Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord op kamervragen over WOZ taxaties

Datum nieuwsfeit: 24-09-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Financien
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Luchtenveld aan de staatssecretaris van Financiën en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de taxaties in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (ingezonden 21 augustus 2001).


1. Heeft u kennis genomen van de recente mediaberichten over beweerde afspraken van sommige gemeenten met de door hen ingeschakelde taxatiebureaus inzake de waardebepaling bij hertaxaties in het kader van de Wet WOZ nadat burgers bezwaar hebben gemaakt tegen de oorspronkelijke vastgestelde waarde?

Ja.


2. Is het waar dat sommige gemeenten regelmatig aan hetzelfde taxatiebureau opdracht verlenen voor de hertaxatie dat ook de oorspronkelijke taxatie heeft gedaan? Zo ja, hoe beoordeelt u die situatie? Zo neen, wat zijn volgens u dan de juiste feiten in de praktijk?

Ja. Als een gemeente verplicht is een ander taxatiebureau in te schakelen om bezwaren te behandelen, kleeft hieraan (ook naar de mening van de Waarderingskamer) het bezwaar dat een ander taxatiebureau niet meteen beschikt over de relevante gegevens hetgeen tot extra kosten kan leiden. Dit terwijl het rijk eind vorig jaar met de gemeenten juist afspraken heeft gemaakt over de beheersing van de uitvoeringskosten van de WOZ. Het voordeel van het inschakelen van een ander bureau door een gemeente kan zijn dat mogelijk het draagvlak bij belastingplichtigen wordt vergroot. Gemeenten zijn naar mijn mening goed in staat om op grond van (bovengenoemde) lokale afwegingen een keuze te maken tussen deze mogelijkheden. Ook als een gemeente kiest voor één taxatiebureau kan zij maatregelen treffen waarmee wordt bereikt dat de hertaxatie in het kader van de behandeling van een bezwaarschrift zorgvuldig gebeurt. Hierbij merk ik op dat het uiteindelijke oordeel over de vraag of een bezwaarschrift tegen de WOZ-waarde zorgvuldig is behandeld en of de WOZ-waarde correct is vastgesteld, behoort tot de bevoegdheid van de belastingrechter.


3. Is het waar dat er gemeenten zijn die de vergoeding van de kosten van de
hertaxatiebureaus afhankelijk stellen van de uitkomst van de hertaxatie in relatie tot de oorspronkelijke waarde? Zo ja, hoe beoordeelt u die situatie, zowel voor wat betreft de rechten van de burger alsook voor wat betreft de integriteit van bestuur op lokaal niveau? Zo neen, wat zijn dan de juiste feiten in de praktijk?

Ja, een aantal gemeenten heeft deze afspraken gemaakt. Ook vóór de invoering van de Wet WOZ werden door gemeenten in het kader van de hertaxatie OZB, dergelijke afspraken gemaakt. Het doel van deze bepalingen is om te voorkomen dat een gemeente betaalt voor fouten die een taxatiebureau bij de oorspronkelijke taxatie maakt. Een aantal gemeenten heeft als garantiebepaling afgesproken dat als de waarde na behandeling van het bezwaarschrift lager ligt dan 90% van de oorspronkelijke waarde zoals vermeld op de WOZ-beschikking, geconcludeerd mag worden dat de kwaliteit van de oorspronkelijke taxatie onvoldoende was. Om die reden hoeft de gemeente de rekening van het taxatiebureau voor de bezwaarbehandeling niet of niet helemaal te betalen. Hoewel niet is gebleken dat de behandeling van bezwaarschriften in die situatie onzorgvuldig geschiedt , krijgt het taxatiebureau hierdoor in ieder geval een belang bij het handhaven van de oorspronkelijke waarde (of tenminste geen aanpassing van meer dan 10%). Dergelijke clausules zijn in het kader van de contractvorming met betrekking tot garantie op het te leveren product wellicht denkbaar, maar geven voeding aan althans de suggestie van een niet objectieve beoordeling door de taxateur. Om die reden heeft de Waarderingskamer reeds in 1999 het standpunt ingenomen dat bepalingen met een dergelijke strekking onaanvaardbaar zijn. Ook de VNG heeft deze bepalingen jaren geleden al uit haar modelovereenkomst gehaald en ook de DUWOZ heeft in 1998 al aan haar leden geadviseerd deze bepaling niet meer toe te passen. Recent heeft de ONRI (organisatie van advies- en ingenieursbureaus) aangekondigd gemeenten te stimuleren om in de toekomst van de garantiebepaling af te zien. Ruim 70% van de uitbestede WOZ-markt wordt door bedrijven uitgevoerd die aangesloten zijn bij deze brancheorganisatie. Het is mij niet gebleken dat de hiervoor genoemde afspraken tot gevolg hebben dat gemeenten ten onrechte bezwaren tegen de WOZ-waarde afwijzen. Wel ben ik van mening dat dergelijke clausules niet wenselijk zijn. De Waarderingskamer zal bij gemeenten en taxatiebureaus erop aandringen om de desbetreffende bepaling buiten toepassing te laten. Ik zie vooralsnog geen aanleiding daarnaast andere maatregelen te nemen om deze clausules te voorkomen.


4. Welke maatregelen gaat u treffen teneinde de in de voorgaande vragen bedoelde situatie in een aantal gemeenten bij de hertaxatie van onroerende zaken in het kader van de Wet WOZ te bestrijden? Vindt daarover ook overleg plaats met de Vereniging Eigen Huis en de VNG?

Zie de antwoorden op de vragen 2 en 3. Ik zie geen aanleiding hierover afzonderlijk overleg te voeren met de Vereniging Eigen Huis en de VNG.


5. Bent u bereid zonodig, en mede met het oog op de evaluatie van de Wet WOZ, eigen onderzoek te entameren naar de bestuurspraktijk bij hertaxaties?

De Waarderingskamer heeft ondertussen aangekondigd te onderzoeken in hoeveel gemeenten garantiebepalingen zijn afgesproken en hoe zij precies luiden. Ik zal u te zijner tijd informeren over de uitkomsten van dit onderzoek.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie