Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Meningen over 'varkensflat' verdeeld

Datum nieuwsfeit: 30-03-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Jaarbeurs Utrecht
Zoek soortgelijke berichten
Jaarbeurs Utrecht


Persberichten Perskamer : VIV AVIA Africa

Meningen over 'varkensflat' verdeeld

Inventarisatie van meningen over Deltapark in Rotterdam

Dit achtergrondverhaal is het eerste van een serie over de intensieve veehouderij in Nederland en wordt u aangeboden door de Business Unit Agro Industry van Jaarbeurs Exhibitions & Media, de organisator van de vakbeurs VIV Europe. Deze internationale manifestatie wordt gehouden van 6 tot en met 9 november 2001 in het moderne
tentoonstellingscomplex van Jaarbeurs Utrecht, Nederland. De verhalen bevatten een uitgewogen inventarisatie van opinies over een actueel onderwerp in de intensieve veehouderij. In deze eerste bijdrage wordt vanuit diverse invalshoeken het beoogde Deltapark in Rotterdam belicht. Dit prestigieuze project, in de volksmond inmiddels als 'varkensflat' betiteld, is een van de mogelijke ontwikkelingsrichtingen van de Nederlandse landbouw. De productie van een koteletje hoort niet thuis in een megaproductiepark op de Maasvlakte, is een van de meningen over het project. Ook al hebben de knorrende viervoeters die dat smakelijke stukje vlees leveren daar meer ruimte dan hun collega's op het platteland.

MENINGEN OVER 'VARKENSFLAT' VERDEELD

(door Marguerite Snijders)

Een tiental neuzen strak op de grond gericht op zoek naar een niet te versmaden lekkernij. Even zoveel paar ogen gaan priemend de omgeving af. Genoeglijk geknor begeleidt de eerste wandeling buiten. Het gedrag van het koppel varkens wijkt gemiddeld niet af van de blijmoedigheid die dieren kenmerkt die de buitenlucht in mogen. Niet het groen van het platteland domineert de omgeving, maar het staal van de kranen die onafgebroken containers uit de buiken van gigantische zeeschepen grijpen .
In dit surrealistische beeld gaat de deur naar de vrijheid open op de vierde verdieping van een varkensflat in de in de Rotterdamse haven. De ruim 300.000 bewoners mogen afwisselend op een van de balkonnetjes even luchten. In de optiek van het Innovatienetwerk Groene Ruimte en Agrocluster is dit Deltapark, in de volksmond inmiddels als varkensflat betiteld, een van de mogelijke
ontwikkelingsrichtingen van de Nederlandse landbouw. De gedachte daarachter stoelt op twee pijlers: "Symbiose tussen agrarische en niet-agrarische bedrijven en het sluiten van mineralen- en energiekringlopen", legt programmaleider Jan de Wilt uit. "Deze zogeheten industriële ecologie wordt buiten de agrarische sector al veel toegepast." Naar zijn mening zijn de voordelen van het concept meerledig.

Vervoersbewegingen
"De kwaliteit van de groene ruimte kan worden verbeterd en de schaarse ruimte in Nederland wordt efficiënt(er) benut", aldus De Wilt. "Door een deel van de kassen, varkens- en pluimveestallen naar elders te verplaatsen wordt bovendien de kwaliteit van het landschap verbeterd . Belangrijk is ook dat het transport afneemt (40 procent van het al binnenlands vervoer is gerelateerd aan de voedselkolom). Ook het feit dat er dichtbij de afzetmarkt wordt geproduceerd -vlees en groenten voor één miljoen mensen- heeft een positief effect op het aantal
vervoersbewegingen", geeft hij aan.
De varkensflat en nog eens drie andere ideeën, die op hetzelfde principe zijn gebaseerd, staan in het rapport Agroproductieparken: perspectieven en dilemma's van het Innovatienetwerk Groene Ruimte en Agrocluster. De samenstellers beogen daarmee een discussie op gang te brengen over de toekomst van de intensieve veehouderij en kennisuitwisseling stimuleren. In die opzet blijken de onderzoekers geslaagd; de varkensflat, een idee dat al in in 1997 door een student Bouwkunde werd geopperd, heeft al veel stof doen opwaaien en tot heftige discussies geleid.

Zes verdiepingen
De zes verdiepingen tellende kolos biedt ruimte aan een gigantische veestapel: zo'n slordige 1,2 miljoen kippen en 30.000 varkens. Dat is drie procent van de in totaal 13 miljoen varkens die in Nederland worden gehouden. In het enorme gevaarte vinden ook glastuinders, champignonkwekers en een zalmkwekerij van een halve hectare onderdak. Het deltapark park is bij wijze van voorbeeld in de Rotterdamse haven gepland. Daarvoor wordt een terrein vrijgemaakt van 30 bij 100 hectare; het megacomplex dat daar is gedacht meet een kilometer bij 400 meter.
"Mest van de varkens en het pluimvee kan worden gebruikt in de glastuinbouw en de champignonteelt", noemt De Wilt als een van de voordelen. "De lichaamswarmte van de dieren en de methaan uit de mest dragen bij aan de verwarming van de kassen. CO2 van de olieraffinaderijen wordt eveneens benut in de glastuinbouw, terwijl het organisch afval uit de tuinbouw als voer voor de varkens kan dienen. Windmolen zorgen voor (een deel van) de energievoorziening en water wordt hergebruikt."

Ziektes verminderd
De Wilt stelt bovendien dat de insleep van ziektes wordt verminderd als biggen op één bedrijf worden opgefokt en afgemest. Hij wijst ook op de dilemma's die ook in het rapport worden genoemd: de maatschappelijke acceptatie, de ruimtelijke inpasbaarheid, de bestuurlijke haalbaarheid en tenslotte de aantasting van de ondernemersvrijheid van boeren.
"In de haalbaarheidsstudie, die sterk wordt gevoed door het lopende debat, worden daarom ook minder verregaande varianten van het Deltapark-concept bekeken", geeft De Wilt aan, die benadrukt dat Deltaparken onderdeel moeten zijn van een pluriforme ontwikkeling. "Naast grootschalige complexen in stedelijk-industriële omgevingen zullen er kleinschalige activiteiten op het platteland blijven."

Minister
Innovatieve ontwikkelingen zijn essentieel om Nederlands vooraanstaande positie als voedselproducent ook in de toekomst veilig te stellen. Dat zei minister Brinkhorst van LNV in een reactie op het rapport. Dat er grote maatschappelijke weerstand valt te verwachten tegen het idee van de varkensflat was hij met de opstellers van het epistel eens. Dat bleek ook uit zijn reactie op een email van actiegroep Wakker Dier. Hij zei daarin zich bewust te zijn van het feit dat ideeën over agroproductieparken bij voorstanders van natuurlijke methoden afstotend kunnen werken.
Die constatering weerhoudt de bewindsman er echter niet van nieuwe concepten, zoals de varkensflat, onverkend te laten. Ook niet nu de ene na de andere crises de landbouw treft, zo liet een persvoorlichter van het ministerie weten toen de mond- en klauwzeerepidemie zich langzaam begon af te tekenen. In de grootschalige productieparken zie de bewindsman juist een kans om de discussie over essentiële ontwikkelingen in de landbouw aan te zwengelen.

Ethische factoren
Volgens hem dwingt het rapport tot nadenken over de toekomstige richting van de agrosector. "Wat voor landbouw willen we in Nederland" schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer. Daarbij spelen in zijn optiek vooral ethische factoren en overwegingen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en landschap een rol. De gedachtenvorming over agroproductieparken is naar mijn mening de waarde van het rapport.
De minister heeft daarom het Innovatienetwerk Groene Ruimte en Agrocluster aangemoedigd de voorgestelde concepten verder te exploreren. Hij denkt daarbij aan een in het rapport voorgestelde Deltapark; de varkensflat. Het ministerie van Economische Zaken heeft inmiddels een subsidie toegezegd voor een haalbaarheidsstudie. Daarin zullen ook minder intensieve en grootschalige varianten van de industriële ecologie worden onderzocht.

Onderzoek
Voordat je het weet gaan ideeën een eigen leven leiden. Het voorstel van het Innovatienetwerk Groene Ruimte en Agrocluster voor de varkensflat is daar een goed voorbeeld van. Ongewild krijgt het als eerste vrije verkenning bedoelde rapport nu de status van een serieus plan. Althans dat is de indruk die Lydia Sterrenburg heeft. Zij is programmacoördinator bij het Haagse Rathenau Instituut dat technologische ontwikkelingen, ook in de (intensieve) veehouderij, onderzoekt en op basis daarvan het parlement adviseert.
Sterrenburg vindt dat het debat over de varkensflat nog niet over de volle breedte kan worden gevoerd. "Daarvoor ontbeert het rapport op een aantal punten een gedegen onderbouwing, zoals de financiële haalbaarheid, de exploitatie van zo'n megacomplex en de risico's van een grote concentratie aan dieren op één lokatie. Ook al beperk je met een gesloten systeem wel de kans op sommige ziektes", zegt zij over dat laatste. "Maar wat gebeurt er als er toch een besmettelijke ziekte uitbreekt. Door veel dieren te doden ben je je maatschappelijk legitimatie kwijt", concludeert zij.

Dierenwelzijn
"Dat hebben we inmiddels al wel uit de mond- en klauwzeercrises geleerd. Bovendien kan een uitbraak economisch de doodsteek van een varkensflat betekenen. Daarover is nog niet nagedacht." De programmacoördinator baseert haar reactie onder meer op het kwantitatieve onderzoek dat het Rathenau Instituut deed rond de varkensflat. Op basis van de video Pork Plaza werden elf debatten tussen consumenten en agrariërs georganiseerd. Aanvullende gegevens kwamen uit drie onderzoeken naar respectievelijk de volksgezondheidsricios's (met name voedselveiligheid), de economische aspecten en het dierenwelzijn.
Volgens haar blijkt uit de totale onderzoeksresultaten dat meerdere aspecten van de grootschalige intensieve veehouderij, waarvan de varkensflat een voorbeeld is, vragen oproepen. "Zoals de groeisnelheid, de beperkte levensruimte van de dieren en dat jongen al vroeg bij hun moeder worden weggehaald. Burgers zijn er niet van overtuigd dat dieren onder dergelijke omstandigheden verantwoord gehouden kunnen worden. Ook al is er op elke verdieping een balkonnetje waar de varkens een luchtje kunnen scheppen en is er binnen meer ruimte om rond scharrelen", zegt ze.
"Je degradeert een dier tot een productiemiddel als je ze op een industrieterrein huisvest, hebben de reacties van de ondervraagden Sterrenburg duidelijk gemaakt. Dat flatbewoners het met 1,5 vierkante meter ruimer hebben dan hun collega's die elders in het land bij een boer onderdak vinden -zij moeten het met 1,2 vierkante meter doen- doet niet terzake."

Totaalbeeld
Hoe ziet het agrarische bedrijf er over een decennium uit en welke rol in de totale voedselketen hoort daarbij. Die uitgangspunten moeten ten grondslag liggen aan het ontwikkelen van nieuwe landbouwconcepten. Pas als de discussie over de toekomst van de sector is uitgewoed dient zich de vraag aan of Nederland moet koersen op spreiding of concentratie van de intensieve veehouderij. "Daarbij spelen ook ruimtelijke ordening en landschapsontwikkeling een essentiële rol", vindt Gé Backus van het Landbouw Economisch Instituut (LEI).
In zijn optiek mag die discussie niet alleen worden gevoed door het ruimtegebrek waar de sector mee kampt. Henk Boelrijk, secretaris van de Vakgroep Veehouderij van LTO Nederland, is het met hem eens en vindt dat ook ruimtelijke ordening daarbij betrokken moet worden. "De focus van het debat is te smal wanneer alleen op de varkensflat wordt ingezoemd."

Organisatievorm
LTO Nederland kiest niet voor mammoetbedrijven, zo blijkt uit een opmerking van Boelrijk. "Die productiecomplexen worden niet door agrariërs gerund." De vraag is overigens wie dat wel gaat doen: supermarkten of
mengvoederbedrijven." De organisatievorm is een aandachtspunt uit de haalbaarheidsstudie: een van de varianten die daarbij aan de orde komt is het verhuren van units aan boeren. Dat stelt Boelrijk niet gerust. Hij is benieuwd wie er voor de exploitatie verantwoordelijk wordt. "Zeker niet de boeren. Daarom staat die ontwikkeling ver van de gezinsbedrijven op het platteland die wij ook voor de toekomst voor ogen hebben. Bovendien wil de consument ook geen fokfabrieken op industrieterreinen", zeg hij onder meer op basis van het onderzoek van het Rathenau Instituut en de reacties van maatschappelijke organisaties zoals de Dierenbescherming. "De uitbraak van mond- en klauwzeer toont aan dat we naar een regionalisatie en een gesloten structuur van de varkenshouderij toe moeten. Geen gesleep met dieren door heel Europa", stelt hij.

Landelijke omgeving
"Met regionalisatie, gesloten en duurzame bedrijven die hun productie laten certificeren bereik je de voordelen die minister Brinkhorst ziet bij varkensflats. Laat de minister het geld maar in deze processen stoppen in plaats van het te investeren in systemen die door de consument niet worden geaccepteerd". Volgens Boelrijk moet Nederland om die reden zeker niet de weg van de industriële agrarische productie inslaan. "Het aantal landbouwbedrijven daalt nog steeds
-het afgelopen decennium daalde bijvoorbeeld het aantal varkenshouderijen per drie procent per jaar. Daarmee komt op het platteland ruimte vrij voor groei van de intensieve veehouderij. Dat sluit ook aan op het LTO-beleid om boerenbedrijven in te passen in de landelijke omgeving."

Plattelandsvernieuwing
Megavarkenshouder Van Genugten -30.000 vleesvarkensplaatsen op zeven lokaties- heeft ook bezwaren tegen te grootschalige agrarische concepten. Hij is eerder een voorstander van plattelandsvernieuwing. "Bijvoorbeeld door uitgebloeide varkenshouderijen in een bosrijke omgeving in te ruilen voor landhuizen met campeervoorzieningen. Met een paar varkens kan een boer dan blijven boeren.
Van Genugten voorziet echter dat concepten zoals de varkensflat er in de toekomst toch nog gaan komen."Juist omdat ik inschat dat mensen voor het idee openstaan." Hij denkt dat consumenten varkensflats wel koppelen aan hoogwaardige en veilige productie van vlees." Dat blijkt ook uit reacties op een column op internet van Marcel van Dam, die een discussie over de varkensflat in het VARA-programma 'Het Lagerhuis' inleidde. Zo'n veertig procent van de mensen die reageerden bleken zich geen tegenstander van het idee te tonen.

Prijskopers
Volgens Van Genugten speelt -ondanks het groeiende eco-bewustzijn- nog een aspect in die acceptatie een rol. "Een grote groep mensen staat er nauwelijks nog bij stil waar hun vlees vandaan komt; Nederlanders zijn immers prijskopers." Mocht de varkensflat er toch van komen, dan voorziet hij een koude sanering van de sector. "Dat staat haaks op een vitaal platteland. Dat wijs ik af; boeren zijn aan de bestaande situatie gewend. Mocht de overheid haar beleid 180 graden omgooien, dan moet daar wel compensatie tegenover staan. Dat kan alleen via de weg van de geleidelijkheid."
Beheersbaarheid van het milieu, voedselveiligheid en dierenwelzijn noemen Boelrijk van LTO en Backus van het LEI achtereenvolgens als voordelen van de varkensflat. Backus wijst ook nog op de schaalgrootte. "Daardoor wordt de investering per eenheid rendabeler dan in de reguliere varkenshouderij. Ook zijn bepaalde factoren beter te regelen, zoals de mestverwerking", noemt hij verder als pre. Alhoewel de eerlijkheid Backus gebiedt te zeggen dat (nog) niet is berekend of de varkensflat ook daadwerkelijk tot een lagere milieubelasting leidt.

Gezondheidsmanagement
Het nadeel vindt hij dat alle dieren het loodje leggen als er ziektes uitbreken. "Daar staat wel tegenover dat in het buitengebied bedrijven geen uniform ziektebeleid voeren, hetgeen ook risico's met zich meebrengt. Tijdens de mond- en klauwzeercrises bleek het 'gesleep' met dieren een van de grootste risicofactoren. Volgens Backus speelt dat vanwege het integrale gezondheidsmanagement bij concentratie, zoals bij de varkensflat, minder." Desondanks vindt Boelrijk niet dat de voordelen tegen de nadelen opwegen. Wij willen graag over andere concepten meepraten. Die zouden mijns inziens moeten uitgaan van een combinatie van bijvoorbeeld varkens- en tuinbouwbedrijven op agrarische bedrijventerreinen, met als voorwaarde dat ze zijn ingebed in de landelijke omgeving."

Consumenten- en milieuorganisaties
Genoeglijk knorrende varkens en bont gevlekte koeien die gebroederlijk in de wei staan te herkauwen. Dat is het beeld dat de gemiddelde consument heeft van de herkomst van het stukje vlees dat hij dagelijks verorbert. "Consumenten denken dat vlees ambachtelijk wordt geproduceerd; ze associëren dat niet met een industriële productieomgeving", zegt dr. Sandra Schalk, beleidsmedewerkster bij de Consumentenbond. "Maar het bewustzijn over de herkomst van vlees groeit. Daarmee neemt ook de weerstand tegen grootschalige productie toe", constateert zij in de praktijk.
Ondanks de mogelijke controverse wijst Schalk het idee van een varkensflat niet op voorhand af. "We zien wel de voordelen, zoals minder transport, milieubeheersing en de verbetering van de omstandigheden waaronder de dieren worden gehouden. Maar is dit de manier waarop consumenten verder willen met de voedselproductie? Dat is de vraag." Schalk is van mening dat dit wel eens niet het geval kan zijn.
Volgens haar reden genoeg om consumenten eerst uitvoerig voor te lichten over grootschalige intensieve veehouderij en voedselproductie. "Pas daarna kan de mening van consumenten grondig in kaart worden gebracht", meent zij. Dat moet in iedergeval gebeuren voordat er nog meer geld wordt uitgegeven om het idee van de varkensflat verder uit te werken. "Straks blijkt het concept niet levensvatbaar en gaat het niet door. Dan is er onnodig geld uitgegeven dat we wel beter hadden kunnen besteden."

Voetafdruk
Gijs Kuneman, beleidsmedewerker Europees landbouwbeleid van Stichting Natuur & Milieu, wil het zover niet eens laten komen. "De varkensflat is de exponent van de intensieve veehouderij. Vanwege de mest- en milieuproblematiek en dierenwelzijn wijzen we dat al jaren af. Bovendien laten we met de megaproductie in de intensieve veehouderij al een voetafdruk elders op de wereldbol achter. Vergeet niet dat de veevoerproductie voor de 130 miljoen dieren -acht op elke Nederlander- wereldwijd twee tot drie keer het Nederlandse landbouwareaal beslaat."
Hij verwacht zeker verdere intensivering van de veehouderij als Nederland besluit vee in flats te gaan houden. "Dat staat haaks op de ontwikkeling naar meer extensieve, grondgebonden veehouderij, die wij voorstaan. Daarom moeten we op voorhand de discussie over de varkensflat afkappen." Het feit dat varkens het in hun nieuwe flatwoning iets beter krijgen verandert in zijn optiek niets aan dat standpunt. "Varkens zijn niet gemaakt om op roosters te lopen."

Milieuwinst
Kuneman ziet in dat met technische maatregelen nog veel milieuwinst valt te behalen. "Maar uiteindelijk is er een verdergaande stap nodig om de natuur van vermesting en verzuring te redden. Dat kan alleen door minder export, dus door minder dieren." Hij heeft daarvoor een forse inkrimping van de veestapel op het oog. "Het aantal melkkoeien moet met 25 procent omlaag en het aantal varkens met maar liefst 50 tot 60 procent."
Natuur & Milieu doet dat voorstel in haar visie op de landbouw tot 2030. De natuurorganisatie reageert hiermee op het concept vierde milieubeleidsplan. Kuneman ziet door de voorgestelde inkrimping van de veestapel de Nederlandse economie niet in gevaar komen. "Zelfs na die krimp kan Nederland haar positie als exporteur van vlees, zuivel en eieren nog behouden, zo hebben we becijferd", zegt hij tot slot.


-.-.-.-.-.-.-.-


Noot voor de redactie (

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie