Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Jaarlijkse graadmeter economische ontwikkeling van RUG

Datum nieuwsfeit: 27-03-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Rijksuniversiteit Groningen
Zoek soortgelijke berichten
Rijksuniversiteit Groningen

27 mrt 2001

nummer 38 27 maart 2001

Jaarlijkse graadmeter economische ontwikkeling

Regionale verschillen lopen verder terug

De Noordelijke economie volgt momenteel de nationale ontwikkeling op de voet. De regionale structuurverschillen lopen echter terug omdat het Noorden op een aantal punten zelfs beter scoort dan landelijk. Ten opzichte van het landelijk gemiddelde heeft het Noorden de laatste jaren hogere groeicijfers gerealiseerd voor de export, de werkgelegenheid in de dienstensectoren en de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen. Ook de onderlinge verschillen tussen de noordelijke provincies worden kleiner omdat de werkloosheid in Groningen sneller terugloopt dan in Friesland en Drenthe. Dit concluderen economen van de Rijksuniversiteit Groningen in de vandaag verschenen Regionaal Economische Verkenningen 2001 voor Groningen, Friesland en Drenthe, die jaarlijks in opdracht van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland wordt opgesteld.
Vooral dienstensector en export groeien
Participatiegraad neemt snel toe
Werkloosheid daalt het snelst in Groningen Eindelijk weer vestigingsoverschot
Grote verschillen tussen gemeenten
Verwachtingen 2001 voorzichtig optimistisch Noot voor de pers

De Nederlandse hoogconjunctuur heeft zich ook in 2000 nog volop voortgezet, al wijzen de meest recente indicatoren op een afzwakking naar meer gematigde groeicijfers. De noordelijke economie reageert echter traditioneel met enige vertraging op de groei elders in het land en laat juist voor 1999 en 2000 gunstiger cijfers zien dan in de jaren daarvoor. In 1999 nam de werkgelegenheid volgens de Provinciale Werkgelegenheidsregisters in Groningen toe met 2,9%, in Friesland met 2,8% en in Drenthe met 3,0% tegenover landelijk 2,8%. Voor 2000 zijn momenteel alleen nog de meer indicatieve gegevens van de Enquête Bedrijfsontwikkeling voor alle provincies beschikbaar. Deze laten zien dat de werkgelegenheid in Friesland en Drenthe ook in 2000 iets sneller is gegroeid dan landelijk, terwijl Groningen daar iets onder blijft.

Vooral dienstensector en export groeien

De economische structuur van de noordelijke provincies wordt gekenmerkt door een oververtegenwoordiging van langzaam groeiende sectoren als landbouw en industrie en een ondervertegenwoordiging van de snel groeiende dienstensectoren. Dit is traditioneel nadelig geweest voor de totale werkgelegenheidsgroei in het Noorden, maar de laatste jaren neemt het structuurverschil snel af. In een groot aantal dienstensectoren neemt de werkgelegenheid in het Noorden momenteel sneller toe dan landelijk, met name in de financiële en zakelijke dienstverlening. Hierdoor groeit de sectorstructuur in alle drie de noordelijke provincies geleidelijk naar het landelijk gemiddelde. Daarnaast blijkt ook de exportquote voor het Noorden de laatste jaren een inhaalslag te maken: het percentage van de omzet dat wordt geëxporteerd, neemt toe en nadert het landelijke niveau.

Participatiegraad neemt snel toe

De in het Noorden traditioneel lagere arbeidmarktparticipatie neemt momenteel sneller toe dan landelijk, zodat ook op dit punt het verschil met het landelijk gemiddelde afneemt. De participatie van mannen is de laatste vijf jaar in alle drie de provincies met ruim 3 procentpunt gestegen tegenover 2,5 landelijk. De vrouwelijke participatiegraad neemt veel sneller toe: in Groningen met 7,3 en in Friesland zelfs met 7,7 procentpunt tegenover 6,3 landelijk. In Drenthe verloopt deze stijging met 5,3 procentpunt iets langzamer. Niettemin is het verschil met de landelijke participatie van vrouwen in het Noorden nog aanzienlijk. Thans bedraagt de vrouwelijke participatiegraad landelijk 53%, tegenover 50% in Groningen, 48% in Friesland en 49% in Drenthe.

Werkloosheid daalt het snelst in Groningen

In Groningen en Friesland neemt de werkloosheid de laatste jaren sneller af dan landelijk, waardoor de regionale component (het verschil met het landelijk werkloosheidspercentage) terugloopt. Thans bedraagt de werkloosheid volgens het CBS in Groningen 6,2% en in Friesland 5,1% tegenover landelijk 3,9% . De daling van de werkloosheid stagneert echter in Drenthe. In deze provincie nam de werkloosheid in 2000 zelfs helemaal niet af en bleef evenals in 1999 6%. De officiële CBS-cijfers hebben echter voor de noordelijke provincies een grote onnauwkeurigheidsmarge. Op basis van gegevens van de arbeidsbureaus moet ervan worden uitgegaan dat de werkelijke werkloosheid in Groningen iets hoger en in Drenthe iets lager ligt. Vast staat echter dat binnen het noorden de werkloosheid in Groningen het snelst daalt en dat daarmee de onderlinge verschillen tussen de provincies kleiner worden.

Eindelijk weer vestigingsoverschot

Het binnenlandse migratiesaldo heeft zich vorig jaar opvallend verbeterd. In 2000 had alleen Friesland nog een beperkt vertrekoverschot van -1000 personen, terwijl het saldo voor Groningen en Drenthe omsloeg in een positief vestigingsoverschot van respectievelijk +400 en +900 personen. Voor het Noorden als geheel betekent dit een bijna historisch te noemen trendbreuk: voor het eerst sinds 1982 is weer sprake van een noordelijk vestigingsoverschot. De belangrijkste oorzaken van deze omslag zijn de verbeterde kansen op de noordelijke arbeidsmarkt en de vooral ten opzichte van de Randstad relatief gunstige woningmarkt.

Grote verschillen tussen gemeenten

De ontwikkelingen op gemeenteniveau laten sterke verschillen binnen het Noorden zien. De gemeenten in de periferie langs de waddenkust en in Noordoost Groningen worden gekenmerkt door een lage of zelfs negatieve bevolkingsgroei, met als uitschieter de gemeente Delfzijl, die haar bevolking de laatste tien jaar met 8% heeft zien afnemen. Aan de andere kant zijn de groeiende gemeenten vooral in het Zuidwesten van de regio te vinden. Een opvallend verschil daarbij is dat de bevolkingsgroei in de Friese gemeenten vooral door de natuurlijke aanwas wordt veroorzaakt, terwijl in de Drentse gemeenten migratie de belangrijkste factor is (zie kaart 1). Voorts blijkt dat de werkgelegenheid in veel kleine gemeenten de laatste tien jaar relatief sneller is gegroeid dan in de grotere kernen. Dit betekent dat binnen het Noorden sprake is van een tendens tot ruimtelijke deconcentratie. Opvallend is ook dat de werkgelegenheid in de gebieden die in 2000 binnen het beleidsprogramma KOMPAS zijn aangewezen als kernzones over de periode 1991-1998 nog relatief weinig is gegroeid. (zie kaart 2). De feitelijke ontwikkeling spoort dus nog niet met het ingezette beleid.

Verwachtingen 2001 voorzichtig optimistisch

De verwachtingen voor dit jaar zijn voor de noordelijke provincies voorzichtig optimistisch. Landelijk zal de groei van de werkgelegenheid in 2001 1,8% bedragen. Friesland en Drenthe zullen deze groei goed kunnen volgen, terwijl voor Groningen een kwart procent extra groei wordt verwacht onder invloed van een zich voortzettende verbetering van het migratiesaldo en iets gunstiger cijfers voor de Groningse export. De meeste banen zullen wederom gerealiseerd worden in de dienstverlenende sectoren. In 2001 zullen er in Groningen naar schatting 4400 banen bij komen, in Friesland 3500 en in Drenthe 2600.

Het arbeidsaanbod neemt dit jaar onder invloed van de voortgaande groei van de participatiegraad in ongeveer dezelfde mate toe: in Groningen met 4300 personen, in Friesland 4000 en in Drenthe 2800. Dit betekent dat de werkloosheid in 2001 op ongeveer hetzelfde niveau blijft. Dit is ook landelijk het geval aangezien de nationale werkloosheid vrijwel gelijk blijft op 3,8%. In Friesland en Drenthe blijft de werkloosheid eveneens onveranderd op respectievelijk 5,2% en 6%. Alleen in Groningen zal sprake zijn van een lichte daling van 6,2% vorig jaar naar 6% in 2001.

Noot voor de pers

Nadere informatie: drs. T. M. Stelder, tel (050)363 37 25 of 363 37 40, e-mail: (d.stelder@eco.rug.nl)

Exemplaren van de Regionaal Economische Verkenningen 2001 Groningen, Friesland en Drenthe zijn te verkrijgen bij de Sectie Ruimtelijke Economie, Economische Faculteit Rijksuniversiteit Groningen, tel. (050)363 37 40.

Webversie: www.eco.rug.nl/ruimteco/rev2001.pdf

Kaart 1
en kaart 2 in eps-formaat op te halen (downloaden) via


* www.eco.rug.nl/ruimteco/rev2001_kaart1.eps
* www.eco.rug.nl/ruimteco/rev2001_kaart2.eps
Begin pagina

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie