Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Inhoud augustusbulletin Vitamine Informatie Bureau

Datum nieuwsfeit: 20-07-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Hieronder vindt u het laatste bulletin (augustus 2001).
* Vitamine C en kanker Tegenstrijdige resultaten uit onderzoek
* Geen veiligheidrisico bij verstandig supplementgebruik
* Vitamine B12 en cognitie

* Nieuwe Europese richtlijn voor vitaminesupplementen Nadruk op veiligheid en goede informatie

* De relatie tussen vitamines en de huid Vitamines tegen zonnebrand? Vitamine C en kanker Tegenstrijdige resultaten uit onderzoek Een kleine toename van de vitamine C inname verlaagt de kans om te overlijden, maar een teveel aan vitamine C wordt in verband gebracht met een verhoogd risico op kanker? Tegenstrijdige berichten staan gepubliceerd in de gezaghebbende vaktijdschriften The Lancet en Science. Velen raken hierdoor onnodig in verwarring terwijl de resultaten nog lang niet naar de praktijk kunnen worden vertaald.

Een kleine toename van de vitamine C inname, vergelijkbaar met 50 gram groente en fruit extra per dag, verlaagt de kans om binnen vier jaar te overlijden met 20%. Dit blijkt uit een onderzoek - gepubliceerd in The Lancet - onder bijna 20.000 Engelsen tussen 45 en 79 jaar.

Aan het begin van dit onderzoek is het vitamine C gehalte in het bloedplasma van de proefpersonen gemeten. Dit is een goede maat voor de vitamine C inname en status. Mensen met weinig vitamine C in hun bloed hadden twee keer zoveel kans te overlijden gedurende het vier jaar durende onderzoek dan mensen met veel vitamine C. Hoe meer vitamine C in het bloed, des te kleiner de kans op hart- en vaatziekten. Bij de mannen uit het onderzoek werd dit ook gevonden voor de kans op kanker.

Een artikel in Science beschrijft in dezelfde periode de mogelijk negatieve gevolgen van vitamine C. Dit onderzoek is echter een zogenoemd in-vitro onderzoek; een onderzoek in een 'reageerbuis'. De resultaten kunnen dus niet zomaar naar mensen vertaald worden. Uit het onderzoek blijkt dat vitamine C vetzuren kan beschadigen. Van deze beschadigde vetzuren wordt gedacht dat ze het erfelijk materiaal (DNA) op hun beurt kunnen beschadigen. Sommigen vertalen dit resultaat direct in voorbarige koppen als 'vitamine C veroorzaakt kanker'.

De schade die vitamine C veroorzaakt aan vetzuren buiten het lichaam is niet nieuw. Als vitamine C bijvoorbeeld wordt toegevoegd aan margarine, dan wordt deze rans. Het zal duidelijk zijn dat zo'n resultaat niet direct vertaald kan worden naar de situatie in het menselijk lichaam. Onderzoeken naar vitamine C en de kans op ziektes laten tot op heden geen eenduidige resultaten. Een vorig jaar gepubliceerde studie uit de Verenigde Staten laat weliswaar een verband zien tussen een hoger vitamine C gehalte van het bloedplasma en een lagere kans om te overlijden bij mannen, maar vreemd genoeg niet bij vrouwen. Bovendien was er geen verband gevonden met hart- en vaatziekten.

(Bronnen: Lancet 2001, K-T. Khaw et al. Relation between plasma ascorbic acid and mortality in men and women in EPIC-Norfolk prospective study: a prospective population study. Volume 357, pagina 657-663; Science 2001, S.H. Lee et al. Vitamin-C induces decomposition of lipid hydroperoxides to endogenous genotoxins. Volume 292, pagina 2083-2086.)

Geen veiligheidrisico bij verstandig supplementgebruik

De meeste mensen kennen van vitamines en mineralen het begrip 'aanbevolen dagelijkse hoeveelheid' (ADH). Dat is de hoeveelheid die iemand per dag nodig heeft voor het handhaven van een goede gezondheid. Voor praktisch alle voedingsstoffen, en dus ook voor veel vitamines en mineralen, geldt daarnaast een bovengrens. Immers: overdaad schaadt. De aanvaardbare bovengrens, zoals deze nu voor een aantal vitamines en mineralen is voorgesteld, ligt veel hoger dan de ADH. De conclusie: bij een verstandig supplementgebruik lopen consumenten geen risico dat ze veilige bovengrenzen overschrijden.

De aanvaardbare bovengrens van inneming is een schatting van het hoogste niveau van (langdurige) inname waarbij geen ongewenste effecten op de gezondheid van de mens worden gezien. Deze bovengrens omvat de totale inname van een voedingsstof, dus zowel de inname uit voeding als uit supplementen. De aanvaardbare bovengrens is niet de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) die we nodig hebben, de ADH ligt een stuk lager. De bovengrenzen gelden voor de gezonde bevolking. Deze bovengrens is niet voor iedereen hetzelfde omdat deze afhankelijk is van factoren zoals groei, lichaamsgewicht of zwangerschap. Daarom zijn er voor zover mogelijk grenzen opgesteld voor verschillende leeftijdsgroepen.

De gezondheidsraad heeft vorig jaar in de voedingsnormen een aantal bovengrenzen beschreven. De bovengrens van calcium is op 2,5 gram gesteld. Deze bovengrens ligt redelijk dicht bij de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) voor calcium, deze is immers al 1 gram. Ouderen boven de 70 jaar hebben dagelijks zelfs 1,2 gram nodig. De bovengrens van vitamine D is 50 microgram.

Binnen de Europese Unie heeft het wetenschappelijk comité voor de menselijke voeding (Scientific Committee on Food) bovengrenzen opgesteld voor selenium, vitamine B6, foliumzuur en het relatief onbekende mineraal molybdeen. Voor de vitamines B2 en B12, bèta-caroteen en het mineraal mangaan konden geen grenzen worden vastgesteld. De reden hiervoor is dat in wetenschappelijk onderzoek geen gegevens werden gevonden over aanwijsbare schade.

Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) heeft in een advies aandacht gevraagd voor de risico's van een hoge ijzerinname bij mensen die het gen dragen voor de ijzerstapelingsziekte. Ongeveer 10% van de Nederlandse bevolking is drager. Zij hebben een verhoogde ijzerstatus in het lichaam en hierdoor een verhoogde kans op hart- en vaatziekten. De ijzerstapeling in het lichaam zal eerder optreden bij mannen dan bij vrouwen, deze laatste groep wordt immers 'beschermd' door verliezen aan ijzer tijdens de menstruatie.

Een aanvaardbare bovengrens is niet vastgesteld voor ijzer, maar er wordt in het rapport wel geadviseerd om voedingsmiddelen niet te verrijken met ijzer. Voorzichtigheid is dus ook geboden met het innemen van extra ijzer door middel van voedingssupplementen bij een bepaalde doelgroep in Nederland. Mensen die gewoon gezond eten zullen de aanvaarbare bovengrenzen niet bereiken. Dit kan hooguit gebeuren door het eten van buitengewoon veel verrijkt voedsel of het gebruiken van te veel voedingssupplementen. Het advies van het Vitamine Informatie Bureau blijft dan ook: niet meer dan 100% van de ADH voor vitamine A, D en de mineralen, en niet meer dan 500% van de ADH voor de overige vitamines.
pantotheenzuur en biotine, Gezondheidsraad, Den Haag, 2000, publicatienummer 2000/12; Tolerable upper intake levels for vitamins and minerals, Scientific Committee on Food, 2000, europa.eu.int/comm/food/fs/sc/scf/out80) ; Iron deficiency and overload in relation to nutrition, RIVM, Bilthoven, 2000, rapportnummer 650250 004.)

Vitamine B12 en cognitie

Jongeren tussen de 10 - 16 jaar met een verlaagde vitamine B12 status, behalen minder goede resultaten bij cognitietesten zoals bijvoorbeeld metingen van het ruimtelijk inzicht of korte-termijn geheugen. Dit blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Wageningen. Het lijkt dus zowel letterlijk als figuurlijk verstandig om voldoende vitamine B12 te eten.

Het onderzoek is uitgevoerd onder een groep adolescenten die gemiddeld tot hun zesde levensjaar een macrobiotische voeding hadden gegeten. Een macrobiotische voeding heeft veel overeenkomsten met een veganistische voeding. In beide gevallen worden geen vlees of melk- en melkproducten gegeten. Bij een macrobiotische voeding staat er sporadisch vis op het menu, een veganist eet in principe geen dierlijke producten. Dierlijke producten zijn goede bronnen van vitamine B12. Dat betekent dus ook dat beide voedingspatronen weinig vitamine B12 bevatten.

Sinds 1985 volgt de Universiteit van Wageningen een groep kinderen die in macro-biotische gezinnen zijn opgegroeid. In 1996 deden 48 ex-macrobioten uit deze groep mee aan het onderzoek van de universiteit. In deze groep hadden 31 personen een lage vitamine B12 status en 17 personen een normale B12 status. In de controlegroep hadden alle 24 personen een normale B12 status.

Alle drie groepen ondergingen testen die diverse aspecten van het cognitieve vermogen meten. Psychologen verleenden medewerking aan de ontwikkeling van deze testen. Gemeten werd bijvoorbeeld het concentratievermogen, ruimtelijk inzicht, de motoriek en het korte-termijngeheugen.

Bij vergelijking van de resultaten tussen deze groepen blijkt dat de groep ex-macrobioten met een verlaagde vitamine B12 status het minst goed presteerde. Een macrobiotische voeding op jonge leeftijd, lijkt dus nadelige gevolgen te hebben voor de cognitieve ontwikkeling. Als de gehele groep onder de loep wordt genomen, is er een associatie tussen de vitamine B12 status en de verschillende testen. Hoe lager de vitaminestatus, hoe slechter de uitslag van diverse testen. Binnen de groep ex-macrobioten lijkt deze relatie nog sterker te zijn.

Een lage vitamine B12 status lijkt gerelateerd aan het cognitief vermogen. Bij een voeding zonder dierlijke producten is er een verhoogde kans op een lage vitamine B12 status. Juist voor deze groep lijkt het verstandig de voeding aan te vullen met vitamine B12.

(Bron: The American Journal of Clinical Nutrition 2000, M.W.J. Louwman et al. Signs of impaired cognitive function in adolescents with marginal cobalamin status. Volume 72, pagina 762-769.)

Nieuwe Europese richtlijn voor vitaminesupplementen Nadruk op veiligheid en goede informatie

De Europese Commissie is druk bezig met harmonisatie van regels rond supplementen met vitamines en mineralen. Het toegenomen gebruik van supplementen en de grote verschillen in nationale voorschriften vormen de aanleiding. In de richtlijn, die grote overeenkomsten vertoont met de huidige Nederlandse wetgeving, komt de nadruk te liggen op veiligheid en goede informatie voor consumenten.

In de meeste landen is het gebruik van vitaminesupplementen al sinds een aantal jaren wettelijk geregeld: in Nederlandse sinds 1994. Nationale voorschriften voor de samenstelling en etikettering verschillen echter nog steeds aanzienlijk, wat de vrije handel in de Europese Unie niet bevordert.
I

n de richtlijn wordt gesteld dat een gevarieerde voeding normaal gesproken voldoende vitamines en mineralen levert voor een gezond leven, maar dat uit onderzoek is gebleken dat deze ideale situatie niet voor alle vitamines en mineralen geldt en niet door alle bevolkingsgroepen in de hele Europese Gemeenschap wordt gehaald. Daarom mag op het etiket informatie staan over de noodzaak om de voeding van specifieke bevolkingsgroepen aan te vullen wanneer dit wetenschappelijk is vastgesteld. Voorbeelden hiervan zijn foliumzuur voor vrouwen die zwanger willen worden en vitamine D voor kinderen.

Verder is de Europese richtlijn gebaseerd op het veiligheidsprincipe. Er wordt dus niet gekeken naar de hoeveelheid vitamines en mineralen die nodig is, maar naar de hoeveelheid die in ieder geval veilig is. Dit komt overeen met de huidige wetgeving in Nederland en Engeland, maar wijkt af van de wetgeving in landen als Duitsland en Frankrijk. Zo is in Nederland alleen een maximum gesteld aan het gehalte aan vitamine A en D, terwijl in Duitsland een maximum geldt voor alle vitamines.

Om de keuze voor consumenten te vergemakkelijken moet het etiket voldoende en juiste informatie bevatten. Zo moet er 'supplement' op de verpakking staan en mag niet gesuggereerd worden dat het product ziektes kan voorkomen, behandelen of genezen. Ook moet er op de verpakking staan hoeveel tabletten, capsules of druppels per dag worden geadviseerd en hoeveel vitamines en mineralen daarin zitten. Tot zover niets nieuws voor Nederland. Wel nieuw is de vermelding dat het product buiten bereik van kinderen moet worden bewaard en dat er - indien van toepassing - een waarschuwing voor overdosering moet worden opgenomen.

Uit praktische overwegingen geldt de nieuwe Europese regeling alleen voor die vitamines en mineralen, die door het wetenschappelijk comité voor de menselijke voeding (Scientific Committee on Food) zijn erkend. Deze lijst komt overeen met de huidige situatie in Nederland, behalve wat betreft het mineraal fluor, dat momenteel in Nederland niet aan supplementen mag worden toegevoegd, maar wel aan tandpasta.

In een later stadium kan de Europese richtlijn worden uitgebreid met andere (voedings)stoffen die een functie in het lichaam hebben, zoals aminozuren, vetzuren, vezels en planten- en/of kruidenextracten, mits daarvoor voldoende en deugdelijke wetenschappelijke gegevens beschikbaar zijn. Zolang die gegevens nog niet op EU-niveau zijn geëvalueerd, blijft de nationale wetgeving gelden voor deze stoffen. Supplementen die naast vitamines en/of mineralen ook andere (voedings)stoffen bevatten moeten wel voldoen aan de nieuwe regeling wat vitamines en mineralen betreft.

De richtlijn moet nog definitief worden goedgekeurd door het Europese Parlement en de Raad van Ministers en kan dan vanaf 31 mei 2002 van kracht worden.

(Bron: Gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen, COM(2001) 159 def. nr. 2000/0080 (COD), Brussel, 19.03.2001, te vinden op europa.eu.int/eur-lex/nl/com/pdf/2001/ nl_501PC0159.pdf)

De relatie tussen vitamines en de huid Vitamines tegen zonnebrand?

Hoge doseringen van vitamines lijken een lichte bescherming te bieden voor de huid tegen UV-straling. Het effect is te vergelijken met een "zonnebrandfactor" 1. Dit blijkt uit de conclusie van het overzichtsartikel "Nutritional skin care: health effects of micronutriënts and fatty acids", een analyse van meer dan 100 studies. Het smeren van een zonnebrandcrème is wel praktischer en effectiever dan het slikken van hoge doseringen aan vitamines.

In het overzichtsartikel is gezocht naar relaties tussen voedingstoffen en de gezondheidstoestand van de huid. Hierbij kwam ook de functie van vitamines en vetzuren als beschermers in de huid tegen UV-straling aan de orde.

Vitamine C en E lijken de huid te beschermen tegen UV-straling. De dosis die hiervoor nodig is kan niet uit een normale voeding worden gehaald. In onderzoeken gebruikte men hoeveelheden die ruim vijftig maal hoger zijn dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) van vitamines. Ook lijkt de combinatie van vitamine C en E een groter beschermend effect te hebben dan één van deze vitamines afzonderlijk.

De beschermende functie van pro-vitamine A (carotenoïden) in de huid is niet helemaal duidelijk. In een aantal studies werd geen effect gevonden, in andere studies werd de beschermende functie wel gezien. Hoe langer een supplement geslikt werd, en hoe hoger de dosis, hoe meer pro-vitamine A een beschermende functie leek te hebben. Ook hier liet de combinatie van pro-vitamine A en vitamine E het meeste effect zien.

Het eten van ongeveer 10 gram visvetzuren per dag, gedurende drie tot zes maanden, blijkt gunstig te zijn bij de bescherming van de huid tegen UV-straling. Dit effect is dan ongeveer te vergelijken met een ' zonnebrandfactor 1'.

Om ditzelfde beschermende effect te bereiken met vitamines moeten er hoge doseringen vitamines worden gebruikt gedurende een lange tijd. Het smeren van een zonnebrandcrème blijft dus de beste bescherming tegen de zon.

(Bron: American Journal of Clinical Nutrition 2001, Boelsma et al. Nutritional skin care: Health effects of micronutrients and fatty acids. Volume 73, pagina 853 - 864.)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie