Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Financiele resultaten 2000 IHC Caland

Datum nieuwsfeit: 02-04-2001
Bron: IHC Caland NV
Zoek soortgelijke berichten
IHC Caland NV

Persbericht IHC Caland N.V. 2 april 2001

DRUKKE TIJDEN


1.0 FINANCIEEL VERSLAG


Conform eerder door de groep gedane voorspellingen nam de nettowinst in 2000 toe met 8,2%, van § 69,5 miljoen naar § 75,2 miljoen (§ 2,68 per aandeel op basis van het gewogen gemiddelde van alle uitstaande aandelen). De toename van de winst per aandeel lag met 6,7% iets lager als gevolg van het uitgekeerde stockdividend en de uitgeoefende opties. De verbetering van de nettowinst werd bereikt ondanks een veel lager volume aan afgeleverde opdrachten, en het voortdurende uitstellen van opdrachten in de offshore-divisie.

Van de totale nettowinst werd 68% verkregen uit de offshore-sector en 32% uit de bagger-/scheepsbouwsector. Dit komt overeen met de situatie in 1999.

Alle belangrijke groepsmaatschappijen hebben bijgedragen aan het gestegen resultaat.

Het bedrijfsresultaat bedroeg § 99,7 miljoen (§ 3,55 per aandeel), een verbetering van 14,7%. Met een veel lager afleveringsvolume, keerden de marges terug naar een meer gebruikelijk niveau, ook versterkt door het grotere aandeel van PFSO lease-inkomsten.

De EBIT-marge (bedrijfsresultaat : omzet) steeg van 7,0% naar 12,1%, en de netto winstmarge van 5,7% naar 9,1%.

De kasstroom uit bedrijfsactiviteiten lag op § 160,2 miljoen en was daarmee 21,3% hoger dan in 1999 (§ 132,1 miljoen), dit als gevolg van hogere afschrijvingen op de groeiende leasevloot en de stijging van koers van de US dollar ten opzichte van de Euro met 7,3% over het gehele jaar.

Het netto saldo van de liquide middelen en effecten ultimo 2000 bedroeg § 269 miljoen (1999: § 199 miljoen). Het rendement op het totaal gemiddeld geÔnvesteerd vermogen daalde van 14,9% naar 13,3%. Dit was voornamelijk het gevolg van de toename van de lange termijn US dollar schuld, samen met een groeiende onbalans tussen winsten uit de kapitaalsintensieve leasevloot en de winsten uit de leveringscontracten van de offshore-sector. Niettemin ligt het percentage nog ruimschoots boven de vermogenskostenvoet van de groep, het criterium voor toename van de 'shareholder value'.

Het eigen vermogen steeg tot een bedrag van § 394 miljoen als gevolg van de ingehouden winst, het uitgekeerde stockdividend en de uitgeoefende opties.


1.1 Nieuwe opdrachten
Het totaal aan nieuwe opdrachten bedroeg § 1.398 miljoen tegenover § 831 miljoen in 1999.

Een groot deel van de nieuwe orders heeft betrekking op complex 'custom built' materieel, waarin nieuwe technologie van de groep is verwerkt. De voortdurende ontwikkeling van innovatieve technologie en projectmanagement vaardigheden is essentieel voor de doelstelling van de groep maximale waarde te scheppen met technologie.

Een selectie van belangrijke opdrachten omvat:


∑ een contract voor het ontwerp, de engineering en de levering van een afmeersysteem (SYMP, Soft Yoke Mooring Platform) en het ter plaatse aankoppelen van de FPSO voor het E.A.-veld van Shell Nigeria;

∑ levering en installatie van een nieuwbouw FSO plus een CALM voor Elf Nigeria (EPNL) voor het Amenam Kpono-veld voor de kust van Nigeria, af te leveren in mei 2003;

∑ een contract van Exxon/Mobil, toegekend in december 2000, om te beginnen met de engineering en de kritieke pad inkoopactiviteiten voor een 'generieke' FPSO;

∑ een FEED studie van Conoco Indonesia voor de gasproducerende FPSO voor het Belanak-veld. Deze zeer grote FPSO wordt uitgerust met installaties voor gascompressie, LPG-winning en met een losinstallatie;

∑ het ontwerp van het grootste hijsvaartuig ter wereld, de 'Pieter Schelte" voor Excalibur, dat in staat is maximaal 48.000 ton te hijsen. De romp wordt ontworpen als een catamaran, gevormd door twee "VLCC" tankers;

∑ een opdracht van Hyundai Heavy Industries voor het basisontwerp, en voor de levering van essentiŽle gepatenteerde onderdelen, in verband met haar opdracht van Maersk Contractors voor een MSC CJ-70 - 150MC zelfheffend boorplatform;

∑ een 5.000 m≥ hopperzuiger voor DEME Building Materials NV, BelgiŽ;

∑ twee volledig intelligente besturingssystemen, gecombineerde en volledig geautomatiseerde systemen die zowel de navigatie- als de baggeractiviteiten aansturen, van IHC Systems, elk voorzien van een kompleet pakket baggerinstrumentatie bestemd voor twee 16.500 m≥ sleephopperzuigers, in aanbouw in Spanje in opdracht van Jan de Nul Dredging N.V.

∑ een 4.900 m≥ sleephopperzuiger voor Westminster Dredging Company Ltd. (UK), een werkmaatschappij van Koninklijke Boskalis Westminster N.V.

∑ twee grote Ro-Pax veerboten voor twee Franse klanten, Sociťtť d'Armement Maritime du Calvados (Brittany Ferries) en Sociťtť Nationale Maritime Corse Mťditerranťe;

∑ een kabelonderhoudschip voor Global Marine Systems Ltd., Engeland;

∑ diverse projecten voor luchthaveninterieurs en Aviobridge renovatieprojecten.

1.2 Gebeurtenissen na 31 december 2000


Nieuwe opdrachten

∑ In maart 2001 werd overeenstemming bereikt met JVPC (Japan Vietnam Petroleum Company) over verlenging van het leasecontract van de Rang Dong 1 FPSO voor nog eens 7 jaar, tot augustus 2008. De totale waarde van deze opdracht is circa US$ 125 miljoen;

∑ Single Buoy Moorings (SBM), een 100% dochter van IHC Caland N.V., heeft met Shell Nigeria Exploration and Production Company Ltd. een contract getekend voor het 'afmeer en installatiepakket' ten behoeve van de ontwikkeling van het in 1000 meter diep water voor de kust van Nigeria gelegen Bonga-veld.
De omvang van het werk van SBM is als volgt:

∑ Het ontwerp, de bouw, het transport en de installatie van het permanente 'spread mooring system' voor de 300.000 dwt nieuwgebouwde FPSO, en een grote eenpuntsafmeersysteem voor het laden/lossen van ruwe olie;
∑ het verslepen van de FPSO van het Verenigd Koninkrijk naar het veld en het aankoppelen ter plaatse;
∑ het installeren van de infrastructuur onder water, inclusief productie manifolds, leidingen, verdeeleenheden, controleapparatuur en 'gas lift risers';
∑ het ontwerp, de bouw, het transport en de installatie van de drie flexibele 'mid water' leidingen met een 19" diameter.
Bepaalde onderdelen van het installatiewerkzaamheden onder water, evenals de flexibele leidingen zullen door SBM worden uitbesteed bij Coflexip Stena Offshore.

Het project wordt volgens planning in het laatste kwartaal van 2003 opgeleverd.


∑ een zeer oude klant van de groep, DEME uit BelgiŽ, plaatste een opdracht in februari voor een zusterschip van de 13,000 m≥ sleephopperzuiger de 'Lange Wapper', die in 1999 door de Merwede Shipyard werd afgeleverd;

∑ een opdracht van de HAM voor een 23.000 m≥ jumbo hopperzuiger, de HAM 321, die zal worden gebouwd bij van der Giessen-de Noord. Het is een zusterschip van de HAM 318, die in november 1999 is besteld en momenteel in aanbouw is.
Acquisitie van Atlantia Offshore Limited
In maart 2001 werd in beginsel overeenstemming bereikt inzake de overname van alle activiteiten van Atlantia Offshore Limited. De overname geschiedt onder voorbehoud van een positieve uitkomst van het due diligence-onderzoek, dat begin mei 2001 zal zijn afgerond. Deze acquisitie betekent voor IHC Caland toegang tot bewezen technologie van drijvende (verticaal onder voorspanning verankerde) systemen, die in het bijzonder geschikt is voor afwerking aan de oppervlakte van diepwater bronnen, en complementair is aan de eigen FPSO-technologie van de groep. Het zal ook een uiterst belangrijke entree in de markt van de Golf van Mexico met zich brengen.

Vanuit het standpunt van Atlantia bezien verschaft deze transactie de financiŽle ondersteuning die men nodig heeft voor de recent ingezette fase van snelle groei, en biedt tevens via het internationale netwerk van IHC Caland dochters SBM en SBM-IMODCO uitstekende mogelijkheden in alle belangrijke olieregio's in de wereld.

De aankoop zal uit IHC Caland's eigen middelen worden gefinancierd.


1.3 Orderportefeuille
Aan het eind van het jaar was de orderportefeuille gestegen tot § 2,9 miljard vergeleken met § 2,2 miljard per ultimo 1999. De kwaliteit van de orderportefeuille bleef hoog. In de orderportefeuille zijn begrepen elf lease-/exploitatiecontracten voor FSO's/FPSO's met diverse oliemaatschappijen. Alle eenheden worden momenteel geŽxploiteerd en functioneren naar tevredenheid.


1.4 Dividend
Als dividend wordt voorgesteld § 1,36 per aandeel tegenover § 1,27 per aandeel in 1999.

Het dividend kan naar keuze van de aandeelhouder geheel in contanten dan wel in aandelen worden opgenomen (stock dividend). Op de agenda van de algemene vergadering van aandeelhouders van IHC Caland N.V., welke vergadering op 8 juni 2001 gehouden zal worden, zullen verdere details worden vermeld.


1.5 Winstverwachting voor 2001
Het jaar 2001 is begonnen met elf FSPSO/FSO-eenheden werkend voor rekening van de klant. Dit vormt een solide basis voor de winst en kasstroom.

Aan de kant van de leveringen van de offshore-sector liet 2000 een verbetering zien ten opzichte van 1999, maar bleef toch achter bij de verwachtingen. Met uitzondering van de opdrachten met werkelijk zeer korte doorlooptijden, zullen de resultaten van de nieuwe opdrachten geen invloed hebben op de resultaten in 2001, behalve waar het de dekking van de indirecte kosten betreft welke niettemin belangrijk kan zijn.

In de bagger/gespecialiseerde scheepsbouw sectie wordt een met het jaar 2000 vergelijkbaar beeld verwacht. De orderontvangst zal naar verwachting weer aanzienlijk zijn, hoewel het recordniveau van vorig jaar misschien niet zal worden gehaald. De Nederlandse regering heeft het einde van de scheepsbouwsteun per eind 2000 bevestigd, maar deze zal in feite over een paar jaar worden uitgesmeerd zodat dit geen direct effect zal hebben op 2001. Ook is te verwachten dat de concurrentie van Korea iets minder agressief zijn omdat de werven daar volgeboekt zijn.

Zoals hierboven vermeld, zal het niveau van de afleveringen in de offshore-sector in 2001 relatief laag liggen. Vooropgesteld dat er zich geen grote onvoorziene problemen aandienen, verwacht de directie niettemin in 2001 een winst te behalen van tenminste § 75 miljoen.


2.0 FinanciŽle analyse



2.1 Mutaties in de orderportefeuille




Staafdiagram: Nieuwe opdrachten

Het totaal van de nieuw geboekte opdrachten liet vergeleken met 1999 een gezonde toename zien en kwam daarmee dicht bij het recordniveau van 1998. De bagger-/scheepsbouwsector vertoonde een recordhoogte, terwijl de orderontvangst voor de offshore-sector, inclusief een verlenging van de Espadarte FPSO lease met vijf jaar, weer op een aanvaardbaar niveau kwam. Niettemin werd de totale orderontvangst in de offshore-sector nog beÔnvloed door het uitstellen van de gunning van projecten.

Staafdiagram: Omzet (afleveringen)

Na het recordjaar in 1999, als gevolg van een ongebruikelijke hoge concentratie van turnkey afleveringen in beide sectoren, kwam de omzet van de groep, hoewel hoger dan in de jaren voor 1999, weer op een normaal niveau. In de offshore-sector werden geen grote turnkey contracten opgeleverd als gevolg van het uitblijven van nieuwe opdrachten in 1999, en doordat de sindsdien ontvangen grote opdrachten eerst in 2002 of later worden opgeleverd.

Staafdiagram: Waarde van de productie

De waarde van de productie was lager dan vorig jaar, omdat dat een uitzonderlijk jaar was. Vergeleken met het genormaliseerde niveau van eerdere jaren nam de omzet aanzienlijk toe. Een bedrag van § 150 miljoen werd geactiveerd gedurende het jaar (1999: § 208 miljoen), bestaande uit de investering in de voltooiing van de Espadarte FPSO, BraziliŽ en in de FSO voor Yetagun, Myanmar.

Als gevolg van de trage orderontvangst in de offshore-sector en het feit dat uiteindelijk ontvangen opdrachten later in het jaar vielen dan verwacht, trad onderdekking aan indirecte kosten op.

Staafdiagram: Orderportefeuille (per 31 december)

De orderportefeuille van § 2,85 miljard aan het einde van het jaar steeg aanzienlijk ten opzichte van § 2,2 miljard ultimo vorig jaar. De toename van de orderportefeuille is het grootst in de bagger-/scheepsbouwsector, en zorgt daar voor een lange periode met een volle bezetting.

De orderportefeuille in de offshore-sector heeft voor een groot deel (81%) betrekking op de niet contant gemaakte toekomstige ontvangsten uit de lange termijn lease- en exploitatiecontracten van de FSO/FPSO-vloot van de groep.

De kwaliteit van de orderportefeuille blijft hoog, vooral door het grote aandeel van de lease-/exploitatiecontracten met een relatief hoog rendement hierin.


2.2 Winst en marges


Waar er verschillen optreden tussen het totaal van de offshore- en de bagger-/scheepsbouwsector enerzijds en het totaal van de groep anderzijds, hebben deze betrekking op een aantal posten zoals algemene kosten van de holding en voorzieningen/correcties die op concernniveau getroffen worden.

Staafdiagram: Bedrijfsresultaat

Het bedrijfsresultaat nam na jaren gelijk te zijn gebleven, ondanks de lagere omzet van afgeleverde orders toe met 16,4%. De belangrijkste factoren die tot deze toename hebben geleid zijn: ? de bijdrage van de twee nieuwe lease-eenheden, die gedurende het jaar in bedrijf gesteld werden, tezamen met toename van het resultaat van de Kuito FPSO die eerst eind 1999 opstartte;

? de terugkeer in de offshore sector naar normalere marges: daar werden vorig jaar immers enkele turnkey opdrachten met zeer lage marges opgeleverd;

De positieve invloed van bovenstaande factoren werd gedeeltelijk tenietgedaan door:

? lagere overdekking op indirecte kosten, met zelfs onderdekking bij enkele businessunits;

? zeer hoge projectkosten voor een aantal grote projecten.

De belastingdruk bleef met een bedrag van § 13,7 miljoen lager dan in 1999 (§ 17,7 miljoen), voornamelijk als gevolg van lagere belastingen in de offshore-sector, en een verrekening van in het verleden teveel gereserveerde belasting. Een en ander heeft tot gevolg dat de winst voor belasting 15,3% lager is dan vorig jaar. De gemiddelde belastingdruk voor de groep wordt voor de nabije toekomst nog steeds op een niveau tussen de 15 en 20% geschat.

Staafdiagram: Nettowinst

De totale nettowinst nam met 8,2% toe tot § 75,2 miljoen (1999: § 69,5 miljoen). De stijging van de nettowinst is lager dan de stijging van het bedrijfsresultaat, dit als gevolg van de toegenomen rentelasten die drukken op de FPSO's en FSO's die in 1999 en 2000 werden opgeleverd.

De respectievelijke bijdrage aan de winst van de beide sectoren is vergelijkbaar met die in voorgaande jaren, zoals onderstaand diagram laat zien:

Staafdiagram: Verhouding nettowinst


2.3 Rendement op totaal geÔnvesteerd vermogen/eigen vermogen
Staafdiagram: Gemiddeld totaal geÔnvesteerd vermogen

Het aandeel van de offshore-sector in het totaal geÔnvesteerd vermogen van de groep is verder toegenomen, als gevolg van het gereedkomen van de bouw en financiering van de eenheden voor Espadarte en Yetagun. Het rendement op het geÔnvesteerd vermogen wordt op tijdsevenredige basis berekend en werd in 2000 niet alleen beÔnvloed door de toename van de schuld in US dollars in absolute zin, maar ook door een voortdurende stijging van de waarde van de dollar ten opzichte van de Euro (toename van 7,3% in 2000 bovenop een stijging van 17,5% in 1999).

Goodwill-bedragen die op concernniveau worden afgeboekt ten laste van het eigen vermogen, en kosten van valutadekking op het eigen vermogen van niet in Euro's verantwoorde deelnemingen, verklaren het negatieve verschil tussen het totaal gemiddeld geÔnvesteerd vermogen aangewend in de offshore- en de bagger-/scheepsbouwsector tezamen en het totaal gemiddeld geÔnvesteerd vermogen van de groep.

Staafdiagram: Rendement gemiddeld totaal geÔnvesteerd vermogen

Het rendement op het gemiddeld totaal geÔnvesteerd vermogen nam af van 14,9% tot 13,3%. Dit is het gevolg van een combinatie van de volgende factoren: ? een relatief geringe stijging van de nettowinsten, in combinatie met de recente toevoegingen aan de FPSO/FSO leasevloot die maar gedurende een half jaar inkomsten genereerden;

? een aanzienlijke stijging van de leningen (inclusief valuta-effect);

? het hefboomeffect van de toegenomen leningen ten opzichte van het eigen vermogen van de groep.

Hoewel de toenemende investeringen in de leasevloot, zonder (of slechts gedurende een deel van het jaar) inkomsten wel enige invloed op de cijfers hebben, is het effect op 2000 betrekkelijk gering. Indien de financiering tijdens de bouw en de daarmee verbandhoudende rentelasten buiten beschouwing worden gelaten, zou het gecorrigeerde rendement op het gemiddeld totaal geÔnvesteerd vermogen 13,7% bedragen.

Het toegenomen gebruik van leningen, in het bijzonder projectfinancieringen met beperkt regresrecht gedurende de laatste paar jaar, heeft bijgedragen aan de afname van het rendement op het gemiddeld totaal geÔnvesteerd vermogen van de groep. Even belangrijk is de recent ontstane onbalans tussen toeleverings- en leasecontracten, en het is duidelijk dat een toename van het aantal toeleveringscontracten zeker zal bijdragen aan een verbetering van het rendement op het gemiddeld totaal geÔnvesteerd vermogen. De groep behaalt op haar nieuwe leasecontracten overigens ook rendementen die haar gewogen gemiddelde kapitaalkosten overschrijden en genereert daarmee dus ook waardevermeerdering voor de groep en haar aandeelhouders.

Staafdiagram: Rendement op gemiddeld eigen vermogen

Het rendement op het gemiddeld eigen vermogen is over het geheel gedaald van 20,9% in 1999 naar 19,5%, dit als gevolg van de combinatie van een bescheiden toename van de nettowinst en het toegenomen eigen vermogen van de groep. De daling was in het bijzonder merkbaar in de offshore-sector, waar de omzetting van het in US dollar uitgedrukte vermogen in Euro's, zoals hiervoor aangegeven werd beÔnvloed door de sterke US dollar. De winststijging bij deze activiteiten werd negatief beÔnvloed door de vertraagde orderontvangst van turnkey projecten.

2.4 Kasstroom/liquide middelen

Tabel

Zoals vorig jaar voorspeld, steeg de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten aanzienlijk en wel tot § 160,2 miljoen (een stijging van 21,2%). Naast de bescheiden groei van de nettowinst is dit grotendeels een gevolg van afschrijvingen in verband met het indienststellen van de nieuwe eenheden en met het feit dat andere eenheden nu een vol jaar meetellen. Bovendien is de FSO voor Sakhalin nu volledig geconsolideerd, daar het 50% aandeel van onze partner in het project, ICB Shipping, begin 2000 werd overgenomen. Doordat de Espadarte FPSO dan een vol jaar in exploitatie is, zullen de afschrijvingen en de kasstroom in 2001 verder toenemen.

Als gevolg van de financiering van de Espadarte FPSO en van de toegenomen vooruitbetalingen van klanten, zijn de liquiditeiten tot § 269 miljoen gestegen

De ratio 'prijs per aandeel : kasstroom uit bedrijfsactiviteiten per aandeel' steeg van 7,6 naar 8,8. De stijging van de ratio 'prijs per aandeel : beurswaarde' van bijna 38% werd gedeeltelijk gecompenseerd door de toename van 'kasstroom per aandeel' met 19%.

2.5 Balans

Tabel: 1996 - 2000 balans

De balans van de groep is ten opzichte van vorig jaar niet belangrijk veranderd. Het totaal geÔnvesteerd vermogen is verder gestegen door ingehouden winsten en een toename van de leningen, maar de meeste balansratio's zijn niet veel veranderd, met als uitzondering de rentedekking ratio, waarin de toename van de leningen en de rentelasten gedurende de laatste 2 jaar tot uitdrukking komt.

Enige specifieke opmerkingen met betrekking tot de balans eind 2000 zijn: ? de solvabiliteitsratio (eigen vermogen : totale activa) van ca 30% is acceptabel en voldoet aan de financieringsovereenkomsten met de bankiers van de groep. In feite is in deze overeenkomsten de berekeningsmethodiek van de ratio aangepast door kassaldi boven de § 113 miljoen buiten beschouwing te laten. De aangepaste ratio komt ondanks het effect van de stijgende dollar ten opzichte van de waarde van de leasevloot van de groep uitgedrukt in Euro uit op 33% (1999: 31%);

? een ratio langlopende schulden : eigen vermogen van 105% is volkomen aanvaardbaar, zeker gezien het feit dat de gefinancierde bedrijfsmiddelen allemaal op lange termijn verhuurd zijn, en dat een groeiend deel van de schuld (86%) een beperkt recht van regres op de groep inhoudt, daarmee het risicoprofiel reducerend. 'Net gearing' (totale rentedragende schulden minus beschikbare liquide middelen : eigen vermogen) de aanwezige liquide middelen in aanmerking nemend, is met 37% iets lager dan in 1999.

? Alle belangrijke verplichtingen staan duidelijk vast en zijn opgenomen in de geconsolideerde balans van de groep, er bestaan geen financieringen buiten de balans om;

? de investeringen in materiŽle vaste activa (voornamelijk bestaande uit de voltooiing van een FPSO en een FSO in aanbouw aan het begin van het jaar) kwamen iets lager uit dan in 1999. Er waren eind 2000 geen nieuwe F(P)SO's in aanbouw;

? de rentedekking ratio is (zoals was voorzien) flink lager als gevolg van de inbedrijfstelling van de nieuwe eenheden eind 1999 en gedurende 2000. Deze zijn voornamelijk met schulden op lange termijn gefinancierd, die relatief hoge rentes dragen.


3.0 VOORUITZICHTEN VOOR 2001

3.1 Marktvooruitzichten voor 2001 en daarna

De situatie is eigenlijk hetzelfde als in het persbericht dat de groep op 29 januari 2001 aangaf, en kan als volgt worden samengevat:

Offshore sector
De concurrentie in deze markt zal naar verwachting aanvankelijk hevig zijn als gevolg van het geringe volume aan projecten gedurende de laatste jaren. Enige prijsdruk kan daarom op korte termijn worden verwacht, maar de vooruitzichten op middellange termijn lijken veelbelovend. De trend dat oliemaatschappijen in diep water gelegen velden met grote reserves in ontwikkeling brengen zet door, en hier vormen de FPSO's van de groep naar alle waarschijnlijkheid de meest economische oplossing.

Gedurende de laatste paar jaar heeft de groep een aantal strategisch belangrijke initiatieven in gang gezet respectievelijk verder versterkt: ? het ontwikkelen van eigen kennis van het ontwerpen en fabriceren van de z.g. topsides (de procesinstallatie);

? verhuizing van het kantoor in de VS naar Houston en uitbreiding van de SBM-Imodco capaciteiten op deze strategische locatie;

? het regelmatig gestructureerd terugkoppelen van de operationele ervaring van de groeiende FPSO/FSO vloot van de groep, hetgeen een voortdurende verbetering en optimalisering mogelijk maakt van het 'fit for purpose' ontwerpen van nieuwe eenheden.

IHC Caland verwacht de komende jaren in belangrijke mate van deze strategische initiatieven te kunnen profiteren. Bovendien is de verwachting dat de nauwe samenwerking die met verschillende toonaangevende partners in de offshore-sector is aangegaan, weer haar vruchten zal afwerpen voor zowel deze partners als voor SBM. Tenslotte zal, zoals het er nu naar uitziet, de inzet van FPSO's in de Golf van Mexico mogelijk worden, zodat ook daar verdere uitbreidingsmogelijkheden voor de groep ontstaan.

Bagger-/gespecialiseerde scheepsbouw
Ondanks het einde van de scheepsbouwsubsidies in Europa, wordt voor 2001 een bevredigende orderontvangst verwacht. In dit kader bezien is het einde van de subsidies binnen Europa potentieel positief voor de Nederlandse werven, gezien het vergeleken met de rest van Europa relatief lage steunniveau in Nederland. De concurrentiepositie ten opzichte van de niet-Europese werven kan natuurlijk verslechteren, maar dit heeft nagenoeg geen invloed aangezien de werven van de groep actief zijn in deelmarkten waarin voornamelijk sprake is van Europese concurrentie. Het ziet ernaar uit dat 2001 het jaar wordt van de middelgrote zuigers, waarbij het streven om de operationele kosten te minimaliseren de aanjager van de investeringen is. Op een breed front wordt een vervanging van oude tonnage verwacht, naast een voortdurende vraag naar de standaard Beaver serie van klein baggermaterieel. De vraag naar Ro-Pax veerboten zal, gedreven door veiligheidsoverwegingen, naar verwachting blijven bestaan, met daarnaast de doorlopende vraag naar offshore werkschepen en kabelleggers. Tenslotte zal de groeiende recreatiemarkt naar verwachting verdere kansen bieden voor bijvoorbeeld rivierpassagiersschepen, luxe passagiersschepen e.d.

Alle werven van de groep zijn tot ver in het jaar 2002 bezet.


4.0 FINANCIňLE AGENDA

2000Definitieve resultaten Presentaties aan financiŽle analisten (Amsterdam en Londen)3 april 2001 2000JaarverslagMei 2001
2001Algemene vergadering van aandeelhouders8 juni 2001 2001Resultaten over het eerste halfjaar - Persbericht3 september 2001 2001Resultaten over het eerste halfjaar Persconferentie (14.00 uur IHC Caland, Schiedam)
3 september 2001
2001Resultaten over het eerste halfjaar Presentaties aan financiŽle analisten (Amsterdam en Londen) 4 september 2001


5.0 BEDRIJFSPROFIEL

IHC Caland is leverancier van materieel voor de offshore olie- en baggerindustrie alsmede speciale schepen voor de scheepvaart. IHC Caland N.V. is een aan de beurs genoteerde Nederlandse houdstermaatschappij van een internationale groep van maritiem-technische bedrijven. Het werkterrein van de groep is wereldwijd en omvat het ontwerpen en leveren van werktuigen/schepen en complete systemen aan de offshore olie-industrie, de baggerindustrie, de scheepvaart en de natte mijnbouwindustrie. In hoofdzaak betreft het olie productie- opslag- en overslagsystemen gebaseerd op het ťťnpunts-afmeersysteem, hydraulische heiblokken, 'custom-built' en standaard werktuigen voor de baggerindustrie en de natte mijnbouw en 'custom-built' schepen zoals Ro-Pax veerboten met passagiersaccommodatie en kabelleggers. De groep heeft tevens 'Floating Production and Storage Systems' (FPSO's/FSO's) in eigendom en operationeel beheer, welke op basis van langdurige overeenkomsten aan oliemaatschappijen worden verhuurd. Tevens gaat het om gespecialiseerde engineering-diensten zoals het ontwerpen van dynamisch gepositioneerde boorschepen, 'jack-up' boorplatforms, 'jack-up' platforms voor de civiele aannemerij en voor accommodatie van personeel, offshore kranen met een groot hefvermogen, hefsystemen, half afzinkbare kraanschepen en andere werkschepen.

De directie
Schiedam, 2 april 2001

Voor nadere informatie:

IHC Caland N.V.
's-Gravelandseweg 557
3119 XT Schiedam

Contactpersoon: G. Docherty, directeur
Telefoon: +31 10 2466980
Telefax: +31 10 2466990
Website: www.ihccaland.nl
E-mail: (brenda.cresswell@ihccaland.nl)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie