Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Geannoteerde agenda informele Alg. Raad Buitenlandse Zaken

Datum nieuwsfeit: 27-04-2001
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

www.minbuza.nl/content.asp?Key=413762



Aan de Voorzitters van de Algemene Commissie voor Europese Zaken en van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer der Staten Generaal Binnenhof 4 Den Haag Directie Integratie Europa Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag

Datum 24 april 2001 Auteur P. J. Kleiweg de Zwaan

Kenmerk DIE/247 Telefoon 31-70-348 5819

Blad /9 Fax 31-70-348 6381

Bijlage(n) E-mail (pj.kleiweg@minbuza.nl)

Betreft Informele Algemene Raad ("Gymnich") van 5-6 mei alsmede geannoteerde agenda van de Algemene Raad van 14 en 15 mei

Zeer geachte Voorzitter,

In verband met het Algemeen Overleg van donderdag 26 april heb ik de eer U hierbij aan te bieden een eerste overzicht van de onderwerpen die het Voorzitterschap voornemens is te bespreken op de informele Algemene Raad van 5 en 6 mei in Nyköping. De gebruikelijke brief van het Voorzitterschap komt naar verwachting eerst op 27 april beschikbaar. Deze zal Uw Kamer worden nagezonden.

De agenda van de Algemene Raad van 14 en 15 mei wordt pas vastgesteld in de week van 30 april. Op basis van de voorlopige regeling van werkzaamheden die het Voorzitterschap in december 2000 heeft opgesteld, gaat U tevens toe een annotatie over onderwerpen die thans zijn voorzien, voor zover deze al niet aan de orde komen tijdens de informele Algemene Raad.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Geannoteerde agenda van de informele Algemene Raad van 5-6 mei alsmede van de Algemene Raad van 14-15 mei 2001

Informele Algemene Raad ("Gymnich")

Uitbreiding

Het Gymnich-overleg biedt de gelegenheid de balans op te maken van de eerste vier maanden van het Zweedse Voorzitterschap en vooruit te kijken naar de Europese Raad van Gotenburg. Mogelijk gaat de gedachtewisseling ook over enkele politiek gevoelige hoofdstukken die onder het Zweedse Voorzitterschap met de meest gevorderde kandidaten zullen worden afgesloten, zoals het vrij verkeer van personen.

Ten aanzien van het vrij verkeer van personen zal de regering op korte termijn haar standpunt bepalen. Begin mei zal Uw Kamer daarover een notitie toegaan.

Nederland hoopt dat de Europese Raad van Gotenburg zal kunnen vaststellen dat het eerste deel van de "road map" geheel volgens planning is afgerond en dat, mede dankzij de voorbereidingen die reeds voor het tweede deel zijn getroffen, de ambities voor de komende twaalf maanden niet in negatieve zin hoeven worden bijgesteld. Mogelijk zal tijdens het Gymnich-overleg de vraag opkomen in hoeverre de EU zich nader zou moeten uitspreken over het moment van eerste toetredingen. Naar mijn oordeel biedt de EU hierover op dit moment al voldoende duidelijkheid. De Europese Raad van Nice heeft immers duidelijk aangegeven dat de strategie van de Commissie de Unie in staat zal stellen nieuwe lidstaten op te nemen vanaf eind 2002, en de hoop uitgesproken dat deze nieuwe lidstaten zullen kunnen deelnemen aan de volgende verkiezingen van het Europees Parlement (voorzien voor medio 2004).

Noord-Korea

Tijdens de Europese Raad van Stockholm is op voorstel van de Zweedse Premier Persson afgesproken dat hij als Voorzitter van de ER een bezoek zal brengen aan o.m. Noord-Korea. Dat bezoek zal in de eerste week van mei a.s. plaatsvinden. Tijdens het Gymnich-overleg zal het Voorzitterschap verslag doen van het bezoek.

Voor het aanhalen van banden tussen de EU en Noord-Korea is o.m. van belang dat kan worden gesproken over alle zorgpunten van de EU, zoals veiligheidskwesties, raketproliferatie, mensenrechten, uitblijvende economische en politieke hervormingen en de gebrekkige toegang van humanitaire hulporganisaties tot noodgebieden.

Nederland ziet dan ook met belangstelling uit naar de indrukken en uitkomsten van de gesprekken van de Zweedse premier met de Noordkoreaanse autoriteiten.

Westelijke Balkan

Mede op basis van de uitkomst van de verkiezingen in Montenegro van 22 april zal gesproken worden over het EU-beleid, ook op de langere termijn, ten aanzien van de Westelijke Balkan. De toekomstige relatie tussen Servië en Montenegro, de ontwikkelingen in Kosovo (voorziene verkiezingen dit jaar en de statuskwestie), de voortgang met "Dayton" in Bosnië, de interne dialoog in Macedonië en de spanning in de Presevo-vallei (Zuid-Servië) zullen om blijvende aandacht vragen. Daar staat tegenover dat o.a. de democratische omwentelingen in Kroatië en de FRJ, alsmede de toegenomen intra-regionale samenwerking, een gunstig perspectief bieden voor de stabiliteit en ontwikkeling op de Balkan. Van cruciaal belang in dit verband is het Stabilisatie- en Associatieproces, dat op termijn zou moeten uitmonden in toetreding van de Balkan-landen tot de Unie. Om vaart te houden in het Stabilisatie- en Associatieproces zullen in de eerste plaats de betrokken landen zelf hun verantwoordelijkheid moeten nemen door te voldoen aan de bekende conditionaliteiten (democratisering, samenwerking met ICTY, gezond macro-economisch beleid etc.) en onderling nauw samen te werken.

In dit kader zal er worden stilgestaan bij de vorderingen van de interne multi-etnische dialoog in Macedonië waartoe de partijen zich hebben verbonden bij de ondertekening van de Stabilisatie en Associatieovereenkomst op 9 april jl.

Toekomst van Europa

Er zal worden gesproken over vorm en inhoud van het debat over de toekomst van de Europese Unie, waartoe de Verklaring bij het Verdrag van Nice opriep. Deze bespreking volgt op de eerdere bespreking tijdens de Algemene Raad van 9 en 10 april jl. Ditmaal zullen ook de kandidaat-lidstaten deelnemen aan de (lunch)bespreking. Dit is van belang, omdat zij ook actief betrokken zullen worden bij het vervolg van het debat over de toekomst van de Unie.

Het voorzitterschap zal een eerste verslag over het toekomstdebat uitbrengen aan de Europese Raad van Gotenburg op 15 en 16 juni a.s. Op basis van dat verslag zal de Europese Raad van Laken (14 en 15 december a.s.) een verklaring aannemen waarin zal worden aangegeven hoe het debat verder wordt gevoerd.

Medio mei gaat Uw Kamer een notitie toe waarin nader zal worden ingegaan op het standpunt van de Regering over de Toekomst van Europa.

Nederland zal in Europees verband aandringen op een bredere agenda voor het debat dan de vier in de verklaring bij het Verdrag van Nice genoemde onderwerpen. De grote uitdagingen waar de Unie voor staat en de behoeften van haar burgers dienen het vertrekpunt te zijn voor het debat over de toekomst.

Midden Oosten Vredesproces

Hoewel nog niet als agendapunt aangekondigd, is het waarschijnlijk dat de ministers over de situatie in het Midden Oosten zullen spreken in het licht van de recente ontwikkelingen in de regio.

Nederland zal zich daarbij opnieuw richten op het belang dat zowel Israël als de Palestijnse autoriteit zich inzetten voor doorbreking van de geweldsspiraal. De rol van de EU zal er in eerste plaats in zijn gelegen om die doelstelling naderbij te brengen en voorts te helpen bevorderen dat de partijen met elkaar in gesprek blijven, zo mogelijk op basis van vertrouwenwekkende maatregelen gericht op het vergroten van de veiligheid.

Algemene Raad 14-15 mei

Voorbereiding ER Gotenburg, 15/16 juni

Het Voorzitterschap zal naar verwachting een korte presentatie geven over de Europese Raad die op 15 en 16 juni in Gotenburg zal worden gehouden, en zijn gedachten over de agenda van de ER ontvouwen. Zoals bekend zullen in Gotenburg twee onderwerpen centraal staan: uitbreiding en duurzaamheidsstrategie. Waarschijnlijk zal en marge van de ER een topontmoeting met de VS plaatsvinden, waarvoor President Bush zal worden uitgenodigd. Het ligt in de lijn der verwachting dat de agenda van de ER op de AR van 11 en 12 juni en detail zal worden besproken.

EVBD

Bij dit agendapunt zullen ook de Ministers van Defensie aanwezig zijn. Naar alle waarschijnlijkheid zal de Raad onder dit agendapunt twee ontwerp-Gemeenschappelijk Optredens goedkeuren, waarin de modaliteiten voor de overname van het satellietcentrum en het veiligheidsinstituut van de WEU door de EU zijn vastgelegd. Het WEU veiligheidsinstituut zal onder de naam EU Institute for Security Studies verder gaan, het satellietcentrum van de WEU als EU Satellite Centre. De politieke aansturing van beide centra zal gebeuren door het Politiek en Veiligheidscomité (PSC), de operationele aansturing door de HV GBVB, de heer Solana.

Over de onderwerpen 'oefeningen en oefen-beleid', 'review mechanism' en 'financiering van EU-operaties' waarvan bespreking tevens voor de hand had gelegen, bestaat nog geen overeenstemming. Naar verwachting zullen deze in de AR van 11 en 12 juni aan de orde komen of doorgeschoven worden naar het Belgische Voorzitterschap.

Verordening openbaarheid (artikel 255 EG)

Afhankelijk van de besprekingen in Coreper zal het Voorzitterschap aan de Algemene Raad een ontwerp-verordening voorleggen met een regeling voor de EU-instellingen m.b.t. de toegang tot documenten. Over de inhoud van dit ontwerp bestaat volgens het Voorzitterschap overeenstemming met de desbetreffende rapporteurs van het Europees Parlement. Het Europees Parlement zal naar alle waarschijnlijkheid begin mei plenair het ontwerp stemmen.

De huidige versie van de ontwerp-verordening is een duidelijke verbetering t.o.v. het Commissievoorstel en komt in veel opzichten tegemoet aan de Nederlandse wensen:


- ook interne documenten en gerubriceerde documenten vallen onder de verordening;


- een besluit tot het niet-vrijgeven van een document moet gepaard gaan met een duidelijke motivering;


- er zijn minder uitzonderingsgronden opgenomen en deze zijn preciezer geformuleerd;


- er vindt een belangenafweging plaats bij een aantal uitzonderingsgronden (commerciële belangen, Hofzaken of inspecties) waarbij een afweging wordt gemaakt tussen het te beschermen belang en het publieke belang dat met vrijgave is gediend;


- de lidstaten besluiten volgens hun nationale regelingen over een (niet-gerubriceerd) document van een EU-instelling (hierbij zal de lidstaat een niet-bindend advies bij de desbetreffende instelling inwinnen).

Nederland heeft consequent geijverd voor opname van een belangenafweging bij alle uitzonderingsgronden (openbare veiligheid, defensie en militaire aangelegenheden, internationale betrekkingen, financieel-economisch beleid). Nederland staat hierin echter alleen.

De Nederlandse wens om voor niet-gerubriceerde documenten in het geheel af te zien van een adviesplicht is in de huidige ontwerp-verordening evenmin overgenomen.

Over de huidige tekst bestaat nog geen overeenstemming. Zo wensen de meer restrictieve lidstaten een uitbreiding van de uitzonderingsgronden en dringen zij aan op een bindend adviesrecht van de instellingen in het kader van nationale procedures over toegang tot niet-gerubriceerde EU-documenten.

Voorts bestaat nog discussie over de vraag hoe moet worden omgegaan met verzoeken om gerubriceerde documenten (`Top Secret', `Secret' en `Confidential'). In de ontwerp-verordening staat nu dat de lidstaten passende maatregelen zullen nemen om te verzekeren dat bij verzoeken om toegang tot gerubriceerde documenten de uitgangspunten van de verordening worden gerespecteerd. Met name enkele Scandinavische landen hebben een constitutioneel bezwaar tegen deze formulering die formeel een relatie legt met hun nationale regelgeving.

De voorliggende ontwerp-verordening is een verbetering ten opzichte van de bestaande regelingen. Voorts is het een vooruitgang ten opzichte van het zogenaamde Solana-besluit van zomer 2000, omdat in de ontwerp-verordening geen generieke uitzondering wordt gemaakt voor gerubriceerde documenten.

Voorbereiding EU-Rusland Top (17 mei)

Voorzien is een voorbespreking met het oog op de EU-Rusland Top van 17 mei in Moskou. Nederland zal daarbij aandringen op een evenwichtige agenda.

Enerzijds dient de EU Rusland te blijven assisteren en aanmoedigen bij het implementeren van economische hervormingen (inclusief toetreding op termijn tot de WTO) en het opvangen van de negatieve gevolgen van de transitie. De problematiek van Kaliningrad, de gevolgen van EU-uitbreiding en EU-Russische handelsbetrekkingen lenen zich in dit kader voor bespreking. Binnen deze onderwerpen moet een goede balans gehouden worden tussen stimulering waar mogelijk en kritiek waar noodzakelijk (gebrek aan voortgang bij hervormingen, gebrek aan overtuigende politieke signalen over de wil het investeringsklimaat te verbeteren ook voor buitenlandse partners).

Anderzijds zal de EU Rusland moeten blijven aanspreken op zijn verplichtingen en verantwoordelijkheid op het gebied van opbouwen van de rechtsstaat, mensenrechten en democratie. In het bijzonder zal daarbij de aandacht moeten uitgaan naar Tsjetsjenië alsmede het vraagstuk van de onafhankelijkheid van de media.

Wil het strategische partnerschap met Rusland bestendigen, dan zijn beide elementen van even groot belang in de EU-Rusland dialoog.

Transatlantische betrekkingen

In vervolg op de Mededeling van de Commissie over de versterking van de Transatlantische Betrekkingen die op de Algemene Raad van 9 april werd besproken, is een verdere discussie verwachtbaar over de wijze waarop in 2002 scherpere prioriteiten kunnen worden gesteld in de transatlantische agenda. Nederland meent dat de dialoog met de VS een brede, politieke, agenda moet hebben, en verder moet gaan dan louter eerste pijler aangelegenheden. Zo moeten ook veiligheidsvraagstukken en samenwerking op het gebied van bestrijding van georganiseerde criminaliteit worden geïntensiveerd. Ook dient milieu, mede gezien de opstelling van de VS inzake het Protocol van Kyoto, prominent op de agenda van de Toppen in 2002 te figureren. De EU dient zich te blijven inspannen om de VS op dit belangrijke dossier aan boord te houden.

ASEM
( bijeenkomst van Ministers van Buitenlandse Zaken)

Op 24 en 25 mei zal te Peking een bijeenkomst plaatsvinden van ministers van Buitenlandse Zaken in het kader van de Asia Europe Meeting (ASEM). Dit Europees-Aziatische samenwerkingsverband, dat in 1997 van start is gegaan, beoogt de dialoog en samenwerking op diverse terreinen tussen Europa en Azië te bevorderen. Aan EU-zijde nemen de Lidstaten en de Commissie deel, aan Aziatische zijde China, Japan, Zuid-Korea, Indonesië, Maleisië, Thailand, Singapore, Vietnam, de Filippijnen en Brunei.

Het ASEM-forum heeft onder invloed van de politieke en economische ontwikkelingen in Azië de laatste jaren aan belang gewonnen. Ik zal namens de Regering aan de ministeriële bijeenkomst deelnemen. Bovendien wil ik van de gelegenheid gebruik maken om en marge van de vergadering bilaterale gesprekken te voeren met de gastheer, mijn Chinese collega Minister Tang alsmede mijn Indonesische evenknie Shihab.

Plan van aanpak voor de versnelde actie ter bestrijding van de belangrijkste infectieziekten in het kader van armoedebestrijding

Op de agenda van de Raad zal staan het actieplan van de Commissie ten aanzien van de bestrijding van infectieziekten. De Commissie wil het Actieplan tijdens de derde MOL's conferentie (14-20 mei) presenteren. Omdat de Raad Ontwikkelingssamenwerking ná deze conferentie zal plaatsvinden (31 mei) wil het Voorzitterschap dat de Algemene Raad zich op 14 mei reeds over het Actieplan uitspreekt.

De Commissie is op verzoek van de Raad gekomen met een actieplan ter bestrijding van een drietal infectieziekten die arme landen onevenredig zwaar treffen, te weten HIV/AIDS, Malaria en Tuberculose. Het document identificeert drie terreinen voor actie:


· streven naar een optimale impact van de bestaande interventies, met name gericht op het bereiken van de arme bevolkingsgroepen;


· vergroten van de toegankelijkheid van farmaceutica (vaccins en geneesmiddelen) door middel van een samenhangende aanpak;


· vergroten van de investeringen in onderzoek en ontwikkeling van globale publieke goederen (medicijnen en vaccins) die gericht zijn op de drie belangrijkste infectieziekten.

De Raadsconclusies die thans worden voorbereid zijn in lijn met het Nederlandse idee ten aanzien van de bestrijding van infectieziekten in het kader van armoedebestrijding. Nederland heeft steeds benadrukt dat de toegevoegde waarde van een Commissie-initiatief met name ligt op het gebied van coherentie tussen gezondheid- en handelsbeleid en niet op gebied van algemeen gezondheidsbeleid. Een zeer belangrijk raakvlak tussen handel en gezondheidszorg zijn de erkenning van de afspraken die in WTO-verband zijn gemaakt, met name de waarborgen binnen het TRIPS-akkoord (Trade Related aspects of Intellectual Property Rights) die landen de ruimte geven onder bepaalde omstandigheden (volksgezondheidbelangen) dwanglicenties af te geven. Het Actieplan kan worden gezien als een belangrijk politiek statement waarin de Commissie niet alleen streeft naar beleidscoherentie maar ook afstand neemt van eerdere uitlatingen over WTO/TRIPs waarin de vrijwaringsclausules aanzienlijk strakker werden geïnterpreteerd.

De positieve uitkomst van het geschil tussen de Zuid-Afrikaanse regering en de farmaceutische industrie inzake productie en import van betaalbare medicijnen (in het bijzonder AIDS-remmers) in Zuid-Afrika, stemt tot optimisme.

(evt.)
Voorbereiding van de vierde WTO Ministeriële Conferentie

Mogelijk - indien daartoe aanleiding is, hetgeen op dit moment nog niet is te overzien - zal de Commissie onder dit punt nadere informatie verschaffen over de stand van zaken met betrekking tot de vierde Ministeriële WTO Conferentie, die in dit najaar te Doha (Qatar) zal worden gehouden.

In de marge:

Associatie-akkoord EU-Egypte

En marge van de Algemene Raad zal de associatie-overeenkomst tussen de EU en Egypte worden ondertekend. Dit gemengde akkoord, over de tekst waarvan reeds in 1999 overeenstemming werd bereikt, werd recent door Egypte geparafeerd. De EU deed dit al eerder, en derhalve kan het akkoord nu worden ondertekend door de Commissie en de Lidstaten enerzijds en Egypte anderzijds.

Het akkoord is het zesde in de rij van zogenaamde Euro-mediterrane akkoorden. Eerder werden deze al met Israël, Marokko, Tunesië en Jordanië gesloten, en er is een interim associatie-akkoord met de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) uit naam van de Palestijnse Autoriteit. Het akkoord met Egypte bevat, zoals ook de eerdere verdragen, onder meer bepalingen over een politieke dialoog, sociale- en consulaire aangelegenheden waaronder een terug- en overnameclausule, handelsliberalisering en economische samenwerking.

Samenwerkingsraad Oekraïne en Moldavië

En marge zullen bijeen komen de Samenwerkingsraden met Oekraïne en Moldavië.


- Oekraïne

De Partnerschap en Samenwerkingsovereenkomst en de in december 1999 aangenomen Gemeenschappelijke Strategie Oekraïne zijn de belangrijkste kaders waarin de samenwerking tussen de EU en Oekraïne wordt uitgevoerd.

De EU zal het belang van verdere hervormingen van de Oekraïense economie onderstrepen, in het bijzonder in de agrarische en energie sector. Ook zal de regering worden opgeroepen om het investeringsklimaat te verbeteren teneinde buitenlandse investeringen te kunnen aantrekken. Toetreding tot de WTO is een belangrijk instrument om economische groei te bewerkstelligen en investeringen te bevorderen.

De politieke dialoog zal zich ondermeer richten op de vrijheid van de media. De EU zal aandringen op een transparant onderzoek naar de verdwijning in 2000 van de journalist Gongadze. Verder zullen aan de orde komen de relatie Oekraïne-Rusland en de gevolgen van de uitbreiding van de EU op de betrekkingen EU-Oekraïne.


- Moldavië

De onderwerpen die tijdens de samenwerkingsraad zullen worden besproken zijn o.a. de zeer zorgwekkende macro-economische toestand in Moldavië, de binnenlands politieke situatie en de ontwikkelingen m.b.t. de Moldavische regio Transdniestrië die zich eenzijdig onafhankelijk heeft verklaard.

De EU zal de nieuwe regering (bestaande uit voormalig Communisten) aansporen versneld economische hervormingen door te voeren en de hoop uitspreken dat de betrekkingen tussen de Moldavische regering en de Bretton Woods instellingen worden hersteld. De EU zal bij de nieuwe regering ook aandringen op het voeren van een structureel armoedebestrijdingbeleid. De EU is bereid via onder meer het TACIS-programma Moldavië daarbij te assisteren.

Kenmerk
DIE/247
Blad /1

===

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie