Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Deel 2 verbodsbepalingen aangewezen toezichtsgebieden MKZ

Datum nieuwsfeit: 27-04-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Zoek soortgelijke berichten

Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

www.minlnv.nl

MIN LNV: Deel 2 verbodsbepalingen aangewezen toezichtsgebieden

Artikel 10

1. De vervoerder van mest of de bestuurder van een vervoermiddel, bestemd of kennelijk bestemd voor het vervoer van mest, waarvan het vervoer niet krachtens de artikelen 8 of 9 is verboden is verplicht: a. vervoermiddelen, bestemd of kennelijk bestemd voor het vervoer van mest van vee of pluimvee, en de daarbij behorende voorwerpen, voordat zij een erf van een bedrijf verlaten, te reinigen en ontsmetten bij een installatie die water levert van voldoende druk voor een uit oogpunt van voorkoming van verspreiding van mond- en klauwzeer deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting, en b. een inzichtelijke registratie bij te houden en die tot nader order te bewaren. De registratie omvat in elk geval de volgende gegevens:
- adres en plaats van de bezochte bedrijven;
- de hoeveelheid vervoerde mest;

- de gereden route, en

- datum en tijdstip van het vervoer.

2. De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde reiniging en ontsmetting geschiedt overeenkomstig bijlage II van de Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000. Artikel 11

1. Het is verboden rauwe melk te vervoeren of vervoermiddelen kennelijk bestemd voor het vervoer van melk te verplaatsen binnen het toezichtsgebied.

2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet indien de rauwe melk wordt vervoerd door middel van een vervoermiddel dat uitsluitend voor het vervoer van rauwe melk uit het toezichtsgebied is bestemd, vanaf een of meer bedrijven waar evenhoevigen worden gehouden, naar een melkfabriek, welke voor de verwerking van melk, afkomstig uit het toezichtsgebied, is ingericht.

3. Het is toegestaan dat ook de rauwe melk van buiten het toezichtsgebied, wordt gebracht naar een in het tweede lid bedoelde melkfabriek, mits deze melk wordt vervoerd met een vervoermiddel dat uitsluitend voor dat doel is bestemd en derhalve geen vervoermiddel is als bedoeld in het tweede lid.

4. De melk wordt in de fabriek, bedoeld in het tweede of derde lid, behandeld overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van Beschikking 2001/223/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 21 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in Nederland (PbEG L 82).
5. De vervoerder van rauwe melk of de bestuurder van een vervoermiddel, bestemd of kennelijk bestemd voor het vervoer van rauwe melk, binnen het toezichtsgebied, is verplicht: a. ervoor zorg te dragen dat na ieder bezoek aan een bedrijf, waar evenhoevigen worden gehouden, de wielkasten van dat vervoermiddel alsmede andere voorwerpen, voordat het vervoermiddel het bedrijf verlaat, worden gereinigd en ontsmet, overeenkomstig een door de Minister goedgekeurd hygiëneprotocol;
b. een inzichtelijke registratie bij te houden en tot nader order te bewaren, waarin in elk geval de volgende gegevens worden opgenomen:
- adres en plaats van de bezochte bedrijven;
- de hoeveelheid vervoerde melk;

- de gereden route, en

- datum en tijdstip van het vervoer.
Artikel 12

1. Het is verboden voeders, waaronder begrepen ruwvoer, voor vee dan wel pluimvee te vervoeren of vervoermiddelen kennelijk bestemd voor het vervoer van voeders, waaronder begrepen ruwvoer, voor vee dan wel pluimvee, te verplaatsen binnen het toezichtsgebied.
2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet indien de voeders, niet zijnde ruwvoer voorzover afkomstig van een plaats waar evenhoevigen worden gehouden, rechtstreeks worden vervoerd van een bedrijf waar deze voeders zijn vervaardigd of opgeslagen naar een detailhandelaar of een bedrijf, waaronder begrepen het eigen bedrijf, waar vee of pluimvee wordt gehouden, mits de vervoerder: a. er voor zorg draagt dat na ieder bezoek aan een bedrijf, waar vee of pluimvee wordt gehouden, de wielkasten van dat vervoermiddel alsmede andere voorwerpen, voordat het vervoermiddel het bedrijf verlaat, worden gereinigd en ontsmet, overeenkomstig een door de Minister goedgekeurd hygiëneprotocol;
b. een inzichtelijke registratie bijhoudt, welke tot nader order dient te worden bewaard. De registratie omvat in elk geval de volgende gegevens:

- aard en hoeveelheid van de vervoerde diervoeders;
- in geval van ruwvoer: de herkomst van het ruwvoer;
- adres en plaats van de bezochte bedrijven;
- de gereden route, en

- datum en tijdstip van het vervoer.

3. Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing op het rechtstreeks vervoer van verpakte voeders voor vee en pluimvee van een detailhandelaar naar een consument.

4. Dit artikel is niet van toepassing op het vervoer van voeders voor vee en pluimvee door middel van schepen op binnenwateren.
5. In afwijking van de aanhef van het tweede lid is in de in artikel 1 van de Regeling noodvaccinatie mond- en klauwzeer 2001 bedoelde vaccinatiezones, de in het tweede lid bedoelde verplichting van rechtstreekse vervoer niet van toepassing, mits: a. toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, onderdelen a en b; b. het vervoermiddel bij het verlaten van de vaccinatiezone wederom wordt gereinigd en ontsmet overeenkomstig het tweede lid, onderdeel a;
c. het vervoer plaatsvindt met een daartoe door de Minister aangewezen vervoermiddel;
d. de aangewezen vervoermiddelen geen voeders afleveren op bedrijven in een ander gebied dan de vaccinatiezone als bedoeld in de aanhef, en
e. het vervoer rechtstreeks plaatsvindt van het bedrijf waar deze voeders zijn vervaardigd of opgeslagen naar de vaccinatiezone. Artikel 13

1. De houder van evenhoevigen is verplicht maatregelen te nemen zodat elk contact tussen bezoekers en evenhoevigen is uitgesloten en al het noodzakelijke te doen, dan wel na te laten om te voorkomen dat besmetting met of verspreiding van mond- en klauwzeer zich voordoet. Onder al het noodzakelijke wordt tenminste verstaan het aanbrengen van fysieke afscheidingen.

2. Het is de houder, bedoeld in het eerste lid, toegestaan: a. politie, huisartsen, alsmede ambulance en brandweer en soortgelijke noodhulpdiensten;
b. monteurs of loonwerkers, indien er een acuut gevaar voor de gezondheid van evenhoevigen aanwezig is en werkzaamheden van de monteur of loonwerker noodzakelijk zijn om deze situatie op te heffen;
c. dierenartsen, waaronder inbegrepen zij, die zijn aangewezen krachtens de Regeling inzet studenten bij mond- en klauwzeer 2001, alsmede veeverloskundigen, voorzover zij, behoudens spoedgevallen, uitsluitend binnen één van de afzonderlijke gebieden, bedoeld in bijlage I, hun werkzaamheden verrichten;
d. degenen die in het kader van de minimaal noodzakelijke dierverzorging op het bedrijf aanwezig zijn,
in contact te laten komen met evenhoevigen, mits ten aanzien van de personen is voldaan aan de in het derde lid omschreven voorwaarden.
3. De in het tweede lid bedoelde voorwaarden zijn: a. de bezoeker ondergaat een afdoende reinigings- en ontsmettingsbehandeling overeenkomstig een door de Minister goedgekeurd hygiëneprotocol voordat deze een bedrijfsgebouw betreedt, alsmede voordat deze het bezochte bedrijf, waar evenhoevigen gehouden worden, verlaat;
b. de houder van evenhoevigen houdt een register bij van alle bezoeken, waarin tenminste wordt opgenomen:

- naam, adres en woonplaats van de bezoeker;
- reden van het bezoek;

- voorzover het bezoek plaatsvindt met een vervoermiddel: aard en kenteken van het vervoermiddel, en

- tijdstip van aankomst en vertrek van de bezoeker. c. indien het gebruik van gereedschappen noodzakelijk is, gebruikt de bezoeker zoveel mogelijk de reeds op het bedrijf aanwezige gereedschappen. Indien de benodigde gereedschappen niet op het bedrijf aanwezig zijn, draagt de bezoeker zorg voor een afdoende reiniging en ontsmetting van de gebruikte gereedschappen, overeenkomstig een door de Minister goedgekeurd hygiëneprotocol.
d. Indien een persoon als bedoeld in het tweede lid, onderdelen b tot en met e, bij het afleveren gebruik maakt van een vervoermiddel, is de bestuurder van dit vervoermiddel verplicht:

1. ervoor zorg te dragen dat na ieder bezoek aan een bedrijf, waar evenhoevigen worden gehouden, de wielkasten van dat vervoermiddel alsmede andere voorwerpen, voordat het vervoermiddel het bedrijf verlaat, worden gereinigd en ontsmet, overeenkomstig een door de Minister goedgekeurd hygiëneprotocol;

2. een inzichtelijke registratie bij te houden en tenminste 24 uur op het vervoermiddel voorhanden te hebben en daarna tot nader order te bewaren, waarin in elk geval de volgende gegevens worden opgenomen:
- adres en plaats van de bezochte bedrijven;
- de hoeveelheid vervoerde opgehaalde of afgeleverde goederen;
- de gereden route, en

- datum en tijdstip van het vervoer.
Artikel 14

1. Het vervoer van destructiemateriaal binnen het toezichtsgebied, is verboden.

2. Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing op het vervoer van destructiemateriaal als bedoeld in de Destructiewet naar een in artikel 5 van de Destructiewet bedoelde onderneming alsmede het vervoer van destructiemateriaal van voornoemde onderneming naar een bedrijf ter vernietiging van het materiaal, mits: a. de vervoerders van het destructiemateriaal door de Minister daartoe zijn aangewezen;
b. het vervoer naar het bedrijf waar zich het betrokken destructiemateriaal bevindt, alsmede het vervoer naar de in artikel 5 van de Destructiewet bedoelde onderneming geschiedt langs een door de Minister aangewezen route;
c. de voor dat vervoer gebruikte vervoermiddelen tijdens het vervoer op zodanige wijze zijn afgedekt dat verspreiding van smetstof niet kan plaatsvinden;
d. de voor dat vervoer gebruikte vervoermiddelen het in bijlage I bedoelde gebied uitsluitend verlaten langs een door de Minister aangewezen plaats;
e. het betrokken vervoermiddel alsmede andere voorwerpen bij aankomst op en voor vertrek vanaf het bedrijf wordt gereinigd en ontsmet overeenkomstig een door de Minister goedgekeurd hygiëneprotocol, en f. de inzittenden bij het verlaten en het opnieuw betreden van het betrokken vervoermiddel op het bedrijf, bedoeld in onderdeel a, een afdoende reinigings- en ontsmettingsbehandeling ter voorkoming van smetstofverspreiding ondergaan.

3. Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel a, worden geen vervoerders van laag-risico-materiaal als bedoeld in de Destructiewet, aangewezen.
Artikel 15

1. Onverminderd de artikelen 4 en 6 draagt iedere eigenaar, houder of hoeder van vee of pluimvee in het toezichtsgebied ervoor zorg dat het vee en het pluimvee zijn verblijfplaats niet verlaat.
2. In afwijking van het eerste lid is het de eigenaar, houder of hoeder toegestaan om biggen, zonder gebruikmaking van de openbare weg, naar een op het bedrijf gelegen tijdelijke huisvesting te leiden. Artikel 16

1. De verboden, bedoeld in de artikelen 8, 9, 11 en 12 zijn niet van toepassing op het vervoer van mest, rauwe melk en diervoeders, dat, onderscheidenlijk die, in het kader van maatregelen als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel g, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren onder toezicht van een keuringsdierenarts van de Rijksdienst van de keuring van Vee en Vlees van een bedrijf wordt, onderscheidenlijk worden, afgevoerd voor onschadelijkmaking.
2. Indien bij het in het eerste lid bedoelde vervoer gebruik gemaakt wordt van een vervoermiddel wordt het betrokken vervoermiddel alsmede andere voorwerpen voor vertrek vanaf het bedrijf gereinigd en ontsmet overeenkomstig een door de Minister goedgekeurd hygiëneprotocol. Artikel 17
Deze regeling laat de op grond van artikel 25 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren geldende beperkingen onverlet. Artikel 18
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verbodsbepalingen aangewezen toezichtsgebieden mond- en klauwzeer 2001. Artikel 19
De Regeling toezichtsgebied Oene mond- en klauwzeer 2001, de Regeling toezichtsgebied Kootwijkerbroek mond- en klauwzeer 2001 II en de Regeling toezichtsgebied Ee mond- en klauwzeer 2001 worden ingetrokken.
Artikel 20
Deze regeling wordt op 27 april 2001 om 1.15 uur bekendgemaakt aan de media en treedt onmiddellijk daarna in werking. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER
EN VISSERIJ,

overeenkomstig het door de Minister genomen besluit, DE DIRECTEUR-GENERAAL,
ir. J.F. de Leeuw

27 apr 01 01:18

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie