Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage CNV-voorzitter Doekle Terpstra aan Voorjaarsoverleg

Datum nieuwsfeit: 18-06-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

CNV

Bijdrage CNV-voorzitter Doekle Terpstra aan Voorjaarsoverleg

Bijdrage van Doekle Terpstra - CNV voorzitter - aan het Voorjaarsoverleg op 18 juni 2001

Sociaal-economische situatie

Alom wordt gewaarschuwd voor de loon-prijsspiraal, ook omdat daardoor de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven in gevaar kan komen. Om die spiraal te ontkomen adviseren deze en gene de vakbeweging om de loonkosten te matigen. Het lijkt wel of elk probleem in Nederland door loonkostenmatiging moet worden opgelost. Nu - als gevolg van de introductie van de Euro - het rente-instrument niet meer gehanteerd kan worden om de inflatie in te perken, zijn het begrotingsbeleid en het loonbeleid nog de enige knoppen waaraan gedraaid kan worden. Het begrotingsbeleid als instrument van conjunctuurpolitiek is in de huidige situatie een scherper instrument dan het loonbeleid, dat vorm moet krijgen op een gespannen arbeidsmarkt. Hoewel - gezien de inflatie - de loonvraag nog steeds zeer terughoudend is, merken bonden dat werkgevers vaak veel feitelijke loonafspraken maken boven de CAO uit. Het instrument van loonkostenmatiging is op een krappe arbeidsmarkt van een andere orde dan in een situatie met hoge werkloosheid. Het accent op een krappe arbeidsmarkt ligt niet op loonkostenmatiging, maar op vergroting van het arbeidsmarktpotentieel. Dat kan door bestrijding van het ziekteverzuim, door reïntegratie en door herintreding. Ook is investeren in wendbaarheid en weerbaarheid van werknemers (employability) van belang.

Het argument dat de looneisen gematigd kunnen worden vanwege de belastingherziening houdt geen rekening met waar die belastingvoordelen terecht zijn gekomen. Namelijk voor het grootste deel bij de hogere inkomens. De koopkrachtvooruitgang voor de middeninkomens is zeer gering en met de huidige inflatie voor deze groepen soms zelfs negatief.

De huidige en te hoge inflatie is terug te voeren op de verhoging van de BTW en de ecotax, terwijl ook veel lokale overheden de weg naar de portemonnee van de burger hebben gevonden. Het CNV is dan ook van mening dat de overheid eerst verantwoordelijke is in het afremmen van de inflatie. Niet haar diensten in prijs verhogen, maar een pas op de plaats. Dat kan ook door de aanstaande huurverhogingen te mitigeren. Een ander aspect is dat de privatisering van overheidsbedrijven in de afgelopen jaren niet altijd tot lagere prijzen voor de consumenten heeft geleid. Ook op dat terrein moet een pas op de plaats worden gemaakt.

Het beeld lijkt langzaam te ontstaan dat de overheid onbeperkt aan generieke lastenverlichting doet, die vooral bij de hogere inkomens terechtkomen. Het CNV heeft in het verleden een en ander maal gewezen op de onjuiste inschatting van de loonontwikkeling van het overheids- en onderwijspersoneel. Er moeten andere wegen worden gezocht om deze loonontwikkeling niet structureel te laag in te schatten.

In het kader van de loonkostendiscussie, die nu gevoerd wordt, moet overigens worden vastgesteld dat het flankerend overheidsbeleid slechts traag van de grond komt. Nog steeds is er geen wetgeving inzake openbaarheid van inkomens, nog steeds geen wetgeving op het gebied van een fiscale faciliteit om winstdeling te ondersteunen, nog steeds geen duidelijkheid over (fiscale) faciliteiten ter ondersteuning van het scholings- en employabilitybeleid. Nationaal Herstelplan
Voor het CNV is de kwaliteit van de samenleving van belang. Bij die kwalitatieve goede samenleving horen kwalitatief goede publieke voorzieningen. Goed onderwijs, goede zorgverlening en veiligheid. In het rapport van de commissie van Rijn wordt geen ambitieniveau aangegeven. Het CNV heeft daarover eerder zijn ongenoegen uitgesproken. Wij vinden dat de genoemde sectoren diensten moeten leveren op een zodanig hoog niveau dat ons land bij de top-3 in Europa gaat behoren. Het gaat in de collectieve sector om meer dan goede arbeidsvoorwaarden. Het gaat ook om kwaliteit.
Met elkaar, maar onder aanvoering van het kabinet, moet een stevige inhaalsslag worden begonnen. Europese benchmarking kan daartoe een instrument zijn om het evenwicht tussen sociale en financiële componenten te herstellen.

Bij de totstandkoming van de Europees Monetaire Unie(EMU) zijn een aantal afspraken gemaakt waardoor het financiele huishoudboekje van de staat weer op orde is gekomen. Het ging toen om de staatsschuld, het begrotingstekort, de lange termijnrente en de inflatie. De indicatoren die toen zijn genomen hebben als effect dat er bij alle lidstaten discipline is ontstaan op deze criteria. Zo ook in Nederland. De Nederlandse kabinetten hebben sinds het Verdrag van Maastricht in 1991 de ambitie aan de dag gelegd om op deze onderdelen goed te presteren. Gevolg is dat de nadruk enkel op financiële indicatoren is komen te liggen. Dat heeft zijn gevolgen gehad voor de collectieve sector, die door een te eenzijdig accent op financieel-economische aspecten uit balans is geraakt. Het ontbreekt aan kwalitatief hoogwaardige collectieve dienstverlening. Dienstverlening waaraan in ons land een sterke en groeiende behoefte bestaat.

De huidige eenzijdigheid moet volgens het CNV dan ook doorbroken worden. Niet alleen financiële indicatoren, maar ook sociale indicatoren moeten een rol spelen om het evenwicht te herstellen. Net als met de EMU-normen moeten we als samenleving de ambitie durven uit te spreken dat als - het om collectieve diensten gaat - we tot de beste drie van Europa willen behoren. Daarom moeten er voor deze drie sectoren indicatoren ontwikkeld worden die aangeven waarop deze sectoren zich kunnen richten.

Voorbeeld:
Volgens het SCP rapport 'Nederland in Europa' zijn de uitgaven in Nederland voor onderwijs in Europa, op Luxemburg na, het laagste. De OECD heeft op dit punt al een aantal keren gewaarschuwd: de uitgaven aan onderwijs in ons land blijven onder het gewenste niveau. Nederland heeft 254 agenten per 100.000 inwoners, terwijl het gemiddelde in de EU 535 agenten bedraagt. En in de gezondheidszorg is het niveau weliswaar niet het laagste van de EU, maar de groei van de uitgaven voor gezondheidszorg in Nederland is trager geweest dan in de andere EU-lidstaten. Het is dan ook niet merkwaardig dat men in Nederland zeer ontevreden is over de kwaliteit van de collectieve dienstverlening.

Topinkomens
De forse ontwikkeling van de topinkomens is een erg verkeerd signaal als er gepleit wordt voor loonkostenmatiging door werknemers. Het CNV heeft met stijgende verbazing de ontwikkeling gade geslagen: 35% meer inkomen in drie jaar. De 'Garderen-aanbeveling heeft niet gewerkt. Steeds meer mensen moeten van het sociaal minimum leven. Zo meldt het Sociaal-Cultureel Planbureau. Beide berichten verschenen ongeveer tegelijkertijd. Het is nogal navrant dat de top zich verrijkt terwijl het armoede beleid heeft gefaald.

Eerder al heeft het CNV voorstellen gedaan om tot een wettelijke regeling rond openbaarheid van inkomens te komen. Wij zonden de Kamer zelfs een concept-wettekst. Het kabinet geeft derhalve ook ten onrecht aan dat er geen instrumenten zijn om de topinkomens te beheersen.

Het CNV is met een delegatie onlangs in Japan geweest. Topondernemers daar hebben een heel andere visie op hun verantwoordelijkheid. Zij kijken niet naar de internationale arbeidsmarkt, maar naar hun verantwoordelijkheid tegenover hun werknemers. Zij stellen er eer in om hun eigen inkomens niet uit de pas te laten lopen met de inkomens van de werknemers.

Van belang in dit debat is een eenduidige definitie van het begrip 'jaarinkomen', zodat we het met elkaar wel over dezelfde feiten hebben. Het onderzoek, dat de heer Vermeend op dit moment laat verrichten, kan daarbij een belangrijke rol spelen. Nu lijkt het debat te gaan over definitiekwesties, terwijl het moet gaan over de vraag hoe de topinkomens zich ontwikkelen.
De voorzitter van VNO-NCW heeft kenbaar gemaakt dat de topinkomens nu in de pas lopen met wat internationaal gangbaar is. Dat moet in onze zienswijze betekenen dat volgend jaar geen sprake meer is van excessieve verrjking. Andere berichten spreken overigens de opvattingen van de VNO-voorzitter tegen. Er staat de heren politici nog heel wat te wachten als het over de ontwikkeling van de topinkomens gaat. Het ligt voor de hand dat wij de voorzitter aan zijn woord zullen houden en hem er hopelijk niet op behoeven aan te spreken.
Winstdelingsregelingen
Een en andermaal is door de Stichting van de Arbeid gepleit voor een fiscale faciliëring van resultaatafhankelijke beloningsvormen in het kader van een verantwoorde loonkostenontwikkeling. Het CNV heeft daarbij altijd benadrukt dat ook de collectieve sector gebruik moet kunnen maken van op die sector toegesneden regelingen. In de voorstellen van het kabinet ontbreken die nu pijnlijk. Het kabinet laat bovendien een kans liggen om ook in de collectieve sector het idee van (meer) resultaatgericht werken en belonen te stimuleren. Investeren in leren
Kenniseconomie is een sleutel voor de toekomst. In dit licht kunnen de aanbevelingen van de stuurgroep 'Impuls beroepsonderwijs en scholing' gezien worden. Vastgesteld moet worden dat het kabinet een eerste financiële bijdrage heeft geleverd, maar dat in de nabije toekomst een grotere inspanning nodig is.
Meer minderheden met mogelijkheden
In de 3e Stichtingsaanbeveling inzake minderheden wordt geconcludeerd dat velen van hen zich inmiddels een goede positie op de arbeidsmarkt hebben weten te verwerven. Desondanks is de werkloosheid onder deze groepen hoog en geldt voor een deel van hen dat hun arbeidsmarktpositie bij economische tegenwind niet stabiel is. Voor die groepen is het van belang dat verdere inspanningen worden geleverd om hun integratie te bevorderen, ondermeer door vergroting van hun beroepskwalificatie. In het Stichtingsdocument wordt een aantal gerichte aanbevelingen aan cao-onderhandelaars gedaan. Het is nu aan het decentrale overleg om die aanbevelingen concrete invulling te geven.


////

Meer informatie voor de sociaal-economische redacties: CNV-voorzitter Doekle Terpstra: 06 - 51 33 56 71 CNV-bestuurder arbeidsvoorwaardenbeleid Rienk van Splunder:
06 - 53 71 05 34

18 jun 01 13:49

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie