Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toezichtsgebied Oene, Olst, Nijbroek en Oosterwolde

Datum nieuwsfeit: 30-03-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Zoek soortgelijke berichten

Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

www.minlnv.nl

MIN LNV: Toezichtsgebied Oene, Olst, Nijbroek en Oosterwolde

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

Gelet op artikel 9 van Richtlijn 85/511/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 november 1985 tot vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer (PbEG L 315) en op artikel 10, eerste lid, van Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 224);
Gelet op de artikelen 17, 30, eerste en vierde lid, en 31 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

BESLUIT:

Artikel 1
Het vervoer, met inbegrip van verplaatsing over de openbare weg zonder vervoermiddel, van vee is verboden binnen het gebied, bedoeld in de bijlage.

Artikel 2
Het is verboden vervoermiddelen, bestemd of kennelijk bestemd voor het vervoer van vee,
te verplaatsen binnen het gebied, bedoeld in de bijlage.

Artikel 3

1. Het vervoer, met inbegrip van verplaatsing over de openbare weg zonder vervoermiddel, van pluimvee is verboden binnen het gebied, bedoeld in de bijlage.

2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het rechtstreekse vervoer van kuikens, afkomstig van een bedrijf waar uitsluitend pluimvee wordt gehouden, naar een bedrijf waar uitsluitend pluimvee wordt gehouden, mits voldaan wordt aan het vijfde lid.
3. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het rechtstreekse vervoer van pluimvee, afkomstig van een bedrijf waar uitsluitend pluimvee wordt gehouden, naar een slachthuis, mits voldaan wordt aan het vijfde lid.

4. Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing op het rechtstreekse vervoer van pluimvee onderscheidenlijk eendagskuikens, afkomstig van bedrijven waar evenhoevigen verblijven, naar een slachthuis onderscheidenlijk een bedrijf waar uitsluitend pluimvee wordt gehouden, met dien verstande dat dit vervoer slechts éénmalig is toegestaan, waarna het verboden is op het bedrijf van herkomst nieuw pluimvee of nieuwe eendagskuikens aan te voeren en mits voldaan wordt aan het vijfde lid. Van het in de vorige volzin bedoelde eenmalige vervoer dient voorafgaand schriftelijk melding te worden gemaakt aan de directeur van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees.

5. De vervoerder van pluimvee of de bestuurder van een vervoermiddel, bestemd of kennelijk bestemd voor het vervoer van pluimvee, binnen het in de bijlage bedoelde gebied, is verplicht:
a. ervoor zorg te dragen dat na ieder bezoek aan een pluimveebedrijf, de wielkasten van dat vervoermiddel alsmede andere voorwerpen, voordat het vervoermiddel het bedrijf verlaat, worden gereinigd en ontsmet, overeenkomstig een door de directeur van de Rijksdienst voor de keuring van vee en vlees goedgekeurd hygiëneprotocol; b. een inzichtelijke registratie bij te houden en tot nader order te bewaren, waarin in elk geval de volgende gegevens worden opgenomen:
- adres en plaats van de bezochte bedrijven;
- de hoeveelheid en soort vervoerd pluimvee;
- de gereden route, en;

- datum en tijdstip van het vervoer.

Artikel 4
Het is verboden sperma, embryo.s en eicellen van vee te vervoeren binnen het gebied, bedoeld in de bijlage.

Artikel 5

1. Het is verboden mest van pluimvee, afkomstig van bedrijven waar evenhoevigen verblijven, of mest van vee te vervoeren binnen het gebied, bedoeld in de bijlage.

2. De vervoerder van mest of de bestuurder van een vervoermiddel, bestemd of kennelijk bestemd voor het vervoer van mest, waarvan het vervoer niet krachtens het eerste lid is verboden, binnen het gebied, bedoeld in de bijlage, is verplicht:
a. vervoermiddelen, bestemd of kennelijk bestemd voor het vervoer van mest van vee of pluimvee, en de daarbij behorende voorwerpen, voordat zij een erf van een bedrijf verlaten, te reinigen en ontsmetten bij een installatie die water levert van voldoende druk voor een uit oogpunt van voorkoming van verspreiding van mond- en klauwzeer deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting. b. een inzichtelijke registratie bij te houden en die tot nader order te bewaren. De registratie omvat in elk geval de volgende gegevens:
- adres en plaats van de bezochte bedrijven;
- de hoeveelheid vervoerde mest;

- de gereden route, en

- datum en tijdstip van het vervoer.
2. De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde reiniging en ontsmetting geschiedt overeenkomstig bijlage II van de Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000 .
3. Pluimveemest binnen het gebied, bedoeld in de bijlage, wordt emissie-arm aangewend overeenkomstig bijlage II, onderdeel 2 of onderdeel 3 onder a, punt 1, van het Besluit gebruik dierlijke meststoffen 1998.

4. In afwijking van het derde lid mag vaste pluimveemest op bouwland, emissie-arm worden aangewend overeenkomstig bijlage II, onderdeel 3, onder a, punt 2, van het Besluit gebruik dierlijke meststoffen 1998.
5. Dit artikel geldt niet voor rechtstreeks vervoer van mest, bedoeld in het eerste lid, en dat is behandeld en verpakt, vanaf een detailhandelaar naar de consument.

Artikel 6

1. Het is verboden rauwe melk te vervoeren of vervoermiddelen kennelijk bestemd voor het vervoer van melk te verplaatsen binnen het gebied, bedoeld in de bijlage.

2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet indien de rauwe melk wordt vervoerd door middel van een vervoermiddel dat uitsluitend voor het vervoer van rauwe melk uit het gebied, bedoeld in de bijlage, is bestemd, vanaf een of meer bedrijven, waar evenhoevigen worden gehouden, naar een melkfabriek, welke voor de verwerking van melk, afkomstig uit het gebied, bedoeld in de bijlage, is ingericht. Het is toegestaan dat ook de rauwe melk van buiten het gebied, bedoeld in de bijlage, wordt gebracht naar een in de eerste volzin bedoelde melkfabriek, mits deze melk wordt vervoerd met een vervoermiddel dat uitsluitend voor dat doel is bestemd en derhalve niet zijnde een vervoermiddel als bedoeld in de vorige volzin. De melk wordt behandeld overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van Beschikking 2001/223/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 21 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in Nederland (PbEG L 82).

3. De vervoerder van rauwe melk of de bestuurder van een vervoermiddel, bestemd of kennelijk bestemd voor het vervoer van rauwe melk, binnen het in de bijlage bedoelde gebied, is verplicht: a. ervoor zorg te dragen dat na ieder bezoek aan een bedrijf, waar evenhoevigen worden gehouden, de wielkasten van dat vervoermiddel alsmede andere voorwerpen, voordat het vervoermiddel het bedrijf verlaat, worden gereinigd en ontsmet, overeenkomstig een door de directeur van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees goedgekeurd hygiëneprotocol;
b. een inzichtelijke registratie bij te houden en tot nader order te bewaren, waarin in elk geval de volgende gegevens worden opgenomen:
- adres en plaats van de bezochte bedrijven;
- de hoeveelheid vervoerde melk;

- de gereden route, en

- datum en tijdstip van het vervoer.

Artikel 7

1. Het is verboden voeders, waaronder begrepen ruwvoer, voor vee of pluimvee of vervoermiddelen kennelijk bestemd voor het vervoer van voeders, waaronder begrepen ruwvoer, voor vee of pluimvee, te vervoeren binnen het gebied, bedoeld in de bijlage.
2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet indien de voeders, niet zijnde ruwvoer voorzover afkomstig van een plaats waar evenhoevigen worden gehouden, rechtstreeks worden vervoerd van een bedrijf waar deze voeders zijn vervaardigd of opgeslagen naar een detailhandelaar of een bedrijf waar vee of pluimvee wordt gehouden, mits de vervoerder:
a. er voor zorg draagt dat na ieder bezoek aan een bedrijf, waar vee of pluimvee wordt gehouden, de wielkasten van dat vervoermiddel alsmede andere voorwerpen, voordat het vervoermiddel het bedrijf verlaat, worden gereinigd en ontsmet, overeenkomstig een door de directeur van de Rijksdienst voor de keuring van vee en vlees goedgekeurd hygiëneprotocol;
b. een inzichtelijke registratie bijhoudt, welke tot nader order dient te worden bewaard. De registratie omvat in elk geval de volgende gegevens:

- aard en hoeveelheid van de vervoerde diervoeders;
- in geval van ruwvoer: de herkomst van het ruwvoer;
- adres en plaats van de bezochte bedrijven;
- de gereden route, en;

- datum en tijdstip van het vervoer.

3. Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing op het rechtstreekse vervoer van verpakte voeders voor vee en pluimvee van een detailhandelaar naar een consument.

4. Dit artikel is niet van toepassing op het vervoer van voeders voor vee en pluimvee door middel van schepen op binnenwateren.
5. In afwijking van de aanhef van het tweede lid is in de in artikel
1 van de Regeling noodvaccinatie mond- en klauwzeer 2001 bedoelde vaccinatiezones, de in het tweede lid bedoelde verplichting van rechtstreekse vervoer niet van toepassing mits: a. toepassing wordt gegeven aan de verplichtingen van de onderdelen a en b van het tweede lid;
b. het vervoermiddel bij het verlaten van de vaccinatiezone wederom wordt gereinigd en ontsmet overeenkomstig onderdeel a van het tweede lid;
c. het vervoer plaatsvindt met een daartoe door de directeur van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees aangewezen vervoermiddel;
d. de aangewezen vervoermiddelen geen voeders afleveren op bedrijven in een ander gebied dan de vaccinatiezone als bedoeld in de aanhef van het vijfde lid, en
e. het vervoer rechtstreeks plaatsvindt van het bedrijf waar deze voeders zijn vervaardigd of opgeslagen naar de vaccinatiezone.

Artikel 8

1. Het is verboden voor bezoekers, met inbegrip van personen die in het kader van de uitoefening van hun beroep of bedrijf vestigingen betreden waar dieren worden gehouden, een plaats, waar evenhoevigen wordt gehouden, gelegen in het gebied, bedoeld in de bijlage, te bezoeken. Het is tevens verboden voor houders van evenhoevigen om bezoekers op het bedrijf toe te laten.

2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor: a. personen, die in het kader van de uitoefening van hun beroep of bedrijf pluimvee, als bedoeld in artikel 3, tweede, derde en vierde lid, ophalen met inachtneming van artikel 3, vijfde lid; b. personen, die in het kader van de uitoefening van hun beroep of bedrijf mest, als bedoeld in artikel 5 of rauwe melk, als bedoeld in artikel 6, ophalen of voeders, als bedoeld in artikel 7, afleveren; c. monteurs en loonwerkers, indien er een acuut gevaar voor de gezondheid van het bedrijfsmatig gehouden vee of pluimvee aanwezig is en werkzaamheden van monteurs of loonwerkers noodzakelijk zijn om deze situatie op te heffen;
d. dierenartsen, waaronder inbegrepen zij, die zijn aangewezen krachtens de Regeling inzet studenten bij mond- en klauwzeer 2001; e. degene die in het kader van de minimaal noodzakelijke bedrijfsverzorging op het bedrijf aanwezig zijn; f. politie, huisartsen, alsmede ambulance en brandweer en dergelijke noodhulpdiensten, en hun materieel;
g. degene die brandstof aflevert;
h. personen, die op het bedrijf noodzakelijk zijn voor de aanleg van een noodbassin voor de opslag van mest of voor de aflevering van lege mestzakken,
mits is voldaan aan de in het derde lid omschreven voorwaarden.
3. De in het tweede lid bedoelde voorwaarden zijn: a. de bezoeker ondergaat een afdoende reinigings- en ontsmettingsbehandeling voordat deze een stal betreedt, alsmede voordat deze het bezochte veehouderijbedrijf verlaat; b. de houder van evenhoevigen houdt een register bij van de bezoeken, waarin tenminste wordt opgenomen:

- naam, adres en woongegevens van de bezoeker;
- reden van het bezoek;

- voorzover het bezoek plaatsvindt met een vervoermiddel: aard en kenteken van het vervoermiddel, en

- tijdstip van aankomst en vertrek van de bezoeker. c. indien het gebruik van gereedschappen noodzakelijk is, gebruikt de bezoeker zoveel mogelijk de reeds op het bedrijf aanwezige gereedschappen. Indien de benodigde gereedschappen niet op het bedrijf aanwezig zijn, draagt de bezoeker zorg voor een afdoende reiniging en ontsmetting van de gebruikte gereedschappen.
d. Indien een persoon, als bedoeld in het tweede lid, bij het afleveren gebruik maakt van een vervoermiddel, is de bestuurder van dit vervoermiddel verplicht:

1. ervoor zorg te dragen dat na ieder bezoek aan een bedrijf, waar evenhoevigen worden gehouden, de wielkasten van dat vervoermiddel alsmede andere voorwerpen, voordat het vervoermiddel het bedrijf verlaat, worden gereinigd en ontsmet, overeenkomstig een door de directeur van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees goedgekeurd hygiëneprotocol;

2. een inzichtelijke registratie bij te houden en tot nader order te bewaren, waarin in elk geval de volgende gegevens worden opgenomen:
- adres en plaats van de bezochte bedrijven;
- de hoeveelheid opgehaalde of afgeleverde goederen;
- de gereden route, en

- datum en tijdstip van het vervoer.

Artikel 9

1. Het vervoer van destructiemateriaal binnen het gebied, bedoeld in de bijlage, is verboden.

2. Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing op het vervoer van destructiemateriaal als bedoeld in de Destructiewet naar een in artikel 5 van de Destructiewet bedoelde onderneming alsmede het vervoer van destructiemateriaal van voornoemde onderneming naar een bedrijf ter vernietiging van het materiaal, mits: a. de vervoerders van het destructiemateriaal door de directeur of de plaatsvervangend directeur van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV) daartoe zijn aangewezen;
b. het vervoer naar het bedrijf waar zich het betrokken destructiemateriaal bevindt, alsmede het vervoer naar de in artikel 5 van de Destructiewet bedoelde onderneming geschiedt langs een door de directeur of de plaatsvervangend directeur van de RVV aangewezen route;
c. de voor dat vervoer gebruikte vervoermiddelen tijdens het vervoer op zodanige wijze zijn afgedekt dat verspreiding van smetstof niet kan plaatsvinden;
d. de voor dat vervoer gebruikte vervoermiddelen het in de bijlage bedoelde gebied uitsluitend verlaten langs een door de directeur of de plaatsvervangend directeur van de RVV aangewezen plaats; e. het betrokken vervoermiddel alsmede andere voorwerpen bij aankomst op en voor vertrek vanaf het bedrijf wordt gereinigd en ontsmet overeenkomstig een door de directeur van de Rijksdienst voor de keuring van vee en vlees goedgekeurd hygiëneprotocol, en f. de inzittenden bij het verlaten en het opnieuw betreden van het betrokken vervoermiddel op het bedrijf, bedoeld in onderdeel a, een afdoende reinigings- en ontsmettingsbehandeling ter voorkoming van smetstofverspreiding ondergaan.

3. In afwijking van het tweede lid, onderdeel a, worden vervoerders van laag-risico-materiaal als bedoeld in de Destructiewet, niet aangewezen.

Artikel 10
Iedere eigenaar, houder of hoeder van vee of pluimvee in het gebied, bedoeld in de bijlage, draagt ervoor zorg dat het vee, met inachtneming van artikel 1, tweede lid, en het pluimvee, met inachtneming van artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, zijn verblijfplaats niet verlaat.

Artikel 11

1. De verboden, bedoeld in de artikelen 5, 6 en 7, zijn niet van toepassing op het vervoer van mest, rauwe melk en diervoeders, dat, onderscheidenlijk die, in het kader van maatregelen als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel g, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren onder toezicht van een keuringsdierenarts van de Rijksdienst van de keuring van Vee en Vlees van een bedrijf wordt, onderscheidenlijk worden, afgevoerd voor onschadelijkmaking.
2. Indien bij het in het eerste lid bedoelde vervoer gebruik gemaakt wordt van een vervoermiddel wordt het betrokken vervoermiddel alsmede andere voorwerpen voor vertrek vanaf het bedrijf gereinigd en ontsmet overeenkomstig een door de directeur van de Rijksdienst voor de keuring van vee en vlees goedgekeurd hygiëneprotocol.

Artikel 12
De Regeling toezichtsgebied Oene, Olst, Welsum, Nijbroek en Oosterwolde mond- en klauwzeer 2001 wordt ingetrokken.

Artikel 13
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toezichtsgebied Oene, Olst, Welsum, Nijbroek en Oosterwolde mond- en klauwzeer 2001 II.

Artikel 14
Deze regeling wordt op 30 maart 2001 om 20.30 uur bekendgemaakt aan de media en treedt onmiddellijk daarna in werking.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER
EN VISSERIJ,
Bijlage bij de Regeling toezichtsgebied Oene, Olst, Welsum, Nijbroek en Oosterwolde mond- en klauwzeer 2001 II

1. Vanaf de IJsselallee N337 (Zwolle) volgend in zuidoostelijke richting tot de Oldenallee.

2. De Oldeneelallee volgend in noordoostelijke richting tot de Heinoseweg (N35).

3. De N35 volgend in zuidoostelijke richting tot kruispunt de Nieuwe Deventerweg (provinciale weg) de N348.

4. De Nieuwe Deventerweg (provinciale weg) in Raalte (N348) volgend in zuidelijke richting tot de Heetenseweg de N332.
5. De Heetenseweg de N332 volgend in zuidelijke richting overgaand in de Dorpsstraat ( Heeten).

6. De Dorpsstraat (Heeten) volgend in zuidelijke richting overgaand in de Spanjaardsdijk.

7. De Spanjaardsdijk volgend in zuidwestelijke richting tot de Bathmenseweg.

8. Bathmenseweg volgend in zuidelijke richting tot Holterweg N344.
9. Holterweg N344 volgend in oostelijke richting tot Oude Molenweg.
10. Oude Molenweg volgend in zuidelijke richting overgaand in de Koekendijk.

11. De Koekendijk volgend in zuidelijke richting tot de Looweg.
12. De Looweg volgend in westelijke richting tot de Gorsselseweg.
13. De Gorsselseweg volgend in westelijke richting overgaand in Bathmenseweg tot de Lochemseweg N339.

14. De Lochemseweg N339 volgend in oostelijke richting tot de Plantageweg.

15. De Plantageweg volgend in zuidelijke richting overgaand in de Dortherdijk, overgaand in de Schurinklaan tot de Zutphenseweg de N348.

16. Zutphenseweg N348 volgend in zuidwestelijke richting overgaand in Doctor V. De Hoevenlaan N348, overgaand in Doctor V. De Hoevenlaan N348, overgaand in Rustoordlaan N348, overgaand in Deventerweg N348, overgaand in Van Der Capellenlaan N348, overgaand in Den Elterweg N348 tot Kleine Omlegging.

17. Kleine Omlegging volgend in westelijke richting overgaand in Berkelsingel, overgaand in Rijkenhage, overgaand in Molengracht tot Oude IJsselbrug.

18. Over de Oude IJsselbrug de weg volgend tot Weg Naar Voorst N345.

19. Weg Naar Voorst N345 volgend in noordwestelijke richting overgaand in Rijksweg 345 tot Emperweg.

20. Emperweg volgend in zuidwestelijke richting overgaand in Weg Over Het Hontsveld, overgaand in Gravenstraat, overgaand in Clabanusweg, overgaand in Voorsterweg tot Apeldoornseweg.

21. Apeldoornseweg volgend in noordelijke richting tot Hoofdweg.
22. Hoofdweg volgend in zuidwestelijke richting tot Loener Schepersweg.

23. Loener Schepersweg volgend in noordwestelijke richting overgaand in Beekbergerweg tot snelweg A50 (oprit Loenen).
24. Snelweg A50 (oprit Loenen) volgend in zuidwestelijke richting tot afslag Hoenderloo.

25. Afslag Hoenderloo volgend tot de Arnhemseweg.
26. Arnhemseweg volgend in noordelijke richting tot Laan Van Westenenk.

27. Laan Van Westenenk volgend in westelijke, later noordelijke richting overgaand in Laan Van Spitsbergen, overgaand in Jachtlaan tot Amersfoortseweg N344.

28. De Amersfoortseweg N344 volgend in westelijke richting tot de Aardhuisweg.

29. De Aardhuisweg volgend in noordwestelijke richting tot N310 (Uddel).

30. N310 (Uddel) volgden in zuidwestelijke richting tot Flevoweg N302.

31. Flevoweg N302 volgend in noordwestelijke richting overgaand in Leuvenumseweg N302 tot Ceintuurbaan (Harderwijk) N302.
32. De Centuurbaan (Harderwijk).N302 volgend in noordoostelijke richting tot de Futenweg N302 overgaand in N305 tot Swifterweg N302.
33. Swifterweg N302 volgend in noordwestelijke richting overgaand in Biddingweg tot N307.

34. N307 volgend in noordelijke richting Kamperhoekweg tot snelweg A6.

35. Snelweg A6 volgend tot Ketelbrug.

36. Vanaf de Ketelbrug het Ketelmeer volgen in noordoostelijke richting overgaand in Zwarte Meer tot Veerweg (Zwartsluis).
37. Veerweg (Zwartsluis) volgend in noordelijker richting tot Oppen Swolle N331.

38. Oppen Swolle N331 volgend in oostelijke richting overgaand in Rondweg N331 overgaand in Provincialeweg N331, overgaand in Sluizerdijk N331, overgaand in Zwartsluizerweg N331, overgaand in Werkerlaan N331 tot Voorsterweg.

39. Voorsterweg volgend in zuidwestelijke richting tot Blaloweg.
40. Blaloweg volgend in zuidwestelijke richting tot de IJsselallee N337 (Zwolle).
Toelichting voor de Staatscourant, behorend bij TRCJZ/2001/3847 Onderhavige regeling omvat een gewijzigde, integrale tekst van de Regeling toezichtsgebied Oene, Olst, Welsum, Nijbroek en Oosterwolde mond- en klauwzeer 2001. Uit oogpunt van duidelijkheid van de geldende regelgeving is ervoor gekozen de voornoemde regeling in te trekken en deze te vervangen door de onderhavige Regeling toezichtsgebied Oene, Olst, Welsum, Nijbroek en Oosterwolde mond- en klauwzeer 2001 II.

In deze regeling zijn onder meer de volgende wijzigingen aangebracht:
. Het vervoer van eendagskuikens, vleeskuikens en opfokpluimvee van gespecialiseerde bedrijven naar bedrijven waar louter pluimvee wordt gehouden is toegestaan. De afvoer van gemengde bedrijven van eendagskuikens naar bedrijven waar alleen pluimvee wordt gehouden, alsmede de afvoer van gemengde bedrijven van pluimvee naar een slachterij is slechts eenmalig toegestaan na voorafgaande melding aan de RVV. Na afvoer van deze gemengde bedrijven is aanvoer van nieuw pluimvee niet toegestaan. De vervoermiddelen dienen voor vertrek gereinigd en ontsmet te worden.
. De melk wordt in uitsluitend in speciaal daartoe bestemde fabrieken verwerkt door middel van onder meer een dubbele behandeling. . Het transport van ruwvoer (vers gras, bietenpulp, etc.) is niet toegestaan tussen bedrijven onderling; alleen ruwvoer van het eigen bedrijf mag aangewend worden voor de vervoedering van het eigen vee. . Het bezoeken van bedrijven, waar vee wordt gehouden, is in beginsel verboden. Uitzonderingen zijn in onderhavige regeling mogelijk gemaakt voor personen die mestbassins aanleggen of mestzakken afleveren. Deze mestbassins en -zakken zijn voor de opslag noodzakelijk in verband met het vervoersverbod van mest van vee en pluimvee. Tevens is het toegestaan om op boerderijen brandstof aan te leveren ten behoeve van bijvoorbeeld de verwarming van woonhuizen.

Voor het overige is de regeling ongewijzigd.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER
EN VISSERIJ,


30 mrt 01 20:30




reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie