Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage PvdA aan overleg kabinetsstandpunt WRR-rapport

Datum nieuwsfeit: 19-04-2001
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Den Haag, 19 april 2001

BIJDRAGE VAN JET BUSSEMAKER (PVDA) AAN HET ALGEMEEN OVERLEG OVER HET KABINETSSTANDPUNT OVER HET WRR-RAPPORT 'DOORGROEI VAN ARBEIDSPARTICIPATIE'

Paars begon in 1994 met een hoge werkloosheid. "Werk, werk, werk" was in die context het juiste adagium. Het is grote winst dat die werkloosheid zo sterk is verminderd. We hebben ondertussen een nieuw probleem: de krapte op de arbeidsmarkt. Tezamen met vele andere ontwikkelingen, zoals de steeds grotere groepen mensen die arbeid en zorg proberen te combineren, internationalisering van de economie, nieuwe vormen van flexibilisering, de kenniseconomie en nieuwe eisen die nodig zijn t.a.v. scholing is dat een goede aanleiding te spreken over de toekomst van de arbeidsparticipatie.

Het kabinet steunt de WRR in de opvatting dat verdere doorgroei van arbeidsparticipatie mogelijk en wenselijk is. Volgens het kabinet verschaft een baan mensen al het goede: sociale contacten, zelfontplooiing, carrièreperspectieven vermindering van sociale uitsluiting en armoede. Het is vanuit macroperspectief nodig om sociale voorzieningen betaalbaar te houden, en draagt bij aan het opheffen van knelpunten op de arbeidsmarkt. Over de schaduwkanten doet de WRR nogal luchtig. De regering volgt hen daar in grote lijnen in. Zo wordt gesteld dat toenemende arbeidsparticipatie van vrouwen de mantelzorg onder druk kan zetten, maar dat het ook bijdraagt aan het oplossen van personeelstekorten in de zorg. Op de vraag naar de wenselijkheid van een balans tussen professionele en vrijwillige zorg gaat men echter niet in. De problemen die een eventuele toename van arbeidsparticipatie veroorzaakt worden opgelost met nog meer arbeidsparticipatie. Dat is te gemakkelijk. Het is bovendien principieel de vraag of wij dat willen. Hoeveel maatschappelijke taken willen we eigenlijk monetariseren? Willen we het liet al het vrijwilligerswerk en al de mantelzorg omzetten in professionele banen? Dat kan toch niet de bedoeling zijn.

Gelukkig is de kabinetsreactie op dit punt genuanceerder dan het WRR-rapport zelf. Maar ook het kabinet gaat mijns inziens te gemakkelijk voorbij aanvraagstukken van monetarisering en de kwaliteit van sociale relaties. Ik mis in de kabinetsreactie een visie over de toekomst en betekenis van arbeid in de toekomst. Ik ben een groot voorstander geweest van werk, werk, werk maar het gaat nu volgens mij ook om 'niet bij werk alleen'. Al het goede in de wereld wordt nu aan werk toegekend. Dat gaat mij te ver. Participatie krijgt ook op andere wijze vorm: in vrijwilligerswerk, zorgtaken, maatschappelijke en politieke participatie etc. Beleid dient daarmee rekening te houden. Een ontspannen arbeidsbestel is daarvoor een voorwaarde. Daarin wordt betaalde arbeid gecombineerd met perioden van scholing, verrichten van vrijwilligerswerk en het kunnen vervullen van zorgtaken. Hopelijk kan de Wet arbeid en zorg, die hier gisteren is aangenomen, daarbij een belangrijke rol vervullen.

Ik kom bij meer concrete punten:


* Wat opvalt in alle stukken over arbeidsmarktbeleid is dat er nauwelijks sprake is van strategisch arbeidsmarktbeleid. We weten dat tekorten toenemen maar niet precies waar en hoe. Het moet toch mogelijk zijn geweest dat we de behoefte die er nu is aan verpleegsters en onderwijzers, alsmede aan ICT-ers beter hadden kunnen voorspellen. Dan hadden we ons er misschien ook beter op voor kunnen bereiden en hadden we minder ad hoc politiek gezien als nu bij de werving van verpleegsters in Suriname en Zuid-Afrika aan de orde is. Om wat voor sectoren gaat het over 15 jaar? Welke soort scholing vraagt het? Welke nieuwe sociale risico's brengt dit met zich mee? Zonder gegevens is beleid daar moeilijk op af te stemmen. Er is veel goed onderzoek in Nederland. Ik denk aan de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek, die wel de naam strategisch arbeidsmarkt draagt maar niet het gevraagde beleidskader kan leveren. Aan het NEI, en het ROA uit Maastricht. Aan onderzoek van arbeidsvoorziening. Aan rapporten zoals van de WRR maar ook van het SCP. Kortom, er is veel maar het is versnipperd, gefragmenteerd en verbrokkeld. De facts and figures moeten verbeterd worden. Waarom hebben we de macro-economische verkenningen maar geen systematische arbeidsmarktverkenningen? Waar vervolgens ook beleidsconclusies aan gekoppeld worden. Ik vind dat er zo'n systematische toekomstgerichte arbeidsmarktverkenning, b.v. jaarlijks of tweejaarlijks moet komen. In de nieuwe SUWI-structuur zou de Raad voor Werk en Inkomen daar een belangrijke taak in kunnen vervullen. Van hen wordt nu al een stimulerende en ondersteunende rol verwacht bij de beleidsontwikkeling op het terrein van werk en inkomen. Zij moeten al jaarlijks een beleidskader opstellen. Wij stellen voor in dat kader een hoofdstuk op te nemen over een toekomstverkenning arbeidsmarktbeleid. Graag een reactie.


* Hoe ziet de werknemer van de toekomst er eigenlijk uit? Volgens sommigen is dat een werknemer met zorgtaken, volgens anderen wordt iedereen ZZP-er en eigen baas. Of krijgen we te maken met zappende werknemers of job hoppers? Het verkennen van mogelijke ontwikkelingen zou wel iets creatiever mogen en niet alleen het arbeidsvolume betreffen, maar ook de aard van het werk, het soort contract en de kwaliteit van het werk. Ik heb behoefte aan een verkenning ook over die aspecten. Natuurlijk komen onderdelen daarvan terug in de sociale nota. Maar wellicht is het een idee daar af en toe eens een thema uit te lichten, b.v. de stand van zaken t.a.v. flexibele contracten, ZZP-ers etc.


* Hoe ver kan de participatie nog groeien? Nederland had in de jaren negentig op Ierland na de hoogste groei van de werkgelegenheid in Europa, hoger ook dan de VS. De i/a ratio daalt van 0,78 naar 0,68 in 1999. Hoeveel hoger willen we nog? Willen we het niveau van de VS of Denemarken? Willen we dat in voltijd of deeltijdequivalenten? En wat hebben we er voor over in termen van meer uitgaven voor sociale randvoorwaarden, b.v. door veel meer in de zorg en het onderwijs te investeren. En hoe verlokken of verleiden we werknemers om juist in die sectoren te gaan werken? Daar laat de regering zich niet over uit. Daar laat ook de Europese werkgelegenheidsstrategie (Lissabon) zich niet over uit. Een gemiste kans, want dat zou wel moeten. Willen we vooral dat meer mensen gaan werken of dat de arbeidsproductiviteit verhoogd wordt? Zou dat vervolgens moeten door harder en langer te werken of door waar mogelijk winst te boeken met efficiënter en doelmatiger werken? Ik ben niet voor algemene pleidooien om langer te werken, zoals ik met name minister Jorritsma wel eens heb horen zeggen. In onze visie op een ontspannen arbeidsmarkt is werk belangrijk maar niet zaligmakend, en gaat het ook om de combinatie van betaalde arbeid met andere maatschappelijke verantwoordelijkheden. We denken wel dat, o.a. door ICT, winst geboekt kan worden in doelmatigheid. Daarbij hoort het bewust omgaan met de cultuur binnen arbeidsorganisaties en een leeftijdsbewust personeelsbeleid. Daarnaast kan de participatie omhoog, m.n. van groepen die nu nog niet werken,, maar dan alleen als er ook in geïnvesteerd wordt.


* In dat verband beschouwen wij het als een gemiste kans dat er weinig of geen aandacht is voor additionele arbeid (sluitende aanpak, I/D banen) in het WRR-rapport en rest niets dan het IBO-rapport af te wachten.


* De WRR ziet als gevolg van toenemende arbeidsparticipatie problemen ontstaan in de zorg. Voor oplossingen wordt verwezen naar emancipatiebeleid en arbeid en zorg. Dat is onvoldoende. Er doen zich nu al problemen in de mantelzorg voor, en die zullen, zo geef ook de WRR aan, in de toekomst alleen maar groter worden. Volgens de WRR zal het tekort aan informele zorg in 2020 oplopen tot 7,3 miljoen uren per week. Als we nu niets doen hebben we straks geen mantelzorg meer. De PvdA heeft in dat kader onlangs een actieplan over mantelzorg gepresenteerd. We willen komen tot een Handvest voor mantelzorgers, zoals die ook in Engeland en Ierland bestaan, waarin duidelijk wordt gemaakt wat zij kunnen verwachten van verzekeraars, thuiszorg, werkgevers, arbeidsbureaus en natuurlijk van de overheid. Behalve over verlof gaat dat plan ook over respijtzorg, ondersteuningscentra voor mantelzorgers erkenning van hun ervaringen bij opleidingsplannen etc. Hier ligt een zeer duidelijke relatie tussen SZW en VWS. Staatssecretaris Vliegenthart komt dit voorjaar nog met een nota over mantelzorg. Wij gaan er vanuit dat SZW daar nauw bij betrokken is, zodat wij t.z.t. ook over de toekomst van de mantelzorg in relatie tot arbeidsmarktparticipatie op meer gefundeerde wijze kunnen praten.


* In een ontspannen arbeidsmarkt zou ook een meer op de levensloop gerichte benadering passen. Dat ontbreekt nu geheel, zowel in het WRR-rapport als in het regeringsstandpunt. De overgang van scholing naar werk, van werk naar zorg, en van werk naar pensioen worden als incidentele overgangen gezien en niet in elkaars verlengde. Daardoor wordt arbeid en zorg bijvoorbeeld ook gezien als probleem van gelijktijdige combinatie, en niet als overgang en afwisseling. Samen met D66 hebben wij in december een motie ingediend over een onderzoek naar de consequenties van een levensloopperspectief. Wij gaan er vanuit dat dit uitgevoerd wordt middels een uitgebreid onderzoek, waar organisaties als de WRR en het SCP wellicht bij betrokken zijn? Wat is de stand van zaken? Wij hechten, zeg ik ook maar nadrukkelijk namens mevrouw Schimmel, zeer aan een goede uitvoering van deze motie.


* De WRR ziet ook problemen ontstaan bij fysieke mobiliteit (verkeerscongestie). Meer telewerken en thuiswerk, deeltijdwerk en flexibilisering van arbeidstijden kan dit volgens de regering oplossen. Is dat nu zo? Minister Jorritsma zei vorige week in een debat dat telewerk slechts een oplossing zou zijn voor ene beperkte (hoog opgeleide) groep werknemers. Ik vond dat overtuigend. Dat staat wel op gespannen voet met de conclusie van de regering in deze notitie. Als het kan dan is meer beleid nodig dan nu ontwikkeld wordt. Telewerken vraagt om een integrale aanpak, b.v. om aanpassing arbo-regels. Wat gaat de regering hier aan doen? In het kader van 'dagindeling' is er sprake van mobiliteitsontwerpen samen met V&W. Het wordt tijd dat daarop beleidsniveau een vervolg aan wordt gegeven. Het kabinet on line ontwikkeld virtuele knooppunten voer arbeid en zorg, als ik het goed heb. Kortom, er is vele ideeënontwikkeling maar komt dit ook bij elkaar? Wellicht wordt het tijd voor een integrale notitie over telewerk.


* Ten aanzien van oudere werknemers telt dat werken aantrekkelijk moet blijven. Het beleid voor oudere werknemers binnen de overheid richt zich vooral op de groep van 55-65 jaar. De minister van binnenlandse zaken geeft aan dat de prioriteit niet ligt bij het vrijwillig doorwerken na je 65ste, maar kan dit niet in ieder versoepeld worden in plaats van alleen in zeer bijzondere gevallen toe te laten? Ik heb ook twijfels over de mate van sturing die de regering wil. Ik vraag me bijvoorbeeld af of het opleggen van een sollicitatieplicht voor ouderen nuttig is. Naar mijn idee moeten we meer denken in termen van faciliteren en stimuleren dan in termen van verplichten. Aantrekkelijk werken hangt vooral samen met de kwaliteit van arbeid; de werkdruk en de arbeidsomstandigheden. Op welke wijze worden ouderen gestimuleerd langer door te werken; bijvoorbeeld door kortere werkweken, maar meer jaren door te werken? Ook fiscale stimulansen kunnen bijdragen, hoe staat het daarmee? Van groot belang is ook scholing op maat voor deze groep, in het kader van 'leven lang leren'. Hoe gaat Nederland de inhaalslag voor oudere burgers die een slechte toegang hebben tot ICT vorm geven? Dit kan bijvoorbeeld door het ontwikkelen van gratis of goedkope toegang tot Internet via wijkinstellingen of buurthuizen in de vorm van computers en cursussen.


* Ziekte en arbeidsongeschiktheid; de WRR wijst er op dat de grote psychische component in de arbeidsongeschiktheid een duiding is van het gebrek aan flexibiliteit en weerbaarheid van werknemer sin de huidige dynamische arbeidsmarkt. De WRR vindt dat preventie en direct ingrijpen in het voortraject van het ziekteverzuim centraal dient te staan. De WAO moet weer een 'last resort' worden. De uitspraken hierover zijn opeens vele concreter dan over de andere knelpunten. Wij hadden bij die overige punten graag meer visie gezien.

Dat is dan ook mijn slotvraag. Kan de regering nu aangeven welke 5 hoofdprioriteiten zij zichzelf stelt naar aanleiding van dit rapport?

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie