Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verbodsbepalingen aangewezen toezichtsgebieden MKZ 2001

Datum nieuwsfeit: 27-04-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Dossier MKZ

Regeling verbodsbepalingen aangewezen toezichtsgebieden mond- en klauwzeer 2001
dd. 27-04-2001 01:15 uur

27 april 2001

Toelichting

De onderhavige regeling strekt tot vervanging van de in verband met mond- en klauwzeer ingestelde afzonderlijke regelingen voor toezichtsgebieden. In de plaats van die regelingen treedt de onderhavige regeling, die zowel voor wat betreft de systematiek als voor wat betreft de op de verboden geldende uitzonderingen, wijzigingen aanbrengt.

De systematische wijziging van de regelingen met betrekking tot de toezichtsgebieden impliceert dat thans een enkele regeling voor de in de bijlage aangewezen gebieden van kracht is. Voor de eventueel noodzakelijke differentiatie van regimes in de van toepassing zijnde bepalingen voor de afzonderlijke gebieden is voorzien in de aanwijzing van die bepalingen, hetgeen eveneens in de bijlage bij deze regeling plaatsvindt (artikel 2). Vooralsnog gelden thans voor alle gebieden (Ee/Anjum, Oene en Kootwijkerbroek) dezelfde verbodsbepalingen en uitzonderingen daarop. Indien de veterinaire situatie wijzigt kan binnen deze systematiek een op de veterinaire situatie afgestemde differentiatie tussen de gebieden worden aangebracht. Ditzelfde geldt overigens voor het geval onverhoopt een nieuw gebied zou moeten worden aangewezen.

Ten aanzien van de met de onderhavige regeling gewijzigde regimes in de respectievelijke gebieden zij gewezen op het volgende.

Met de onderhavige regeling wordt het regime voor Ee/Anjum gelijk getrokken met de reeds geldende soepeler regimes voor Oene en Kootwijkerbroek. Voorts worden - voor alle gebieden - de volgende versoepelingen doorgevoerd.

In artikel 9, tweede lid, wordt in de toezichtsgebieden thans toegestaan dat mest ook mag worden vervoerd naar een tot hetzelfde bedrijf behorende perceel, indien dat leidt tot overschrijding van de openbare weg. Indien gebruik wordt gemaakt van de openbare weg, dient gebruik te worden gemaakt van een afgesloten tankwagen, niet zijnde een mestaanwendingsapparaat, die de openbare weg tijdens het transport niet verlaat, ook niet tijdens het afleveren. In hetzelfde artikellid wordt thans toegestaan dat varkensmest onder dezelfde voorwaarden wordt vervoerd naar een ander bedrijf binnen het toezichtsgebied, indien op dat andere bedrijf geen evenhoevigen worden gehouden.

In artikel 9, derde lid, wordt thans toegestaan dat mest kan worden vervoerd vanuit het toezichtsgebied naar gebied Noord 2 en Noord 3, bedoeld in de Regeling compartimentering Nederland mond- en klauwzeer 2001 II. De mest dient uit een op grond van de Regeling voorraden Meststoffenwet geregistreerde opslag te komen waaraan op of na 21 februari 2001 geen mest is toegevoegd. Het vervoer dient voorafgaand te worden gemeld. De melding zal in de praktijk plaatsvinden bij het Bureau Heffingen te Assen. De mest dient te worden vervoerd naar een eveneens op grond van de Regeling voorraden Meststoffenwet aangemelde opslag, waar de mest tenminste een dag in aanwezig blijft. Door Bureau Heffingen kan op grond van de op grond van de Meststoffenwet geldende administratieve verplichtingen naderhand nagaan worden of aan de op grond van deze regeling gestelde eisen is voldaan.

In artikel 9, vierde lid, wordt toegestaan dat een (lege) opslag in het toezichtsgebied wordt benut voor het opslaan van mest. Voorwaarde is wel dat de mest in die opslag blijft, tot een nader te bepalen moment.

In artikel 13 wordt het bezoek aan bedrijven geregeld. In navolging van de vergelijkbare bepaling van de Regeling compartimentering Nederland mond- en klauwzeer 2001 II is thans gekozen voor een nieuwe formulering van de bezoekersbepaling, die een minder star regime herbergt en meer armslag geeft voor de houders van evenhoevigen. De houder zal ervoor zorg moeten dragen dat contact tussen bezoekers en evenhoevigen niet mogelijk is. Daarnaast is de houder verplicht om alles in het werk te stellen om te voorkomen dat besmetting met en/of verspreiding van het mond- en klauwzeervirus kan plaatsvinden. Zolang hij de norm naleeft, is het toegestaan om bezoekers op zijn bedrijf te ontvangen. Dit alles neemt niet weg dat de houder strafrechtelijk kan worden vervolgd indien de maatregel niet wordt nageleefd. Er zij op gewezen dat dit kan leiden tot forse boetes. Ook is het noodzakelijk dat de houder voorkomt dat bezoekers in contact komen met bedrijfsafval en andere zaken, die het mond- en klauwzeervirus kunnen dragen; hierbij wordt vooral gedacht aan bijvoorbeeld rauwe melk en mest. Recreatieoorden, zoals dierentuinen, campings maar ook zogenaamde boerderijcampings, kunnen in beginsel geopend blijven, mits de bepalingen strikt in acht worden genomen. Op de naleving van de bepalingen zal streng toegezien worden door de verschillende toezichthoudende instanties. Ten algemene zijn uitzonderingen opgenomen voor personen die in het kader van uitoefening van hun beroep in contact komen met evenhoevigen. Het gaat hier voornamelijk om dierenartsen, veeverloskundigen, dierverzorgers en monteurs die noodzakelijk reparaties in stallen moeten verrichten (bijv. ventilatoren en verwarming). Wel dienen deze personen een strikt reinigings- en ontsmettingsprotocol na te leven. Toezichthoudende ambtenaren die zijn aangewezen op grond van artikel 114 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren zijn op grond van die wet bevoegd om bedrijven waar evenhoevigen worden gehouden te betreden.

In artikel 17 is thans voor de duidelijkheid bepaald dat de onderhavige regeling niet afdoet aan de beperkingen die gelden op grond van artikel 25 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Op grond van die bepaling zijn de bedrijven direct rond de ziektebron verdacht verklaard en is geen enkel vervoer van dieren of dierlijke producten toegestaan.

Tot slot zij gemeld dat het gebied Kootwijkerbroek thans wordt verkleind.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER
EN VISSERIJ,

overeenkomstig het door de Minister genomen besluit, Directeur-Generaal, ir. J. F. de Leeuw

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

Gelet op artikel 9 van Richtlijn 85/511/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 november 1985 tot vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer (PbEG L 315) en op artikel 10, eerste lid, van Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 224);

Gelet op de artikelen 17, 30, eerste en vierde lid, en 31 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

BESLUIT:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:
a. bijlage: bijlage bij deze regeling;
b. toezichtsgebied: in de bijlage aangewezen gebied; c. Minister: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; d. intermediaire onderneming: intermediaire onderneming, bedoeld in artikel 29 van de Meststoffenwet.

Artikel 2

Het is in een toezichtsgebied verboden te handelen in strijd met de in de bijlage bij de onderscheiden aangewezen gebieden telkens van toepassing verklaarde artikelen van deze regeling.

Artikel 3

Het vervoer, met inbegrip van verplaatsing over de openbare weg zonder vervoermiddel, van vee, niet zijnde paarden, is verboden binnen het toezichtsgebied.

Artikel 4

1. Het vervoer, met inbegrip van verplaatsing over de openbare weg zonder vervoermiddel, van paarden, is verboden binnen het toezichtsgebied.
2. Het in eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het vervoer van paarden van een plaats waar geen evenhoevigen worden gehouden, gelegen binnen het toezichtsgebied, naar een plaats waar geen evenhoevigen worden gehouden.
3. Het in eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het rechtstreeks vervoer van geregistreerde paarden, bedoeld in artikel 5.1 van de Regeling handel levende dieren en levende producten, van een plaats waar geen evenhoevigen worden gehouden, gelegen binnen het toezichtsgebied, naar een plaats waar geen evenhoevigen worden gehouden, gelegen buiten het toezichtsgebied. 4. De vervoerder toont desgevraagd aan de, op grond van artikel 114, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren aangewezen, ambtenaren een naar waarheid opgestelde schriftelijke verklaring waaruit blijkt het paard afkomstig is van een bedrijf waar geen evenhoevigen worden gehouden.
5. Het vervoer, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt voorafgaand aan het vervoer gemeld aan de Minister, met gebruikmaking van een daartoe ter beschikking gesteld formulier, van welke melding ten tijde van het vervoer een afschrift in het voertuig aanwezig is. 6. De vervoerder van paarden of de bestuurder van een vervoermiddel, bestemd of kennelijk bestemd voor het vervoer van paarden is verplicht:
a. ervoor zorg te dragen dat na het laden en lossen van paarden, de wielkasten van het vervoermiddel alsmede andere voorwerpen, worden gereinigd en ontsmet, overeenkomstig een door de Minister goedgekeurd hygiëneprotocol, en b. een inzichtelijke registratie bij te houden en tot nader order te bewaren, waarin in elk geval de volgende gegevens worden opgenomen:
o adres en plaats van de bezochte bedrijven; o het aantal vervoerde paarden;
o de gereden route, en
o datum en tijdstip van het vervoer.

Artikel 5

1. Het is verboden vervoermiddelen, bestemd of kennelijk bestemd voor het vervoer van vee, te verplaatsen binnen het toezichtsgebied. 2. Het in eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het verplaatsen van voertuigen, bestemd of kennelijk bestemd voor het vervoer van paarden, bedoeld in artikel 4, tweede en derde lid.

Artikel 6

1. Het vervoer, met inbegrip van verplaatsing over de openbare weg zonder vervoermiddel, van pluimvee is verboden binnen het toezichtsgebied.
2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het rechtstreeks vervoer van kuikens, afkomstig van een bedrijf waar uitsluitend pluimvee wordt gehouden, naar een ander bedrijf, mits voldaan wordt aan het vijfde lid.
3. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het rechtstreekse vervoer van pluimvee, afkomstig van een bedrijf waar uitsluitend pluimvee wordt gehouden, naar een slachthuis, mits voldaan wordt aan het vijfde lid.
4. Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing op het rechtstreekse vervoer van pluimvee onderscheidenlijk eendagskuikens, afkomstig van bedrijven waar evenhoevigen verblijven, naar een slachthuis onderscheidenlijk een bedrijf waar uitsluitend pluimvee wordt gehouden, met dien verstande dat dit vervoer slechts eenmalig is toegestaan, waarna het verboden is op het bedrijf van herkomst nieuw pluimvee of nieuwe eendagskuikens aan te voeren en mits voldaan wordt aan het vijfde lid. Van het in de vorige volzin bedoelde eenmalige vervoer dient voorafgaand schriftelijk melding te worden gemaakt aan de Minister. 5. De vervoerder van pluimvee of de bestuurder van een vervoermiddel, bestemd of kennelijk bestemd voor het vervoer van pluimvee binnen toezichtsgebied is verplicht:
a. ervoor zorg te dragen dat na ieder bezoek aan een pluimveebedrijf, de wielkasten van dat vervoermiddel alsmede andere voorwerpen, voordat het vervoermiddel het bedrijf verlaat, worden gereinigd en ontsmet, overeenkomstig een door de Minister goedgekeurd hygiëneprotocol, en b. een inzichtelijke registratie bij te houden en tot nader order te bewaren, waarin in elk geval de volgende gegevens worden opgenomen:
o adres en plaats van de bezochte bedrijven; o de hoeveelheid en soort vervoerd pluimvee; o de gereden route, en
o datum en tijdstip van het vervoer.

Artikel 7

1. Het is verboden sperma, embryo´s en eicellen van vee te vervoeren binnen het toezichtsgebied.
2. Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing op het vervoer van sperma van paarden.

Artikel 8

1. Het is verboden mest van pluimvee, afkomstig van bedrijven waar evenhoevigen verblijven te vervoeren binnen het toezichtsgebied. 2. Pluimveemest wordt emissie-arm aangewend overeenkomstig bijlage II, onderdeel 2 of onderdeel 3 onder a, punt 1, van het Besluit gebruik dierlijke meststoffen 1998.
3. In afwijking van het tweede lid mag vaste pluimveemest op bouwland emissie-arm worden aangewend overeenkomstig bijlage II, onderdeel 3, onder a, punt 2, van het Besluit gebruik dierlijke meststoffen 1998.
4. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het vervoer van monsters als bedoeld in artikel 1, onderdeel m, van de Regeling hoeveelheidsbepaling dierlijke en overige organische meststoffen voorzover het vervoer geschiedt naar een laboratorium ten behoeve van analyse als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van voornoemde regeling en vervoermiddelen en andere voorwerpen na aflevering gereinigd en ontsmet worden overeenkomstig een door de Minister goedgekeurd hygiëneprotocol.
5. Dit artikel is niet van toepassing op het rechtstreeks vervoer van behandelde en verpakte mest van een detailhandelaar naar de consument.

Artikel 9

1. Het is verboden mest van vee te vervoeren binnen het toezichtsgebied.
2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het vervoer, binnen het toezichtsgebied, van mest naar een tot het desbetreffende bedrijf behorend perceel of voor het vervoer, binnen het toezichtsgebied, van mest van varkens naar een ander bedrijf waar geen evenhoevigen worden gehouden. Indien de openbare weg wordt betreden:
+ wordt gebruik gemaakt van een gesloten tankwagen die niet is voorzien van mestaanwendingsapparatuur; + wordt de openbare weg door de tankwagen tijdens het transport niet verlaten;
+ wordt de mest op het afleveradres vanaf de openbare weg overgepompt in een mestaanwendingsapparaat of een afgedekte tussenopslag voor mestaanwending;
3. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het vervoer van mest vanuit het toezichtsgebied naar gebied Noord 2 of Noord 3, bedoeld in de Regeling compartimentering Nederland mond- en klauwzeer 2001 II, indien:
a. de mest wordt afgevoerd van een opslag van een intermediaire onderneming die is aangemeld op grond van artikel 5 van de Regeling voorraden Meststoffenwet;
b. aan deze opslag op of na 21 februari 2001 geen mest is toegevoegd, en
c. het vervoer voor 13.00 uur op de dag voorafgaand aan het vervoer door de vervoerder met een daartoe ter beschikking gesteld formulier wordt gemeld aan de Minister en een afschrift van het formulier tijdens het vervoer op het vervoermiddel aanwezig is;
d. het vervoer geschiedt over hoofd- en snelwegen of waterwegen; e. het vervoer rechtstreeks geschiedt naar een opslag, die is aangemeld op grond van artikel 5 van de Regeling voorraden Meststoffenwet, van een intermediaire onderneming waar geen evenhoevigen verblijven, en
f. de mest tenminste een dag in de opslag, die is aangemeld op grond van artikel 5 van de Regeling voorraden Meststoffenwet, aanwezig blijft voordat hij uitgereden wordt; 4. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het vervoer van varkensmest vanuit het toezichtsgebied naar een in dat gebied gelegen opslag van een intermediaire onderneming die is aangemeld op grond van artikel 5 van de Regeling voorraden Meststoffenwet, indien uit de opslag geen mest wordt gehaald. 5. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het vervoer van varkensmest naar gebied Noord 2 en Noord 3, bedoeld in bijlage I bij de Regeling compartimentering Nederland mond- en klauwzeer 2001 II indien:
+ het vervoer door het toezichtsgebied, rechtstreeks plaatsvindt van het varkenshouderijbedrijf naar een binnenvaartschip;
+ de mest voordat het aan boord van een binnenvaartschip wordt gebracht, een pH waarde van 5 of lager heeft; + het tweede lid, onderdeel a, evenzeer in acht wordt genomen bij het laden van het binnenvaartschip, en + een door de Minister goedgekeurd protocol in acht wordt genomen.
6. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het rechtstreeks vervoer van kalvergier van een bedrijf naar een kalvergierbewerkingsinstallatie, gelegen binnen het toezichtsgebied, indien:
+ de voertuigen voortijdig bij de Minister worden aangemeld, met gebruikmaking van een daartoe ter beschikking gesteld formulier, van welke melding een afschrift in het voertuig aanwezig is;
+ het voertuig is voorzien van een door de kalvergierbewerkingsinstallatie afgegeven sticker; + artikel 10, eerste lid, onderdeel a, evenzeer in acht wordt genomen bij het betreden van het erf van het bedrijf en bij het betreden en verlaten van de
kalvergierbewerkingsinstallatie;
+ het voertuig door de inzittenden op de kalvergierbewerkingsinstallatie niet wordt verlaten; + het voertuig het toezichtsgebied niet verlaat, en + overigens al het noodzakelijke wordt gedaan of gelaten om te voorkomen dat besmetting met of verspreiding van mond- en klauwzeer zich voordoet.
7. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het rechtstreeks vervoer van bewerkte kalvergier van de kalvergierbewerkingsinstallatie naar een in gebied Noord 2, bedoeld in bijlage I bij de Regeling compartimentering Nederland mond- en klauwzeer 2001 II gelegen opslag, indien: + het voertuig voorafgaand aan het gebruik bij de Minister wordt aangemeld, met gebruikmaking van een daartoe ter beschikking gesteld formulier, van welke melding een afschrift in het voertuig aanwezig is; + het voertuig is voorzien van een door de kalvergierbewerkingsinstallatie afgegeven sticker; + het tweede lid, onderdeel a, evenzeer in acht wordt genomen bij het betreden en verlaten van de
kalvergierbewerkingsinstallatie;
+ het voertuig op de kalvergierbewerkingsinstallatie door de inzittenden niet wordt verlaten, en
+ een door de Minister goedgekeurd protocol in acht wordt genomen.
8. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het vervoer van monsters als bedoeld in artikel 1, onderdeel m, van de Regeling hoeveelheidsbepaling dierlijke en overige organische meststoffen voorzover het vervoer geschiedt naar een laboratorium ten behoeve van analyse als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van voornoemde regeling en vervoermiddelen en andere voorwerpen na aflevering gereinigd en ontsmet worden overeenkomstig een door de Minister goedgekeurd hygiëneprotocol.
9. Dit artikel is niet van toepassing op het rechtstreeks vervoer van behandelde en verpakte mest van een detailhandelaar naar de consument.
10. Indien na het vervoer, bedoeld in het tweede en derde lid, de mest wordt aangewend, geschiedt de aanwending emissie-arm overeenkomstig bijlage II, onderdeel 2 of onderdeel 3 onder a, punt 1, van het Besluit gebruik dierlijke meststoffen 1998, met dien verstande dat de mest daarbij ten minste 10 centimeter onder het grondoppervlak wordt gebracht op dusdanige wijze dat de mest niet meer zichtbaar is.

Artikel 10

1. De vervoerder van mest of de bestuurder van een vervoermiddel, bestemd of kennelijk bestemd voor het vervoer van mest, waarvan het vervoer niet krachtens de artikelen 8 of 9 is verboden is verplicht:
a. vervoermiddelen, bestemd of kennelijk bestemd voor het vervoer van mest van vee of pluimvee, en de daarbij behorende voorwerpen, voordat zij een erf van een bedrijf verlaten, te reinigen en ontsmetten bij een installatie die water levert van voldoende druk voor een uit oogpunt van voorkoming van verspreiding van mond- en klauwzeer deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting, en
b. een inzichtelijke registratie bij te houden en die tot nader order te bewaren. De registratie omvat in elk geval de volgende gegevens:
o adres en plaats van de bezochte bedrijven; o de hoeveelheid vervoerde mest;
o de gereden route, en
o datum en tijdstip van het vervoer. 2. De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde reiniging en ontsmetting geschiedt overeenkomstig bijlage II van de Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000.

Artikel 11

1. Het is verboden rauwe melk te vervoeren of vervoermiddelen kennelijk bestemd voor het vervoer van melk te verplaatsen binnen het toezichtsgebied.
2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet indien de rauwe melk wordt vervoerd door middel van een vervoermiddel dat uitsluitend voor het vervoer van rauwe melk uit het toezichtsgebied is bestemd, vanaf een of meer bedrijven waar evenhoevigen worden gehouden, naar een melkfabriek, welke voor de verwerking van melk, afkomstig uit het toezichtsgebied, is ingericht.
3. Het is toegestaan dat ook de rauwe melk van buiten het toezichtsgebied, wordt gebracht naar een in het tweede lid bedoelde melkfabriek, mits deze melk wordt vervoerd met een vervoermiddel dat uitsluitend voor dat doel is bestemd en derhalve geen vervoermiddel is als bedoeld in het tweede lid. 4. De melk wordt in de fabriek, bedoeld in het tweede of derde lid, behandeld overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van Beschikking 2001/223/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 21 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in Nederland (PbEG L 82). 5. De vervoerder van rauwe melk of de bestuurder van een vervoermiddel, bestemd of kennelijk bestemd voor het vervoer van rauwe melk, binnen het toezichtsgebied, is verplicht: a. ervoor zorg te dragen dat na ieder bezoek aan een bedrijf, waar evenhoevigen worden gehouden, de wielkasten van dat vervoermiddel alsmede andere voorwerpen, voordat het vervoermiddel het bedrijf verlaat, worden gereinigd en ontsmet, overeenkomstig een door de Minister goedgekeurd hygiëneprotocol;
b. een inzichtelijke registratie bij te houden en tot nader order te bewaren, waarin in elk geval de volgende gegevens worden opgenomen:
o adres en plaats van de bezochte bedrijven; o de hoeveelheid vervoerde melk;
o de gereden route, en
o datum en tijdstip van het vervoer.

Artikel 12

1. Het is verboden voeders, waaronder begrepen ruwvoer, voor vee dan wel pluimvee te vervoeren of vervoermiddelen kennelijk bestemd voor het vervoer van voeders, waaronder begrepen ruwvoer, voor vee dan wel pluimvee, te verplaatsen binnen het toezichtsgebied. 2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet indien de voeders, niet zijnde ruwvoer voorzover afkomstig van een plaats waar evenhoevigen worden gehouden, rechtstreeks worden vervoerd van een bedrijf waar deze voeders zijn vervaardigd of opgeslagen naar een detailhandelaar of een bedrijf, waaronder begrepen het eigen bedrijf, waar vee of pluimvee wordt gehouden, mits de vervoerder:
a. er voor zorg draagt dat na ieder bezoek aan een bedrijf, waar vee of pluimvee wordt gehouden, de wielkasten van dat vervoermiddel alsmede andere voorwerpen, voordat het vervoermiddel het bedrijf verlaat, worden gereinigd en ontsmet, overeenkomstig een door de Minister goedgekeurd hygiëneprotocol;
b. een inzichtelijke registratie bijhoudt, welke tot nader order dient te worden bewaard. De registratie omvat in elk geval de volgende gegevens:
o aard en hoeveelheid van de vervoerde diervoeders; o in geval van ruwvoer: de herkomst van het ruwvoer; o adres en plaats van de bezochte bedrijven; o de gereden route, en
o datum en tijdstip van het vervoer. 3. Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing op het rechtstreeks vervoer van verpakte voeders voor vee en pluimvee van een detailhandelaar naar een consument. 4. Dit artikel is niet van toepassing op het vervoer van voeders voor vee en pluimvee door middel van schepen op binnenwateren. 5. In afwijking van de aanhef van het tweede lid is in de in artikel 1 van de Regeling noodvaccinatie mond- en klauwzeer 2001 bedoelde vaccinatiezones, de in het tweede lid bedoelde verplichting van rechtstreekse vervoer niet van toepassing, mits: a. toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, onderdelen a en b;
b. het vervoermiddel bij het verlaten van de vaccinatiezone wederom wordt gereinigd en ontsmet overeenkomstig het tweede lid, onderdeel a;
c. het vervoer plaatsvindt met een daartoe door de Minister aangewezen vervoermiddel;
d. de aangewezen vervoermiddelen geen voeders afleveren op bedrijven in een ander gebied dan de vaccinatiezone als bedoeld in de aanhef, en
e. het vervoer rechtstreeks plaatsvindt van het bedrijf waar deze voeders zijn vervaardigd of opgeslagen naar de vaccinatiezone.

Artikel 13

1. De houder van evenhoevigen is verplicht maatregelen te nemen zodat elk contact tussen bezoekers en evenhoevigen is uitgesloten en al het noodzakelijke te doen, dan wel na te laten om te voorkomen dat besmetting met of verspreiding van mond- en klauwzeer zich voordoet. Onder al het noodzakelijke wordt tenminste verstaan het aanbrengen van fysieke afscheidingen.
2. Het is de houder, bedoeld in het eerste lid, toegestaan: a. politie, huisartsen, alsmede ambulance en brandweer en soortgelijke noodhulpdiensten;
b. monteurs of loonwerkers, indien er een acuut gevaar voor de gezondheid van evenhoevigen aanwezig is en werkzaamheden van de monteur of loonwerker noodzakelijk zijn om deze situatie op te heffen;
c. dierenartsen, waaronder inbegrepen zij, die zijn aangewezen krachtens de Regeling inzet studenten bij mond- en klauwzeer 2001, alsmede veeverloskundigen, voorzover zij, behoudens spoedgevallen, uitsluitend binnen één van de afzonderlijke gebieden, bedoeld in bijlage I, hun werkzaamheden verrichten; d. degenen die in het kader van de minimaal noodzakelijke dierverzorging op het bedrijf aanwezig zijn,

in contact te laten komen met evenhoevigen, mits ten aanzien van de personen is voldaan aan de in het derde lid omschreven voorwaarden. 3. De in het tweede lid bedoelde voorwaarden zijn: a. de bezoeker ondergaat een afdoende reinigings- en ontsmettingsbehandeling overeenkomstig een door de Minister goedgekeurd hygiëneprotocol voordat deze een bedrijfsgebouw betreedt, alsmede voordat deze het bezochte bedrijf, waar evenhoevigen gehouden worden, verlaat; b. de houder van evenhoevigen houdt een register bij van alle bezoeken, waarin tenminste wordt opgenomen: o naam, adres en woonplaats van de bezoeker; o reden van het bezoek;
o voorzover het bezoek plaatsvindt met een vervoermiddel: aard en kenteken van het vervoermiddel, en o tijdstip van aankomst en vertrek van de bezoeker. c. indien het gebruik van gereedschappen noodzakelijk is, gebruikt de bezoeker zoveel mogelijk de reeds op het bedrijf aanwezige gereedschappen. Indien de benodigde gereedschappen niet op het bedrijf aanwezig zijn, draagt de bezoeker zorg voor een afdoende reiniging en ontsmetting van de gebruikte gereedschappen, overeenkomstig een door de Minister goedgekeurd hygiëneprotocol.
d. Indien een persoon als bedoeld in het tweede lid, onderdelen b tot en met e, bij het afleveren gebruik maakt van een vervoermiddel, is de bestuurder van dit vervoermiddel verplicht:
1e ervoor zorg te dragen dat na ieder bezoek aan een bedrijf, waar evenhoevigen worden gehouden, de wielkasten van dat vervoermiddel alsmede andere voorwerpen, voordat het vervoermiddel het bedrijf verlaat, worden gereinigd en ontsmet, overeenkomstig een door de Minister goedgekeurd hygiëneprotocol;
2e een inzichtelijke registratie bij te houden en tenminste 24 uur op het vervoermiddel voorhanden te hebben en daarna tot nader order te bewaren, waarin in elk geval de volgende gegevens worden opgenomen:
o adres en plaats van de bezochte bedrijven; o de hoeveelheid vervoerde opgehaalde of afgeleverde goederen;
o de gereden route, en
o datum en tijdstip van het vervoer.

Artikel 14

1. Het vervoer van destructiemateriaal binnen het toezichtsgebied, is verboden.
2. Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing op het vervoer van destructiemateriaal als bedoeld in de Destructiewet naar een in artikel 5 van de Destructiewet bedoelde onderneming alsmede het vervoer van destructiemateriaal van voornoemde onderneming naar een bedrijf ter vernietiging van het materiaal, mits:
a. de vervoerders van het destructiemateriaal door de Minister daartoe zijn aangewezen;
b. het vervoer naar het bedrijf waar zich het betrokken destructiemateriaal bevindt, alsmede het vervoer naar de in artikel 5 van de Destructiewet bedoelde onderneming geschiedt langs een door de Minister aangewezen route; c. de voor dat vervoer gebruikte vervoermiddelen tijdens het vervoer op zodanige wijze zijn afgedekt dat verspreiding van smetstof niet kan plaatsvinden;
d. de voor dat vervoer gebruikte vervoermiddelen het in bijlage I bedoelde gebied uitsluitend verlaten langs een door de Minister aangewezen plaats;
e. het betrokken vervoermiddel alsmede andere voorwerpen bij aankomst op en voor vertrek vanaf het bedrijf wordt gereinigd en ontsmet overeenkomstig een door de Minister goedgekeurd hygiëneprotocol, en
f. de inzittenden bij het verlaten en het opnieuw betreden van het betrokken vervoermiddel op het bedrijf, bedoeld in onderdeel a, een afdoende reinigings- en ontsmettingsbehandeling ter voorkoming van smetstofverspreiding ondergaan.
3. Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel a, worden geen vervoerders van laag-risico-materiaal als bedoeld in de Destructiewet, aangewezen.

Artikel 15

1. Onverminderd de artikelen 4 en 6 draagt iedere eigenaar, houder of hoeder van vee of pluimvee in het toezichtsgebied ervoor zorg dat het vee en het pluimvee zijn verblijfplaats niet verlaat. 2. In afwijking van het eerste lid is het de eigenaar, houder of hoeder toegestaan om biggen, zonder gebruikmaking van de openbare weg, naar een op het bedrijf gelegen tijdelijke huisvesting te leiden.

Artikel 16

1. De verboden, bedoeld in de artikelen 8, 9, 11 en 12 zijn niet van toepassing op het vervoer van mest, rauwe melk en diervoeders, dat, onderscheidenlijk die, in het kader van maatregelen als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel g, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren onder toezicht van een keuringsdierenarts van de Rijksdienst van de keuring van Vee en Vlees van een bedrijf wordt, onderscheidenlijk worden, afgevoerd voor onschadelijkmaking.
2. Indien bij het in het eerste lid bedoelde vervoer gebruik gemaakt wordt van een vervoermiddel wordt het betrokken vervoermiddel alsmede andere voorwerpen voor vertrek vanaf het bedrijf gereinigd en ontsmet overeenkomstig een door de Minister goedgekeurd hygiëneprotocol.

Artikel 17

Deze regeling laat de op grond van artikel 25 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren geldende beperkingen onverlet.

Artikel 18

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verbodsbepalingen aangewezen toezichtsgebieden mond- en klauwzeer 2001.

Artikel 19

De Regeling toezichtsgebied Oene mond- en klauwzeer 2001, de Regeling toezichtsgebied Kootwijkerbroek mond- en klauwzeer 2001 II en de Regeling toezichtsgebied Ee mond- en klauwzeer 2001 worden ingetrokken.

Artikel 20

Deze regeling wordt op 27 april 2001 om 1.15 uur bekendgemaakt aan de media en treedt onmiddellijk daarna in werking.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER
EN VISSERIJ,

overeenkomstig het door de Minister genomen besluit, Directeur-Generaal, ir. J. F. de Leeuw

Bijlage

Gebied I: Oene

1. De artikelen 1 tot en met 18 van de regeling zijn op dit gebied van toepassing.
2. Het gebied is begrensd als volgt:
1. Vanaf Veerweg (Zwartsluis) de N331 volgend in oostelijke richting overgaand in zuidelijke richting tot de N377 Vaartweg (Hasselt)
2. Vanaf kruising Conradstraat met de N331 (Zwartsluis) de N331 volgend.
3. De N377 volgend in zuidoostelijke richting tot Rijksstraatweg.
4. De Rijksstraatweg volgend in zuidelijke richting tot de Nieuwendijk (Lichtmis).
5. De Nieuwendijk volgend in zuidelijke richting tot de Westeinde.
6. De Westeinde volgend in noordoostelijke richting tot Ankummerdijk.
7. De Ankummerdijk volgend in zuidoostelijke richting tot de N340.
8. De N340 volgend in oostelijke richting tot de Koesteeg. 9. De Koesteeg volgend in zuidelijke richting overgaand in de Rondweg overgaand in Vechtdijk tot de Rechterensedijk. 10. De Rechterensedijk volgend in oostelijke richting tot de Dalmsholterweg.
11. De Dalmsholterweg volgend in zuidelijke richting tot het Overijsselskanaal.
12. Het Overijsselskanaal volgend in oostelijke richting tot de Maanweg.
13. De Maanweg volgend in zuidelijke richting overgaand in de Lemelerweg overgaand in de Harmelinkstraat tot de Butzelaarstraat.
14. De Butzelaarstraat volgend in zuidoostelijke richting tot de Blikweg.
15. De Blikweg volgend in zuidelijke richting overgaand in de Stationsweg tot de Poggenbeltweg (Haarle). 16. De Poggenbeltweg volgend in zuidwestelijke richting tot de N332 Holterweg (Nieuw-Heeten).
17. De N332 volgend in zuidoostelijke richting tot de N339 (Laren).
18. De N339 volgend in noordwestelijke richting tot de Zutphenseweg.
19. De Zutphenseweg volgend in zuidwestelijke richting tot de Scheggertdijk.
20. De Scheggertdijk volgend in westelijke richting tot de Kapelweg.
21. De Kapelweg volgend in zuidelijke richting tot de Almenseweg. 22. De Almenseweg volgend in westelijke richting tot de Kapperallee.
23. De Kapperallee volgend in zuidelijke richting tot de Rijksstraatweg.
24. De Rijksstraatweg volgend in westelijke richting overgaand in de Kleine Omlegging overgaand in de Berkelsingel overgaand in de Rijkenhage overgaand in de Molengracht tot het Stationsplein.
25. Het Stationsplein volgend in westelijke richting overgaand in de Oude IJsselbrug tot de N345.
26. De N345 volgend in zuidelijke richting tot de Oude Kanonsdijk.
27. De Oude Kanonsdijk volgend in zuidwestelijke richting tot de Baankstraat.
28. De Baankstraat volgend in zuidwestelijke richting tot de Windheuvelstraat.
29. De Windheuvelstraat volgend in westelijke richting overgaand in de Voorsterweg.
30. De Voorsterweg volgend in zuidelijke richting tot de Vosstraat.
31. De Vosstraat volgend in westelijke richting overgaand in de Dorpsstraat (Hall) tot de Zwarteweg.
32. De Zwarteweg volgend in westelijke richting tot de Domineeskamp.
33. De Domineeskamp volgend in zuidelijke richting tot de Hallseweg.
34. De Hallseweg volgend in westelijke richting tot de Apeldoornseweg.
35. De Apeldoornseweg volgend in de noordelijke richting tot de Hoofdweg.
36. De Hoofdweg volgend in zuidwestelijke richting tot de Beekbergerweg (Loenen).
37. De Beekbergerweg volgend in zuidelijke richting overgaand in westelijke richting in de Groenendaalseweg tot de Oude Arnhemseweg.
38. De Oude Arnhemseweg volgend in noordelijke richting tot de Woeste Hofweg.
39. De Woeste Hofweg volgend in westelijke richting tot de Krimweg.
40. De krimweg volgend in westelijke richting tot de Apeldoornseweg.
41. De Apeldoornseweg volgend in noordelijke richting tot de Harskampweg.
42. De Harskampweg volgend in noordelijke richting tot de N304. 43. De N304 volgend in westelijke richting tot de N310. 44. De N310 volgend in noordelijke tot de N302 Flevoweg (De Beek) 45. N302 Flevoweg volgend in noordwestelijke richting overgaand in N302 Leuvenumseweg tot N302 Ceintuurbaan (Harderwijk). 46. De Centuurbaan (Harderwijk).N302 volgend in noordoostelijke richting tot de Futenweg N302 overgaand in N305 tot N710 Swifterweg.
47. N710 Swifterweg volgend in noordwestelijke richting overgaand in Biddingweg tot N307.
48. N307 volgend in noordelijke richting Kamperhoekweg tot snelweg A6.
49. Snelweg A6 volgend tot Ketelbrug.
50. Vanaf de Ketelbrug het Ketelmeer volgen in noordoostelijke richting overgaand in Zwarte Meer tot Veerweg (Zwartsluis).

Gebied II: Kootwijkerbroek

1. De artikelen 1 tot en met 18 van de regeling zijn op dit gebied van toepassing.
2. Het gebied is begrensd als volgt:
1. Vanaf de kruising N303 met de Leuvenumseweg de Leuvenumseweg volgend in oostelijke richting tot de N302. 2. De N302 volgend in zuidelijke richting tot De Beek. 3. De Beek volgend in oostelijke richting tot de Uddelermeerweg. 4. De Uddelermeerweg volgend in noordelijke richting tot de Uddelerveen.
5. De Uddelerveen volgend in oostelijke richting tot de Harderwijkerweg.
6. De Harderwijkerweg volgend in zuidoostelijke richting overgaand in de Aardhuisweg tot de N344. 7. De N344 volgend in noordoostelijke richting tot de Kampsteeg. 8. De Kampsteeg volgend in zuidoostelijke richting tot de Hoog Soeren.
9. De Hoog Soeren volgend in westelijke richting overgaand in de Pomphulweg tot de Alverschotenseweg.
10. De Alverschotenseweg volgend in zuidoostelijke richting overgaand in de Hoog Buurloseweg tot de N304. 11. De N304 volgend in zuidwestelijke richting tot de Harskampweg.
12. De Harskampweg volgend in zuid-zuidoostelijke richting overgaand in de Delenseweg overgaand in de Leipzigerweg overgaand in de Hoenderloseweg tot de N311. 13. De N311 volgend in westelijke richting tot de N310. 14. De N310 volgend in zuidwestelijke richting tot de N224. 15. De N224 volgend in noordwestelijke richting tot de Nieuwe Kazernelaan (Ede).
16. De Nieuwe Kazernelaan volgend in zuidelijke richting tot de Eikenlaan.
17. De Eikenlaan volgend in westelijke richting tot de Stationsweg.
18. De Stationsweg volgend in noordelijke richting tot de Beukenlaan.
19. De Beukenlaan volgend in westelijke richting tot de Schaapsweg.
20. De Schaapsweg volgend in westelijke richting tot de Kolkakkerweg.
21. De Kolkakkerweg volgend in westelijke richting tot de Proosdijerveldweg.
22. De Proosdijerveldweg volgend in noordelijke richting tot de Veenderweg.
23. De Veenderweg volgend in westelijke richting tot de Kastelenlaan.
24. De Kastelenlaan volgend in noordelijke richting overgaand in de Hogerhorst.
25. Aan het eind van de Hogerhorst het water overstekend naar de N224.
26. De N224 volgend in westelijke richting tot de Barneveldsestraat (Scherpenzeel).
27. De Barneveldsestraat volgend in noordelijke richting tot de Renessersteeg.
28. De Renessersteeg volgend in noordelijke richting tot de Haar. 29. De Haar volgend in noordoostelijke richting tot de Kolfschoten.
30. De Kolfschoten volgend in noordelijke richting overgaand in de Ringlaan tot de Schoonderbekerweg (De Glind). 31. De Schoonderbekerweg volgend in westelijke richting overgaand in de Ruurd Visserstraat (Achterveld) tot de Jan van Arkelweg.
32. De Jan van Arkelweg volgend in noordelijke richting overgaand in de Stoutenburgerweg tot de Vinselaarseweg. 33. De Vinselaarseweg volgend in westelijke richting tot de Vinkelaar.
34. De Vinkelaar volgend in noordelijke richting de A1 en het spoor overstekend naar de Korlaarseweg. 35. De Korlaarseweg volgend in noordelijke richting tot de Hoevelakenseweg.
36. De Hoevelakenseweg volgend in noordwestelijke richting overgaand in de Klaarwater tot de Platanenstraat. 37. De Platanenstraat volgend in oostelijke richting tot de Klaarwaterseweg.
38. De Klaarwaterseweg volgend in noordelijke richting overgaand in de Wolfsesteeg overgaand in de Blokhuizersteeg tot de Slichtenhorsterweg.
39. De Slichtenhorsterweg volgend in westelijke richting tot de Chopinlaan (Nijkerk).
40. De Chopinlaan volgend in noordoostelijke richting tot de Barneveldseweg.
41. De Barneveldseweg volgend in noordwestelijke richting tot de spoorweg.
42. Het spoor volgend in noordoostelijke richting tot de Nijkerkerstraat.
43. De Nijkerkerstraat volgend in noordoostelijke richting overgaand in de Oude Rijksweg tot de N303. 44. De N303 volgend in noordelijke richting tot de Leuvenumseweg.

Gebied III: Ee en Anjum

1. De artikelen 1 tot en met 18 van de regeling zijn op dit gebied van toepassing.
2. Het gebied is begrensd als volgt:
1. Vanaf de veerpont Holwerd de Waddenzee volgend in oostelijke richting tot Groninger Wad.
2. Vanaf Groninger Wad de Kustweg aansluiting op Westpolder. 3. Westpolder volgend in noordoostelijke richting tot de Kolhamsterweg.
4. Kolhamsterweg volgend in zuidelijke richting overgaand in Schapenweg.
5. Schapenweg volgend in zuidelijke richting tot de Noorderstraat (Ulrum).
6. De Noorderstraat (Ulrum) volgden in oostelijke richting overgaand in Leensterweg.
7. Leensterweg volgend in oostelijke richting tot de Singel. 8. De Singel volgend in zuidelijke richting overgaand in de Tilweg.
9. De Tilweg volgend in zuidelijke richting overgaand in de Zoutkamperweg.
10. Zoutkamperweg volgend in westelijke richting overgaand in de Churchilweg .
11. Churchilweg volgend in westelijke richting tot de Vishalstraat.
12. Vishalstraat volgend in zuidelijke richting tot Reitdiep. 13. Reitdiep volgend in zuidoostelijke richting tot Munneke Zijlsterried.
14. Munnekezijlsterried volgend in zuidwestelijke richting tot de Stadsweg (Lauwerzijl) N388.
15. Stadsweg (Lauwerzijl) N388 volgend in zuidelijke richting tot de Wester Waarddijk.
16. De Wester Waarddijk volgend in zuidwestelijke richting tot de Pieterzijlsterweg.
17. De Pieterzijlsterweg volgend in zuidelijke richting tot de N355 Friesestraatweg.
18. N355 Friesestraatweg volgend in westelijke richting tot de Heirweg.
19. De Heirweg volgend in zuidwestelijke richting tot de Stationsweg.
20. De Stationsweg volgend in zuidelijke richting tot het Van Starkenborgh Kanaal.
21. Het Van Starkenborgh Kanaal volgend in zuidwestelijke richting overgaand in het Prinses Margriet Kanaal tot de N369 Heger Dyk (Kootstertille).
22. De N369 Heger Dyk volgend in noordwestelijke richting overgaand in De Koaten tot de N355 Rykswei. 23. De N355 Rykswei volgend in westelijke richting overgaand in de N355 Rijksstraatweg tot de N361 Westerdijk (Rijperkerk). 24. De N361 Westerdijk volgend in noordwestelijke richting overgaand in de N361 Trijnwaldsterdijk tot de Nieuwestraatweg.
25. De Nieuwestraatweg volgend in noordoostelijke richting overgaand in de Kaetsjemuoi Wei tot de Kerkweg. 26. De Kerkweg volgend in oostelijke richting tot de Rietveldsweg.
27. De Rietveldsweg volgend in noordelijke richting tot de Rietveld.
28. De Rietveld volgend in noordwestelijke richting overgaand in de Tussendammen overgaand in de Klokhuizerweg overgaand in de Hikkaaderdyk overgaand in de Harstawei tot de Oosterbeintumerweg.
29. De Oosterbeintumerweg volgend in noordoostelijke richting tot de Farebuorren.
30. De Farebuorren volgend in noordwestelijke richting overgaand in oostelijke richting overgaand in de Hogedijk. 31. De Hogedijk volgend in noordelijke richting tot de N357 Ljouwerterdyk.
32. De N357 Ljouwerterdyk volgend in noordoostelijke richting tot de N358 Bjimsterwei.
33. De N358 Bjimsterwei volgend in noordwestelijke richting overgaand in de Grândyk tot de veerpont Holwerd

Regeling



reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie