Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Promotie: Zuinigheid troef bij bedeling op Zuid-Beveland

Datum nieuwsfeit: 15-03-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Erasmus Universiteit Rotterdam

15 maart 2001

Zuinigheid troef bij bedeling op Zuid-Beveland

De armen konden beter door de armbesturen worden geholpen dan door de staat of de gemeente. Die opvatting hield lang stand bij zowel de particuliere armenzorg als bij gemeentebesturen op Zuid-Beveland. Zij verzetten zich tegen de groeiende macht van de overheid. De lokale bestuurders waren ervan overtuigd dat er voor de gemeente weinig taken op sociaal-maatschappelijk terrein waren weggelegd. De armen moesten in hun ogen de zorg immers als een gunst blijven zien en zeker niet opvatten als een door de overheid gegarandeerd recht. Tot onder meer deze conclusies komt Albert Kort in zijn dissertatie Geen cent te veel. Armoede en armenzorg op Zuid-Beveland, 1850-1940. Hij promoveert op donderdag 15 maart 2001 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

Terwijl de meeste tot nu toe in binnen- en buitenland verschenen studies over de armoede en armenzorg ingaan op de situatie in de grote steden, met name in de periode vóór 1850, richtte de promovendus zich op de armenzorg op het platteland in de periode na 1850. Zijn onderzoeksterrein was Zeeland, Zuid-Beveland in het bijzonder.

Het gros der dorpelingen verdiende de kost als seizoenarbeider op een van de moderne, grootschalige landbouwbedrijven waarvan er op Zuid-Beveland zo veel waren. Hun lot werd in belangrijke mate bepaald door de seizoenschommelingen in de landbouw en de prijsfluctuaties van de belangrijkste agrarische producten.

De sterk gefragmenteerde armenzorg leidde in Zuid-Beveland tot ontelbare conflicten tussen de betrokken instanties, zoals de kerkelijke en openbare armbesturen en de verschillende gemeenten, waarbij het maar al te vaak voorkwam dat de armen tussen wal en schip vielen.

De armenzorg bleef de gehele periode door beperkt tot een bestrijding van de ergste symptomen van armoede. De armoede zelf bestrijden kon men niet en wilde men waarschijnlijk niet. Armoede gold voor veel tijdgenoten immers als een door God gewild fenomeen of als iets dat onlosmakelijk was verbonden met de leefstijl van de arbeidersbevolking.

Aan de hand van vele voorbeelden maakt Kort duidelijk op welke manieren de plattelandsarmbesturen hun bedeelden hielpen. Bedeling in geld en goederen, werkverschaffing, onderwijs, huisvesting, medische hulp en, niet te vergeten, uitbesteding van wezen en bejaarden vormden tot ver in de twintigste eeuw de belangrijkste ingrediënten van het bijstandspakket.

Met de plaatselijke armenzorg waren grote sommen geld gemoeid. Aan de hand van de overgebleven jaarrekeningen toont de promovendus aan dat de openbare of burgerlijke armbesturen in staat waren de steeds hoger wordende bedelingslasten uit eigen middelen te financieren. Met de opbrengsten van het grotendeels in onroerend goed belegd kapitaal kon een grote groep armen worden geholpen en een financiële reserve worden opgebouwd waarmee de autonomie tot ver in de twintigste eeuw was verzekerd. In tegenstelling tot de kerkelijke
weldadigheidsinstellingen, die voortdurend geplaagd werden door geldgebrek en zich gedwongen zagen vele arme geloofsgenoten af te wijzen, slaagden zij erin hun macht en invloed voor een groot deel te behouden.

De toenemende betekenis van de overheid op sociaal en maatschappelijk terrein was de armbestuurders een doorn in het oog. Niet alleen waren zij bevreesd voor machtsverlies, de meeste armbestuurders bleven ervan overtuigd dat de armen beter door de armbesturen konden worden geholpen dan door de staat of de gemeente. De armen moesten de zorg immers als een gunst blijven zien en zeker niet opvatten als een door de overheid gegarandeerd recht.

Promotor: prof.dr. H. van Dijk, Geschiedenis van industriële samenlevingen

Noot voor de pers:
Promotie 15 maart 2001, 13.30 uur
Plaats: Woudestein, Senaatszaal
De handelseditie van dit proefschrift is verschenen bij uitgeverij Verloren te Hilversum. ISBN 90 6550 463 2
Info: bij de promovendus, tel (0113) 21 24 10; e-mail (alkort@zeelandnet.nl)
of bij de afdeling Interne en Externe Betrekkingen, tel (010) 408 17 77;
e-mail (persberichten@daz.eur.nl)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie