Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Beantwoording kamervragen over toezicht op tussenpersonen

Datum nieuwsfeit: 30-03-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Financien
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Beantwoording kamervragen over het toezicht op tussenpersonen



De Voorzitter van de Tweede Kamer

Postbus 20018

2500 EA Den Haag

Datum

Uw brief (Kenmerk)

Ons kenmerk

30 maart 2001

2000107710

FM/2001/ 538 M

Onderwerp

Beantwoording kamervragen over het toezicht op tussenpersonen voor financiële diensten

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid Witteveen-Hevinga over het toezicht op tussenpersonen voor financiële diensten (nummer 2000107710).


1) Kent u de recente berichten over de rol die tussenpersonen voor verzekeringen en andere financiële producten speelden met betrekking tot het niet na komen van hun verplichtingen jegens consumenten/polishouders?1

Ja.


2) Klopt het bericht dat in een van bovengenoemde gevallen De Nederlandsche Bank de rol van bewindvoerder heeft vervuld bij assurantiebemiddelingsbedrijven? Zo ja, waarom heeft DNB die rol vervuld?2

Nee. Het geval waaraan wordt gerefereerd had betrekking op een kredietinstelling, tevens vermogensbeheerder, die zonder vergunning op grond van de Wet toezicht kredietwezen 1992 actief was op de Nederlandse markt. Over de rol van de Nederlandsche Bank in dergelijke gevallen bent u geïnformeerd in mijn antwoorden op vragen van de leden Witteveen-Hevinga, Voûte-Droste en Giskes bij brief van 11 december 20003.


3) Deelt u de mening dat het toezicht op tussenpersonen voor financiële diensten lacunes vertoont en daarom verbetering behoeft, temeer omdat zogenoemde assurantietussenpersonen naast verzekeringen ook andere financiële producten verkopen? Zo ja, hoe bent u van plan hieraan gestalte te geven? Zo nee, waarom niet?

In het aanbod van financiële diensten en in de distributie daarvan is in toenemende mate sprake van een aanzienlijke vervlechting. Financiële producten zijn substitueerbaar en distributiekanalen kunnen meervoudig worden ingezet. De huidige toezichtstructuur is nog onvoldoende toegesneden op deze huidige ontwikkelingen. Ik zal de Tweede Kamer een beleidsanalyse toegespitst op het intermediaire distributiekanaal doen toekomen. In de analyse, die is aangekondigd in de nota Informatieverstrekking aan de consument van financiële diensten4 en bij de plenaire behandeling in de Tweede Kamer van de wetsvoorstellen tot wijziging van de Wet
assurantiebemiddelingsbedrijf5, wordt een beoordeling opgenomen van het huidige regelgevende kader in het licht van de bovenstaande ontwikkelingen, aan de hand van een cross-sector en cross-distributieconsistent kader voor alle bemiddelaars en alle financiële producten.

In de beleidsanalyse zal een aantal kwaliteitskenmerken van een goed functionerende markt worden gesignaleerd, zoals transparantie over de inhoud van de bemiddelingsdienst en de relatie met de aanbieder, deskundigheid en integriteit van de bemiddelaar. Vanzelfsprekend kan het belang hiervan wel afhankelijk zijn van de rol die de bemiddelaar in het distributiekanaal speelt.

In de borging van deze kwaliteitskenmerken zullen naast toezichthoudende instanties, zowel financiële instellingen in hun contacten met bemiddelaars, de bemiddelaars zelf, als ook de consument een rol kunnen hebben. Immers, de consument kan op een transparante markt een eigen beoordeling maken van de geboden dienstverlening.

De komende maanden zal ik diverse betrokken partijen nader consulteren. Voorts ben ik, mede gegeven de mogelijke reikwijdte van de beleidsanalyse, voornemens advies aan de Sociaal Economische Raad te vragen. Deze is immers bij uitstek geëquipeerd om de invalshoeken van diverse in dit kader relevante maatschappelijke organisaties bijeen te brengen. Bij aanvang van het consultatieproces, naar verwachting in dit voorjaar, zal ik het consultatiedocument ook aan de Tweede Kamer sturen. Beleidsvoornemens volgen naar verwachting dit najaar.


4) Deelt u de mening dat het in het algemeen voor de toezichthouders op de financiële sector onvoldoende transparant is hoe de verhouding tussen tussenpersoon en financiële instelling is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u dan verklaren waar die transparantie uit bestaat?

Bij het toezicht op financiële instellingen kan de relatie die de financiële instellingen met tussenpersonen hebben, bijvoorbeeld vanuit een goed toezicht op de administratieve processen, relevant zijn. De toezichtswetgeving biedt de toezichthouders voldoende mogelijkheden om zich een beeld te vormen van de relatie van onder toezicht staande financiële instellingen met tussenpersonen. Zo zijn onder toezicht staande instellingen verplicht de toezichthouders desgevraagd hierover informatie te verschaffen, en kunnen de toezichthouders hiernaar een onderzoek instellen. Overigens geldt voor verzekeraars tevens de verplichting de Sociaal Economische Raad desgevraagd van informatie te voorzien.


5) Acht u het van belang dat, met inachtneming van home country control u toch ook een rol dient te spelen in het totstandbrengen van transparantie en het laten plaatsvinden van toezicht in de verhouding tussen een tussenpersoon in Nederland en een financiële instelling in het buitenland? Zo ja, hoe ziet u de mogelijkheden om deze transparantie en toezicht te verbeteren? Zo nee, waarom niet?

Bij de distributie van financiële producten is transparantie over de financiële aanbieder een belangrijk element in de informatieverstrekking. Dit geldt ook indien de financiële aanbieder een buitenlandse partij is, die niet in Nederland onder toezicht staat. In de nota Informatieverstrekking aan consumenten van financiële diensten heb ik reeds enkele initiatieven aangekondigd om de transparantie over de aanbieder te verbeteren. Zo zal de toezichthoudende autoriteit van een financiële instelling moeten worden vermeld en kunnen consumenten telefonisch bij de toezichtslijnen van de Nederlandsche Bank, de Pensioen- & Verzekeringskamer en de Stichting Toezicht Effectenverkeer informatie inwinnen over Nederlandse en buitenlandse financiële instellingen, alsmede over de toezichthoudende autoriteit van deze instellingen. U werd over de voortgang van de implementatie van deze initiatieven bij brief van 5 januari 20016 geïnformeerd. Deze initiatieven gelden ook in het geval de distributie plaatsvindt via het intermediair.


6) Deelt u de mening dat in het algemeen een gebrek aan genoemde transparantie en toezicht mede de oorzaak kan zijn van financiële misstanden, waarbij de in de genoemde krantenartikelen gedane meldingen als voorbeeld kunnen dienen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

Ja. De in de genoemde beleidsanalyse in het licht van huidige marktontwikkelingen op te nemen initiatieven moeten bijdragen aan het voorkomen van financiële misstanden. Het is van belang om heldere normen te stellen en bij de handhaving van die normen slagvaardig op te treden. Dat zal overigens nooit volledig kunnen uitsluiten dat er frauduleus gehandeld wordt. Voor dergelijke gevallen staan echter in ieder geval de vervolgingsmogelijkheden in het strafrecht ter beschikking.


7) Acht u de onafhankelijkheid van een tussenpersoon voor financiële diensten ten opzichte van een financiële instelling van belang voor een voor de consument zo goed mogelijke dienstverlening? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?


8) Deelt u de mening dat vergaande vermenging van belangen tussen financiële instellingen en hun tussenpersonen, waaronder bijvoorbeeld het bestaan van captive agents of het verstrekken van leningen van een financiële instelling aan een tussenpersoon, een potentieel gevaar kan opleveren voor de onafhankelijkheid van die tussenpersoon? Zo ja, wat kunt en wilt u ondernemen om deze onafhankelijkheid te waarborgen? Zo nee, waarom niet?

Vragen 7 en 8

Distributie van financiële producten vindt op verschillende manieren plaats. Een financiële instelling kan een product direct aanbieden, via een gevolmachtigd agent, via een captive, via een volledig ongebonden intermediair, et cetera. In algemene zin kan niet worden gesteld dat de ene methode beter zou zijn dan de andere; het is aan de consument om een keuze te maken tussen de verschillende distributiemethoden en verschillende typen aanbieders. De keuze van de consument moet daarbij niet onnodig gestuurd worden door het regelgevend kader, maar veeleer zijn ingegeven door inhoudelijke, economische motieven. Van belang is dat de consument gegeven zijn wensen over de inhoud van de dienstverlening, een weloverwogen keuze kan maken. Hiervoor is transparantie van belang over de inhoud van de dienstverlening in samenhang met transparantie over de relatie met de financiële instelling. In de al genoemde beleidsanalyse zal ik nader ingaan op mogelijke bijdragen aan een verbeterde transparantie.


9) Acht u het in gevallen dat een verzekeringsmaatschappij financiële belangen heeft in een tussenpersoon, die verzekeringsmaatschappij mede verantwoordelijk voor het beleid en de financiële situatie van die tussenpersoon? Zo ja, is die verantwoordelijkheid nu voldoende omschreven? Zo nee, waarom niet?

Het enkele feit dat een verzekeraar financiële belangen heeft in een tussenpersoon, maakt deze niet direct mede verantwoordelijk voor het beleid en de financiële situatie van de tussenpersoon. De tussenpersoon is immers in beginsel een zelfstandige actor binnen het distributiekanaal met een eigen verantwoordelijkheid. Indien de belangen van een verzekeraar in een tussenpersoon zodanig zijn dat de verzekeraar het beleid van de tussenpersoon mede kan bepalen en ook daadwerkelijk bepaalt, ontstaat navenant medeverantwoordelijkheid van de verzekeraar. Deze verantwoordelijkheid wordt ingevuld langs de lijnen van het burgerlijk recht.

De Minister van Financiën,

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie