Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Nieuwe vreemdelingenwet per 1 april 2001

Datum nieuwsfeit: 01-04-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Justitie
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Justitie

28.03.01

Op 1 april 2001 treedt de nieuwe Vreemdelingenwet in werking

De belangrijkste wijzigingen van de nieuwe Vreemdelingenwet hebben betrekking op de asielprocedure. Deze wijzigingen betreffen: het invoeren van één vergunning voor bepaalde tijd, indien nodig na drie jaar gevolgd door één vergunning voor onbepaalde tijd; het afschaffen van de bezwaarfase; invoeren hoger beroep bij de Raad van State en het invoeren van een meeromvattende afwijzende beschikking, die tevens bepaalt dat verdere opvang wordt onthouden en dat de afgewezen asielzoeker Nederland moet verlaten. Tevens is het mogelijk om in bepaalde situaties de beslistermijn op een asielverzoek te verlengen met een jaar.

Nieuwe wet

Net als onder de oude vreemdelingenwet kunnen asielzoekers voor een verblijfsvergunning in aanmerking komen op grond van internationale verplichtingen (waaronder het Verdrag van Genève en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens), op grond van klemmende redenen van humanitaire aard, of op grond van het beleid dat terugkeer naar het land van herkomst van een bijzondere hardheid zou zijn vanwege de algehele situatie aldaar. Onder het huidige beleid betekent dit dat ongeveer 20 procent van diegenen die een asielaanvraag indienen, in aanmerking komt voor een (tijdelijke) vergunning.

In de oude procedure kon de asielzoeker wanneer zijn aanvraag was afgewezen, bezwaar aantekenen en het bestuur vragen om een nieuwe beoordeling. Deze bezwaarfase is vervallen. Tegen een negatieve beslissing op de aanvraag, die binnen zes maanden moet worden genomen, staat beroep bij de rechter open. De beslissing over het beroep mag in Nederland worden afgewacht. Hiervoor is geen afzonderlijke beslissing meer nodig. Het afschaffen van de bezwaarfase betekent dat de kwaliteit van de IND-beschikking op de aanvraag moet worden verbeterd. Dat gebeurt door de asielzoeker in staat te stellen zijn asielmotieven duidelijk te maken en hem te vragen een reactie te geven op een voorgenomen afwijzing. Deze reactie wordt door de IND meegewogen in de toelatingsbeslissing. Uit de beslissing blijkt hoe de vreemdeling en de IND de aanvraag beoordelen. Dit biedt voldoende basis voor een rechtmatigheidtoets door de rechter.

Het afwijzen van de aanvraag van de asielzoeker leidt automatisch tot de plicht voor de asielzoeker om Nederland binnen een zekere termijn te verlaten, tot beëindiging van de opvang, de mogelijkheid tot uithuiszetting en tot de bevoegdheid tot uitzetting. Hiertegen kunnen niet langer - zoals voorheen - apart procedures bij de rechter worden aangespannen.

Elke asielzoeker van wie de aanvraag wordt gehonoreerd krijgt dezelfde vergunning voor bepaalde tijd, waaraan een voorzieningenpakket is gekoppeld. Er wordt nog slechts één asielstatus verleend. Vóór 1 april 2001 waren er drie verschillende statussen, met elk een ander voorzieningenpakket. Dat leidde tot veel "doorprocederen". Onder de nieuwe wet kan iemand die een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd heeft gekregen niet verder procederen, omdat er maar één status is. Wel kan de houder van een asielvergunning voor bepaalde tijd na drie jaar in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Er komen dus twee vergunningen: één voor bepaalde tijd, eventueel na drie jaar gevolgd door één voor onbepaalde tijd (het zogenoemde volgtijdelijk systeem).

In het systeem krijgen alle asielzoekers van wie het verzoek om toelating wordt gehonoreerd, dezelfde rechten en voorzieningen. Deze voorzieningen worden voor een belangrijk deel bepaald door internationale verplichtingen. Het zal aan houders van een vergunning voor bepaalde tijd worden toegestaan om betaalde arbeid te verrichten. Tevens komen zij in aanmerking voor studiefinanciering en huisvesting. Gezinshereniging is in de wet voor statushouders mogelijk, maar uitsluitend voor wie een zelfstandig inkomen heeft op 100% van het bijstandsniveau, hetgeen (voor sommigen) een verzwaring is van de huidige eis van 70%. Evenals thans het geval is moet de aanvraag door de betrokkene vanuit het buitenland worden gedaan. Zonodig wordt door middel van DNA-onderzoek de gezinsband vastgesteld.

De wet biedt de mogelijkheid om bij ministerieel besluit voor bepaalde categorieën vreemdelingen de normale beslistermijn van zes maanden te verlengen met een jaar (totaal 1½ jaar). Van deze mogelijkheid kan gebruik worden gemaakt indien naar verwachting voor een korte periode onzekerheid zal bestaan over de situatie in het land van herkomst, of indien de situatie uit het land van herkomst naar verwachting op korte termijn zal verbeteren, of indien het aantal ingediende aanvragen zo groot is, dat de IND daarop niet binnen de zes maanden-termijn kan beslissen.

In de wet zijn ook bepalingen met betrekking tot toezicht en vrijheidsbeperkende en -ontnemende maatregelen opgenomen. Op basis van de oude Vreemdelingenwet (art. 19) konden ambtenaren slechts van hun bevoegdheid gebruik maken wanneer zij concrete aanwijzingen over illegaal verblijf hadden. In de praktijk betekende dit dat een actief vreemdelingentoezicht op straat nauwelijks plaats vond, omdat bij personen op straat zelden concrete aanwijzingen voor illegaal verblijf aanwezig waren. Om die reden is het criterium veranderd in: "indien sprake is van feiten en omstandigheden die naar objectieve maatstaven gemeten tot een redelijk vermoeden van illegaal verblijf aanleiding geven". In dit criterium liggen waarborgen besloten voor een non-discriminatoir gebruik van deze toezichtbevoegdheid.

Voorlichting

Het ministerie van Justitie heeft ten behoeve van het publiek en van uitvoeringsorganisaties brochures gemaakt over de Vreemdelingenwet 2000. Deze zijn in te zien en te downloaden vanaf de sites van het ministerie van Justitie en de Immigratie en Naturalisatiedienst.

Publiek met vragen over de nieuwe vreemdelingenwet kan vanaf 1 april via de Postbus 51 Infolijn de brochure aanvragen: telefonische op werkdagen van 9.00 tot 21.00 uur op nummer 0800 -8051 (gratis) of via internet:
www.postbus51.nl.

De afdeling In- en externe communicatie van het ministerie van Justitie kan meer informatie geven: telefonisch op werkdagen van 9.00 tot 15.00 uur op nummer (070) 370 68 50.

Informatie ten behoeve van de vreemdeling is te vinden op de site van de Immigratie- en Naturalisatiedienst
www.immigratiedienst.nl

Voor vragen of commentaar met betrekking tot de inhoud van deze pagina's kunt u terecht bij de Directie Voorlichting van Justitie, telefoon: (070) - 3706850,
email: voorlichting@best-dep.minjust.nl,
fax: (070) - 3707594

Laatst gewijzigd: 28-03-2001

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie