Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

BZ Parlementaire brief inzake VN-Mensenrechtencommissie

Datum nieuwsfeit: 02-07-2001
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

www.minbuza.nl/content.asp?Key=417603



De Voorzitter van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Directie Mensenrechten en Vredesopbouw Afdeling Mensenrechten Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag

Datum 2 juli 2001 Behandeld Kanta Adhin
Kenmerk DMV/MR-488/01 Telefoon 070 - 348 53 46
Blad /5 Fax 070 - 348 50 49
Bijlage(n) 1 email (kanta.adhin@minbuza.nl)
Betreft VN-Mensenrechtencommissie / verslag 57ste zitting

Zeer geachte Voorzitter,

Van 19 maart tot 27 april jl. vond te Genève de jaarlijkse zitting van de VN- Mensenrechtencommissie (MRC) plaats. Zoals bekend is Nederland momenteel waarnemer in deze Commissie. In EU-verband droeg Nederland actief bij aan de werkzaamheden van de MRC. De voorgenomen Nederlandse inzet werd reeds met u besproken tijdens het Algemeen Overleg op 14 maart (Kamerstuk 2000-2001, 27400 V, nr. 63, Tweede Kamer) aan de hand van de u toegezonden richtlijnen bij mijn brief van 7 maart (Kamerstuk 2000-2001, 27400 V, nr 66, Tweede Kamer). Hieronder volgt een verslag op hoofdlijnen van het verloop van de 57-ste zitting.

Algemeen

De agenda omvatte zoals gebruikelijk een veelheid aan onderwerpen die betrekking hebben op landensituaties, thematische onderwerpen en procedurele zaken. Naast de gestelde prioriteiten werd ook veel werk verricht in het tegengaan van negatieve initiatieven van bepaalde landen, gericht op ondermijning van het mensenrechtensysteem. Voor wat betreft landensituaties ging de Nederlandse aandacht in het bijzonder uit naar het Midden-Oosten, de Russische Federatie (Tsjetsjenië), China, Oost-Timor/Indonesië en Iran. Als thematische onderwerpen kunnen worden genoemd: uitbanning van racisme; strijd tegen foltering; vrijheid van godsdienst of overtuiging; economische, sociale en culturele rechten en bescherming van mensenrechtenactivisten.

Ik sprak de Commissie toe op 5 april. De tekst van mijn interventie gaat u hierbij toe.

Wordt de 57-ste zitting beoordeeld aan de hand van het aantal "goede" resoluties, het aantal aanvaarde voorzittersverklaringen, nieuwe of verlengde mandaten van speciale rapporteurs/vertegenwoordigers en nieuwe mechanismen, dan kan het verloop ervan als redelijk worden aangemerkt. Kijkt men daarentegen naar de doelgerichte negatieve, en vaak succesvolle, inzet van verschillende landen in de Commissie om in voorgaande jaren opgebouwde consensus over een aantal onderwerpen (met name burger- en politieke rechten) weer open te breken, dan kan van een achteruitgang worden gesproken.

Landensituaties

Zoals bekend verslechterde de situatie in het Midden-Oosten voor de aanvang van de 57-ste zitting dusdanig, dat gevreesd werd dat deze problematiek de MRC in hoge mate negatief zou beïnvloeden. Dit was echter niet het geval. De eerste versie van de resolutie die een follow-up moest geven aan de Speciale Zitting van de MRC van november 2000 was in eerste instantie zeer onevenwichtig en voor Nederland en andere EU-partners niet aanvaardbaar. In latere fasen kon in goed overleg met de Arabische groep een minder radicale tekst totstandkomen, waarop de EU-leden van de MRC zich van stem onthielden en geen tegenstem behoefden uit te brengen.

In het geval van Tsjetsjenië (EU-initiatief) werd in een zeer laat stadium van de onderhandelingen overeenstemming bereikt tussen de EU en de Russische Federatie over een ontwerp-voorzittersverklaring. Deze bleek op het allerlaatste moment niet aanvaardbaar voor de VS. Daardoor viel de Commissie terug op een reeds eerder door de EU ingediende ontwerp-resolutie. Deze werd met meerderheid van stemmen aangenomen (22 stemmen voor, 11 tegen en 19 onthoudingen). Voor Nederland heeft het belang van een inhoudelijk sterke tekst over de mensenrechtenschendingen in Tsjetsjenië steeds voorop gestaan.

Voor wat betreft China bleek het ook dit jaar onmogelijk de beoogde resolutie in stemming te brengen. De no-action motion van China werd met meerderheid van stemmen aanvaard (23 voor, 17 tegen, 12 onthoudingen en 1 afwezig). Gezien de huidige samenstelling van de Commissie, waarin hardliners als Pakistan, Saudi-Arabië, Libië, Syrië en Cuba zitting hebben, was dit niet onverwacht. De EU maakte haar positie reeds in een vroeg stadium bekend: EU-lobby tegen de no-action motion en een voorstem op de resolutie, indien deze in stemming zou worden gebracht.

Over een voorzittersverklaring inzake Oost-Timor (EU-initiatief) kon na moeizame onderhandelingen uiteindelijk overeenstemming worden bereikt met de Indonesische regering. Nederlandse inspanningen voor een voorzittersverklaring over Indonesië ondervonden, ook binnen de EU, vrijwel geen steun. Wel werd in de EU- landenspeech zorg over de mensenrechtensituatie in Indonesië uitgesproken.

De Iran-resolutie (EU-initiatief) werd met een grotere meerderheid dan verwacht aangenomen (21 voor, 17 tegen en 15 onthoudingen). Daarmee is de verlenging van het mandaat van de Speciale Vertegenwoordiger voor Iran - waarvoor Nederland zich inzette - zeker gesteld.

Thematische onderwerpen

De Afrikaanse groep kwam met een opvallend gematigde ontwerpresolutie over racisme, inclusief de voorbereiding van de Wereldconferentie tegen Racisme (Durban, 31 augustus - 7 september 2001). Daarmee werd voorkomen dat de moeizame discussie over compensatie naar aanleiding van slavernij en kolonialisme die de voorbereiding van de conferentie overheerst, oversloeg naar de MRC. Deze resolutie werd dan ook met consensus aanvaard.

Ten aanzien van de resolutie inzake foltering kon de jarenlange consensus met moeite in stand worden gehouden. Enkele landen waren uit op beëindiging van de werkzaamheden van de Speciale Rapporteur tegen Foltering vanwege een onwelgevallig rapport over hun land en omdat hij geen uitvoering had gegeven aan het verzoek van de Commissie om een missie uit te voeren naar Israël en de Bezette Gebieden. Uiteindelijk kon overeenstemming worden bereikt over het verlengen van zijn mandaat. Nederland heeft zich samen met Denemarken, dat de onderhandelingen leidde, actief hiervoor ingezet. Voorts sprak Nederland een nationale interventie uit met onder meer een oproep aan landen om een constructieve bijdrage te leveren tijdens de komende onderhandelingen over een facultatief protocol bij het Anti-Folterverdrag. Dit protocol moet voorzien in een internationaal inspectiemechanisme van gevangenissen met het doel van voorkoming van marteling wereldwijd.

Voor wat betreft de godsdienstvrijheid werd vorig jaar besloten het mandaat van de speciaal rapporteur bij verlenging te wijzigen van "religieuze onverdraagzaamheid' in "vrijheid van godsdienst en overtuiging". De desbetreffende resolutie werd tijdens de onderhavige zitting bij consensus aanvaard. Onder het agendapunt Racisme sprak de EU zich uit tegen een initiatief van enkele islamitische landen dat het belasteren van religies, met name van de islam, gelijkstelt met racisme. Ook Nederland onderstreepte tijdens de onderhandelingen de onwenselijkheid van een dergelijke benadering. Bovendien werd in de resolutie de nadruk meer gelegd op de bescherming van de religie dan op de bescherming van de rechten van individuen. Deze werd overigens wel aanvaard met 28 stemmen voor, 15 tegen (inclusief EU-landen) en 9 onthoudingen.

Terzake van de economische, sociale en culturele rechten (esc-rechten) werd besloten tot de aanstelling van een onafhankelijk expert die een eventueel facultatief protocol voor een individueel klachtrecht bij het VN-verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (ESC-verdrag) moet bestuderen. Nederland heeft zich hier positief over uitgesproken, aangezien de expert een aantal juridische aspecten die verband houden met de rechtstreekse afdwingbaarheid van de esc-rechten inzichtelijker kan maken. In de nationale interventie die Nederland aflegde, werd onderstreept dat de esc-rechten niet alleen thuishoren op de agenda van ontwikkelingssamenwerking, maar een essentieel onderdeel van de mensenrechtenagenda vormen.

Tijdens de MRC besteedde Nederland ook bijzondere aandacht aan mensenrechtenactivisten (human rights defenders) die in hun streven om mensenrechtenschendingen aan de kaak te stellen, helaas vaak slachtoffer zijn van onderdrukking, intimidatie of erger. In de nationale interventie op dit punt sprak Nederland steun uit voor de werkzaamheden van de Speciale Vertegenwoordiger die vorig jaar werd benoemd.

Nieuwe mechanismen

De Commissie riep een aantal nieuwe mechanismen in het leven, waarvan de belangrijkste zijn:

de hierboven genoemde onafhankelijk expert voor de kwestie van een facultatief protocol bij het ESC-verdrag;

een speciale rapporteur voor de mensenrechten van inheemse volkeren;

een onafhankelijk expert en een intergouvernementele werkgroep (op te richten tijdens de 58-ste zitting) inzake verdwijningen, waarmee een eerste stap is gezet naar een internationaal bindend instrument over dit onderwerp;

een speciale vertegenwoordiger voor Bosnië Herzegovina en de FR (in plaats van de speciale rapporteur voor deze regio).

De toename aan mechanismen maakt de noodzaak van een grotere beschikbaarheid van fondsen uit de reguliere VN-begroting nog groter dan voorheen, zoals ik ook heb benadrukt in mijn interventie.

Rol van de EU

De EU heeft zich tot een belangrijke speler ontwikkeld in de MRC, zowel vanwege het aantal initiatieven dat zij ontplooit (die overigens alle zijn aanvaard) als vanwege de bijdrage aan initiatieven van andere landen. Een en ander leidt echter niet altijd tot het door de EU gewenste resultaat. Zo kon, ondanks grote inspanningen van de EU en andere landen van de westerse groep, niet worden bereikt dat het mandaat van de speciale rapporteur voor Rwanda werd verlengd of dat er een ander mechanisme van de MRC voor in de plaats werd gesteld. Eveneens kon Togo, met steun van de Afrikaanse groep, verhinderen dat er een resolutie over dit land werd aangenomen. Hierdoor kon de MRC geen follow-up geven aan de aanbevelingen van de gezamenlijke VN/OAE-onderzoekscommissie naar mensenrechtenschendingen in Togo.

Tot slot

Geconcludeerd moet worden dat de algemene atmosfeer tijdens deze 57-ste zitting van de MRC meer dan vorig jaar gekenmerkt werd door confrontatie. Dit had enerzijds te maken met de ongunstige samenstelling van de MRC, maar zeker ook met een aantal moeilijke dossiers waarin de Noord-Zuid tegenstelling opspeelde, zoals bijvoorbeeld in het geval van het recht op ontwikkeling, alsook met de Midden-Oostenkwestie. Een en ander resulteerde in minder consensus, dus meer stemmingen, meer procedurele manoeuvres en meer obstructie dan gedurende recente zittingen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

(de bijlage is niet electronisch beschikbaar)

Kenmerk DMV/MR-488/01
Blad /5

===

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie