diensten is dit als topprioriteit aangemerkt en tijdens de Top van Lissabon werd nogmaals op het belang van de uitvoering van de richtlijn gewezen.

BEGROTING

Europees Centrum voor de Ontwikkeling van de Beroepsopleiding - kwijtingsprocedure

De Raad nam een positieve aanbeveling aan inzake de aan de Raad van Bestuur van het Europees Centrum voor de Ontwikkeling van de Beroepsopleiding te verlenen kwijting voor de uitvoering van de staat van ontvangsten en uitgaven van het Centrum voor het begrotingsjaar 1999.

Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden - kwijtingsprocedure

De Raad nam een positieve aanbeveling aan inzake de aan de Raad van Beheer van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden te verlenen kwijting voor de uitvoering van de staat van ontvangsten en uitgaven van de Stichting voor het begrotingsjaar 1999.

Kwijting 1999 - actieplan van de Commissie ter verbetering van de beheers- en financiële procedures - conclusies van de Raad

"De Raad is ingenomen met het eerste verslag over de vorderingen in de uitvoering van het actieplan ter verbetering van het beheer- en de procedures op financieel gebied, dat door de Commissie in het kader van de kwijting voor de uitvoering van de begroting 1999 is ingediend; hij herinnert de Commissie aan zijn verzoek om halfjaarlijks te worden geïnformeerd over de vorderingen in de uitvoering van het plan en over de mogelijke verbeteringen in het licht van de toepassing ervan.

De Raad neemt er nota van dat dit verslag handelt over de follow-up van de bestaande corrigerende maatregelen, alsook over de nieuwe maatregelen die worden overwogen naar aanleiding van de opmerkingen van de Rekenkamer in haar jaarverslag over de begroting voor 1999; hij is verheugd over het feit dat de Commissie de meest acute problemen heeft kunnen aanwijzen en naar aanleiding daarvan maatregelen heeft genomen.

De Raad herinnert eraan dat dit actieplan, dat voor het eerst in het kader van de procedure inzake de kwijting voor de uitvoering van de begroting 1998 werd ingediend, tot doel heeft het financieel beheer van de Commissie te verbeteren, zodat zij van de Rekenkamer de positieve verklaring van betrouwbaarheid (DAS) kan ontvangen, en dat hij op 13 maart 2000 is overeengekomen de uitvoering van dit plan grondig te onderzoeken in het kader van de besprekingen over het jaarverslag van de Rekenkamer van het volgende jaar, op basis van een door de Commissie voorgelegd verslag over de vorderingen.

De Raad bevestigt nogmaals dat hij dit actieplan gaarne aangevuld zou zien met een tijdschema waarin per activiteitensector nauwkeurige doelstellingen worden vermeld die het mogelijk maken de vorderingen te meten en van jaar tot jaar te vergelijken, alsook de data waarop deze doelstellingen naar verwachting zullen worden bereikt, zodat een analyse van de resultaten van het beheer mogelijk wordt; in dit verband is hij van oordeel dat de termijnen voor de beoordeling van de gevolgen van de genomen maatregelen voor de DAS zoveel mogelijk verkort moeten worden.

De Raad acht het van belang om dit actieplan in overleg met de lidstaten uit te voeren, voor zover deze aan het beheer van de communautaire fondsen deelnemen; hij zou met name gaarne zien dat in voorkomend geval, rekening houdend met de reacties van de lidstaten, de thans in voorbereiding zijnde corrigerende maatregelen opnieuw worden bestudeerd, met name wat betreft het opleggen van achterstandsrenten op de financiële correcties waartoe door de Commissie besloten is met betrekking tot goedkeuring van de rekeningen op EOGFL-gebied; voorts is hij ingenomen met het feit dat de Commissie heeft voorgesteld het systeem van financiële correcties uit te breiden tot intern beleid, extern beleid, pretoetredingsuitgaven en administratieve uitgaven."

Begrotingsjaar 1998 - vervolgverslag - conclusies van de Raad

"De Raad neemt akte van het verslag van de Commissie over de maatregelen die zij heeft genomen om gevolg te geven aan de opmerkingen van de Raad over de kwijtingsprocedure 1998.

In het algemeen is de Raad zich ervan bewust dat het globale hervormingsproces waar de Commissie sedert september 1999 aan werkt, pas na verloop van tijd volop effect zal sorteren. In dit verband benadrukt hij het nut van de grondige follow-up, door de Raad, van de verschillende in de loop der tijd door de Commissie genomen sectoriële maatregelen, met name in de onderhavige follow-upexercitie.

De Raad neemt er nota van dat de Commissie haar voorstel inzake de omwerking van het Financieel Reglement op 19 oktober 2000 heeft ingediend. Deze tekst wordt thans in de Raadsinstanties uitvoerig besproken, teneinde zo spoedig mogelijk tot aanneming van dit nieuwe Financieel Reglement te komen. In afwachting van de uitvoering van deze omwerking acht de Raad het onontbeerlijk dat de Commissie haar hervorming voortzet.

De Raad herinnert eraan dat hij de Commissie tijdens de kwijtingsprocedure 1998 heeft verzocht een actieplan voor te leggen met het oog op verbetering van haar beheer en haar financiële procedures en dat zij tijdens de Raad ECOFIN van 13 maart 2000 inderdaad een dergelijk plan heeft voorgelegd.

De Raad spreekt zijn dank uit aan de Rekenkamer omdat zij, zoals zij overigens tijdens de follow-upprocedure inzake de kwijting voor het begrotingsjaar 1997 had beloofd, een audit heeft uitgevoerd van de follow-up, door de Commissie, van haar eerdere opmerkingen in het algemeen verslag over de kwijting voor het begrotingsjaar 1999. Hij neemt er nota van dat de Rekenkamer tijdens de besprekingen over het onderhavige verslag van de Commissie enerzijds heeft verklaard dat zij het grootste belang hecht aan dit verslag ten aanzien waarvan zij beloofd heeft een diepgaande follow-up uit te voeren en anderzijds van oordeel was dat bepaalde antwoorden van de lidstaten geen aanvullende informatieve elementen hebben opgeleverd die haar in staat stellen haar oorspronkelijke opmerkingen te herzien, en dat zij deze derhalve handhaaft.

Meer in het bijzonder dient wat betreft de follow-up van de kwijting voor de uitvoering van de begroting 1998 het volgende te worden opgemerkt over de verschillende activiteitensectoren:

Eigen middelen

De Raad neemt er nota van dat de Commissie binnenkort een analyse van de ontwikkeling van de BTW-opbrengsten zal presenteren. Hij hoopt dat aldus een uitvoerig debat over dit punt op gang zal worden gebracht.

Gemeenschappelijk landbouwbeleid

De Raad onderstreept dat de parallel die de Commissie trekt tussen de resultaten van de controles in het kader van de goedkeuring van de rekeningen en de extrapolatie van de foutenmarge door de Rekenkamer berust op gegevens die niet vergeleken kunnen worden, met name op langere termijn. Hij doet een beroep op de Commissie om haar inspanningen ter beperking van het foutenpercentage voort te zetten.

De Raad memoreert voorts dat de Commissie zich tijdens de kwijtingsprocedure 1998 ertoe heeft verbonden om evaluaties over alle marktsectoren uit te voeren. Hij geeft nogmaals blijk van zijn belangstelling voor deze evaluaties en de follow-up ervan, met name in de sector granen.

Structuurmaatregelen

De Raad is ingenomen met de vorderingen die gemaakt zijn bij de programmering en het beheer van deze maatregelen, zowel door de Commissie als door de lidstaten, naar aanleiding van de aanneming van de nieuwe reglementering voor de organisatie van de Structuurfondsen. Hij wenst dat deze inspanningen worden voortgezet, met name wat betreft de concrete uitvoering van deze regelgevingsbepalingen.

Intern beleid en externe maatregelen

Wat betreft deze twee rubrieken verzoekt de Raad om preciseringen ten aanzien van de uitsplitsing tussen de sluimerende verplichtingen die kunnen worden vrijgemaakt en die waarbij dit reeds is geschied, in overeenstemming met het huidige Financieel Reglement. Tevens wordt verzocht om alle aanvullende gegevens te verstrekken met betrekking tot de nog betaalbaar te stellen bedragen (RAL), de afgifte van invorderingsopdrachten betreffende deze sluimerende verplichtingen en het nemen van andere maatregelen terzake door de Commissie (zoals de oprichting van specifieke afdelingen die belast zijn met de afhandeling van de RAL en de sluimerende verplichtingen).

Op het gebied van het intern beleid herhaalt de Raad de opmerkingen die hij bij de follow-up van de kwijting 1997 heeft geformuleerd wat betreft de versterking door de Commissie van het regelgevingskader voor algemene maatregelen inzake voorlichting en communicatie over de Europese Unie, aangezien het door de Commissie gegeven antwoord in het kader van de follow-up van de kwijting 1998 niet bevredigend was wat betreft de presentatie door de Commissie van een voorstel voor een rechtsgrondslag voor het algemene voorlichtingsbeleid. Hij verzoekt de Commissie derhalve om haar standpunt te verduidelijken, niet alleen met betrekking tot dit specifieke punt, met name in het vooruitzicht van de begroting 2002, maar ook met betrekking tot het vraagstuk van de afbakening van de bevoegdheden die haar door het Verdrag zijn toegekend.

Wat het extern beleid betreft, is de Raad ingenomen met de door de Commissie genomen maatregelen met betrekking tot de Bureaus voor technische bijstand (BAT). De Raad zal zich met de nodige voortvarendheid buigen over het op 15 december 2000 ingediende voorstel inzake de oprichting van uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken in het kader van het beheer van de communautaire programma's worden gedelegeerd (doc. 5314/01 FIN 4 INST 6).

Administratieve uitgaven

De Raad is verheugd over de door de Commissie genomen maatregelen inzake de rationalisering van de werking van haar delegaties. Hij verzoekt de Commissie haar inspanningen voort te zetten en hem regelmatig over de vorderingen terzake te informeren.

Financieringsinstrumenten en bankactiviteiten

De Raad neemt er nota van dat de Commissie de onderhandelingen met de betrokken partijen inderdaad heeft voortgezet, zodat de toegang van de Rekenkamer tot de gegevens inzake het beheer van de eigen fondsen van het Europees Investeringsfonds (EIF) is gewaarborgd, en dat deze onderhandelingen in de loop van het jaar wel zullen zijn afgerond. Hij verwacht dat er zo spoedig mogelijk een consensus komt, opdat de Rekenkamer haar controle op dit gebied ten volle kan uitoefenen."

Het GLB en het milieu - speciaal verslag nr. 14/2000 van de Rekenkamer
- conclusies en aanbevelingen van de Raad

"De Raad:


- stelt het op prijs dat de Rekenkamer de complexe kenmerken van het verband tussen het GLB en het milieu, alsmede het belang van de landbouw voor de plattelandsontwikkeling heeft belicht;
- neemt er akte van dat het speciaal verslag van de Rekenkamer, dat vooral handelt over de maatregelen die sedert de GLB-hervorming van 1992 verband houden met het milieu, opmerkingen bevat over mogelijke verbeteringen die reeds in ruime mate deel uitmaken van de maatregelen welke werden genomen in het kader van de in Agenda 2000 gepresenteerde hervorming;
- is van oordeel dat verscheidene opmerkingen van de Rekenkamer constructief kunnen bijdragen tot het debat over het belang van de integratie van de milieuaspecten in het GLB en tot een meer doelgerichte toepassing van de milieumaatregelen.

De Raad beveelt aan:


- dat dit verslag van de Rekenkamer door de Commissie en, samen met de opmerkingen van de Commissie, door de lidstaten in aanmerking wordt genomen tijdens de werkzaamheden in verband met de toekomstige hervormingen van het GLB."

EXTERNE BETREKKINGEN

Speciaal verslag nr. 19/2000 van de Rekenkamer over het beheer door de Commissie van het steunprogramma voor de Palestijnse gemeenschap - conclusies van de Raad

"De Raad heeft dit verslag met belangstelling besproken en akte genomen van de opmerkingen en suggesties van de Rekenkamer, alsook van de antwoorden van de Commissie.

De Raad onderstreept hoe belangrijk de steun van de Europese Unie voor de Palestijnse gemeenschap in het kader van het vredesproces in het Midden-Oosten is. Het verheugt de Raad dat de Rekenkamer erkent dat het programma positieve resultaten heeft gehad en dat de Commissie een belangrijke rol heeft kunnen vervullen in politiek gevoelige en urgente situaties.

De Raad brengt in herinnering dat het beheer van de communautaire steun aan derde landen op initiatief van de Commissie momenteel wordt onderworpen aan een hervorming die zonder voorgaande is. Voorts verwijst de Raad naar zijn conclusies van 9 oktober 2000 over maatregelen om de coördinatie tussen Commissie en lidstaten te versterken, meer profijt te trekken van de totale inspanning van de Unie en de doeltreffendheid ervan te vergroten. De Raad verwijst tevens naar de verklaring van de Raad en de Commissie van 10 november 2000 over het ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap. In aansluiting hierop heeft de Raad op 22 januari 2001 een oriënterend debat gehouden over het vergroten van de coherentie en de doeltreffendheid van het externe optreden van de EU, en richtsnoeren aangenomen ter versterking van de operationele coördinatie tussen de Commissie en de lidstaten; in die richtsnoeren wordt onder meer aangedrongen op versterking van de coördinatie ter plaatse. Tijdens diezelfde zitting heeft de Raad geconcludeerd dat de lopende hervormingsinspanningen door de Commissie en de Raad met kracht moeten worden voortgezet en dat er bijzonder nauwlettend moet worden toegezien op de vorderingen.

De Raad verwacht voorts dat de algehele hervorming zal bijdragen tot rationalisering, vereenvoudiging en versnelling van de procedures.

De Raad verwacht stellig dat deze hervormingen spoedig een positief effect zullen hebben op het steunprogramma voor de Palestijnse gemeenschap, op de diverse probleemgebieden die door de Rekenkamer worden genoemd.

Op grond van de aanbevelingen van de Rekenkamer en met erkenning van de door de Commissie reeds geleverde inspanningen,


- roept de Raad de Commissie op tot een reallocatie van toereikende middelen, met inbegrip van voldoende personele middelen, voor het programma en beklemtoont hij dat dringend toereikende personele middelen beschikbaar moeten worden gesteld voor het bureau van de vertegenwoordiger van de Europese Commissie (BVEC) in Jeruzalem;
- neemt de Raad er nota van dat de Commissie een proces is begonnen dat ertoe strekt de delegaties van de Commissie meer gezag te verlenen; in dat verband juicht hij toe dat het BVEC in de eerste fase van dit proces is opgenomen en hoopt hij dat dit spoedig resultaten zal opleveren;

- neemt de Raad er nota van dat de recente interne reorganisatie van de Commissie onder meer beoogt de breuk in de projectcyclus te herstellen en de besluitvormingsprocedure te verbeteren, onder meer door voor een continu toevoerkanaal van projecten te zorgen, zoals door de Rekenkamer is voorgesteld;

- constateert de Raad dat voor de Rekenkamer een van de belangrijkste problemen het ontbreken van prestatie-indicatoren is, en is hij derhalve ingenomen met het voornemen van de Commissie om dergelijke indicatoren vast te stellen en toe te passen. De nadruk moet daarbij vooral liggen op resultaten;
- is de Raad van mening dat beter toezicht en onafhankelijke evaluatie cruciaal zijn voor de totstandbrenging van een doeltreffend beheerssysteem dat alle begrotingsonderdelen omvat;
- dringt de Raad er bij de Commissie op aan voor alle voorgenomen maatregelen een tijdschema op te stellen;

- verzoekt de Raad de Commissie met klem om uitvoering te geven aan het nieuwe standaardkader voor strategiedocumenten per land, dat de Raad op 10 november 2000 heeft aangenomen;
- spoort de Raad de Commissie aan, de coördinatie ter plaatse met de lidstaten, met de Palestijnse tegenhangers als leidende actor, en met andere internationale donoren verder te verbeteren en te ontwikkelen in overeenstemming met de op 22 januari 2001 door de Raad aangenomen richtsnoeren voor de versterking van de operationele coördinatie tussen de Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Commissie, en de lidstaten;

- verzoekt de Raad de Commissie om geregeld - de eerste keer na zes maanden en vervolgens ten minste één keer per jaar - verslag uit te brengen over de op deze gebieden gemaakte vorderingen, met name wat het gebruik van prestatie-indicatoren betreft."

Waarnemersmissie van de Europese Unie (EUMM)

De Raad heeft het voorzitterschap machtiging verleend om met de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ) onderhandelingen te openen over het sluiten van een overeenkomst, conform artikel 24 VEU.

Op grond van deze machtiging kan het voorzitterschap, zo nodig bijgestaan door de Commissie, onderhandelingen met de FRJ openen teneinde met de FRJ een overeenkomst betreffende de activiteiten van de EUMM in de FRJ te sluiten. Deze overeenkomst komt in de plaats van het memorandum van overeenstemming van 13 juli 1991 met de federale autoriteiten van Joegoslavië betreffende de ECMM, naar behoren bijgewerkt om rekening te houden met de opeenvolgende wijzigingen in het mandaat van de waarnemersmissie, weergegeven in Gemeenschappelijk Optreden 2000/811/GBVB. Zij voorziet tevens in de vestiging van een EUMM-kantoor in Belgrado.

Bijdrage van de EU aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied

De Raad heeft een besluit aangenomen tot uitvoering van Gemeenschappelijk Optreden 1999/34/GBVB met het oog op een bijdrage van de Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied.

Dit besluit is bedoeld om uitvoering te geven aan Gemeenschappelijk Optreden 1999/34/GBVB door een financiële bijdrage (345.000 euro) te leveren aan de projecten van het in Lima (Peru) gevestigde Regionaal Centrum van de Verenigde Naties voor vrede, ontwapening en ontwikkeling in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, dat een uitbreiding vormt van het UN Department for Disarmament Affairs. Deze bijdrage is bedoeld om het centrum bij te staan bij de opleiding van de officiële douane- en politiediensten door middel van aangepast onderwijs, en bij zijn project om materieel beschikbaar te stellen voor het opzetten van gegevensbestanden over de accumulatie van handvuurwapens en lichte wapens in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied.

Met deze financiële bijdrage wordt beoogd een proces op gang te brengen waarbij meer verantwoordelijkheid wordt overgedragen op de officiële diensten, teneinde steun te verwerven bij de betrokken bevolking; zij is tevens bedoeld om de rol van de Europese Unie en die van het centrum inzake preventie te versterken, en is voor de Europese Unie van bijzondere betekenis met het oog op de conferentie van de Verenigde Naties over de verschillende aspecten van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens, die in juli 2001 zal plaatsvinden.

Europees Ontwikkelingsfonds - kwijting voor het begrotingsjaar 1999

De Raad heeft aanbevelingen aangenomen inzake de aan de Commissie te verlenen kwijting voor de uitvoering van de verrichtingen van het 6e, 7e en 8e Europees Ontwikkelingsfonds voor het begrotingsjaar 1999.

HANDEL

Deelname van de Europese Gemeenschap aan de Internationale Studiegroep voor lood en zink

De Raad heeft een besluit aangenomen over de deelname van de Gemeenschap aan de Internationale Studiegroep voor lood en zink.

De Raad heeft op 22 december 2000 een besluit genomen over deelname van de Gemeenschap aan de Internationale Studiegroep voor lood en zink (ILZSG). Dit besluit moet worden aangevuld met een bijlage waarin het statuut van de ILZSG is opgenomen. De Commissie heeft voorts in de tussentijd verklaard dat zij ook het reglement van orde van de ILZSG in het besluit van de Raad wil opnemen, omdat artikel 1 van het Reglement van orde bepaalt dat dit reglement moet worden aanvaard.

Toetreding van Moldavië tot de Wereldhandelsorganisatie

De Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, stemmen in met de toetreding van Moldavië tot de WTO. Dit gemeenschappelijk standpunt wordt door de Commissie, namens de Gemeenschap en haar lidstaten, aan de WTO voorgelegd.

HOF VAN JUSTITIE

Reglement voor de procesvoering

De Raad bereikte overeenstemming over een wijziging van artikel 16 van het reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie.

Deze wijziging voorziet erin dat afschriften van bepaalde procedurele handelingen (verzoekschrift en verweerschrift) eveneens worden toegezonden aan het Europees Parlement, om deze instelling in staat te stellen te constateren of de niet-toepasselijkheid van een in het kader van de medebeslissingsprocedure vastgestelde handeling wordt aangevoerd in de zin van artikel 241 EG-Verdrag.

WERKGELEGENHEID EN SOCIAAL BELEID

Codificatie van de richtlijn betreffende de rechten van de werknemers bij de overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen

De Raad heeft de gecodificeerde versie aangenomen van Richtlijn 77/187/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij de overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen. Deze tekst is een officiële codificatie ( 6) van genoemde richtlijn, zonder inhoudelijke wijzigingen.

VERVOER

Codificatie van de richtlijn inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden

De Raad heeft de gecodificeerde versie aangenomen van Richtlijn 94/58/EG inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden. Deze tekst is een officiële codificatie ( 7) van de richtlijn, zonder inhoudelijke wijzigingen.

BENOEMINGEN

Comité van de Regio's

De Raad heeft het besluit aangenomen houdende benoeming van de heer Sepp RIEDER tot plaatsvervanger in het Comité van de Regio's, ter vervanging van mevrouw Brigitte EDERER, voor de verdere duur van haar ambtstermijn, d.w.z. tot en met 25 januari 2002.


Footnotes:

( 1) PB L 209 van 2.8.1997.

( 2) PB L 209 van 2.8.1997.

( 3) PB L 209 van 2.8.1997.

( 4) PB L 209 van 2.8.1997.

( 5) PB C 111 van 18.4.2000.

( 6)
Codificatie in de zin van het Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 voor een versnelde werkmethode voor de officiële codificatie van wetteksten.

( 7)
Codificatie in de zin van het Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 voor een versnelde werkmethode voor de officiële codificatie van wetteksten.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie