Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag vergadering Europese Raad voor algemene zaken

Datum nieuwsfeit: 16-07-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: European Union
Zoek soortgelijke berichten
European Union

2367. Raad - ALGEMENE ZAKEN Press Release: Brussels (16-07-2001) - Press: 282 - Nr: 10609/01


10609/01 (Presse 282)

(OR. fr)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2367e zitting van de Raad


- ALGEMENE ZAKEN -

Brussel, 16 juli 2001

Voorzitter:

de heer Louis MICHEL

Vice-eerste-minister en minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk België

INHOUD

DEELNEMERS

*

BESPROKEN PUNTEN

VERKLARING VAN DE RAAD EN VAN DE COMMISSIE *

SCHEEPSBOUW - PROCEDURE BETREFFENDE KOREA EN HET

ONDERSTEUNINGSMECHANISME

*

FOLLOW-UP VAN DE EUROPESE RAAD VAN GÖTEBORG

*

STAND DER WERKZAAMHEDEN IN ANDERE RAADSFORMATIES


*

UITBREIDING

*

PROGRAMMA VAN HET VOORZITTERSCHAP - DIALOOG MET DE EUROPESE BURGER -

OPENBAAR DEBAT

*

MIDDEN-OOSTEN - CONCLUSIES

*

AFRIKA/GROTE MEREN - CONCLUSIES

*

WESTELIJKE BALKAN - CONCLUSIES

*

CONFLICTPREVENTIE - CONCLUSIES

*

EUROPEES VEILIGHEIDS- EN DEFENSIEBELEID

*

BETREKKINGEN MET TURKIJE

*

UNRWA

*

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

EXTERNE BETREKKINGEN

*


-
Sancties ten aanzien van Iran en Libië - Conclusies *
-
Prioriteiten van de Europese Unie voor de 56e zitting van de AVVN
*

-
Wereldconferentie tegen racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid - Conclusies *
-
Betrekkingen met de Westelijke Balkan - Speciaal Verslag van de Rekenkamer: conclusies *

-
Betrekkingen met het Middellandse-Zeegebied *
-
Top EU-Oekraïne *

-
Oekraïne - Gemeenschappelijke strategie *

-
Rusland - Gemeenschappelijke strategie *

-
Non-proliferatie *

-
Betrekkingen met de LMOE

*

-
Associatie met Hongarije *

-
Betrekkingen met Kazachstan *

-
Betrekkingen met Kirgizstan *

ANTIDUMPING

*


-
Invoer van zakaanstekers uit, onder meer, Thailand *
-
Invoer van geïntegreerde elektronische compacte fluorescentielampen uit China *

-
Invoer van Atlantische zalm uit Noorwegen *

ECOFIN

*


-
Eigen middelen uit de BTW *

-
San Marino - monetaire overeenkomst *

VISSERIJ

*


-
Technische maatregelen in de Ierse Zee *



Voor meer informatie: tel. 285 64 23 of 285 87 04

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België
:

de heer Louis Michel

mevrouw Annemie NEYTS-UYTTEBROECK

vice-eerste-minister en minister van Buitenlandse Zaken

minister, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken

Denemarken
:

de heer Friis Arne PETERSEN

staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Duitsland:

de heer Joschka FISCHER

de heer Christoph ZÖPEL

de heer Axel GERLACH

federaal minister van Buitenlandse Zaken en plaatsvervanger van de bondskanselier

staatsminister, Buitenlandse Zaken

staatssecretaris, Ministerie van Economische Zaken en Technologie

Griekenland
:

mevrouw Elissavet PAPAZOÏ

vice-minister van Buitenlandse Zaken

Spanje
:

de heer Josep PIQUÉ I CAMPS

de heer Ramón DE MIGUEL

minister van Buitenlandse Zaken

staatssecretaris van Europese Zaken

Frankrijk
:

de heer Hubert VEDRINE

de heer Pierre MOSCOVICI

minister van Buitenlandse Zaken

onderminister van Europese Zaken

Ierland
:

de heer Brian COWEN

minister van Buitenlandse Zaken

Italië
:

de heer Renato RUGGIERO

de heer Roberto ANTONIONE

minister van Buitenlandse Zaken

staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Luxemburg
:

mevrouw Lydie POLFER

minister van Buitenlandse Zaken

Nederland
:

de heer Jozias VAN AARTSEN

de heer Dick BENSCHOP

minister van Buitenlandse Zaken

staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Oostenrijk
:

mevrouw Benita FERRERO-WALDNER

federaal minister van Buitenlandse Zaken

Portugal
:

de heer Jaime GAMA

mevrouw Teresa MOURA

minister van Buitenlandse Zaken

staatssecretaris van Europese Zaken

Finland
:

de heer Erkki TUOMIOJA

minister van Buitenlandse Zaken

Zweden
:

mevrouw Anna LINDH

minister van Buitenlandse Zaken

Verenigd Koninkrijk
:

de heer Jack STRAW

minister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken


* * *

Commissie
:

de heer Pascal LAMY

de heer Mario MONTI

de heer Chris PATTEN

de heer Günter VERHEUGEN

lid

lid

lid

lid


* * *

Secretariaat-generaal van de Raad
:

de heer Javier SOLANA

secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger voor het GBVB

VERKLARING VAN DE RAAD EN VAN DE COMMISSIE

De Raad en de Commissie hebben met ontzetting en verslagenheid het nieuws vernomen van de twee recente aanslagen die het leven hebben gekost aan twee dienaren van het openbaar belang, namelijk een gemeenteraadslid van de Unie van het volk van Navarra en een ondercommissaris van de autonome Baskische politie. De Raad en de Commissie wensen uiting te geven aan hun meest diepgaande solidariteit met het Spaanse volk en de Spaanse autoriteiten, en zeer in het bijzonder met de slachtoffers en hun familieleden.

Deze terroristische gewelddaden zijn een aanslag op de wezenlijke democratische grondslagen van de Unie.

Ten overstaan van deze aanval, spreken de Raad en de Commissie opnieuw hun vastberaden voornemen uit om alle middelen die de EU krachtens de rechtsstaat ter beschikking staan, aan te wenden in de strijd tegen het terrorisme.


* * *

SCHEEPSBOUW - PROCEDURE BETREFFENDE KOREA EN HET

ONDERSTEUNINGSMECHANISME

De Raad heeft kennis genomen van de informatie die de Commissieleden LAMY en MONTY hebben verstrekt over de huidige stand van de onderhandelingen met Korea met betrekking tot de scheepsbouwsector en van de besprekingen in de Commissie over, enerzijds, de procedure uit hoofde van de verordening inzake handelsbelemmeringen (TBR-procedure) om een zaak aanhangig te maken bij de WTO, en, anderzijds, het voorstel inzake een tijdelijk steunmechanisme ten behoeve van de scheepsbouwindustrie van de Europese Unie.

Tijdens de gedachtewisseling na de presentatie door de Commissieleden, bleek een grote meerderheid - onder voorbehoud van de nader vast te stellen regels - er voorstander van te zijn om een WTO-procedure in te leiden. Op het denkbeeld van "tijdelijke steun aan de communautaire industrie" werd gemengd gereageerd.

Het Comité van permanente vertegenwoordigers kreeg dan ook de opdracht de Commissievoorstellen te bestuderen zodra deze formeel bij de Raad zijn ingediend.

FOLLOW-UP VAN DE EUROPESE RAAD VAN GÖTEBORG

De Raad heeft onder dit punt drie onderwerpen aangesneden, namelijk het proces van Kyoto, de uitvoering van de strategie voor duurzame ontwikkeling en de dialoog met de tegenstanders van de mondialisering.

In verband met het proces van Kyoto deelde het voorzitterschap de Raad mee hoever het staat met de Groep op hoog niveau klimaatverandering, tot oprichting waarvan in Göteborg door de Unie en de Verenigde Staten is besloten.

Wat de duurzame ontwikkeling betreft, heeft de Raad nota genomen van de toelichting van het voorzitterschap over de werkverdeling over de diverse Raadsformaties en over de coördinerende taak van de Raad Algemene Zaken.

In verband met de dialoog met de tegenstanders van de mondialisering nam de Raad de volgende conclusies aan:

"De ministers hebben nota genomen van de conclusies van de Raad JBZ over de veiligheid van de bijeenkomsten van de Europese Raad en de openbare demonstraties die gevolgen kunnen hebben voor andere, vergelijkbare internationale bijeenkomsten. Zij hebben zich voorstander verklaard van een nauwere internationale samenwerking, waarbij enerzijds de uitoefening van het recht op vrije meningsuiting gewaarborgd moet worden en er anderzijds voor gezorgd moet worden dat dergelijke openbare demonstraties vreedzaam verlopen.

De ministers hebben erop gewezen dat de Europese Unie en haar regeringen, die democratisch gekozen zijn, moeten trachten tot een interpretatie van de politieke dimensie van de mondialisering te komen en een antwoord te vinden op de maatschappelijke bezorgdheid in verband met de mondialisering, door een goed beheer van de huidige structurele wijzigingen om aldus bij te dragen aan de politieke, sociale en economische vooruitgang van de internationale gemeenschap.

In dit verband achten de ministers het nuttig dat de constructieve dialoog over de mondialisering en de gevolgen ervan met de NGO's, de sociale partners en de overige vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld wordt voortgezet. De parlementen moeten bij die dialoog worden betrokken. Daartoe zullen de Commissie en de Raad een beargumenteerd overzicht van de zeer positieve rol die de Europese Unie terzake reeds heeft gespeeld, openbaar maken.

De Raad is van mening dat het politieke debat over de mondialisering en de dialoog met het maatschappelijk middenveld een van de taken is die de Europese Unie in de komende jaren moet verrichten om invloed uit te oefenen op de gevolgen ervan en om optimaal profijt te kunnen trekken van de voordelen. De Raad wijst op de noodzaak van een uitvoeriger dialoog met de ontwikkelingslanden, opdat beter rekening kan worden gehouden met hun bezorgdheid ten aanzien van de globalisering.".

STAND DER WERKZAAMHEDEN IN ANDERE RAADSFORMATIES

De Raad heeft nota genomen van een overzicht van de stand der werkzaamheden inzake de belangrijkste dossiers die thans ter bespreking liggen in andere Raadsformaties. Het voorzitterschap legt dit overzicht voor om de Raad Algemene Zaken te helpen bij diens opdracht alle activiteiten van de diverse Raadsformaties horizontaal te coördineren en aldus te zorgen voor hun onderlinge samenhang en hun overeenstemming met de algemene doelstellingen van de Unie, en 's Raads taak bij de voorbereiding van de Europese Raden te vergemakkelijken. Er is geconstateerd dat tot dusver geen van de in het overzicht genoemde dossiers een specifieke bespreking in de Raad Algemene Zaken behoeft.

UITBREIDING

De Raad heeft nota genomen van de toelichting van het voorzitterschap bij zijn werkprogramma betreffende de uitbreiding, alsook van de opmerkingen van de Commissie en van de lidstaten.

De voorzitter onderstreepte in zijn toelichting met name dat het Belgische voorzitterschap voornemens is om


- het gestage tempo van de toetredingsonderhandelingen vol te houden en daarbij de conclusies van de Europese Raad van Göteborg ten volle toe te passen en voort te bouwen op de door de voorgaande voorzitterschappen gemaakte vorderingen, alsook het scenario met dezelfde vastberadenheid toe te passen als het Zweedse voorzitterschap;

- vast te houden aan de essentiële beginselen voor de onderhandelingen, namelijk eigen merites, differentiatie en inhaalmogelijkheid;

- de kandidaat-lidstaten te verzoeken de vereiste hervormingen ter voorbereiding van de toetreding onverdroten voort te zetten;
- de uitbreidingsproblematiek zo nodig tijdens verscheidene Raden Algemene Zaken te bespreken en aan de Europese Raad van Laken verslag uit te brengen teneinde te bezien welke vorderingen zijn gemaakt, uitgaande van het nieuwe strategisch rapport dat de Commissie in november zal presenteren;

- teneinde de kandidaat-lidstaten nauwer bij de werkzaamheden van de Unie te betrekken, deze landen bij verscheidene gelegenheden uit te nodigen voor gedachtewisselingen met de Raad, tijdens de informele bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken en bij de Europese Raad van Laken;

- wat de pretoetredingsstrategie voor Turkije betreft, de conclusies van de Raad Algemene Zaken van 11 juni en de conclusies van de Europese Raad van Göteborg ten volle uit te voeren;
- ook een bijeenkomst van de Europese conferentie te organiseren.
Wat de organisatie van de eigenlijke onderhandelingsbijeenkomsten betreft, is het voorzitterschap voornemens om een eerste reeks conferenties op het niveau van de plaatsvervangers op 27 juli 2001 te beleggen voor kandidaat-lidstaten waarmee hoofdstukken kunnen worden behandeld. Voorzover de vorderingen bij de onderhandelingen dit mogelijk maken, plant het voorzitterschap een tweede reeks op 25 en 26 oktober voor die landen waarmee in dit stadium van de onderhandelingen onderwerpen kunnen worden behandeld. Een derde reeks is gepland voor 27 en 28 november. De toetredingsconferenties op ministerieel niveau zijn gepland voor 11 en 12 december 2001.

PROGRAMMA VAN HET VOORZITTERSCHAP - DIALOOG MET DE EUROPESE BURGER -

OPENBAAR DEBAT

Het openbaar debat, dat pers en publiek via TV konden volgen en dat gewoonlijk wordt belegd ter gelegenheid van de presentatie van het werkprogramma bij de aanvang van ieder voorzitterschap, werd door het Belgische voorzitterschap gewijd aan een gedachtewisseling over de wijze waarop de Unie dichter bij de burger kan komen. Om de besprekingen in goede banen te leiden, had het voorzitterschap de ministers enkele discussiethema's aangereikt:


- hoe ervaren de lidstaten de verwachtingen en grieven van hun burgers ten aanzien van de Europese Unie? Hoe kan daarop worden ingespeeld?

- hoe kan er beter worden geantwoord op de vraag "waarom?" en hoe kunnen de grote Europese uitdagingen beter worden toegelicht?
- hoe kan het betoog van de Unie de bevolking beter bereiken, in plaats van zich alleen tot ingewijden te richten?

De voorzitter wees er in zijn presentatie meer bepaald op dat uit opiniepeilingen weliswaar blijkt dat economische welvaart, duurzame ontwikkeling, de prominente plaats van Europa in de wereld en een Europese ruimte van vrijheid en veiligheid nog altijd goed scoren, maar dat een deel van de publieke opinie Europa toch ervaart als een instelling die ver van haar bed staat of die zelfs bedreigend is, met anonieme en afstandelijke structuren. Het verband tussen de doelstellingen van de Unie en haar optreden via diverse beleidsmaatregelen is niet meer duidelijk. De werking van de instellingen wordt steeds complexer, waardoor hun rechtmatigheid in twijfel wordt getrokken.

De ministers hebben een uitgebreid debat gewijd aan de diverse redenen waarom een deel van de publieke opinie onbegrijpend, onverschillig of zelfs vijandig staat tegenover de Europese integratie. Zij ontvouwden hun denkbeelden over de manier waarop de boodschap beter kan worden overgebracht bij alle burgers, en niet alleen bij ingewijden.

Aan het einde van de bespreking zette de voorzitter uiteen wat hij van dit debat had onthouden. Eerst en vooral constateerde hij dat er een ruime mate van overeenstemming bestaat over de diagnose van de malaise: Europa is een onderneming die ver staat van wat de burger bezighoudt, de doelstellingen en acties van de Unie zijn te weinig toegankelijk en de algemene mening heerst dat de aanstaande uitbreiding een zekere ongerustheid wekt.

Bij wijze van conclusie bepleitte de voorzitter de volgende aanpak:


- voorrang aan de inhoud: een betere waarneming van de Unie dankzij concrete verwezenlijkingen die dicht bij de burger staan, op het gebied van werkgelegenheid, milieu, volksgezondheid, justitie, asiel, immigratie en ook extern beleid;

- het beeld van de Unie verbeteren: het belang toelichten van een uitgebreide Europese Unie die is gebaseerd op vrede, stabiliteit en welvaart; de Europeanen over de streep trekken en daartoe alle burgers betrekken bij het algemene debat over de toekomst van het uitgebreide Europa. In dit verband moet bijzondere zorg worden besteed aan onderricht en voorlichting;

- de argumentatie moet toekomstgericht zijn: het debat over de Unie moet transnationaal verlopen. Het mag immers niet beperkt blijven tot een naast elkaar plaatsen van nationale standpunten. Een verwijzing naar onder de jongeren onbekende of slecht gekende historische gebeurtenissen moet worden vermeden;
- de boodschap van Europa moet beter worden overgebracht: het openbaar debat van vandaag is een eerste stap in die richting. De houding tegenover de media moet opnieuw worden bezien en er moet worden voorkomen dat de regeringen Europa als zondebok gebruiken; de burger moet worden toegesproken in zijn gewone taal van alledag, die hij kent en waaraan hij gehecht is. Het zich beperken tot het louter institutionele aspect is uit den boze. In dit verband nam de voorzitter weer concreet de draad op van het denkbeeld van een voor alle instellingen gemeenschappelijke dienst die belast is met de communicatie met het grote publiek.

Concluderend dankte hij zijn collega's voor het uitstekend verloop van het debat en het hoge niveau van de bijdragen. Hij hoopte dat zij de smaak te pakken hebben om in de volgende zes maanden dit debat voort te zetten.

MIDDEN-OOSTEN - CONCLUSIES

De situatie waarin de Israëliërs en de Palestijnen zich thans bevinden, is zowel voor beide volken als voor de stabiliteit van de regio zeer gevaarlijk. De Raad geeft opnieuw uitdrukking aan zijn grote bezorgdheid hieromtrent.

De enige mogelijkheid om uit deze impasse te komen, de escalatie in te dammen en het politiek proces zijn loop te hergeven, is de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van de commissie Mitchell. De hoge vertegenwoordiger Solana, die lid is van deze commissie, wordt verzocht hiervoor te blijven ijveren.

De aanbevelingen van de commissie Mitchell moeten onverwijld en integraal ten uitvoer worden gelegd. Alle vertragingen of nieuwe voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van deze aanbevelingen spelen het extremisme in de kaart en houden het geweld in stand.

Daarnaast moeten alle toezeggingen betreffende de beëindiging van de gewelddadigheden zorgvuldig worden nageleefd. De inspanningen ter zake moeten worden voortgezet en geïntensiveerd. Het terrorisme moet met niet aflatende vastberadenheid worden bestreden. De buitengerechtelijke executies zijn in strijd met het internationale recht.

Beide partijen dienen zich van elke provocatie te onthouden. Elke actie ter verzwakking en destabilisering van de andere partij dient achterwege te blijven. Beide partijen dienen zich te realiseren dat de andere de enige vredespartner is.

Een onpartijdig toezichtmechanisme is nodig voor het wegnemen van de mogelijke hinderpalen voor de tenuitvoerlegging van deze aanbevelingen. De belangen van beide partijen zullen door dit mechanisme worden gediend.

De Europese Unie blijft bereid in nauwe samenwerking met de Verenigde Staten alsmede de secretaris-generaal van de VN Kofi Annan en alle partners die streven naar vrede in het Midden-Oosten haar rol te spelen.

AFRIKA/GROTE MEREN - CONCLUSIES

Overeenkomstig het gemeenschappelijk standpunt over de preventie, beheersing en oplossing van conflicten in Afrika dat op 14 mei is vastgesteld, heeft de Raad zich uitgesproken voor een ruime, samenhangende en gecoördineerde rol van de EU in het gebied en heeft hij zich ertoe verbonden in die zin te zullen ijveren. De nagestreefde samenhang dient vooral tot uiting te komen in het uitdragen van onze politieke opvattingen, in ons diplomatieke optreden en in ons steun- en samenwerkingsbeleid. Er moet daarbij worden gestreefd naar een meer regionale benadering van de crisisaanpak. In dit verband zal de Unie zich tevens inzetten voor een betere coördinatie met de Verenigde Naties en de internationale financiële instellingen.

De Raad is in kennis gesteld van het Belgische actieplan voor het gebied van de Grote Meren.

Wat de ontwikkeling van de situatie in de Democratische Republiek Congo betreft, is de Raad van mening dat de kansen die aan het begin van het jaar ontstonden, nog steeds aanwezig zijn, ondanks het reële gevaar dat de situatie opnieuw verslechtert. De Raad is overeengekomen bijzonder waakzaam te zijn met betrekking tot de drie essentiële aspecten van het proces van Lusaka: het plan voor ontwapening, demobilisatie, reïntegratie en repatriëring, de terugtrekking van de buitenlandse troepen en de nationale dialoog. De Raad is ingenomen met het besluit van de Commissie om aan de bevolking op korte termijn noodhulp te bieden. De Raad heeft te kennen gegeven te willen streven naar een geleidelijke en evenwichtige hervatting van de steun en samenwerking ten behoeve van de DRC. De mate waarin de Unie zich aldus opnieuw voor de DRC inzet zal afhankelijk zijn van de vooruitgang die geboekt wordt bij de uitvoering van de overeenkomst van Lusaka en van de resoluties van de veiligheidsraad van de VN terzake, hetgeen vooral zal inhouden dat de partijen blijk moeten geven van een oprechte en aantoonbare vredeswil en dat er sprake is van een operationele intercongolese dialoog, met realistische doelstellingen en een strak tijdschema. Het is dan ook belangrijk dat de door bemiddelaar Masire aangekondigde vergadering op 20 augustus niet opnieuw wordt uitgesteld. In dit verband zal de Raad er dan ook op toezien dat de initiatieven op het gebied van ontwapening, demobilisatie, reïntegratie en repatriëring alsmede de intercongolese dialoog onder auspiciën van de bemiddelaar Masire door de Unie worden ondersteund.

De Raad heeft uitdrukking gegeven aan zijn bezorgdheid over de ontwikkelingen in het oosten van de DRC en heeft de Speciale Gezant van de Europese Unie voor het gebied van de Grote Meren aanbevolen verslag uit te brengen, bilaterale contacten tussen de staatshoofden van de regio aan te moedigen en in contact te treden met de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties opdat deze een instelling aanwijst die een gidsfunctie vervult bij de opstelling en uitvoering van een plan voor ontwapening, demobilisatie, reïntegratie en repatriëring.

Wat Burundi betreft is de Raad ten zeerste ingenomen met de aankondiging van bemiddelaar Mandela dat overeenstemming bereikt is over de wijze waarop de overgang in Burundi kan verlopen, zodat de langdurige impasse van de huidige politieke situatie zou kunnen worden doorbroken en de overgang concreet gestalte zal kunnen krijgen. De Raad blijft evenwel ernstig bezorgd over de veiligheids- en humanitaire situatie, die op verontrustende wijze verslechtert. De Raad herinnert eraan dat de Veiligheidsraad de verantwoordelijkheden van landen uit de regio in de crisis in Burundi heeft gereleveerd, en roept deze landen dringend op hun invloed op alle partijen in het conflict te doen gelden. De Unie bestudeert met welke middelen zij haar steun voor de inspanningen van bemiddelaar Mandela, in de vorm van expertise en financiële middelen, kan vergroten teneinde te waarborgen dat er een proces van gecoördineerde en ononderbroken onderhandelingen met de opstandige bewegingen tot stand komt.

De Raad is van mening dat gewerkt moet worden aan het herstel van een rechtsstaat waarin de beginselen van behoorlijk bestuur worden nageleefd en naar het herstel van de sociale en economische structuren van de landen van de regio.

De komende bezoeken aan de DRC en aan de regio van commissielid Nielson en de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger zullen de gelegenheid bieden om opnieuw tot uitdrukking te brengen hoezeer de Unie gecommitteerd is aan de vredesprocessen, en om uiting te geven aan de solidariteit van de Unie met de zo zwaar beproefde bevolking van de regio.

° ° °

De ministers hebben tijdens de lunch de kwestie besproken van de follow-up van de Top Afrika-Europa, die in april 2000 in Kaïro heeft plaatsgevonden. Zij kwamen overeen, Europees-Afrikaanse ministeriële conferenties te beleggen, namelijk een op 10 en 11 oktober 2001 in Brussel en een tweede in het voorjaar 2002 in een Afrikaans land.

WESTELIJKE BALKAN - CONCLUSIES

De Raad heeft met voldoening nota genomen van het begin van de politieke dialoog tussen de leiders van de voornaamste politieke partijen in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM) op basis van het raamdocument dat de speciale vertegenwoordiger van de EU, de heer LEOTARD, en de speciale gezant van de President van de Verenigde Staten, de heer PARDEW, aan President TRAJKOVSKI hebben overhandigd. De leiders van de voornaamste politieke partijen van het land moeten zich thans kwijten van hun verantwoordelijkheden. Zij moeten deze dialoog, die moet leiden tot ingrijpende politieke hervormingen, zo spoedig mogelijk afsluiten op basis van de reeds geboekte resultaten. De Raad heeft alle partijen verzocht zich nauwgezet te blijven houden aan het van kracht zijnde staakt-het-vuren. Hij heeft zijn voldoening uitgesproken over het optreden van de EUMM.

De Raad heeft een gemeenschappelijk standpunt (zie bijlage I) betreffende een verbod op de afgifte van visa aan extremisten vastgesteld waaraan te gepasten tijde uitvoering zal worden gegeven met een besluit dat later op basis van een aanbeveling van Hoge Vertegenwoordiger Javier SOLANA zal worden genomen. De Raad heeft daarbij opnieuw alle vormen van extremisme veroordeeld.

De Raad heeft alle landen van de regio eraan herinnerd dat zij ten volle met het Internationaal Oorlogstribunaal voor het voormalig Joegoslavië (ICTY) moeten samenwerken met name door alle onder hun rechtsmacht vallende beschuldigden aan het Tribunaal over te dragen. De Raad heeft het belang van de overdracht van de heer MILOSEVIC aan het ICTY onderstreept. Het besluit daartoe betekent een belangrijke stap in de toenadering van de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ) tot Europa.

De Raad heeft zich eveneens lovend uitgelaten over het besluit van de Kroatische regering, gesteund door President MESIC en bekrachtigd door een vertrouwensvotum van het parlement, om het dossier van twee door het Tribunaal van Den Haag in beschuldiging gestelde Kroatische onderdanen aan de Kroatische gerechtelijke instanties over te dragen met het oog op de uitzetting van de betrokkenen. Hij heeft zijn waardering uitgesproken voor deze duidelijke wil van de autoriteiten in Zagreb om voort te gaan op de weg naar democratisering en hervormingen, en naar hun integratie in de Europese structuren.

De Raad is ingenomen met het succes van de donorconferentie voor de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ), die op 29 juni jongstleden heeft plaatsgevonden en waardoor de inspanningen van de Joegoslavische autoriteiten in termen van politieke en economische hervormingen zullen worden geconsolideerd. De Raad heeft heden zijn goedkeuring gehecht aan het in bijlage II opgenomen mandaat van de gezamenlijke adviserende Task Force EU-FRJ en zijn voldoening uitgesproken over het besluit om de openingsvergadering op 23 juli in Belgrado te houden, als eerste stap naar onderhandelingen over een stabilisatie- en associatieovereenkomst.

Naar aanleiding van de vorming van de nieuwe regering in Montenegro acht de Raad het, onder verwijzing naar zijn conclusies van 22 januari 2001, van belang dat er zo spoedig mogelijk een dialoog tussen Podgorica en Belgrado op gang komt over een toekomstige constitutionele regeling die voor eenieder aanvaardbaar is.

Het over het algemeen vreedzame verloop van de tweede ronde van de parlementsverkiezingen in Albanië acht de Raad bemoedigend. Die verkiezingen bevestigen de vooruitgang die wordt geboekt bij de naleving van de internationale normen voor het houden van democratische verkiezingen. De Raad hoopt dat de nieuwe regering die uit deze verkiezingen zal voortkomen, de door haar voorgangster geleverde hervormingsinspanningen zal voortzetten en zich zal toeleggen op de kwesties die in het vooruitzicht van de onderhandelingen over een stabilisatie- en associatieovereenkomst als prioritair zijn aangemerkt. De Europese Unie zal deze inspanningen blijven steunen overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Göteborg.

De Raad heeft nota genomen van het werkdocument van de Commissie over de uitvoering van het "draaiboek" door Bosnië en Herzegovina in het kader van het stabilisatie- en associatieproces, met inbegrip van de conclusies over het nog resterende werk. De Raad heeft de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina aangemoedigd zich te blijven inspannen om hun toezeggingen op korte termijn gestand te doen. De Raad blijft bereid hen daarbij te helpen.

De Raad heeft zijn voldoening uitgesproken over het feit dat tijdens de bijeenkomst van het regionaal overlegorgaan van het stabiliteitspact op 28 juni te Brussel "het strategisch kader en de topprioriteiten" zijn aangenomen, waardoor de werkzaamheden in het kader van het pact nog meer dan voorheen doelgericht kunnen worden uitgevoerd. De Raad was voorts ingenomen met het feit dat kort voor de vergadering van het regionaal overlegorgaan, een "memorandum van overeenstemming" over de liberalisering en vereenvoudiging van het handelsverkeer is ondertekend door zeven Zuidoost-Europese landen en dat een trilaterale actieagenda voor de terugkeer van vluchtelingen en ontheemden is aangenomen.

° ° °

Macro-financiële bijstand aan de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ)
- Verklaring van de Raad
( 1)

De Raad heeft vandaag het besluit tot toekenning van macro-financiële bijstand ten belope van 300 miljoen euro goedgekeurd en heeft daarmee voor de FRJ het pad geëffend om weldra in aanmerking te komen voor een door de Gemeenschapsbegroting gegarandeerd leningsmandaat van de EIB. De Raad heeft zodoende de reeds vrijgemaakte aanzienlijke bijstand aan de FRJ willen vervolledigen. Mocht de betalingsbalans van de FRJ nog zwaarder onder druk komen te staan, dan zal de Raad klaarstaan om extra bijstand te verlenen, binnen het kader van de financiële vooruitzichten en van de voorwaarden van het IMF-programma. De Raad neemt dan ook nota van het voornemen van de Commissie om voorstellen daartoe bij de Raad in te dienen.

Bijlage I

GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT 2001/..../GBVB VAN DE RAAD

van

betreffende een verbod op de afgifte van visa aan extremisten in de FYROM

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, inzonderheid artikel 15,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In zijn conclusies van 11 juni 2001 heeft de Raad zijn toenemende bezorgdheid uitgesproken over de ernstige verslechtering van de veiligheidssituatie in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en heeft hij de voortdurende terroristische acties van etnische Albanese extremisten veroordeeld.
(2) In zijn conclusies van 25 juni 2001 heeft de Raad alle vormen van terrorisme in de Westelijke Balkan opnieuw veroordeeld en bleef hij ernaar streven te voorkomen dat dergelijke acties de democratische processen ondermijnen, mede door middel van beperkende maatregelen zoals een verbod op de afgifte van visa aan extremisten.
(3) Er mogen geen visa worden afgegeven aan extremisten die de vrede en stabiliteit in de FYROM in gevaar brengen en de soevereiniteit en territoriale integriteit van de FYROM bedreigen. (4) De EU acht het van belang dat de met de Europese Unie geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, de geassocieerde landen Cyprus, Malta en Turkije, alsmede de EVA-landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, zich bij dit gemeenschappelijk standpunt aansluiten om het effect ervan zo groot mogelijk te maken,
HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT AANGENOMEN:

Artikel 1


1. Er worden geen visa afgegeven aan extremisten die de vrede en de stabiliteit van de FYROM in gevaar brengen en de soevereiniteit en de territoriale integriteit van de FYROM bedreigen.


2. De lijst van personen op wie lid 1 van toepassing is, wordt opgesteld en bijgewerkt door middel van een uitvoeringsbesluit dat door de Raad op basis van aanbevelingen van de Hoge Vertegenwoordiger wordt genomen.

Artikel 2

Het voorzitterschap zal de met de Europese Unie geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, de geassocieerde landen Cyprus, Malta en Turkije, alsmede de EVA-landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, verzoeken zich bij dit gemeenschappelijk standpunt aan te sluiten om het effect van het verbod op de afgifte van visa zo groot mogelijk te maken.

Artikel 3

Dit gemeenschappelijk standpunt zal voortdurend worden geëvalueerd.

Artikel 4

Dit gemeenschappelijk standpunt treedt in werking op de dag van zijn vaststelling.

Artikel 5

Dit gemeenschappelijk standpunt wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad.

Bijlage II

Adviserende task force EU - Federale Republiek Joegoslavië (FRJ): mandaat

Politieke context

De Federale Republiek Joegoslavië (FRJ) heeft te kampen met de typische problemen van een land in overgang dat af te rekenen heeft met de nasleep van een oorlog. De politieke, economische en administratieve structuren moeten ingrijpend worden gewijzigd en in het licht van het gezamenlijke streven van de EU en de FRJ naar Europese integratie, moet het veranderingsproces waar mogelijk in de richting van de EU worden gestuurd.

De politieke veranderingen in de afgelopen maanden en de aan de gang zijnde ontwikkelingen bieden de FRJ de gelegenheid om snel vooruitgang te boeken bij de toenadering tot de EU. Het stabilisatie- en associatieproces van de EU verschaft het algemene kader om de FRJ te helpen deze kansen te benutten.

Doelstelling

De adviserende task force EU-FRJ is bedoeld als bron van deskundigheid, technische bijstand en beleidsrichtsnoeren voor de FRJ, teneinde dit land bij te staan bij de voorbereiding van de

onderhandelingen over een stabilisatie- en associatieovereenkomst. Door het verstrekken van advies en richtsnoeren zou de adviserende task force moeten bijdragen tot institutionele ontwikkeling en administratieve hervormingen en zou zij tevens binnen de bestuursinstellingen moeten zorgen voor een beter inzicht in de principes en doelstellingen die aan het Europese beleid en de Europese praktijk op de betrokken gebieden ten grondslag liggen.

Actiegebieden en soorten steun

De adviserende task force zal de contractuele betrekkingen in het kader van het stabilisatie- en associatieproces van de EU helpen voorbereiden.

Zij zal zich voornamelijk toespitsen op de hervorming van het rechtssysteem en de rechterlijke organisatie en op economische aangelegenheden, maar kan ook iedere andere kwestie in verband met het stabilisatie- en associatieproces behandelen. De deelnemers kunnen overeenstemming bereiken over specifieke actiegebieden.

Er kunnen verschillende soorten steun worden onderscheiden:
·
het verstrekken van advies en richtsnoeren voor de ontwikkeling en uitvoering van beleid en wetgeving voor de aanpak van een specifiek probleem in het kader van het hervormingsproces;
·
het verstrekken van advies over de wijze waarop de nationale wetgeving en praktijk in overeenstemming met het EG-acquis kunnen worden gebracht.

De adviserende task force vormt een forum voor de beoordeling van de vooruitgang die door de FRJ bij de politieke, economische en institutionele hervormingen wordt geboekt, met name wat betreft het nakomen van de voorwaarden die in het kader van het stabilisatie- en associatieproces van de EU zijn bepaald.

Vertegenwoordiging

De adviserende task force EU-FRJ is een tijdelijke technische werkgroep op deskundigenniveau die verschillende aangelegenheden per geval behandelt.

De EU wordt vertegenwoordigd door het voorzitterschap van de Raad van de EU en door de Europese Commissie, op passende wijze gesteund door lidstaten.

De federale autoriteiten zorgen ervoor dat de Federale Republiek Joegoslavië, rekening houdend met de besproken kwesties, adequaat is vertegenwoordigd.

Werkmethode

De adviserende task force vergadert op gezette tijden, in principe in de Federale Republiek Joegoslavië.

De Europese Commissie stelt in overleg met de autoriteiten van de FRJ de agenda van de vergadering voor, die elke keer is toegespitst op een beperkt aantal onderwerpen (bijvoorbeeld drie tot vier).

De adviserende task force doet aanbevelingen voor maatregelen. Idealiter zijn dit gezamenlijke aanbevelingen, hoewel de EU de mogelijkheid behoudt om unilaterale aanbevelingen te doen.

De Europese Commissie brengt aan de bevoegde instanties van de Raad van de Europese Unie regelmatig verslag uit over de activiteiten van de adviserende task force.

CONFLICTPREVENTIE - CONCLUSIES

Overeenkomstig het door de Europese Raad in Göteborg goedgekeurde "EU-programma voor de preventie van gewelddadige conflicten" heeft de Raad, uitgaande van een presentatie van de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger, de potentiële conflictpunten besproken. Deze uitvoerige bespreking aan het begin van elk voorzitterschap vormt een aanvulling op het jaarlijks oriënterend debat over het externe optreden van de EU.

De bespreking heeft de Raad de gelegenheid geboden om uitvoerig aandacht te besteden aan bestaande en opkomende crises in de hele wereld, een aantal algemene tendenzen in de internationale betrekkingen te onderkennen en te bespreken welke prioriteiten bij de toekomstige werkzaamheden zullen worden gehanteerd.

De Raad heeft ook bezien welke instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing en conflictpreventie de EU tot haar beschikking heeft en heeft besproken hoe die het best kunnen worden aangewend om de conflictpreventie van de EU op lange en korte termijn te versterken. Hij heeft ook nota genomen van het voornemen van de Commissie en van het secretariaat-generaal van de Raad om het PVC meer gedetailleerde regionale of subregionale rapporten over punten in verband met bestaande of opkomende conflicten voor te leggen.

De Raad heeft benadrukt dat de samenwerking moet worden opgevoerd en dat er effectieve partnerschappen met relevante internationale organisaties alsook met niet-gouvernementele organisaties moeten worden opgebouwd.

De Raad heeft er nota van genomen dat de Commissie in het verlengde van haar mededeling inzake conflictpreventie thans haar strategieën ten aanzien van partnerlanden (landenstrategiedocumenten) onder de loep neemt om de diepere oorzaken van conflicten beter te kunnen aanpakken.

Tenslotte heeft de Raad herinnerd aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid om het programma uit te voeren en riep hij de overige instellingen van de Unie en de lidstaten ertoe op de conflictpreventie te integreren in de aspecten waarvoor zij bevoegd zijn, overeenkomstig de aanbevelingen van de Europese Raad van Göteborg.

EUROPEES VEILIGHEIDS- EN DEFENSIEBELEID

De Raad heeft nota genomen van het programma van het voorzitterschap op het gebied van het Europees veiligheids- en defensiebeleid (EVDB). Het Belgische voorzitterschap is voornemens het omvangrijke werk van het Zweedse voorzitterschap voort te zetten en daarbij drie belangrijke elementen voor ogen te houden: de versterking van de militaire capaciteit, de operationaliteit van de Unie en de betrekkingen tussen de Unie en de NAVO.

De Raad heeft voorts een politiek akkoord bereikt over twee gemeenschappelijke optredens betreffende de oprichting van een satellietcentrum en van een instituut voor veiligheidsstudies. De oprichting van deze twee instanties is een essentiële stap in de uitvoering van de conclusies van de Europese Raad van Nice. De gemeenschappelijke optredens voorzien in de volgende opdrachten:


- het Satellietcentrum (dat zijn zetel heeft in Torrejón de Ardoz, Spanje) ondersteunt de besluitvorming van de Unie in het kader van het GBVB, en met name het EVDB, door materiaal te leveren dat het resultaat is van de analyse van satellietbeelden en aanverwante gegevens, waaronder, indien nodig, luchtbeelden;
- het Instituut (dat zijn zetel heeft in Parijs) draagt bij aan de ontwikkeling van het GBVB, met inbegrip van het EVDB, door het uitvoeren van academisch onderzoek en academische analyse op relevante gebieden.

° ° °

BETREKKINGEN MET TURKIJE

Tijdens de lunch hebben de ministers het verslag van de voorzitter over zijn recente reis naar Turkije gehoord, waarna zij van gedachten hebben gewisseld over de diverse aspecten van de betrekkingen met deze partner. Zij zijn overeengekomen, op dit onderwerp terug te komen tijdens hun informele bijeenkomst van begin september.

UNRWA

Na de lunch hebben de ministers in de marge van de Raad de heer Peter HANSEN (commissaris-generaal van de UNRWA, Organisatie van de Verenigde Naties voor Hulpverlening aan Palestijnse Vluchtelingen in het Nabije Oosten) ontmoet, in verband met de onderhandelingen over een nieuwe EU-UNRWA-Overeenkomst die in het najaar zullen plaatsvinden, en met de financiële problemen waarmee de organisatie te kampen heeft.

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

EXTERNE BETREKKINGEN

Sancties ten aanzien van Iran en Libië - Conclusies

De Raad neemt met bezorgdheid nota van het feit dat het Amerikaanse Congres de Iran/Libië-sanctiewet (ILSA), die op 5 augustus 2001 verstrijkt, waarschijnlijk zal verlengen.

De EU en de VS achten het hun plicht samen te werken om de internationale veiligheid, vrede en stabiliteit te bevorderen. Wij delen dezelfde betrokkenheid en brede doelstellingen in de strijd tegen het internationale terrorisme en de verspreiding van massavernietigingswapens. Wij hebben op deze gebieden nauw samengewerkt in het kader van de Nieuwe Trans-Atlantische Agenda. Onze gezamenlijke inspanningen hebben in ruime mate bijgedragen tot de versterking van de internationale samenwerking en de ontwikkeling van efficiëntere multilaterale instrumenten op deze gebieden. In Göteborg hebben wij opnieuw bevestigd vastbesloten te zijn om deze werkzaamheden die wij als een van onze prioritaire gebieden aanmerken, voort te zetten.

Tegen deze achtergrond onderstreept de Raad andermaal dat de EU en de VS overeenstemming moeten bereiken over een gemeenschappelijke aanpak en gemeenschappelijke middelen. Unilaterale sanctiewetten, met extraterritoriale werking, zoals de ILSA, creëren onnodige en nutteloze meningsverschillen, die de ontwikkeling van de trans-Atlantische samenwerking negatief beïnvloeden en de gezamenlijke inspanningen om het terrorisme en de verspreiding van wapens te bestrijden, ondermijnen. Ze zijn strijdig met het internationale recht en de soevereiniteit van staten en doen afbreuk aan de rechten en belangen van de Europese Unie. De Raad bevestigt derhalve de ernstige bezwaren die hij in dit verband geuit heeft sinds de ILSA destijds werd aangenomen.

De Raad verzoekt het voorzitterschap en de Commissie zich actief met deze kwestie bezig te houden en er op aan te dringen dat de verbintenissen krachtens het tijdens de Topontmoeting van Londen van 18 mei 1998 gesloten akkoord volledig worden nagekomen.

Prioriteiten van de Europese Unie voor de 56e zitting van de AVVN

De Raad heeft een document aangenomen waarin de prioriteiten van de Unie zijn uiteengezet met betrekking tot de 56e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (2001-2002). Het is de bedoeling dat bij de dialoog met alle UNO-delegaties dit document als basis dient om het debat aan te zwengelen en de gemeenschappelijke doelstellingen te bepleiten.

De volgende aspecten komen in het document aan de orde:


- vervolg op de Millenniumtop van september 2000;

- mensenrechten;


- vrede en veiligheid;


- internationaal strafhof;


- humanitaire aangelegenheden;


- regionale aangelegenheden (met name de situatie in de Westelijke Balkan, het Midden-Oosten, Cyprus, Afrika - in het bijzonder in het gebied van de Grote Meren - in Oost-Timor, in Afghanistan, in Birma/Myanmar en op het Koreaanse schiereiland);
- ontwapening en non-proliferatie;

- milieu;


- duurzame ontwikkeling;


- hervorming van de Verenigde Naties;


- financiering van de Verenigde Naties.

Wereldconferentie tegen racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid - Conclusies


1. De Europese Unie is ingenomen met de Wereldconferentie tegen racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid die van 31 augustus tot en met 7 september 2001 plaatsvindt in Durban (Zuid-Afrika). Zij is verheugd dat die conferentie in Zuid-Afrika plaatsvindt, want dat land symboliseert hoop en moed in racismebestrijding.

2. De Raad bevestigt dat de Europese Unie vastberaden is bij te dragen tot het welslagen van de wereldconferentie en op constructieve wijze te blijven discussiëren over alle vraagstukken die bij de voorbereiding van de conferentie aan de orde zijn gesteld. De Raad is ervan overtuigd dat deze conferentie een unieke gelegenheid en een essentiële mobiliserende factor vormt in de strijd tegen alle vormen van racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid die zich wereldwijd voordoen.

3. De Europese Unie zal zich er volledig voor inzetten om tot een consensus te komen teneinde de bestaande obstakels te overwinnen. De gezamenlijke en gedeelde verantwoordelijkheid van alle deelnemers is alles in het werk te stellen om deze conferentie tot een succes te maken.

4. De Europese Unie acht het onontbeerlijk dat de besprekingen van de conferentie zich in eerste instantie richten op de bepalingen van Resolutie 52/111 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Het actieprogramma en de verklaring moeten toekomst- en actiegericht zijn om praktische maatregelen te treffen ter bestrijding van eigentijdse uitingen van racisme. Zij moeten gebaseerd worden op de beginselen van het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie.
5. De Europese Unie is gebaseerd op de door alle lidstaten onderschreven beginselen van vrijheid, democratie, eerbiediging van de mensenrechten en van de fundamentele vrijheden en de rechtsstaat. Zij heeft de stellige overtuiging dat, zoals in de Universele Verklaring van de rechten van de mens wordt erkend, alle mensen, die één familie vormen, vrij en gelijk in waardigheid en rechten worden geboren.

6. Racisme en rassendiscriminatie vormen ernstige eigentijdse schendingen van de mensenrechten en moeten met alle wettige middelen bestreden worden. Racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid vormen een bedreiging voor de democratische samenlevingen en hun fundamentele waarden.

7. Rassendiscriminatie, onverdraagzaamheid en schending van de rechten van minderheden zijn de belangrijkste oorzaken van de huidige conflicten en etnische en religieuze zuiveringen in Europa en andere delen van de wereld. Stabiliteit en vrede in de wereld kunnen alleen opgebouwd worden met eerbiediging van de mensenrechten, verdraagzaamheid en eerbiediging van de diversiteit als fundament.

8. De Raad wijst op de inspanningen die de Europese Unie keer op keer gedaan heeft om racisme, vreemdelingenhaat en onverdraagzaamheid te bestrijden, met name door de aanneming van nationale en Europese wetgeving ter bestrijding van discriminatie, de afkondiging van het Handvest van de grondrechten en de oprichting van het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat.

9. De Europese Unie betreurt dat het racisme zich overal in de wereld blijft manifesteren, in allerlei gedaanten, gaande van discriminerende praktijken, ongelijke toegang tot goederen en diensten, aanzetten tot haat door bepaalde media, partijen, politici en machthebbers tot onmenselijke en vernederende behandeling, gewelddaden en de ernstigste vormen van vervolging en misdaad, waaronder slavernij en etnische zuivering.
10. In de context van de conferentie


- moet er bijzondere aandacht worden besteed aan de versterking van het wettelijk kader voor racismebestrijding op nationaal niveau en aan het garanderen van een doeltreffende toepassing van de maatregelen tegen racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid.

- moet het accent worden gelegd op de verbetering van opvoeding, onderwijs, op de preventie van racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid, en op de ontwikkeling van informatie over en een groter bewustzijn van die verschijnselen;

- moeten ook de behandeling en de deelneming van personen die tot de meest getroffen groepen behoren en/of het slachtoffer zijn van meervoudige discriminatie, alsmede de integratie van het genderperspectief in het beleid en de acties voor racismebestrijding, een belangrijke plaats krijgen;
- is ook de bijdrage van niet-gouvernementele organisaties en andere actoren van de civiele samenleving in de strijd tegen racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid van groot belang. De Europese Unie dringt er tevens op aan dat er een algehele strategie voor racismebestrijding uitgewerkt wordt teneinde de internationale samenwerking terzake te verbeteren. Volgens de Raad zal een partnerschap voor de uitwisseling van ideeën, ervaringen en goede praktijken deel uitmaken van een algehele strategie voor racismebestrijding en bijdragen tot de versterking van de internationale samenwerking op dat terrein.


11. Wat de historische aspecten betreft, betreurt de Europese Unie ten zeerste de individuele en collectieve menselijke drama's die door slavernij en slavenhandel veroorzaakt zijn. Zij vormen de meest onterende en afschuwwekkende hoofdstukken uit de geschiedenis van de mensheid. De Europese Unie veroordeelt die praktijken in het heden en het verleden en betreurt het leed dat zij hebben aangericht.


12. Bepaalde effecten van het kolonialisme die tot in onze tijd voelbaar zijn hebben immens leed veroorzaakt. Elke handeling die zoveel leed veroorzaakt, moet veroordeeld worden, waar of wanneer zij ook heeft plaatsgevonden.


13. Met deze woorden van erkenning, spijt en veroordeling wil de Europese Unie, zich bewust van de morele plicht jegens de slachtoffers van die tragedies die op de gehele internationale gemeenschap rust, getuigen van haar vastbeslotenheid om zich van die plicht te kwijten en haar deel bij te dragen. Zij is van oordeel dat het eenieders plicht is zich het leed te blijven herinneren dat op verschillende momenten in de geschiedenis toegebracht is, opdat het nooit vergeten wordt. De vervulling van deze plicht tot herdenken maakt het mogelijk op een solide basis aan de toekomst te bouwen en herhaling van de ernstige fouten uit het verleden te voorkomen.


14. De Europese Unie heeft de stellige overtuiging dat de garantie dat hedendaagse slachtoffers van racisme op nationaal niveau kunnen beschikken over efficiënte mogelijkheden om een rechtvaardige, adequate genoegdoening te verkrijgen voor onrecht dat zij ondergaan hebben, een van de belangrijkste instrumenten is om vreemdelingenhaat, racisme, rassendiscriminatie en aanverwante onverdraagzaamheid te bestrijden. Zij constateert dat de bestaande juridische instrumenten op regionaal en internationaal niveau uitsluitend de slachtoffers van eigentijdse vormen van racisme aangaan.


15. De Raad herinnert eraan dat de Europese Unie zich reeds lange tijd inzet voor ontwikkelingssamenwerking. Doel van het communautaire ontwikkelingssamenwerkingsbeleid is een duurzame ontwikkeling aan te moedigen die de armoedebestrijding in de ontwikkelingslanden en de integratie van die landen in de wereldeconomie bevordert. Dat moet in het bijzonder geschieden door middel van maatregelen die ertoe bijdragen de democratie, de rechtsstaat, een goed openbaar bestuur en de eerbiediging van de mensenrechten te consolideren. Daarmee kan bovendien worden bijgedragen aan het doorbreken van de vicieuze cirkel van rassendiscriminatie en conflicten. De Raad wijst er tevens op dat de Unie, door rechtvaardigheid tot spil van haar beleid te maken, voorrang geeft aan de verdediging van de

belangen van de minst ontwikkelde landen en van de armste bevolkingsgroepen in de meer ontwikkelde landen, met inbegrip van de slachtoffers van racisme en rassendiscriminatie. Aldus geeft het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid dat de Europese Unie uitvoert blijk van internationale solidariteit.


16. De verklaring en het actieprogramma waarmee de Wereldconferentie zal worden afgesloten, moeten beknopt, geloofwaardig, gedegen en evenwichtig zijn zodat zij door alle deelnemers kunnen worden aangenomen; daardoor kan de Conferentie de werkelijk universele dimensie behouden die essentieel is om de publieke opinie voor haar toekomstige aanbevelingen te winnen.


17. De Raad roept alle landen op om er eensgezind en in een geest van samenwerking voor te ijveren dat de Wereldconferentie in Durban een succes wordt en een belangrijke etappe vormt in het uit de weg ruimen van racistische praktijken, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en onverdraagzaamheid.

Betrekkingen met de Westelijke Balkan - Speciaal Verslag van de Rekenkamer: conclusies

De Raad heeft Speciaal verslag nr. 2/2001 besproken waarin de Rekenkamer een beoordeling geeft van het beheer door ECHO van de humanitaire noodacties voor de slachtoffers van de crisis in Kosovo tussen juli 1999 en februari 2000 en van het administratieve kader voor deze bijstand. Het verslag was niet bedoeld om het uiteindelijke effect van de bijstand te beoordelen. De Raad heeft ook gekeken naar de antwoorden van de Commissie.

De Raad erkent de specifieke problemen waarmee de internationale gemeenschap geconfronteerd werd ten gevolge van de grote volksverhuizingen in de regio tussen maart en juli 1999 waarvoor in de recente geschiedenis vrijwel geen precedent bestaat. Bovendien keerden onmiddellijk na de crisis bijna alle ontheemde Kosovaren onverwacht terug naar Kosovo. Een en ander maakte extra duidelijk dat een maximale coördinatie binnen de internationale donorgemeenschap noodzakelijk is wanneer zich op grote schaal noodsituaties voordoen, wil men overlappingen en dubbel werk vermijden.

De Raad is van mening dat de Commissie rekening moet houden met de opmerkingen van de Rekenkamer bij de pogingen die de Commissie/ECHO thans onderneemt om een oplossing te vinden voor de gebreken die tijdens de Kosovo-crisis aan het licht zijn gekomen. Hij neemt nota van de maatregelen die de Commissie al getroffen heeft ingevolge de kritiek aan haar adres, en vooral van de aanneming op 6 juni 2001 van een nieuwe besluitvormingsprocedure voor "eerste noodhulp" waarmee de Commissie in de toekomst sneller zou moeten kunnen reageren op noodsituaties. Ook neemt de Raad nota van de wijzigingen die de Commissie heeft voorgesteld in het Financieel Reglement; de bevoegde Raadsinstanties buigen zich momenteel over deze voorstellen, die bedoeld zijn om tot meer voorspelbaarheid en flexibiliteit te komen in de financiering van internationale organisaties, met inbegrip van programmafinanciering in plaats van projectfinanciering van de VN-organisaties.

De Raad steunt de andere aanbevelingen van de Rekenkamer, waaronder het toesnijden van de administratieve procedures op de mate van urgentie, het toewijzen van voldoende personeel aan de operationele eenheden die de noodhulpcontracten beheren, het uitwerken van passender besluitvormingsprocedures, het verder ontwikkelen van de beheersinformatiesystemen en de garantie dat de geselecteerde partners de nodige logistiek kunnen leveren bij het financieren van relatief omvangrijke aankoopprogramma's. De Raad verwelkomt de stappen die de Commissie al heeft gezet voor het uitvoeren van de aanbevelingen van de Rekenkamer en roept de Commissie op daar de komende maanden energiek mee door te gaan.

De Raad juicht initiatieven toe die erop gericht zijn een sterker partnerschap tussen de Commissie en de VN te bevorderen. Hij wijst andermaal en met nadruk op het belang van uitvoering van zijn conclusies van 31 mei 2001 inzake "Werken aan een daadwerkelijk partnerschap met de Verenigde Naties op het gebied van ontwikkeling en humanitaire zaken", waarvan bepaalde elementen ook relevant kunnen zijn voor de samenwerking met andere actoren dan de VN. De Raad hoopt te worden geïnformeerd over de lopende dialoog tussen de Commissie en de VN, alsook over het gevolg dat zal worden gegeven aan de uitnodiging van de Commissie om onderhandelingen te beginnen over een aantal hangpunten van de VN-EG-overeenkomst van 9 augustus 1999.

De Raad verzoekt de Commissie uiterlijk vóór het najaar van 2002 verslag uit te brengen over de follow-up van het verslag van de Rekenkamer. Ook memoreert hij zijn conclusies van 29 mei 2000 waarin hij, naar aanleiding van de bespreking van Speciaal verslag nr. 2/2000 van de Rekenkamer, stelt dat het wenselijk en nuttig is dat de Rekenkamer bijzondere verslagen over de activiteiten van de EU op de Balkan blijft opstellen. In dit verband beveelt de Raad aan om in de speciale verslagen ook het effect van de bijstand te beoordelen.

Betrekkingen met het Middellandse-Zeegebied

De Raad heeft nota genomen van de prioriteiten van het voorzitterschap voor de uitvoering van de gemeenschappelijke strategie van de EU voor het Middellandse-Zeegebied. Het voorzitterschap heeft de volgende prioriteiten aangewezen:


- de EU moet, in het kader van de politieke dialoog, haar reflectie en haar ervaringen blijven delen teneinde veiligheidssamenwerking te doen accepteren als een van de pijlers voor de stabiliteit in het Middellandse-Zeegebied;

- de wederzijdse perceptie op sociaal, cultureel en intermenselijk gebied, en op het gebied van JBZ en de grondrechten moet worden verbeterd, teneinde op die gebieden samenwerkingsacties te lanceren;

- het economisch en financieel partnerschap moet worden versterkt.
Het voorzitterschap is voornemens om eind oktober overeenkomstig de conclusies van de Raad Algemene Zaken van 26-27 februari 2001 een eerste balans van de uitvoering van de gemeenschappelijke strategie op te maken.

Top EU-Oekraïne

De Raad heeft akte genomen van de informatie die het voorzitterschap en de hoge vertegenwoordiger hebben gegeven over de voorbereiding van de Top EU-Oekraïne, die in Kiev zal plaatvinden op 11 september 2001.

Gastheer van de vierde Top EU-Oekraïne, in het kader van de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst (PSO), zal president KOUTCHMA van de Republiek Oekraïne zijn. De eerste minister van het Koninkrijk België, de heer VERHOFSTADT, vertegenwoordigt de EU in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Europese Raad, bijgestaan door de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger, de heer SOLANA. Namens de EU zal voorts voorzitter PRODI van de Commissie aanwezig zijn. Een beperkt aantal andere Oekraïnse ministers zal vermoedelijk eveneens aan de bijeenkomst deelnemen.

De Europese Raad van Göteborg heeft onderstreept dat een stabiele en positieve politieke en economische ontwikkeling in Oekraïne voor Europa van strategisch belang is en de Top zal zich derhalve vooral richten op concrete gebieden waarop een dergelijke ontwikkeling kan worden bevorderd.

De agenda is opgebouwd rond de volgende drie punten: 1) recente ontwikkelingen in Oekraïne en de EU, 2) betrekkingen EU-Oekraïne, met inbegrip van de uitvoering van de PSO en 3) internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Oekraïne - Gemeenschappelijke strategie

De Raad heeft nota genomen van het werkplan van het voorzitterschap voor de uitvoering van de gemeenschappelijke strategie van de Europese Unie ten aanzien van Oekraïne.

Rekening houdend met de aanbevelingen van de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger, stelt het voorzitterschap voor om zich bij de uitvoering van de gemeenschappelijke strategie ten aanzien van Oekraïne te laten leiden door de hieronder beschreven prioriteiten, waarbij het in de eerste plaats erom gaat het beleid van betrokkenheid bij Oekraïne te versterken op grond van de gemeenschappelijke waarden die het partnerschap tussen de Europese Unie en Oekraïne schragen:


- Bijdragen tot de schepping van de juiste voorwaarden voor een pluralistische democratie, het volledige genot van de mensenrechten en democratische overheidsinstellingen.
- Steun verlenen voor de economische en sociale hervormingen en voor de integratie van Oekraïne in de Europese en de wereldeconomie.

- Een doeltreffende samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken (JBZ) tot stand brengen.
- De toenadering tussen Oekraïne en de EU bevorderen.
- Het politiek overleg ontwikkelen, mede in het perspectief van het EVDB en crisisbeheer.

- De samenwerking intensiveren op het gebied van non-proliferatie en ontwapening;

- Samenwerking op het gebied van milieu, energie en nucleaire veiligheid.

- De coördinatie van de acties van de EU en de lidstaten bevorderen ten behoeve van de samenhang en de doeltreffendheid van de EU.

Rusland - Gemeenschappelijke strategie

De Raad heeft nota genomen van de informatie die het voorzitterschap heeft gegeven over zijn werkplan voor de uitvoering van de in juni 1999 aangenomen gemeenschappelijke strategie van de EU ten aanzien van Rusland. Rekening houdend met de aanbevelingen van de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger stelt het voorzitterschap voor dat de uitvoering van die gemeenschappelijke strategie zich zou toespitsen op de hieronder omschreven prioriteiten, teneinde op basis van de gemeenschappelijke waarden het strategische partnerschap tussen de EU en Rusland te versterken:


- Bijdragen tot het scheppen van gunstige voorwaarden voor een pluralistische democratie, het volledige genot van de mensenrechten en democratische overheidsinstellingen.
- Steun verlenen aan de economische en sociale hervormingen en aan de integratie van Rusland in een gemeenschappelijke Europese economische en sociale ruimte.

- Een efficiënte samenwerking tot stand brengen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken (JBZ).

- Het politiek overleg ontwikkelen, ook met het oog op het EVDB en crisisbeheersing.

- De samenwerking inzake non-proliferatie en ontwapening versterken.

- Samenwerken op het gebied van milieu, energie en nucleaire veiligheid.

- De effecten van het uitbreidingsproces van de EU bespreken.
- De door de EU en de lidstaten gevoerde acties beter coördineren om de samenhang en de doeltreffendheid van het EU-optreden te verbeteren.

Non-proliferatie

De Raad heeft een besluit aangenomen tot intrekking van het besluit betreffende de uitvoering van Gemeenschappelijk Optreden 97/288/GBVB inzake de financiering van een communicatiesysteem voor alle leden van de Groep van Nucleaire Exportlanden die geen lid zijn van de Europese Unie.

Betrekkingen met de LMOE

De Raad heeft ermee ingestemd dat de Associatieraden EU-Estland en EU-Slovenië via de schriftelijke procedure twee besluiten aannemen betreffende de verbetering van de handelsregeling voor verwerkte landbouwproducten zoals die is vastgelegd in de Europa-overeenkomsten met die landen.

Elk van de Europa-overeenkomsten met de geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa (LMOE) bevat een speciaal protocol dat bepaalt welke handelsregeling van toepassing is op de hierin vermelde verwerkte landbouwproducten. Deze protocollen bepalen dat de Associatieraden een besluit kunnen nemen over een aanvulling van de lijst van in het protocol bedoelde producten, over de wijziging van de douanerechten, en over de verhoging of afschaffing van tariefcontingenten.

Op basis daarvan heeft de Commissie met de verschillende LMOE onderhandeld over wederzijdse verbeteringen in de toegang tot de markt voor die producten. Doel van de onderhavige ontwerp-besluiten van de Associatieraad met respectievelijk Estland en Slovenië is de uitvoering van het resultaat van de onderhandelingen met dat land. Er zij op gewezen dat wat het specifieke geval van Estland betreft, de onderhandelingen alleen betrekking hebben gehad op door de Gemeenschap te verlenen concessies, aangezien nu reeds de verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap uit hoofde van de Europa-overeenkomst in Estland zijn vrijgesteld van invoerrechten.

Associatie met Hongarije

De Raad heeft zijn standpunt bepaald met het oog op de 8e zitting van de Associatieraad op 17 juli 2001 (cf. doc. UE-H 1509/01 Presse 294).

Betrekkingen met Kazachstan

De Raad heeft zijn standpunt bepaald met het oog op de 3e zitting van de Samenwerkingsraad EU-Kazachstan (cf. doc. 10927/01 Presse 285).

Betrekkingen met Kirgizstan

De Raad heeft zijn standpunt bepaald met het oog op de 3e zitting van de Samenwerkingsraad EU-Kirgizstan (cf. doc. 10926/01 Presse 284).

ANTIDUMPING

Invoer van zakaanstekers uit, onder meer, Thailand

De Raad heeft een verordening vastgesteld tot beëindiging van de tussentijdse herzieningsprocedure en wijziging van het definitieve, bij Verordening (EG) nr. 423/97 van de Raad ingestelde antidumpingrecht op de invoer van niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje uit, onder meer, Thailand, althans wat de verzoekende partij betreft.

Invoer van geïntegreerde elektronische compacte fluorescentielampen uit China

De Raad heeft een verordening vastgesteld tot instelling van definitieve antidumpingrechten op de invoer van geïntegreerde elektronische compacte fluorescentielampen (CFL-i) uit de Volksrepubliek China en tot definitieve inning van de ingestelde voorlopige rechten.

Invoer van Atlantische zalm uit Noorwegen

De Raad heeft een wijziging aangenomen van Verordening (EG) nr. 772/1999 tot instelling van definitieve antidumpingrechten en compenserende rechten op de invoer van gekweekte Atlantische zalm van oorsprong uit Noorwegen.

ECOFIN

Eigen middelen uit de BTW

De Raad heeft een gemeenschappelijk standpunt vastgesteld betreffende een wijziging van Verordening nr. 2223/96, wat het gebruik van het Europese systeem van economische rekeningen (ESR 95) bij de vaststelling van de betalingen van de lidstaten aan de eigen middelen uit de BTW betreft.

De ontwerp-wijziging voorziet in de vervanging van het ESER 79 door het ESR 95, een nieuw Europees systeem van nationale en regionale rekeningen dat is gebaseerd op geharmoniseerde en betrouwbare statistische gegevens, aan de hand waarvan de financiële bijdragen van de lidstaten op basis van de BTW het best kunnen worden berekend.

San Marino - monetaire overeenkomst

De Raad heeft besloten tot de bekendmaking in het Publicatieblad van de monetaire overeenkomst tussen de Italiaanse Republiek, namens de Europese Gemeenschap, en de Republiek San Marino, uit hoofde waarvan de Republiek San Marino het recht heeft met ingang van 1 januari 1999 de euro als enige munteenheid te gebruiken en waarbij de voorwaarden van haar deelneming aan de eenheidsmunt worden vastgesteld.

VISSERIJ

Technische maatregelen in de Ierse Zee

De Raad heeft een verordening van de Raad vastgesteld houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2549/2000 tot vaststelling van aanvullende technische maatregelen voor het herstel van het kabeljauwbestand in de Ierse Zee (ICES-sector VIIa).

Deze verordening strekt ertoe het gebruik toe te staan van speciaal ontworpen vistuig waarvan de selectiviteit technisch gelijkwaardig is aan die van vistuig waarvan het gebruik reeds is toegestaan in het kader van het herstelplan voor kabeljauw in de Ierse Zee.


Footnotes:

( 1) De Raad heeft zonder debat het besluit aangenomen tot toekenning van macro-financiële bijstand aan de Federale Republiek Joegoslavië, in verscheidene tranches, in de vorm van een lening op lange termijn ten belope van 225 miljoen euro en een zuivere gift ten belope van ten hoogste 75 miljoen euro, teneinde bij te dragen tot een houdbare betalingsbalanspositie en tot de versterking van de reservepositie van het land. Voor de leningcomponent van de bijstand die in de eerste tranche wordt uitgekeerd, geldt een maximale looptijd van 15 jaar. Deze financiële bijstand is een deel van de financiering van het omvangrijke financieel tekort dat resteert naast de financiële middelen die volgens de ramingen door het IMF en de Wereldbank kunnen worden verstrekt, ter versterking van de reservepositie van het land en ter ondersteuning van de beleidsdoelstellingen die de autoriteiten van de FRJ met hun hervormingen nastreven. Het verstrekken van deze bijstand wordt afhankelijk gesteld van de volledige nakoming door de Federale Republiek Joegoslavië van de uitstaande vervallen financiële verplichtingen van haar openbare instanties jegens de Gemeenschap en de Europese Investeringsbank, en van de aanvaarding door de Federale Republiek Joegoslavië van de verantwoordelijkheid, bij wijze van garantie, voor dergelijke nog niet vervallen financiële verplichtingen.

Deze bijstand wordt beheerd door de Commissie, in nauw overleg met het Economisch en Financieel Comité en op een wijze die verenigbaar is met overeenkomsten of afspraken tussen het IMF en de Federale Republiek Joegoslavië.


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie