Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag EU-Raad Interne Markt Consumenten en Toerisme

Datum nieuwsfeit: 30-05-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
European Union

2351. Raad - INTERNE MARKT CONSUMENTEN EN TOERISME Press Release: Brussels (30-05-2001) - Press: 205 - Nr: 9120/01


9120/01 (Presse 205)

(OR. en)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2351e zitting van de Raad


- INTERNE MARKT, CONSUMENTENZAKEN EN TOERISME -

Brussel, 30-31 mei 2001

Voorzitter:

de heer Leif PAGROTSKY

Minister, bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, belast met Handel

mevrouw Britta LEJON

Minister, bij het ministerie van Justitie, belast met Democratische Aangelegenheden en Consumentenzaken

van het Koninkrijk Zweden

INHOUD

DEELNEMERS

*

BESPROKEN PUNTEN

CONSUMENTENZAKEN

VERKOOP OP AFSTAND VAN FINANCIËLE DIENSTEN

*

INFORMELE BIJEENKOMST OVER CONSUMENTENBELANGEN IN LUND


*

NIEUWE VORMEN VAN MARKTREGULERING EN ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING


*

CONSUMENTENKREDIET

*

HET VOORBEREIDEN VAN DE CONSUMENTEN OP DE EURO

*

INTERNE MARKT

RICHTLIJN VOEDINGSSUPPLEMENTEN

*

EUROPESE VOEDSELAUTORITEIT/LEVENSMIDDELENWETGEVING


*

GEMEENSCHAPSOCTROOI

*

PARALELLE INVOER/ UITPUTTING VAN MERKRECHTEN

*

SCOREBORD VAN DE INTERNE MARKT

*

HERZIENING VAN DE INTERNE-MARKTSTRATEGIE 2001 - Conclusies van de Raad
*

GEZAMENLIJK WERKPROGRAMMA VAN DE DRIE VOORZITTERSCHAPPEN


*

STRATEGIE VOOR DE INTEGRATIE VAN MILIEUBESCHERMING EN DUURZAME

ONTWIKKELING IN HET INTERNEMARKTBELEID

*

STRATEGIE VOOR DE DOUANEUNIE - Resolutie van de Raad
*

OVERHEIDSOPDRACHTEN

*

RICHTLIJN MET BETREKKING TOT DE WAARDERINGSREGELS VOOR DE JAARREKENING

EN DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING*

*

RICHTLIJN LEVENSVERZEKERINGEN

*

SOLVABILITEITSMARGEVEREISTEN VOOR VERZEKERINGSONDERNEMINGEN


*

ACTIEPLAN "e-EUROPA 2002": INFORMATIE- EN NETWERKBEVEILIGING


- Resolutie van de Raad

*

RICHTLIJN INZAKE HET OP DE MARKT BRENGEN VAN GECHLOREERDE PARAFFINES

MET EEN KORTE KETEN

*

RICHTLIJN INZAKE HET TESTEN EN OP DE MARKT BRENGEN VAN COSMETISCHE

PRODUCTEN

*

BIJLAGE

*

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

INTERNE MARKT


-
Voertuigen voor het vervoer van passagiers - bijeenroeping van een bemiddelingscomité *

CONSUMENTENZAKEN


-
Algemene productveiligheid - bijeenroeping van een bemiddelingscomité *

HANDELSVRAAGSTUKKEN


-
Douane-unie - Canarische eilanden *

EXTERNE BETREKKINGEN


-
Betrekkingen met Zwitserland *

Besluiten die vergezeld gaan van verklaringen die de Raad voor het publiek beschikbaar heeft gesteld, zijn aangegeven met een asterisk; deze verklaringen zijn verkrijgbaar bij de Persdienst.



Voor meer informatie: tel. 02-285.60.83 of 02-285.81.11

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:

de heer Charles PICQUÉ

minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek, belast met het grotestedenbeleid

de heer Eric TOMAS

minister van de Brusselse Hoofdstedelijke regering, belast met Tewerkstelling, Economie, Energie en Huisvesting

Denemarken:

de heer Ole STAVAD

minister van Handel en Industrie

Duitsland:

De heer Hansjörg GEIGER

staatssecretaris, ministerie van Justitie

De heer Alexander MÜLLER

staatssecretaris, ministerie van Consumentenbescherming, Voedselvoorziening en Landbouw

Griekenland:

De heer Christos PACHTAS

Mevrouw Milena APOSTOLAKI

staatssecretaris van Economische Zaken

staatssecretaris van Ontwikkeling

Spanje:

mevrouw Celia VILLALOBOS TALERO

minister van Volksgezondheid en Consumentenzaken

Frankrijk:

De heer François PATRIAT

staatssecretaris van Midden- en Kleinbedrijf, Handel, Ambacht en Consumenten

Ireland
:

de heer James BRENNAN

plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Italië:

De heer Gianni MATTIOLI

De heer Stefano PASSIGLI

minister, bevoegd voor communautair beleid

staatssecretaris van Industrie, Handel en Ambacht, en Consumentenzaken

Luxemburg

De heer Henri GRETHEN

minister van Economische Zaken

Nederland:

De heer Dick BENSCHOP

staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Oostenrijk:

de heer Dieter BÖHMDORFER

minister van Justitie

Mevrouw Mares ROSSMANN

staatssecretaris van Economische Zaken en Arbeid

Portugal:

De heer Acácio BARREIROS

staatssecretaris van Consumentenbescherming

Mevrouw Teresa MOURA

Staatssecretaris van Europese Zaken

Finland:

De heer Kimmo SASI

minister van Buitenlandse Handel en Europese Aangelegenheden

Zweden:

mevrouw Britta LEJON

minister, bij het ministerie van Justitie, belast met Democratische Aangelegenheden en Consumentenzaken

De heer Leif PAGROTSKY

minister, bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, belast met Handel

De heer Hans-Eric HOLMQVIST

staatssecretaris bij het ministerie van Justitie

De heer Sven-Eric SÖDER

staatssecretaris, bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, belast met Noordse zaken

Verenigd Koninkrijk:

de heer Bill STOW

plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger


* * *

Commissie:

De heer Frits BOLKESTEIN

De heer David BYRNE

De heer Erkki LIIKANEN

lid

lid

lid

CONSUMENTENZAKEN

VERKOOP OP AFSTAND VAN FINANCIËLE DIENSTEN

De Raad besprak het voorstel voor een richtlijn betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de Richtlijnen 97/7/EG en 98/27/EG, en besprak in het bijzonder de vraag of de lidstaten tot het einde van de omzettingsperiode van de richtlijn hun nationale voorschrifen mogen blijven toepassen op binnenkomende aanbieders van financiële diensten.

Tot slot van het debat tekende de voorzitter aan dat de Raad over dit punt niet met gekwalificeerde meerderheid van stemmen tot overeenstemming kon komen.

Deze ontwerp-richtlijn, die de Commissie in oktober 1998 heeft ingediend en in juli 1999 heeft gewijzigd, is bedoeld als aanvulling op Kaderrichtlijn 97/7/EG van 20 mei 1997 betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten. De doelstellingen zijn


- het verbieden van onoirbare verkooppraktijken zoals "niet-gevraagde leveringen", hetgeen inhoudt dat ongevraagde financiële producten of diensten aan iemand worden opgestuurd en in rekening gebracht;
- het invoeren van voorschriften ter voorkoming van andere agressieve praktijken zoals "telefonische colportage", "colportage per fax" en "spamming"; "telefonische colportage" is een ongevraagde telefonische mededeling over dergelijke producten en diensten, "colportage per fax" is eenzelfde mededeling middels een fax en "spamming" is het verzenden van ongewenste e-mails;
- een verplichting om consumenten volledige informatie te verstrekken alvorens het contract wordt gesloten, en
- het recht van de consument om tijdens een bezinningsperiode af te zien van het contract.

INFORMELE BIJEENKOMST OVER CONSUMENTENBELANGEN IN LUND

De Raad nam nota van het mondelinge verslag door het voorzitterschap over de informele bijeenkomst die de voor de Interne Markt en Consumentenzaken verantwoordelijke ministers op 27-28 april 2001 hebben gehouden. Deze bijeenkomst, waar voor het eerst zowel de ministers voor de Interne Markt als die voor Consumentenzaken bijeen waren, was door het voorzitterschap georganiseerd met het doel de integratie van het internemarkt- en het consumentenbeleid te versterken.

NIEUWE VORMEN VAN MARKTREGULERING EN ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

De Commissie heeft de Raad op de hoogte gebracht van de stand van zaken met betrekking tot haar toekomstige Groenboek over dit onderwerp. De Raad nam nota van deze informatie en van de opmerkingen van de delegaties en verzocht de Commissie haar Groenboek snel te presenteren, zodat de Raad er een inhoudelijk debat over kan voeren tijdens zijn komende zitting onder Belgisch voorzitterschap.

CONSUMENTENKREDIET

De Raad heeft nota genomen van het voornemen van de Commissie om binnenkort een discussiestuk in te dienen ter voorbereiding van een voorstel voor een richtlijn inzake consumentenkrediet. Naar verwachting zal het voorstel een inhoudelijke wijziging bevatten van de bestaande richtlijn, omdat er vérgaande harmonisatie en meer consumentenbescherming zullen worden ingevoerd.

HET VOORBEREIDEN VAN DE CONSUMENTEN OP DE EURO

De Raad heeft informatie uitgewisseld over de stand van zaken met betrekking tot het voorbereiden van de consumenten op de euro. Hiertoe had het voorzitterschap de ministers verzocht in te gaan op vragen in verband met


- de evaluatie door de lidstaten van de voorbereiding van de consumenten op de overschakeling naar de eurobankbiljetten en
-munten in januari 2002;

- bijzondere aspecten of maatregelen waarvoor een gemeenschappelijke of gecoördineerde actie noodzakelijk is;
- specifieke inspanningen die worden geleverd om in te spelen op de behoeften van burgers die informatie aan het publiek moeilijk kunnen begrijpen of benutten (sociaal en economisch zwakkeren, ouderen, blinden, doven, mentaal gehandicapten); en
- maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat de invoering van de euro tot bedoelde of onbedoelde prijsstijgingen leidt.

De delegaties steunden het voornemen van de Commissie om met de banksector tot overeenstemming te komen inzake overschrijvingen van geld binnen de Gemeenschap tegen een lage prijs.

De Raad nam met grote belangstelling nota van de stand van zaken met betrekking tot deze voorbereidingen en sprak de hoop uit dat de komende maanden de noodzakelijke vooruitgang zal worden geboekt met de voorbereiding van de consumenten.

INTERNE MARKT

RICHTLIJN VOEDINGSSUPPLEMENTEN

Het voorzitterschap stelde vast dat er voor zijn compromisvoorstellen voor een gemeenschappelijk standpunt over de richtlijn inzake voedingssupplementen niet in voldoende mate overeenstemming was.

Derhalve zal de Raad tijdens een van zijn volgende zittingen op deze kwestie terugkomen.

EUROPESE VOEDSELAUTORITEIT/LEVENSMIDDELENWETGEVING

Na een oriënterend debat heeft de Raad overeenstemming bereikt over een gemeenschappelijke benadering inzake de belangrijkste onderdelen van de voorgestelde verordening. Niettemin moet een aantal aspecten nog worden afgerond, in het bijzonder in verband met de samenstelling van de Raad van Bestuur van de toekomstige Voedselautoriteit. De Raad heeft het Comité van permanente vertegenwoordigers verzocht om het advies van het Europees Parlement, zodra dat er is, te bestuderen en de vraagstukken te bespreken die nog moeten worden opgelost, zodat vóór eind juni een politiek akkoord kan worden bereikt.

GEMEENSCHAPSOCTROOI

De Raad besloot dat onderstaande gemeenschappelijke aanpak zal dienen als leidraad voor de voortgezette besprekingen over het Gemeenschapsoctrooi:

"1. De Raad geeft het Comité van permanente vertegenwoordigers opdracht om prioriteit te blijven verlenen aan de werkzaamheden betreffende een Gemeenschapsoctrooi gebaseerd op de volgende beginselen: integrale naleving van de communautaire rechtsorde, rechtszekerheid, betaalbaarheid, gevoeligheid van de gebruiker, procedurele efficiëntie, eenvoud en niet-discriminatie tussen burgers van de Gemeenschap, en verstrekt de volgende richtsnoeren met betrekking tot de algemene structuur:


·
Het Europees Octrooibureau moet een centrale rol spelen bij de toekenning en het beheer van Gemeenschapsoctrooien. Een en ander vergt een wijziging van het Europees Octrooiverdrag, onverminderd de rechtsvorm die wordt gegeven aan de betrekkingen tussen de Gemeenschap en de Europese Octrooiorganisatie.
·
De nationale octrooibureaus moeten een belangrijke rol vervullen op het gebied van Gemeenschapsoctrooien en ten aanzien van het publiek, in het bijzonder het midden- en kleinbedrijf, waarmee contact moet kunnen worden genomen in de plaatselijke taal. Die rol zou met name het volgende moeten omvatten: advies aan potentiële aanvragers van het Gemeenschapsoctrooi, het in ontvangst nemen van de Gemeenschapsoctrooiaanvragen en het doorsturen van die aanvragen naar het Europees Octrooibureau, alsmede het verspreiden van informatie over Gemeenschapsoctrooien. Bovendien zouden de nationale bureaus die dat wensen in hun respectieve werktalen activiteiten zoals opzoekingen kunnen verrichten met betrekking tot de verwerking van een aantal aanvragen voor een Gemeenschapsoctrooi, mits geoordeeld wordt dat zij voldoen aan de overeengekomen eisen inzake kwaliteit en eenvormigheid van het Gemeenschapsoctrooi, dat door het Europees Octrooibureau zou moeten worden verleend. Over de aard van die activiteiten en over de vraag hoe en of de activiteiten van de nationale octrooibureaus kwantitatief beperkt moeten worden, zou verder moeten worden nagedacht, rekening houdend met de noodzakelijke waarborging van de kwaliteit en de eenvormigheid van het Gemeenschapsoctrooi, de behoeften van de aanvragers en de situatie van aanvragen die verwerkt worden in de taal van het nationaal octrooibureau.
Het moet aanvragers vrij blijven staan hun octrooiaanvragen volledig door het Europees Octrooibureau te laten verwerken.
·
De kosten voor de aanvragers en de houders van Gemeenschapsoctrooien moeten op een concurrentieel peil liggen. De jaarlijkse heffing voor de vernieuwing van een Gemeenschapsoctrooi mag niet hoger liggen dan de totale kosten voor de jaarlijkse vernieuwing die thans moeten worden betaald voor een doorsnee Europees octrooi. Ook moet worden nagedacht over andere methoden om de kosten te drukken.

·
Wat de talenregeling betreft, dient het stelsel van Gemeenschapsoctrooien gebaseerd te zijn op de bovengenoemde algemene beginselen, met inbegrip van het beginsel van non-discriminatie. Om de kosten voor vertaling te beperken, moet nog verder worden nagedacht over de verschillende suggesties die in dit verband zijn gedaan, waaronder technologische vertaalondersteuning, zonder daarbij andere opties a priori uit te sluiten.


·
Een bepaald percentage van de inkomsten uit de heffingen voor de jaarlijkse vernieuwing van het Gemeenschapsoctrooi, waarover nog moet worden onderhandeld tussen de Gemeenschap en de Europese Octrooiorganisatie, dient te worden verdeeld tussen de lidstaten van de Gemeenschap/de nationale octrooibureaus volgens een eerlijke en gerechtvaardigde verdeelsleutel, die zo spoedig mogelijk moet worden overeengekomen door de lidstaten van de Gemeenschap. Het onder de lidstaten/de nationale octrooibureaus te verdelen percentage zou rechtstreeks door het Europees Octrooibureau worden betaald aan de lidstaten/de nationale octrooibureaus.

·
De justitiële regelingen voor het Gemeenschapsoctrooi moeten worden uitgewerkt overeenkomstig het kader van de artikelen 225 bis en 229 bis van het EG-Verdrag, zoals dat in Nice is aangenomen. De kamer van eerste aanleg zou moeten worden georganiseerd met inachtneming van de noodzaak van een eenvormige toepassing van het communautair recht en van factoren zoals de kosteneffectiviteit, de vraag en de plaatselijke talen, het nauwe contact met de gebruikers en het beroep op de bestaande infrastructuur en deskundigheid. Beroepen moeten worden behandeld door het Gerecht van Eerste Aanleg.

·
De bespreking van de Commissievoorstellen voor wijzigingen van het Europees Octrooiverdrag moet worden voortgezet, met het oog op de ontwikkeling van een standpunt van de Gemeenschap.

2. De Raad is ingenomen met het voornemen van de Commissie om spoedig overleg te organiseren teneinde een basis te scheppen voor verder onderzoek naar de eventuele gevolgen van een communautair gebruiksmodel op juridisch, praktisch en economisch gebied."

Bovendien heeft de Raad het voorzitterschap gemachtigd de nodige procedurele stappen te ondernemen om de Raad van bestuur van de Europese Octrooiorganisatie te verzoeken een punt "bijeenroeping van een diplomatieke conferentie voor de herziening van het Europees Octrooiverdrag van 1973 (EOV)" op de agenda van zijn volgende vergadering te plaatsen (25 tot en met 29 juni 2001), teneinde in dat Verdrag plaats te maken voor het Gemeenschapsoctrooi, met dien verstande dat over deze kwestie geen inhoudelijke onderhandelingen kunnen worden aangevangen alvorens de Raad een besluit heeft genomen over een onderhandelingsmandaat.

Met de voorgestelde verordening wordt beoogd een stelsel in te voeren van een Gemeenschapsoctrooi dat in de gehele Europese Unie geldig is, betaalbaar is en alle waarborgen van rechtszekerheid biedt. De Gemeenschapsoctrooien, die zouden worden afgegeven door het niet-communautaire EOB te München, zouden naast de nationale en Europese octrooien bestaan, zodat de uitvinders het octrooi zouden kunnen kiezen dat het best aan hun behoeften beantwoordt.

Het in 1973 gesloten Verdrag inzake de verlening van Europese Octrooien (EOV) dat bekend staat als het Verdrag van München en waarbij momenteel 20 staten zijn aangesloten (15 lidstaten van de EU
+ Zwitserland, Liechtenstein, Monaco, Cyprus en Turkije) wordt momenteel herzien, en de Commissie wees erop dat deze herziening van het Intergouvernementele Verdrag moet worden aangegrepen om ook de wijzigingen aan te brengen die nodig zijn voor de invoering van het Gemeenschapsoctrooi.

PARALLELLE INVOER/ UITPUTTING VAN MERKRECHTEN

Tijdens de lunch kreeg de Raad van het voorzitterschap informatie over de uitputting van merkrechten en parallelle invoer. Onder de delegaties was veel steun voor verdere uitvoerige studies over dit punt. De Raad heeft nota genomen van het voornemen van het aanstaande Belgische voorzitterschap om het werk aan dit dossier voort te zetten.

Er zij aan herinnerd dat de Raad, tijdens zijn zitting (Interne Markt) van 25 mei van afgelopen jaar, nota heeft genomen van een verslag van het voorzitterschap over parallelle invoer/uitputting van merkenrechten, alsmede van een verklaring van Commissielid BOLKESTEIN. Na de huidige situatie op de internationale markt te hebben geanalyseerd, was de Commissie op dat moment niet van plan een voorstel in te dienen om van de huidige regeling van communautaire uitputting over te schakelen op internationale uitputting van merkrechten.

De meningen van de lidstaten lopen uiteen, naargelang het gaat om voorstanders van overschakeling van het beginsel van communautaire uitputting van merkrechten op internationale uitputting, dan wel om voorstanders van handhaving van het bestaande systeem.

De Raad nam vervolgens nota van de standpunten van de verschillende delegaties over deze kwestie, alsmede van de evaluatie van het dossier door de Commissie. De Raad kwam overeen hierop terug te komen in een komende Raadszitting.

Het vraagstuk van de uitputting van merkrechten en de mogelijke gevolgen van een overgang van de huidige voor de gehele Gemeenschap geldende uitputtingsregeling naar een regime van internationale uitputting, met name wat betreft "parallelle importen", is onder de aandacht gebracht door een arrest van het Europees Hof van Justitie (zaak C-355/96 (Silhouette)) van 16 juli 1998, waarin het Hof de rechtspositie had verduidelijkt door uitlegging van Richtlijn 89/104/EEG inzake merken. Kort samengevat had het Hof beslist dat de merkhouder bij parallelle import (d.i. import buiten het officiële distributienet van een producent om; gewoonlijk wordt dergelijke import goedkoper verkocht) uit landen buiten de EER, het gebruik van een merk kan verbieden voor producten die zonder zijn toestemming in de Gemeenschap worden verkocht, ook al werden de ingevoerde producten buiten de EER met toestemming van de merkhouder in de handel gebracht. In juridische termen: in de handel brengen buiten de EER zonder toestemming van de houder put de rechten van de houder van het merk in de Gemeenschap niet uit. Tenzij natuurlijk de Gemeenschap beslist heeft in deze situatie verandering te brengen door een wijziging van de richtlijn of door onderhandelingen over wederkerigheidsregelingen met landen van buiten de EER.

SCOREBORD VAN DE INTERNE MARKT

De Raad luisterde aandachtig naar de presentatie door Commissielid BOLKESTEIN van de meest recente versie van het halfjaarlijkse scorebord van de interne markt, met de resultaten van de geheel Europa bestrijkende studie van de prijzen, en herhaalde dat de Raad zich inzet voor een volledige omzetting van de wetgeving inzake de interne markt middels een geleidelijke en gestuurde vermindering van de achterstand in de omzetting.

De Raad nam nota van opmerkingen van een groot aantal delegaties, waaronder een voorstel van het UK om in toekomstige studies naar prijzen ook vergelijkingen met derde landen op te nemen, een Deense studie over de economische gevolgen van een verzekering voor juridische kosten voor octrooien en een Italiaanse herinnering aan de noodzaak van verdere besprekingen over hernieuwbare energiebronnen.

De Commissie geeft om de zes maanden een bijgewerkte versie van het scorebord van de interne markt. De meest recente versie laat weliswaar een bescheiden verbetering zien van de algemene omzettingsachterstand, maar ook een zorgwekkende verslechtering in sommige lidstaten en een onvoldoende mate van vooruitgang in andere. De Commissie vreest dat een aantal lidstaten wellicht niet tegen het voorjaar van 2002 de ten doel gestelde 98,5% zullen halen wat betreft de omzetting van de internemarktrichtlijnen.

HERZIENING VAN DE INTERNEMARKTSTRATEGIE 2001 - Conclusies van de Raad

De Raad is ingenomen met de mededeling van de Commissie over de herziening van haar interne-marktstrategie en nam onderstaande conclusies aan:

"De Raad (Interne Markt, Consumentenzaken en Toerisme),

HERINNEREND aan de conclusies van de Europese Raad van Lissabon en van Stockholm en aan zijn conclusies van 12 maart 2001 inzake de internemarktaspecten van het economisch hervormingsproces van Cardiff,


1. VERWELKOMT de mededeling van de Commissie over de bijstelling van de strategie voor de interne markt - 2001 als een waardevolle basis voor de voortzetting van de werkzaamheden ter verbetering van het functioneren van de interne markt om te zorgen voor tastbare voordelen voor de burgers, consumenten en ondernemingen van Europa, rekening houdend met de economische, sociale en milieuaspecten van duurzame ontwikkeling en met inachtneming van de functie die diensten van algemeen economisch belang vervullen;
2. ONDERSCHRIJFT de algehele aanpak en de algemene koers van de bijstellingsstrategie met inbegrip van de nadruk op een beperkt aantal prioritaire acties, en erkent daarmee haar rol als belangrijk kader voor de komende werkzaamheden;
3. STEMT IN met de algemene prioriteiten zoals vervat in de vier strategische doelstellingen, daarbij benadrukkend hoe belangrijk het is individuele gerichte acties af te stemmen op de door de Europese Raad gestelde strategische prioriteiten;
4. ERKENT de noodzaak van handhaving en versterking van de hoofdelementen van de interne markt, zoals wederzijdse erkenning, normalisatie (vooral voor bouwmaterialen en in de machinebouw), markttoezicht, volledige, spoedige en correcte omzetting van alle internemarktwetgeving, effectieve toepassing en handhaving van mededingingsvoorschriften, consumentenvertrouwen, juridische zekerheid en verbeterde administratieve samenwerking;
5. IS INGENOMEN met de toegenomen nadruk op de externe dimensie van de bijstelling en de noodzaak de interne markt voor te bereiden op een uitgebreide Unie;

6. VERZOEKT de Commissie mee te delen hoe zij de internemarktstrategie voor diensten denkt te integreren in de algemene internemarktstrategie zodat alle onderdelen van de interne markt zich harmonieus kunnen ontwikkelen;
7. BENADRUKT de noodzaak de werkzaamheden te bespoedigen om de gerichte acties volgens overeengekomen tijdschema's te voltooien, erkennend dat de verantwoordelijkheid voor de verbetering van de prestaties moet worden gedeeld door de Raad, het Europees Parlement, de Commissie en de lidstaten zelf;


8. VERBINDT ZICH ERTOE de werkzaamheden actief voort te zetten teneinde overeenstemming te bereiken, zodat prioritaire acties als de wetgeving inzake overheidsopdrachten, de Europese Voedselautoriteit, de richtlijn verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en de richtlijn postdiensten spoedig overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad kunnen worden aangenomen. Ook aan het Gemeenschapsoctrooi en het gebruiksmodel moet worden verdergewerkt om de door de Europese Raden van Lissabon, Feira en Stockholm gestelde doelen te halen;
9. ERKENT tevens de noodzaak van snelle vooruitgang ten aanzien van andere in de bijstelling van de Commissie van haar internemarktstrategie vermelde prioritaire gerichte acties op het gebied van financiële diensten, vervoer en energie;
10. HERINNERT aan het in december 2000 bereikte politiek akkoord over het statuut van de Europese vennootschap en BENADRUKT het belang van snelle aanneming van dit rechtsinstrument en daarmee verband houdende wetgeving;

11. DOET EEN BEROEP OP de Commissie initiatieven te presenteren die vóór eind december 2001 gereed moeten zijn, met inbegrip van de gecoördineerde strategie voor de vereenvoudiging van het regelgevend kader en de resultaten van de eerste fase van de dienstenstrategie en de strategie voor biowetenschappen en biotechnologie, met inbegrip van ethische vraagstukken;
12. VERZOEKT de Commissie zoveel mogelijk rekening te houden met de verzoeken en wensen van betrokkenen wanneer zij nieuwe initiatieven opstelt en bestaande praktijken evalueert ("interactieve beleidsbepaling"). Voorts zijn concrete stappen nodig ter versterking van de rol van burgers/consumenten en ondernemingen, in het bijzonder het MKB, bij het vormgeven van het regelgevend kader voor de interne markt, bijvoorbeeld door de effecten op de consument en het MKB te evalueren en door werk te maken van meer efficiënte vormen van probleemoplossing;
13. BEKLEMTOONT de noodzaak het consumentenvertrouwen in de interne markt, ook op het gebied van de e-handel, te versterken en IS VERHEUGD over het voornemen van de Commissie haar Groenboek over de wetgeving ter bescherming van de consument ten aanzien van handelspraktijken en de handhaving van die wetgeving te presenteren en de controle op prijzen van goederen en diensten verder te ontwikkelen;

14. BEKLEMTOONT de noodzaak de vorderingen bij de uitvoering van de strategie voortdurend te volgen, vooral met behulp van het scorebord van de interne markt en een alomvattende reeks indicatoren die door de Commissie in nauwe samenwerking met de lidstaten moeten worden ontwikkeld;

15. BEVESTIGT zijn steun aan de internemarktcyclus en zijn voornemen bijdragen en richtsnoeren te leveren voor de jaarlijkse bijstelling van 2002;

16. NEEMT er in dit verband met voldoening NOTA van dat het gezamenlijk werkprogramma van de drie voorzitterschappen (Zweden, België en Spanje) van mei 2001 onder meer voorziet in een voortgezette follow-up van de strategie gedurende de komende maanden. De Raad (IMCT) zal de stand van zaken in zijn zitting van november 2001 evalueren."

GEZAMENLIJK WERKPROGRAMMA VAN DE DRIE VOORZITTERSCHAPPEN

De Raad prees de presentatie door het voorzitterschap en de Belgische en de Spaanse delegatie van hun gezamenlijke werkprogramma als een belangrijke basis voor verder werk aan de ontwikkeling van de interne markt. Er bestond een brede consensus over de hoofdlijnen van het werkprogramma en over de vastgestelde prioriteiten, in het bijzonder op het gebied van elektronische handel, diensten en vereenvoudiging van de wetgeving. Deze nieuwe versie van het programma legt nog steeds de nadruk op het bieden van echte voordelen aan de burgers en de consumenten en weerspiegelt de vermenging van de Raadsformaties Interne Markt en Consumentenzaken

(Het programma is als bijlage bij deze mededeling aan de pers opgenomen.)

STRATEGIE VOOR DE INTEGRATIE VAN MILIEUBESCHERMING EN DUURZAME

ONTWIKKELING IN HET INTERNEMARKTBELEID

De Raad heeft het verslag over deze strategie, dat aan de Europese Raad van Göteborg van 15-16 juni zal worden voorgelegd, aangenomen (zie ue.eu.int/newsroom/miscellaneous - doc. 8970/01).

STRATEGIE VOOR DE DOUANE-UNIE - Resolutie van de Raad

De Raad heeft onderstaande resolutie aangenomen:

"DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

MEMOREERT:


1. dat de Europese Raad van Lissabon van 23 en 24 maart 2000, voor de Unie als centraal strategisch doel heeft gesteld om in het komende decennium de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld te worden die in staat is tot duurzame economische groei met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang,
2. dat de Europese Raad van Tampere van oktober 1999 heeft gesteld dat ernstige economische delicten steeds vaker aspecten hebben die op het gebied van belastingen en heffingen liggen,
3. het tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op 22 december 1998 gesloten Interinstitutioneel Akkoord betreffende de gemeenschappelijke richtsnoeren voor de redactionele kwaliteit van de communautaire wetgeving,

4. dat de douaneautoriteiten controles uitvoeren om ervoor te zorgen dat de regelingen op talrijke belangrijke beleidsgebieden nageleefd worden, onder meer op het gebied van de veiligheid van de consument en de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap en de lidstaten; dat zij een cruciale rol spelen bij de bestrijding van smokkel, namaak, fraude en andere illegale activiteiten die met grensoverschrijdend goederenverkeer gepaard gaan; dat op douanegebied een belangrijke bijdrage tot deze strijd wordt geleverd krachtens artikel 30 van het Verdrag betreffende de Europese Unie; dat de Overeenkomst inzake wederzijdse bijstand en samenwerking tussen de douaneadministraties (Napels II) en de Overeenkomst inzake het gebruik van informatica op douanegebied (Douane-informatiesysteem) in dit verband belangrijke nieuwe instrumenten zijn, en

5. dat, hoewel het innen van douanerechten en indirecte belastingen een belangrijke taak blijft, het zwaartepunt van het douanewerk geleidelijk verschuift naar het handhaven van internationale handelsregelingen en het ontwikkelen en toepassen van procedures ter bevordering van de handel en ter versterking van het concurrentievermogen van Europa;

BEVESTIGT de doelstellingen en maatregelen die worden aanbevolen in de Resolutie van de Raad van 25 oktober 1996 over de vereenvoudiging en rationalisatie van de douanewetgeving en -procedures van de Gemeenschap alsmede in Beschikking nr. 105/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 1999 tot wijziging van Beschikking nr. 210/97/EG houdende goedkeuring van het actieprogramma voor de douane in de Gemeenschap (Douane 2000) en tot intrekking van Beschikking 91/341/EEG van de Raad ;

ERKENT:


1. dat een goed functionerend in- en uitklaringssysteem effectief kan bijdragen aan de versterking van het concurrentievermogen van de Unie en een eerste voorwaarde is voor een goed ondernemersklimaat; dat het toenemend internationaal handelsverkeer en de behoefte aan een snelle douaneafhandeling met zich meebrengen dat er nieuwe methoden voor de douaneafhandeling en -controle ontwikkeld moeten worden waarbij automatisering, risicoanalyse en samenwerking met de economische actoren essentiële instrumenten zijn,
2. dat de komende uitbreiding van de Europese Unie de douaneautoriteiten voor nieuwe uitdagingen plaatst en de economische actoren nieuwe kansen biedt,

3. dat nauwe samenwerking met de douaneautoriteiten in derde landen belangrijk is en dat met name een uitgebreide samenwerking met de douaneautoriteiten van de buurlanden van de Unie actief kan bijdragen aan een vlotte grensoverschrijding en aan een succesvolle bestrijding van overtredingen op douanegebied, en
4. dat het voor de werking van de interne markt van belang is dat douaneambtenaren en economische actoren toegang hebben tot een voldoende en adequate opleiding op het gebied van Gemeenschapswetgeving, informatietechnologie en moderne werkmethoden; hierbij wordt opgemerkt dat een haalbaarheidsstudie een positief advies heeft opgeleverd voor de eventuele oprichting van een Europese douaneacademie;

IS INGENOMEN MET de mededeling van de Commissie betreffende een strategie voor de douane-unie;

STAAT ACHTER de algemene dynamiek van deze mededeling en HOOPT concrete voorstellen te ontvangen;

IS HET EROVER EENS:


1. dat er behoefte is aan een dergelijke strategie, gebaseerd op gemeenschappelijke waarden van openheid, flexibiliteit, efficiëntie en samenwerking tussen douaneautoriteiten, om de perceptie te bevorderen dat zij als één enkele douaneautoriteit functioneren,

2. dat het ten volle benutten van de informatietechnologie in de douane-unie essentieel is en dat het derhalve nodig is om:

a) een geloofwaardige, alomvattende strategie voor het gebruik van de informatietechnologie bij douaneactiviteiten te ontwikkelen en een interface tussen informatienetwerken op te zetten, b) onderlinge toegang tot databanken te verschaffen, en daarbij terdege rekening te houden met de desbetreffende bepalingen inzake gegevensbescherming in de Gemeenschap en in de lidstaten,

c) een ruim opgevat programma voor de automatisering van douaneprocedures te ontwikkelen en uit te voeren, en d) zo spoedig mogelijk programma's voor de uitwisseling van informatie tussen de douaneautoriteiten, zoals het Nieuwe Systeem voor Geautomatiseerd Douanevervoer (NCTS) en het Douane-informatiesysteem (DIS), te ontwikkelen en uit te voeren, en


3. dat, gelet op de rol van de douaneautoriteiten bij de inning van indirecte belastingen, coherente acties op het gebied van douane en belastingen van groot belang zijn, vooral bij de bestrijding van belastingfraude;

IS HET ER VERDER OVER EENS:

dat een hoofddoel moet zijn de verbetering van de samenwerking tussen de douaneautoriteiten onderling, tussen douaneautoriteiten en economische actoren en tussen douaneautoriteiten en andere instanties, zulks om te garanderen dat de toepassing van de douanewetgeving tot gelijkwaardige resultaten leidt en om hun vermogen tot het efficiënt bestrijden van fraude en andere handelingen die een gevaar vormen voor de veiligheid van personen en goederen, te vergroten;

NEEMT ER MET VOLDOENING NOTA VAN:


1. dat de Commissie van plan is door te gaan met de vereenvoudiging van de douaneregelingen en -procedures en dat dit werk voornamelijk zal bestaan in verdere automatisering en een groter gebruik van elektronische middelen,

2. dat de Commissie beoogt de kwaliteit en de doeltreffendheid van de douanecontroles te verbeteren en controlemethoden te ontwikkelen waarbij vaker een beroep wordt gedaan op risicoanalyses en audittechnieken, met dien verstande dat de uitvoering van douanecontroles de verantwoordelijkheid van de lidstaten blijft, en

3. dat de Commissie voornemens is te blijven werken aan verbetering van de kwaliteit en toegankelijkheid van de informatie voor de economische actoren alsmede aan de opleiding van douaneambtenaren en economische actoren;

BENADRUKT:


1. dat de komende uitbreiding van de Europese Unie de Commissie en de douaneautoriteiten van de huidige lidstaten er sterker toe noopt om nauw samen te werken met de douaneautoriteiten van de toetredende staten, onder meer om in de huidige en toekomstige lidstaten tot gelijkwaardige controleresultaten te komen,
2. dat, wil men de douaneautoriteiten in staat stellen hun taken efficiënt uit te voeren, een goed ontwikkelde samenwerking met de douaneautoriteiten in derde landen en vooral naburige gebieden, een essentiële voorwaarde is,


3. dat de douaneautoriteiten door de verscheidenheid van hun taken zowel in een communautaire context moeten werken als in die van de douanesamenwerking in het kader van Titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

4. dat de douane een belangrijke rol speelt bij de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit door de voorkoming, en opsporing van en, binnen de nationale bevoegdheden van de douanediensten, het onderzoek naar en de vervolging van criminele activiteiten op het gebied van fiscale fraude, het witwassen van geld, en de smokkel van drugs en andere illegale goederen; dat de douaneautoriteiten hun operationele samenwerking en coördinatie, zoals gezamenlijke douaneoperaties op basis van een strategische aanpak, verder moeten uitbouwen; en dat de douane-, politie- en gerechtelijke autoriteiten doeltreffend moeten samenwerken om de Europese Unie als ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid te handhaven en verder te ontwikkelen,
5. dat een duidelijke en ondubbelzinnige wetgeving, waarmee de justitiabelen vertrouwd zijn en die door degelijk opgeleide ambtenaren toegepast wordt, van fundamenteel belang is voor zowel een vlot verloop van de legale handel als een doeltreffende fraudebestrijding,

6. dat er door de Commissie geen maatregelen met het oog op outsourcing van de infrastructuur van de douane-unie genomen mogen worden zonder een grondige analyse van de gevolgen daarvan, met inbegrip van de bevoegdheidsverdeling, en dat als outsourcing bestudeerd wordt, dit in nauwe samenwerking met de Commissie en de lidstaten moet plaatsvinden, waarbij terdege rekening moet worden gehouden met de soevereiniteit van de lidstaten op het gebied van de organisatie van hun douaneautoriteiten, en
7. dat de communautaire douanewetgeving een dusdanig kader moet bieden dat de economische actoren in het hele douanegebied van de Gemeenschap gelijke concurrentievoorwaarden kunnen genieten;

WIJST EROP:


1. dat het zeer belangrijk is dat de strategie voor de douane-unie de ontwikkelingen blijft volgen en derhalve te gelegener tijd in het licht van de opgedane ervaring moet worden getoetst, en
2. dat de communautaire actieprogramma's op douanegebied, in het bijzonder Douane 2002 en OISIN, een goede basis blijken te vormen om op lange termijn douaneregelingen en -procedures stelselmatig te verbeteren en te vereenvoudigen, terwijl terzelfdertijd het douanegebied, de burger en het bedrijfsleven van de Unie, de eigen middelen van de Gemeenschap en de middelen van de lidstaten afdoende beschermd worden;

VERZOEKT DE COMMISSIE:


1. met voorstellen te komen voor een verdere vereenvoudiging, modernisering en rationalisering van de douaneregelingen en
-procedures, waarbij erop gelet moet worden dat de economische ontwikkeling wordt bevorderd en de doeltreffendheid van de controles overeind blijft, en er rekening mee moet worden gehouden dat zowel douaneautoriteiten als economische actoren in een vroeg stadium bij een en ander betrokken worden,

2 een ruim opgevat programma voor de automatisering van douaneprocedures en voor de uitwisseling van douane-informatie te ontwikkelen en een geloofwaardige strategie uit te werken voor het ontwikkelen en gebruiken van informatienetwerken voor douaneactiviteiten,

3. binnen vijf jaar de strategie voor de douane-unie te evalueren;

SPREEKT in dit verband zijn VOLDOENING UIT over het feit dat de Commissie onlangs heeft aangekondigd het Europees Parlement en de Raad een voorstel te zullen doen toekomen voor verlenging van het Douane 2002-programma, met het oog op de verdere verbetering van de werking van de interne markt;

VERZOEKT DE LIDSTATEN alles in het werk te stellen om de strategie voor de douane-unie te doen slagen;

VERZOEKT DE COMMISSIE EN DE LIDSTATEN:


1. deel te nemen aan acties tegen criminele activiteiten en, in voorkomend geval, hun acties te coördineren met die van andere autoriteiten, met name politiële en justitiële autoriteiten, en zich te blijven inzetten voor de versterking van de samenhang tussen douane- en fiscale regelingen, en

2. stappen te ondernemen om zowel de samenwerking tussen de douaneautoriteiten in de Europese Unie als de samenwerking met de douaneautoriteiten in derde landen, vooral in naburige gebieden te versterken, met het oog op het vergemakkelijken van de procedures voor een vlotte grensoverschrijding en het succesvol bestrijden van fraude; en

MOEDIGT de economische actoren aan tot een optimaal gebruik van informatie en opleiding en van de mogelijkheden tot samenwerking die de douaneautoriteiten bieden."

OVERHEIDSOPDRACHTEN

De Raad nam nota van een voortgangsverslag hierover. De Raad liet zich in lovende bewoordingen uit over de tot nog toe geboekte vooruitgang en bevestigde voornemens te zijn dit dossier een hoge prioriteit te geven zodat binnen de door de Europese Raad gestelde termijn overeenstemming kan worden bereikt.

Met het nieuwe pakket wetgeving, dat de Commissie in de Raad (Interne Markt) van mei 2000 gepresenteerd heeft, worden twee doelstellingen nagestreefd. De eerste is de bestaande communautaire richtlijnen te vereenvoudigen en te verduidelijken en de tweede is deze richtlijnen aan te passen aan de moderne administratieve behoeften in een economische omgeving die zich wijzigt als gevolg van factoren zoals de liberalisering van de telecommunicatiesector of de omschakeling naar de nieuwe economie. Teneinde de aanbestedingsprocedure doorzichtiger te maken en corruptie en georganiseerde misdaad beter te bestrijden, voorziet het pakket wetgeving ook in maatregelen die erop gericht zijn de criteria voor het gunnen van de opdracht en de selectie van de inschrijvers duidelijker te maken.

In beide voorstellen wordt gestreefd naar


- de invoering van elektronische aankoopmechanismen en de daaruit voortvloeiende verkorting van de termijnen van een aanbestedingsprocedure;

- een verduidelijking van de bepalingen betreffende de technische specificaties waardoor een daadwerkelijke mededinging kan worden gewaarborgd door de deelneming van een zo groot mogelijk aantal inschrijvers, en in het bijzonder van innoverende ondernemingen;
- een versterking van de bepalingen betreffende de gunningscriteria;

- een vereenvoudiging van de drempels, waarvan het aantal is verlaagd; en


- de invoering van een gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten.


-
VOORSTEL BETREFFENDE DE COÖRDINATIE VAN DE PROCEDURES VOOR HET

PLAATSEN VAN OVERHEIDSOPDRACHTEN VOOR LEVERINGEN, DIENSTEN EN

WERKEN
Dit voorstel wordt gepresenteerd in de vorm van één tekst voor opdrachten voor leveringen, werken en diensten. Het vervangt de drie "conventionele" of klassieke richtlijnen, te weten Richtlijn 92/50/EEG betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening, Richtlijn 93/36/EEG betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en Richtlijn 93/37/EEG betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken. In het nieuwe voorstel wordt een aantal incoherenties tussen deze drie richtlijnen uit de weg geruimd; ook worden sommige bepalingen die momenteel slechts voor bepaalde opdrachten gelden, van toepassing op alle opdrachten.

-
VOORSTEL HOUDENDE COÖRDINATIE VAN DE PROCEDURES VOOR HET PLAATSEN

VAN OPDRACHTEN IN DE SECTOREN WATER- EN ENERGIEVOORZIENING EN

VERVOER

(wordt vaak de "richtlijn nutsbedrijven" genoemd)

Dit voorstel strekt tot wijziging van Richtlijn 93/38/EEG betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie middels de herziening van het toepassingsgebied in het licht van de geleidelijke liberalisering in deze sectoren.

In de tot nog toe gevoerde debatten heeft de Raad zich meer geconcentreerd op het eerste voorstel, maar de resultaten van die debatten hebben geholpen bij het verwezenlijken van vooruitgang met het voorstel voor een richtlijn nutsbedrijven. In de debatten tijdens het Zweedse voorzitterschap zijn zo'n beetje alle vraagstukken aan de orde gekomen, maar er is in het bijzonder aandacht besteed aan de voorschriften voor elektronische aanbesteding en aan de zogeheten concurrentiegerichte dialoog die gebruikt zal worden in verband met uitzonderlijk ingewikkelde contracten.

RICHTLIJN MET BETREKKING TOT DE WAARDERINGSREGELS VOOR DE JAARREKENING

EN DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING*

De Raad heeft unaniem de richtlijn tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG 83/349/EEG en 86/635/EEG met betrekking tot de waarderingsregels voor de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen evenals van banken en andere financiële instellingen, aangenomen.

Deze richtlijn is in februari 2000 door de Commissie ingediend met de bedoeling vennootschappen de mogelijkheid te bieden de internationale standaard voor jaarrekeningen 39 (Financiële Instrumenten: Verwerking en Waardering) toe te passen, waardoor de waardering mogelijk wordt van bepaalde financiële instrumenten op basis van de waarde in het economisch verkeer in plaats van op basis van historische kosten. De toepassing van de standaard waarborgt dat de financiële gevolgen van het gebruik van financiële instrumenten tot uiting komen in de ondernemingsbalansen, en wel op een correcte en geheel transparante wijze. Deze standaard is opgesteld door een particuliere ontwerper van standaarden voor jaarrekeningen (IASB) en wordt in 2001 operationeel. De Gemeenschap beoogt met deze richtlijn het gebruik van de standaard door vennootschappen van meet af aan te vergemakkelijken, aangezien er anders ernstige problemen zouden worden geschapen. De richtlijn bevat nu ook wijzigingen op de richtlijn jaarrekening van banken, naast de
4e en de 7e richtlijn vennootschapsrecht.


Wat betreft de algemene wetgeving op dit gebied heeft de Commissie in februari van dit jaar een voorstel ingediend voor een verplichte toepassing van de internationale standaarden voor jaarrekeningen door beursgenoteerde ondernemingen vanaf 2005.

RICHTLIJN LEVENSVERZEKERINGEN

De Raad heeft een politiek akkoord bereikt over zijn gemeenschappelijk standpunt inzake de richtlijn betreffende levensverzekeringen (omgewerkte versie), behoudens mogelijke wijzigingen in het codificatiegedeelte dat wellicht volgt indien de richtlijn solvabiliteitsmarge voor levensverzekeringsondernemingen in eerste lezing wordt aangenomen.

Er zijn drie generaties verzekeringsrichtlijnen die in verschillende stadia van integratie zijn aangenomen vanaf de jaren 70 tot en met 1992 toen de derde verzekeringsrichtlijnen zijn aangenomen. In dit laatste geval gaat het om drie levensverzekeringsrichtlijnen en drie schadeverzekeringsrichtlijnen. Deze omwerking betekent een vereenvoudiging van de communautaire wetgeving inzake levensverzekering.

SOLVABILITEITSMARGEVEREISTEN VOOR VERZEKERINGSONDERNEMINGEN

De Raad nam nota van een voortgangsverslag over de twee voorstellen voor een richtlijn.


- Voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 73/239/EEG op het gebied van de solvabiliteitsmargevereisten voor schadeverzekeringsondernemingen en

- Voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 79/267/EEG op het gebied van de solvabiliteitsmargevereisten voor levensverzekeringsondernemingen

De Raad bevestigde zijn instemming met de teksten van de voorstellen en droeg het Comité van permanente vertegenwoordigers op de bespreking van de voorstellen af te ronden tegen de achtergrond van het advies van het Europees Parlement, zodra dat er is, zodat indien mogelijk in eerste lezing overeenstemming kan worden bereikt over de richtlijnen.

Deze twee voorstellen, die in oktober vorig jaar door de Commissie zijn ingediend, worden vaak Solvabiliteitspakket I genoemd. De algemene doelstelling ervan is de modernisering van de solvabiliteitsmargevereisten die gedurende meer dan 20 jaar zijn toegepast, in het bijzonder wat betreft de berekeningsmethodologie.

De Commissie werkt reeds aan een nieuw voorstel, Solvabiliteit II genaamd, dat gericht is op een bredere herziening van de solvabiliteitsmargebepalingen die de algemene financiële positie van een verzekeringsonderneming zal betreffen.

ACTIEPLAN "e-EUROPA 2002": INFORMATIE- EN NETWERKBEVEILIGING


- Resolutie van de Raad

De Raad heeft nota genomen van de informatie van de Commissie over een binnenkort te verschijnen Mededeling over informatie- en netwerkbeveiliging en nam onderstaande resolutie, die aan de Europese Raad van Göteborg zal worden voorgelegd, aan.

"De Raad van de Europese Unie,

Herinnerend aan de conclusies van de Europese Raad van Stockholm dat de Raad samen met de Commissie een alomvattende strategie voor de beveiliging van elektronische netwerken zal uitwerken, die tevens praktische uitvoeringsmaatregelen zal omvatten;

Overwegende dat informatie- en netwerkbeveiliging een steeds belangrijker terrein is voor de Europese Unie; in het besef dat aangelegenheden in verband met informatiebeveiliging op verscheidene beleidsgebieden van de Unie een rol spelen;

Overwegende dat het bij informatie- en netwerkbeveiliging gaat om beveiliging van de identiteit van zowel zenders als ontvangers, bescherming van de informatie tegen ongeoorloofde wijzigingen en tegen ongeoorloofde toegang, en een betrouwbare verstrekking van apparatuur, diensten en informatie;

In het besef dat het vertrouwen van individuele burgers en ondernemingen in informatiebeveiliging een belangrijke voorwaarde is voor een wijdverspreid gebruik van informatie- en communicatietechnologie met het oog op het verwezenlijken van een grotere efficiëntie en een sterker concurrentievermogen op de interne markt;

In het besef dat kwaadwillige of roekeloze activiteiten met betrekking tot informatiesystemen een groot risico vormen voor belangrijke functies in de samenleving;

Overwegende dat in het Actieplan "e-Europa 2002" wordt opgeroepen om maatregelen te treffen ter verbetering van de veiligheid van online-transacties in de Europese Unie; memorerend dat in het actieplan wordt gewezen op de belangrijke rol die voor de markt is weggelegd bij de bepaling van afdoende veiligheidsmaatregelen;

Overwegende dat informatiebeveiliging vanuit institutioneel oogpunt een gecompliceerd vraagstuk is waarbij alle drie de pijlers van de EU betrokken zijn,


- verwijst naar Commissiemededeling COM(2000) 890 def. van 26 januari 2001 ;

- onderstreept dat zowel op het niveau van de lidstaten als op Europees niveau actie op het gebied van informatie- en netwerkbeveiliging moet worden ondernomen, en erkent dat daarvoor een alomvattende pijleroverschrijdende aanpak nodig is bij de ontwikkeling van het beleid op dit gebied en het werken aan passende coördinatie;

- neemt er nota van dat de Commissie voornemens is om een mededeling in te dienen betreffende een alomvattende strategie voor de beveiliging van elektronische netwerken;
- verbindt zich ertoe de voorstellen voor praktische uitvoeringsmaatregelen spoedig te behandelen teneinde de samenhang van het beleid in de Unie inzake informatiebeveiliging op te voeren, en zich daarnaast te beraden over een eventuele versterking van de institutionele structuren en procedures voor informatie- en netwerkbeveiligingskwesties (onder meer door instelling van een onafhankelijke Europese instantie voor informatiebeveiliging, een onafhankelijk waarnemingscentrum, een Raadsgroep, een ander passend forum, of door de versterking van de bestaande samenwerking tussen de bestaande computernoodhulpteams (Computer Emergency Response Teams (CERTS's))."

RICHTLIJN INZAKE HET OP DE MARKT BRENGEN VAN GECHLOREERDE PARAFFINES

MET EEN KORTE KETEN

De Raad heeft met gekwalificeerde meerderheid een politiek akkoord bereikt, waarbij de Belgische, de Deense en de Nederlandse delegatie tegen hebben gestemd, over de tekst van de richtlijn tot twintigste wijziging van Richtlijn 76/769/EEG inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten. Na afwerking van de tekst in alle talen van de Gemeenschap, wordt het gemeenschappelijk standpunt aangenomen en, overeenkomstig de medebeslissingsprocedure van het Verdrag, voor tweede lezing naar het Europees Parlement gestuurd.

Doel van de richtlijn is de uiteenlopende nationale bepalingen betreffende het gebruik van gechloreerde paraffines met een korte keten (SCCP) te harmoniseren wat betreft twee toepassingen, namelijk metaalbewerking en lederafwerking. Een studie heeft uitgewezen dat SCCP mogelijke gevaren voor het milieu met zich meebrengen en daarom is het wenselijk het gebruik van deze stoffen te beperken.

Er zij aan herinnerd dat een studie door het Wetenschappelijk Comité voor de toxiciteit, de ecotoxiciteit en het milieu in november 1998 tot de slotsom is gekomen dat er potentiële, onaanvaardbare gevaren voor het milieu verbonden zijn aan de levenscyclus van gechloreerde paraffines met een korte keten (SCCP) en dat er voor het aquatisch milieu specifieke beschermende maatregelen moeten worden genomen.

In de ontwerp-richtlijn wordt voorgesteld het op de markt brengen en het gebruik van SCCP te beperken op de twee in de studie genoemde toepassingsgebieden, namelijk metaalbewerking en leerafwerking. Ten aanzien van de overige toepassingen van SCCP, namelijk als weekmakers van verf, coatings en afdichtingsmiddelen, brandwerend middel in rubber, plastic en textiel, staat voorts in de richtijn dat de maatregelen ter terugdringing van de gevaren binnen drie jaar na de aanneming moeten worden heroverwogen in het licht van de beoordeling van de wetenschappelijke kennis en de technische vooruitgang.

RICHTLIJN INZAKE HET TESTEN EN OP DE MARKT BRENGEN VAN COSMETISCHE

PRODUCTEN

De Raad bestudeerde het voorstel voor de richtlijn tot 7e wijziging van Richtlijn 76/768/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake cosmetische producten. Na te hebben vastgesteld dat er in dit stadium geen gekwalificeerde meerderheid vóór deze ontwerp-richtlijn was, heeft de Raad het Comité van permanente vertegenwoordigers verzocht de bestudering van dit voorstel voort te zetten, teneinde de Raad in staat te stellen hierover tijdens een komende zitting overeenstemming te bereiken.

Met deze ontwerp-richtlijn wordt beoogd dierproeven met cosmetische eindproducten te verbieden, evenals dierproeven met ingrediënten en combinaties van ingrediënten van cosmetische producten, en toe te staan dat producten op de markt gebracht worden met een etiket waarop vermeld staat dat er geen dierproeven uitgevoerd zijn.

Er zij aan herinnerd dat Richtlijn 76/768/EEG (gewijzigd) een verbod bevat op het op de markt brengen van cosmeticaproducten die op dieren zijn uitgeprobeerd. De inwerkingtreding van het verbod is tweemaal uitgesteld vanwege onvoldoende vooruitgang in het ontwikkelen van bevredigende methodes ter vervanging van dierproeven. De richtlijn zal nu op 1 juli 2002 in werking treden, tenzij zij wordt gewijzigd. Tegen de achtergrond van bezwaren ten aanzien van de vraag of het verbod van het op de markt brengen verenigbaar is met de WTO, heeft de Commissie een voorstel tot wijziging van Richtlijn 76/768/EEG ingediend. In de ontwerp-richtlijn wordt het verbod van het op de markt brengen vervangen door een verbod tot het uitvoeren van tests op het grondgebied van de lidstaten.

BIJLAGE

GEZAMELIJK WERKPROGRAMMA VAN DE DRIE VOORZITTERSCHAPPEN (ZWEDEN,

BELGIË EN SPANJE) VOOR DE INTERNE MARKT

I
. Inleiding

In het gezamenlijke werkprogramma worden de prioriteiten op het gebied van de interne markt van het huidige en de volgende twee voorzitterschappen aangegeven en worden de belangrijkste vraagstukken terzake belicht die de Raad Interne Markt, Consumentenzaken en Toerisme (IMCT) naar verwachting in die tijd zal behandelen. Het programma draagt een indicatief karakter. Om de zes maanden, gewoonlijk tegen het einde van elk voorzitterschap, wordt een herziene, aangepaste versie gepresenteerd. Een belangrijk doel van het programma is de planning en de coördinatie van de werkzaamheden in de Raad te verbeteren, en te zorgen voor continuïteit tussen de voorzitterschappen.
Mede namens de volgende voorzitterschappen, het Belgische en het Spaanse, legt het Zweedse voorzitterschap deze versie van het gezamenlijk werkprogramma voor.

II. Algemene prioriteiten en oriëntatie van de werkzaamheden

De door de Europese Raden van Lissabon en Stockholm vastgestelde duidelijke doelstellingen en prioriteiten voor de voltooiing van de interne markt zullen de komende maanden als leidraad dienen. De Europese Raad van Barcelona in maart 2002 zal de continuïteit van dit proces waarborgen.
De noodzaak om het functioneren van de markt voor goederen en diensten te verbeteren, zodat burgers en ondernemingen ten volle van de interne markt kunnen profiteren, is voor de voorzitterschappen een eerste prioriteit. Dit houdt in dat de economische hervormingen in het kader van het proces van Cardiff zullen moeten worden versneld door de verbintenis tot liberalisering, modernisering en onderlinge aansluiting van nutsbedrijven; tevens moet de verstrekking van diensten van algemeen economisch belang worden gewaarborgd, moet er een strategie voor de integratie van milieubescherming en duurzame ontwikkeling in het internemarktbeleid worden ontwikkeld om het vrije verkeer van goederen veilig te stellen, moet het bestuursrechtelijke kader verbeterd worden, onder meer door vereenvoudiging van de wetgeving, en moeten er ook nog andere maatregelen genomen worden om gunstige voorwaarden te scheppen voor innovatie, ondernemerschap, economische groei en werkgelegenheid. In dit verband zal er ook prioriteit worden gegeven aan vermindering van overheidssteun en het transparanter maken van het stelsel. Centraal in het werkprogramma staan wetgevingsmaatregelen en andere beleidsinitiatieven die erop gericht zijn het vertrouwen van de consumenten in producten en markten te herstellen en te versterken. Een spoedig akkoord over de oprichting van de Europese Voedselautoriteit en de algemene beginselen en voorschriften van de voedselwetgeving is in dit opzicht van cruciaal belang. Ook maatregelen om de situatie van de KMO's te verbeteren, onder meer door vermindering van de bureaucratische rompslomp die het gevolg is van overregulering en door vergemakkelijking van de toegang tot risicokapitaal, genieten hoge prioriteit.

De samenvoeging van de Raad Interne Markt en de Raad Consumentenzaken tot één geïntegreerde Raadsformatie weerspiegelt de nauwe verbanden tussen de ontwikkeling van de interne markt en de consumentenbelangen. De voorzitterschappen zullen trachten deze integratie te versterken. De informele bijeenkomst van de ministers voor de interne markt en consumentenbelangen in Lund in Zweden van 26 tot en met 28 april 2001 bood een belangrijke gelegenheid om synergie tussen deze twee sectoren te ontwikkelen.

De voornaamste prioriteiten worden hieronder toegelicht III. Nieuwe wetgeving
Er wordt prioriteit gegeven aan wetgevingsvoorstellen in essentiële sectoren waar met het oog op een doeltreffender functioneren van de interne markt een duidelijke behoefte is aan nieuwe of gewijzigde communautaire wetgeving.

Essentiële sectoren zijn:

intellectuele-eigendomsrechten
, productveiligheid en levensmiddelen, technische en administratieve handelsbelemmeringen, zowel in de goederen- als in de dienstensector (inclusief milieunormen en technische voorschriften), overheidsopdrachten, financiële diensten, vennootschapsrecht, (inclusief standaarden voor jaarrekeningen), e-handel.
Sinds de presentatie van de vorige versie van het gezamenlijk werkprogramma in november 2000, heeft de Raad over verscheidene belangrijke wetgevingsvoorstellen overeenstemming bereikt: statuut van de Europese vennootschap, algemene productveiligheid, gegevensbescherming binnen de Europese instellingen, beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (21e wijziging van Richtlijn 76/769/EEG), en op het gebied van motorvoertuigen. Ook is vermeldenswaard dat de richtlijn betreffende het auteursrecht in de informatiemaatschappij eindelijk is aangenomen. Daarnaast is er aanzienlijke vooruitgang geboekt in een reeks sectoren zoals verzekeringen, boekhoudkundige beginselen, levensmiddelen (inclusief de Europese Voedselautoriteit), cosmetische producten en verkoop op afstand van financiële diensten. Er zal actief worden voortgewerkt aan het Gemeenschapsoctrooi, het gebruiksmodel en overheidsopdrachten. Veiligheid van speelgoed, machines, typegoedkeuring van voor het vervoer van dieren bestemde voertuigen, bestrijding van namaakproducten en piraterij, douanewetgeving en - beleid, krediet en overmatige schuldenlast voor consumenten, het Actieplan e-Europa, met inbegrip van de beveiliging van netwerken zijn andere belangrijke dossiers/sectoren ten aanzien waarvan de drie voorzitterschappen maximale vooruitgang nastreven. Getracht zal worden het terrein te effenen voor de definitieve aanneming van het verordeningsvoorstel betreffende Gemeenschapsmodellen. In de komende maanden zal het onderwerp parallelle invoer en uitputting van merkrechten nog verder worden verkend.

IV. Algemene beleidskwesties en niet-wetgevende initiatieven

Zoals eerder onderstreept, staat het vinden van manieren en middelen om de interne markt beter te laten functioneren, zodat hij de consumenten tastbare voordelen kan bieden in de vorm van een ruimere keuze aan veilige, kwalitatief hoogwaardige producten tegen betaalbare prijzen, centraal in het gezamenlijk werkprogramma. De Raad IMCT heeft de belangen van de burgers/consumenten grondig onderzocht voor de opstelling van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid voor 2001. In dit verband benadrukken de voorzitterschappen hun belangstelling voor een voortgaande bespreking over nieuwe vormen van regulering en administratieve samenwerking. Zowel de Europese Raad van Lissabon als die van Stockholm heeft benadrukt dat het werk aan de economische hervormingen moet worden bespoedigd, aldus zullen goed functionerende markten voor goederen en diensten worden geschapen, die een belangrijk element vormen van de strategie voor de modernisering van Europa. Daartoe zal het economische hervormingsproces van Cardiff voor de Raad IMCT een topprioriteit blijven, en de drie voorzitterschappen zullen zich ervoor inzetten de inbreng van de Raad IMCT in de globale richtsnoeren voor het economisch beleid nog te verbeteren door zich te concentreren op essentiële vraagstukken met betrekking tot de interne markt.
De strategie voor de integratie van milieubescherming en duurzame ontwikkeling in het internemarktbeleid, die aan de Europese Raad van Göteborg zal worden voorgelegd, zal op gezette tijden opnieuw worden bezien en in voorkomend geval worden bijgesteld. De voorzitterschappen zullen bijzondere aandacht besteden aan de noodzaak tot een betere omzetting van internemarktrichtlijnen in de nationale wetgeving, zulks om de tussentijdse doelstelling te verwezenlijken van een omzettingsachterstand van 1,5% in 2002, overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Stockholm. In verband met de presentatie door de Commissie van haar scorebord, zal de Raad IMCT tweemaal per jaar de voortgang beoordelen in een evaluatiedebat.
Het vorige evaluatieverslag van de Commissie van de strategie voor de interne markt is een belangrijk beleidsdocument waarin de vooruitgang die tot dusver is geboekt bij de uitvoering van de strategie wordt beoordeeld, en tegelijk problemen worden onderkend en prioriteiten worden gesteld voor de verdere werkzaamheden. Nog tijdens het Zweedse voorzitterschap zal de Raad zijn standpunt inzake de evaluatie en de gewijzigde gerichte acties in het kader van de strategie kenbaar maken. Tijdens het Belgische en het Spaanse voorzitterschap zal er een voortdurende follow-up plaatsvinden, waarbij het de bedoeling is op het niveau van de Raad prioritaire acties vast te stellen en overeen te komen, en de voortgang te beoordelen. Samen met het gezamenlijk werkprogramma van de voorzitterschappen zal de evaluatie van de strategie voor de interne markt de basis vormen voor de planning van de werkzaamheden in de Raad IMCT.
In dit verband onderstrepen de voorzitterschappen dat zij veel belang hechten aan het creëren van een doeltreffende interne markt voor goederen, zowel in de financiële sector als in het algemeen. Ze zien uit naar december 2001, wanneer de Commissie de bestaande handelsbelemmeringen voor alle dienstensectoren zal inventariseren, een onderdeel van haar dienstenstrategie. Er zal prioriteit worden gegeven aan concrete voorstellen voor het wegnemen van de belemmeringen voor de grensoverschrijdende dienstenhandel binnen de Gemeenschap.

V. Betrekkingen met het Europees Parlement
Een constructieve dialoog en doelmatige samenwerking met het Europees Parlement in het kader van de medebeslissingsprocedure is essentieel voor vorderingen op het gebied van wetgeving inzake de interne markt. Aangemoedigd door de positieve ervaringen uit het verleden zullen de voorzitterschappen de dialoog met het Europees Parlement verder blijven ontwikkelen, teneinde zo vroeg mogelijk in het besluitvormingsproces overeenstemming te bereiken en tijdrovende bemiddelingsprocedures zoveel mogelijk te vermijden.

VI. Vergaderschema van de Raad Interne Markt, Consumentenzaken en Toerisme

30-31 mei 2001

27 september 2001

26 november 2001


1 maart 2002



21 mei 2002.








ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

INTERNE MARKT

Voertuigen voor het vervoer van passagiers - bijeenroeping van een bemiddelingscomité

Aangezien de Raad niet heeft kunnen instemmen met alle amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt inzake het voorstel voor een richtlijn betreffende speciale voorschriften voor voertuigen bestemd voor het vervoer van passagiers, met meer dan acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, en tot wijziging van Richtlijn 70/156/EG, wordt overeenkomstig de verdragsbepalingen over de bemiddelingsprocedure (artikel 251) het bemiddelingscomité bijeengeroepen.

CONSUMENTENZAKEN

Algemene productveiligheid - bijeenroeping van een bemiddelingscomité

Aangezien de Raad niet heeft kunnen instemmen met alle amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt over de voorgestelde richtlijn inzake algemene productveiligheid, wordt overeenkomstig de verdragsbepalingen over de bemiddelingsprocedure (artikel 251) het bemiddelingscomité bijeengeroepen.

HANDELSVRAAGSTUKKEN

Douane-unie - Canarische eilanden

De Raad heeft een amendement aangenomen op Verordening (EEG) nr.
1911/91 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht op de Canarische eilanden, met als doel een tijdelijke verlenging tot en met 31 december 2001 van de rechten en de vrijstellingen betreffende de APIM (belasting bij de productie en de invoer), van de toepassing van schorsingen van autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief en van de overgangsperiode voor de invoering van het gemeenschappelijk douanetarief voor de invoer van bepaalde goederen op de Canarische eilanden.

De Raad nam ook een verordening aan betreffende de verlenging tot en met 31 december 2001 van de toepassing van

= Verordening (EEG) nr. 3621/92 houdende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief bij invoer van een aantal visserijproducten op de Canarische eilanden, en = Verordening (EG) nr. 527/96 houdende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief bij de invoer van een aantal industriële producten op de Canarische eilanden.

EXTERNE BETREKKINGEN

Betrekkingen met Zwitserland

De Raad heeft een aanbeveling aangenomen voor een besluit van de Raad tot machtiging van de Commissie onderhandelingen te openen over de aanpassing van Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst van 1972 tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat.



reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie