Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak minister de Vries over Europese integratie

Datum nieuwsfeit: 06-04-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Toespraak minister K.G. de Vries over Europese integratie in het licht van democratie, verzorgingsstaat en burgerschap Een toespraak bij het onderwerp Grondwet(sherziening) 2 april 2001
Dames en Heren,
Met groot genoegen voldoe ik aan het verzoek van de organisatoren om hier vandaag een gastcollege te verzorgen. De vraag is of ik met u stil wil staan bij de gevolgen van de voortschrijdende Europese integratie in het licht van democratie, verzorgingsstaat en burgerschap. Dat is nog al wat. Ik zal het terrein dus eerst maar eens wat inperken.
Ik zal beginnen iets te vertellen over het perspectief van de integratie en de ontwikkelingen die daarin te zien zijn. Daarna wil ik enkele voor de democratie, de verzorgingsstaat en het burgerschap belangwekkende themas behandelen. Daarbij zal ik nadrukkelijk aandacht besteden aan hun relatie met de Europese integratie. Daarbij komen voor- en nadelen, of zo u wilt kansen en risicos aan de orde.
Nu heeft u hier de minister van Binnenlandse Zaken voor zich staan. Ik kan me voorstellen dat u zich afvraagt waarom uitgerekend deze minister komt praten over Europa. Maar Nederland gaat niet alleen naar Europa, Europa dringt ook door tot in de diepste vezels van Nederland. De Europese eenwording raakt ons constitutioneel bestel, zij legt verplichtingen op aan onze gemeenten, zij roept vragen op over een gemeenschappelijke aanpak van veiligheidsvraagstukken. Zaken, waarmee ik me dagelijks bezig houd.
Hoe graag ik ook anders zou willen, omwille van de tijd laat ik de complexe relatie tussen Europa en de Koninkrijksrelaties verder buiten beeld.
De Europese integratie
De Europese integratie is tot stand gekomen enige jaren na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. De eeuwenlange rivaliteit tussen Duitsland en Frankrijk moest worden geneutraliseerd. Dit zou alleen maar kunnen door deze landen op economisch gebied van elkaar afhankelijk te maken. Het eerste onderwerp dat zich daartoe aandiende was de industrie die voor het voeren van oorlog zo onmisbaar was in die jaren: de kolen- en staalproductie. Zo ontstond de EGKS, al spoedig gevolgd door de EEG. Pogingen om ook een Europese defensiepoot op te richten strandden op Franse tegenstand.
Nederland heeft zich in die beginjaren enthousiast opgesteld ten aanzien van de Europese eenwording. Met de verschrikkingen van de oorlogsjaren nog scherp op het netvlies, was het ook niet zo moeilijk om af en toe een nationaal stokpaardje voor dit goede doel op te geven. De hiermee gepaard gaande onstuimige groei van de welvaart maakte het ook niet zo moeilijk om deze houding nog in lengte van jaren vol te houden. Bekend is dat Nederland uit principe geen gebruik maakte van zijn vetorecht in het Europese besluitvormingsproces. Daarmee zou de Europese eenwording immers niet zijn gebaat.
De vraag is of deze houding nog steeds zo vanzelfsprekend is. Het stadium van de Economische Gemeenschap is afgesloten. De laatste etappe, die van de totstandkoming van de interne markt, is een succes.
Inmiddels is besloten dat de beperkte Economische Gemeenschap een veel bredere Unie moet worden. Dit laatste is terecht. De begrijpelijke maar eenzijdige benadering vanuit de economie zou op den duur niet houdbaar gebleken zijn. De burgers moeten zich ook in Europa herkennen, niet alleen de handeldrijvende burger. Europa moet ook democratischer worden. Dat betekent een volwaardig Europees Parlement, een Europese Commissie die verantwoording moet afleggen en een goed functionerend Hof van Justitie. Niet alleen de inhoud van de integratie veranderde. Wat begon met zes lidstaten (Benelux, Frankrijk, Italië en West-Duitsland) is inmiddels gegroeid tot 15 lidstaten. In de jaren 70 zijn Ierland, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken toegetreden, in de jaren 80 Griekenland, Spanje en Portugal en Oostenrijk, Zweden en Finland in de jaren 90. Met de eenwording van Duitsland behoort ook de voormalige DDR tot de Europese Unie.
Een volgende uitbreiding staat voor de deur. De uitbreidingsronde omvat 3 Zuid-Europese landen, Turkije, Cyprus en Malta. Daarnaast hebben we 10 Midden- en Oost-Europese landen het perspectief op lidmaatschap geboden. We spreken dan over Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Slovenië, Bulgarije en Roemenië. Met al deze landen wordt onderhandeld over de toetreding, met uitzondering van Turkije. Dat land moet eerst aan politieke criteria voldoen op het gebied van mensenrechten en democratie, voordat de onderhandelingen van start kunnen gaan. De eerste toetredingen worden tussen 2003 en 2005 verwacht. Tijdens de onderhandelingen wordt getoetst op politieke, economische en wettelijke criteria:


* Politiek: De EU eist een functionerende democratische rechtsstaat, waar mensenrechten en minderheden worden eerbiedigd en beschermd.
* Economisch: De EU eist een functionerende markteconomie, die in staat is de concurrentiedruk en de marktkrachten binnen de interne markt te kunnen weerstaan.

* Regelgeving: De EU eist dat alle bestaande EU-regelgeving , het zogenoemde acquis communautaire wordt overgenomen en toegepast.

Voortgaande samenwerking binnen Europa is natuurlijk een lovenswaardig streven, maar brengt wel vragen met zich mee. Niet alleen onze portemonnee is meer in het geding, maar ook vragen van culturele of historische waarde gaan spelen. De vraag over hoeveel buitenlanders in Ajax mogen spelen is daar een heel triviaal voorbeeldje van. Het kunnen bevorderen van onze nationale filmcultuur spreekt in dit verband misschien al meer aan. In het vervolg van mijn college wil ik in het bijzonder op enkele onderwerpen ingaan die raken aan de democratische rechtsstaat. Ik behandel achtereenvolgens de relatie tussen onze Grondwet en een eventuele Europese Grondwet, en daarmee onze grondrechten, de openbaarheid van bestuur, de positie van onze decentrale overheden en de Europese samenwerking op het terrein openbare orde en veiligheid.

Europese en Nederlandse Grondwet
Is het Europese grondrechtenhandvest de eerste stap op weg naar een Europese Grondwet. Maakt dat onze eigen Grondwet overbodig?

Onze Grondwet zegt veel over Nederland. De Grondwet bevestigt hoe wij Nederland bestuurlijk hebben ingericht en ingericht willen hebben - denkt u aan mijn ministeriële verantwoordelijkheid - wie van u mag stemmen en hoe u vertegenwoordigd wordt.

De Grondwet vertelt ook wat wij belangrijk vinden, wat onze normen zijn. Wij vinden dat discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op andere gronden niet is toegestaan - artikel 1-, wat we verder hebben uitgewerkt in de Algemene Wet Gelijke Behandeling.

Hoe moeten we hiermee omgaan in het proces van Europese eenwording? Nederland heeft de grondrechtenbescherming altijd hoog in het vaandel staan. Het is belangrijk dat ook op het niveau van de Europese Unie de grondrechten van burgers worden beschermd. Tot voor kort gebeurde dit binnen de Europese Unie vooral door de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. Het Hof laat zich daarbij leiden door het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM), waar alle lidstaten partij bij zijn, en door de gemeenschappelijke constitutionele tradities van de lidstaten. Sinds het Verdrag van Amsterdam is de eerbiediging van het EVRM en van de constitutionele tradities van de lidstaten als algemeen beginsel van het gemeenschapsrecht in artikel 6 van het Verdrag van de Europese Unie vastgelegd.

Tijdens de top in Keulen in 1999 heeft de Europese Raad besloten dat de Europese Unie een punt in haar ontwikkeling heeft bereikt waarop het wenselijk is de in de Unie geldende grondrechten te bundelen, met als belangrijkste doel deze rechten zichtbaar te maken voor de burgers. Besloten is daarom tot een uniek proces waarbij vertegenwoordigers van de nationale regeringen, de nationale parlementen en het Europees Parlement een Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, kort gezegd het Grondrechtenhandvest of het Handvest, hebben opgesteld, dat tijdens de Europese Raad van Nice eind vorig jaar is afgekondigd.

Het Handvest is een politieke verklaring die zich (primair) richt tot de instellingen van de Europese Unie - tot de lidstaten van de Unie alleen als zij het gemeenschapsrecht uitvoeren. Het Handvest heeft geen juridisch bindende werking. We zullen moeten afwachten of het Handvest een bron van inspiratie zal worden voor de rechter. Naar mate dat vaker het geval zal zijn, kun je je afvragen hoever we nog verwijderd zijn van een Europese Grondwet of een Europese Bill of Rights. De toekomst zal het leren.

Ik noem even een voorbeeld om het spanningsveld te duiden: Tot nu toe heeft Nederland grotendeels een eigen invulling kunnen geven aan het eerder genoemde gelijkheidsbeginsel, dat in artikel 1 van de Grondwet is neergelegd.
Echter: Ook de Europese Raad is bevoegd passende maatregelen te nemen om discriminatie tegen te gaan, op basis van artikel 13 van het EG-Verdrag.
Hierdoor hoeft niet onze Grondwet te worden aangepast, maar wel de Algemene Wet Gelijke Behandeling. Want het gelijkheidsbeginsel krijgt een Europees-rechtelijke invulling, waarbij het Hof in Luxemburg uiteindelijk zal beoordelen of de Nederlandse wetgeving in overeenstemming is met het gemeenschapsrecht.

In het verleden heeft het Europese Hof op het terrein van de gelijke behandeling tussen mannen en vrouwen al laten zien dat zijn uitspraken verstrekkende gevolgen kunnen hebben. Recente uitspraken van het Hof hebben bijvoorbeeld het Nederlandse voorkeursbeleid ter discussie gesteld; het is twijfelachtig of de meest vergaande vorm van een voorkeursbehandeling, waarbij in bepaalde achterstandsituaties alleen onder vrouwen wordt geworven, nog wel toelaatbaar is.

Dergelijke consequenties worden natuurlijk niet door iedereen positief beoordeeld, maar moeten aan de andere kant ook niet meebrengen dat we te huiverig worden om grondrechten op Europees niveau een nadere invulling te geven. Integendeel, soms vindt Nederland juist dat bepaalde normen en waarden waaraan wij grote waarde hechten, ook op Europees niveau gewaarborgd moeten zijn.

Nu is het Grondrechtenhandvest nog geen Europese Grondwet. Sommigen pleiten daar wel voor, mede daar de verdere uitbreiding van de EU vraagt om een institutionele hervorming van die Unie. Wat, zo kan men zich afvragen, heeft het anders voor zin om van nieuwkomers te eisen dat zij een functionerende democratische rechtsstaat zijn?

Ik denk dat een Europese Grondwet nog een stap te ver is. Naast grondrechtenbescherming, codificatie van basisregels in de Verdragen van Nice, Amsterdam en Maastricht -al een soort Grondwet- zou het dan vooral moeten gaan om de verdeling van bevoegdheden tussen de EU en nationale staten.
In de Europese Grondwet zouden dus andere zaken worden vastgelegd dan bij onze Grondwet het geval is. Een vervanging van de Nederlandse Grondwet door een Europese Grondwet zie ik niet gebeuren. Hoe stellen we onze normen en waarden tegenover Europabrede normen en waarden, hoe beschermen we onze rechtsstaat? En bovenal: hoe kan een constitutionele monarchie zonder Grondwet?

Openbaarheid

Het belang van een openbaar Europa
Ik kom dan te spreken over openbaarheid. Onze parlementaire democratie is zeer afhankelijk van zo groot mogelijke openheid van het handelen van de organen van de staat. De regering is verplicht het parlement alle gevraagde informatie te verschaffen. Juridisch zit daar wel de beperking van "het belang van de staat" op.

Als bijvoorbeeld de veiligheid van de staat, de eenheid van de Kroon of de economische en financiële belangen van de staat geschaad kunnen worden door openbaarmaking van bepaalde informatie, dan mag deze dus achterwege blijven. In de praktijk heeft deze beperking nog maar weinig betekenis. Dat komt mede doordat in bepaalde gevallen informatie vertrouwelijk aan de leden van het parlement wordt verstrekt. Het Europese parlement bezit een beperkter recht op informatie. Ten onrechte vindt Nederland en wij maken ons sterk om dat te veranderen.

Iets vergelijkbaars geldt voor de media en de burgers. Een democratie kan niet functioneren zonder dat de burgers en de media over zo veel mogelijk informatie beschikken. Onze huidige maatschappij met mondige burgers heeft behoefte aan een overheid die transparant is, betrouwbaar en aanspreekbaar. Een overheid die bereid is tot rekening en verantwoording. Niet alleen tijdens en net na verkiezingen, maar ook actief. Wanneer het dus gevraagd wordt en wanneer een burger het gewoon wil weten. Zo blijft democratie niet beperkt tot de voorkant van het proces, maar ontstaat er ook een werkelijke interactie tussen bestuur en bestuurden. Actief burgerschap is tenslotte de basis van een volwassen democratie.

Afgelopen jaar heeft een door de Nederlandse regering ingestelde commissie, de commissie Franken, een rapport uitgebracht over de gevolgen van het digitale tijdperk voor de grondrechten. In zijn analyse constateert de commissie dat een aantal actuele grote maatschappelijke en economische veranderingen samenhangen met de toegenomen mogelijkheden op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie. Mobiele telefonie, het internet, u weet het vast wel. Dit zijn ontwikkelingen die veel nieuwe kansen bieden. Niet alleen als het gaat om de toegankelijkheid van overheidsinformatie, maar ook voor de versterking van onze democratie en de verbetering van producten en diensten, ook in de particuliere sector.

De commissie heeft aanbevolen een nieuw grondrecht in de Grondwet op te nemen waarin een subjectief recht voor de burger op toegang tot overheidsinformatie is opgenomen.

De regering heeft dit voorstel van de commissie overgenomen. Het voorstel sluit immers heel goed aan op allerlei inmiddels door de Nederlandse overheid genomen initiatieven. Ik noem slechts één voorbeeld: www.overheid.nl. Via een eenvoudig zoeksysteem kan via deze site verbinding worden gemaakt met de websites van ministeries, zbos, gemeenten, provincies en waterschapen, het parlement, het koninklijk huis enz. Ook parlementaire stukken en alle teksten van wet- en regelgeving zijn zo op te zoeken. Ook de Europese regelgeving wordt zo bereikbaar gemaakt. Sluitstuk van zon beleid is natuurlijk dat iedere Nederlander ook bij die digitale informatie kan komen. Vandaar de inspanningen van het kabinet om in vrijwel alle Nederlandse bibliotheken internet aansluitingen te installeren.

Ook Europese instellingen hebben overigens dergelijke voorzieningen. Op het gebied van de voorlichting is Europa goed ontwikkeld. Daar staat tegenover dat het met de openbaarheid van informatie toch nog wat matig is gesteld wat de EU betreft. Nederland strijdt op diverse fronten voor meer openbaarheid aan Europese kant. Zo spannen wij ons in om een richtlijn tot stand te brengen waarin de openbaarheid van de Europese instellingen goed wordt geregeld. Dat valt vooralsnog niet mee omdat in veel Europese landen het begrip openbaarheid nog geen gemeengoed is. Die landen zijn zeer huiverig om daar in Europees verband wel toe over te gaan.

Wij hebben beroep ingesteld tegen het zogenaamde Solana besluit van de Europese Raad. Dat dit nog hoog kan oplopen, blijkt uit een procedure die Nederland bij het Europese Hof heeft aangespannen. Door het Solana-besluit zijn gerubriceerde documenten op het terrein van het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid als zodanig uitgesloten van openbaarheid. Dus niet wat er in staat is van belang voor de vraag van al dan niet openbaarheid en daar zou het toch om moeten gaan in onze ogen.

Zo zijn wij dus op Europees niveau bezig de openbaarheid van informatie te verbeteren, terwijl wij in eigen huis verder gaan met dit te bevorderen door in onze Grondwet nieuwe voorzieningen op te nemen.

Decentrale overheden en Europa
De Rijksoverheid kan worden beboet als decentrale overheden Europese wet- en regelgeving niet naleven. Moet dit aanleiding zijn voor het Rijk om de bevoegdheden van gemeenten/provincies te beperken?

Europa wordt steeds vaker, soms ook in stukken afkomstig van mijn ministerie, wel aangeduid als de vierde bestuurslaag. Formeel niet helemaal correct, maar het geeft wel het feitelijke belang van de EU aan ook voor ons binnenlands bestuur. De EU is betrokken bij ongeveer 40 tot 70 procent van onze wet- en regelgeving.

Nederland is zoals dat officieel heet een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Wij kennen naast de centrale of Rijksoverheid twee andere bestuurslagen met een eigen, autonome beleidsruimte, de gemeenten en de provincies.
Die autonome bevoegdheden dateren uit de tijd van de stadsrechten van de middeleeuwen. Ook de Republiek was vooral een losse federatie van de zeven provincies.
Na de Napoleontische bezetting dwong het Congres van Wenen (1815) de provincies en steden in onze huidige eenheidsstaat. Maar de gemeentes en provincies behielden een zekere mate van autonomie. De Gemeentewet van 1992 heeft deze autonomie nog eens nadrukkelijk bevestigd.

Van oudsher is de Rijksoverheid er niet happig op, geheel in lijn met de eeuwenoude tradities, om gemeentebesturen en provinciale besturen tot de orde te roepen. In de sporadische gevallen, enige malen per jaar, waarin dit wel gebeurt, is bij dat optreden voorzien in ruime beroepsmogelijkheden voor de decentrale overheden.

Tegen deze achtergrond is er nu een discussie over de vraag of de rijksoverheid meer toezichtbevoegdheden moet krijgen voor het nakomen van Europese verplichtingen door decentrale overheden.

In Griekenland kreeg de centrale overheid onlangs de rekening gepresenteerd voor een lokale overheid die op een eigen manier de vuilverbranding organiseerde, een manier die in strijd was met Europese milieuregels.

Ook in Nederland kan het voorkomen dat de nationale overheid door de Commissie of het Hof wordt veroordeeld tot een dwangsom of boete omdat een decentrale overheid in gebreke blijft Europese regels na te komen. Zo verstrekt het Europees Sociaal Fonds subsidies voor werkgelegenheidsprojecten. Arbeidsvoorziening heeft zich echter niet aan de Europese regels gehouden, en de Rijksoverheid wordt hierop aangesproken.

Het lijkt niet terecht dat de centrale overheid voor fouten van decentrale overheden moet betalen. Maar als dat betekent dat de rijksoverheid voortaan extra bevoegdheden moet krijgen om degelijke uitwassen te voorkomen, komen we in discussies terecht die de fundamenten van ons staatsbestel raken.

Op het gebied van de Europese subsidies heeft de regering deze horde inmiddels genomen en een wetsvoorstel ingediend. De financiële en politieke belangen vragen hier om adequaat optreden. Maar in het algemeen zou dit wellicht toch te ver gaan. Autonomie betekent immers dat men zelf verantwoording moet nemen om zaken op orde te brengen en te houden.

Een voorziening waarbij de rijksoverheid het recht krijgt om in dergelijke gevallen het aan Europa over te maken bedrag van een decentrale overheid terug te vorderen, zou voldoende moeten zijn. Dit is echter niet overal in Den Haag de opvatting. Er zijn diverse ambtelijke rapporten die voor verdergaande maatregelen pleiten. Zoals gezegd betwijfel ik of dat past in onze constitutionele traditie waarbij wij het bestuur zo dicht mogelijk bij de burgers willen brengen door middel van decentralisatie. De versterking van de decentrale bestuurspraktijk via de dualisering van dat bestuur is niet voor niets een van de speerpunten van dit kabinet.

Openbare orde en veiligheid
Betekent de Europese integratie dat de Duitse agent straks een arrestatie kan verrichten in Utrecht?

Al in een eerder stadium van de Europese eenwording is de vrijheid van verkeer, personen, goederen en diensten geregeld. Dit heeft nog eens een grote impuls gekregen door het Schengen-verdrag. Dat betekent dat niet alleen de trouwe vakantieganger die elk jaar naar Frankrijk rijdt lekker door kan rijden, het betekent ook dat de vluchtende crimineel niet door grenswachten wordt gecontroleerd. De bevoegdheden van de politieagent die deze crimineel achtervolgt zijn echter wel begrensd. Want veiligheid is bovenal nog een zaak van de nationale staat.

Ook op dit gebied zijn binnen Europa verschillende ontwikkelingen gaande. Aangezien criminaliteit niet ophoudt bij de grenzen, is er natuurlijk veel voor te zeggen dat ook criminaliteitsbestrijding niet op mag houden bij de grenzen. Of, in geval van een gebeurtenis in de grensstreek, het handhaven van de openbare orde kan een grensoverschrijdende klus zijn.

Stelt u zich eens voor: De Duitse deelstaat Noordrijn Westfalen besluit een chemisch bedrijf te vestigen tegen de grens met Nederland aan. Nederlandse en Duitse milieu-activisten protesteren hiertegen, het protest loopt uit op een grensoverschrijdende rel. Hoe handhaaf je als Nederlandse en als Duitse agent de openbare orde?

Met België hadden we voor het EK een tijdelijk verdrag gesloten, het Verdrag van Bergen op Zoom. Nederlandse en Belgische agenten mochten tijdelijk over de grens opereren - zij het onder strikte voorwaarden in duidelijk gestelde omstandigheden.

Leiden dergelijke afspraken er toe dat binnen één Europa een Duitse of Belgische agent een arrestatie kan verrichten in Utrecht? Gaan we toe naar een Europees politie- en justitie-apparaat? Enerzijds is het van belang voor de criminaliteitsbestrijding dat Europese diensten en overheden zo goed mogelijk met elkaar kunnen samenwerken. Dat zij bijvoorbeeld informatie kunnen uitwisselen, en dat deze informatie overal goed beveiligd is.

Maar hoe ver willen we daarmee binnen de EU gaan? Anders gezegd: in hoeverre willen wij de nationale jurisdictie in tact laten en kunnen we volstaan met het aanpassen van procedures en structuren met als doel sneller en efficiënter te kunnen werken?

In Nederland werken politie en het OM nauw samen, met elk gescheiden bevoegdheden. Op bestuurlijk niveau vraagt dit - ook binnen Europa - om nauwe samenwerking tussen de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken. Dit gebeurt in de JBZ-raad.

Dit JBZ-terrein omvat overigens veel meer dan zaken als criminaliteitsbestrijding. Zoals u weet valt ook het migratievraagstuk in Nederland onder Justitie, dus ook een vragen rond een gemeenschappelijk immigratiebeleid komen hier aan de orde. Maar een goede schoenmaker houdt zich bij de leest.

Zo werken we op JBZ-terrein onder meer aan de versterking en vergroting van de betrokkenheid van Europol (zonder dat dit executieve taken voor Europol met zich mee brengt) en bijvoorbeeld de oprichting van een Europese Politie-Academie voor EU-opleidingen voor hogere officieren. Daarnaast werken we aan de opbouw van Eurojust, zodat niet alleen politiële inspanningen maar ook justitiële inspanningen gecoördineerd kunnen worden. Er is een EU-overeenkomst inzake de wederzijdse rechtshulp in strafzaken die voorziet in de mogelijke inrichting van "echte" gezamenlijke opsporingsteams.

Dit voorziet in een verdere uitbouw van de politiële samenwerking, de verdere nationale en internationale samenwerking in het kader van Europol, en de samenwerking op het gebied van de handhaving van de openbare orde.

Ons parlement houdt de vorderingen op dit terrein nauwlettend in de gaten. Het betreft onderwerpen waar de tradities zwaar wegen. Dat het mijn collega van Justitie en mij daarmee soms wel erg moeilijk wordt gemaakt om nog te onderhandelen op Europees niveau is u ongetwijfeld niet ontgaan. Het is dan ook een dilemma: enerzijds de wens om te komen tot veel effectievere bestrijding van criminaliteit, o.a. door samenwerking (en de politieke ambities zijn hoog) en anderzijds de wens om in het algemeen zo veel mogelijk te proberen de eigen nationale bevoegdheid en de daarmee samenhangende waarborgen voor burgers in stand te houden.

De verschillen in de nationale systemen zijn groot en niet alleen in formele zin. Het feit dat in twee landen een gelijke maximumstraf staat op exact hetzelfde betekent geenszins dat er in identieke gevallen dus ook identieke straffen volgen.

Dat geldt eveneens voor het optreden van de politie bij het handhaven van de openbare orde. Ook daarin zijn de verschillen zeer groot; zowel in de vorm van optreden, de tolerantiegrenzen als de afstemming daarbij met bestuurlijke autoriteiten. Dat maakt duidelijk en verklaarbaar waarom het uitoefenen van bevoegdheden op elkaars grondgebied niet zo maar kan.
We zullen naar de middenweg moeten zoeken. Die weg wordt langzaam maar zeker afgetast.

Voor wat betreft de politiële samenwerking in operationele zin denk ik overigens dat nog niet alle middelen optimaal worden benut. Misschien is er over enkele jaren meer mogelijk, zoals de samenwerking in joint teams, waarmee we de slagvaardigheid kunnen vergroten.

Het JBZ-terrein is sterk in opkomst. Maar het is ook, zeker institutioneel gezien, een relatief nieuw terrein. De nationale verschillen zijn groot en de Commissie is nog maar ten dele ingevoerd op dit terrein. Daar komt bij dat de ambities groot zijn, evenals de verwachtingen. Daar schuilt een zeker risico in, maar het draagt er zo verwacht ik, ook aan bij dat de Raad zich steeds meer zal (moeten) beperken tot datgene wat echt direct noodzakelijk is. En dan is er genoeg te doen.

Tenslotte
Dames en heren, ik heb u vanmiddag duidelijk willen maken dat enerzijds de Europese integratie in de brede Unie een groot goed is. Nederland is bijna een halve eeuw geleden aan dat avontuur begonnen en wij moeten daar onvermoeibaar mee door gaan. Verdere vormgeving van een democratisch Europa is een van de uitdagingen voor de komende jaren. Onze deelname aan die Unie heeft daarnaast in toenemende mate gevolgen voor onze manier van omgaan met zaken als democratie en burgerschap.

Onze inspanningen dienen er op gericht te zijn dat ook de Nederlandse burger zich in Europa blijft herkennen. We moeten hierbij verstandig omgaan met onze constitutionele normen en waarden. In specifieke gevallen zal het nuttig zijn om een meer assertieve koers te varen dan tot nu toe soms gebeurd is. De Nederlandse burger heeft recht op een democratisch Nederland binnen een even democratisch Europa.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie