Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

MKZ-welzijnsmaatregelen in annex I en II

Datum nieuwsfeit: 27-04-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Zoek soortgelijke berichten

Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

www.minlnv.nl

MIN LNV: MKZ-welzijnsmaatregelen in annex I en II

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

Gelet op artikel 2 van de Kaderwet LNV-subsidies;

BESLUIT:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Minister: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; b. landbouwbedrijf: geheel van productie-eenheden in Nederland, bestaande uit één of meer gebouwen of gedeelten daarvan en de daarbij behorende cultuurgrond, uitsluitend of deels dienende tot uitoefening van de landbouw;
c. rechtspersoon: rechtspersoon, anders dan een publiekrechtelijke rechtspersoon;
d. beschrijvingsbiljet: beschrijvingsbiljet als bedoeld in artikel 24 van de Landbouwwet zoals dit door de Minister ten behoeve van de in 2001 te houden landbouwtelling is vastgesteld;
e. I&R-register: gecomputeriseerd gegevensbestand als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, van Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 (PbEG L 204); f. beschermings- en toezichtsgebieden: de gebieden I, II en III, zoals deze zijn omschreven in de bijlage bij de Regeling verbodsbepalingen aangewezen toezichtsgebieden mond- en klauwzeer 2001, zoals deze luidt op 27 april 2001.
g. beschikking 2001/223/EG: beschikking nr. 2001/223/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 21 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in Nederland (PbEG L 82);
h. annex I: in bijlage I van beschikking 2001/223/EG vermelde delen van het grondgebied van Nederland;
i. annex II: in bijlage II van beschikking 2001/223/EG vermelde delen van het grondgebied van Nederland;
j. beschikking 2001/305/EG: beschikking nr. 2001/305/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 11 april 2001 inzake het merken en het gebruik van bepaalde dierlijke producten in verband met beschikking 2001/223/EG (PbEG L 104);
k. LASER: Agentschap LASER van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij:
l. vleeskalveren: vleeskalveren voor de witvlees- respectievelijk de rosévleesproductie als bedoeld in rubriek 214 onderscheidenlijk 216 van het beschrijvingsbiljet;
m. biggen: biggen als bedoeld in de rubrieken 235 en 237, vleesvarkens als bedoeld in de rubrieken 239 en 241 en fokvarkens als bedoeld in rubrieken 243 en 245 van het beschrijvingsbiljet; n. varkens: vleesvarkens als bedoeld in rubrieken 241 en fokvarkens als bedoeld in rubriek 245 van het beschrijvingsbiljet; o. zeugen: opfokzeugen en zeugen als bedoeld in de rubrieken 245, 247, 249 en 251 van het beschrijvingsbiljet;
p. richtlijn 64/433/EEG: Richtlijn 64/433/EEG van de Raad van 26 juni 1964 betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vers vlees (PbEG L 121); q. vers vlees: vers vlees als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van Richtlijn 64/433/EEG.

Paragraaf 1 : OPSLAG VARKENSVLEES

Artikel 2

De Minister verstrekt met inachtneming van de artikelen 3 tot en met 5 op aanvraag een subsidie als tegemoetkoming in de kosten van opslag van vers vlees van varkens met een geslacht gewicht van ten minste 80 kilogram die om welzijnsredenen van een landbouwbedrijf, voor zover gelegen in annex I, ter slacht worden afgevoerd.

Artikel 3

De subsidie, bedoeld in artikel 2, wordt alleen verstrekt aan natuurlijke en rechtspersonen voor wiens rekening en risico de opslag plaatsvindt, indien
a. de slacht in een overeenkomstig richtlijn 64/433/EEG erkend slachthuis, gelegen in annex I, na 23 april 2001 heeft plaatsgevonden,
b. het vlees overeenkomstig beschikking 2001/305/EEG is gemerkt, c. opslag voor ten minste drie maanden plaatsvindt, d. de opslag voldoet aan de eisen, vermeld in bijlage 1 bij deze regeling,
e. ten genoegen van de minister de herkomst van het vlees en de slachtdatum worden aangetoond, en
f. aan het vlees een door de minister goedgekeurde bestemming wordt gegeven.

Artikel 4


1. De subsidie, bedoeld in artikel 2, bedraagt fl.1,- per kilogram ingeslagen vers vlees, met of zonder been.

2. De subsidie wordt door LASER na afloop van de minimum opslagperiode van drie maanden uitbetaald.

Artikel 5

Voor subsidies als bedoeld in artikel 2 is een subsidieplafond vastgesteld op fl. 30.000.000,- .

Paragraaf 2: SLACHT EN DESTRUCTIE VAN KALVEREN

Artikel 6

De minister verstrekt met inachtneming van de artikelen 7 tot en met 9 op aanvraag een subsidie voor de opkoop ter slacht ter destructie van vleeskalveren die om welzijnsredenen van een landbouwbedrijf, voor zover gelegen in annex 1, worden afgevoerd.

Artikel 7

De subsidie voor opkoop ter slacht ter destructie wordt alleen verstrekt
a. aan natuurlijke personen of rechtspersonen die voor eigen rekening en risico vleeskalveren houden op een landbouwbedrijf als bedoeld in artikel 6,
b. voor vleeskalveren die blijkens het I&R-register 30 weken of ouder zijn op het moment van de aflevering ter slacht.

Artikel 8


1. De subsidie voor de opkoop ter slacht ter destructie bedraagt voor
a. vleeskalveren voor de witvleesproductie fl. 650,- per dier, b. vleeskalveren voor de rosévleesproductie fl. 475,- per dier.
2. Indien niet voldoende ten genoege van de minister wordt aangetoond dat vleeskalveren bestemd zijn voor de witvlees- respectievelijk rosévleesproductie, kan op verzoek van de minister gebruik worden gemaakt van een door hem goedgekeurde test, verricht door een praktiserend dierenarts, ter bepaling van het de productiewijze kenmerkende haemoglobinegehalte van de betrokken dieren.
3. De subsidie wordt geweigerd indien het landbouwbedrijf waar de dieren worden aangehouden niet langer gelegen is in annex I.

Artikel 9

Voor subsidies als bedoeld in artikel 6 is een subsidieplafond vastgesteld op fl. 60.000.000,- .

Artikel 10


1. De opkoop ter slacht ter destructie geschiedt door de Minister.
2. Afvoer van de opgekochte dieren ter slacht ter destructie geschiedt door LASER.

Paragraaf 3 OPKOOP TER DESTRUCTIE VAN BIGGEN

Artikel 11

De minister verstrekt met inachtneming van de artikelen 12 tot en met 15 op aanvraag een subsidie voor de opkoop ter destructie van biggen, die geboren zijn voor 20 april 2001 en om welzijnsredenen van een landbouwbedrijf, voor zover gelegen in annex I en annex II, worden afgevoerd.

Artikel 12


1. Voor de subsidie voor de opkoop ter destructie van biggen komen in aanmerking natuurlijke personen en rechtspersonen die, in voorkomend geval blijkens de statuten, een landbouwbedrijf als bedoeld in artikel 11 exploiteren.

2. De subsidie voor opkoop ter destructie van biggen wordt alleen verstrekt indien naar het oordeel van een praktiserend dierenarts biggen die geboren zijn voor 20 april 2001 in zeer ernstige welzijnsproblemen verkeren en indien alle op de overeenkomstig artikel
1, eerste lid, onderdeel j, van de Meststoffenwet geregistreerde locatie van het bedrijf aanwezige biggen met een gewicht van maximaal 25 kilogram worden opgekocht.

3. De ontvanger van de subsidie voor opkoop ter destructie van biggen is verplicht er voor zorg te dragen dat alle op de locatie, bedoeld in het tweede lid, van het landbouwbedrijf aanwezige, tot 40 dagen drachtige zeugen door een praktiserend dierenarts worden geaborteerd.

4. De ontvanger van de subsidie voor opkoop ter destructie van biggen is verplicht er voor zorg te dragen dat geen van de op de locatie, bedoeld in het tweede lid, van het landbouwbedrijf, aanwezige zeugen wordt geïnsemineerd of bevrucht in de periode van 1 maand vanaf de dag waarop de aanvraag, genoemd in artikel 11, wordt ingediend.

Artikel 13

De subsidie voor opkoop ter destructie van biggen bedraagt fl. 55,- per big.

Artikel 14


1. De opkoop ter destructie geschiedt door de minister.
2. Afvoer van de opgekochte dieren ter destructie geschiedt door LASER.

Artikel 15

Voor subsidies als bedoeld in artikel 11 is een subsidieplafond vastgesteld op fl. 20.000.000,- .

Paragraaf 4 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 16


1. Voor de aanvraag voor de subsidies, bedoeld in de artikelen 2, 6 en 11, wordt gebruik gemaakt van een daartoe door LASER vastgesteld formulier dat volledig en naar waarheid wordt ingevuld, ondertekend en gedagtekend, en vergezeld gaat van alle gevraagde bewijsstukken.

2. De aanvrager is verplicht de met de uitvoering van of het toezicht op de naleving van deze regeling belaste personen desgevraagd alle nadere inlichtingen terstond en naar waarheid te verstrekken.
3. De aanvrager is verplicht de met de uitvoering van of het toezicht op de naleving van deze regeling belaste personen alle medewerking te verlenen, die zij nodig achten voor de vervulling van hun taken.
4. Indien de aanvrager voor de subsidie, bedoeld in de artikelen 6 en 11, niet de eigenaar is van de vleeskalveren, biggen en de zeugen, gaat de aanvraag vergezeld van een schriftelijke verklaring van de eigenaar waaruit de instemming van de eigenaar blijkt met betrekking tot de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 7 en 12.
5. De aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 11, gaat vergezeld van een verklaring van het oordeel van de praktiserend dierenarts als bedoeld in artikel 12, tweede lid.
6. De aanvrager overlegt binnen 15 dagen na de opkoop ter destructie een verklaring van de praktiserend dierenarts waaruit blijkt dat de zeugen daadwerkelijk zijn geaborteerd overeenkomstig artikel 12, derde lid.

Artikel 17


1. Indien een subsidieplafond als bedoeld in de artikelen 5, 9 en 15 dreigt te worden overschreden kan de minister besluiten dat geen aanvragen tot subsidieverlening meer kunnen worden ingediend.
2. De minister maakt een besluit , bedoeld in het eerste lid, bekend in de Staatscourant.

3. Het beschikbare bedrag wordt verdeeld op basis van de volgorde van de datum van ontvangst van de aanvragen door LASER, waarbij bepalend is dat een aanvraag volledig is in de zin van artikel 16.
4. Ingeval door toewijzing van de aanvragen met dezelfde datum van ontvangst het subsidieplafond zou worden overschreden, geschiedt de rangschikking door middel van een loting verricht door een notaris van de op dezelfde dag ontvangen aanvragen. De loting geschiedt door een door de minister aan te wijzen notaris.

Artikel 18


1. Subsidies worden verleend onder voorbehoud van goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen.

2. De beslissing tot verlening van een subsidie kan worden ingetrokken of gewijzigd indien dit noodzakelijk is in verband met het verkrijgen van de goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor deze regeling of wegens het uitblijven daarvan.

Artikel 19


1. De vergoeding wordt ingetrokken indien de ontvanger niet voldoet aan artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht of artikel 6 van de Kaderwet LNV-subsidies, worden de terug te vorderen bedragen vermeerderd met de rente over de periode vanaf de eerste uitbetaling tot aan het moment van algehele voldoening.

3. De te betalen rente is de wettelijke rente zoals deze geldt op de laatste dag van de maand waarin de betaling van de vergoeding heeft plaatsgevonden.

4. Geen wettelijke rente is verschuldigd indien de oorzaak van het onverschuldigd betalen bij de minister is gelegen.

Artikel 20

Deze regeling is niet van toepassing in de beschermings- en toezichtsgebieden, gelegen in annex I.

Artikel 21

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag van de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 22

De regeling wordt aangehaald als: Regeling MKZ-welzijnsmaatregelen in annex I en II.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

Bijlage 1

Betreffende de eisen inzake opslag, bedoeld in artikel 3, onderdeel d.

Het vrieshuis:


1. moet gelegen zijn gelegen in annex I ten tijde van de inslag van het vlees.


2. over adequate invries- en opslaginstallaties beschikken om het aangeleverde verse of gekoelde vlees in te vriezen en te bewaren (NB: zie ook Hoofdstuk I, Hoofdstuk III (ingeval onverpakt vlees wordt aangeleverd: zgn B-erkenning), Hoofdstuk IV (zgn. K-erkenning) en Hoofdstuk XIV van Richtlijn 64/433/EEG).


3. beschikt (ten behoeve van de gewichtsvaststelling bij inslag en de controle door de LASER-functionaris) over een van een geldig ijkmerk voorziene weegschaal met een aflees-/afdrukeenheid op 1 kilogram nauwkeurig waarop een opslageenheid (kooi, (box)pallet, krat, kist) in haar geheel kan worden gewogen.


4. Beschikt ten behoeve van de toetsing van de gewichtsvaststelling over een aantal van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten van 20 en/of 25 kg elk voor een totaalgewicht van ten minste 200 kg.


5. slaat het vlees in kooien, (box)pallets, kratten of kisten op, en wel zodanig dat elk contract te allen tijde op eenvoudige en snelle wijze afzonderlijk bereikbaar en controleerbaar is of onmiddellijk kan worden gemaakt.


6. slaat alle opslageenheden van een contract in elkaars onmiddellijke nabijheid op in de vriesruimte en voorziet de opslageenheden van door LASER voorgeschreven gegevens.


7. voert - namens de contractant - een overzichtelijke voorraadadministratie waaruit duidelijk per contract blijkt:

a de datum van inslag en de berekende datum waarop de contractuele opslagtermijn
afloopt, aangevuld met de datum van feitelijke uitslag; b per partij:

- het aantal halve dieren/dozen/delen, èn het netto-gewicht van het product;

- de benaming van het product;

- het netto-gewicht per opslageenheid aangevuld met het nummer van de opslageenheid;
c. de exacte plaats van opslag in het vrieshuis.

Toelichting voor de Staatscourant

Als gevolg van uitbraken van mond- en klauwzeer (MKZ) zijn in Nederland diverse veterinaire maatregelen van toepassing. In de zogenoemde beschermings- en toezichtgebieden, die om een MKZ-haard worden ingesteld, is vervoer van evenhoevigen (onder andere runderen, varkens, schapen en geiten) verboden. In de overige delen van Nederland is het vervoer van evenhoevigen in zeer beperkte mate mogelijk en aan stringente voorwaarden verbonden. Op grond van Beschikking 2001/223/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 21 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in Nederland (PbEG L 82) is Nederland in twee delen verdeeld, het zogenoemde annex I-gebied en annex II-gebied. Vers vlees afkomstig uit het annex II- gebied mag, in tegenstelling tot vers vlees afkomstig uit het annex I-gebied, onder voorwaarden worden afgezet buiten Nederland. Levende evenhoevigen afkomstig uit zowel het annex I- als annex II-gebied mogen niet buiten Nederland worden gebracht.
In de toezichtsgebieden ontstaan als gevolg van het vervoersverbod bij met name varkens en kalveren zeer ernstige welzijnsproblemen. Ter vermindering van de meest urgente welzijnsproblemen in de toezichtsgebieden heeft de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij de Regeling subsidie opkoop in beschermings- en toezichtsgebieden MKZ vastgesteld.
In het annex I-gebied buiten de beschermings- en toezichtsgebieden mag vee onder strikte voorwaarden naar bepaalde gespecialiseerde bedrijven worden vervoerd of naar slachterijen worden afgevoerd. Normaliter worden bijna 70% van het varkensvlees en 90% van het kalfsvlees buiten Nederland afgezet. Daarnaast worden onder normale omstandigheden 60.000 biggen per week levend buiten Nederland gebracht. Door het wegvallen van deze afzet en het ontbreken van een markt voor deze producten binnen Nederland worden varkens en kalveren niet geslacht of op een andere wijze afgezet.
Omdat afvoer momenteel achterwege blijft, terwijl op bedrijven biggen worden geboren, en biggen en kalveren doorgroeien, ontstaat op bedrijven een nijpend ruimte gebrek.
Overvolle stallen leiden bij varkens, die in groepshuisvesting zijn gehuisvest, tot agressiviteit en stress. Indien kalveren in groepshuisvesting zijn gehuisvest leiden overvolle stallen tot dezelfde welzijnsproblemen. Bij de individueel gehuisveste kalveren resulteert het langer dan regulier doorgroeien van deze dieren tot grote problemen. Deze dieren ondervinden een acuut ruimte gebrek en kunnen moeilijk worden gevoederd. Daarnaast komen bij kalveren die voor de slacht zijn bestemd vanaf een leeftijd van 30 weken in grote mate ernstige problemen aan poten en gewrichten voor. Op grond van de aanhoudende welzijnsproblematiek heeft het kabinet besloten een opkoopregeling voor varkens en kalveren, en een particuliere opslagregeling voor varkensvlees open te stellen. Door middel van deze opkoop- en particuliere opslagregeling moeten de meest urgente welzijnsproblemen worden verminderd. Bedrijven kunnen zich vrijwillig voor deze opkoop- en particuliere opslagregeling aanmelden.
Een verklaring van een praktiserend dierenarts waaruit de zeer ernstige welzijnsproblemen van de desbetreffende dieren op een bedrijf blijkt, is een voorwaarde om aan de opkoopregeling voor varkens deel te kunnen nemen.
Aangezien bij kalveren, die voor de slacht zijn bestemd en in het bijzonder bij de kalveren die voor de productie van witvlees zijn bestemd, ernstige welzijnsproblemen vanaf een leeftijd van 30 weken voorkomen, kan een verklaring van een praktiserend dierenarts achterwege blijven en komen alle kalveren van 30 weken en ouder voor opkoop in aanmerking.
Aangezien de export van levende varkens uit Nederland nog geruime tijd verboden zal zijn, moet met de opkoop van varkens het aantal dieren op het desbetreffende bedrijf zodanig worden verminderd dat welzijnsproblemen op dat bedrijf voor een langere periode worden voorkomen. Daarvoor is het noodzakelijk dat op het desbetreffende bedrijf
a. alle aanwezige biggen tussen de 4 en 22 dagen oud worden opgekocht,
b. alle aanwezige, tot 40 dagen drachtige, zeugen worden geaborteerd, en
c. geen zeugen worden geïnsemineerd of bevrucht gedurende een periode van 1 maand vanaf de dag waarop de aanvraag wordt ingediend. De bovenstaande verplichting tot het aborteren van zeugen en het fokverbod zijn noodzakelijke maatregelen om herhaaldelijk opkopen ter destructie van zeer jonge biggen te voorkomen.
Aangezien in het annex II-gebied bij biggen dezelfde welzijnsproblemen voorkomen als in het annex I-gebied, het buiten Nederland brengen van levende evenhoevigen vanuit zowel het annex I- als het annex II-gebied is immers niet mogelijk, worden voor biggen in het annex II-gebied analoge maatregelen genomen aan die in het annex I-gebied. Omdat slechts beoogd wordt afvoer van overvolle bedrijven te stimuleren, heeft het kabinet de hoogte van de subsidie voor het ter slacht ter destructie afvoeren van kalveren en het opkopen van biggen vastgesteld op de helft van de gemiddelde kostprijs van de desbetreffende biggen en kalveren.
Door vrijwel geheel ontbreken van een markt voor varkensvlees afkomstig uit het annex I-gebied worden slachtrijpe varkens slechts in zeer geringe mate ter slacht aangeboden. Om de afvoer van varkens op gang te brengen en op die wijze de welzijnsproblemen op bedrijven waar varkens worden gehouden te verminderen vergoedt de overheid de kosten van de particuliere opslag van het vlees voor een bedrag van fl. 1,- per kilogram geslacht gewicht met een maximum van fl. 20.000.000,-. Het varkensvlees wordt in particuliere vrieshuizen opgeslagen. Teneinde te voorkomen dat aan het opgeslagen vlees een zodanige bestemming wordt gegeven dat verstoringen van de mededinging hiervan het gevolg kunnen zijn, wordt aan de vergoeding de voorwaarde verbonden dat de bestemming door de minister wordt goedgekeurd. Teneinde dit goed te kunnen beoordelen zal de minister hiervoor in overleg treden met de Europese Commissie.
LASER is belast met de uitvoering van de onderhavige regeling.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

27 apr 01 15:55

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie