Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Reactie Melkert op rapport-koning inzake ESF

Datum nieuwsfeit: 27-08-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Partij van de Arbeid
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

REACTIE AD MELKERT OP RAPPORT-KONING INZAKE ESF

Den Haag, 27 augustus 2001

Het is goed dat vandaag het rapport-Koning is verschenen.

Dat geeft kabinet en Kamer de gelegenheid tot een nader oordeel te komen over de beste aanpak van het complexe geheel dat de ESF-subsidieverlening is.

Het is ook een belangrijk rapport.

De terugblik is voor iedereen nuttig.

En het biedt een goede handleiding voor de toekomst.

Het is vanzelfsprekend aan het kabinet om hier nu op te reageren.

En de fracties in de Kamer, ook die van de PvdA, zullen daarna hun standpunt bepalen.

Dus wat doe ik hier op dit tijdstip met een informatief rapport in de hand?

Ik los hier een belofte in.

Die heb ik deze zomer gedaan toen ik veel belangstellenden meldde dat het zuiverder was om de opdracht die door minister Vermeend aan de heer Koning was verleend ook alle ruimte te geven.

En dat ik zelf graag zou ingaan op allerlei vragen zodra het rapport er zou zijn.

Ik ben intussen van de verbazing bekomen dat temidden van de grote groep mensen die in tien jaar tijd verantwoordelijkheid droeg voor ESF ik een soort VIP-behandeling blijk te genieten.

Die beschouw ik maar als een uitnodiging om een toelichting te geven op intenties en inspanningen die het beleid in mijn periode kenmerkten.

Eerlijke intenties, zware inspanningen.

Ik vind het meer dan de moeite waard om mij bij veel mensen die ongetwijfeld door veel berichten verontrust zijn geraakt hierover te verantwoorden.

Dat beschouw ik tegenover hen als mijn plicht en mijn taak.

Er is nog een reden waarom ik nu meteen wil reageren: een aantal zeer suggestieve berichten heeft me echt geraakt.

Want ze stonden haaks op de politiek waar ik voor sta.

Ze trokken de integriteit van de inspanningen van mijzelf en vele anderen, bij SZW en bij Arbeidsvoorziening in twijfel.

Met het rapport van de heer Koning is dat rechtgezet.

Het Europese geld is goed besteed, in niet minder dan 9000 projecten.

Het is besteed aan de aanval op de werkloosheid.

Met meer resultaat dan in een aantal andere lidstaten.

Er is geen ruimte geboden voor oneigenlijk gebruik of misbruik.

Laat met het rapport-Koning de feiten spreken over mijn integriteit en functioneren.

Feiten in plaats van twijfels.

En het doet me deugd dat het rapport bevestigt wat steeds mijn inzet was en is:

Bijdragen aan betrouwbaar openbaar bestuur.

Dat staat bij mij nummer één.

Dit is mijn reactie op de kern van het onderzoek.

Het onderzoek gaat echter over meer.

Over uitvoering, toezicht en controle.

Over overheid op afstand en ministeriële verantwoordelijkheid.

Over de resultaten van het beleid, met geld uit het Europees Sociaal Fonds, met name bestemd voor het veranderen van de uitzichtloze positie van langdurig werklozen.

De Kamer kan zich daardoor een beter oordeel vormen over de gang en stand van zaken.

De regering kan er haar voordeel mee doen in de vormgeving van het toekomstig beleid.

Daarom is het goed dat er een onderzoeksrapport is dat een goed inzicht geeft in de feiten en verhoudingen die de moeizame gang van zaken rond de ESF-gelden bepaalden.

Ik heb er behoefte aan bij de schets van de periode waarover ik verantwoordelijkheid als minister mocht dragen nog wat meer de context te schetsen, politiek en bestuurlijk, waarbinnen diverse afwegingen hebben plaatsgevonden.

Meer als aanvulling op dan als afwijking van het rapport.

Met excuus dat het een beetje droge stof is, met feiten en data.

Voor veel mensen kan het daardoor toch makkelijker worden de gang van zaken beter te

begrijpen.

Wat waren vanaf het begin de feiten?

In 1991 is door mijn voorganger Bert de Vries de beslissing genomen om de toekenning en de uitvoering van ESF subsidies door het zelfstandig bestuursorgaan Arbeidsvoorziening te laten uitvoeren.

Dat paste in de sfeer van "overheid op afstand" die toen heerste.

Bijzonder was de constructie dat de regering bestuurlijke verantwoordelijkheid deelde met sociale partners en tegelijk toezichthouder op afstand was voor de besteding van nationaal begrotingsgeld.

Dat was een constructie die - achteraf gezien - vroeg om problemen.

Dat is ook stevig bevestigd door de evaluatiecommissie-Van Dijk in april 1995 die op mijn uitdrukkelijk verzoek een half jaar sneller rapporteerde dan door mijn voorganger was gevraagd.

Wat dacht u van dit citaat uit het rapport-Van Dijk:

"Het is curieus te moeten constateren dat partijen die zelf (vrijwel) geen financiële bijdrage leverden en als medebestuurders evenmin in staat waren en deugdelijk financieel beheer binnen de organisatie te realiseren, zoveel bezwaren hadden tegen controle op doelmatigheid door de minister".

Ik heb de aanbevelingen van de commissie-Van Dijk direct opgepakt.

Daarvoor al had ik de Kamer in december 1994 bij de aanbieding van de jaarrekening van Arbeidsvoorziening ingelicht over signalementen dat er problemen waren rondom de verantwoording ESF.

Die problemen vielen samen met een ingewikkelde en spannende verwerking van een aanzienlijke bezuinigingstaakstelling op Arbeidsvoorziening.

In 1996 is de nieuwe Arbeidsvoorzieningswet in Tweede en Eerste Kamer behandeld.

Mag ik eens, om mijn gemoedstoestand van destijds te illustreren, uit mijn eigen werk citeren (Handelingen 25 juni 1996)?
"Ik heb het vanaf mijn aantreden onbevredigend en ook onaanvaardbaar gevonden - ik heb in de Kamer op dit punt van mijn hart ook geen moordkuil gemaakt - dat het moeilijk was om essentiële gegevens met betrekking tot het beheer van de arbeidsvoorzieningsorganisatie als geheel tijdig en systematisch te aggregeren en ter beschikking te krijgen, niet in de laatste plaats ook ten behoeve van de controlerende taak van de Tweede Kamer".

In een intensieve parlementaire behandeling kwam vast te staan dat de in het wetsvoorstel voorziene toezichtsbevoegdheden van de minister moesten worden verminderd om het geheel door beide Kamers aanvaard te krijgen.

Het ging met name om de bevoegdheid tot het stellen van regels ten aanzien van de inrichting van de begroting en het beleidsplan, de inrichting van de administratie, de accountantscontrole en de definiering van de meting van prestaties.

Deze bevoegdheid werd bij het Centraal Bestuur Arbeidsvoorziening gelegd (weliswaar met ministeriele goedkeuring) in plaats van direct bij de minister zelf, zoals voorgesteld.

Er waren dus principiële keuzes in het geding (tripartite samenwerking, decentralisatie) die dwars door de Kamer heenliepen.

En er was een tijdgeest met een heel breed draagvlak: samen met sociale partners de hoge werkloosheid te lijf; overheid op afstand van het zelfstandig bestuursorgaan Arbeidsvoorziening.

Dat betekent ook dat er toen geen steun was en ook geen voorstellen waren voor het fundamenteel wijzigen van verantwoordelijkheden zoals recent wel is gebeurd toen het kabinet - naar mijn mening terecht - besloot tot een wetsvoorstel Toezicht Europese Subsidies en het verleggen van de verantwoordelijkheid voor de ESF-subsidies naar een Agentschap onder directe aansturing van de minister.

Daarmee is met terugwerkende kracht ook erkend dat essentiële bevoegdheden op te grote afstand waren geplaatst.

Zo bezien was de brief van 13 juni 1996 waarin ik Arbeidsvoorziening heb gesommeerd orde op zaken te stellen en een plan van aanpak voor te leggen op het randje; dit was in de gegeven verhoudingen een ongebruikelijke stap, zoals de heer Koning onderstreept.

Ik wil verder nog het belang van een tweetal Rekenkamerrapporten onderstrepen.

Eerst eind '95 over Europese subsidiestromen.

Dat heeft binnen het ministerie en in de relatie met Arbeidsvoorziening veel in beweging gezet.

Zo werd in april 1996 de bestuursovereenkomst uit 1991 aangescherpt, onder meer gericht op verbetering van de verantwoordingsstructuur.

In november 1996 diende Arbeidsvoorziening het concept plan van aanpak in.

Dat is daarna ook met de Europese Commissie besproken.

In mei 1997 is het goedgekeurd.

In april 1998 verscheen het Rekenkamer-rapport "Bestrijding werkloosheid met Europese gelden", met daarin twee hoofdboodschappen:


* ESF-gelden kunnen een succesvol hulpmiddel zijn in de bestrijding van werkloosheid

* er is een betere verantwoordingssystematiek nodig en er zijn soms ernstige tekortkomingen in de financiële administratie.

In juni en juli 1998 - toen de algemene belangstelling exclusief uitging naar de kabinetsformatie - schreef ik Arbeidsvoorziening ronduit dat er sprake was van tekortkomingen in de aansturing ESF en dat veranderingen nodig waren waarover inmiddesl overeenstemming bestond.

Kort daarna nam ik afscheid van het ministerie, enigszins bedroefd dat ik de glamour van rapporten-Kits, bestuursovereenkomsten, plannen van aanpak en accountantsprotocollen voortaan zou moeten missen.

Ook terugkijkend zie ik een voortdurende inspanning van mijzelf en ook van mijn opvolgers om een weerbarstige opgave tot een betere uitkomst te brengen.

Dat geldt mijns inziens voor alle betrokkenen, ook de bestuurders en medewerkers van Arbeidsvoorziening met wie ik altijd in goede verstandhouding heb samengewerkt.

En als ik het rapport-Koning goed begrijp is er vanaf '97 sprake van een verbeterde, zij het nog lang niet toereikende verantwoording.

Verder bleef er tot de dag van vandaag een verschil van mening tussen kabinet en Rekenkamer bestaan over de vraag of het ministeriele toezicht zich ook moet uitstrekken tot het niveau van de projectuitvoering met Europese subsidiegelden.

En er valt nog veel te zeggen over de wijze waarop de Europese Commissie in met name 1997 tijdens het spel de spelregels veranderde en daarop Nederland nu aanspreekt.

Dit lijkt me een mooie kluif voor het kabinet, zeker nu het rapport-Koning waarschuwt dat niet voetstoots mag worden uitgegaan van het bedrag dat is genoemd in de recente brief van Brussel.

In mijn beleving is echter dit de kern: een voortdurende inspanning biedt nog geen garantie op een optimaal resultaat.

Werken met een controletoren van negen verdiepingen met instanties die alle elkaar aanspreken op hun formele verantwoordelijkheid; werken met een zelfstandig bestuursorgaan; werken met Europese directoraten-generaal met hun eigenaardigheden: dat is alles bij elkaar te veel geweest.

Dat is de les van tien jaar ESF.

Het toezicht moet helderder en meer eenduidig worden opgezet.

Zelfs bij de recente presentatie van de Wet Toezicht Europese Subsidies bleek dat er nog steeds verschillende opvattingen bestaan over de uitoefening van de toezichtstaken. De Kamer zal zich hier dus opnieuw over moeten uitspreken.

Het geheel overziende kom ik tot enkele conclusies.

Alle betrokken moeten zich de hoofdzaken uit het rapport aantrekken.

Dat geld ook voor mij binnen de mij passende - ministeriële - verantwoordelijkheid.

Daarvoor stond ik toen en daarvoor loop ik nu dus niet weg.

Kortom:


* aan de zonzijde staat het succes van de ESF-gelden die veel werkzoekenden ten goede zijn gekomen;

* aan de schaduwzijde staat het probleem van tekortkomingen in de administratie en verantwoording.

Op dit geheel ben ik voor iedereen aanspreekbaar.

Wat mij nu het meest bezig blijft houden is de opdracht om in de toekomst tot een betere samenhang tussen beleid en uitvoering, tussen toezicht en verantwoording te komen.

Er valt immers heel wat te leren van de conclusies van het rapport-Koning naar de toekomst toe.

Overheid op afstand bij de directe besteding van overheidsgeld schept grote complicaties.

We zijn inmiddels - anders dan rond 1990 - in een fase beland dat er ruimte is gekomen voor een minder ideologische benadering: niet de te beperkte keuze tussen de markt, het maatschappelijk middenveld of de overheid staat voorop; maar de vraag: bij wie kan de burger het beste terecht met de meeste zekerheid dat de bestedingen van het gemeenschapsgeld ook goed terechtkomen?

Deze uitdaging reikt nog verder.

Wat ik heb geleerd tijdens mijn verblijf op SZW, en dat gaat het echt om veel meer dan ESF, is dat politici en ambtenaren zich minder moeten verstoppen.

Minder verstoppen achter tevredenheid over het voldoen aan formele regels zonder naar de feitelijke resultaten te kijken.

Minder verstoppen achter decentralisatie van bevoegdheden zonder belangstelling te houden voor de gevolgen voor de mensen.

Minder verstoppertje, meer praktijkgericht en open.

Dienstbaar aan de burgers zelf.

Zodat verantwoording kan worden afgelegd over prestaties en de noodzaak tot verandering.

De Kamer stelt deze vragen nu ieder jaar in mei naar aanleiding van het jaarverslag door de regering.

De casus van het ESF biedt een goede mogelijkheid hierin vooruit te komen en hierdoor ook weer meer vertrouwen te winnen bij de burgers.

Dat is op veel plaatsen hard nodig, dat behoeft geen betoog.

Dat is de winst van het onderzoek van vandaag.

Dat is waar het steeds om gaat bij de publieke zaak.

Daar sta ik voor.

En het was hartverwarmend om te merken dat zo veel mensen in de moeilijke weken die achter mij liggen pal achter mij zijn gaan staan.

Dat geeft mij heel veel vertrouwen voor de toekomst.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie