Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Rapport onderzoek subsidies Europees Sociaal Fonds

Datum nieuwsfeit: 27-08-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

COMMISSIE KONING

Rapport onderzoek subsidies Europees Sociaal Fonds

Den Haag 27 augustus

Rapport onderzoek subsidies Europees Sociaal Fonds, programmaperiode 1994-1999 openbaar gemaakt

In Nederland is op alle niveaus, van SZW tot en met uitvoerders, ESF 1994-1999, slordig uitgevoerd. Die slordige uitvoering is van meet af aan te wijten aan de niet in alle situaties voorzienende en soms onduidelijke regelgeving. Daarnaast is dit te wijten aan de op afstand geplaatste en decentrale uitvoeringsorganisatie en aan de langdurige onderschatting van de problematiek door de Arbeidsvoorziening en SZW. Ieder afzonderlijk vanuit onderscheiden verantwoordelijkheden, maar ook in onderling verband. Van een enigermate omvangrijk misbruik van ESF-gelden is evenwel niet gebleken. Samenvattend concludeert de heer Koning dat de beeldvorming, dat rond ESF 1994-1999 er veel mis is gegaan, niet ligt aan de bereikte resultaten, maar vooral is ontstaan als het gevolg van een slordige uitvoering en een gebrekkige kwaliteit van de informatie over die uitvoering. Dit staat in het rapport 'Onderzoek Europees Sociaal Fonds, programmaperiode 1994-1999', dat mr H.E. Koning vanmorgen aan minister Vermeend heeft aangeboden.

De Nederlandse ESF-regeling is gedetailleerd, maar voorziet niet in alle situaties en is soms onduidelijk. Hierdoor konden situaties ontstaan die niet in overeenstemming bleken te zijn met de ook op grond van geconstateerde praktijksituaties evoluerende opvattingen van de EU over op welke wijze ESF uitgevoerd dient te worden. Dit is volgens Koning alle partijen te verwijten die invulling hebben gegeven aan de Nederlandse uitvoering.

SZW heeft de uitvoering van ESF op afstand gezet, maar nagelaten door actief toezicht haar verantwoordelijkheid adequaat te waarborgen. SZW heeft zich afhankelijk gemaakt van de uitkomsten van de uitvoering, maar had zelf geen greep op de uitvoering en geen inzicht in de kwaliteit van de uitkomsten. Pogingen sinds 1999 om alsnog vat te krijgen op ESF 1994-1999 hebben tot op heden maar beperkt resultaat gehad. Vooral omdat de relevante gebeurtenissen lang geleden hebben plaatsgevonden.

De landelijke organisatie van de Arbeidsvoorziening heeft bij aanvang van ESF 1994-1999 verzuimd eisen te stellen aan de gedecentraliseerde uitvoering van ESF. De Arbeidsvoorziening heeft nagelaten adequaat zorg te dragen voor een ordelijke en controleerbare administratieve organisatie en maatregelen van interne controle. Tijdens de programmaperiode 1994-1999 heeft ESF, afgezien van de invoering van de nieuwe controlesystematiek vanaf 1997, niet de aandacht gehad van de Arbeidsvoorziening die het, na duidelijke signalen van de EU, verdiende. Pas in een zeer laat stadium, eind 1999, heeft de Arbeidsvoorziening door oprichting van ESF Nederland voorzien in een, althans in opzet, toereikende uitvoeringsorganisatie van de ESF-subsidieregeling.

In haar rol als aanvrager en uitvoerder van projecten is de Arbeidsvoorziening ernstig tekortgeschoten. De heer Koning wijt dit aan nalatigheid van de landelijke organisatie, maar ook aan initiatieven van de regionale organisaties die niet pasten in expliciete aanwijzingen van de landelijke organisatie.

De Arbeidsvoorziening en SZW hebben zich weinig constructief betoond bij het gezamenlijk zoeken naar oplossingen voor de problemen die zich gedurende de looptijd van ESF 1994-1999 voordeden. In plaats van in dialoog te treden over effectieve oplossingen werd vooral aandacht besteed aan de schuldvraag.
De Arbeidsvoorziening en SZW hebben zich onvoldoende rekenschap gegeven van de betekenis van de EU-regelgeving. De problemen die nu spelen, zoals de twijfel die is gerezen over het recht op ESF-subsidie voor eigen ESF-projecten van de Arbeidsvoorziening wat betreft reïntegratietrajecten en de afrekening over de periode 1994-1996, zijn daar het gevolg van.

De aanvragers en uitvoerders hebben het moeten doen met een gedetailleerde Nederlandse ESF-regeling, die desondanks leemtes vertoonde. Sommigen hebben daarvan ongetwijfeld handig gebruik gemaakt. Een enkeling is daarbij over de schreef gegaan. Het voert echter te ver om op grond van een aantal incidenten de schuld van de slordige uitvoering bij de uitvoerders te leggen. In een aantal gevallen moeten zij waarschijnlijk eerder als slachtoffers dan als aanstichters worden beschouwd.

Gezien de ervaringen uit de aan ESF 1994-1999 voorafgaande periode is het onbegrijpelijk dat daarvan zo weinig is geleerd. Blijkens correspondentie en rapporten waren veel van de nu door genoemde tekortkomingen al in 1994 bij de meeste partijen bekend.

Tot zover beantwoorden de conclusies aan de in het tussenrapport uitgesproken verwachting dat het eindrapport een weinig opbeurend beeld te zien zou geven. Om de ESF-kwestie in het juiste perspectief te plaatsen rondt Koning zijn conclusies af met de volgende relativerende opmerkingen, die evenzeer uit het onderzoek voortvloeien:

Er is niet gebleken dat sprake is van grootschalige fraude of misbruik met ESF-gelden.

ESF-geld kreeg door tussenkomst van SZW of de Arbeidsvoorziening geen bestemming die in strijd is met de ESF-doelstellingen.

De geconstateerde onregelmatigheden betroffen in feite in verreweg de meeste gevallen voorstelbare, onopzettelijke misverstanden over de - soms complexe en naar Nederlandse maatstaven niet altijd voor de hand liggende - regels van de EU, dan wel reële meningsverschillen met de EU over de interpretatie van de ESF-regels.

Er bestaat geen twijfel over de vraag of de ESF-gelden, wederom volgens de normen die de EU hanteert, volgens de bedoeling van het ESF programma goed zijn besteed.

De schatting door de heer Koning van de totale 'onderrealisatie' bij ESF (dat wil zeggen: het deel van het voor ESF beschikbare budget dat niet werd benut) varieert van maximaal NLG 1.168 miljoen tot minimaal NLG 430 miljoen. De bedragen zijn afhankelijk van de gekozen uitgangspunten en behoudens enkele correcties die gemaakt moeten worden vanwege nog niet opgehelderde onzekerheden.

De financiële schade die Nederland zal lijden over de budgetperiode 1994-1999 vanwege deze kwestie bestaat primair uit dat deel van de terug te betalen onderrealisatie dat niet door de Arbeidsvoorziening of SZW op de aanvragers van ESF-projecten zal kunnen worden verhaald. De rest van de onderrealisatie betreft aangevraagde subsidies waarop de Nederlandse ESF-projecten bij nader inzien geen aanspraak blijken te kunnen maken. Dat is voor betrokkenen misschien betreurenswaardig, maar in feite heeft dat volgens Koning niets met schade van doen.

Het bedrag van ongeveer NLG 448 miljoen, dat de EU over de budgetperiode 1994-1996 heeft aangekondigd te corrigeren op de declaraties, is zeer hoog. In feite gaat het daarbij om een maximum, waarin bovendien een bedrag van ruim NLG 32,5 miljoen is opgenomen dat geen schade betreft, maar een schuld waarvan de verrekening al was voorzien. Minimaal zal naar verwachting, uitgaande van extrapolatie door de EU, een bedrag van bijna NLG 71 miljoen naar de EU terugvloeien dat redelijkerwijs momenteel als schade aangemerkt kan worden. Over de budgetperiode 1997-1999 verwacht de heer Koning vooralsnog geen financiële schade, in de zin zoals hierboven is geformuleerd.

Over de opdracht
Op 28 januari 2001 is mr H.E. Koning door minister Vermeend geïnstalleerd. Hij werd bijgestaan door een team van onderzoekers uit zowel de private sector als uit gedetacheerden van het Ministerie van Financiën en de Algemene Rekenkamer. De onderzoeksopdracht luidde: 'Inzicht verschaffen in het verloop van de uitvoering en afwikkeling van ESF-subsidies over de programmaperiode 1994-1999 tot nu toe en daarbij aan te geven op welke wijze de controle en afhandeling (inbegrepen organisatorische maatregelen) versneld zouden kunnen worden, en tevens een schatting geven van de doorlooptijd van afhandeling waarmee na 1 april aanstaande rekening gehouden moet worden.' Op 9 maart 2001 is een tussenrapport gepresenteerd. Het vandaag gepubliceerde rapport komt in plaats van dit tussenrapport. Aan de oorspronkelijke opdracht is over de belangrijkste punten van discussie een samenhangende, beredeneerde en op het onderzoek gefundeerde visie gegeven.

De integrale tekst is te downloaden van de website van het ministerie van SZW, www.minszw.nl onder het hoofdstuk officiële publicaties. Over enkele weken geeft het ministerie een gedrukte versie uit.

Woordvoerder: Ronald Florisson mobiel 0653831586 of email (ronald@florisson.nl)

27 aug 01 11:02

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie