Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Brinkhorst aan kamer over verplaatsen dieren en MKZ

Datum nieuwsfeit: 07-06-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
VVM.01.1956
datum
07-06-2001

onderwerp
Verzamelen van dieren
doorkiesnummer

bijlagen

Geachte voorzitter,

De afgelopen tijd is, vanwege de MKZ-uitbraak, de landbouwsector in brede zin geconfronteerd met zeer forse beperkingen; een economisch gezonde bedrijfsvoering is voor velen al geruime tijd onmogelijk. In met name de primaire sectoren, de handel, het transport en bij de verzamelplaatsen is inmiddels sprake van een zeer urgente situatie en klinkt, in het licht van de steeds verdergaande versoepelingen van het MKZ-pakket, luid de roep om volstrekte helderheid ten aanzien van het aspect van het verzamelen en verplaatsen van dieren. Dat, begrijpelijke en terechte, signaal moet thans worden opgepakt.

Gelet hierop en gelet op mijn toezegging in het Algemeen Overleg met de Vaste Commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij op 29 mei jl, treft u hierbij de hoofdlijnen aan van het voorgenomen beleid rondom de verzamelplaatsen van dieren, waartoe onder meer de veemarkten kunnen worden gerekend, en het verplaatsen van dieren. Binnen die hoofdlijnen zal de verdere afbouw van het MKZ-pakket plaatsvinden, onder gelijktijdige opbouw van, uit veterinair oogpunt sterk verbeterde, structuren en voorzieningen. Concreet heeft deze notitie met name betrekking op de runder-, schapen- en geitensector. Specifiek voor de varkenssector geldt dat in het recente verleden reeds aanzienlijke inspanningen zijn verricht om de veterinaire risico's in te perken. Ten aanzien van deze sector zal op korte termijn - in het licht van de thans lopende evaluatie van de Regeling varkensleveringen - nog bezien worden of er aanleiding is voor additionele maatregelen.

Binnen het algemene streven de veterinaire risico's zoveel mogelijk te beperken is duidelijk dat het in te zetten traject elementen kent die thans kunnen worden doorgevoerd, maar ook elementen bevat die een langer implementatietraject kennen. In dat kader zullen de ontwikkelingen in de betrokken sectoren nauwgezet worden gevolgd. In ieder geval zal ik over een jaar de voortgang terzake evalueren.

up

datum
07-06-2001

kenmerk
VVM.01.1956

bijlage

Algemene uitgangspunten
Ten algemene geldt dat het vraagstuk van het verzamelen van dieren (het kortstondig bijeenbrengen van dieren, anders dan bij het slachthuis), en meer in brede zin de handel in dieren, een problematiek is die in hoge mate een Europese dimensie heeft. Dieren komen en gaan van en naar diverse lidstaten, vaak gepaard gaand met diverse 'tussenverzamelingen' en langdurige transporten met alle veterinaire en welzijnsproblemen van dien. De uitbraak van MKZ in Nederland en de andere getroffen lidstaten hebben ons duidelijk laten zien dat het concept van de open grenzen, zeker waar het gaat om de dierlijke sector, niet grenzeloos is. Ik zal mij dan ook nadrukkelijk inzetten op Europese agendering van de problematiek teneinde in Europees verband te komen tot aanscherping van de intracommunautaire handel en het vraagstuk van het verzamelen van dieren. Hoofdlijn daarbij is dat de huidige transportbewegingen, zowel in aantal als in duur, en het veelvuldige verzamelen van dieren aanzienlijk wordt teruggebracht én dat de inrichting van de dan resterende verzamelplaatsen aan stringente eisen wordt gebonden.

De hoge veedichtheid in Nederland en de vele handelsbewegingen, zowel nationaal als internationaal, maken Nederland, en meer in zijn algemeenheid Europa, uitermate kwestbaar voor een dierziekte-uitbraak en de verspreiding van een besmettelijke dierziekte met alle consequenties van dien. Ook in het rapport Wijffels is die notie duidelijk aanwezig en wordt dan ook terecht gestipuleerd dat het voorkomen van ziekten en besmettingen uitgangspunt dient te zijn voor het diergezondheidsbeleid. Het is noodzakelijk meer aandacht dan in het verleden te hebben voor preventie vanuit een inzicht in de risicofactoren, tegelijkertijd ons realiserend dat een 100% garantie tegen het uitbreken van besmettelijke dierziekten uiteraard nimmer geboden kan worden. De lat moet dan ook worden gelegd op een niveau waarbij de veehouderij de consument kan blijven bedienen binnen een werkbaar en goed handhaafbaar systeem waarbij de veterinaire risico's ten opzichte van de huidige situatie in aanzienlijke mate zijn verminderd.

Meer aandacht voor preventie impliceert dat niet uitsluitend moet worden gekeken naar de verzamelplaatsen. Redenerend vanuit de risico-factoren - waarbij in dit verband met name aan de orde zijn de contacten tussen dieren (evenhoevigen) onderling en de contacten tussen personen en voertuigen enerzijds en dieren (evenhoevigen) anderzijds - zijn dergelijke fysieke verzamelingen uit veterinair oogpunt natuurlijk een zeer grote risicobron. Maar evenzeer noopt een meer op preventie gerichte aanpak tot het gedegen kijken naar de veehouderijbedrijven en de contactstromen die daar plaatsvinden.

Verzamelingen van dieren
In Nederland worden 'in vredestijd' runderen met name verzameld op de veemarkten, exportverzamelplaatsen, kalververzamelplaatsen en halteplaatsen. Daarnaast worden (volwassen) runderen in het handelscircuit ook op zogenaamde handelsstallen verzameld, waar de runderen één of enkele dagen verblijven. Schapen en geiten worden eveneens verzameld op veemarkten, exportverzamelplaatsen en halteplaatsen. Daarnaast worden deze dieren ook verzameld op de wagen en in de wei. Andere evenhoevigen worden in Nederland over het algemeen niet (op substantiële wijze) verzameld.

Hoewel in de loop der jaren verschillende logistieke verfijningen rondom het verzamelen zijn aangebracht, is dat proces in de kern al vele jaren hetzelfde: door middel van het fysiek verzamelen van dieren vanaf verschillende bedrijven, soms in één tranche, soms via tussenverzamelingen, het feitelijk selecteren, en vervolgens het vanaf de verzamelplaats brengen naar andere bedrijven (fok- en gebruiksvee) of slachthuizen in binnen- of buitenland (slachtvee).

Uit veterinair oogpunt is er een essentieel verschil tussen een verzameling van dieren die vanaf de verzameling vervolgens rechtstreeks naar het slachthuis gaat, en vee dat vanaf de verzamelplaats naar andere plaatsen gaat en daar wordt gehouden. In het eerste geval is in de kern sprake van een veterinair min of meer neutrale positie ten opzichte van de situatie waarin het betreffende vee rechtstreeks vanaf de bedrijven ter slacht naar het slachthuis worden afgevoerd.
De tweede situatie is wezenlijk anders. Vanaf vele punten wordt verzameld, en vervolgens gaat het vee weer naar vele punten. In die constellatie kan slechts één besmet dier al snel nopen tot het treffen van bestrijdingsactiviteiten bij vele bedrijven. Een dergelijk effect kan ook niet worden voorkomen door het louter treffen van zeer stringente maatregelen in de sfeer van reiniging en ontsmetting. Een besmettelijke dierziekte kan weliswaar 'meeliften' op of aan de vervoermiddelen, maar vindt natuurlijk haar primaire gastheer in het betrokken dier. Zo'n effect kan ook niet worden voorkomen door een aanpak die uitsluitend is gebaseerd op het principe verzamelingen van verschillende categorieën dieren op verschillende dagen te laten plaatsvinden. Dit vermindert weliswaar de contacten tussen diersoorten op de verzamelplaats, maar miskent het simpele feit dat alsdan nog steeds vele bedrijven tegelijk betrokken zijn bij één verzameling terwijl bovendien op de afleverbedrijven wederom contact tussen verschillende diersoorten kan optreden.

Om daadwerkelijk tot een aanmerkelijke vermindering van de veterinaire risico's te komen is het onontkoombaar dat er stringente regels worden gesteld aan verzamelingen, zowel die in het binnenland, als die in de overige lidstaten.

Verzamelingen in en ten behoeve van Nederland
Met betrekking tot de verzamelingen in Nederland ten behoeve van de binnenlandse markt zal, gelet op de veterinaire risico's, als rode draad gelden dat voortaan uitsluitend verzamelingen van dieren mogen plaatsvinden, indien die verzamelde dieren vervolgens rechtstreeks ter slacht naar het slachthuis worden afgevoerd. Teneinde ook het dierziekte-risico rondom het mens-diercontact en het contact met vervoermiddelen zoveel mogelijk te beperken zullen alle verzamelplaatsen ook moeten voorzien in uitgebreide reinigings- en ontsmettingsmogelijkheden, waarbij zal worden aangeknoopt bij de huidige stringente R&O-voorschriften rondom de varkensverzamelplaatsen. Daarnaast zullen stringente inrichtings- en administratie-eisen worden gesteld. Bijladen van dieren op de vrachtwagen zal, onder voorwaarden, zijn toegestaan, maar de lossing dient op één plaats te geschieden.

Een aantal handelsstromen dat thans via fysieke verzamelingen plaatsvindt zal als gevolg daarvan nadrukkelijk langs andere weg moeten verlopen. Logistieke wijzigingen zijn onontkoombaar maar - mede in het licht van de huidige communicatie/ICT-mogelijkheden - niet onoplosbaar op relatief korte termijn. Dat is anders waar het gaat om de kalversector. In deze sector is thans sprake van een zeer gedifferentieerde aanvoer door het simpele feit dat melkveehouders in relatief beperkte aantallen de basisdieren leveren, welke dieren ook relatief minder eenvormig zijn; de melkveehouder selecteert zijn stapel immers niet op de kwaliteiten van de kalveren, maar op die van de melkkoeien. Het afschaffen van een fysieke selectie via verzamelplaatsen en het, bijvoorbeeld, overstappen op een virtueel selectiesysteem zal binnen de huidige structuren onvermijdelijk leiden tot een forse toename van het aantal transportbewegingen op de veehouderijen zelf. Waar thans op regelmatige basis alle kalveren op de wagen worden geladen en vervolgens op de verzamelplaats de selectie plaatsvindt, zullen, bij het afschaffen van een fysieke verzamelplaats, meer - op het individuele kalf gerichte - kleinere transporten plaatsvinden. Het veterinaire voordeel van het afschaffen van de fysieke verzamelingen ten behoeve van de kalvermesterij wordt aldus voor een groot deel teniet gedaan door een uit veterinair oogpunt ongewenste en mogelijk sterke toename van transportbewegingen. Het is bovendien niet uit te sluiten dat een verbod op het verzamelen van mestkalveren leidt tot 'tussenoplossingen' waarbij op diverse bedrijven in of na verschillende perioden, in feite verschillende selecties van kalveren plaatsvinden, alvorens een optimale koppel wordt gevormd en dat van een dergelijk verbod een importversterkende werking uitgaat van in het buitenland geselecteerde kalveren.

Om die redenen zal het verzamelen van kalveren in Nederland ten behoeve van de mesterij, onder strikte condities, vooralsnog mogelijk blijven. Hoofdlijn daarbij zal zijn dat Nederlandse kalveren regionaal moeten worden verzameld op, erkende, locaties die voldoen aan strikte R&O- en administratievoorschriften. Voor zover de kalveren worden verzameld op een plaats waar tevens slachtvee zal worden verzameld (met name bij veemarkten zal daarvan sprake kunnen zijn) zal het voorschrift gelden dat het slachtvee en de kalveren in de tijd volstrekt gescheiden verzameld moeten worden, met tussentijdse reiniging en ontsmetting.
Aflevering vanaf de kalververzamelplaats zal uitsluitend mogelijk zijn aan een beperkt aantal gespecialiseerde kalverbedrijven, welke bedrijven ook slechts van één kalververzamelplaats mogen afnemen. Vanaf het gespecialiseerde kalverbedrijf mag slechts afvoer plaatsvinden rechtstreeks naar het slachthuis. Met laatstbedoelde eis gaat het kalverbedrijf in feite fungeren als eindbestemming voor het slachthuis en wordt verspreiding van eventuele ziektes zoveel mogelijk beperkt.

Een verbod op verzamelen zal ook voor de schapensector aanzienlijke consequenties hebben. Binnen de huidige structuren vindt ook daar in hoge mate selectie plaats teneinde tot optimale resultaten te komen. In tegenstelling tot de kalversector is in deze sector momenteel niet alleen sprake van een gefragmenteerde aanvoer richting verzamelplaatsen, maar ook van een gefragmenteerde afvoer. Vele bedrijven houden schapen, al dan niet als neventak, terwijl het houden van schapen ook in de hobbymatige sfeer plaatsvindt. Bovendien verschilt de schapensector nadrukkelijk van de kalversector wat betreft de identificatie en registratie van dieren; op dit moment is geen sprake van een adequaat I&R-systeem en is de traceerbaarheid van de vele dierbewegingen in die sector zeer problematisch. Binnen de geschetste constellatie is het onverantwoord het verzamelen in de schapensector toe te staan. Eerst wanneer ook in die sector de tracering van schapen gedegen geregeld is - de gedachten gaan daarbij uit naar een met de runderen vergelijkbaar I&R-systeem - ontstaat mogelijk, als tijdelijke oplossing, ruimte voor het op één plaats verzamelen van schapen, vergelijkbaar met die in de kalversector. Het is duidelijk dat ook voor deze eventuele tussenoplossing de structuur van de schapenhouderij zal moeten wijzigen.

De rundersector, specifiek de kalversector, en de schapensector zullen de uitdaging aan moeten blijven gaan de uit veterinair oogpunt risicovolle contacten verder terug te dringen. Kalververzamelplaatsen zijn in dat licht te zien als een, gegeven de huidige structuren, tijdelijke, tussenoplossing. De ontwikkelingen in die sectoren zal ik, zoals gezegd, nauwgezet volgen. In de evaluatie over één jaar zal met name ook het functioneren van kalververzamelplaatsen punt van aandacht zijn.

Verzamelingen ten behoeve van de intracommunautaire handel De richting waarin ik de problematiek van de verzamelplaatsen ten behoeve van de Nederlandse markt benader heeft uiteraard ook zijn gevolgen voor de import in Nederland. Zonder nadere maatregelen ontstaat mogelijk een verhoogde importstroom van in het buitenland verzameld gebruiksvee. Dit onderstreept nogmaals de noodzaak om het verzamelen en verhandelen van dieren in Europees verband aan de orde te stellen. Mede tegen het licht van de huidige ervaringen met MKZ laat dit echter de verantwoordelijkheid van de Nederlandse veehouderij en de overheid om reeds nu in te zetten op stringente maatregelen onverlet.

Met betrekking tot het intracommunautaire handelsverkeer rondom runderen, varkens, schapen en geiten zijn op Europees niveau diverse regels gesteld. In richtlijn 64/432/EG zijn regels gesteld ten aanzien van het intracommunautaire handelsverkeer van en verzamelcentra voor runderen en varkens. Naast het feit dat verschillende inrichtings- en certificeringseisen zijn gesteld, geldt het voorschrift dat runderen en varkens tenminste 30 dagen op een bedrijf moeten hebben gestaan, alvorens zij mogen worden geëxporteerd. Geschiedt dit via een exportverzamelplaats, dan mogen de dieren op die plek niet langer dan 6 dagen hebben verbleven. Op Europees niveau zijn geen specifieke regels gesteld ten aanzien van verzamelcentra voor schapen en geiten of andere evenhoevigen.

Ik zal mij in Europees verband inzetten voor het zo snel mogelijk opstellen van specifieke regels ten aanzien van verzamelcentra voor alle evenhoevigen. Bovendien streef ik ernaar de bestaande Europese eisen ten aanzien van EVP's voor runderen en varkens te verhogen, specifiek waar het gaat om de inrichtingseisen, R&O-voorzieningen en administratieve verplichtingen, daarbij aansluitend bij de huidige Nederlandse eisen, en deze ook toe te passen waar het gaat om verzamelingen van andere evenhoevigen. Ook zal ik mij inzetten voor een Europees verbod op het verzamelen van vee, anders dan ten behoeve van de slacht, met uitzondering van hoogwaardig fokvee. Veewagens dienen in alle gevallen, zowel wanneer vee via een verzamelplaats is ingeladen als bij transporten vanaf veehouderijen, op één adres te lossen. Ten slotte streef ik ernaar de intracommunautaire duur van transporten sterk te beperken, daarmee de huidige halteplaatsen overbodig makend.

Onderlinge bedrijfscontacten.
Vanuit de filosofie dat dierziekte zoveel mogelijk vanuit een preventief oogpunt moet worden benaderd, kies ik voor een aanpak waarbij, na de aanvoer van dieren op een bedrijf, het betrokken bedrijf gedurende een zekere periode op slot gaat. In die periode zal het niet toegestaan zijn dieren af te voeren, anders dan voor slacht op het slachthuis. Zoals eerder gezegd, zal het bijladen van dieren op één veewagen, onder stringente voorwaarden, toegestaan, maar de lossing van deze wagen dient in zijn geheel op één adres plaats te vinden.

De duur van de blokkadeperiode zal zodanig worden vastgesteld dat in belangrijke mate het risico op verspreiding van besmettelijke dierziekten wordt afgedekt. Omtrent de vaststelling van de duur van de blokkadeperiode is inmiddels aan ID-Lelystad advies gevraagd. Zo nodig zal die periode ook gedifferentieerd worden per evenhoevige diersoort. Vooralsnog gaan de gedachten uit naar 30 dagen. Deze periode sluit aan bij de periode die runderen en varkens, krachtens de Europese richtlijn 64/432/EG, tenminste op het bedrijf moeten hebben gestaan, alvorens zij mogen worden geëxporteerd.

Ook ten aanzien van de onderlinge bedrijfscontacten zullen stringente eisen gaan gelden rondom het mens-diercontact en het contact met vervoermiddelen. Alle bedrijven met evenhoevigen zullen moeten gaan beschikken over adequate R&O-voorzieningen en voldoen aan verscherpte administratieve verplichtingen. Ook hierbij zal worden aangesloten bij de situatie in de varkenssector.

De huidige Europese regelgeving laat ook toe dat dieren rechtstreeks vanaf bedrijven naar andere bedrijven, al dan niet in dezelfde lidstaat, worden verhandeld; bij runderen en varkens geldt daarbij het voorschrift dat zij voor export 30 dagen op het bedrijf moeten hebben verbleven. Voor schapen en geiten geldt een dergelijk voorschrift niet. Ook hier zit een duidelijk veterinair risico. Weliswaar zal bij aanvoer vanuit het buitenland het Nederlandse bedrijf vervolgens qua afvoer (behoudens ter slacht) tijdelijk geblokkeerd zijn, maar een dergelijke effectieve blokkadeperiode geldt niet voor een buitenlandse aanvoerder. Ook op dit punt zal ik mij nadrukkelijk inzetten voor Europese normen.

Aanpak voor de komende weken
De in de inleiding aangegeven urgentie van de problematiek noopt tot het zo snel mogelijk en binnen de geschetste hoofdlijnen van beleid en voor zover de huidige Europese regelgeving dat toestaat, te komen tot verdere versoepeling van het MKZ-pakket in met name de varkens-, runder- en schapensector.

In dat kader is inmiddels gisteren een aantal wijzigingen van kracht geworden. Concreet gaat het - op hoofdlijnen - om de volgende aspecten:

1. Met betrekking tot de varkenssector is toegestaan: + het verzamelen ten behoeve van de export; + het verzamelen ten behoeve van de binnenlandse slacht; 2. Met betrekking tot alle runderen, ouder dan 12 maanden, is toegestaan:
+ het verzamelen op de wagen, mits afgeleverd op één adres. Is dat adres een veehouderij, dan gaat dat bedrijf vervolgens 30 dagen op slot, behoudens rechtstreekse afvoer voor de slacht; 3. Met betrekking tot drachtige vaarzen, is bovendien toegestaan: + het verzamelen ten behoeve van de export; 4. Met betrekking tot slachtrundvee (niet zijnde kalveren), is bovendien toegestaan:
+ het verzamelen op een exportverzamelplaats ten behoeve van de slacht in het buitenland.

Met betrekking tot die bedrijven waarop evenhoevigen, niet zijnde varkens, worden gehouden geldt ten algemene dat bij aanvoer het bedrijf 30 dagen niet mag afvoeren, behoudens afvoer ten behoeve van de slacht. Voor die bedrijven waarop naast varkens ook andere evenhoevigen worden gehouden (gemengde bedrijven) geldt dat, bij aanvoer van evenhoevigen (varkens, dan wel andere evenhoevigen) het bedrijf gedurende 30 dagen niet mag afvoeren, met uitzondering van de afvoer van slachtdieren en van varkens.

Ik streef ernaar aanstaande vrijdag de eisen bekend te maken die zullen worden gesteld aan de verzamelplaatsen van runderen in en ten behoeve van Nederland zodat veemarkten en kalververzamelplaatsen zich zo snel mogelijk op de situatie kunnen richten, waarna openstelling kan plaatsvinden.

Bij de schapen- en geitensector is de situatie rondom de identificatie en registratie zodanig dat eerst op dat vlak de nodige verbeteringen moeten worden doorgevoerd, alvorens tot verdere versoepelingen kan worden overgegaan. Ik streef ernaar, vooruitlopend op de totstandkoming van een structureel sterk verbeterde I&R-situatie in die sector, volgende week de nodige administratieve I&R-verbeteringen van kracht te doen worden, waarna het verzamelen op de wagen ter levering aan het slachthuis zal worden toegestaan.

De minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij,

mr. L.J. Brinkhorst



reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie