Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Volgens VV mengt kamer zich te vaak in lopende strafzaken

Datum nieuwsfeit: 23-04-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
VVD

De kamer is geen opsporingsdienst


Groep: Tweede-Kamerfractie Datum: 23 april 2001
De Tweede Kamer mengt zich vaker in lopende strafzaken en dat is een verontrustende ontwikkeling. Dat betoogt Atzo Nicolaï in de NRC van 20 april naar aanleiding van de opmerkelijke uitspraak in de zaak Mink K.

Mink K., die vaak is aangeduid als een van Nederlands grootste criminelen, kan niet meer worden vervolgd in de zaak die het OM had aangespannen, omdat het OM vertrouwelijke informatie over de informantenrol van Mink K. naar buiten heeft gebracht waardoor diens leven in gevaar is gekomen. Dat is de strekking van het arrest van het Hof van Amsterdam van deze week waarin niet-ontvankelijkheid van het OM werd uitgesproken. Het is een zeer opmerkelijke uitspraak en het hardste oordeel dat over het opereren van het OM gegeven kan worden. Het zou bovendien ernstige consequenties kunnen hebben voor volgende zaken als het naar buiten komen van dergelijke informatie tot niet-ontvankelijkheid leidt.
Het opmerkelijkste aan de uitspraak is nog wel dat deze informatie volgens het Hof naar buiten is gebracht door het OM via de commissie Kalsbeek (de door de Tweede Kamer ingestelde commissie als vervolg op de commissie Van Traa). Daarmee is de Tweede Kamer in het geding. Enkele kamerleden die destijds in de commissie Kalsbeek zaten, zijn al gevallen over het arrest.
Toch legt het Hof wel degelijk de vinger op een gevoelige plek. Het leek zon algemeen onderschreven adagium dat de politiek terughoudend moet zijn als iets onder de rechter is. In de Tweede Kamer lijkt hier steeds minder aan gehecht te worden. De VVD-fractie vindt dit een verontrustende ontwikkeling omdat het een principiële zaak is die te maken heeft met de scheiding der machten in ons staatsbestel. In tweeërlei opzicht. In de eerste plaats moeten de rechtsprekende macht en de wetgevende en uitvoerende macht goed gescheiden en in evenwicht met elkaar zijn en moet de rechter in volstrekte onafhankelijkheid over de wetgevende en uitvoerende macht kunnen oordelen. Enerzijds hecht de VVD er daarom aan dat de rechter in bestuurlijke zaken niet op de stoel van de bestuurder gaat zitten en alleen de behoorlijkheid van een besluit beoordeelt en niet de politieke inhoud daarvan. Anderzijds is het belangrijk dat de wetgevende en uitvoerende macht de rechter alle ruimte laat bij zijn oordeelsvorming in een voorliggende zaak.
In de tweede plaats moeten ook de controlerende en uitvoerende macht voldoende gescheiden zijn. Concreet: de Tweede Kamer moet zich niet bemoeien met het opsporings-en vervolgingswerk van het OM in individuele lopende zaken. Als er in een concrete zaak aanwijzingen zijn dat het OM zijn werk niet goed doet, bijvoorbeeld onzorgvuldig is in zijn bewijsgaring, is de rechter de aangewezen controleur. Die kan dat in die zaak achterhalen en desgewenst afstraffen door strafvermindering of niet-ontvankelijkheidverklaring. Als het niet om een individuele zaak gaat maar om politieke of beleidsmatige zaken kan de Kamer als controleur optreden door de minister van Justitie ter verantwoording te roepen. Als er aanwijzingen zijn dat er stelselmatig iets ernstig mis is, kan de Kamer ook een eigen onderzoekscommissie instellen, zoals is gebeurd met de commissie Van Traa. Die bracht aan het licht dat OM en politie inderdaad te vaak te ver gingen bij hun opsporingswerk en dat heeft geleid tot aangescherpte regelgeving (de Wet Bijzondere Opsporingsbevoegdheden). De uitvoering daarvan is vervolgens een zaak van het OM en de minister van Justitie. Toch besloot de Kamer tot een vervolgcommissie (de commissie Kalsbeek) om de uitvoering te evalueren.
In haar intensieve speurwerk stuitte deze commissie op vertrouwelijke informatie die te maken had met lopende strafzaken die zij zo verontrustend vond dat zij die op een of andere wijze naar buiten wilde brengen. Het werd een apart hoofdstuk in het rapport, dat ook apart in de Kamer is behandeld, waarin niet herkenbaar werd gesproken over een deal van het OM met een topcrimineel. Kort na het uitkomen van het rapport was echter na publicaties in de pers duidelijk om wie het ging. Dit maakte nog weer eens duidelijk hoe ongelukkig het is als de Kamer of leden daarvan geheime informatie krijgen verbandhoudend met lopende strafzaken. Als die verontrustend is moet je er eigenlijk iets mee, maar mag je er eigenlijk niets mee.
Desalniettemin wilde het grootste deel van de Kamer een vervolgcommissie op de (vervolg)commissie Kalsbeek, juist om het opsporingswerk van het OM voor wat betreft de bijzondere bevindingen van de commissie Kalsbeek vertrouwelijk te blijven volgen. De VVD was daar tegen omdat wij vinden dat juist zo min mogelijk vertrouwelijk gesproken moet worden en zoveel mogelijk in het openbaar. Bovendien moet de Kamer niet het risico nemen gecommitteerd te raken, maar achteraf ongebonden een kritisch oordeel kunnen vellen over de aanpak van justitie. De Kamer is geen opsporingsdienst. De regering regeert, de Kamer controleert.
Er is door de Kamer uiteindelijk gekozen voor een tussenvorm die ook niet gelukkig is. De betrokken woordvoerders uit de Kamer worden zo nu en dan, deels vertrouwelijk, geïnformeerd over de voortgang van de opsporing voor wat betreft de bijzondere bevindingen. Zo was er deze week een vertrouwelijke briefing door OM en Justitie waar de VVD om principiële redenen niet aanwezig was.

In plaats van dat de ervaringen leiden tot grotere terughoudendheid lijkt de behoefte in de Kamer om zich te mengen in lopende strafzaken en informatie te vragen uit vertrouwelijke opsporingsrapporten eerder toe te nemen. Zo vroeg de Kamer (zonder bijval van de VVD) kort geleden naar het vertrouwelijke rapport van de ECD over het opsporingsonderzoek naar de benzineprijsafspraken. Het sterkste staaltje is de Dover-zaak. De minister van Justitie is nu al drie keer door verschillende fracties daarover naar de Kamer geroepen naar aanleiding van berichten in de pers. De bronnen zijn meestal onduidelijk, maar duidelijk is wel dat verdachten belang hebben bij het naar buiten komen van bepaalde informatie. De Kamer dreigt zo speelbal te worden in een belangrijk, lastig strafproces. En de minister wordt om informatie gevraagd die hij moeilijk kan geven omdat die vertrouwelijk is.
Je moet er toch niet aan denken dat straks in die dramatische Dover-zaak niet-ontvankelijkheid wordt uitgesproken omdat vertrouwelijke informatie op straat terecht is gekomen en de Kamer daarbij een rol heeft gespeeld.
Hopelijk leidt de opzienbarende uitspraak van het Hof niet alleen tot discussie over het optreden van het OM en van de rechter, maar ook over dat van de Kamer bij lopende strafzaken.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie