Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Kamervragen over invoering euro in schoolboeken

Datum nieuwsfeit: 19-04-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Financien
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Kamervragen over de invoering van de euro in schoolboeken



De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2
2511 CR Den Haag

Datum

Uw brief (Kenmerk)

Ons kenmerk

19 april 2001

2000107680

FM 2001-00430 M

Onderwerp

Kamervragen d.d. 9 maart 2001

Mede namens de Minister en Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, treft u hierbij de antwoorden aan op de vragen gesteld door de kamerleden Crone, Barth en Dijksma over schoolboeken en de euro.

Vraag 1
Kent u het bericht Schoolboeken volgend jaar nog niet klaar voor de euro?

Vraag 2
Acht u deze situatie acceptabel? Zo ja, waarom? Zo nee, wat wilt u hieraan doen?

Antwoord vragen 1 en 2
Het bericht is mij bekend en verbaast mij. De situatie zoals geschetst in het artikel van het Algemeen Dagblad is, zoals ook blijkt uit een inventarisatie van de Groep Educatieve Uitgeverijen1, niet juist. Uitkomst van de inventarisatie is dat voor de eurogevoelige vakken zoals rekenen, wiskunde en economie de methodes voor het schooljaar 2001-2002 zijn aangepast. De vakken die minder eurogevoelig zijn worden geleidelijk aangepast, aldus de GEU. De GEU verwacht dat voor deze minder eurogevoelige methodes uiterlijk in 2003 vervangend materiaal zal zijn ontwikkeld.

Vraag 3
Deelt het kabinet de opvatting van SLO dat het onderwijskundig en politiek onaanvaardbaar is dat sommige scholen wel tien jaar zullen moeten wachten tot oude gulden-boeken zijn afgeschreven en kunnen worden vervangen?

Antwoord 3
Geschetste situatie is mijns inziens niet aan de orde. De boeken zijn tijdig beschikbaar (zie boven). Reeds in een vroeg stadium was bekend dat de Europese eenheidsmunt zou worden geïntroduceerd. Zo zijn al in 1993 door de Europese muntmeesters de denominaties voor de eenheidsmunt voorgesteld, is in 1995 als naam voor deze valuta euro gelanceerd, en werd in 1997 onder Nederlands voorzitterschap de Europese zijde van de munt gepresenteerd. Er is dus voldoende voorbereidingstijd voor de invoering van de euro in schoolboeken geweest.
Voorts zijn de schoolboeken in het voortgezet onderwijs voor rekening van de ouders. Het overgrote deel van de scholen werkt met een boekenfonds. De school schrijft de aan te schaffen boeken voor. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen heeft er expliciet bij het onderwijs op aangedrongen (zie o.a. de Jaargids Londo en FBS 1997 en Uitleg januari 1999) om het tijdstip van vervanging van schoolboeken af te stemmen op de komst van de euro. In mijn ogen hebben partijen uit het onderwijsveld dus voldoende tijd gehad om op de nieuwe situatie te anticiperen.

Vraag 4
Is het kabinet derhalve bereid bij monde van de minister van Financiën in een Algemeen Overleg op 13 februari jl. uitgesproken visie dat het onderwijskundig zelfs wenselijk is met dubbele munteenheden te werken, te herzien?

Antwoord 4
In het genoemde Algemeen Overleg heb ik aangegeven dat naar mijn mening de komst van de euro het rekenonderwijs niet fundamenteel verandert en dat bij wijze van tijdelijke voorziening aanvullend onderwijsmateriaal door het Nationaal Forum voor de introductie van de euro wordt aangeboden.

Vraag 5
Klopt het dat de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor het europroof maken van het voortgezet onderwijs 60 miljoen beschikbaar heeft gesteld? Is dit bedrag voor dit doel beschikbaar? Bent u bereid een extra eenmalig bedrag beschikbaar te stellen om scholen in de gelegenheid te stellen oude schoolboeken versneld af te schrijven? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5
Bij de Voorjaarsnota 2000 is 200 miljoen beschikbaar gesteld voor versnelde modernisering van leermiddelen en de inventaris in het primair onderwijs ( 112 miljoen), het voortgezet onderwijs ( 60 miljoen) en het beroepsonderwijs ( 28 miljoen). De 60 miljoen waarnaar wordt gerefereerd, is primair bedoeld voor materiële voorzieningen in het voortgezet onderwijs. In voorkomende gevallen kan hiervoor schoolmateriaal worden betaald. Voorts is de situatie zoals geschetst in het Algemeen Dagblad zoals ik eerder heb aangegeven niet juist. Uw vraag over extra middelen kan ik gezien de lopende besprekingen over de Voorjaarsnota 2001 nu niet beantwoorden. Over de resultaten hiervan zult u in mei in de Voorjaarsnota 2001 worden geïnformeerd.

Vraag 6
Zijn er op de begroting van de EG/EU gelden gereserveerd om dit soort activiteiten te ondersteunen? Zo nee, bent u bereid te bewerkstelligen dat vanuit de EU middelen beschikbaar worden gesteld om in alle lidstaten de leermiddelen voor de invoering van de euro aan te passen?

Vraag 7
Bent u bereid de Kamer zo spoedig mogelijk te berichten over de uitkomsten van zulk overleg?

Antwoord vragen 6 en 7
De mogelijkheid om de aanpassing van leermiddelen te financieren uit Europese fondsen is reeds in 1998 door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen onderzocht. De conclusie was dat er geen nieuwe subsidieprogrammas geopend worden. Hetgeen ik overigens uit overwegingen van subsidiariteit ook verstandig vind. Naar aanleiding van het debat over de OCenW-begroting 2001 is het ministerie van OCenW dit nogmaals bij de permanente vertegenwoordiging nagegaan; de conclusie is hetzelfde.

De Minister van Financiën,

Mede namens de Minister en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie