Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Wijziging opkoopregeling toezichtsgebieden MKZ

Datum nieuwsfeit: 15-05-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Zoek soortgelijke berichten

Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

www.minlnv.nl

MIN LNV: Wijziging opkoopregeling toezichtsgebieden

REGELING IS VANDAAG 15-05-2001 IN STAATSCOURANT GEPUBLICEERD

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

Gelet op de artikelen 15, 19 en 27 van de Landbouwwet;

BESLUIT:

Artikel I

De Regeling subsidie opkoop in beschermings- en toezichtsgebieden MKZ wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:


1. Onderdeel j komt te luiden:
j. vleeskalveren: vleeskalveren als bedoeld in de rubrieken 214 en 216 van het beschrijvingsbiljet tot een leeftijd van 12 maanden;.
2. Onderdeel k komt te luiden:
k. biggen: biggen als bedoeld in de rubrieken 235 en 237 en vleesvarkens als bedoeld in de rubrieken 239 en 241 van het beschrijvingsbiljet;.

3. Onderdeel l komt te luiden:
l. mestvarkens: vleesvarkens als bedoeld in rubriek 241 van het beschrijvingsbiljet;.

4. Onderdeel n komt te luiden:
n. partij: vleeskalveren, biggen of mestvarkens die met één transportmiddel van één landbouwbedrijf worden afgevoerd;.
5. Na onderdeel n worden twee onderdelen toegevoegd, luidende: o. gesloten bedrijf: landbouwbedrijf waar alle op het bedrijf geboren biggen als bedoeld in de rubrieken 235 en 237 van het beschrijvingsbiljet tot vleesvarkens als bedoeld in de rubrieken 239 en 241 van het beschrijvingsbiljet worden gemest en waar in de normale bedrijfsvoering geen biggen als bedoeld in de rubrieken 235 en 237 van het beschrijvingsbiljet worden aangevoerd;
p. richtlijn 85/511/EEG: Richtlijn nr. 85/511/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 november 1985 tot vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer (PbEG L 315).

B

Artikel 2 komt te luiden:
Artikel 2


1. De Minister verstrekt op aanvraag met inachtneming van de volgende bepalingen een subsidie voor de opkoop ter destructie van vleeskalveren, biggen en mestvarkens die om welzijnsredenen worden afgevoerd van en voor zeugen die worden aangehouden op een landbouwbedrijf, voor zover dat bedrijf op het moment van opkoop is gelegen in een beschermings- en toezichtsgebied, waar het afvoeren van de betrokken dieren van bedrijven ter slacht niet is toegestaan krachtens artikel 9, tweede en derde lid, van richtlijn 85/511/EEG.

C

Artikel 4 komt te luiden:
Artikel 4


1. Voor de subsidie voor opkoop ter destructie van biggen komen in aanmerking natuurlijke personen en rechtspersonen die, in voorkomend geval blijkens de statuten, een landbouwbedrijf als bedoeld in artikel
2 exploiteren.

2. De subsidie voor opkoop ter destructie van biggen wordt niet verstrekt indien deze worden aangehouden op een gesloten bedrijf.
3. De subsidie voor opkoop ter destructie van biggen wordt alleen verstrekt voor biggen die naar het oordeel van een praktiserend dierenarts in zeer ernstige welzijnsproblemen verkeren en die met een gemiddeld gewicht van maximaal 60 kilogram per dier per partij worden afgevoerd.

4. De subsidie voor de opkoop ter destructie van biggen wordt alleen verstrekt indien in ieder geval alle op de overeenkomstig artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de Meststoffenwet geregistreerde locatie van het landbouwbedrijf aanwezige biggen van 4 tot 22 dagen oud worden opgekocht;

5. De ontvanger van de subsidie voor opkoop ter destructie van biggen is verplicht er voor zorg te dragen dat alle op de locatie, bedoeld in het vierde lid, aanwezige, tot 40 dagen drachtige, zeugen door een praktiserend dierenarts worden geaborteerd.

6. De ontvanger van de subsidie voor opkoop ter destructie van biggen is verplicht er voor zorg te dragen dat geen van de op de locatie, bedoeld in het vierde lid, aanwezige zeugen wordt geïnsemineerd of bevrucht in de periode van 4 maanden vanaf de dag waarop de aanvraag, bedoeld in artikel 2, is ingediend.

7. De periode, bedoeld in het zesde lid, kan slechts worden bekort indien de locatie, bedoeld in het vierde lid, op grond van beschikking 2001/223/EG niet meer gelegen is in annex I, doch beloopt in dat geval nog 1 maand vanaf de datum waarop het bedrijf niet meer in annex I is gelegen.

8. De ontvanger van de subsidie voor de opkoop ter destructie van biggen is verplicht er voor zorg te dragen dat alle op de locatie, bedoeld in het vierde lid, aanwezige zeugen gedurende de gehele periode, bedoeld in het zesde en zevende lid, en in de vier daarop volgende maanden op de locatie, bedoeld in het vierde lid, worden aangehouden.

9. De ontvanger van de subsidie voor de opkoop ter destructie van biggen is verplicht er voor zorg te dragen dat alle op de locatie, bedoeld in het vierde lid, aanwezige zeugen
a. overeenkomstig de Verordening Identificatie en Registratie Varkens 1998 van het Productschap Vee en Vlees zijn voorzien van een merk, en
b. zijn voorzien van een merk met een individueel registratienummer.

D

Na artikel 4 wordt het volgende artikel ingevoegd:

Artikel 4a


1. Voor de subsidie voor opkoop ter destructie van mestvarkens komen in aanmerking natuurlijke personen en rechtspersonen die, in voorkomend geval blijkens de statuten, een landbouwbedrijf als bedoeld in artikel 2 exploiteren.

2. De subsidie voor opkoop ter destructie van mestvarkens wordt alleen verstrekt voor mestvarkens die naar het oordeel van een praktiserend dierenarts in zeer ernstige welzijnsproblemen verkeren en die met een gemiddeld gewicht van minimaal 80 kilogram per dier per partij worden afgevoerd.

E

Artikel 5 komt te luiden:
Artikel 5


1. De subsidie voor opkoop ter destructie bedraagt voor vleeskalveren als bedoeld in artikel 3, tweede lid, fl. 440,74 per 100 kilogram levend gewicht, met een maximum van een per partij gemiddeld gewicht van 260 kilogram per dier.

2. De subsidie voor opkoop ter destructie bedraagt voor biggen als bedoeld in artikel 4, derde lid, fl. 44,07 per dier vermeerderd met fl. 2,09 per kilogram levend gewicht, met een maximum van een per partij gemiddeld gewicht van 25 kilogram per dier.
3. De subsidie voor opkoop ter destructie bedraagt voor mestvarkens als bedoeld in artikel 4a, tweede lid, bedraagt fl. 249,02 per 100 kilogram levend gewicht, met een maximum van een per partij gemiddeld gewicht van 120 kilogram per dier.

4. Vaststelling van de gewichten, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, geschiedt onder toezicht en op aanwijzing van LASER.

F

Na artikel 5 worden de volgende artikelen ingevoegd:

Artikel 5a


1. Voor de subsidie voor het aanhouden van zeugen komen in aanmerking natuurlijke personen en rechtspersonen die voor eigen rekening en risico zeugen houden, ten aanzien waarvan de verplichtingen, bedoeld in artikel 4, vijfde en zesde lid, gelden.

2. De subsidie voor het aanhouden van zeugen wordt verstrekt voor de periode, bedoeld in artikel 4, zesde lid. Indien artikel 4, zevende lid, van toepassing is wordt deze periode op overeenkomstige wijze bekort.

3. De subsidie voor het aanhouden van zeugen wordt slechts verstrekt voor zeugen
a. die bij het indienen van de aanvraag voor de opkoop ter destructie van biggen tenminste 8 maanden oud zijn,
b. die bestemd zijn voor het voortbrengen van varkens, c. die gedurende de gehele periode, bedoeld in het tweede lid, niet worden geïnsemineerd of bevrucht,
d. die gedurende de gehele periode, bedoeld in het tweede lid, en in de vier daarop volgende maanden op de locatie, bedoeld in artikel 4, vierde lid, van het landbouwbedrijf worden aangehouden, e. die overeenkomstig de Verordening Identificatie en Registratie Varkens 1998 van het Productschap Vee en Vlees zijn voorzien van een merk, en
f. die zijn voorzien van een merk met een individueel registratienummer.

4. Met betrekking tot de subsidie voor het aanhouden van zeugen zijn ten aanzien van het indienen van aanvragen, controlemaatregelen en sancties de artikelen 5, 6, eerste, derde, vierde en vijfde lid, eerste alinea, 7bis, eerste en tweede lid, 7ter, 8, 10, tweede, derde en vijfde lid, 10ter, 10sexies, eerste lid, 11 en 14 van Verordening (EEG) nr. 3887/92 van de Commissie houdende uitvoeringsbepalingen inzake het geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen (PbEG L 391).

Artikel 5b

De subsidie voor het aanhouden van zeugen bedraagt fl. 77,13 per maand, per zeug.

Artikel 5c


1. De aanvrager van subsidie voor het opkopen van biggen en de aanvrager van de subsidie voor het aanhouden van zeugen delen elke wijziging van het aantal op de locatie, bedoeld in artikel 4, vierde lid, aanwezige zeugen mede aan LASER.

2. De in het eerste lid bedoelde mededeling wordt ten laatste ontvangen op de tiende werkdag volgend op de dag van de vermindering van het aantal zeugen.

G

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 7, tweede, wordt de zinsnede ..zeer jonge biggen, vleesvarkens.. vervangen door: biggen, mestvarkens.
2. In artikel 7, derde en vierde lid, wordt de zinsnede ..zeer jonge biggen en vleesvarkens.. vervangen door: biggen en mestvarkens
3. In artikel 7, vierde lid, wordt de zinsnede ..overeenkomstig artikel 4, derde lid,.. vervangen door: overeenkomstig artikel 4, vijfde lid,.

H

Na artikel 7 worden de volgende artikelen ingevoegd:

Artikel 7a
De subsidie, bedoeld in artikel 5a, wordt niet eerder uitbetaald dan nadat de periode, bedoeld in artikel 5a, derde lid, onderdeel d, is verstreken.

Artikel 7b

1. De aanvrager van subsidie voor het aanhouden van zeugen kan bij LASER een verzoek tot het uitbetalen van een voorschot indienen.
2. Het voorschot bedraagt maximaal fl. 123,41 per zeug.
I

Artikel 8, derde lid, komt te luiden:

3. De subsidie wordt geweigerd indien het landbouwbedrijf waar de dieren worden aangehouden op het moment van opkoop niet langer gelegen is in een beschermings- en toezichtsgebied als bedoeld in artikel 2.

Artikel II

Aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze regeling worden geacht te zijn ingediend onder de voorwaarden van de Regeling subsidie opkoop in beschermings- en toezichtsgebieden MKZ, zoals gewijzigd bij deze regeling.

Artikel III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag van dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER
EN VISSERIJ,
Toelichting voor de Staatscourant

Deze regeling strekt tot wijziging van de Regeling subsidie opkoop in beschermings- en toezichtsgebieden MKZ. Aanleiding hiervoor is de introductie van een subsidie voor het aanhouden van zeugen voor de bedrijven waar zeugen ingevolge de subsidievoorwaarden voor de opkoop voor biggen niet mogen worden geïnsemineerd of bevrucht. Daarnaast is van de gelegenheid gebruik gemaakt de regeling aan te passen aan de concept-tekst van een verordening van de Europese Commissie waarin de voorwaarden waaronder Nederland de opkoop- en aanhoudregeling mag toepassen zijn vervat. Deze tekst zal naar verwachting op korte termijn worden vastgesteld en gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
De regeling is op een zo kort mogelijke termijn aangepast aan de concept-tekst van de verordening om aanvragers zo snel mogelijk in kennis te stellen van de communautaire voorwaarden die, naar het zich thans laat aanzien, aan de subsidie voor het opkopen van kalveren en varkens, en het aanhouden van zeugen zijn verbonden. De mogelijkheid bestaat dat de verordening die zal worden gepubliceerd op enkele punten afwijkt van de concept-tekst. In dat geval zal deze regeling met terugwerkende kracht daaraan worden aangepast.

Subsidie voor het aanhouden van zeugen die niet mogen worden geïnsemineerd of bevrucht
In de onderdelen F en H van deze regeling worden enige artikelen ingevoegd in de Regeling subsidie opkoop in beschermings- en toezichtsgebieden MKZ. Voor het aanhouden van fokzeugen die, als gevolg van het verstrekken van een subsidie voor de opkoop van biggen gedurende een periode van vier maanden niet mogen worden geïnsemineerd of bevrucht, kunnen producenten in aanmerking komen voor een vergoeding. Hiervoor wordt een subsidie van fl. 77,13, per zeug per maand verstrekt.
De subsidie wordt verstrekt onder een aantal voorwaarden, die zijn vervat in het derde lid, van het nieuwe artikel 5a. Een van de voorwaarden is dat de zeug waarvoor subsidie wordt gevraagd gedurende een periode van vier maanden niet mag worden geïnsemineerd of bevrucht. Dit betekent dat indien de zeug op enig moment gedurende deze periode wordt geïnsemineerd of bevrucht, het recht op de vergoeding voor de gehele periode voor het aanhouden van zeugen, evenals de subsidie voor het opkopen van biggen, vervalt. De periode van vier maanden gedurende welke de zeug niet mag worden geïnsemineerd of bevrucht kan worden bekort indien door een wijziging van de communautaire regelgeving de locatie waar de zeug wordt gehouden niet langer in annex I is gelegen. Alsdan wordt ook de periode, waarover een aanhoudvergoeding wordt verstrekt, bekort.
Een andere voorwaarde is dat de zeug na afloop van de periode waarin zij niet mag worden geïnsemineerd of bevrucht nog vier maanden op dezelfde locatie van het bedrijf wordt aangehouden. Behoudens overmacht in de zin van artikel 10 van Verordening 3887/92 van de Commissie houdende uitvoeringsbepalingen inzake het geïntegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen (PbEG L 391) vervalt het recht op de vergoeding bij overtreding van deze voorwaarde.
De aanhoudvergoeding kan worden aangevraagd bij LASER. Daar kan ook een voorschot op de uitbetaling van de vergoeding worden aangevraagd. Het voorschot bedraagt maximaal fl.123,41. De definitieve uitbetaling mag eerst vier maanden na afloop van de periode waarin de zeug niet mag worden geïnsemineerd of bevrucht plaatsvinden.

Overige wijzigingen
In artikel 1 zijn de definities van de kalveren en varkens die voor opkoop in aanmerking komen aangepast aan de concept-tekst van de verordening.
Voor opkoop komen in aanmerking:
a. vleeskalveren bestemd voor de rose of witvleesproductie tot een leeftijd van 12 maanden,
b. biggen met een gemiddeld gewicht van maximaal 60 kilogram per dier per partij, en
c. mestvarkens met een individueel gewicht van minimaal 50 kilogram en een gemiddeld gewicht van minimaal 80 kilogram per dier per partij.

In artikel 2 is bepaald dat de subsidie voor opkoop ter destructie en de subsidie voor het aanhouden van zeugen alleen wordt verstrekt indien het landbouwbedrijf waar de dieren worden aangehouden op het moment van opkoop in een beschermings- en toezichtsgebied is gelegen en indien op het moment van opkoop het afvoeren van de dieren ter slacht niet is toegestaan. De Regeling verbodsbepalingen aangewezen toezichtsgebieden mond- en klauwzeer 2001 bepaalt in welke gebieden het afvoeren ter slacht wordt toegestaan.

In de systematiek van de concept-tekst van de verordening worden op de zogeheten gesloten bedrijven alleen mestvarkens opgekocht. Daardoor ontstaat op deze bedrijven voor de aldaar tevens aanwezige biggen ruimte om op een uit oogpunt van dierenwelzijn verantwoorde wijze te worden gehouden en wordt in de toepassing van de opkoopregeling zo min mogelijk ingegrepen in de normale bedrijfsvoering. Onder een gesloten bedrijf wordt verstaan een landbouwbedrijf waar alle op het bedrijf geboren biggen tot vleesvarkens worden gemest en waar in de normale bedrijfsvoering geen biggen worden aangevoerd. De op een gesloten bedrijf aanwezige biggen komen niet voor opkoop ter destructie in aanmerking.

In artikel 4, achtste lid, is bepaald dat de ontvanger van de subsidie voor de opkoop ter destructie van biggen verplicht is er voor zorg te dragen dat alle op de locatie van het landbouwbedrijf aanwezige zeugen gedurende de gehele periode waarin deze zeugen niet mogen worden geïnsemineerd of bevrucht en in de vier daarop volgende maanden op deze locatie moeten worden aangehouden. Om dit te kunnen controleren is het noodzakelijk dat gedurende de periode waarin zeugen niet mogen worden geïnsemineerd of bevrucht elke wijziging van het aantal op de locatie aangehouden zeugen aan LASER wordt gemeld. Tevens is het noodzakelijk dat alle op de locatie aanwezige zeugen a. overeenkomstig de Verordening Identificatie en Registratie Varkens 1998 van het Productschap Vee en Vlees zijn voorzien van een merk, en
b. zijn voorzien van een merk met een individueel registratienummer.

Artikel 5 van de regeling is gewijzigd in verband met een andere wijze van vaststellen van het gewicht en van de prijs. Daar waar regeling uitgaat van dood gewicht, zonder verbloeden en slachten, gaat de concept-tekst van de verordening uit van levend gewicht. Voor de hoogte van de subsidie heeft deze wijziging geen consequenties. Verder gaat de verordening uit van een prijs in euro per 100 kilogram en niet, zoals de regeling doet, van een prijs in guldens per kilo. Om afrondingsverschillen te voorkomen, is artikel 5 van de regeling in overeenstemming gebracht met de concept-tekst van de verordening.

In de afgelopen dagen is reeds een aantal aanvragen voor subsidie voor opkoop ter destructie van vleeskalveren, biggen en vleesvarkens ingediend. Omdat de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verstrekt door onderhavige regeling worden gewijzigd, is in de regeling opgenomen dat deze aanvragen worden geacht te zijn ingediend onder de nieuwe voorwaarden. Indien bij de behandeling blijkt dat een aanvraag niet aan de gewijzigde voorwaarden voldoet, wordt de subsidie niet verstrekt.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER
EN VISSERIJ

15 mei 01 17:30

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie