Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Uitspraken Kok over de Zalmnorm

Datum nieuwsfeit: 17-03-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Algemene Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Algemene Zaken


1red9254
16-3-2001, NOS, Gesprek met de minister-president, N.3, 22.57 uur

MINISTER-PRESIDENT KOK, NA AFLOOP VAN DE WEKELIJKSE

MINISTERRAAD, OVER DE ZALMNORM

VAN DE GRAAF:
Meneer Kok, ik wil het met u hebben over de Zalmnorm. Een systematiek, in het kabinet afgesproken, staat ook in het regeerakkoord, waarin wordt gekeken naar de inkomsten van de staat. Die worden geraamd. En dan is er volgens de norm afgesproken dat als er meer binnenkomt dan je had verwacht, dat dat alleen kan worden aangewend om de belasting te verlagen of om de staatsschuld te verkleinen. Nu zegt Melkert, van de PvdA: ja, dat klopt, zo hebben we het afgesproken, maar dat hebben we afgesproken in tijden dat we nog een jaarlijks tekort hadden; dat is niet meer zo, dus die norm kan van tafel. Dijkstal, van de VVD, zegt: nee, we hebben het zo afgesproken, zo staat het in het regeerakkoord, dus het staat voor de duur van het kabinet. Wie heeft er gelijk?

KOK:
In de eerste plaats wordt dit gesprek uitgezonden aan het einde van de eerste dag van het PvdA-congres.

VAN DE GRAAF:
We nemen het op om tien voor half vijf.

KOK:
Om tien voor half vijf. Dus tussen nu en niet al te lang ga ik ook richting Rotterdam. Daar wordt dan denk ik ook nog wel gesproken over een uitspraak die over dit onderwerp aan het congres wordt voorgelegd. Ikzelf zal dan als eerste man van de PvdA morgen aan het eind van de dag ook een toespraak houden. Ik zal zeker ook op dit onderwerp ingaan. Laat ik dat even als vooraf gebruiken. Maar nu over uw vraag. We hebben het regeerakkoord gemaakt met drie informateurs, alle drie fractieleiders. Twee van de drie fractieleiders zijn intussen niet meer op de plaats waar ze toen zaten, de heer Wallage en de heer Bolkestein. Maar het is natuurlijk geaccordeerd door de fracties. Als u mij vraagt `hoe ga je in het kabinet, als minister-president, met dit geheel om?', dan hebben we door de jaren heen, de afgelopen jaren ­ en dat gaan we ook doen voor de begroting 2002 ­ heel precies uitgespeld wat voor wensen er aan de uitgavenkant zijn: onderwijs, zorg, veiligheid, noemt u maar op. Daar zit ook nog weer die arbeidsmarktsituatie bij: hoe houd je voldoende mensen gemotiveerd om in die sectoren te werken? Dat is natuurlijk weer van belang voor de kwaliteit van de publieke dienstverlening. Hoe telt dat op? Wat is daar koren? Wat is daar kaf? Niet alles wat wordt gevraagd, is altijd prioritair. Dat ga je dan plaatsen naast de mogelijkheden die je binnen dat uitgavenkader hebt. Dat is dus het eerste deel van de operatie, zal ik maar zeggen. En dan zal ik natuurlijk samen met collega Zalm moeten kijken ­ en ook samen met de rest van het kabinet, op enig moment ­ hoe die ruimte die voor al die uitgavenprioriteiten beschikbaar kan worden gemaakt, ook zo ruim mogelijk kan zijn, zonder in strijd te zijn met soliditeit.

VAN DE GRAAF:
Maar er ligt een politieke, concrete, actuele vraag op tafel. Er zijn twee belangrijke krachten, VVD en PvdA, die van elkaar zeggen: jouw opvatting over die Zalmnorm




klopt niet of niet meer. U bent erbij geweest toen het regeerakkoord geschreven werd. U leidt bovendien deze coalitie. Dus wat is het nou volgens u? Geldt die norm nog, tot het eind van de rit? Of zegt u: nee, sinds we geen tekort meer hebben, kun je daar anders over gaan denken?

KOK:
We hebben bij het debat over de regeringsverklaring, een paar jaar geleden, ook al iets van deze gedachtewisseling gehad in de Kamer. Ik vind het interessant wat u signaleert. Dat is mij natuurlijk ook allemaal niet ontgaan. Het is toch belangrijk om te laten zien hoe wij in het kabinet te werk gaan. Wij willen een begroting maken voor het laatste jaar, 2002, dat niet alleen verkiezingsjaar is, maar ook een brugjaar naar de toekomst. Nederland heeft veel nodig op het terrein van goede publieke voorzieningen. Dat mag geen verloren jaar zijn. Die begroting moet door het gehele kabinet kunnen worden gedragen. Die begroting moet dus voldoen aan de eis van financiële degelijkheid en ook aan voldoende ambitieniveau om te zeggen: ja, dat is ook echt een opstap die we voor de komende jaren aan het parlement kunnen voorleggen. Zolang die exercitie in het kabinet niet is volbracht, zolang we niet precies weten wat we in de optelsom der dingen willen en wat we kunnen realiseren, zolang zijn we als kabinet aan de beantwoording van die inderdaad belangrijke hamvraag die u stelt niet toe.

VAN DE GRAAF:
Volgens mij zegt u nu eigenlijk: geef ons even de ruimte om iets creatiefs te verzinnen, zodat we geen ruzie in de coalitie krijgen, want daar zit niemand op te wachten. En laat ons nu niet vervallen in grote woorden over de Zalmnorm wel of niet. Geef ons de ruimte om de poen te vinden, zonder dat we ruzie over de terminologie krijgen. Is dat wat u aan het doen bent?

KOK:
Nee, u vat het niet helemaal correct samen. `Geef ons de ruimte', dat hoef ik helemaal niet te vragen, want er is natuurlijk maar één orgaan dat de begroting maakt, dat is het kabinet. Daar hoeven we niet om te vragen of dat mag. Daar zijn we voor aangesteld. Dus de Kamer controleert en beoordeelt en gaat ook met de uitkomsten van het kabinetsberaad aan de slag.

VAN DE GRAAF:
Maar voordat u aan de slag gaat, zijn er twee krachten. Uw eigen Ad Melkert zegt: er is hier een norm en die moet van tafel. Uw eigen Hans Dijkstal, de rechterhand in het kabinet, zegt: hou er eens over op, want anders creëer je een crisis. Dat zijn grote woorden. Dat speelt zich nu in Den Haag af.

KOK:
Dat zijn heel belangrijke politieke omgevingsfactoren. Toch zijn, met alle waardering, noch Ad Melkert, noch Hans Dijkstal lid van het kabinet. Het eerste orgaan dat in zijn wijsheid of onvoldoende wijsheid conclusies moet trekken ten aanzien van de vraag `dit kunnen we dragen richting parlement' is de ministerraad. In die ministerraad is het, denk ik, van het grootste belang dat we de volgorde der dingen en de context der dingen goed in de gaten houden. Context is: zorg dat je rekening houdt met wat ik net naar voren bracht, een evenwichtige begroting maken. En de volgorde houdt in dat je eerst kijkt wat je binnen de met creativiteit ingevulde Zalmnorm kunt doen, om dan voor jezelf de lakmoesproef te nemen en te zeggen: is dit in voldoende mate in




overeenstemming met wat ik als minister-president, als voorzitter van het kabinet, aan de bevolking en aan het parlement kan presenteren. Dus die vraag kan in een volgend stadium echt aan de orde komen. Dan gaat het ook niet om het spel. Dan gaat het ook niet om de vraag of een spelregel anders moet worden. Dan gaat het om de knikkers. En de knikkers hebben weer te maken met politieke prioriteiten en de inpasbaarheid daarvan in datgene wat je aan mogelijkheden tot je beschikking hebt.

VAN DE GRAAF:
En wat vindt u nou in de aanloop naar deze heel moeilijke taak van het feit dat Dijkstal en Melkert allebei een soort ramkoers lijken te varen. Overigens heb ik meneer Dijkstal zojuist uw rechterhand in het kabinet gemaakt, ik vergis me, mijn excuses aan de heer Dijkstal. Maar wat vindt u ervan dat die twee mannen zo rechtstreeks op elkaar af lijken te stevenen? Daar kunt u toch niet gerust op worden?

KOK:
U zei al twee keer achter elkaar `lijken'. Dat is al een interessante toevoeging: lijken te stevenen. Het is in ieder geval duidelijk dat de drie politieke partijen die samen deze coalitie schragen ­ ook D66 ­ eigen posities hebben, ook eigen positionering rondom de prioriteiten, de omvang daarvan en de inpasbaarheid. Dat neemt toch niet weg dat we als ministerraad, als leden van het kabinet, en ik zeker als minister-president, het hoofd wel koel moeten houden. Dat betekent niet dat je ongevoelig bent voor de politieke uitspraken die in de eigen beweging of in andere bewegingen worden gemaakt. Je zult straks toch een goed antwoord moeten geven, aan het parlement, aan de samenleving, omtrent het type afweging dat je hebt gemaakt. Zoals gezegd, ik vind dat eerst de vraag `wat moet er aan veiligheid, zorg, onderwijs gebeuren'... Wat is ook wegzetbaar? Er wordt ook wel eens gedacht dat als je geld in een begroting opneemt, dat dat ook onmiddellijk goed besteed is. Dat moet ook gecheckt worden op de vraag: kunnen we dat effectief aanwenden? Kunnen we de organisatie waar mogelijk ook verder verbeteren, zodat het ook verantwoord besteed geld is? En naar de mate waarin daar een spanning ontstaat, is dat niet een spanning alleen tussen politieke partijen, maar ook een spanning binnen een verantwoordelijk minister of minister-president, die voor zichzelf die vraag moet beantwoorden: kan ik deze uitkomst dragen of moeten er aanpassingen komen?

VAN DE GRAAF:
Maakt u zich in dit verband als minister-president nog zorgen over het feit dat de grootste coalitiepartner, de PvdA, straks in Rotterdam vergadert en dat er allerlei moties op het programma staan rondom die Zalmnorm? Ligt u daarvan wakker?

KOK:
Ik ben uiteraard heel erg betrokken bij en in mijn functioneren ook afhankelijk van belangrijke uitspraken die worden gedaan. Het is en blijft zo dat congresmoties, ook als ze op dit onderwerp betrekking hebben, adviezen bevatten aan de fractie. Dat is natuurlijk heel belangrijk, want het regeringsbeleid steunt op het vertrouwen en ondersteuning vanuit de drie fracties, waaronder die van de PvdA. Dus u mag er echt vanuit gaan dat ik wat dit betreft geen detail aan mijn aandacht laat ontsnappen. Maar het is wel zo dat het partijcongres bepaalt wat het wil uitspreken. Voor mij is dat een heel belangrijk gegeven. Ik zal morgen ook het nodige over dit onderwerp zeggen.




VAN DE GRAAF:
Er is nog één motie die u vast niet prettig vindt, de motie over het feit of u lijsttrekker wilt zijn bij de volgende verkiezingen, of niet. Welk nieuws krijgt Nederland eerder te horen: het nieuws over de toekomst van Wim Kok of het nieuws over de toekomst van Willem-Alexander?

KOK:
Dat is ook weer zo'n moeilijke vraag, omdat ze allebei betrekking hebben op de toekomst. Dus alleen in de toekomst kan ik het antwoord geven op uw vraag.

VAN DE GRAAF:
U weet van allebei iets af.

KOK:
Toch zal ik in de toekomst het antwoord geven op uw vraag. Althans, het transparante antwoord.
(Letterlijke tekst, ongecorrigeerd, HK)




reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie