Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Wijziging Regeling compartimentering Nederland MKZ 2001

Datum nieuwsfeit: 19-04-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Persberichten / Dossier MKZ

Wijziging Regeling compartimentering Nederland mond- en klauwzeer 2001 II dd. 19-03-2001 16:30 uur

19 april 2001

Toelichting

Op 13 april 2001 is de Regeling compartimentering Nederland mond- en klauwzeer 2001 II, ter vervanging van de Regeling compartimentering Nederland mond- en klauwzeer 2001, van kracht geworden. In die regeling zijn voorschriften gesteld ten aanzien van onder meer het vervoer van vee en pluimvee, diervoeders, rauwe melk, mest van vee en pluimvee en destructiemateriaal. Zo is het reeds sedert begin april 2001 toegestaan om varkens af te voeren naar een slachthuis. In de weken erna heeft verdere versoepeling plaatsgevonden in die zin dat het periodiek afvoeren van biggen naar vleesvarkensbedrijven en afvoer van runderen naar slachthuizen werd toegestaan, zij het onder strenge voorwaarden met betrekking tot reiniging en ontsmetting.

Aangezien er sinds de constatering van mond- en klauwzeer in de Friese plaatsen Ee en Anjum zich geen nieuwe uitbraken van mond- en klauwzeer hebben voorgedaan kan nu ook het vervoer van schapen en geiten naar slachthuizen periodiek worden toegestaan. Het vervoer dient binnen de afzonderlijke compartimenten plaats te vinden. Aangezien de tracering naar de bron van de uitbraak van mond- en klauwzeer in Ee en Anjum nog niet is afgerond, blijft het voorlopig nog niet toegestaan om schapen en geiten binnen compartiment Noord 3 naar een slachthuis te vervoeren.

Ten aanzien van het vervoer van mest zijn de volgende wijzigingen aangebracht. Vanwege een tekort aan mest in de noordelijke compartimenten en een overschot aan mest in de zuidelijke compartimenten wordt het vervoer van varkensmest van zuid naar noord onder voorwaarden toegestaan. Het is toegestaan om varkensmest vanuit de compartimenten Zuid 2 en Zuid 3 (Limburg en Oost-Brabant) te vervoeren naar de compartimenten Noord 1, Noord 3 en Zuid 1 (de rest van Nederland minus de provincies Overijssel, Gelderland en Flevoland). Het vervoer geschiedt onder de volgende voorwaarden:


* rechtstreeks transport naar centrale opslagsilo's na voorafgaande schriftelijke melding aan het Bureau Heffingen. De melding dient te geschieden tenminste een dag voor het vervoer. De melding moet die dag voor 13.00 uur zijn gedaan door middel van een formulier dat verschaft wordt door Bureau Heffingen.

* het vervoer mag niet plaatsvinden door de toezichtsgebieden rond Oene en Kootwijkerbroek.

* mest moet tenminste een week in de opslagsilo blijven voordat het uitgereden wordt.

* uitrijden van mest geschiedt binnen het compartiment waar de mest is opgeslagen.

* vervoermiddelen worden gereinigd en ontsmet.
Tevens is het toegestaan om mest van Noord 2 naar Noord 3 te vervoeren, onder de voorwaarde dat de mest voor het vervoer eerst zes weken in een opslagsilo heeft gelegen en onder de bovengenoemde voorwaarden. Ook mag mest van de toezichtsgebieden rond Oene en Kootwijkerbroek naar compartiment Noord 3 worden getransporteerd door middel van binnenvaartschepen. De mest dient aangezuurd vervoerd te worden. Deze maatregelen zijn neergelegd in wijzigingen van de Regeling toezichtsgebied Oene mond- en klauwzeer 2001 en de Regeling toezichtsgebied Kootwijkerbroek mond- en klauwzeer 2001 II.

Voorts wordt in de onderhavige regeling voorzien in een mogelijkheid om mestmonsters te vervoeren ongeacht de compartimentsgrenzen. Dit houdt verband met het beperkte aantal laboratoria die analyses op grond van de Meststoffenwet verrichten. Reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen en andere voorwerpen geschiedt overeenkomstig een hygiëneprotocol dat is goedgekeurd door de directeur van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees die daartoe gemachtigd is.

De afgifte van de blauwe stickers voor de vervoermiddelen voor evenhoevigen, mest van vee en pluimvee van gemengde bedrijven, rauwe melk en destructiemateriaal is binnen compartiment Noord 3 (Friesland, Groningen en Drenthe) voltooid. Vanaf heden wordt verplicht gesteld om bij het vervoer van evenhoevigen en van mest, bij het ophalen van rauwe melk en destructiemateriaal en bij de aflevering van voeders binnen Noord 3 op de vervoermiddelen een blauwe sticker te dragen. Indien de vervoermiddelen opereren vanuit een ander compartiment, moet op de blauwe sticker een overeenkomstige aanduiding, eveneens in de vorm van een door de Dienst Wegverkeer afgegeven sticker, bevestigd worden (bijvoorbeeld N2, Z3 of Z2). Dit zal het geval zijn indien bijvoorbeeld een mengvoederbedrijf of een melkfabriek is gelegen in compartiment Noord 1 en diervoeders aflevert respectievelijk rauwe melk ophaalt binnen Noord 3. Aangezien nog niet in alle compartimenten de afgifte van stickers is afgerond, blijft de verplichting voor het aanbrengen van de kleurenstickers voorlopig beperkt tot de compartimenten Noord 2 en Noord 3.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER
EN VISSERIJ,

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

Gelet op Beschikking 2001/223/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 21 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in Nederland (PbEG L 82) en op Beschikking 2001/263/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 april 2001 tot vaststelling van beperkende maatregelen met betrekking tot verplaatsingen van dieren van voor mond- en klauwzeer gevoelige soorten in alle lidstaten en houdende vijfde wijziging van Beschikking 2001/172/EG (PbEG L 93) en op artikel 10, eerste lid, van Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 224);
Gelet op artikel 17, 30, eerste en vierde lid, en 31 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

BESLUIT:

Artikel I

De Regeling compartimentering Nederland mond- en klauwzeer 2001 II wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2.2, tweede lid, en in artikel 2.4, derde lid, wordt de zinsnede 'ten hoogste eenmaal per vier weken' telkens vervangen door: ten hoogste eenmaal per twee weken.

B

Na artikel 2.4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.4a

1. Het verbod, bedoeld in artikel 2.1, is niet van toepassing op het vervoer van schapen en geiten binnen de afzonderlijke gebieden, niet zijnde gebied Noord 3, indien het vervoer rechtstreeks geschiedt van een bedrijf naar een slachthuis en voldaan wordt aan artikel 2.9.
2. Het vervoer, bedoeld in het eerste lid, vindt ten hoogste eenmaal per twee weken plaats.

C

Artikel 4.1 komt te luiden:

Artikel 4.1

1. Het vervoer van mest van vee en pluimvee is verboden. 2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het vervoer van mest van pluimvee en paarden binnen en tussen de gebieden, mits voornoemde mest afkomstig is van bedrijven waar geen evenhoevigen worden gehouden en voldaan wordt aan het achtste en negende lid.
3. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het vervoer van mest van vee en pluimvee, afkomstig van bedrijven waar evenhoevigen worden gehouden, binnen de afzonderlijke gebieden mits het vervoer niet plaatsvindt naar een plaats waar evenhoevigen worden gehouden en voldaan wordt aan het achtste en negende lid.
4. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het vervoer van varkensmest vanuit de gebieden Zuid 2 en Zuid 3 naar Zuid 1, Noord 1 en Noord 3 indien:
a. het vervoer voor 13.00 uur op de dag voorafgaand aan het vervoer door de vervoerder aan de hand van een door Bureau Heffingen beschikbaar gesteld formulier wordt gemeld aan Bureau Heffingen en een afschrift van het formulier tijdens het vervoer op het vervoermiddel aanwezig is; b. het vervoer geschiedt over hoofd- en snelwegen of waterwegen, die niet liggen in een toezichtsgebied of een gebied waarbinnen vervoersbeperkingen gelden, als bedoeld in artikel 9.6;
c. het vervoer rechtstreeks geschiedt van een bedrijf naar een opslagsilo die is aangemeld op grond van artikel 5 van de Regeling voorraden Meststoffenwet en waar geen evenhoevigen verblijven;
d. de mest tenminste een week in de opslagsilo, die is aangemeld op grond van artikel 5 van de Regeling voorraden Meststoffenwet, aanwezig blijft voordat hij uitgereden wordt; e. de mest uitsluitend binnen het compartiment van bestemming wordt uitgereden overeenkomstig artikel 4.2, en f. voorzover het vervoer geschiedt over land, voldaan wordt aan het achtste en negende lid.
5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op het vervoer van mest vanuit gebied Noord 2 naar gebied Noord 3, indien de mest voor het vervoer tenminste zes weken in een opslagsilo, die is aangemeld op grond van artikel 5 van de Regeling voorraden Meststoffenwet, is opgeslagen.
6. In afwijking van het vierde en vijfde lid mag aangezuurde mest, als bedoeld in artikel 5, negende lid, van de Regeling toezichtsgebied Oene mond- en klauwzeer 2001 en de Regeling toezichtsgebied Kootwijkerbroek mond- en klauwzeer 2001 II, rechtstreeks worden vervoerd naar gebied Noord 3, mits het vervoer rechtstreeks geschiedt door middel van binnenvaartschepen en de aangezuurde mest uitsluitend binnen gebied Noord 3 wordt uitgereden.
7. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het vervoer van monsters als bedoeld in artikel 1, onderdeel m, van de Regeling hoeveelheidsbepaling dierlijke en overige organische meststoffen binnen en tussen de gebieden voorzover het vervoer geschiedt naar een laboratorium ten behoeve van een analyse als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van voornoemde regeling en vervoermiddelen en andere voorwerpen na aflevering gereinigd en ontsmet worden overeenkomstig een door de Minister goedgekeurd hygiëneprotocol.
8. De vervoerder van mest of de bestuurder van een vervoermiddel, bestemd of kennelijk bestemd voor het vervoer van mest binnen de afzonderlijke gebieden, is verplicht:
a. vervoermiddelen, bestemd of kennelijk bestemd voor het vervoer van mest van vee of pluimvee, en de daarbij behorende voorwerpen, voordat zij een erf van een bedrijf verlaten, te reinigen en ontsmetten bij een installatie die water levert van voldoende druk voor een uit oogpunt van voorkoming van verspreiding van mond- en klauwzeer deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting.
b. een inzichtelijke registratie bij te houden en die ten minste 24 uur op het vervoermiddel voorhanden te hebben en daarna tot nader order te bewaren, waarin in elk geval de volgende gegevens worden opgenomen:
o adres en plaats van de bezochte bedrijven; o de hoeveelheid vervoerde mest;
o de gereden route, en
o datum en tijdstip van het vervoer. 9. De in het zevende lid, onderdeel a, bedoelde reiniging en ontsmetting geschiedt overeenkomstig bijlage II van de Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000. 10. In afwijking van het vierde lid, onderdeel a, geschiedt de melding van het vervoer van varkensmest als bedoeld in het vierde lid dat plaatsvindt op 19 of 20 april 2001 op een ander tijdstip gelegen voor aanvang van het vervoer.

D

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 4.3, tweede lid, door een komma, wordt de volgende zinsnede toegevoegd: met dien verstande dat verplaatsing van vervoermiddelen in het kader van het vervoer als bedoeld in artikel 4.1, vierde tot en met zevende lid, is toegestaan.

E

Artikel 9.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding '1.' geplaatst. 2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2. In afwijking van het eerste lid is het de eigenaar, houder of hoeder toegestaan om biggen, zonder gebruikmaking van de openbare weg, naar een op het bedrijf gelegen tijdelijke huisvesting te leiden.

F

Artikel 9.2 komt te luiden:

Artikel 9.2

1. Het is verboden vervoermiddelen, die worden gebruikt voor het vervoer van:
+ evenhoevigen;
+ mest van vee en pluimvee, voorzover afkomstig van bedrijven waar evenhoevigen worden gehouden;
+ rauwe melk;
+ voeders, onderscheidenlijk
+ destructiemateriaal

te verplaatsen binnen de gebieden Noord 2 onderscheidenlijk Noord 3 zonder een op ieder vervoerseenheid aan elke zijde aangebracht en duidelijk zichtbaar kenteken als bedoeld in bijlage II onderscheidenlijk bijlage III.
2. Het is verboden de vervoerseenheden, die zijn voorzien van een kenteken als bedoeld in het eerste lid en uitsluitend worden bestemd voor het vervoer van een van de voornoemde producten binnen gebied Noord 2 onderscheidenlijk Noord 3, buiten gebied Noord 2 onderscheidenlijk Noord 3 te brengen en daar te gebruiken voor het vervoer van een van de voornoemde producten, met dien verstande dat het vervoer naar andere gebieden, als bedoeld in de artikelen 2.2, derde lid, 2.4, tweede lid, 4.1, vierde, vijfde en zesde lid, 5.1, derde lid, 6.1, derde lid, en 7.1, derde lid, is toegestaan.
3. Het kenteken, bedoeld in het eerste lid, is niet vereist voor en het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing op vervoermiddelen, die worden gebruikt voor het vervoer van: a. rauwe melk, indien de melkfabriek is gelegen in gebied Noord 2 onderscheidenlijk Noord 3 en het ophalen van de rauwe melk geschiedt binnen een ander gebied, met inachtneming van artikel 5.1, derde lid.
b. voeders, indien het bedrijf van herkomst van de voeders is gelegen in gebied Noord 2 onderscheidenlijk Noord 3 en de aflevering van de voeders geschiedt binnen een ander gebied, met inachtneming van artikel 6.1, derde lid. c. destructiemateriaal, indien het verwerkingsbedrijf is gelegen in gebied Noord 2 onderscheidenlijk Noord 3 en het ophalen van het destructiemateriaal geschiedt binnen een ander gebied, met inachtneming van artikel 7.1, derde lid. 4. Indien de melkfabriek, mengvoederfabriek of ander voederbedrijf, verwerkingsbedrijf of bedrijf waar het vervoermiddel van evenhoevigen of mest van vee en pluimvee, bedoeld in het eerste lid, afkomstig is, is gelegen in een ander gebied dan het gebied waarbinnen het ophalen of afleveren van evenhoevigen, mest van vee en pluimvee, bedoeld in het eerste lid, rauwe melk onderscheidenlijk destructiemateriaal geschiedt, wordt op het kenteken, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de aanwijzingen van de Dienst Wegverkeer een aanduiding geplaatst die overeenkomt met de plaats van herkomst van het vervoermiddel. 5. De in het eerste en tweede lid bedoelde verboden zijn van toepassing op vervoermiddelen ten aanzien waarvan op grond van artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 een kentekenbewijs, dan wel een registratiebewijs is afgegeven.

G

In artikel 9.7 komt het woord 'regelingen' te vervallen.

H

Na bijlage II wordt een bijlage ingevoegd, luidende: Bijlage III behorende bij de Regeling compartimentering Nederland mond- en klauwzeer 2001 II
Kenteken, bedoeld in de artikel 9.2 en 9.3, behorende bij gebied Noord 3. Dit kenteken heeft een donkerblauwe achtergrond.

Sticker Noord 3

Artikel II

Deze regeling wordt op 19 april 2001 om 16:30 uur bekendgemaakt aan de media en treedt onmiddellijk daarna in werking.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER
EN VISSERIJ,

Pers



reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie