Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Regeling voor subsidie van Centra voor werk en inkomen

Datum nieuwsfeit: 01-04-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Regeling tot het verstrekken van subsidie ter stimulering van de totstandkoming van Centra voor werk en inkomen, alsmede ter afwikkeling van de kosten van SWI-centra (Tijdelijke stimuleringsregeling CWI)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst,

Gelet op artikel 3, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies,

Besluiten:

Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. CWI: een Centrum voor werk en inkomen als bedoeld in artikel 1 van het Tijdelijk besluit samenwerking CWI;
b. samenwerkende partijen: de organisaties, bedoeld in artikel 1 van het Tijdelijk besluit samenwerking CWI, die verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van een CWI; c. CWI-kosten: de eenmalige kosten die in de periode voorafgaande aan de operationele start van een CWI worden gemaakt, alsmede eenmalige kosten voor instandhouding van een CWI in 2001, welke kosten niet terugkomen in de jaarlijkse exploitatie van het CWI; d. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Artikel 2 Subsidie stimulering totstandkoming en instandhouding CWI
1. De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken ter stimulering van de totstandkoming en instandhouding in 2001 van een CWI op een plaats van vestiging, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Tijdelijk besluit samenwerking CWI.

2. De subsidie wordt per afzonderlijk CWI aangevraagd door een daartoe door de samenwerkende partijen aangewezen rechtspersoon.

3. De subsidie wordt verstrekt aan de subsidie-aanvrager.
4. De Algemene Regeling SZW-subsidies is van toepassing.
Artikel 3 Subsidieaanvraag

1. Bij de subsidieaanvraag wordt overgelegd:
a. een door de samenwerkende partijen ondertekend document, waaruit blijkt dat de rechtspersoon die de subsidie aanvraagt daartoe door hen is aangewezen; b. een activiteitenplan en een daarbij behorende postgewijze begroting van de CWI-kosten; c. het verslag, bedoeld in artikel 5 van de Stimuleringsregeling SWI, betrekking hebbend op het SWI-centrum in de betrokken regio.

2. De aanvraag wordt ingediend uiterlijk op 30 juni 2001.
Artikel 4 Subsidievoorwaarden

1. Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover de CWI-kosten noodzakelijk zijn, mede gelet op de kosten, die in de betrokken regio al zijn gemaakt ten behoeve van de totstandkoming van een SWI.
2. Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover voor de subsidiabele activiteiten geen financiering uit anderen hoofde beschikbaar is.





3. Geen subsidie wordt verleend voor activiteiten ten behoeve van communicatie, public relations, beeldvorming, informatie- en communicatietechnologie.

Artikel 5 Omvang subsidie
De subsidie bedraagt 100% van de werkelijk gemaakte kosten, voortvloeiend uit de subsidiabele activiteiten.

Artikel 6 Subsidie SWI-centrum

1. De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken ter vergoeding van de kosten, gemaakt in het kader van het tot stand brengen en in stand houden van een SWI-centrum als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Stimuleringsregeling SWI, in een gemeente die niet is een plaats van vestiging van een CWI, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Tijdelijk besluit samenwerking CWI.
2. De subsidie wordt aangevraagd door en verstrekt aan de rechtspersoon, die met betrekking tot dat SWI-centrum subsidie krachtens de Stimuleringsregeling SWI heeft aangevraagd, tenzij de betrokken samenwerkende partijen daartoe een andere rechtspersoon hebben aangewezen.
3. De aanvraag wordt ingediend uiterlijk op 30 juni 2001.
4. Bij de subsidieaanvraag wordt overgelegd een door de samenwerkende partijen ondertekend document, waaruit een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid blijkt, alsmede het verslag, bedoeld in artikel 5 van de Stimuleringsregeling SWI.

5. Voorafgaand aan de subsidievaststelling wordt geen beschikking tot subsidieverlening gegeven. De Algemene Regeling SZW-subsidies is op subsidiëring krachtens dit artikel niet van toepassing.
6. Artikel 4, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
7. De subsidie bedraagt 100% van de kosten als bedoeld in het eerste lid, na aftrek van a. de subsidie, verstrekt ingevolge de Stimuleringsregeling SWI, b. gemaakte kosten, die in redelijkheid niet noodzakelijk waren voor de vorming van het SWI- centrum en
c. de kosten, gemoeid met activiteiten die redelijkerwijs kunnen worden benut voor de totstandkoming van een CWI in de betrokken regio, dan wel in het kader van een ander onderdeel van de taakuitoefening van de samenwerkende partij die die kosten heeft gemaakt.

Artikel 7 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2001.

Artikel 8 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke Stimuleringsregeling CWI.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

`s-Gravenhage, ............

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst




Toelichting

Op 18 december 1997 besloten onze ambtsvoorgangers tot het uitvaardigen van de "Regeling tot het verstrekken van subsidie ter stimulering van samenwerkingsverbanden werk en inkomen (Stimuleringsregeling SWI)". Op grond van deze regeling waren de zogeheten samenwerkende partijen (gemeenten, de Arbeidsvoorzieningsorganisatie en het Landelijk instituut sociale verzekeringen (LISV)) in de gelegenheid gezamenlijk een subsidie aan te vragen voor het tot stand brengen van SWI-centra. Van die gelegenheid is gebruik gemaakt door 159 samenwerkingsverbanden, ten behoeve van de creatie van 204 SWI- centra. Alle aanvragers zijn in hun verzoek gehonoreerd. Daarmee was in totaal een bedrag van 70 mln. gulden gemoeid. De verstrekte subsidie had het karakter van een lump-sum. Uiterlijk vier maanden na het operationeel worden van een SWI-centrum, doch in ieder geval voor 1 mei 2001, dient een verslag over de besteding van de subsidie door de subsidieontvanger bij de minister ingediend te zijn. Hoewel nog slechts enkele verslagen zijn ontvangen bestaat wel een redelijk beeld van de besteding van de subsidiegelden. Dat beeld laat een grote verscheidenheid in praktijksituaties zien:
- op enkele plaatsen is men reeds zo ver gevorderd dat een verslag over de bestedingen kon worden ingezonden; in dit soort gevallen heeft men soms behoefte aan een nieuwe subsidie om het samenwerkingsverband draaiend te houden;

- op een groot aantal plaatsen is men aan de slag gegaan en heeft men ook al een deel van de verstrekte subsidiegelden uitgegeven, maar is er op korte termijn nog voldoende in kas voor de uitvoering van de eigen plannen;

- op een beperkt aantal plaatsen heeft men besloten de ontwikkelingen te temporiseren, bijvoorbeeld in verband met de beleidswijzigingen die zich in het kader van de herziening van de structuur van de sociale zekerheid op Rijksniveau hebben voorgedaan; soms ligt op die plaatsen (het grootste deel van) de verstrekte subsidie nog ongebruikt te wachten.

Inmiddels is er een forse beleidswijziging opgetreden naar aanleiding van de zogeheten SUWI-2 nota, de beleidsnota over de structuur van de uitvoering op het terrein van werk en inkomen (Kamerstukken II, 1999/2000, 26 448, nr. 7). Die nota voorziet onder andere in de creatie van een zelfstandig bestuursorgaan (Zbo), die een landelijk net van Centra voor werk en Inkomen (CWI) omvat. In die centra wordt een uniform basispakket van diensten op het terrein van werken inkomen aangeboden, ondersteund door een uniform ICT-concept, dat de communicatie vanuit de CWI- organisatie met andere hoofdrolspelers op het terrein van werk en inkomen (gemeenten en Uitkeringsinstituut Werknemersverzekeringen) garandeert. Inmiddels worden met voortvarendheid stappen gezet ter realisatie van de nieuwe beleidsvoornemens. Zo is een wetsontwerp dat beoogt de nieuwe structuur per 1 januari 2002 een wettelijke basis te geven inmiddels bij de Tweede kamer ingediend (Kamerstukken II, 2000/2001, 27 588, nr. 1-3). Bij de Tweede Kamer worden voorts regelmatig voortgangsrapportage aangeboden in het kader van dat project, waaronder het model werkproces voor een CWI en het landelijk spreidingsplan voor CWI.

De eerder genoemde Stimuleringsregeling SWI heeft in het licht van de nieuwe ontwikkelingen veel van haar functionaliteit verloren. Zij was immers in het leven geroepen om de totstandkoming van SWI-centra te stimuleren en dat vanuit de gedachte van een lokaal bepaalde differentiatie in aanpak en resultaat. Die benadering laat zich moeilijk verenigen met de thans gekozen werkwijze van een




centraal aangestuurde organisatie met een uniform basispakket en uniforme ICT-ondersteuning. De Stimuleringsregeling blijft evenwel in stand omdat subsidieontvangers nog tot 1 mei 2001 de gelegenheid hebben verslag te doen over de besteding van de hen toegekende subsidie.

Ter facilitering van de overgang van de huidige situatie naar de nieuwe, per 1 januari 2002 in te voeren structuur is behoefte aan een subsidieregeling. In tegenstelling tot de in zeer algemene termen geformuleerde Stimuleringsregeling SWI sluit de Tijdelijke Stimuleringsregeling CWI daar waar dat mogelijk en zinvol is aan bij de gebruikelijke procedures en regels voor subsidieverstrekking. Zo wordt er geen lump-sum verstrekt, doch een subsidie gebaseerd op een concrete begroting, ingediend door de subsidieaanvrager. Ook zullen in het algemeen de bepalingen van de Algemene Regeling SZW-subsidies van toepassing zijn. De subsidieregeling heeft nadrukkelijk het karakter van een tijdelijke regeling en dient twee doelen.

In de eerste plaats faciliteert zij de totstandkoming en het functioneren van CWI gedurende het jaar 2001. Omdat voortgebouwd wordt op een zeer gedifferentieerd patroon van voorbereiding van CWI in het land is het niet goed mogelijk alle voor subsidie in aanmerking komende kostensoorten limitatief te duiden, laat staan te kwantificeren. Er zal veel maatwerk moeten worden verricht. Daarbij zal evenwel steeds voor ogen gehouden worden dat het hier gaat om een tijdelijke regeling. Dat betekent dat grote terughoudendheid zal worden betracht bij het honoreren van verzoeken voor activiteiten en investeringen die naar hun aard doorwerken na 1 januari 2002 en die niet geplaatst zijn in een helder toekomstperspectief. In de subsidieaanvraag zal derhalve duidelijkheid moeten worden verschaft over de wijze waarop de aanvraag past in een perspectief op langere termijn. Daarenboven zal worden gewerkt vanuit het subsidiariteitsbeginsel. Dat houdt in dat financiering van activiteiten of investeringen krachtens deze subsidieregeling alleen plaatsvindt indien en voorzover financiering daarvan uit de reguliere budgetten van de samenwerkingspartners, dan wel uit eerder of anderszins verstrekte rijksmiddelen niet mogelijk is.
Teneinde de flexibiliteit in de loop van 2001 zo groot mogelijk te houden is er voor gekozen om het mogelijk te maken om tot 1 juli 2001 nog een subsidie aan te vragen.

In de tweede plaats biedt de subsidieregeling-CWI de grondslag voor de afwikkeling van kosten die gemaakt zijn voor de vorming van SWI-centra op plaatsen waar in de toekomst geen CWI zal worden gevestigd. Nu het beleid op Rijksniveau is gewijzigd ligt het in de rede dat het Rijk ook garant staat voor een adequate financiële afwikkeling van de in goed vertrouwen op lokaal niveau gemaakte kosten. Ook hier geldt naar analogie het subsidiariteitsbeginsel. Het spreekt voor zich dat het in het kader van een zorgvuldige besteding van overheidsmiddelen alleen kan gaan over kosten die in redelijkheid en billijkheid zijn gemaakt met het oog op de vorming van SWI-centra. Daarenboven moet het gaan om kosten die niet gedekt konden worden door de verstrekte subsidie in het kader van de Stimuleringsregeling SWI. Tenslotte zal bij de bepaling van de voor vergoeding in aanmerking komende kosten ook rekening worden gehouden of tot stand gebrachte investeringen een nuttige functie kunnen vervullen in het kader van het brede takenpakket van de instantie die de investering heeft gedaan.

Er wordt overigens van uitgegaan dat de aanwending van nog niet bestede gelden uit een op grond van de Stimuleringsregeling SWI verstrekt subsidie geschiedt binnen het kader en het perspectief van het gewijzigde beleid.




Artikelsgewijs

Artikel 2
De regeling is gebaseerd op het gebruikelijke systeem begroting-eindafrekening; de Algemene Regeling SZW-subsidies is dus van toepassing, inclusief bijvoorbeeld de bevoorschotting.

Artikelen 3, 4 en 5
Het maatwerk, waarover in de algemene toelichting al melding is gemaakt, komt in het gekozen systeem tot uitdrukking in de selectie van subsidiabele activiteiten; deze selectie wordt neergelegd in een subsidiebeschikking. Slechts ten aanzien van de aldus geselecteerde activiteiten worden de werkelijk gemaakte kosten volledig vergoed.
De formulering van artikel 4, tweede lid, houdt in dat de subsidie aanvullend moet zijn op de 'normale' budgetten (de normale uitvoeringskosten als bedoeld in de OSV, de gemeentelijke budgetten en het Arbvo-budget). Door de gekozen formulering kan de subsidie beperkt worden tot het surplus, dat de actoren 'extra' nodig hebben voor een CWI. Bovendien wordt met de gekozen formulering het geval bestreken, dat de (oude) SWI-subsidie niet volledig gebruikt is. Dit sluit aan bij artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene Regeling.

Artikel 6
De regeling biedt de mogelijkheid om de oorspronkelijke rechtspersoon/SWI-subsidieontvanger de aanvraag te laten doen. Die moet dan afspraken maken met de 'oude' samenwerkende (SWI- )partijen hoe de krachtens artikel 6 ontvangen subsidie onderling wordt verrekend. Indien gewenst kunnen de betrokken samenwerkende partijen echter ook een andere rechtspersoon aanwijzen. Omdat hier géén sprake is van het gebruikelijke systeem begroting - bevoorschotting -afrekening, wordt de subsidie, na beoordeling van de aanvraag, meteen vastgesteld; de Algemene Regeling, gebaseerd op subsidieverlening in meer fasen, is dus niet van toepassing verklaard. Bij het vaststellen van de hoogte van de subsidie wordt het volgende systeem gevolgd (zevende lid). Van de totale SWI-kosten wordt afgetrokken: a. eventuele (achteraf bezien) niet redelijke SWI- kosten; + b. de verleende lumpsum (in zijn geheel; reden: dat was al een tegemoetkoming in de kosten) + c. de kosten van dié SWI-investeringen die redelijkerwijs zonder bezwaar kunnen worden 'meegenomen' naar het CWI in de andere gemeente dan wel kunnen worden ingezet voor de normale taakuitoefening van de samenwerkende partijen. Daarbij wordt, krachtens het zesde lid, rekening gehouden met financiering, die uit anderen hoofde beschikbaar is voor het (oude) SWI- project.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst




reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie