Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen onderzoek vermogensfraude in Marokko

Datum nieuwsfeit: 20-04-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Zoek soortgelijke berichten

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

www.minszw.nl

MINSZW: antwoorden Kamervragen Marokko

Mededeling voor de redactie:
onderstaand treft u de beantwoording aan van de Kamervragen over het uitstel van een voorgenomen reis van staatssecretaris Verstand naar Marokko.

Beantwoording van de kamervragen van de leden Koenders en Smits (beiden PvdA) aan de Minister en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw Verstand-Bogaert, en aan de Minister van Buitenlandse Zaken.

Vraag 1.
Is het waar dat Staatssecretaris Verstand tegen het advies van de Minister van Buitenlandse Zaken een voorgenomen reis naar Marokko heeft afgezegd? Wat was de reden van de afzegging en de inhoud van het advies?

Antwoord 1.
Per 1 oktober 2000 is het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gestart met een project opsporing vermogensfraude in de ABW in het buitenland. Vanaf dat tijdstip is gestart met een onderzoek in o.m. Marokko. Het onderzoek wordt uitgevoerd door lokale medewerkers, die formeel in dienst zijn van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en werkzaam zijn onder auspiciën van de sociaal attaché in het betrokken land. Hun werkzaamheden betreffen het raadplegen van openbare registers, waaronder de kadasters. In de afgelopen maanden hebben de medewerkers in Marokko een aantal van dergelijke onderzoeken uitgevoerd, waarbij men fraude op het spoor is gekomen.
Op 23 februari gaven de Marokkaanse autoriteiten zonder vooroverleg te kennen bezwaren te hebben tegen deze ABW-onderzoeken. Op 1 maart heeft de ambassade hierop gereageerd. Vervolgens meldde de ambassadeur eind maart dat de lokale medewerkers ernstig belemmerd werden in de uitvoering van hun taken. Deze belemmeringen namen vervolgens de vorm aan van ernstige persoonlijke intimidaties: de betrokken medewerkers zijn telefonisch bedreigd en ook thuis bezocht, terwijl een ingehuurde bewaker na een halve dag het werk wegens bedreigingen heeft gestaakt en één projectmedewerker vanwege de bedreigingen ondergedoken is. Dit is aanleiding geweest tot een sluiting van de sociale afdeling van de ambassade gedurende een week begin april. Deze gebeurtenissen vonden plaats kort voor de geplande reis van staatssecretaris Verstand naar Marokko voor een bezoek aan mevr. Chekrouni, minister voor vrouwen-, gezins-, jeugd- en gehandicaptenbeleid. Onder dergelijke omstandigheden werd een bezoek aan Marokko problematisch geacht en is in overweging genomen de reis uit te stellen in afwachting van een oplossing die leidt tot een herstel van de mogelijkheden tot onderzoek in de openbare registers. In overleg met ambtenaren van de Ministeries van Buitenlandse Zaken en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is met de aankondiging van het eventuele uitstel gewacht tot nadat de Marokkaanse ambassadeur bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken was ontboden. Dit in de hoop dat alsnog een bevredigende oplossing voor de ontstane situatie bereikt zou kunnen worden. De oplossingsmogelijkheden die de Marokkaanse ambassadeur aangaf tijdens het gesprek van 11 april boden openingen voor verder bilateraal overleg, maar naar het oordeel van SZW onvoldoende garanties voor een verbetering van de situatie. Op 12 april heeft de ambassadeur te Rabat op verzoek van SZW het ministerie van mevr. Chekrouni op de hoogte gesteld van het uitstel van het bezoek, met daarbij de uitdrukkelijke mededeling dat de staatssecretaris in het geval van verbetering van de situatie alsnog gaarne bereid zou zijn een bezoek aan Marokko te brengen.
Op vrijdagavond 13 april heeft de Minister van Buitenlandse Zaken bij staatssecretaris Verstand bepleit het bezoek aan Marokko wel doorgang te laten vinden omdat hij de diplomatieke betrekkingen met Marokko niet onnodig wilde belasten en de diplomatieke contacten een opening leken te bieden op het gebied van de bijstandsfraude-controle. Op dat moment was het bezoek echter al uitgesteld.

Vraag2.
Wat is de reactie geweest van de Marokkaanse autoriteiten en hoe beoordeelt u deze reactie in het licht van de noodzakelijke Marokkaanse samenwerking bij het bijstandsbeleid?

Antwoord 2.

Uit het gesprek van de ambassadeur in Marokko met de Marokkaanse autoriteiten is gebleken dat men aldaar nog steeds prijs stelt op een bezoek van de staatssecretaris op een nader te bepalen tijdstip. De Marokkaanse reacties op dit moment zijn evenwel nog niet van dien aard dat sprake zou kunnen zijn van een onmiddellijke heropening van het in oktober vorig jaar gestarte fraudeonderzoek.

Vraag 3a.
Wat is de exacte stand van zaken met betrekking tot samenwerking met de Marokkaanse autoriteiten en in het bijzonder op het terrein van de toegang tot de gemeentelijke kadasters en registers? Hoe denkt u nu precies deze samenwerking effectief te versterken en wat verwacht u van het afzeggen van het bezoek?

Antwoord 3a.
Zie het antwoord op vraag 1.

Vraag 3b.
Kunnen gemeenten bij de huidige stand van samenwerking met de Marokkaanse autoriteiten effectief controleren op vermogend bezit van bijstandsgerechtigden met de Marokkaanse nationaliteit?

Antwoord 3b.
Neen.

Vraag 4.
Wat is de relatie tussen de portefeuille van de staatssecretaris en het bijstandsbeleid, inclusief de samenwerking met Marokko?

Antwoord 4.
Vanwege de ernst van de situatie werd het gevolg geven aan een uitnodiging om overleg te voeren over het emancipatiebeleid niet passend geacht. Het uitstel onderstreepte tevens het belang dat de bewindslieden van SZW hechten aan het wegnemen van eerdergenoemde belemmeringen die een adequaat fraudeonderzoek in de weg staan.

Beantwoording van de kamervragen van de leden Verhagen en Van der Knaap (beiden CDA) aan de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw Verstand, over het afzeggen van een reis naar Marokko door de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Vraag 1.
Is er nog sprake van enige coördinatie van het beleid ten aanzien van Marokko tussen het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie van Sociale Zaken?

Antwoord 1.
Ja, over de aanpak van het dossier bestrijding bijstandsfraude vindt tussen beide departementen regelmatig en goed overleg plaats.

Vraag 2.
Acht u het verstandig -gelet op de eenheid van het kabinetsbeleid- dat Sociale Zaken en Buitenlandse Zaken elkaar publiekelijk tegenspreken over nut en noodzaak van de beoogde reis, en over de appreciatie van voortgang met betrekking tot het Marokko-dossier?

Antwoord 2
Neen; overigens hebben betrokken bewindslieden over deze kwestie geen publieke uitspraken gedaan.

Vraag 3.
Denkt u een oplossing van het Marokko-dossier dichterbij te brengen door openlijk ruzie te maken over de afzegging van de reis?

Antwoord 3.
Neen, van ruzie is geen sprake.

Vraag 4.
Waarom heeft u de beoogde reis naar Marokko niet aangegrepen om aan de Marokkaanse overheid klip en klaar duidelijk te maken dat zij hun medewerking moeten verlenen aan het onderzoek naar bijstandsfraude?

Vraag 5.
Is het waar dat medewerkers van het Ministerie van SZW in Marokko herhaalde malen bedreigd zijn tijdens een onderzoek naar bijstandsfraude?

Antwoord op vragen 4 en 5.
Voor het antwoord op deze vragen wordt verwezen naar de beantwoording van de vragen van de leden Koenders en Smits over hetzelfde onderwerp.

Vraag 6.
Zo ja, bent u bereid een formeel protest in te dienen en de Marokkaanse ambassadeur onverwijld duidelijk te maken dat dit voor Nederland onacceptabel is?

Antwoord 6.
Een indringend gesprek heeft reeds op 11 april plaatsgevonden. In dit gesprek is erop gewezen dat Nederland dergelijke bedreigingen niet kan tolereren.

Vraag 7.
Bent u bereid bij de Marokkaanse ambassadeur aan te dringen op een onderzoek naar de bedreigingen en aan te dringen op maatregelen die hier een einde aan maken?

Antwoord 7.
Zie het antwoord op vraag 6.

Vraag 8.
Bent u bereid bij gerede aanwijzing inzake bijstandsfraude te komen tot een omkering van de bewijslast opdat verdachten moeten aantonen in Marokko geen vermogen te bezitten?

Vraag 9.
Zo neen, op welke wijze zult u dan een einde maken aan het gedogen van bijstandsfraude?

Antwoord op vragen 8 en 9.
Van het gedogen van bijstandsfraude kan geen sprake zijn. Alle mogelijkheden worden onderzocht om een rechtmatige uitvoering van de Algemene Bijstandswet te (blijven) garanderen. In dat kader wordt ook de gedachte van de vragenstellers bezien.

20 apr 01 19:39

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie