Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Rapport 'Branchemonitor Verblijfsrecreatie 2000'

Datum nieuwsfeit: 14-03-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten


Persbericht Branchemonitor Verblijfsrecreatie 2000 14 maart 2001

In januari van dit jaar presenteerde het Nederlands Research Instituut voor Recreatie en Toerisme (NRIT) te Breda het rapport 'Branchemonitor Verblijfsrecreatie 2000'. Deze jaarlijkse uitgave heeft als doel om ondernemers, bedrijfsadviseurs, accountants en bijvoorbeeld financiers te voorzien van relevante c.q. bruikbare inzichten in de markt- en economische situatie van de sector verblijfsrecreatie.
Op basis van intern (NRIT) en extern (o.a. CBS) beschikbare gegevensbronnen schetst de Branchemonitor in eerste instantie een beeld van de belangrijkste vraag- en aanbodontwikkelingen in de sector. Tegen de achtergrond van deze ontwikkelingen wordt vervolgens ingegaan op de economische sector- en bedrijfsprestaties. Tenslotte worden de belangrijkste actuele knelpunten in de sector verblijfsrecreatie beschreven, zoals gesignaleerd door brancheorganisatie RECRON.
Het onderstaande persbericht licht een tipje van de sluier, aan de hand van enkele belangrijke bevindingen en conclusies uit het rapport.

Algemene marktsituatie en -ontwikkelingen
In het algemeen kan op basis van gegevens uit het Continu Vakantie Onderzoek (CVO) worden geconcludeerd dat het aantal vakanties van Nederlanders in eigen land zich aan het eind van de jaren negentig min of meer heeft gestabiliseerd. Dit geldt met name ook voor de toeristische vakanties (dus exclusief vakanties in een eigen logiesmiddel op een vaste stand-/ligplaats of in een tweede woning). De positie van Nederland als (potentiële) bestemming voor vakanties in eigen land lijkt daarmee steeds meer onder druk te komen staan.
Van de overnachtingen in het kader van toeristische vakanties in eigen land komt het overgrote deel (ruim 80%) voor rekening van de kampeer- en bungalowsector. Bij de overnachtingen van buitenlanders in Nederland zien we juist een relatief sterke vertegenwoordiging van de hotel- en pensionsector (ruim 50%). Overigens maakte het totale overnachtingsvolume van buitenlanders in Nederland aan het eind van de jaren negentig een positieve ontwikkeling door, zo blijkt uit gegevens van het CBS.

Vraag- en aanbodsituatie deelsectoren
Binnen de Nederlandse kampeersector was in 1999 sprake van een toegenomen vraag naar toeristische kampeerplaatsen ten opzichte van 1998, welke relatief het sterkst was bij de buitenlandse gasten. Deze toename heeft geresulteerd in een betere gemiddelde standplaatsbezetting (van 40,8 naar 44,6 bezette nachten per plaats). Dit bij een nagenoeg ongewijzigde totale standplaatscapaciteit ten opzichte van 1998, die weliswaar verdeeld is over een wat groter aantal kampeerterreinen. Het gebruik van vaste standplaatsen (jaar- en seizoenplaatsen) door Nederlanders in eigen land vertoonde in de periode 1995-1999 een tamelijk fluctuerend patroon. Onder invloed van het door het CBS geregistreerde verhoogde totale vraagvolume in de verhuurbungalowsector (inclusief appartementen) en de verhoudingsgewijs geringere capaciteitsvergroting, is het aantal overnachtingen per verhuurbungalow ook toegenomen. Het gemiddeld aantal bezette weken per verhuurbungalow steeg van 23,4 in 1998 naar 25,5 in 1999. Dit na een periode waarin de bezettingsgraad in dit logiessegment onder druk stond, als gevolg van een relatief sterkere capaciteitsuitbreiding in vergelijking met de vraagontwikkeling.
In de jeugd- en groepsaccommodatiesector zien we tussen 1998 en 1999 een afname van zowel de binnenlandse als de buitenlandse vraag. Daar het aantal geopende accommodaties en hun bedcapaciteit nagenoeg gelijk bleven, lag in 1999 de gemiddelde bedbezetting op een duidelijk lager niveau dan in 1998. Het gemiddeld aantal overnachtingen per slaapplaats/bed daalde van 92 naar 83.
Economische situatie sector verblijfsrecreatie
Uit de meest recente beschikbare jaarcijfers van het CBS inzake statistische productiegegevens voor de sector verblijfsrecreatie blijkt dat het bedrijfsresultaat van de gehele sector in 1998 is gestegen ten opzichte van 1997 (+5%). De gemiddelde bedrijfsopbrengsten namen enigszins toe (+2%), terwijl de bedrijfslasten minder sterk stegen (+1,5%). Kijken we naar de belangrijkste deelsectoren van de sector verblijfsrecreatie, dan blijkt dat de omzet in de kampeersector in 1998 enigszins afnam, terwijl in de bungalowsector juist sprake was van een flinke stijging. Dit bij een beperkte toename van de bedrijfslasten in beide deelsectoren.
Overigens blijkt uit additionele gegevensbronnen dat de bungalowsector ook in 1999 een gunstiger omzetontwikkeling kende dan de kampeersector.

Schaalgrootte is in de sector verblijfsrecreatie een bepalend begrip. In het algemeen doen de grotere bedrijven het aanmerkelijk beter dan hun kleinere collega's. Bovendien is binnen de omzetstructuur van de grotere bedrijven (qua omzetklasse) het belang van nevenactiviteiten c.q. servicevoorzieningen als horeca en (detail)handel, toegangs-/attractiegelden etc. veel groter, hetgeen ten koste gaat van het aandeel van de accommodatie-opbrengsten (verhuur caravans/bungalows/standplaatsen e.d.).
Kenmerkend voor de kostenstructuur van de sector zijn, naast de personeelskosten, de relatief hoge kapitaallasten (rente en afschrijving) en huisvestingskosten.

Bedrijfseconomische situatie deelsectoren
De BedrijfsMonitor Recreatie van het NRIT is een
bedrijfsvergelijkingssysteem waarbinnen bedrijfseconomische kengetallen worden verzameld voor campings, gemengde bedrijven en groepsaccommodaties. Om zinvol te kunnen vergelijken worden binnen deze hoofdcategorieën referentiegroepen c.q. panels samengesteld. Naast een indeling naar opbrengstklasse wordt een indeling gehanteerd naar type markten waarop de bedrijven zich richten. Doordat de bedrijven binnen de BedrijfsMonitor Recreatie op bedrijfsniveau met elkaar vergeleken worden, wordt niet een sectorbeeld maar een gemiddeld bedrijfsbeeld verkregen. In tegenstelling tot bij een sectorbeeld (zoals hiervoor geschetst) hebben grote bedrijven hierdoor evenveel invloed op het gemiddelde dan kleine bedrijven. Per deelsector worden hierna enkele kenmerkende elementen uit het gemiddeld bedrijfsbeeld voor 1998 gepresenteerd.

Gemiddeld bedrijfsbeeld campings
Het gemiddeld bedrijfsbeeld van een camping laat, na toekenning van gewaardeerd (ondernemers)loon, een licht positief resultaat voor 1998 zien. In de voorlopige cijfers van 1999 blijkt het bedrijfsresultaat nog iets verder te zijn toegenomen. De situatie van licht winstgevende exploitatie geldt echter niet voor campings met een opbrengst tot f 500.000, waarvoor het ondernemersinkomen oftewel gewaardeerd loon gemiddeld duidelijk achterblijft op de normberekening.
De continuïteit van de onderneming wordt bij een gemiddelde camping vooral bedreigd door relatief zwaarwegende beheer- en onderhoudslasten. Daarnaast speelt ook intering een bedreigende rol, waarbij afschrijvingen voor een deel worden aangewend om te voorzien in voldoende (gezins)inkomen en onvoldoende middelen overblijven voor (her)investeringen in kwaliteitshandhaving of -verbetering.
De uitsplitsing naar bedrijfstype laat zien dat een keuze voor een al dan niet uitgesproken marktprofiel van wezenlijke invloed is op de bezetting en kosten/opbrengsten van de diverse typen accommodaties. Zo hebben de meer toeristische campings (m.n. verhuur van accommodatie/standplaatsen aan toeristische gasten) gemiddeld hogere opbrengsten per toeristische logieseenheid, die tevens gepaard gaan met hogere kosten.

Gemiddeld bedrijfsbeeld gemengde bedrijven
Evenals voor kleinere campings geldt voor kleine gemengde bedrijven dat er een discrepantie bestaat tussen de arbeidsinspanning en de verdiensten van de ondernemer(s), met hierdoor een te lage rentabiliteit op het eigen vermogen. Bij de grotere gemengde bedrijven werd reeds in 1995 een solvabiliteitsprobleem geconstateerd, een probleem dat sindsdien alleen nog groter geworden is.
Het gemiddeld totaalresultaat van een gemengd bedrijf, na correctie voor gewaardeerd loon, ligt in 1998 iets lager dan voor een camping. Naar bedrijfstype valt bovendien op dat de campinggerichte gemengde bedrijven het qua financiële resultaten in 1998 aanmerkelijk beter deden dan hun bungalowgerichte tegenhangers.

Gemiddeld bedrijfsbeeld groepsaccommodaties
Groepsaccommodaties kunnen vaak niet voorzien in een volledig ondernemersinkomen en worden daarmee vaak als vorm van nevenactiviteit gevoerd. Binnen de verblijfsrecreatieve sector moet een aanzienlijk deel van de groepsaccommodaties dan ook worden beschouwd als marginale bedrijven. In 1998 deden de groepsaccommodaties het aanmerkelijk beter dan in de jaren daarvoor, al noteert een gemiddelde groepsaccommodatie nog steeds een negatief totaalresultaat. Alleen de relatief grotere groepsaccommodaties (met een opbrengst van f 250.000 of meer) kenden in 1998 een positief totaalresultaat.

Knelpunten in de sector verblijfsrecreatie
Actuele knelpunten binnen de sector (verblijfs)recreatie hebben volgens brancheorganisatie RECRON onder meer betrekking op:
- de bereikbaarheid van recreatiebedrijven en -gebieden;
- de beschikbaarheid van grond voor recreatie en recreatiebedrijven;
- permanente bewoning van recreatiewoningen;

- toenemende lokale lasten c.q. heffingen.


Publicatie Overzicht Bestellen

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie