Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag EU - raad Ecofin 7 mei 2001

Datum nieuwsfeit: 07-05-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
European Union

2345. Raad - ECOFIN Press Release: Brussels (07-05-2001) - Press: 172 - Nr: 8444/01


Photo EU - Council
ECOFIN Council President Mr Bosse RINGHOLM Minister for Finance for the Kingdom of Sweden
Photo EU - Council
Mr Pedro SOLBES MIRA Commissioner for Economic and Monetary Affairs (l) Mr Didier REYNDERS President of EUROGROUP (r)
8444/01 (Presse 172)

(OR. en)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2345e zitting van de Raad


- ECOFIN -

Brussel, 7 mei 2001

Voorzitter:

de heer Bosse RINGHOLM

Minister Financiën van het Koninkrijk Zweden

INHOUD

DEELNEMERS

*

BESPROKEN PUNTEN

FOLLOW-UP VAN DE EUROPESE RAAD VAN STOCKHOLM

*

GLOBALE RICHTSNOEREN VOOR HET ECONOMISCH BELEID (GREB) 2001


*

EONOMISCHE DIALOOG TUSSEN DE EU EN RUSLAND

*

Voorontwerp van begroting van de EU voor 2002

*

PENSIOENEN

*


-
INSTELLINGEN VOOR BEDRIJFSPENSIOENVOORZIENING: ONTWERP-RICHTLIJN -

CONCLUSIES VAN DE RAAD *

-
BELASTING OP PENSIOENEN *

VERSLAG VAN DE GROEP BELEIDSKWESTIES FINANCIËLE DIENSTEN OVER E-HANDEL

EN FINANCIËLE DIENSTEN - CONCLUSIES VAN DE RAAD


*

TIJDENS DE LUNCH BESPROKEN PUNTEN

*

MACRO-ECONOMISCHE DIALOOG OP MINISTERIEEL NIVEAU


*

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

ECOFIN


-
Notering van effecten *

EXTERNE BETREKKINGEN


-
Betrekkingen met de ACS-landen *

-
Betrekkingen met Liberia *

-
Betrekkingen met de geassocieerde LMOE *

-
Antidumping - invoer van oplossingen van ureum en ammoniumnitraat uit Polen *

-
Antidumping - invoer van ureum uit Rusland *
-
Antisubsidieprocedure - invoer van polyester stapelvezels uit Australië, Indonesië en Taiwan *

WERKGELEGENHEID EN SOCIAAL BELEID


-
Sociale agenda - bekendmaking in het Publicatieblad *

BENOEMINGEN


-
Comité van de Regio's *

VIA DE SCHRIFTELIJKE PROCEDURE AANGENOMEN BESLUIT


-
AANPASSING VAN DE FINANCIËLE VOORUITZICHTEN AAN DE

UITVOERINGSVOORWAARDEN *



Voor meer informatie: tel. 02 285 8414, 02 285 6423 of 02 285 7459

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België

de heer Didier REYNDERS

minister van Financiën

Denemarken

mevrouw Marianne JELVED

minister van Economische Zaken

de heer Michael DITHMER

staatssecretaris van Economische Zaken

Duitsland

de heer Hans EICHEL

minister van Financiën

de heer Caio KOCH-WESER

staatssecretaris, ministerie van Financiën

Griekenland

de heer Yannos PAPANTONIOU

minister van Economische Zaken en Financiën

Spanje

de heer Rodrigo de RATO Y FIGAREDO

tweede vice-minister-president en minister van Economische Zaken

Frankrijk

de heer Pierre VIMONT

ambassadeur, permanent vertegenwoordiger

Ierland

de heer Charlie McCREEVY

minister van Financiën

Italië

de heer Roberto NIGIDO

ambassadeur, permanent vertegenwoordiger

Luxemburg

de heer Jean-Claude JUNCKER

eerste minister, minister van Financiën

de heer Henri GRETHEN

minister van Economische Zaken, minister van Vervoer

Nederland

de heer Gerrit ZALM

minister van Financiën

Oostenrijk

de heer Alfred FINZ

staatssecretaris, ministerie van Financiën

Portugal

de heer Joaquim PINA MOURA

minister van Financiën

de heer Manuel BAGANHA

staatssecretaris van de Schatkist en van Financiën

Finland

de heer Sauli NIINISTÖ

minister van Financiën

de heer Johnny ÅKERHOLM

staatssecretaris, ministerie van Financiën

Zweden

de heer Bosse RINGHOLM

minister van Financiën

de heer Sven HEGELUND

staatssecretaris, ministerie van Financiën

Verenigd Koninkrijk

de heer Gordon BROWN

minister van Financiën (Chancellor of the Exchequer)


* * *

Commissie

De heer Frits BOLKESTEIN

lid

mevrouw Michaele SCHREYER

lid

de heer Pedro SOLBES MIRA

lid


* * *

Andere deelnemers

de heer Christian NOYER

vice-president van de Europese Centrale Bank

de heer Philippe MAYSTADT

president van de Europese Investeringsbank

de heer Mario DRAGHI

voorzitter van het Economisch en Financieel Comité

de heer Jean-Philippe COTIS

voorzitter van het Comité voor Economische Politiek

FOLLOW-UP VAN DE EUROPESE RAAD VAN STOCKHOLM

De Raad luisterde naar een verslag van de voorzitter van het Comité voor Economische Politiek, de heer Jean-Philippe COTIS, over de stand van zaken en het verdere werkprogramma van zijn comité met betrekking tot het mandaat van de Europese Raad van Stockholm aan de Raad Ecofin als aangegeven in de kernpuntennota, namelijk de gevolgen van de vergrijzing voor de overheidsfinanciën, de vraag hoe het arbeidsaanbod kan worden verhoogd en de beroepsactiviteit op oudere leeftijd bevorderd, en hoe onderzoek en ontwikkeling kunnen worden gestimuleerd.

In deze context luisterde de Raad ook naar een verslag van het voorzitterschap en de Commissie over hun voortgezette contacten met het Europees Parlement betreffende de uitvoering van de Lamfalussy-resolutie inzake financiële diensten. In dit verband gaf de Raad duidelijk te kennen dat hij wenst dat het Parlement en de Commissie zo spoedig mogelijk en uiterlijk voor de Europese Raad van Göteborg overeenstemming bereiken over de nog onopgeloste kwesties in verband met het voorgestelde nieuwe wetgevingsmechanisme.

De Raad nam nota van de opmerking van Commissielid Bolkestein dat zijn instelling voornemens is voor eind mei twee besluiten aan te nemen met betrekking tot de oprichting van de in het verslag van Lamfalussy voorgestelde comitéstructuur, te weten een Europees comité voor het effectenbedrijf en het Europees comité van effectenregelgevers. Voorts bestaat het voornemen de besprekingen af te ronden over twee wetgevingsvoorstellen, het ene over marktmisbruik en het andere over communautaire prospectussen, met het oog op aanneming volgens de nieuwe procedure.

GLOBALE RICHTSNOEREN VOOR HET ECONOMISCH BELEID (GREB) 2001

De Raad luisterde naar een uiteenzetting van Commissielid Solbes over de aanbeveling van de Commissie voor de GREB's van de lidstaten en de Gemeenschap voor het jaar 2001. De aanbeveling van de Commissie voor de globale richtsnoeren voor het economisch beleid voor het jaar 2001 is opgesteld tegen de achtergrond van de kernpuntennota van de Raad Ecofin van 12 maart en de leidraad van de Europese Raad van Stockholm.

De nieuwe richtsnoeren zijn gebaseerd op de beoordeling van de economische toestand en vooruitzichten uit de voorjaarsprognoses 2001 van de Commissie. Hierin wordt rekening gehouden met een vertraging van de groei in 2001 ten opzichte van vorig jaar ingevolge de verslechtering van de externe economische context; toch is de algemene verwachting dat de groei relatief stevig blijft en dicht in de buurt van het groeipotentieel voor 2001 zal liggen.

De richtsnoeren omvatten een beleidsstrategie voor de aanpak van drie grote uitdagingen, te weten:


- behoud van de economische expansie op korte termijn;

- toename van het economisch groeipotentieel op middellange termijn;

- aanscherping van het vermogen om daadwerkelijk het hoofd te bieden aan langetermijnuitdagingen, met inbegrip van de vergrijzing.

De Raad hield een algemeen debat over de aanbevelingen van de Commissie om te voorzien in beleidsoriëntatie voor de uitvoerige bespreking ervan door het EFC en het EPC. De twee comité's zullen in juni verslag uitbrengen aan de Raad Ecofin opdat deze de richtsnoeren kan goedkeuren die ter bekrachtiging aan de Europese Raad van Göteborg worden voorgelegd.

Tijdens het debat waren de ministers over het algemeen ingenomen met inhoud en vorm van de GREB's 2001. Sommige ministers maakten opmerkingen over de mogelijkheid om het aantal beleidsdoelstellingen op Europees niveau te beperken. In deze context werden ook de vraagstukken betreffende het aandeel van de overheidsuitgaven in het BBP en de groei van de overheidsinvesteringen aan de orde gesteld. De ministers verwezen tevens naar de conclusies van de Europese Raad van Stockholm en onderstreepten met name dat naar krachtige structurele hervormingen moet worden gestreefd, onder andere op de arbeids-, de product- en de kapitaalmarkten, en dat grotere zichtbaarheid moet worden gegeven aan de doelstelling duurzame ontwikkeling te bevorderen.

EONOMISCHE DIALOOG TUSSEN DE EU EN RUSLAND

De Raad nam nota van informatie van het voorzitterschap over het bezoek van de EU-trojka, bestaande uit de voorzitter ervan, minister Ringholm, de Belgische minister van Financiën Reynders, en Commissielid Solbes, aan Rusland op 10 mei, met het oog op vergaderingen, met name met de Russische ministers van Financiën en Economische Zaken, het hoofd van de Centrale Bank en de voorzitter van het parlement.

De economische dialoog die bij deze gelegenheid op gang moet worden gebracht, biedt de mogelijkheid om van gedachten te wisselen over gemeenschappelijke economische belangen en mogelijkheden tot economische samenwerking. Hij zal de delegatie met name in staat stellen om de vooruitgang te beoordelen die Rusland maakt bij de uitvoering van het door minister van Financiën Kudrin gelanceerde programma voor economische en financiële hervorming, de mogelijke bijdrage van de EU aan dit streven, met name via het TACIS-programma, en de gevolgen daarvan voor de bevordering van een positief investeringsklimaat.

Het bezoek zal tevens de gelegenheid bieden met Rusland van gedachten te wisselen over het gebruik van specifieke EIB-leningen op milieugebied.

Voorontwerp van begroting van de EU voor 2002

De Raad luisterde naar een uiteenzetting van Commissielid Schreyer over de belangrijkste elementen van het voorontwerp van begroting voor 2002, dat op 8 mei 2001 formeel door de Commissie zal worden aangenomen.

De ontwerp-begroting voor 2002 voorziet in vastleggingskredieten ten belope van 100,3 miljard euro, wat een toename van 3,4% betekent, en in betalingen ten belope van 97,7 miljard euro, een toename van 4,8%. In totaal maakt de EU-begroting 1,07% van het BBP van de EU uit. Door de betrekkelijk grotere toename van de betalingen dan van de vastleggingen, waarop is vooruitgelopen in de financiële vooruitzichten voor de middellange termijn die in de lente van 1998 in Berlijn zijn aangenomen, wordt met name een vermindering van de achterstallige betalingen van de structuurfondsen mogelijk gemaakt. De betalingen blijven niettemin 2,5 miljard euro onder het in Berlijn vastgestelde plafond.

Volgens het ontwerp van de Commissie zal de landbouwbegroting met 5% (2,2 miljard euro) toenemen, voornamelijk ingevolge de in Berlijn overeengekomen hervorming van het GLB. Aanvullende uitgaven zullen de extra kosten ingevolge de BSE- en MKZ-crisissen dekken. Gezien de budgettaire onzekerheden ingevolge de BSE- en MKZ-crisissen, zal de Commissie een reserve van 1 miljard euro voorstellen, waardoor er een marge van 365 miljoen euro blijft voor hoofdstuk I van de financiële vooruitzichten. De Commissie overweegt reeds verdere voorstellen om het risico te beperken dat het plafond van de landbouwbegroting overschreden wordt.

Inzake de structuurfondsen vloeit het kader voor de uitgaven voort uit de inhoudelijke beslissingen. Omdat evenwel tijdens het eerste toepassingsjaar van de verordening betreffende de structuurfondsen een groot deel van de beschikbare kredieten niet kon worden vastgelegd, is de begrotingsautoriteit reeds een wederopneming in de begroting overeengekomen, met als resultaat een toename van 870 miljoen euro voor 2002.

Voor uitgaven in verband met het interne en het externe beleid en voor administratieve uitgaven voorziet het voorontwerp van begroting in passende marges onder de plafonds voor deze begrotingsonderdelen.

De Raad hield een korte gedachtewisseling waarin hij eraan herinnerde dat de bestaande financiële vooruitzichten moeten worden geëerbiedigd.

Inzake de begroting van de Raad merkte de voorzitter op dat het voorontwerp van begroting in het bijzonder afgestemd zal zijn op de uitvoering van het GBVB met inachtneming van de beginselen van een stringent begrotingsbeleid.

PENSIOENEN


-
INSTELLINGEN VOOR BEDRIJFSPENSIOENVOORZIENING: ONTWERP-RICHTLIJN -

CONCLUSIES VAN DE RAAD

De Raad merkt op dat de demografische uitdaging een van de belangrijskte economische en sociale kwesties is die in het eerste decennium van de 21e eeuw moeten worden aangepakt. De vergrijzing van de samenleving vergt duidelijke strategieën om toereikende pensioenstelsels te garanderen. Deze kwesties worden zowel op nationaal als op Europees niveau aangepakt. De Europese Raad van Stockholm heeft het startsein gegeven voor werkzaamheden betreffende de overdraagbaarheid van pensioenen. Hij gaf ook een nieuwe impuls aan de economische hervormingen, voortbouwend op de door de Europese Raad van Lissabon aangegeven doelstellingen. Als onderdeel van dit proces wordt er gewerkt aan een raamwerk voor prudentiële voorschriften voor de werkzaamheden van instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (richtlijn IBPV's).

De voornaamste doelstelling van de richtlijn IBPV's is een communautair prudentieel wettelijk kader voor instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening te creëren op een wijze die strookt met de bestaande internemarktwetgeving en ten volle rekening houdt met de grote verscheidenheid van regelingen tussen de lidstaten, met name wat toezicht en specifieke kenmerken van de IBPV's betreft. Het raamwerk moet gericht zijn op een hoog niveau van bescherming van de rechten van huidige en toekomstige gepensioneerden, de betaalbaarheid van pensioenregelingen verbeteren en grensoverschrijdende activiteiten van de instellingen faciliteren. De lidstaten blijven volledig en als enige verantwoordelijk voor de organisatie en de hervorming van hun pensioenstelsels, die de voorgestelde richtlijn niet beoogt te harmoniseren. Bovendien mag de richtlijn geen afbreuk doen aan het recht van de bevoegde autoriteit van de staat van de houder van de pensioenrechten om het arbeidsrecht en sociaal recht van die staat effectief toe te passen.

De Raad meent dat door de richtlijn moet worden aangemoedigd:

a) het betaalbaar houden van pensioenregelingen en het bieden van een hoog niveau van bescherming van de rechten van de huidige en toekomstige gepensioneerden, evenals het faciliteren van grensoverschrijdende werkzaamheden van IBPV's; b) de concretisering van de door de Europese Raad op het stuk van economische hervormingen geformuleerde doelstellingen; c) grensoverschrijdende deelneming op basis van onderlinge erkenning van de nationale prudentiële systemen, aangevuld met samenwerking tussen de regelgevende en toezichthoudende instanties, om te zorgen voor effectieve handhaving van het sociaal recht en arbeidsrecht op de betrokken gebieden in de staat van de houder van de pensioenrechten.

De Raad is voornemens alles in het werk te stellen om op basis van de bovenvermelde beginselen een politiek akkoord te bereiken binnen de in het actieplan financiële diensten en het verslag van het Comité van Wijzen vastgestelde tijdschema's.


-
BELASTING OP PENSIOENEN

De Raad luisterde naar een uiteenzitting van Commissielid Bolkestein over de recente mededeling van zijn instelling betreffende de opheffing van fiscale barrières voor grensoverschrijdende bedrijfspensioenregelingen. Volgens de Commissie moet aan de drie volgende vraagstukken bijzondere aandacht worden besteed:


- de grote verschillen tussen de voorschriften van de lidstaten wat de mate betreft waarin bijdragen kunnen worden afgetrokken en uitkeringen worden belast, hetgeen tot dubbele belasting aanleiding kan geven;

- de fiscale regels die inzake de aftrekbaarheid van bijdragen een onnodig restrictieve of discriminerende werking hebben omdat ze strijdig zijn met het in het Verdrag neergelegde vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal;

- het feit dat de lidstaten hun belastingregels niet naar behoren kunnen handhaven als zij hun ingezetenen toestaan aan buitenlandse pensioenregelingen deel te nemen.

De Raad verzocht zijn bevoegde instanties (het Comité van permanente vertegenwoodigers en de Groep belastingvraagstukken) de Commissiemededeling uitvoerig te bespreken met bijzondere aandacht voor het voorstel voor een automatische uitwisseling van informatie op het gebied van bedrijfspensioenregelingen, dat de lidstaten in staat moet stellen na te gaan of hun ingezetenen aan hun fiscale verplichtingen voldoen.

VERSLAG VAN DE GROEP BELEIDSKWESTIES FINANCIËLE DIENSTEN OVER E-HANDEL

EN FINANCIËLE DIENSTEN - CONCLUSIES VAN DE RAAD

De Raad


- neemt met instemming kennis van het verslag van de Groep beleidskwesties financiële diensten over e-handel en financiële diensten, dat bijdraagt aan, maar niet vooruitloopt op het resultaat van de in een andere Raadsformatie gevoerde besprekingen over het Commissievoorstel inzake de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten;

- is van mening dat in dat verslag tot uiting komt dat er een ruime consensus bestaat over de doelstellingen voor een geïntegreerde Europese markt voor financiële diensten aan consumenten;

- schaart zich achter de aanpak op basis van de drie strategische beleidslijnen ter verwezenlijking van die doelstellingen en erkent dat het vertrouwen van de consument in de informatiemaatschappij, gestoeld op een helder en transparant juridisch kader, een essentiële voorwaarde vormt voor de positieve ontwikkeling van de elektronische handel;

- bevestigt het programma dat is uiteengezet in het actieplan voor de totstandbrenging van een volledig geïntegreerde Europese markt voor financiële diensten aan consumenten;

- is het ermee eens dat een programma voor verdere convergentie op het gebied van de regels inzake consumentenbescherming en bescherming van de kleine beleggers, waarmee een hogere harmonisatiegraad wordt nagestreefd, moet worden aangevuld met flankerende maatregelen waarmee wordt beoogd het vertrouwen van de consument te versterken;

- is ingenomen met het voornemen van de Commissie om de lidstaten onder meer te helpen bij de toepassing van artikel 3, leden 4 tot en met 6, van de richtlijn elektronische handel op de markt voor financiële diensten aan consumenten, teneinde een beter begrip van het regelgevend kader in de hand te werken en een betrouwbare toepassing van de land-van-oorsprong-benadering te vergemakkelijken, en roept de lidstaten op om nauw met de Commissie samen te werken op dit gebied;

- verzoekt alle betrokken partijen met aandrang om snel samen te werken teneinde ervoor te zorgen dat tegen 2005 een volledig geïntegreerde Europese markt voor financiële diensten aan consumenten tot stand wordt gebracht.
Verklaring van F, B, E, GR en P bij de conclusies van de Raad

De delegaties van Frankrijk, België, Spanje, Griekenland en Portugal benadrukken dat, zoals reeds in de conclusies gesteld, met deze conclusies niet wordt vooruitgelopen op het resultaat van de in een andere Raadsformatie gevoerde besprekingen over het Commissievoorstel inzake de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten.

In dit verband zijn de volgende elementen huns inziens van cruciaal belang:


- de Unie moet werk maken van een daadwerkelijke harmonisering op het hoogst mogelijke niveau van de maatregelen ter bescherming van de consumenten bij de verkoop van financiële diensten, teneinde ervoor te zorgen dat de consumenten vertrouwen stellen in de regels van de geïntegreerde financiële markt, zonder welk vertrouwen die markt niet tot ontwikkeling kan worden gebracht; in afwachting daarvan moeten overgangsperiodes worden overwogen;
- volledige toepassing van de bedenktijd voor de consumenten die verblijven in de lidstaten waar deze bedenktijd bestaat;
- voor de consumenten moet er inzake het op precontractuele verbintenissen toepasselijke recht een doorzichtigheidsvereiste worden vastgesteld.

TIJDENS DE LUNCH BESPROKEN PUNTEN

0M Eurogroep
: de Raad ontving de gebruikelijke nabespreking van de werkzaamheden van deze instantie door haar voorzitter, de Belgische minister Reynders betreffende:


- het gebruikelijke overzicht van de meest recente economische ontwikkelingen en vooruitzichten in het licht van met name de onlangs gehouden voorjaarsvergaderingen van het IMF en de G7 in Washington;

- structurele vraagstukken ingevolge de Europese Raad van Nice met betrekking tot het arbeidsaanbod en de hervorming van belastings- en uitkeringsstelsels, vooral in de eurozone;
- regelmatige bijwerking van de werkzaamheden betreffende de overgang naar de euro.

0M EMU-statistieken
: de ministers luisterden naar een verslag van het EFC over dit onderwerp en beraadden zich in deze context over de problemen die bepaalde lidstaten nog steeds ondervinden om aan hun verplichtingen op dit gebied te voldoen.

0M Oekraïne
: de ministers bespraken de EU-status van bevoorrechte schuldeiser in de groep van crediteurlanden "Club van Parijs" met betrekking tot herstructureringsregelingen in verband met eisen ten aanzien van dit land, en zij kwamen tot overeenstemming over de wijze waarop deze kwestie met de partners in de Club van Parijs zal worden aangepakt.


* * *

MACRO-ECONOMISCHE DIALOOG OP MINISTERIEEL NIVEAU

In de marge van de Raad vond een vierde vergadering van de macro-economische dialoog van de Ecofin-trojka met de sociale partners op politiek niveau plaats. De besprekingen hadden betrekking op de economische vooruitzichten van de Commissie van dit voorjaar en haar aanbeveling betreffende de GREB's, de vertraging van de wereldeconomie en haar mogelijke gevolgen voor de Europese economie, en op loonontwikkelingen.

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

ECOFIN

Notering van effecten

De Raad nam een richtlijn aan betreffende de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd. Deze richtlijn behelst een codificatie van de Richtlijnen79/279/EEG, 80/390/EEG, 82/121/EEG en 88/627/EEG.

EXTERNE BETREKKINGEN

Betrekkingen met de ACS-landen

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan het standpunt van de EU voor de 26e zitting van de ACS-EG-Raad van Ministers op 11 mei 2001 in Brussel.

Betrekkingen met Liberia

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan een gemeenschappelijk standpunt betreffende beperkende maatregelen tegen Liberia.

Het gemeenschappelijk standpunt voorziet in een wapenembargo, een verbod op de verstrekking van technische opleiding of bijstand in verband met wapens, een verbod op de invoer van ruwe diamanten uit Liberia en een visumverbod.

Betrekkingen met de geassocieerde LMOE

De Raad nam besluiten aan betreffende de deelneming van Hongarije en de Tsjechische Republiek aan de communautaire programma's Socrates en Jeugd.

In de loop van 2000 hebben de associatieraden tussen de EU en de verschillende geassocieerde LMOE besluiten aangenomen waardoor deze landen kunnen deelnemen aan de tweede fase van het programma Socrates (en het programma Leonardo da Vinci), en aan het nieuwe programma Jeugd. Voor Socrates en Jeugd zijn in de desbetreffende besluiten evenwel alleen de financiële bijdragen voor het jaar 2000 vastgesteld en is bepaald dat de bijdrage voor de daaropvolgende jaren (2001-2006) in latere besluiten zal worden geregeld. Daartoe strekken deze besluiten voor wat betreft Hongarije en de Tsjechische Republiek. De besluiten zullen door de respectieve associatieraden formeel worden goedgekeurd.

Antidumping - invoer van oplossingen van ureum en ammoniumnitraat uit Polen

De Raad heeft een verordening aangenomen tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van oplossingen van ureum en ammoniumnitraat uit Polen.

Het recht per ton product dat is vervaardigd door onderstaande ondernemingen bedraagt:

Land

Onderneming

Bedrag aan rechten (EUR per ton)

Aanvullende Taric-code

POLEN

Zaklady Azotowe Pulawy SA

Al. Tysiaclecia P.P. 13,

24-110 Pulawy

Polen

19

8 795

Andere ondernemingen

22

8 900

Antidumping - invoer van ureum uit Rusland

De Raad heeft een verordening aangenomen tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van ureum uit Rusland.

Het bedrag van het definitieve antidumpingrecht is gelijk aan het verschil tussen de minimuminvoerprijs van 115 euro per ton en de nettoprijs, franco-grens-Gemeenschap, vóór inklaring, indien laatstgenoemde lager is dan de minimuminvoerprijs.

Antisubsidieprocedure - invoer van polyester stapelvezels uit Australië, Indonesië en Taiwan

De Raad nam een verordening aan tot wijziging van Verordening (EG) nr. 978/2000 tot instelling van een definitief compenserend recht op de invoer van polyester stapelvezels uit Australië, Indonesië en Taiwan.

Het recht dat van toepassing is op de nettoprijs, franco-grens-Gemeenschap, vóór inklaring, bedraagt voor de producten uit de volgende landen die vervaardigd zijn door de hieronder vermelde ondernemingen:

(1) Australië

Onderneming

Recht (%)

Aanvullende Taric-code

Leading Synthetics Pty Ltd, Melbourne, Victoria

6,0

A059

Alle andere Australische ondernemingen

6,0

A999

(2) Indonesië

Onderneming

Recht (%)

Aanvullende TARIC-code

PT. Indorama Synthetics TbK
Graha Irama, 17th floor
Jl. H. R. Rasuna Said Blok X-1 Kav. 1-2
PO Box 3375
Jakarta 12950

0

A051

PT. Panasia Indosyntec TbK
Jl. Garuda 153/74
Bandung 40184

0

A052

PT. Susilia Indah Synthetic Fiber Industries
Jl. Kh. Zainul Arifin Kompleks
Ketapang Indah
Blok B 1 n. 23
Jakarta 11140

0

A054

PT. GT Petrochem Industries TbK
Exim Melati Building, 9th floor
Jl. M. H. Thamrin Kav. 8-9
Jakarta 10230

0

A053

PT. Teijin Indonesia Fiber Corporation TbK
5th floor Mid Plaza 1
Jl. Jend. Sudiman Kav. 10-11
Jakarta 10220

0

A055

Alle andere ondernemingen

10

A999

WERKGELEGENHEID EN SOCIAAL BELEID

Sociale agenda - bekendmaking in het Publicatieblad

De Raad besloot de sociale agenda bekend te maken in de C-reeks van het Publicatieblad van de Eurpese Gemeenschappen en aldus aan deze tekst de vereiste bekendheid te geven.

De sociale agenda legt voor de komende vijf jaar concrete prioriteiten vast rond zes strategische beleidslijnen, te weten:


- meer en betere banen;

- anticiperen op en gebruik maken van de verandering van het arbeidskader door een nieuw evenwicht tussen flexibiliteit en zekerheid te ontwikkelen;


- armoede, uitsluiting en discriminatie bestrijden om de sociale integratie te bevorderen;

- modernisering van de sociale bescherming;
- bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen;
- versterking van de sociale aspecten van de uitbreiding en van de buitenlandse betrekkingen van de Europese Unie.

De sociale agenda is aangenomen door de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 27-28 november 2000 en op het hoogste politieke niveau bekrachtigd door de staatshoofden en regeringsleiders tijdens de Europese Top van Nice in december 2000.

(Zie voor meer informatie ook persmededeling nr. 13862/00 Presse 454).

BENOEMINGEN

Comité van de Regio's

De Raad nam besluiten aan houdende benoeming van:


- de heer Derek BODEN en mevrouw Ruth BAGNALL tot lid van het Comité van de Regio's, ter vervanging de heer John BATTYE, respectievelijk mevrouw Jane HORE, voor de verdere duur van hun ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2002;
- de heer João Carlos CUNHA SILVA tot plaatsvervangend lid van het Comité van de Regio's ter vervanging van de heer José Agostinho GOMES PEREIRA DE GOUVEIA, voor de verdere duur van zijn ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2002.

VIA DE SCHRIFTELIJKE PROCEDURE AANGENOMEN BESLUIT

AANPASSING VAN DE FINANCIËLE VOORUITZICHTEN AAN DE

UITVOERINGSVOORWAARDEN

Via de schriftelijke procedure heeft de Raad op 27 mei 2001 overeenstemming bereikt over een gezamenlijk besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de aanpassing van de fnianciële vooruitzichten aan de uitvoeringsvoorwaarden.

Overeenkomstig punt 17 van het interinstitutioneel akkoord van 6 mei 1999 over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure verbinden de twee takken van de begrotingsautoriteit zich bij de aanpassing in 2001 en in geval van vertraging bij de vaststelling van de programma's betreffende de structurele maatregelen, ertoe om, op voorstel van de Commissie, ter verhoging van de desbetreffende uitgavenmaxima de overdracht naar latere jaren van de in het begrotingsjaar 2000 niet-gebruikte toewijzingen, toe te staan.



reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie