Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag 2361e zitting van de EU Cultuur Raad

Datum nieuwsfeit: 21-06-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: European Union
Zoek soortgelijke berichten
European Union

2361. Raad - CULTUUR Press Release: Luxembourg (21-06-2001) - Press: 233 - Nr: 9755/01


.

Photo EU - Council
Ms Marita ULVSKOG Minister for Culture of Sweden (l) and Ms Viviane REDING Commissioner for Education and Culture

9755/01 (Presse 233)

(OR. en)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2361e zitting van de Raad


- CULTUUR -

Luxemburg, 21 juni 2001

Voorzitter:

mevrouw Marita ULVSKOG

Minister van Cultuur van het Koninkrijk Zweden

INHOUD

DEELNEMERS 3

BESPROKEN PUNTEN

BESCHERMING VAN MINDERJARIGEN EN DE MENSELIJKE WAARDIGHEID *


- Conclusies van de Raad

*

UITWISSELING VAN INFORMATIE EN ERVARING MET DE KANDIDAAT-LIDSTATEN -

Resolutie van de Raad

*

JURIDISCHE ASPECTEN IN VERBAND MET FILM

*

PUBLIEKE OMROEP EN UITVOERING VAN MEDIA PLUS

*

RICHTLIJNEN INZAKE TELECOMMUNICATIE

*

DE POSITIE VAN BEROEPSKUNSTENAARS - Resolutie van de Raad
*

UITVOER VAN CULTUURGOEDEREN EN TERUGGAVE VAN CULTUURGOEDEREN DIE OP

ONRECHTMATIGE WIJZE BUITEN HET GRONDGEBIED VAN EEN LIDSTAAT ZIJN

GEBRACHT

*

CULTURELE HOOFDSTAD VAN EUROPA - BENOEMING VAN DE JURYLEDEN


*

UITVOERING VAN CULTUUR 2000

*

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

MILIEU

*


-
Grote stookinstallaties - bijeenroeping van het bemiddelingscomité
*

-
Nationale emissiemaxima (NEM's) - bijeenroeping van het bemiddelingscomité *



Voor meer informatie: tel. 02 285 62 19 - 02 285 63 49

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België
:

de heer Rudy DEMOTTE

de heer Richard MILLER

minister van Begroting, Cultuur en Sport (Franse Gemeenschap)

minister van Kunsten en Letteren en van de Audiovisuele Sector (Franse Gemeenschap)

Denemarken
:

mevrouw Karoline PRIEN KJELDSEN

staatssecretaris

Duitsland:

de heer ZEHETMAIR

de heer Peter WITT

regionaal minister

plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Griekenland
:

de heer Tilemachos CHYTIRIS

staatssecretaris van Perszaken en Massamedia

Spanje
:

de heer Miguel Angel NAVARRO

plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Frankrijk
:

de heer Michel DUFFOUR

staatssecretaris van Cultureel Erfgoed en Culturele Decentralisatie

Ierland
:

mevrouw Sile de VALERA

minister van Kunsten, Cultureel Erfgoed, het Gaelische taalgebied en de eilanden

Italië
:

de heer Giancarlo INNOCENZI

staatssecretaris van Communicatie

Luxemburg
:

mevrouw Erna HENNICOT-SCHOEPGES

de heer François BILTGEN

minister van Cultuur

gedelegeerd minister van Verkeer

Nederland
:

de heer Frederick van der PLOEG

staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Oostenrijk
:

de heer Franz MORAK

staatssecretaris van Algemene Zaken

Portugal
:

de heer João BAPTISTA

staatssecretaris van Cultuur

Finland
:

mevrouw Suvi LINDEN

minister van Cultuur

Zweden
:

mevrouw Marita ULVSKOG

mevrouw Gunilla THORGREN

minister van Cultuur

staatssecretaris toegevoegd aan de minister van Cultuur

Verenigd Koninkrijk
:

barones BLACKSTONE

mevrouw Jenny RANDERSON

onderminister van Kunst

minister van Cultuur van Wales


* * *

Commissie
:

mevrouw Viviane REDING

lid


* * *

BESCHERMING VAN MINDERJARIGEN EN DE MENSELIJKE WAARDIGHEID


- Conclusies van de Raad

Naar aanleiding van het evaluatieverslag van de Commissie over de toepassing van de aanbeveling van de Raad van 24 september 1998 nam de Raad de volgende conclusies aan over de bescherming van minderjarigen tegen schadelijke media-inhoud en de menselijke waardigheid:

"DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,


1. INGENOMEN MET het evaluatieverslag van de Commissie van 27 februari 2001 over de toepassing van Aanbeveling 98/560/EG van de Raad van 24 september 1998 betreffende de ontwikkeling van de concurrentiepositie van de Europese industrie van audiovisuele en informatiediensten door de bevordering van nationale kaders teneinde een vergelijkbaar en doeltreffend niveau van bescherming van minderjarigen en de menselijke waardigheid te bereiken;
2. NOTA NEMEND VAN de conclusies van het verslag, waaruit blijkt dat de toepassing van de aanbeveling alles bij elkaar bemoedigende resultaten heeft opgeleverd, maar waarin ook wordt onderstreept dat gebruikers, met inbegrip van consumenten, daar intensiever bij betrokken hadden moeten worden en dat twee jaar wellicht een betrekkelijk korte periode is om de aanbeveling volledig uit te voeren;
2 bis. NOTA NEMEND VAN het feit dat de activiteiten met betrekking tot digitale televisie tot dusver tamelijk bescheiden zijn, en dat er nog meer inspanningen zullen moeten worden geleverd met het oog op een coherent beleid met betrekking tot de bescherming van minderjarigen en de menselijke waardigheid, aangepast aan iedere vorm van overbrenging door audiovisuele media, bijvoorbeeld internet-televisie en interactieve uitzendingen;
3. INGENOMEN MET de acties die worden ondernomen in het kader van Beschikking nr. 276/1999/EG van 25 januari 1999 tot vaststelling van een actieplan ter bevordering van een veiliger gebruik van internet door het bestrijden van illegale en schadelijke inhoud op mondiale netwerken;

4. HERINNEREND AAN de mededeling van de Commissie van 14 december 1999 over de beginselen en richtsnoeren voor het audiovisuele beleid van de Gemeenschap in het digitale tijdperk, en in het bijzonder aan de aspecten in verband met de bescherming van minderjarigen, waarin de Commissie onder andere concludeert dat de bescherming van minderjarigen een van de gebieden is waaraan de komende vijf jaar in het audiovisuele beleid van de EU bijzondere aandacht moet worden geschonken;

5. HERINNEREND AAN Richtlijn 89/552/EG van de Raad van 3 oktober 1989, als gewijzigd bij Richtlijn 97/36/EEG van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 1997 ("Televisie zonder grenzen"), waarvan artikel 22 voorziet in een minimumniveau voor de bescherming van minderjarigen met betrekking tot televisie-uitzendingen, en aan het resultaat van het onderzoek naar de controle door ouders over televisie-uitzendingen, dat de Commissie overeenkomstig artikel 22 ter, lid 2, van de richtlijn heeft uitgevoerd;

6. INDACHTIG de resolutie van het Europees Parlement van 5 oktober 2000 over de mededeling van de Commissie "Studie over de controle door ouders op het gebied van televisie-uitzendingen", waarin de noodzaak wordt onderstreept van de invoering van efficiënte systemen om minderjarigen te beschermen tegen het toenemende aanbod van schadelijke media-inhoud;

7. HERINNEREND AAN de conclusies van de Raad van 17 december 1999 inzake de bescherming van minderjarigen in verband met de ontwikkeling van digitale audiovisuele diensten, waarin onder meer wordt onderstreept dat de industrie en de andere betrokken partijen bijeengebracht moeten worden om te bezien op welke manier meer duidelijkheid kan worden bereikt in de wijze waarop audiovisuele inhoud wordt beoordeeld en gekeurd in Europa, zowel binnen de verschillende betrokken sectoren als tussen de sectoren onderling, en om de uitwisseling te steunen van informatie en beste praktijken op het gebied van de bescherming van minderjarigen;
7 bis. ERAAN HERINNEREND dat in de Conclusies van de Raad van 17 december 1999 wordt gewezen op het belang van activiteiten die gericht zijn op de bescherming van minderjarigen tegen schadelijke audiovisuele inhoud middels een verbeterd niveau van media-educatie en middels bewustmakingsmaatregelen;
8. NOTA NEMEND VAN het verslag en de conclusies van het voorzitterschap betreffende de op 12 en 13 februari 2001 in Stockholm gehouden studiebijeenkomst van deskundigen over kinderen en jongeren in het nieuwe medialandschap, georganiseerd door het Zweedse voorzitterschap in samenwerking met de Europese Commissie, met als voornaamste doel de aandacht te vestigen op het vraagstuk van de bescherming van minderjarigen tegen schadelijke inhoud van verschillende media als gevolg van de snelle technologische ontwikkelingen;1


9. ROEPT de lidstaten OP om op basis van het evaluatieverslag:

- hun werkzaamheden ter bevordering van de toepassing van de aanbeveling voort te zetten en daarbij bijzondere aandacht te hebben voor een grotere betrokkenheid van de gebruikers, met inbegrip van de consumenten,

- de resultaten van de toepassing van de aanbeveling te verspreiden onder de betrokken partijen, onder meer de gebruikers, consumenten, industrie en autoriteiten, teneinde de uitwisseling van ervaringen, de ontwikkeling van nieuwe vaardigheden en beste praktijken ter bescherming van minderjarigen te bevorderen;


10. ROEPT de Commissie OP om, op basis van het evaluatieverslag:

- met als uitgangspunt de bemoedigende resultaten die tot nu toe zijn bereikt haar werkzaamheden voort te zetten om de toepassing van de aanbeveling te bevorderen dankzij een vlottere uitwisseling op Gemeenschapsniveau van ervaringen en beste praktijken voor de bescherming van minderjaren, met betrekking tot alle audiovisuele media,

- gelet op het feit dat twee jaar wellicht een betrekkelijk korte periode is om de aanbeveling volledig uit te voeren, aan de Raad op een passend tijdstip en bij voorkeur vóór 31 december 2002 verslag uit te brengen over het effect van de aanbeveling en het resultaat van de nieuwe en bemoedigende initiatieven die in de lidstaten zijn genomen,

- met de verschillende betrokken partijen, en in het bijzonder met de industrie, de dialoog voort te zetten over de mogelijkheden om technische systemen voor controle door ouders in de digitale omgeving mogelijk te maken."

UITWISSELING VAN INFORMATIE EN ERVARING MET DE KANDIDAAT-LIDSTATEN -

Resolutie van de Raad

De Raad nam de onderstaande resolutie aan inzake de behoefte aan intensievere uitwisseling van informatie en ervaring op audiovisueel gebied tussen de Europese Unie en haar lidstaten en de kandidaat-lidstaten. De resolutie beoogt de totstandbrenging van een gunstig kader voor de aanneming en uitvoering van het acquis communautaire, waardoor de toetredingsonderhandelingen kunnen worden vergemakkelijkt.

"DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Overwegende hetgeen volgt:


1. De Gemeenschap en de lidstaten dienen de samenwerking te bevorderen met derde landen en met inzake cultuur bevoegde internationale organisaties, in het bijzonder met de Raad van Europa.
2. In de resolutie van de Raad van 4 april 1995 betreffende culturele samenwerking met de geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa ( 1) wordt het belang onderstreept van een permanente dialoog en informatie-uitwisseling met de landen van Midden- en Oost-Europa en - in deze context - van versterking van de culturele dimensie in de samenwerking.

3. De conclusies van de Europese Raad van Helsinki van
11 december 1999 bevestigen het inclusieve karakter van het toetredingsproces, dat thans dertien kandidaat-lidstaten omvat, namelijk Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Roemenië, Bulgarije, Slovenië, Malta, Cyprus en Turkije.
4. De Europese Raad van Nice (7 tot en met 9 december 2000) waardeerde in zijn conclusies de inspanningen die de kandidaat-lidstaten zich getroosten om de voorwaarden te scheppen om het acquis over te nemen, uit te voeren en daadwerkelijk toe te passen en verzocht de kandidaat-lidstaten de nodige hervormingen ter voorbereiding van hun toetreding voort te zetten en te versnellen, vooral wat betreft de versterking van hun bestuurlijke capaciteit, teneinde zo snel mogelijk tot de Unie te kunnen toetreden.
5. In de mededeling van de Commissie van 14 december 1999 over de beginselen en richtsnoeren voor het audiovisuele beleid van de Gemeenschap in het digitale tijdperk werd benadrukt dat het van essentieel belang is dat de kandidaat-lidstaten het communautaire acquis op audiovisueel gebied tijdig en volledig overnemen. 6. Er bestaat tussen de Europese Unie en haar lidstaten en de kandidaat-lidstaten een constructieve dialoog over audiovisuele aangelegenheden en in dit kader is, met name in de conclusies van de conferentie over "De rol van de audiovisuele sector in de ontwikkeling van de civiele samenleving" (Warschau, 17 en 18 maart 1998) en in de conclusies van de studiebijeenkomst over "Audiovisueel beleid en culturele verscheidenheid in een uitgebreid Europa" (Praag, 5 en 6 oktober 2000), gewezen op het belang van uitwisseling van informatie en ervaring, alsook van vervolgacties,
DERHALVE,
7. ONDERSTREEPT het belang van de audiovisuele sector in een uitgebreide Europese Unie en benadrukt in het bijzonder de rol van die sector bij de bescherming van algemene democratische waarden en bij de instandhouding en bevordering van de culturele verscheidenheid in Europa,
8. ACHT uitwisseling van informatie en ervaring VAN BELANG voor de totstandbrenging van een gunstig kader voor de aanneming en uitvoering van het acquis communautaire, waardoor de toetredingsonderhandelingen kunnen worden vergemakkelijkt, 9. MERKT OP dat de uitwisseling van informatie en ervaring op audiovisueel gebied die tot dusverre tussen de EU en haar lidstaten en de kandidaat-lidstaten heeft plaatsgevonden, moet worden geïntensiveerd,
10. MEMOREERT dat van de kandidaat-lidstaten - in het kader van hun beleid ten aanzien van derde landen en internationale organisaties, in het bijzonder de Wereldhandelsorganisatie - zal worden verlangd dat zij zich in het vooruitzicht van de toetreding geleidelijk en zo spoedig mogelijk aanpassen aan de beleidsmaatregelen en standpunten van de Gemeenschap en haar lidstaten, en is van mening dat deze aanpassing, voor wat de culturele en audiovisuele sector betreft, dient bij te dragen tot de instandhouding en bevordering van de culturele verscheidenheid in Europa,
11. BEKLEMTOONT dat de bestaande fora en netwerken van de audiovisuele sector moeten worden gebruikt voor een intensievere uitwisseling van informatie en ervaring,

12. NEEMT ER NOTA VAN dat in de audiovisuele sector ook een nuttig gebruik kan worden gemaakt van middelen voor financiële samenwerking tussen de Europese Unie en de kandidaat-lidstaten, zoals het Phare-programma,

13. BEKLEMTOONT het belang van deelneming aan Gemeenschapsprogramma's als een volwaardig element van de pretoetredingsstrategie, en in dit verband ook het belang van de mogelijkheden die de Media-programma's de kandidaat-lidstaten te bieden hebben, wanneer hun wetgeving voldoende aan het audiovisuele acquis is aangepast,

14. BENADRUKT dat een intensievere uitwisseling van informatie en ervaring gericht moet zijn op kwesties die verband houden met de aanneming en uitvoering van het acquis communautaire, alsook op andere zaken van gemeenschappelijk belang op audiovisueel gebied. Dergelijke uitwisselingen hebben onder meer ten doel informatie te verstrekken over de beste praktijken in het nationaal beleid op audiovisueel gebied,

15. TOONT ZICH INGENOMEN MET het belang dat de kandidaat-lidstaten aan een versterkte dialoog met de Unie en haar lidstaten hechten,
16. VERZOEKT de Commissie om, binnen het bestaande juridische en financiële kader en gelet op het tijdschema voor de uitbreiding,

i) uitgaande van de bestaande fora en netwerken de uitwisseling van informatie en ervaring op het gebied van het audiovisueel beleid tussen de Unie en haar lidstaten en de kandidaat-lidstaten te intensiveren,
ii) in overleg met de lidstaten en de kandidaat-lidstaten na te gaan welke onderwerpen belangrijk zijn voor een dergelijke uitwisseling,
iii) de samenwerking met de Raad van Europa verder te ontwikkelen, om profijt te trekken van de ervaring van die organisatie op dit gebied en om doublures te voorkomen,
iv) op passende wijze verslag uit te brengen aan de Raad over het gedane werk,


17. VERZOEKT de lidstaten om
i) te bevorderen dat meer informatie en ervaring op audiovisueel gebied worden uitgewisseld tussen de Unie en haar lidstaten en de kandidaat-lidstaten,
ii) met de Commissie samen te werken aan een intensievere uitwisseling van informatie en ervaring op audiovisueel gebied."

JURIDISCHE ASPECTEN IN VERBAND MET FILM

De Raad werd door Commissielid REDING geïnformeerd over het overleg dat de Commissie momenteel voert met het oog op de in september 2001 verwachte Commissiemededeling betreffende bepaalde juridische aspecten in verband met cinematografische en andere audiovisuele werken.

Met het oog op het overlegproces hebben de Commissiediensten een werkdocument opgesteld. Het document gaat over een breed scala van vraagstukken, zoals de circulatie van Europese audiovisuele werken, de verstrekking van diensten voor de productie van films, hindernissen voor het vrije verkeer, de impact van nieuwe technologieën, de definitie van de begrippen "Europees werk" en "onafhankelijke producer" en de kwestie van de wettelijke registratie van films. Het heeft tevens betrekking op belastingvraagstukken, zoals systemen voor financiële stimulering en overheidssteun. Commissielid REDING bracht verslag uit over de eerste hoorzitting van de beroepsbeoefenaars die de Commissie midden juni had belegd.

Het Commissielid verklaarde dat de Commissie de ontwikkeling van de Europese dimensie van de filmindustrie beoogt, alsmede de circulatie van Europese films in Europa. In de toekomstige mededeling zullen derhalve maatregelen worden voorgesteld voor de vereenvoudiging van het regelgevend kader om de samenwerking tussen de Europese actoren te vergemakkelijken en synergieën tussen de nationale steunregelingen te ontwikkelen. Een hoofdstuk van de toekomstige mededeling zal ook betrekking hebben op steunmaatregelen voor filmindustrie en de legitimiteit van dergelijke mechanismen, in het bijzonder indien zij worden gebruikt ter ondersteuning van de creatie van culturele werken. De bedoeling hiervan is meer duidelijkheid te scheppen en de nationale steunregelingen meer rechtszekerheid te bieden. Het Commissielid wees erop dat verscheidene opties ter tafel liggen maar dat nog geen definitieve beslissing genomen is.

De presentatie door het Commissielid werd gevolgd door een gedachtewisseling in de Raad. De lidstaten waren over het algemeen ingenomen met het initiatief en de discussienota van de Commissie. De ministers wezen er echter op dat het overleg in hun respectieve landen nog niet is afgelopen, maar maakten een aantal voorlopige opmerkingen. De voorzitter concludeerde dat de Raad uitkijkt naar de mededeling en het verdere debat tijdens het Belgisch voorzitterschap.

PUBLIEKE OMROEP EN UITVOERING VAN MEDIA PLUS

De Raad nam nota van de informatie van Commissielid REDING over de jongste ontwikkelingen inzake de publieke omroep. Het Commissielid herinnerde eraan dat zij in de laatste Raadszitting op 23 november 2000 toegezegd had hierover aan de Raad verslag uit te brengen.

Na verscheidene klachten van commerciële TV-stations heeft de Commissie besloten een mededeling op te stellen waarin de regels voor de toepassing van de bepalingen van het Verdrag, met name artikel 86, lid 3, betreffende mededinging worden vastgesteld. In de mededeling zal worden erkend dat de lidstaten bevoegd zijn om de publieke taak en de financiering van de publieke omroep te bepalen. Het is echter aan de Commissie ervoor te zorgen dat de steunmaatregelen van de staten verenigbaar zijn met de bepalingen van het Verdrag.

Derhalve zullen in de mededeling bepaalde beginselen worden verhelderd om de publieke taak duidelijker te definiëren. Hierbij zal de feitelijke toewijzing van deze taak aan omroeporganisaties, met inbegrip van het toezicht door een onafhankelijk orgaan, nauwkeuriger omschreven worden, en zal de overheidsfinanciering beperkt worden tot de uitvoering van de publieke taak.

De Commissie is van oordeel dat de mededeling meer rechtszekerheid zal bieden bij de organisatie en de financiering van de publieke omroep.

Voorts werd de Raad door Commissielid REDING geïnformeerd over de uitvoering van het MEDIA Plus-programma. De twee MEDIA Plus-besluiten werden in december 2000 en januari 2001 aangenomen. Intussen zijn richtsnoeren voor aanbestedingen en financiële middelen vastgesteld en is het bureau voor technische bijstand gekozen. Dit bureau zal vanaf juli operationeel zijn.

RICHTLIJNEN INZAKE TELECOMMUNICATIE

De Raad werd door het voorzitterschap geïnformeerd over de stand van de onderhandelingen betreffende het telecommunicatiepakket, waarbij de aandacht vooral uitging naar de gevolgen van de voorgestelde wetteksten voor de audiovisuele sector. Het voorzitterschap wees erop dat hiermee beoogd wordt de Raad Cultuur te informeren over de activiteiten van andere Raadsformaties en zo te zorgen voor passende coördinatie.

Het telecommunicatiepakket bestaat uit vijf richtlijnen en één besluit. In de Raad Vervoer en Telecommunicatie van 4 april 2001 werd overeenstemming bereikt over gemeenschappelijke standpunten betreffende drie richtlijnen: de kaderrichtlijn, de richtlijn inzake toegang en interconnectie en de richtlijn betreffende machtiging. Verdere akkoorden zijn gepland tijdens de Raad Vervoer en Telecommunicatie van 27 juni.

DE POSITIE VAN BEROEPSKUNSTENAARS - Resolutie van de Raad

De Raad nam de volgende resolutie aan over de uitwisseling van informatie en ervaringen op het gebied van de positie van beroepskunstenaars in het kader van de uitbreiding van de EU:

"De Raad van de Europese Unie, rekening houdend met


1. het feit dat het optreden van de Gemeenschap erop gericht is de samenwerking tussen de lidstaten op cultureel gebied aan te moedigen;

2. het feit dat de Gemeenschap bij haar optreden uit hoofde van andere bepalingen van het Verdrag rekening houdt met de culturele aspecten;


3. het subsidiariteitsbeginsel;


4. het feit dat de Gemeenschap en de lidstaten de culturele samenwerking met derde landen, met inbegrip van kandidaat-lidstaten, bevorderen;

5. de resolutie van de Raad van 4 april 1995 betreffende culturele samenwerking met de geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, waarin het belang wordt benadrukt ook met deze geassocieerde landen gestructureerde betrekkingen op cultureel gebied te onderhouden;

6. de resolutie van de Raad van 20 november 1995 betreffende bevordering van statistieken op het gebied van cultuur en economische groei, waarin wordt geconstateerd dat cultuur een rol kan spelen voor zowel de ontwikkeling in algemene zin als de samenhang van de maatschappij, alsmede bij de samenwerking met derde landen;

7. het eerste verslag van de Commissie van 17 april 1996 over de inachtneming van de culturele aspecten bij het optreden van de Europese Gemeenschap;

8. de resolutie van het Europees Parlement van 1999 over de situatie en de rol van kunstenaars in de Europese Unie, waarin wordt benadrukt hoe belangrijk kunstenaars zijn voor het proces van de Europese integratie;

9. de conclusies van de Raad van 17 december 1999 betreffende cultuurindustrie en werkgelegenheid in Europa, waarin de lidstaten wordt verzocht de uitwisseling van informatie te intensiveren;
10. de resolutie van de Raad van 17 december 1999 betreffende de bevordering van het vrij verkeer van personen die werkzaam zijn in de culturele sector, waarin staat dat het vrije verkeer van personen in de culturele sector samenwerking op dit gebied bevordert en daardoor bijdraagt tot de ontwikkeling van diversiteit in de Europese culturen en van een Europees bewustzijn;

11. de conclusies van de Europese Raad van Helsinki van 11 december 1999 betreffende het belang van het in december 1997 te Luxemburg gestarte uitbreidingsproces voor de stabiliteit en de welvaart van het gehele Europese continent;
12. NEEMT NOTA VAN het belang van het werk van kunstenaars voor de vrijheid van meningsuiting en de versterking van de culturele diversiteit in Europa, alsmede voor de ontwikkeling van de internationale uitwisseling en culturele banden;
13. NEEMT NOTA VAN de activiteiten van het Comité voor de sociale dialoog voor podiumkunsten, dat in januari 1999 op een gezamenlijk verzoek van de sectorale sociale partners door de Commissie is ingesteld;

14. HERINNERT ERAAN dat de Commissie een studie heeft aangevat over de mobiliteit en het vrije verkeer van personen die werkzaam zijn in de culturele sector;

15. NEEMT ER NOTA VAN dat de algemene kwestie van de positie van beroepskunstenaars van centraal belang is voor de culturele sector;

16. NEEMT ER NOTA VAN dat deze positie in hoge mate wordt beïnvloed door een aantal andere beleidsgebieden, zoals werkgelegenheid, sociale zekerheid,
intellectuele-eigendomsrechten, vrij verkeer, onderwijs en opleiding;

17. NEEMT ER NOTA VAN dat de uitwisseling van informatie over goede praktijken en nationale beleidsmaatregelen, die talrijke lidstaten en kandidaat-lidstaten met betrekking tot de positie voor beroepskunstenaars hebben ontwikkeld, van wederzijds belang kan zijn en de onderwerpen kan betreffen die zich het best lenen voor een discussie op Europees niveau;

18. WIJST OP het belang dat de relevante organisaties die scheppende en uitvoerende kunstenaars vertegenwoordigen de gelegenheid wordt geboden hun denkbeelden naar voren te brengen wanneer maatregelen betreffende hun positie worden voorbereid;
19. IS VAN MENING dat het in het licht van de uitbreiding en van de overige hierboven genoemde factoren, dienstig zou zijn tussen de lidstaten onderling, alsmede tussen de lidstaten en de kandidaat-lidstaten, een uitwisseling van informatie en ervaringen betreffende de positie van beroepskunstenaars aan te moedigen en daarbij relevante partijen te betrekken;

20. ACHT het VAN BELANG rekening te houden met werk dat reeds door internationale organisaties, in het bijzonder de Raad van Europa en Unesco, en door andere professionele lichamen en netwerken in deze sector is verricht, teneinde overlapping te vermijden;
21. VERZOEKT de Commissie, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel en binnen het bestaande juridische en financiële kader, en in het bijzonder rekening houdend met artikel 151, lid 4, van het Verdrag:

i) een uitwisseling van informatie en ervaringen betreffende de positie van beroepskunstenaars tussen de lidstaten onderling, alsmede tussen de lidstaten en de kandidaat-lidstaten aan te moedigen, bijvoorbeeld door middel van bijeenkomsten, het gebruik van nieuwe communicatietechnologieën en/of studies; ii) ervoor te zorgen dat, wanneer er maatregelen op het niveau van de Gemeenschap worden overwogen die betrekking hebben op de positie van beroepskunstenaars, de relevante Europese organisaties die kunstenaars vertegenwoordigen de gelegenheid krijgen hun opvattingen naar voren te brengen.


22. DOET EEN BEROEP OP de lidstaten om

i) met de Commissie samen te werken bij de ontwikkeling en uitvoering van de hierboven geschetste uitwisseling,
ii) samenwerking en uitwisseling van informatie en ervaringen betreffende de positie van beroepskunstenaars tussen de lidstaten onderling, alsmede tussen de lidstaten en de kandidaat-lidstaten, aan te moedigen."

UITVOER VAN CULTUURGOEDEREN EN TERUGGAVE VAN CULTUURGOEDEREN DIE OP

ONRECHTMATIGE WIJZE BUITEN HET GRONDGEBIED VAN EEN LIDSTAAT ZIJN

GEBRACHT

De Raad luisterde naar een mondelinge toelichting van Commissielid REDING over de follow-up van het Commissieverslag van vorig jaar over de toepassing van Verordening nr. 3911/92 betreffende de uitvoer van cultuurgoederen en Richtlijn 93/7/EEG betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een lidstaat zijn gebracht. De Commissie heeft een werkgroep ingesteld die richtsnoeren moet opstellen voor de versterking van de administratieve samenwerking. Voorts is een studie gestart om de mogelijkheden voor een betere traceerbaarheid van cultuurgoederen te verkennen.

Daarna hield de Raad een gedachtewisseling over dit onderwerp, waarin de ministers onderstreepten dat het belangrijk is de samenwerking tussen de politie- en de douaneautoriteiten van de verschillende lidstaten te versterken. Zij wezen er tevens op dat deze kwestie in de context van de uitbreiding van de EU bijzonder belangrijk is.

CULTURELE HOOFDSTAD VAN EUROPA - BENOEMING VAN DE JURYLEDEN

De Raad werd door de Zweedse en de Belgische delegatie op de hoogte gebracht van hun respectieve kandidaten voor de jury van de culturele hoofdstad van Europa. De Zweedse delegatie droeg mevrouw Camilla Lundberg voor, hoofd van de muziekafdeling bij het Zweedse televisiestation SVT. De Belgische delegatie wees de heer Frédéric Flamand aan, choreograaf en directeur van een dansgezelschap.

Overeenkomstig het besluit van de Raad van 17 december 1999 inzake de aanwijzing van de juryleden door de Raad in het kader van de communautaire actie "Culturele Hoofdstad van Europa", dragen de twee lidstaten die het voorzitterschap van de Raad tijdens het lopende jaar bekleden, ieder een kandidaat voor de jury voor. De voorstellen worden tijdens de eerste helft van elk jaar ingediend en tijdens de tweede helft van het jaar door een besluit van de Raad bevestigd.

De kandidaten moeten onafhankelijke prominenten zijn met expertise op cultureel gebied. De jury bestaat uit zeven leden waarvan er twee worden aangewezen door de Raad, twee door het Europees Parlement, twee door de Commissie en één door het Comité van de Regio's. De jury stelt een verslag op over de kandidaturen van de verschillende steden die aan de communautaire actie wensen deel te nemen.

UITVOERING VAN CULTUUR 2000

Tijdens de lunch werd de Raad door Commissielid REDING ingelicht over de uitvoering van het programma "Cultuur 2000", dat vorig jaar van start is gegaan.

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

MILIEU

Grote stookinstallaties - bijeenroeping van het bemiddelingscomité

Aangezien de Raad niet alle amendementen kon goedkeuren die het Europees Parlement in tweede lezing had aangenomen op het gemeenschappelijk standpunt betreffende de voorgestelde wijziging van de Richtlijn inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties, besloot hij het bemiddelingscomité bijeen te roepen overeenkomstig de medebeslissingsprocedure. Dit comité zal op 25 juni bijeenkomen.

Nationale emissiemaxima (NEM's) - bijeenroeping van het bemiddelingscomité

Aangezien de Raad niet alle amendementen kon goedkeuren die het Europees Parlement in tweede lezing had aangenomen op het gemeenschappelijk standpunt betreffende de voorgestelde richtlijn inzake nationale emissiemaxima voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen, besloot hij het bemiddelingscomité bijeen te roepen overeenkomstig de medebeslissingsprocedure. Dit comité zal op 25 juni bijeenkomen.


Footnotes:

( 1) PB C 247 van 23.9.1995, blz. 2.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie