Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Notitie BUZA inzake actuele situatie in Turkije

Datum nieuwsfeit: 22-03-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken



Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Directie Europa Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag

Datum 22 maart 2001 Auteur Drs. D. Prins / Dr. R. Vos

Kenmerk DEU-128/01 Telefoon 070 - 348 51 15

Blad /1 Fax 070 - 348 53 29

Bijlage(n) Notitie inzake de actuele situatie in Turkije E-mail (DEU@MINBUZA.NL)

Betreft Turkije - Staatsbezoek president Sezer

Zeer geachte Voorzitter,

Naar aanleiding van het verzoek van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken (Buza2000/105, 18/12/2000) van Uw Kamer om een brief inzake de actuele situatie in Turkije, met het oog op het komende staatsbezoek van de Turkse president Sezer aan Nederland (3-5 april aanstaande), doe ik U hierbij een notitie toekomen waarin wordt ingegaan op het staatsbezoek zelf, op ontwikkelingen in Turkije, op de relatie tussen Turkije en de EU, op de kwestie Cyprus en de betrekkingen tussen Turkije en Griekenland alsmede op het Nederlandse beleid ten aanzien van Turkije.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Notitie inzake de actuele situatie in Turkije,

met het oog op het Staatsbezoek van president Sezer van Turkije aan Nederland


1. Staatsbezoek


Het inkomend Staatsbezoek van President Sezer is zijn eerste staatsbezoek aan een EU-lidstaat. In oktober 2000 bracht minister-president Kok al het eerste bezoek van een EU-regeringsleider aan Turkije na de bevestiging van de EU-kandidatuur van dat land door de Europese Raad van Helsinki. Deze bezoeken zijn indicatief voor de goede bilaterale betrekkingen, die mede worden gekenmerkt door het feit dat Nederland bijna 300.000 ingezetenen met een Turkse achtergrond kent.

Het staatsbezoek vindt plaats op een moment dat Turkije zich aan het voorbereiden is op belangrijke veranderingen teneinde te voldoen aan de politieke Kopenhagen-criteria, terwijl het land de gevolgen verwerkt van de ernstige financieel-economische crisis van februari jongstleden.

Ahmet Necdet Sezer (1941) werd op 5 mei 2000 door het Turkse parlement op voorspraak van de regering-Ecevit verkozen tot tiende president van Turkije. Hij is de eerste in die functie die noch uit de krijgsmacht noch uit de nationale politieke kringen afkomstig is; president Sezer was gedurende het grootste deel van zijn loopbaan werkzaam in de rechterlijke macht. Laatstelijk was hij voorzitter van het Turkse Constitutionele Hof.

Sedert zijn aantreden heeft de president enkele malen op indringende wijze invulling gegeven aan zijn grondwettelijke rol met betrekking tot de rechtsorde in het land.

Zo stuurde hij bij herhaling een door hem te ondertekenen concept-regeringsdecreet terug, omdat in zijn ogen het parlement zonder voldoende onderbouwing werd gepasseerd. Ook over de noodzaak van politieke en economische hervormingen en bestrijding van corruptie heeft de president zich in krachtige bewoordingen uitgelaten. Overigens stelt de president nadrukkelijk dat de huidige Turkse regering zich aan dergelijke hervormingen met overtuiging heeft gecommitteerd.

President Sezer zal worden ontvangen door Hare Majesteit de Koningin, besprekingen voeren met de Minister-President en enkele andere leden van het Kabinet en voorts bezoeken brengen aan het Parlement, een onderwijsproject in Amsterdam en aan de Rijksuniversiteit Leiden. Minister van Buitenlandse Zaken Cem zal de president gedurende het staatsbezoek vergezellen.

De aanwezigheid van de grote gemeenschap van Turkse afkomst hier te lande geeft aan de betrekkingen van Nederland met Turkije een extra dimensie. In een recent overleg met vertegen-woordigers van het Inspraak-Orgaan Turken (IOT) is in dat licht gesproken over het komende staatsbezoek.


2. Ontwikkelingen in Turkije


De Turkse regeringscoalitie - sinds 1999 in functie - onder leiding van premier Ecevit, heeft een ruime meerderheid in het parlement. Wel leidt de samenstelling van de regering tot spanningen bij besluitvorming over belangrijke kwesties. Het betreft onder andere de mate waarin tegemoet kan worden gekomen aan de wensen van de EU en het IMF op het gebied van politieke en economische hervormingen. De spanningen in de coalitie worden versterkt door de verslechterde economische situatie, het corruptie-onderzoek en de relatief sterke groei in de opiniepeilingen van de coalitiepartij MHP.

Toch wordt de noodzaak om hervormingen in Turkije door te voeren breed gedragen. Mondialisering en de zo gewenste aansluiting bij de EU dwingen daartoe. Bij de hervormingen die de regeringscoalitie zich ten doel heeft gesteld, gaat het met name om (grond)wetswijzigingen op het gebied van de rechtsorde en het verder toegankelijk maken van de markteconomie, zoals mede wordt aangegeven in het recentelijk vastgestelde 'Nationale programma voor de overname van het acquis' (NPOA) en het economisch herstelprogramma.

Mensenrechten

In het algemeen blijft de mensenrechtensituatie in Turkije een onderwerp van zorg en aandacht. Het betreft bijvoorbeeld de positie van de Koerdische minderheid, de rol van het leger en de ontoereikende civiele controle daarover en het plaatsvinden van martelingen. Mensenrechtenschendingen komen voor ondanks wettelijke garanties en ondertekening van verdragen. Vooral de implementatie van regelgeving op het gebied van de rechtsorde laat te wensen over. Reeds eerder sprak de regering zorg uit over dergelijke mensenrechtenschendingen in Turkije en werd de Kamer terzake geïnformeerd.

Speciale vermelding verdient op dit moment de situatie in de Turkse gevangenissen. Turkije is doende gevangenissen met een cellensysteem op te zetten, zoals de "Standard Minimum Rules" van de VN voorschrijven, en gevangenen daarnaar over te plaatsen. In december jl. kwam het daardoor tot hongerstakingen en opstanden. Die zijn met geweld beëindigd; sommige gevangenen zetten hun hongerstaking nog voort. Het gebruik van geweld door de gevangenen en de veiligheidstroepen zijn aan de orde gekomen in het meest recente rapport van het Comité inzake de Voorkoming van Marteling van de Raad van Europa, dat is opgesteld na bezoek van dat Comité aan Turkije in december 2000 en januari 2001. Reeds eerder sprak ik zorg uit over o.a. het gebruik van geweld door de Turkse overheid bij het beëindigen van de acties in de gevangenissen. Dat de Turkse regering toestemming heeft gegeven om genoemd vertrouwelijk rapport vrij te geven (op WWW.CPT.COE.INT) is een positief signaal.

Andere recente voorbeelden van mensenrechtenschendingen zijn de verdwijning van twee prominente lokale politici van de pro-Koerdische HADEP-partij, een tegen de mensenrechtenorganisatie IHD aangespannen gerechtelijke procedure alsmede het proces tegen pater Akbulut.

In de jaren tachtig ontstond onder regie van de toenmalige president Özal een dynamiek in de Turkse economische ontwikkeling. Wel kent Turkije's indrukwekkende economische groei geregeld - ook onlangs - momenten van forse terugval. Corruptie en structurele inflatie (jarenlang boven de 70%) hebben veel schade aangericht aan het consumentenvertrouwen. Bovendien is de economische ontwikkeling vrijwel geheel geconcentreerd in het Westen van het land (industrie, toerisme).

Het doorvoeren van de zo noodzakelijke hervormingen werkt niet alleen stabiliteitverhogend. Dat proces brengt immers structuren aan de oppervlakte die het vertrouwen in de Turkse economie soms schade toebrengen.

Zo werd na de aardbevingsramp van 1999 onder strikt toezicht van het IMF een anti-inflatie-programma opgezet. De inflatie was eind 2000 gedaald van structureel boven de 70% tot 39%. Het toezicht op de staatsbanken, die traditioneel zijn gelieerd aan politieke partijen, werd verscherpt. Maar daarmee werd in november 2000 een financiële crisis ingeluid. Het onderzoek naar de weinig levensvatbare banken bracht investeerders ertoe zich terug te trekken. Het IMF moest met $7,5 mld. extra bijspringen.

In februari jongstleden volgde een tweede crisis. President Sezer gaf aan dat de banken aan presidentiële corruptieonderzoekers zouden worden onderworpen. De financiële markten reageerden onmiddellijk heftig. De Turkse regering kon niet anders dan de koers van de lira loslaten; deze raakte in een vrije val en daalde bijna 40% in waarde. De beursindex daalde 63%. De crisis leidde tot de aanstelling van Kemal Dervis, oud-vice-president bij de Wereldbank, tot nieuwe Minister van Economische Zaken.

Turkije zal, teneinde de crisis te overkomen, in nauw overleg met het IMF aan een nieuw pakket maatregelen werken. Daarbij is vooral van belang dat de omvang van de schade op bijvoorbeeld de begroting die door de devaluatie is aangericht snel inzichtelijk wordt, dat de reorganisatie van de banken versneld ter hand wordt genomen, en dat de regering de noodzaak van structurele hervormingen andermaal benadrukt. Turkije kan in de komende maanden aantonen dat het serieus werk maakt van een diepgaande hervorming van de eigen financiële sector. Daarvoor is het deze week uitgebrachte economische herstelprogramma een eerste stap.

Ondanks de huidige economische tegenslagen blijft de Turkse economie omvangrijk en dynamisch. Het land is Europa's snelst groeiende energiemarkt en heeft belangrijke stappen gezet op het gebied van zowel privatisering van staatsbedrijven als liberalisering van de markt. Het structurele inflatieprobleem blijft aandacht vergen. Sectoren als telecommunicatie, toerisme en industriële producten kennen een voortdurende groei. Ook de vermindering van het handelstekort met de EU is een positieve tendens. Nederland staat in de top-tien van naar Turkije exporterende landen en in de top-drie van investeerders in Turkije.


3. Turkije en de Europese Unie

In overeenstemming met de conclusies van de Europese Raad van Helsinki is vorig jaar de opzet van een pre-toetredingsstrategie voor Turkije ter hand genomen. Dat betekent in de eerste plaats dat in een achttal gemengde comités van Turkije en de EU voor verschillende sectoren van het acquis communautaire wordt nagegaan in hoeverre Turkije wetgeving en praktijk reeds aan die van de EU heeft aangepast. Dit proces verloopt naar wederzijdse tevredenheid. Daarnaast is een kaderregeling vastgesteld voor financiële hulp aan Turkije in het kader van de pre-toetredingsstrategie. Het gaat hierbij om fondsen die voorlopig 177 miljoen euro per jaar zullen bedragen. Tenslotte heeft de Raad, zoals eerder geschiedde voor de andere kandidaatlidstaten, een zogeheten Partnerschap voor Toetreding voor Turkije vastgesteld. In dit document wordt aangegeven welke aanpassingen op korte termijn en welke op middellange termijn nodig zijn, zowel wat betreft de politieke als de economische criteria, alsmede wat betreft de versterking van de bestuurlijke en justitiële capaciteit. De EU heeft hierin onder meer de prioriteiten omschreven op het gebied van de mensenrechten en democratisering.

In aansluiting op het partnerschap voor toetreding heeft Turkije op 19 maart jl. zijn Nationaal programma voor de overname van het acquis bekend gemaakt. Dit omvangrijke document is op dit moment nog niet geheel in vertaling beschikbaar. Uit een voorlopige vertaling van het gedeelte inzake de politieke criteria blijkt dat Turkije een omvangrijk pakket aan - (grond-)wettelijke en praktische - hervormingsmaatregelen wil treffen op de volgende terreinen:


· Vrijheid van geweten en van meningsuiting;


· Vrijheid van vereniging en vergadering; maatschappelijk middenveld;

· Strijd tegen martelingen;


· Voorarrest;


· Versterking van de mogelijkheden om de gevolgen van mensenrechtenschendingen te bestrijden;


· Training van uitvoerende wetsdienaren en andere ambtenaren inzake mensenrechtenkwesties;


· Verbetering van het functioneren en de effectiviteit van het justitieel apparaat, met inbegrip van de rechtbank voor staatsveiligheid;


· Afschaffing van de doodstraf;


· Culturele leven en individuele vrijheid;


· Verminderen van regionale verschillen om economische, sociale en culturele kansen te bieden aan alle burgers;


· Veiligstellen van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden, vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, voor alle individuen - zonder discriminatie naar taal, ras, huidskleur, geslacht, politieke overtuiging, filosofische overtuiging of geloof;


· Aanpassing van de grondwet en andere wetgeving aan het EU acquis;

· Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele rechten;


· Detentieomstandigheden in gevangenissen;


· Nationale Veiligheidsraad;


· Noodtoestand.

Turkije toont met dit document de intentie tot hervormingen met het oog op het voldoen aan de politieke Kopenhagen-criteria. Het is echter wel duidelijk dat Turkije niet aan alle door de EU in het Partnerschap voor Toetreding geformuleerde wensen is tegemoetgekomen. Zo zijn er verschillen in bewoording zichtbaar tussen de prioriteiten zoals de EU die geformuleerd heeft in het Partnerschap en de tekst van het Turkse Nationale programma. Dergelijke verschillen zullen uiteraard met Turkije worden besproken. Een nadere analyse van het NPOA vindt nog plaats.

De aangekondigde aanpassing van wetten en regelgeving dient thans te worden doorgevoerd. Voor mij is cruciaal dat alle aanpassingen ook worden geïmplementeerd en leiden tot werkelijke verbetering in de praktijk.

In de discussie over het Europees Veiligheids- en Defensie-Beleid (EVDB) acht Turkije de voorstellen van de Europese Raad van Nice over deelname in het EVDB van Europese NAVO-bondgenoten die geen EU-lid zijn, onvoldoende. Daarbij is voor Ankara betrokkenheid bij EU-geleide militaire operaties die zich mogelijk in de nabijheid van Turkije afspelen, vanzelfsprekend van bijzonder belang. Daarom houdt Ankara thans vooralsnog besluitvorming in NAVO-kader op waarin zou worden vastgelegd onder welke voorwaarden de EU gebruik kan maken van NAVO-middelen en -capaciteiten. Een dergelijke regeling vormt een van de pilaren van het EVDB; een goed uitleenmechanisme vormt de beste waarborg voor een hechte samenwerking tussen EU en NAVO en een garantie tegen het opzetten van duplicerende EU-structuren en EU-middelen. De Britse Minister van Buitenlandse Zaken en ondergetekende hebben in de afgelopen tijd geprobeerd de discussie op dit punt met de Turken open te houden. Daartoe heeft een aantal contacten plaatsgevonden. Beide landen zijn voornemens daarmee door te gaan en de Turken te bewegen constructief aan een oplossing van deze kwestie mee te werken, waarbij uiteraard wel de besluiten die in Nice zijn genomen uitgangspunt blijven.


4. Overige buitenlands-politieke kwesties

In december 1999 zijn besprekingen over de kwestie-Cyprus begonnen onder leiding van de Secretaris-Generaal van de VN. De overlegrondes in de vorm van 'proximity talks', waarbij de beide delegaties elk afzonderlijk spraken met een tussenpersoon, zijn vooralsnog door de Turks-Cypriotische leider Denktash afgebroken. Over een mogelijke andere vorm van gesprekken met de VN vinden thans contacten plaats.

De medeverantwoordelijkheid van Turkije voor het vinden van een politieke oplossing voor de kwestie-Cyprus, maakt onderdeel uit van het Partnerschap voor Toetreding. Onder de korte-termijn-prioriteiten wordt aangegeven dat de EU, in de context van de politieke dialoog, intensieve ondersteuning van Turkije verwacht van de inspanningen van de Verenigde Naties om een algehele regeling van de kwestie-Cyprus tot stand te helpen brengen. In dat kader zal Nederland bilateraal zowel als in EU-verband de Turkse autoriteiten aansporen om voortgang op dit terrein te bewerkstelligen.

Sinds 1999 is er sprake van een voortgaande verbetering van de betrekkingen tussen Griekenland en Turkije, mede te danken aan de moedige persoonlijke inspanningen van mijn ambtgenoten Cem en Papandreou. Er zijn sindsdien diverse overeenkomsten afgesloten en er zijn negen werkgroepen ingesteld die niet-controversiële kwesties bespreken (zoals handel en toerisme). In NAVO-verband wordt gesproken over het instellen van vertrouwenwekkende maatregelen met betrekking tot de Egeïsche Zee; inhoudelijk zijn evenwel de uitstaande meningsverschillen over de Egeïsche Zee nog niet dichter bij een oplossing gekomen. In het Partnerschap voor Toetreding voor Turkije is aangegeven dat Turkije, in de context van de politieke dialoog, in het kader van het beginsel van vreedzame regeling van geschillen overeenkomstig het Handvest van de VN, alles in het werk moet stellen om de nog onopgeloste grensgeschillen en andere daarmee verbonden problemen tot een oplossing te brengen.

Griekenland heeft overigens aangegeven Turkije te willen assisteren bij het EU-toetredingsproces, met name waar het de aanpassing van wet- en regelgeving betreft. De kwestie Cyprus blijft een onderwerp waarover beide landen sterk van mening verschillen.


5. Nederlands beleid


Turkije is voor de NAVO en de EU, en mede daarom voor Nederland, van groot belang. Niet alleen vanwege de geostrategische positie, het economisch belang en de maatschappelijke verwevenheid - gegeven de aanwezigheid van een grote bevolkingsgroep van Turkse oorsprong in Nederland - maar ook vanwege het aanpassingsproces richting Europese normen en waarden dat dit land doormaakt. De toetreding tot de NAVO en de Raad van Europa, reeds een halve eeuw geleden, en de huidige wens om aansluiting te vinden bij de EU, geven aan dat Turkije zijn toekomst blijvend wil vormgeven in Europese kaders. Die inzet wordt gedeeld door een belangrijk deel van de autoriteiten en door vertegenwoordigers van minderheidsgroeperingen en mensenrechtenorganisaties.

In contacten met Turkije zal daarom verdere steun voor de pro-Europese krachten centraal blijven staan, zowel binnen als buiten de politieke arena. Daarnaast is van belang om te benadrukken dat een transparanter en minder prominent optredende overheid uiteindelijk de interne stabiliteit ten goede kan komen. Verdere democratisering, versterking van de rechtsorde, verbetering van de mensenrechtensituatie en een vermindering van de rol van de krijgsmacht in het politieke proces, zijn derhalve kernpunten voor Nederland in contacten met Turkije - zowel bilateraal als in EU-verband. Mede daarom zijn de MATRA- en PSO-programma's, die processen van maatschappelijke transitie ondersteunen, ook voor Turkije opengesteld. En wordt ook anderszins in kaart gebracht welke initiatieven in bilateraal kader mogelijk zijn.

Naast deze elementen zullen in contacten met Turkije ook kwesties aan de orde blijven komen als economische betrekkingen, asiel en migratie, samenwerking op het terrein van drugshandel en andere vormen van criminaliteit alsmede kwesties die samenhangen met de aanwezigheid van personen van Turkse oorsprong in Nederland.

Nederland onderhoudt reeds sinds de zeventiende eeuw diplomatieke relaties met Turkije en zijn rechtsvoorganger, het Ottomaanse rijk. Het komende bezoek van President Sezer is niet alleen daarom een belangrijke gebeurtenis. Het bezoek markeert bovenal de bijzondere relatie die Nederland en Turkije in de afgelopen decennia hebben ontwikkeld, zowel op bilateraal terrein als in het geheel van het Atlantisch bondgenootschap en het proces van Europese eenwording.

Kenmerk
DEU-128/01
Blad /1

===

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie