Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag Europese Raad van Werkgelegenheid en Sociaal Beleid

Datum nieuwsfeit: 10-07-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: European Union
Zoek soortgelijke berichten
European Union

2357. Raad - WERKGELEGENHEID EN SOCIAAL BELEID Press Release: Luxembourg (11-06-2001) - Press: 225 - Nr: 9397/01


9397/01 (Presse 225)

(OR. en)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2357e zitting van de Raad


- WERKGELEGENHEID EN SOCIAAL BELEID -

Luxemburg, 11 juni 2001

Voorzitter:

mevrouw Mona SAHLIN

Minister bij het ministerie van Industrie, Werkgelegenheid en Verkeer van het Koninkrijk Zweden

INHOUD

DEELNEMERS

*

BESPROKEN PUNTEN

GELIJKE BEHANDELING VAN MANNEN EN VROUWEN TEN AANZIEN VAN DE

WERKGELEGENHEID *

"GENDER MAINSTREAMING"

*


-
Het genderperspectief in andere Raadsformaties *
-
Vergadering van deskundigen (Sigtuna, 15/16 mei 2001) *

INFORMATIE EN RAADPLEGING VAN WERKNEMERS

*

MINIMUMVOORSCHRIFTEN INZAKE GEZONDHEID EN VEILIGHEID VAN WERKNEMERS

(LAWAAI)

*

DUURZAME ONTWIKKELINGSSTRATEGIE

*

SOCIALE BESCHERMING

*


-
Verslag over de houdbaarheid van de pensioenen *
-
Nationale actieplannen tegen armoede en sociale uitsluiting *

COÖRDINATIE VAN DE SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS

*

EUROPESE COÖPERATIEVE VENNOOTSCHAP

*

DIVERSEN

*


-
VN-Wereldconferentie over racismebestrijding *
-
Europees jaar van personen met een handicap *
-
Witboek over het chemicaliënbeleid *

-
Globale richtsnoeren voor het economisch beleid *

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

DOUANE-UNIE


-
Verordening betreffende de afgifte van EUR.I-certificaten en andere documenten *

-
Verordening betreffende de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde industrie-, landbouw- en visserijproducten *

-
Rekenkamer: Speciaal verslag nr. 23/2000 over de waardebepaling van geïmporteerde goederen door de douane (douanewaarde) - conclusies van de Raad *

MILIEU


-
Grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen, bestemd voor handelingen voor nuttige toepassing *



Voor meer informatie: tel. 285.62.19 of 285.74.59

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België
:

mevrouw Laurette ONKELINX

vice-eerste minister en minister van Werkgelegenheid

de heer Frank VANDENBROUCKE

minister van Sociale Zaken en Pensioenen

de heer Renaat LANDUYT

Vlaams minister voor Werkgelegenheid en Toerisme

Denemarken
:

de heer Ove HYGUM

minister van Arbeid

Duitsland:

de heer Gert ANDRES

parlementair staatssecretaris van Arbeid en Sociale Zaken

Griekenland
:

de heer Anastasios GIANNITSIS

minister van Arbeid en Sociale Zekerheid

Spanje
:

de heer Juan Carlos APARICIO PÉREZ

minister van Arbeid en Sociale Zaken

de heer Juan CHOZAS

onderminister van Arbeid

Frankrijk
:

mevrouw Elisabeth GUIGOU

minister van Werkgelegenheid en Solidariteit

de heer Guy HASCOËT

staatssecretaris van Solidaire Economie

Ierland
:

de heer Tom KITT

onderminister van Ondernemingen, Handel en Werkgelegenheid, belast met arbeidsvraagstukken, consumentenrechten en internationale handel

Italië
:

de heer Fabio FABBRI

plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Luxemburg
:

de heer François BILTGEN

minister van Arbeid en Werkgelegenheid

mevrouw Marie-Josée JACOBS

minister van Gezinszaken, Maatschappelijke Solidariteit en Jeugdzaken, minister voor Emancipatie van de Vrouw

Nederland
:

de heer Willem VERMEEND

minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

mevrouw Annelies VERSTAND-BOGAERT

staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Oostenrijk
:

de heer Martin BARTENSTEIN

minister van Economische Zaken en Arbeid

Portugal
:

de heer Paulo PEDROSO

minister van Arbeid en Opleiding

Finland
:

mevrouw Maija PERHO

minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

mevrouw Tarja FILATOV

minister van Arbeid

Zweden
:

mevrouw Mona SAHLIN

minister bij het ministerie van Industrie, Werkgelegenheid en Verkeer, belast met arbeidsvraagstukken, integratie en grotestedenbeleid

mevrouw Margareta WINBERG

minister van Gelijkekansenbeleid

mevrouw Anna EKSTRÖM

staatssecretaris, bij het ministerie van Industrie, Werkgelegenheid en verkeer

mevrouw Lise BERGH

staatssecretaris van Gelijkekansenbeleid

de heer Claes
ÅNSTRAND

staatssecretaris, toegevoegd aan de Minister van Sociale Zekerheid

Verenigd Koninkrijk
:

de heer Peter HAIN

onderminister van Energie en Concurrentiepositie in Europa, ministerie van Handel en Industrie


* * *

Commissie
:

mevrouw Anna DIAMANTOPOULOU

lid


* * *

Overige deelnemers
:

de heer Clive TUCKER

voorzitter van het Comité voor de werkgelegenheid

de heer Raoul BRIET

voorzitter van het Comité voor sociale bescherming

GELIJKE BEHANDELING VAN MANNEN EN VROUWEN TEN AANZIEN VAN DE

WERKGELEGENHEID

De Raad bereikte een eenparig politiek akkoord over een gemeenschappelijk standpunt ten aanzien van de voorgestelde richtlijn betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen, en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden. De ontwerp-richtlijn zal uiteindelijk een 25 jaar oude richtlijn wijzigen (Richtlijn 76/207/EEG). De Raad loofde het akkoord als een belangrijke stap ter verdere bevordering van de toepassing van het in het verdrag opgenomen beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

Dit voorstel strekt ertoe de bepalingen van de bestaande tekst te actualiseren in het licht van de jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie en van de twee richtlijnen inzake non-discriminatie die het afgelopen jaar op basis van artikel 13 van het verdrag zijn aangenomen (Richtlijn 2000/43/EG houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming, en Richtlijn 2000/78/EG tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling bij de arbeid).

Na de juridische en taalkundige bijwerking van de tekst zal het gemeenschappelijk standpunt op een volgende zitting van de Raad als punt zonder discussie formeel worden aangenomen, alvorens het overeenkomstig de medebeslissingsprocedure voor een tweede lezing aan het Europees Parlement wordt toegezonden.

De nieuwe richtlijn zal uiteindelijk enkele belangrijke bepalingen aan de bestaande richtlijn toevoegen:

·
zij verplicht de lidstaten om bij de opstelling en toepassing van wetten en beleidslijnen rekening te houden met de doelstelling van gelijkheid tussen man en vrouw, hetgeen een middel is om ervoor te zorgen dat het beginsel van "gendermainstreaming" op alle niveaus van het beleid kan worden toegepast;

·
zij bevat twee definities van directe en indirecte discriminatie, om met betrekking tot seksuele discriminatie te zorgen voor samenhang met de in 2000 aangenomen non-discriminatie richtlijnen, waarin andere soorten discriminatie worden behandeld.


·
voor het eerst wordt intimidatie, met inbegrip van seksuele intimidatie erkend als een vorm van discriminatie, waardoor de bepalingen inzake gelijke behandeling van mannen en vrouwen op één lijn worden gebracht met de non-discriminatiebepalingen van artikel 13 van de richtlijnen uit 2000;

·
ook een instructie tot discriminatie van personen op grond van het geslacht wordt als discriminatie beschouwd.

De ontwerp-richtlijn voorziet voorts in:


·
verduidelijking van het recht om te voorzien in afwijkingen, waarbij de lidstaten moeten verantwoorden waarom vrouwen geen toegang krijgen tot specifieke banen;

·
versterking van de bescherming van vrouwen die na het moederschapsverlof weer aan het werk gaan; in het bijzonder wordt bepaald dat vrouwen het recht hebben onder voorwaarden die voor hen niet minder gunstig zijn naar hun baan of naar een gelijkwaardige functie terug te keren;

·
bescherming van mannen met vaderschapsverlof, wanneer een dergelijk verlof in een bepaalde lidstaat reeds bestaat;
·
aanneming van positieve maatregelen om gelijkheid tussen mannen en vrouwen te bevorderen, mede via organisaties van personen van hetzelfde geslacht.

Bovendien bepaalt de ontwerp-richtlijn dat er in de lidstaten organen voor de bevordering van gelijke behandeling worden aangewezen, dat de sociale partners een actieve rol spelen bij het bevorderen van gelijke behandeling, en dat de sociale dialoog en de dialoog met de NGO's worden aangemoedigd om ervoor te zorgen dat de belangrijkste actoren deelnemen aan het proces.

"GENDER MAINSTREAMING"


- Het genderperspectief in andere Raadsformaties
De Raad nam nota van het verslag van het voorzitterschap over gendergelijkheid in andere Raadsformaties dan de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid. In het verslag wordt vooral aandacht besteed aan de manier waarop het genderperspectief in aanmerking wordt genomen in de Raad Onderzoek en de Raad Ontwikkeling. Het verslag implementeert artikel 3, lid 2, van het verdrag waarin wordt geëist dat het beginsel van gelijkheid van mannen en vrouwen bij alle activiteiten van de Gemeenschap wordt toegepast. Dit proces ging onder het Franse voorzitterschap van start met een analyse van de Raad Onderwijs en de Raad Interne Markt.

De Raad nam voorts nota van de toezegging van het toekomstige Belgische voorzitterschap dat dit werk zal worden voortgezet. De Belgische delegatie gaf haar voornemen te kennen om tijdens het Belgische voorzitterschap vooral werk te maken van de buitenlandse betrekkingen (meer bepaald in verband met het proces van Barcelona) en van het punt gendergelijkheid in de globale richtsnoeren voor het economisch beleid.

i) Gendergelijkheid in de Raad Onderzoek
Het verslag over gendergelijkheid in de Raad Onderzoek bekijkt de situatie van vrouwen in de wetenschap en de verschillende initiatieven die werden genomen om de rol van de vrouw op dit gebied te bevorderen. Dit gebeurde door de aanneming van resoluties van de Raad, de oprichting van groepen deskundigen en de opstelling van aanbevelingen en verslagen. Verdere initiatieven zullen worden ontplooid in het raam van het nieuwe kaderprogramma voor onderzoek.
ii) Gendergelijkheid in de Raad Ontwikkeling In het verslag over de Raad Ontwikkeling wordt bekeken hoe gendergelijkheid is benaderd bij de voorbereiding en in de besluiten van de Raad Ontwikkeling van 31 mei 2001. In de aan de Raad voorgelegde besluiten en beleidsdocumenten die raken aan de gelijkheid tussen man en vrouw, worden de actoren op het gebied van de ontwikkelingssamenwerking eraan herinnerd dat zij het genderperspectief in acht dienen te nemen en dat zij zich dienen te houden aan het beleid dat ter zake reeds is aangenomen.
-
Vergadering van deskundigen (Sigtuna, 15/16 mei 2001)

De Raad werd door het voorzitterschap op de hoogte gebracht van het resultaat van de vergadering van deskundigen die het voorzitterschap op 15/16 mei 2001 in Sigtuna heeft georganiseerd. De vergadering was toegespitst op gendermainstreaming in Europa (toepassing, ervaringen en manieren om vorderingen te maken). Doel van de vergadering was deskundigen inzake gendermainstreaming bijeen te brengen om over dit onderwerp te discussiëren en beste praktijken uit te wisselen, teneinde van de theoretische fase over te stappen op praktische punten.

Commissielid DIAMANTOPOULOU bracht onder dit punt verslag uit over de werkzaamheden van de Groep op hoog niveau die bijeen kwam in de marge van de vergadering van Sigtuna. Het gaat om een informele groep die werd opgericht na de informele bijeenkomst op ministerieel niveau in januari 2001 in Norrköping en die werd verzocht een strategie uit te stippelen voor het mainstreamen van gendervraagstukken en na te denken over passende mechanismen. De Groep op hoog niveau heeft meer bepaald onderzocht of gendermainstreaming in het kader van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid tot de mogelijkheden behoort.

INFORMATIE EN RAADPLEGING VAN WERKNEMERS

De Raad bereikte politieke overeenstemming over een gemeenschappelijk standpunt ten aanzien van de voorgestelde richtlijn tot instelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap, zulks met het oog op formele aanneming na juridische en taalkundige bijwerking van de tekst. Met het voorstel wordt beoogd minimumeisen vast te stellen voor de informatie en raadpleging van werknemers in ondernemingen en vestigingen die in één enkele lidstaat werkzaam zijn. De richtlijn is ook bedoeld als aanvulling op de twee bestaande richtlijnen die bepalingen bevatten over informatie en raadpleging in de specifieke situaties van collectief ontslag en overgang van ondernemingen, en op de richtlijn inzake de Europese ondernemingsraad, die van toepassing is op ondernemingen met meer dan 1000 werknemers die in twee of meer lidstaten bedrijvig zijn.

De Raad kon op basis van een compromisvoorstel van het voorzitterschap tot een akkoord komen middels een toevoeging met betrekking tot de overgangsperiode. Lidstaten waar op de datum van de aanneming van de richtlijn geen algemeen, permanent en statutair systeem voor de informatie en raadpleging van werknemers of
werknemersvertegenwoordiger op de werkplek bestaat, zullen bovenop de normale overgangsperiode van drie jaar nog eens vier jaar de tijd hebben om zich te schikken naar de bepalingen van de richtlijn met betrekking tot het minimumaantal werknemers dat wordt aangehouden voor de toepassing van de informatie- en raadplegingseisen. In de eerste twee jaar van de bijkomende periode mogen zij de toepassing van die voorschriften beperken tot ondernemingen met ten minste 150 werknemers of vestigingen met ten minste 100 werknemers. Tijdens de daaropvolgende twee jaar wordt de drempel verlaagd tot ondernemingen met ten minste 100 werknemers of vestigingen met ten minste 50 werknemers.

Italië en het Verenigd Koninkrijk verklaarden dat zij verslag zullen uitbrengen bij hun onlangs geïnstalleerde regeringen alvorens zij definitief instemmen met het akkoord. De voorzitter concludeerde erop te vertrouwen dat het gemeenschappelijk standpunt met eenparigheid van stemmen kan worden goedgekeurd wanneer het op een volgende Raadszitting als punt zonder discussie formeel zal worden aangenomen.

De ontwerp-richtlijn dient vervolgens overeenkomstig de medebeslissingsprocedure voor een tweede lezing aan het Europees Parlement te worden toegezonden.

De ontwerp-richtlijn is, naar keuze van de individuele lidstaten, van toepassing op:


· ondernemingen die in een lidstaat ten minste 50 werknemers in dienst hebben, of

· vestigingen die in een lidstaat ten minste 20 werknemers in dienst hebben.

Onder "ondernemingen" wordt verstaan openbare of particuliere ondernemingen die een economische activiteit uitoefenen. Onder "vestiging" wordt verstaan een bedrijfseenheid of een ander onderdeel van een onderneming waar een economische activiteit wordt uitgeoefend. Laatstgenoemd begrip kan overeenkomstig de nationale wetten en praktijken worden omschreven.

Het recht op informatie en raadpleging behelst:


· informatie over de recente en vermoedelijke ontwikkeling van de activiteiten van de onderneming of de vestiging en van de economische situatie;

· informatie en raadpleging over de situatie, de structuur en de vermoedelijke ontwikkeling van de werkgelegenheid binnen de onderneming, alsmede over de eventuele geplande anticiperende maatregelen, met name in geval van bedreiging van de werkgelegenheid;

· informatie en raadpleging over beslissingen die zouden kunnen leiden tot ingrijpende veranderingen met betrekking tot de arbeidsorganisatie of de arbeidsovereenkomsten.

De informatie geschiedt op een tijdstip, op een wijze en met een inhoud die het de werknemersvertegenwoordigers mogelijk maken een adequate studie te verrichten en in voorkomend geval de raadpleging voor te bereiden.

Raadpleging geschiedt:


· op een tijdstip, met middelen en met een inhoud die passend zijn;

· op het relevante niveau van directie en vertegenwoordiging;

· op basis van de door de werkgever te verstrekken gegevens en het advies dat de werknemersvertegenwoordigers mogen uitbrengen;
· op zodanige wijze dat de werknemersvertegenwoordigers met de werkgever kunnen vergaderen en een met redenen omkleed antwoord op hun eventuele advies kunnen krijgen;

· teneinde tot een akkoord te komen over de beslissingen die tot de bevoegdheden van de werkgever behoren.

De praktische regelingen voor de informatie en de raadpleging dienen overeenkomstig de nationale wetten en praktijken te worden vastgesteld en uitgevoerd. De lidstaten kunnen het ook aan de sociale partners toevertrouwen om deze regelingen vrijelijk via onderhandelingen in een akkoord vast te leggen.

De ontwerp-richtlijn voorziet tevens in bepalingen betreffende de behandeling van vertrouwelijke informatie die de werkgever aan de werknemersvertegenwoordigers heeft verstrekt.

De lidstaten dienen te voorzien in passende maatregelen voor het geval deze richtlijn door de werkgevers of werknemersvertegenwoordigers niet wordt nageleefd; zij zorgen ervoor dat er passende administratieve of gerechtelijke procedures bestaan om de in deze richtlijn opgenomen verplichtingen te doen naleven. De lidstaten voorzien eveneens in passende sancties bij overtreding van deze richtlijn. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

MINIMUMVOORSCHRIFTEN INZAKE GEZONDHEID EN VEILIGHEID VAN WERKNEMERS

(LAWAAI)

De Raad bereikte met eenparigheid van stemmen een politiek akkoord over een gemeenschappelijk standpunt ten aanzien van een ontwerp-richtlijn tot vaststelling van minimumvoorschriften voor de bescherming van werknemers tegen gezondheids- en veiligheidsrisico's ten gevolge van lawaai, met name tegen het risico van gehoorbeschadiging. De nieuwe richtlijn zal uiteindelijk de bestaande Richtlijn 86/188/EEG betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico's van blootstelling aan lawaai op het werk vervangen.

De voorgestelde richtlijn wordt de tweede afzonderlijke richtlijn resulterend uit de opsplitsing (in 1999) van het oorspronkelijke Commissievoorstel van 1993, dat vier soorten fysische agentia (lawaai, mechanische trillingen, optische straling en elektromagnetische velden en golven) in één enkel instrument combineerde. De eerste richtlijn handelt over trillingen, ten aanzien waarvan de Raad zijn gemeenschappelijk standpunt binnenkort formeel dient vast te stellen, nu in de Raad van 27/28 november 2000 een politiek akkoord is bereikt.

In de ontwerp-richtlijn worden de grenswaarden en actiewaarden voor blootstelling vastgesteld. De actiewaarden voor blootstelling zijn gebaseerd op de niveaus van het omgevingslawaai en geven aanleiding tot maatregelen die verschillende graden van bescherming bieden. De grenswaarden voor blootstelling behelzen een reeks blootstellingsgrenzen waarbij echter rekening wordt gehouden met het gebruik van individuele gehoorbeschermers. Bij iedere dagelijkse of wekelijkse gemiddelde grenswaarde voor blootstelling aan lawaai (dB(A)) wordt een piekgeluidsdruk (ppiek) vermeld om rekening te houden met hoge momentane lawaainiveaus.

De Raad bereikte overeenstemming op basis van een compromistekst van het voorzitterschap die voorziet in de volgende waarden voor blootstelling aan lawaai:


- grenswaarden voor blootstelling: 87 dB(A) en piekgeluidsdruk (ppiek) van 200 Pa;


- maximale actiewaarden voor blootstelling: 85 dB(A) en piekgeluidsdruk (ppiek) van 200 Pa;

- minimale actiewaarden voor blootstelling van 80 dB(A) en piekgeluidsdruk (ppiek) van 112 Pa.

Wanneer het lawaai de maximale actiewaarden voor blootstelling overschrijdt, zijn de werknemers verplicht gebruik te maken van individuele gehoorbeschermers die de werkgever beschikbaar moet stellen wanneer de minimale actiewaarde voor blootstelling wordt overschreden.

De ontwerp-richtlijn legt de werkgevers ook enkele verplichtingen op, met name op de volgende gebieden:


- bepaling en beoordeling van de risico's;


- voorkoming of vermindering van de blootstelling;

- persoonlijke bescherming;


- beperking van de blootstelling van het oor;

- voorlichting en opleiding van de werknemers;

- raadpleging en deelneming van de werknemers.
Het toepassingsgebied van de richtlijn omvat thans ook de werknemers in de zeescheepvaart en de luchtvaart, die uitgesloten waren van het toepassingsgebied van de richtlijn van 1986. Voor het personeel aan boord van zeeschepen geldt evenwel een langere overgangsperiode van vijf jaar, bovenop de algemene overgangsperiode van drie jaar.

DUURZAME ONTWIKKELINGSSTRATEGIE

De Raad hield op basis van de desbetreffende Commissiemededeling van 15 mei 2001 een debat over duurzame ontwikkeling met het oog op de Europese Raad van Göteborg op 15 en 16 juni 2001. Laatstgenoemde Europese Raad dient een duurzame ontwikkelingsstrategie van de Europese Unie aan te nemen. Het is de bedoeling dat economische groei, sociale samenhang en milieubescherming elkaar op langere termijn onderling gaan versterken.

Aan het eind van het debat concludeerde de voorzitter dat de Raad nota had genomen van de uiteenzettingen van de delegaties en van de adviezen van het Comité voor de werkgelegenheid en het Comité voor sociale bescherming over de mededeling van de Commissie. De voorzitter verklaarde voorts de voorzitter van de Europese Raad op de hoogte te zullen brengen van de gemaakte opmerkingen, die een bijdrage zullen vormen voor de werkzaamheden ter voorbereiding van de top van Göteborg.

SOCIALE BESCHERMING


- Verslag over de houdbaarheid van de pensioenen
De Raad nam nota van het op 15/16 juni 2001 aan de Europese Raad van Göteborg voor te leggen verslag van het Comité voor sociale bescherming over de houdbaarheid van de pensioenen. Dit verslag is de follow-up van de inleidende studie over de houdbaarheid op lange termijn van de pensioenen, die op verzoek van de Europese Raden van Lissabon, Feira en Nice werd opgesteld en in maart 2001 aan de Europese Raad van Stockholm werd voorgelegd.

De presentatie van het verslag door de voorzitter van het Comité voor sociale bescherming werd gevolgd door een gedachtewisseling in de Raad, waarbij de delegaties hun waardering uitspraken voor het werk van het Comité. De voorzitter concludeerde dat het verslag in het algemeen werd beschouwd als een goed uitgangspunt voor verdere werkzaamheden op het gebied van de sociale bescherming.

Ook de Commissie was ingenomen met het verslag en verklaarde dat het een nuttige bijdrage is voor de mededeling waar de Commissie thans aan werkt, en waarin passende werkmethoden zullen worden ontwikkeld voor toekomstige samenwerking in het kader van de open coördinatiemethode, toegepast op de sociale bescherming. De Commissie hoopt de mededeling midden juni tijdig voor de informele ministeriële bijeenkomst van juli aan te nemen.

In het verslag over de houdbaarheid van de pensioenen wordt geanalyseerd wat er nodig zal zijn om ervoor te zorgen dat de pensioenstelsels de gepensioneerden een veilig en toereikend inkomen zullen verschaffen, waarbij de stabiliteit van de overheidsfinanciën niet in gevaar wordt gebracht of de toekomstige generaties overdreven lasten worden opgelegd, terwijl rechtvaardigheid en solidariteit behouden blijven en wordt ingespeeld op de gewijzigde individuele en maatschappelijke behoeften. In het verslag worden meer bepaald de volgende drie punten benadrukt:


- waarborging van de capaciteit van de pensioenstelsels, zodat zij aan hun sociale doelstellingen tegemoet kunnen komen; hierbij gaat het om het verschaffen van een veilig en toereikend inkomen voor gepensioneerden en de personen hun ten laste, en van acceptabele levensomstandigheden voor alle ouderen;

- handhaving van de betaalbaarheid van pensioenstelsels;
- verbetering van het vermogen van de pensioenstelsels om in te spelen op de veranderende behoeften van individu en samenleving.

De belangrijkste hoofdstukken van het verslag handelen over de volgende punten:


- uitdagingen voor de pensioenstelsels (demografie en de betaalbaarheid van pensioenen, nieuwe vormen van werk, ontwikkeling van de gezinssamenstelling);

- inspelen op de uitdagingen (het waarborgen van de financiële houdbaarheid van de pensioenstelsels, handhaving van de sociale samenhang en aanpassing van de pensioenstelsels aan een veranderende samenleving);


- nationale hervormingsprocessen en de rol van de Europese Unie.

- Nationale actieplannen tegen armoede en sociale uitsluiting
De Raad nam nota van de informatie van Commissielid DIAMANTOPOULOU over de lopende werkzaamheden in het Comité voor sociale bescherming met betrekking tot de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting. De Commissie heeft reeds 12 van de 15 nationale actieplannen ontvangen. Zij neemt zich voor om uiterlijk eind juni op basis van de bijdragen van de lidstaten een ontwerp van samenvattend verslag voor te leggen. Het verslag dient in oktober te zijn voltooid. Samen met een komende mededeling zal het verslag de basis vormen voor een gezamenlijk verslag van de Raad en de Commissie aan de Europese Raad van Laken in december 2001, waarin goede praktijken en innoverende benaderingen zullen worden aangereikt.

Er zij gememoreerd dat de Raad in oktober 2000 passende doelstellingen overeengekomen is ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting. Ook een subgroep van het Comité voor sociale bescherming werkt aan indicatoren die vóór het eind van het jaar moeten zijn goedgekeurd overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Stockholm van maart 2001.

COÖRDINATIE VAN DE SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS

De Raad nam nota van een voortgangsverslag van het voorzitterschap over de voorgestelde herziening van Verordening nr. 1408/71 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten ten aanzien van de rechten van migrerende werknemers. Het Commissievoorstel van december 1998 is bestemd om de plaats in te nemen van de verordening van 1971, die talloze malen werd gewijzigd. Beoogd wordt de huidige bepalingen te moderniseren en te vereenvoudigen.

Het Zweedse voorzitterschap heeft zijn inspanningen geconcentreerd op de hoofdstukken werkloosheid, vervroegde uittreding, en gezinsbijslagen en bijslagen voor kinderen die ten laste komen van pensioentrekkers en voor wezen.

Teneinde de politieke koers voor de toekomstige werkzaamheden te kunnen uitzetten, legde het voorzitterschap de ministers de volgende twee vragen voor: 1. Is het wenselijk de periode waarin een werkloze met behoud van zijn uitkering werk kan zoeken in andere lidstaten van 3 tot 6 maanden te verlengen? 2. Is het wenselijk werknemers die werkloos worden nadat zij in een lidstaat hebben gewoond en in een andere hebben gewerkt, de mogelijkheid te bieden in de staat waar zij nu wonen werk te zoeken terwijl zij uitkeringen ontvangen van het land waar zij vroeger gewerkt hebben?

De voorzitter sloot het debat af met de verklaring dat de gedachtewisseling heeft aangetoond dat dit punt verder moet worden geanalyseerd, maar dat de verschillende standpunten zijn opgetekend en onder het Belgische voorzitterschap opnieuw in behandeling zullen worden genomen.

Er zij gememoreerd dat er aan het eind van elk voorzitterschap een verslag aan de Raad is voorgelegd met een overzicht van de geboekte vooruitgang. Het Zweedse voorzitterschap presenteerde het vierde voortgangsverslag (na het Finse, het Portugese en het Franse voorzitterschap). Vóór het Zweedse voorzitterschap werden de volgende delen van de tekst een eerste maal besproken: Titel I (Algemene bepalingen) en Titel II (Vaststelling van de wetgeving waaraan iemand is onderworpen) en Hoofdstuk 1 (Ziekte en moederschap), Hoofdstuk 2 (Invaliditeit), Hoofdstuk 3 (Ouderdoms- en nabestaandenpensioenen) en Hoofdstuk 4 (Arbeidsongevallen en beroepsziekten) van Titel III (Bijzondere bepalingen met betrekking tot de verschillende soorten prestaties).

De eerste lezing van het voorstel is nu praktisch afgesloten. De punten van overeenstemming en de meningsverschillen zijn vastgesteld, en het toekomstige Belgische voorzitterschap zal verder werken aan de parameters voor de modernisering en vereenvoudiging van de bepalingen met betrekking tot de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels.

EUROPESE COÖPERATIEVE VENNOOTSCHAP

De Raad nam nota van een mondeling voortgangsverslag van het voorzitterschap over de ontwerp-richtlijn met betrekking tot de rol van de werknemers in de Europese coöperatieve vennootschap.

Het oorspronkelijke Commissievoorstel dateert van 1992; de besprekingen werden echter opgeschort in afwachting van het resultaat van de besprekingen over het statuut van de Europese vennootschap. Het voorstel met betrekking tot de Europese coöperatieve vennootschap is een tegenhanger van het voorstel voor de Europese vennootschap, in die zin dat het voorziet in de oprichting van een specifiek juridisch lichaam voor coöperatieve vennootschappen met activiteiten in twee of meer lidstaten.

In het licht van de overeenstemming die in december 2000 over de Europese vennootschap werd bereikt, presenteerde het voorzitterschap een herziene tekst van het voorstel met betrekking tot de rol van de werknemers in de Europese coöperatieve vennootschap. Een eerste gedetailleerde lezing vond plaats in de voorbereidende organen van de Raad. De tekst zal nog eens worden behandeld voordat hij aan het Belgische voorzitterschap wordt overgedragen.

DIVERSEN


- VN-Wereldconferentie over racismebestrijding
Commissielid DIAMANTOPOULOU bracht de Raad op de hoogte van de voorbereiding door de Commissie van de VN-Wereldconferentie over racismebestrijding die van 31 augustus tot en met 7 september in Durban (Zuid-Afrika) wordt gehouden.


- Europees jaar van personen met een handicap
De Raad nam er nota van dat de Commissie zich voorneemt om 2003 uit te roepen tot Europees jaar van personen met een handicap en dat zij daartoe onlangs een voorstel heeft ingediend.


- Witboek over het chemicaliënbeleid

De Raad nam akte van een uiteenzetting van de Duitse delegatie waarbij de aandacht van de Raad en de Commissie werd gevestigd op het feit dat in de follow-up van het Witboek over het toekomstig beleid van de EU inzake chemicaliën ook rekening moet worden gehouden met de bescherming van werknemers tegen gevaarlijke stoffen.


- Globale richtsnoeren voor het economisch beleid
De Raad nam nota van een uiteenzetting van de Duitse delegatie, die het wenselijk acht om de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid formeel de mogelijkheid te geven om de globale richtsnoeren voor het economisch beleid te bespreken en een daadwerkelijke bijdrage aan het proces te leveren.

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

DOUANE-UNIE

Verordening betreffende de afgifte van EUR.I-certificaten en andere documenten

De Raad nam een verordening aan betreffende


- procedures ter vergemakkelijking van de afgifte van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1,

- de opstelling van factuurverklaringen en formulieren EUR.2, en
- de afgifte van bepaalde vergunningen "toegelaten exporteur" in het kader van de bepalingen die voor het preferentiële handelsverkeer tussen de Europese Gemeenschap en sommige landen gelden, en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3351/83.

Verordening (EEG) nr. 3351/83 voorzag in de juiste toepassing van de preferentiële oorsprongsregels in het kader van de uitvoer van de Gemeenschap naar bepaalde derde landen. Sinds de aanneming van die verordening hebben zich op het douanegebied vele veranderingen voorgedaan.

In het kader van de eengemaakte markt is vastgesteld dat bedrijven die goederen uitvoeren uit een of meer andere lidstaten dan die waarin zij zijn gevestigd en die voor de afgifte van bewijzen van oorsprong vereenvoudigde procedures willen toepassen, soms voor iedere lidstaat van uitvoer een afzonderlijke vergunning moeten aanvragen. De nieuwe verordening vereenvoudigt deze situatie en zorgt ervoor dat het systeem van preferentiële regelingen naar behoren kan blijven werken.

Verordening betreffende de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde industrie-, landbouw- en visserijproducten

De Raad nam een verordening aan tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1255/96 houdende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde industrie-, landbouw- en visserijproducten.

Bij de nieuwe verordening worden de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief geheel of gedeeltelijk geschorst voor een aantal nieuwe producten die niet vermeld waren in Verordening (EG) nr. 1255/96; voorts wordt een aantal producten van de lijst in die verordening geschrapt, omdat hun omschrijving in het licht van de technische ontwikkelingen dient te worden gewijzigd.

Rekenkamer: Speciaal verslag nr. 23/2000 over de waardebepaling van geïmporteerde goederen door de douane (douanewaarde) - conclusies van de Raad

De Raad heeft met grote belangstelling nota genomen van het zeer gedetailleerde verslag van de Rekenkamer, met name over de problemen bij de interpretatie en de toepassing door de douaneautoriteiten van de communautaire voorschriften voor de bepaling van de douanewaarde van geïmporteerde goederen. Zoals de Rekenkamer onderstreept, liggen deze problemen hoofdzakelijk niet zozeer op het gebied van de wetgeving als zodanig, maar veeleer op dat van de praktische uitvoering ervan op administratief niveau. De geldende wetgeving, zoals vastgesteld in het desbetreffende communautair douanewetboek in Verordening (EG) nr. 2913/92 van de Raad en de desbetreffende uitvoeringsbepalingen in Verordening nr. 2454/93 van de Commissie, is namelijk slechts de weergave van de verplichtingen en voorschriften uit de Overeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) inzake de toepassing van artikel VII van de GATT, zoals deze door de Werelddouaneorganisatie (WDO) zijn verduidelijkt en geïnventariseerd. Zoals de Commissie in haar antwoord verklaart, vloeien de geconstateerde moeilijkheden voor een groot deel voort uit het bijzondere karakter van de regels inzake de waardebepaling, die in specifieke gevallen voor de nationale autoriteiten een aanzienlijke beoordelingsvrijheid met zich mee kunnen brengen.

Wat de beginselen betreft, is de Raad het eens met het algemene streven van de Rekenkamer naar een coherente toepassing van het Gemeenschapsrecht. Het actieprogramma "Douane 2002", dat is opgenomen in Beschikking nr. 210/97/EG en recentelijk is gewijzigd bij Beschikking nr. 105/2000/EG, voorziet overigens uitdrukkelijk in de totstandbrending van gemeenschappelijke doelstellingen "waarmee beoogd wordt een toepassing van het Gemeenschapsrecht te verzekeren die op alle plaatsen van het douanegebied van de Gemeenschap gelijkwaardige resultaten waarborgt om verstoringen die nadelig zijn voor de goede werking van de interne markt te voorkomen, de met name financiële belangen van de Gemeenschap te beschermen, en alle burgers en deelnemers aan het economisch verkeer dezelfde bescherming te verlenen, zonder dat het noodzakelijke vlotte verloop van het internationale handelsverkeer daardoor wordt belemmerd". Daarnaast voorzien specifieke bepalingen van het programma "Douane 2002" in een reeks maatregelen en acties waarbij zowel op de Commissie als op de lidstaten een beroep wordt gedaan om een samenhangender toepassing van de geldende wetgeving te waarborgen. De Raad en het Europees Parlement hebben met de aanneming van dit instrument derhalve aan de lidstaten en aan de Commissie, die bij de uitvoering van dit actieprogramma een stuwende rol speelt, de noodzakelijke rechtsgrondslagen verstrekt om de werkmethoden van de betrokken administraties te verbeteren, met name door de onderlinge samenwerking door middel van informatie-uitwisseling te bevorderen.

Op wetgevingsgebied en rekening houdend met bovenstaande opmerkingen spreekt het vanzelf dat het de taak van de Commissie is om de problemen die zich voordoen diepgaand te onderzoeken en, in voorkomend geval, haar initiatiefrecht uit te oefenen door het indienen van voorstellen die zij passend acht. Voorts is de Commissie, zoals zij in haar antwoord aangeeft, voornemens om, naast de studies die zij overweegt te verrichten naar bepaalde specifieke problemen, het Comité douanewetboek ten volle te blijven benutten als coördinatie-instantie tussen de betrokken administraties.

MILIEU

Grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen, bestemd voor handelingen voor nuttige toepassing

De Raad nam de conclusies aan waarbij de Commissie een mandaat krijgt in verband met namens de Gemeenschap in de vergadering van de OESO-Raad op 14 juni 2001 in Istanboel uit te brengen stem over het ontwerp van een herzien besluit betreffende grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen, bestemd voor handelingen voor nuttige toepassing.



reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie