Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag Europese Raad Interne markt, consumenten en toerisme

Datum nieuwsfeit: 27-09-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: European Union
Zoek soortgelijke berichten
European Union

2371. Raad - INTERNE MARKT CONSUMENTEN EN TOERISME Press Release: Brussels (27-09-2001) - Press: 333 - Nr: 12188/01
---
12188/01 (Presse 333)

(OR. fr)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2371e zitting van de Raad


- INTERNE MARKT, CONSUMENTENZAKEN EN TOERISME -

Brussel, 27 september 2001

Voorzitter:

de heer Charles PICQUÉ

Minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek, belast met het grotestedenbeleid

de heer Renaat LANDUYT

Vlaams minister van werkgelegenheid en toerisme

van het Koninkrijk België

INHOUD

DEELNEMERS

*

BESPROKEN PUNTEN

TOERISME

TOERISME VOOR ALLEN

*


-
RESULTAAT VAN DE CONFERENTIE TE BRUGGE (1/2 JULI 2001) *


-
CONCLUSIES VAN HET VOORZITTERSCHAP *

- DIMENSIE "TOERISME" IN ANDERE BELEIDSDOMEINEN


*

CONSUMENTENZAKEN

VOORBEREIDING VAN DE INTRODUCTIE VAN DE EURO (VANUIT

CONSUMENTENOOGPUNT) - OPENBAAR DEBAT

*

VERKOOP OP AFSTAND VAN FINANCIËLE DIENSTEN

*

VOEDINGSSUPPLEMENTEN

*

EUROPEES VERBINTENISSENRECHT

*

EUROPESE VOEDSELAUTORITEIT

*

GENETISCH GEMODIFICEERDE LEVENSMIDDELEN EN DIERVOEDERS


*

INTERNE MARKT

GEMEENSCHAPSOCTROOI

*

VERZEKERINGSBEMIDDELING

*

STATUUT VAN DE EUROPESE VENNOOTSCHAP

*

DIENSTEN VAN ALGEMEEN BELANG

*

OVERHEIDSOPDRACHTEN

*

GEMEENSCHAPSMODELLEN

*

VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN - CONCLUSIES

*

GRENSOVERSCHRIJDENDE BETALINGEN IN EURO'S

*

VRIJ VERKEER VAN PERSONEN

*

CONTROLE OP DE VERWERVING EN HET VOORHANDEN HEBBEN VAN WAPENS


*

BEPERKING VAN HET OP DE MARKT BRENGEN EN VAN HET GEBRUIK VAN BEPAALDE

GEVAARLIJKE STOFFEN EN PREPARATEN

*

BESCHERMING VAN VOETGANGERS - VERBINTENIS VAN DE EUROPESE

AUTOMOBIELINDUSTRIE

*

HERZIENING VAN DE GENEESMIDDELENWETGEVING

*

STRATEGIE VOOR EEN TOEKOMSTIG BELEID VOOR CHEMISCHE STOFFEN


*

DE ROL VAN DE NORMALISATIE IN EUROPA

*

NAAR EEN STRATEGISCHE VISIE OP LEVENSWETENSCHAPPEN EN BIOTECHNOLOGIE


*

DIVERSEN

*


-
OVERMATIGE SCHULDENLAST VAN CONSUMENTEN *

-
PROBLEMATIEK VAN ONGEVALLEN THUIS *

-
COÖRDINATIE VAN DE VAKANTIEPERIODES *

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

INTERNE MARKT

*


-
Informatiemaatschappij *

-
Geneesmiddelen voor menselijk gebruik *

CONSUMENTEN

*


-
Algemene productveiligheid *

INLANDVERVOER

*


-
Arbeidstijd van rijdend personeel - opening van de bemiddeling *
-
Richtlijn inzake de maximaal toegestane lengte van autobussen *

MILIEU

*


-
6e milieuactieprogramma *

-
Nationale emissiemaxima en grote stookinstallaties * *
-
Verdrag van ESPOO *

ONDERZOEK

*


-
Samenwerkingsovereenkomsten tussen Euratom en Rusland op nucleair gebied *

-
Samenwerkingsovereenkomst op nucleair gebied tussen Euratom en Kazachstan *

-
Financiële steun aan projecten inzake technisch onderzoek op het gebied van steenkool *

VISSERIJ

*


-
Controlemaatregelen voor over grote afstanden trekkende visbestanden *

LANDBOUW

*


-
Geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik *

BENOEMINGEN

*


-
Economisch en Sociaal Comité *


---

Voor meer informatie: tel. 02-285.62.19 of 285.81.11

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:

de heer Charles PICQUÉ

minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek, belast met het grotestedenbeleid

mevr. Magda AELVOET

de heer Renaat LANDUYT

minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu

Vlaams minister van Werkgelegenheid en Toerisme

Denemarken:

de heer Ole STAVAD

minister van Handel en Industrie

Duitsland:

De heer Alexander MÜLLER

staatssecretaris, ministerie van Consumentenbescherming, Voedselvoorziening en Landbouw

Griekenland:

Mevrouw Milena APOSTOLAKI

staatssecretaris van Ontwikkeling

Spanje:

de heer Ramón de MIGUEL Y EGEA

staatssecretaris van Europese Zaken

Frankrijk:

De heer François PATRIAT

staatssecretaris van Midden- en Kleinbedrijf, Handel, Ambacht en Consumenten

Ireland
:

de heer Tom KITT

onderminister van Ondernemingen, Handel en Werkgelegenheid, belast met arbeidsvraagstukken, consumentenrechten en internationale handel

Italië:

De heer Rocco BUTTIGLIONE

De heer Mario VALDUCCI

minister zonder portefeuille, bevoegd voor communautair beleid

staatssecretaris van Productieve Activiteiten

Luxemburg

De heer Marc UNGEHEUER

plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Nederland:

De heer Dick BENSCHOP

staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Oostenrijk:

Mevrouw Mares ROSSMANN

staatssecretaris van Economische Zaken en Arbeid

Portugal:

Mevrouw Margarida FIGUEIREDO

plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Finland:

De heer Kimmo SASI

minister van Buitenlandse Handel en Europese Aangelegenheden

Zweden:

De heer Leif PAGROTSKY

minister, bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, belast met Handel

De heer Hans-Eric HOLMQVIST

staatssecretaris bij het ministerie van Justitie

Verenigd Koninkrijk:

Mevrouw Melanie JOHNSON

staatssecretaris ("Parliamentary Under-Secretary of State") van Mededinging, Consumentenzaken en Markten


* * *

Commissie:

De heer Frits BOLKESTEIN

De heer David BYRNE

De heer Erkki LIIKANEN

lid

lid

lid

TOERISME

TOERISME VOOR ALLEN


- RESULTAAT VAN DE CONFERENTIE TE BRUGGE (1/2 JULI 2001)

De Raad heeft nota genomen van een verslag van het voorzitterschap over de Europese ministeriële conferentie die het op 1 en 2 juli 2001 te Brugge heeft georganiseerd, alsmede van de conclusies van het voorzitterschap. De conferentie heeft plaatsgevonden in het kader van de follow-up van de conclusies van de Raad Werkgelegenheid en Toerisme van 21 juli 1999.


- CONCLUSIES VAN HET VOORZITTERSCHAP

Het Belgische voorzitterschap meent dat in onze maatschappij zo veel mogelijk mensen de mogelijkheid dienen te krijgen aan toeristische activiteiten deel te nemen, en dat de bestaande financiële, fysieke en mentale belemmeringen daarvoor in de mate van het mogelijke moeten worden opgeheven. Het voorzitterschap heeft op 1 en 2 juli 2001 te Brugge een Europese ministeriële conferentie georganiseerd over het thema "Toerisme voor iedereen" en in het bijzonder over de toegankelijkheid van het toerisme voor personen met een handicap. Na deze conferentie heeft het voorzitterschap op 4 september 2001 bij de Raad een werkgroep bijeengeroepen als ideaal forum om onder deskundigen het thema meer in detail te bestuderen. Deze groep heeft de ontwerp-conclusies van het voorzitterschap inhoudelijk besproken. Gedurende deze vergadering, en gedurende de Europese ministeriële conferentie te Brugge, bestond er een ruime consensus over het thema in het algemeen en over de toegankelijkheid voor gehandicapten in het bijzonder en bestond tevens de bereidheid om in de toekomst gezamenlijk vooruitgang te boeken.

Het voorzitterschap verzoekt de Raad,


1. NOTA TE NEMEN van de tijdens de Europese ministeriële conferentie te Brugge op 1 en 2 juli 2001 verspreide samenvatting van de tussentijdse resultaten van de groepen - de stand van zaken per
1 juli 2001 - waarmee wordt voortgebouwd op de conclusies van de Raad van 21 juni 1999.
ER NOTA VAN TE NEMEN dat voor elk prioritair gebied (informatie, opleiding, kwaliteit, duurzame ontwikkeling en informatie- en communicatietechnologie) beleidsaanbevelingen en specifieke maatregelen worden voorgesteld;

2. de grote efficiency TE ERKENNEN van de in de groepen gekozen werkmethode om de deskundigheid uit de verschillende lidstaten, uit de toerismesector en van andere betrokken groeperingen te combineren en overeenstemming te bereiken over de te nemen prioritaire maatregelen;

3. rekening houdend met de besprekingen tijdens de Europese ministeriële conferentie te Brugge, de noodzaak TE ERKENNEN om


- toeristische activiteiten zo veel mogelijk toegankelijk te maken voor specifieke doelgroepen, met name jongeren en ouderen, gezinnen die in armoede leven, werklozen en personen met een handicap, zulks teneinde gelijke kansen te bevorderen en sociale insluiting te bewerkstelligen. De feitelijke implementatie zal berusten bij de overheid, de industrie en andere in het veld werkzame partijen, die over de nodige expertise beschikken;
- specifiek aandacht te schenken aan de verschillende communautaire programma's voor projecten die, zowel uit het oogpunt van maatschappelijk welzijn als uit dat van economisch beleid, direct of indirect een positief effect hebben op de deelname aan het toerisme door de gehele bevolking of door specifieke doelgroepen. Dit betreft vooral projecten die worden ondersteund door de Europese structuurfondsen (onder andere het Europees Sociaal Fonds en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling) dan wel in het kader van specifieke programma's zoals het 6e Kaderprogramma voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling, ondersteuning van de beleidssamenwerking tussen de lidstaten om sociale uitsluiting te bestrijden en om gebruik te maken van het Europees Jaar 2003 voor personen met een handicap;
- ervoor te zorgen dat in de onderwijs- en opleidingsprogramma's voor mensen die werkzaam zijn in de toeristische sector, specifieke modules worden opgenomen betreffende de opvang van en het verlenen van diensten aan personen met een handicap;
- vereenvoudigde systemen tot stand te brengen voor de kwalificatie van toeristische voorzieningen, en passende toegankelijkheidscriteria vast te stellen, opdat met betrekking tot de diverse aspecten van het toeristisch aanbod evenredige, doorzichtige informatie kan worden verstrekt;


4. Het voorzitterschap verzoekt de Commissie en de lidstaten binnen hun respectieve bevoegdheidsterreinen en met inachtneming van de grenzen van het subsidiariteitsbeginsel om:

- in de slotmededeling "Framing the Future for European Tourism" van de Commissie te verwijzen naar algemene maatregelen betreffende de toegankelijkheid van het toeristische aanbod en toeristische activiteiten voor personen met een handicap, en naar specifieke maatregelen inzake vereenvoudigde systemen voor de kwalificatie van toeristische voorzieningen en passende
toegankelijkheidscriteria en om de totstandbrenging van specifieke modules in het kader van onderwijs- en opleidingsprogramma's betreffende de opvang van en het verlenen van diensten aan personen met een handicap te bevorderen;

- de nodige maatregelen te nemen om te zorgen voor specifieke maatregelen in verband met de toeristische activiteit van personen met een handicap in het officiële programma van het Europees Jaar 2003 voor personen met een handicap;

- een instrument aan te reiken voor het opzetten van een systematische inventarisatie van initiatieven en maatregelen ter bevordering van de toeristische activiteit van specifieke doelgroepen en om een passende uitwisseling van informatie tussen de lidstaten mogelijk te maken.


- DIMENSIE "TOERISME" IN ANDERE BELEIDSDOMEINEN

De Raad heeft nota genomen van de door het voorzitterschap verstrekte informatie met betrekking tot de dimensie "toerisme" in andere beleidsdomeinen, en de Commissie verzocht om tegen de volgende zitting van de Raad Interne Markt, Consumentenzaken en Toerisme, op 26 november a.s., een informatieve nota in te dienen over de effecten en de gevolgen van de gebeurtenissen van 11 september in de Verenigde Staten voor de toeristische sector.

Het voorzitterschap heeft zijn informatienota opgesteld naar aanleiding van de ministeriële conferentie te Brugge op 1 en 2 juli 2001 over het thema "Toerisme voor iedereen". In deze nota wordt dieper ingegaan op enkele thema's die als voorbeelden kunnen worden aangehaald van dossiers waarmee de toeristische sector op Europees niveau wordt geconfronteerd.

In dit verband komen in het document van het voorzitterschap in het bijzonder de volgende thema's aan bod:


1. Harmonisering van de BTW-voeten in de horecasector en het collectief personenvervoer;

2. Harmonisering van de fiscale aftrekbaarheid van de BTW;
3. Harmonisering commerciële communicatie;
4. Voedselhygiëne;

5. Reisleiding en reisgidsen binnen de EU;
6. Luchtverkeerbeheer.

CONSUMENTENZAKEN

VOORBEREIDING VAN DE INTRODUCTIE VAN DE EURO (VANUIT

CONSUMENTENOOGPUNT) - OPENBAAR DEBAT

De Raad hield een openbaar - via de televisie door de pers en het publiek te volgen - debat over de voorbereiding van de introductie van de Euro (vanuit consumentenoogpunt) door de lidstaten.

Aan het slot van dit debat maakte de voorzitter de volgende opmerkingen:


- de lidstaten moeten zeer waakzaam blijven om ervoor te zorgen dat de overgang naar de euro een neutrale operatie blijft. Er moet een reeks maatregelen worden genomen om de prijsbeheersing te handhaven;

- de communicatie moet didactisch van aard zijn en de nadruk leggen op het feit dat de prijzen geen invloed van de euro ondergaan;

- de communicatie is niet alleen een taak van de lidstaten. Ook de beroepsgroepen moeten meedelen welke maatregelen zij nemen om de prijsniveaus tijdens de overgang naar de ene munt te handhaven;
- enkele lidstaten benadrukken het belang van de rol van concurrentie en de rol van de consumenten zelf;
- de lidstaten moeten bij de afrondingen die van de overgang naar de ene munt het gevolg zijn, het goede voorbeeld geven;
- bij de aanpassing van het MKB wordt vooruitgang geboekt, maar het MKB moet desondanks in de opleidings- en informatiecampagnes een doel bij uitstek blijven;

- de dubbele prijsaanduiding is zeer nuttig gebleken en blijft een belangrijk didactisch hulpmiddel;

- de lidstaten hebben talrijke maatregelen tegen fraude en oplichting genomen;

- alle lidstaten zijn uiterst oplettend en waakzaam met betrekking tot de geloofwaardigheid van de euro en de bescherming van de consument.

VERKOOP OP AFSTAND VAN FINANCIËLE DIENSTEN

De Raad bereikte met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een politiek akkoord, waarbij de Luxemburgse delegatie tegenstemde, over het gemeenschappelijk standpunt met het oog op een aanneming van de richtlijn inzake de verkoop op afstand van financiële diensten. Na bijwerking van de tekst zal dit gemeenschappelijk standpunt, in overeenstemming met de medebeslissingsprocedure van het Verdrag, formeel worden aangenomen en voor tweede lezing naar het Europees Parlement worden gezonden.

Dit gemeenschappelijk standpunt is gericht op de aanvulling van de Kaderrichtijn 97/7/EG van 20 mei 1997 betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten. Doel ervan is een hoge mate van harmonisering van de nationale bepalingen en een zeer hoog niveau van consumentenbescherming. De voornaamste elementen zijn gedetailleerde, voorafgaande informatie van de consument en het herroepingsrecht van deze laatste.

VOEDINGSSUPPLEMENTEN

De Raad bereikte een politiek akkoord, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, waarbij de Oostenrijkse, de Deense en de Griekse delegatie tegenstemden en de Spaanse delegatie zich van stemming onthield, over het gemeenschappelijk standpunt met het oog op de aanneming van de richtlijn betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen. Nadat de tekst is bijgewerkt zal dit gemeenschappelijk standpunt, overeenkomstig de medebeslissingsprocedure van het Verdrag, formeel worden aangenomen en voor tweede lezing naar het Europees Parlement worden gezonden.

Steeds meer producten met geconcentreerde bronnen van nutriënten, die worden aangeboden als aanvulling op de opname van deze nutriënten uit de normale voeding, worden in de Gemeenschap als voedingsmiddel op de markt gebracht. Het betreft met name vitaminen, mineralen, aminozuren, essentiële vetzuren, vezels en allerlei planten- en kruidenextracten.

Voor de regeling van deze producten gelden er in de lidstaten uiteenlopende nationale voorschriften die het vrije verkeer kunnen belemmeren, ongelijke concurrentievoorwaarden kunnen creëren en derhalve directe gevolgen kunnen hebben voor het functioneren van de interne markt.

Deze richtlijn dient in eerste instantie specifieke voorschriften te bevatten voor vitamines en mineralen die als ingrediënten van voedingssupplementen worden gebruikt. Voedingssupplementen die vitamines en mineralen, alsmede andere ingrediënten bevatten, dienen eveneens te voldoen aan de specifieke voorschriften voor vitamines en mineralen die in deze richtlijn zijn vastgesteld.

EUROPEES VERBINTENISSENRECHT

De Raad nam akte van de mededeling van de Commissie over Europees verbintenissenrecht.

Deze mededeling, die door de Commissie in juli jl. werd aangenomen, heeft een debat op gang gebracht over de eventuele problemen op de interne markt die voortvloeien uit de verschillen in het nationale verbintenissenrecht. Doel ervan is na te gaan of er eventueel behoefte is aan communautaire maatregelen.

In de mededeling worden vier verschillende mogelijkheden genoemd waarover gedebatteerd zal worden:


- het oplossen van alle gesignaleerde problemen overlaten aan de markt;


- het aanwijzen van de gemeenschappelijke elementen in de meeste bepalingen van het nationale verbintenissenrecht en op grond daarvan nuttige richtsnoeren formuleren voor nationale wetgevers bij het opstellen van wetgevingsinitiatieven, voor nationale rechters en arbiters die beslissingen moeten geven en voor contractpartijen bij de opstelling van hun overeenkomsten;
- het herzien en verbeteren van de bestaande communautaire wetgeving op dit gebied ter vereenvoudiging en verbetering van de kwaliteit ervan;

- het creëren van een nieuw rechtsinstrument op communautair niveau dat bijvoorbeeld een door de contractpartijen gekozen optioneel model zou kunnen zijn of een veiligheidsnet van conservatoire bepalingen als de contractanten geen oplossing voor een eventueel probleem hebben gevonden.

EUROPESE VOEDSELAUTORITEIT

De Raad nam nota van de stand van de besprekingen over dit voorstel voor een verordening. De Raad kwam overeen het Comité van permanente vertegenwoordigers te verzoeken in het kader van de tweede lezing van het Europees Parlement, alles te doen om de standpunten van de twee instellingen dichter bij elkaar te brengen en zo de aanneming van de verordening vóór het eind van het jaar naderbij te brengen.

GENETISCH GEMODIFICEERDE LEVENSMIDDELEN EN DIERVOEDERS

De Raad nam nota van de presentatie door de Commissie van haar twee verordeningsvoorstellen, namelijk één betreffende de traceerbaarheid en etikettering van GGO's en van met GGO's verkregen producten en een ander betreffende de regelgeving voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders. De Raad verzocht zijn bevoegde instanties om actief aan de voortgang van de besprekingen te werken.

INTERNE MARKT

GEMEENSCHAPSOCTROOI

Tijdens de lunch nam de Raad nota van een verslag van het voorzitterschap over de stand van de besprekingen en besprak hij uitvoerig de nog altijd op te lossen problemen rond de totstandbrenging van het Gemeenschapsoctrooi. Nadat nota genomen was van de voornaamste problemen van de verschillende delegaties met het door het voorzitterschap voorgestelde ontwerp voor een gemeenschappelijke aanpak, beloofde het voorzitterschap al het nodige te doen om een compromistekst op te stellen die door alle delegaties kan worden gesteund, zodat vóór het eind van het jaar een akkoord bereikt kan worden. Het Comité van permanente vertegenwoordigers wordt verzocht de besprekingen over alle aspecten van de invoering van het Gemeenschapsoctrooi actief voort te zetten. De voorzitter van de Raad merkte op dat alle delegaties benadrukten dat een geloofwaardig Gemeenschapsoctrooi tot stand moet worden gebracht.

Wat de stand van de besprekingen betreft wordt gememoreerd dat overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Lissabon, die later door de Europese Raden van Feira en Stockholm werden onderschreven, een Gemeenschapsoctrooi, met inbegrip van het gebruiksmodel, uiterlijk eind 2001 beschikbaar moet zijn. Het verordeningsvoorstel is gericht op de invoering van één octrooi dat voor het gehele grondgebied van de Europese Unie geldt. Voorgesteld wordt dat het wordt verleend door het Europees Octrooibureau (EOB) te München, overeenkomstig de octrooieerbaarheidsvereisten en de procedures van het Europees Octrooiverdrag (EOV) en het bijbehorende uitvoeringsreglement.

In zijn zitting van 30/31 mei 2001 is de Raad (Interne markt, Consumentenzaken en Toerisme) akkoord gegaan met een gemeenschappelijke aanpak die richting wil geven aan de verdere besprekingen. Sedert deze zitting gingen de besprekingen in de bevoegde Raadsinstanties in hoofdzaak over de financiële regeling, de rol van de nationale bureaus, de talenregeling en de behandeling van de artikelen van het verordeningsvoorstel.

VERZEKERINGSBEMIDDELING

De Raad nam akte van het verslag van het voorzitterschap betreffende de stand van de besprekingen over dit dossier. Hij verzocht het Comité van permanente vertegenwoordigers de besprekingen voort te zetten om de behandeling van dit voorstel tijdig, voor zijn volgende zitting op 26 november 2001 af te ronden.

Met de voorgestelde richtlijn wordt beoogd een wettelijke regeling tot stand te brengen voor de beroepsactiviteit van
verzekeringstussenpersonen in de gehele Europese Unie. De richtlijn past in het raamwerk van de drie levensverzekeringsrichtlijnen (79/267/EEG, 90/619/EEG en 92/96/EEG) en de drie niet-levensverzekeringsrichtlijnen (73/239/EEG, 88/357/EEG en 92/49/EEG) en houdt rekening met de verschillende wijzigingen die in de wettelijke regelingen zijn aangebracht sedert de aanneming van Richtlijn 77/92/EEG betreffende verzekeringstussenpersonen.

De voorgestelde richtlijn stelt minimumvereisten vast voor zowel de beroepsbekwaamheid van de tussenpersonen als de informatievoorziening aan de consument bij de opstelling van een contract. Ingevolge de richtlijn zal het voor ingeschreven tussenpersonen mogelijk zijn om, met inachtneming van duidelijke wettelijke voorschriften, hun diensten op de interne markt aan te bieden en zo volgens strikte normen bij te dragen tot de efficiënte werking van de verzekeringsmarkt.

STATUUT VAN DE EUROPESE VENNOOTSCHAP

Na bespreking van de amendementen die zijn voorgesteld door het Europees Parlement, dat opnieuw geraadpleegd was naar aanleiding van het door de Raad in december 2000 ingenomen standpunt, besloot de Raad deze amendementen niet over te nemen. De Raad bevestigde zijn voornemen om de verordening in de zitting van de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 8 oktober 2001 formeel aan te nemen, samen met de richtlijn tot aanvulling van het statuut van de Europese Vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers.

Gememoreerd wordt dat het tijdens de Europese Raad van Nice van begin december 2000 bereikte akkoord over het vraagstuk van de rol van de werknemers het mogelijk maakte het dossier na 30 jaar van onderhandelingen te deblokkeren. De Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid op 20 december 2000 had vervolgens een positief standpunt ingenomen ten aanzien van een politiek akkoord en had besloten het Europees Parlement opnieuw te raadplegen.

DIENSTEN VAN ALGEMEEN BELANG

De Raad nam nota van het voornemen van de Commissie om eerlang een verslag aan te nemen over de diensten van algemeen belang, alsmede van de belangrijke bijdragen ter zake van een aantal delegaties, die getuigen van het belang dat in de lidstaten aan dit vraagstuk wordt gehecht. De Raad zal het Commissieverslag tijdens zijn volgende zitting (26 november) bespreken, zodat een bijdrage kan worden opgesteld voor de Europese Raad van Laken in december.

Gememoreerd wordt dat de conclusies van het voorzitterschap betreffende de Europese Raad van Nice (7, 8 en 9 december jl.) een punt bevatten betreffende de diensten van algemeen belang. In dit punt nam de Europese Raad nota van de mededeling van de Commissie van 20 september 2000 over de diensten van algemeen belang en hechtte hij zijn goedkeuring aan de op 30 november 2000 door de Raad aangenomen verklaring over de diensten van algemeen economisch belang. Vervolgens verzocht hij de Raad en de Commissie de werkzaamheden voort te zetten uitgaande van deze beleidslijnen en van de bepalingen van artikel 16 van het Verdrag. De Europese Raad nam voorts kennis van het voornemen van de Commissie om, in nauwe samenwerking met de lidstaten, te bezien hoe bij de toepassing van het mededingingsrecht inzake diensten van algemeen belang een grotere voorspelbaarheid en rechtszekerheid kunnen worden gewaarborgd. De Raad en de Commissie moeten voor de Europese Raad van december 2001 verslag uitbrengen over de implementatie van deze beleidslijnen.

OVERHEIDSOPDRACHTEN

De Raad nam nota van een door het voorzitterschap opgesteld voortgangsverslag over dit prioritaire dossier en verzocht het Comité van permanente vertegenwoordigers de besprekingen actief voort te zetten.

Het nieuwe wetgevingspakket, bestaande uit


- het voorstel voor een richtlijn betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen, diensten en werken, en


- het voorstel voor een richtlijn houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sector water- en energievoorziening en vervoer,

dat de Commissie tijdens de zitting van de Raad Interne Markt in mei 2000 heeft voorgesteld, heeft twee doelstellingen. De eerste is de bestaande communautaire richtlijnen te vereenvoudigen en te verduidelijken en de tweede is deze richtlijnen aan te passen aan de moderne administratieve behoeften in een economische omgeving die zich wijzigt als gevolg van factoren zoals de liberalisering van de telecommunicatiesector of de omschakeling naar de nieuwe economie. Teneinde de aanbestedingsprocedures doorzichtiger te maken en corruptie en georganiseerde misdaad beter te bestrijden, voorziet het pakket wetgeving ook in maatregelen die erop gericht zijn de criteria voor het gunnen van de opdracht en de selectie van de inschrijvers duidelijker te maken.

De twee voorstellen beogen:


- de invoering van elektronische aankoopmechanismen en de daaruit voortvloeiende verkorting van de termijnen van de aanbestedingsprocedures;

- een verduidelijking van de bepalingen betreffende de technische specificaties, waardoor een daadwerkelijke mededinging kan worden gewaarborgd via de deelneming van een zo groot mogelijk aantal inschrijvers, en in het bijzonder van innoverende ondernemingen;


- een versterking van de bepalingen betreffende de gunningscriteria;

- een vereenvoudiging van de drempels, waarvan het aantal is verlaagd;

- de invoering van een gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten.

GEMEENSCHAPSMODELLEN

De Raad nam nota van de vooruitgang die is geboekt met betrekking tot de laatste hinderpaal voor de aanneming van het verordeningsvoorstel betreffende Gemeenschapsmodellen. Hij droeg het Comité van permanente vertegenwoordigers op de definitieve tekst van de verordening op te stellen, zodat deze tijdens een volgende zitting van de Raad zonder verdere discussie kan worden aangenomen.

Gememoreerd wordt dat de Raad tijdens zijn zitting van 30 november 2000 een politiek akkoord had bereikt over alle punten van het verordeningsvoorstel, op één na. Dankzij de contacten die inmiddels hebben plaatsgevonden, is een oplossing voor dit laatste punt veel dichterbij gekomen. Het verordeningsvoorstel, dat door de Raad unaniem moet worden aangenomen, voorziet in een voor de hele Gemeenschap geldend model, dat zal worden ingeschreven door het in Alicante gevestigde Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt, dat sinds 1996 het Gemeenschapsmerk beheert.

VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN - CONCLUSIES

De Raad nam nota van de presentatie door de Commissie van haar verslag over de toepassing van Verordening (EG) nr. 2679/98 betreffende het vrije verkeer van goederen en nam terzake conclusies aan.

In het Commissieverslag wordt nagegaan welke resultaten de verordening sinds haar inwerkingtreding heeft opgeleverd. Doel van de verordening is ernstige belemmeringen van het vrije verkeer van goederen in de interne markt tegen te gaan. Samen met de verordening heeft de Raad een resolutie aangenomen om uitdrukking te geven aan het politieke engagement van de Raad en de lidstaten om de Commissie te steunen in haar streven om het vrije verkeer te versterken.

Door de onderstaande conclusies aan te nemen zegt de Raad zijn steun toe aan een meer dynamische toepassing van de verordening, door middel van een vademecum en een internetsite.

"DE RAAD,

ONDER VERWIJZING naar de resolutie van de Raad en van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 7 december 1998, betreffende het vrije verkeer van goederen en naar de daarin aangegane verbintenissen,

ERAAN HERINNEREND dat het vrije verkeer van goederen een wezenlijke grondslag is voor de interne markt,


1. NEEMT NOTA van het verslag van de Commissie over de toepassing van Verordening (EG) nr. 2679/98;

2. ONDERSTREEPT dat de marktdeelnemers, de Commissie en de lidstaten in geval van belemmering of dreigende belemmering voor het vrije verkeer belang hebben bij een snelle en zo volledig mogelijke informatieverstrekking, in het bijzonder over de aard en de plaats van de eventuele belemmeringen en over alternatieve routes, alsmede bij een regelmatige uitwisseling van informatie over de toepassing van de verordening;

3. KOMT op grond van de ervaring die er in de loop van de beperkte toepassingsperiode van de verordening mee is opgedaan, OVEREEN dat de verordening nog dynamischer moet worden toegepast door een nauwe samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie, waarbij, zoals in die resolutie ook is benadrukt, rekening moet worden gehouden met de grondrechten, met inbegrip van het stakingsrecht of de stakingsvrijheid, zoals erkend in de lidstaten;


4. ACHT de volgende suggesties van de Commissie passend:

- de aanneming van een "vademecum" voor de lidstaten en de marktdeelnemers; in dit document dat door de Commissie moet worden opgesteld in nauwe samenwerking met de lidstaten en met inachtneming van de wensen van de economische actoren, moeten met name duidelijk de te volgen procedures worden aangegeven, enerzijds voor als er een belemmering dreigt en anderzijds wanneer zich een werkelijke belemmering van het vrije verkeer voordoet;
- de bewustmaking van de media en de economische actoren, met name door middel van de oprichting van een specifieke internetsite;


5. ONTVANGT met belangstelling het voorontwerp dat de Commissie heeft voorgelegd voor een standaardformulier dat de lidstaten moet helpen de krachtens artikel 3, lid 1, van de verordening op hen rustende verplichtingen na te komen, en VERZOEKT de Commissie om in samenwerking met de lidstaten een dergelijk standaardformulier op te stellen;


6. HERINNERT er tenslotte aan dat de lidstaten, toen zij de bovengenoemde resolutie aannamen, overeengekomen zijn "ervoor te zorgen dat er snelle en doeltreffende rechtsmiddelen ter beschikking staan van personen die nadeel hebben ondervonden van een schending van het Verdrag ten gevolge van een belemmering in de zin van artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2679/98.".

GRENSOVERSCHRIJDENDE BETALINGEN IN EURO'S

Na de presentatie door Commissielid BOLKESTEIN van het Commissievoorstel dat ten doel heeft de bankkosten van grensoverschrijdende betalingen in euro's te verlagen tot een peil dat overeenkomt met de kosten op nationaal vlak, nam de Raad nota van het voorstel en van de opmerkingen van een aantal delegaties.

VRIJ VERKEER VAN PERSONEN

De Raad nam nota van de presentatie door de Commissie van haar richtlijnvoorstel betreffende het recht van de burgers van de Unie en hun familieleden zich op het grondgebied van de lidstaten vrij te verplaatsen en er vrij te verblijven. De Raad deelt het standpunt van de Commissie ten aanzien van het belang van dit voorstel en heeft het Comité van permanente vertegenwoordigers verzocht zo spoedig mogelijk met de bespreking van dit voorstel te beginnen.

Het voorstel zal behandeld worden in de Raad Interne markt, maar aangezien er verscheidene sectoren aan bod komen, zoals de interne markt, justitie en binnenlandse zaken alsmede een aantal sociale aspecten, zullen de Raad Algemene Zaken en het Coreper II op de hoogte moeten worden gehouden van de besprekingen over dit voorstel, met name in het licht van de stand van de besprekingen in de andere Raadsformaties.

CONTROLE OP DE VERWERVING EN HET VOORHANDEN HEBBEN VAN WAPENS

De Raad nam nota van de presentatie van het Commissieverslag over de uitvoering van Richtlijn 91/477/EEG inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens; doel van deze richtlijn is de controle op wapens binnen de interne markt, waar vrij verkeer zonder grenzen heerst, te vergemakkelijken.

In het verslag bevestigt de Commissie haar voornemen om begin 2002 wetgevingsvoorstellen in te dienen waarin rekening zal worden gehouden met de werkzaamheden die in het kader van de VN zijn verricht.

BEPERKING VAN HET OP DE MARKT BRENGEN EN VAN HET GEBRUIK VAN BEPAALDE

GEVAARLIJKE STOFFEN EN PREPARATEN

De Raad heeft een unaniem politiek akkoord bereikt over zijn gemeenschappelijk standpunt betreffende het voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 76/769/EEG inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten. Het gaat hier om pentabroomdifenylether (pentaBDE) (24e wijziging). Na de bijwerking van de tekst in de talen van de Gemeenschap zal het gemeenschappelijk standpunt worden aangenomen en, met het oog op de tweede lezing, aan het Europees Parlement worden toegezonden.

Pentabroomdifenylether (pentaBDE) is een broomhoudend brandvertragend middel dat bijna uitsluitend bij de productie van zacht polyurethaanschuim voor meubilair en stoffering wordt gebruikt. De milieurisico's van pentaBDE zijn onderzocht. Gebleken is dat de met de productie en het gebruik van dit schuim verbonden risico's moeten worden beperkt. Op basis van de risicobeoordeling heeft de Commissie op 15 januari 2001 voorgesteld het gebruik en het op de markt brengen van artikelen die pentaBDE bevatten, te verbieden. Wat betreft de andere broomhoudende brandvertragende middelen, die in andere toepassingen dan polyurethaanschuim worden gebruikt, nl. decaBDE en octaBDE, wordt voorgesteld de resultaten van de lopende risicobeoordeling af te wachten.

BESCHERMING VAN VOETGANGERS - VERBINTENIS VAN DE EUROPESE

AUTOMOBIELINDUSTRIE

De Raad nam akte van de mededeling van de Commissie over de bescherming van voetgangers en kijkt met belangstelling uit naar het voor december geplande Commissieverslag over de verdere ontwikkelingen in dit dossier.

De Commissie heeft een mededeling uitgebracht over de bescherming van voetgangers en de verbintenis van de automobielindustrie. Hierin beschrijft zij de resultaten van de visie van de Commissie op dit onderwerp. In december 2000 heeft de Commissie de mogelijkheid besproken om op basis van een vrijwillige verbintenis van de automobielindustrie voetgangers en andere weggebruikers beter te beschermen tegen verwondingen. Zij heeft onderhandelingen aangeknoopt met de Europese Federatie van Autoproducenten (ACEA) en daarnaast ook met de Japanse en de Koreaanse federaties van autoproducenten. In februari van dit jaar kregen alle belanghebbenden tijdens een openbare hoorzitting de gelegenheid om hun standpunt kenbaar te maken.

De eerste fase van de besprekingen met de Europese industrie is in juli afgerond. De industrie heeft zich ertoe verbonden een aantal maatregelen te nemen met het oog op passieve en actieve (waaronder bijv. elektronische sensoren) bescherming. Op basis van de adviezen van de andere Europese instanties en de opgedane ervaring zal de Commissie nagaan of er toch nog wettelijke maatregelen nodig zijn. In Japan en Korea heeft de industrie te kennen gegeven eind dit jaar eenzelfde verbintenis te zullen aangaan.

Haar besluit om de vrijwillige verbintenis ook in de toekomst te aanvaarden, dan wel een kaderrichtlijn of een op de traditionele aanpak gebaseerde richtlijn voor te stellen, zal de Commissie uitstellen tot ten laatste december 2001.

HERZIENING VAN DE GENEESMIDDELENWETGEVING

De Raad nam akte van de indiening door de Commissie van haar voorstellen voor de herziening van de geneesmiddelenwetgeving. Het gaat om de volgende wijzigingen:


- wijziging van Verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling,

- wijziging van de richtlijn tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik, en
- wijziging van de richtlijn tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik. (Deze twee richtlijnen zijn nog niet aangenomen, maar de Commissie heeft reeds het voornemen te kennen gegeven om ze te wijzigen.) De doelstellingen van de herziening van de Europese geneesmiddelenwetgeving zijn:

- zorgen voor een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de Europese burger (innoverende en veilige producten zo spoedig mogelijk ter beschikking stellen van de patiënt),
- zorgen voor een verhoogd markttoezicht (versterking van de waakzaamheid inzake geneesmiddelen),

- verbeteren van het niveau van de diergezondheid (opvoeren van het aantal geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik),
- de interne markt van geneesmiddelen voltooien zonder de uitdagingen van de mondialisering uit het oog te verliezen,
- een juridisch kader creëren waarbij het concurrentievermogen van de Europese industrie wordt bevorderd,

- het systeem en de procedures rationaliseren, vereenvoudigen en transparanter maken.

Bovendien zou de bevoegdheid van het Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling (EBG/Londen) worden uitgebreid. Ook wordt eraan gedacht om de gedecentraliseerde procedure (van toepassing op, bijvoorbeeld, generieke geneesmiddelen) evenals de arbitrageprocedure te hervormen.

STRATEGIE VOOR EEN TOEKOMSTIG BELEID VOOR CHEMISCHE STOFFEN

De Raad nam nota van de presentatie door de Commissie van de stand van het dossier "Strategie voor een toekomstig beleid voor chemische stoffen".

Er zij gememoreerd dat de Commissie in februari jl. haar witboek over haar strategie op dit gebied heeft gelanceerd.

Het witboek zal worden opgevolgd door wetgevingsinitiatieven van de Commissie. Meer bepaald wordt voorzien in één enkel nieuw samenhangend systeem voor alle chemische stoffen (model REACH, registratie, evaluatie en vergunning/snelle beperking van chemische stoffen). Het systeem zal door de lidstaten en door het Europees Bureau voor Chemische Stoffen (ECB) worden beheerd. Samenwerking met het bedrijfsleven is in dit verband onontbeerlijk (bijvoorbeeld voor de informatie van de autoriteiten en de risicobeoordeling).

De nieuwe aanpak zal de wijziging of consolidering van de volgende wetgevingsinstrumenten omvatten:


- Richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen, als gewijzigd;

- Richtlijn 88/379/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten, die onlangs werd vervangen door Richtlijn 1999/45/EG;
- Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad inzake de beoordeling en de beperking van de risico's van bestaande stoffen;
- Richtlijn 76/769/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten.

DE ROL VAN DE NORMALISATIE IN EUROPA

De Raad nam akte van de presentatie door de Commissie van haar verslag over de toepassing van de resolutie van de Raad betreffende de rol van de normalisatie in Europa. De Raad had deze resolutie in oktober 1999 aangenomen met een verzoek aan de Commissie om vóór 30 juni 2001 bij de Raad verslag uit te brengen over de maatregelen die zij als follow-up zou hebben genomen.

NAAR EEN STRATEGISCHE VISIE OP LEVENSWETENSCHAPPEN EN BIOTECHNOLOGIE

De Raad nam akte van de plannen van de Commissie met betrekking tot de voorbereiding van een strategie voor biotechnologie in Europa.

Er zij gememoreerd dat de Commissie in september een openbare raadpleging over levenswetenschappen en biotechnologie heeft gelanceerd. Daartoe publiceerde zij een consultatiedocument "Naar een strategische visie op biowetenschappen en biotechnologie", waarin een scala van aan biotechnologie gerelateerde vraagstukken aan de orde komt.

In dit document worden de huidige beleidsoverwegingen van de Commissie geschetst en verscheidene specifieke kwesties aangesneden waarover zij meer bepaald reacties wenst te ontvangen. De in dit document aangesneden thema's betreffen met name: de technologische mogelijkheden en de veiligheid van het gebruik daarvan; welk onderzoek moet worden gesteund, de ethische en maatschappelijke implicaties van onderzoek en van technologische toepassingen, de behoeften van het publiek aan informatie en deelname, de regelgeving met betrekking tot de GGO's op korte en op lange termijn, de verschillende benaderingen op internationaal niveau en binnen de verschillende internationale organen, en de specifieke behoeften van de ontwikkelingslanden.

DIVERSEN


- OVERMATIGE SCHULDENLAST VAN CONSUMENTEN
De Raad nam akte van de nota van de Belgische delegatie over de initiatieven inzake overmatige schuldenlast van consumenten in de Europese Gemeenschap.
Aangezien het probleem van een overmatige schuldenlast momenteel een groot aantal Europese burgers in alle lidstaten treft, is de Belgische delegatie van oordeel dat een gecoördineerd optreden op Europees niveau moet worden overwogen. Daartoe stelt deze delegatie de oprichting van een Europees netwerk voor.
- PROBLEMATIEK VAN ONGEVALLEN THUIS
De Raad nam nota van de interventie van de Belgische delegatie die de aandacht wenst te vestigen op het witboek van de NGO Ecosa inzake ongevallen thuis. Dit verslag bevat belangrijke opmerkingen over dit probleem en bepleit een meer gecoördineerde Europese aanpak ter zake.
De Belgische delegatie verzoekt dan ook de Raad en de Commissie om deze kwestie in overweging te nemen en in een later stadium te behandelen.

- COÖRDINATIE VAN DE VAKANTIEPERIODES
De Raad nam akte van een informatieve nota van de Oostenrijkse delegatie over de kwestie van een betere seizoensspreiding van de toeristische activiteiten in Europa door middel van bepaalde maatregelen om de toeristische stromen flexibeler te maken. Ingevolge dit Oostenrijkse initiatief, dat door verscheidene delegaties gunstig werd onthaald, werd de Commissie verzocht om
- ondanks haar zeer beperkte bevoegdheid op dit gebied - over dit onderwerp na te denken en de Raad zo spoedig mogelijk informatie hierover te verstrekken.

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

(Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen is verkrijgbaar bij de Persdienst.)

INTERNE MARKT

Informatiemaatschappij

De Raad heeft het besluit aangenomen waarbij de Commissie wordt gemachtigd om namens de Europese Gemeenschap, met de bevoegde instanties van de Raad van Europa, te onderhandelen over een ontwerp-verdrag betreffende informatie en juridische samenwerking inzake diensten van de informatiemaatschappij. De Commissie zal deze onderhandelingen voeren in overleg met het door de Raad aangewezen speciaal comité. In het kader van de onderhandelingen wordt ernaar gestreefd door middel van dit verdrag te komen tot een verplicht systeem van voorafgaande informatie over voorschriften (zonder status-quoperiode) en een mechanisme voor regelmatige bestuurlijke samenwerking met derde landen.

Geneesmiddelen voor menselijk gebruik

De Raad heeft een richtlijn aangenomen tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik.

Aangezien de communautaire wetgeving terzake herhaaldelijk in aanzienlijke mate is gewijzigd, dient een aantal richtlijnen terzake om redenen van rationaliteit en duidelijkheid te worden gecodificeerd en in een enkele tekst te worden ondergebracht.

CONSUMENTEN

Algemene productveiligheid

Nadat er tijdens de vergadering van het Bemiddelingscomité tussen het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2001 was vastgesteld dat er een akkoord bestaat, heeft de Raad de richtlijn inzake algemene productveiligheid officieel aangenomen. De richtlijn wordt definitief aangenomen onder voorbehoud van de goedkeuring van de gezamenlijke ontwerp-tekst door het Parlement.

De richtlijn strekt tot wijziging van de in juni 1992 aangenomen Richtlijn 92/59/EEG en voorziet in duidelijker en meer efficiënte voorschriften die moeten waarborgen dat uitsluitend veilige producten in de handel worden gebracht. Het algemene doel is harmonisering van de door de lidstaten genomen maatregelen die moeten voorzien in een algemene verplichting om uitsluitend veilige producten in de handel te brengen, teneinde een hoog en coherent beschermingsniveau tot stand te brengen voor de veiligheid en de gezondheid van de mens binnen de gehele Europese Gemeenschap, alsmede een goed functioneren van de interne markt.

(Voor meer informatie over de inhoud van de richtlijn: zie perscommuniqué 10236/01 Presse 258).

INLANDVERVOER

Arbeidstijd van rijdend personeel - opening van de bemiddeling

Daar de Raad niet alle door het Parlement in tweede lezing aangenomen amendementen op het gemeenschappelijk standpunt met het oog op de aanneming van de richtlijn betreffende de organisatie van de arbeidstijd van rijdend personeel in het wegvervoer en eigen rijders kon goedkeuren, dient te worden verzocht om inleiding van de bemiddelingsprocedure.

Richtlijn inzake de maximaal toegestane lengte van autobussen

De Raad heeft met gekwalificeerde meerderheid van stemmen zijn gemeenschappelijk standpunt vastgesteld betreffende een wijziging van Richtlijn 96/53/EG tot vaststelling voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten.

De ontwerp-richtlijn beoogt de harmonisering van de maximaal toegestane lengte van autobussen en de wijziging van de voor deze autobussen geldende criteria ten aanzien van draaimanoeuvres, met name om het daadwerkelijk vrije verkeer in de Gemeenschap alsook het goed functioneren van de cabotage op het gebied van het reizigersvervoer te bevorderen. De tekst voorziet in een maximaal toegestane lengte van 12 m voor autobussen met twee assen, van 15 m voor autobussen met meer dan 2 assen, en van 18,75 m voor autobussen met aanhangwagen.

MILIEU

6e milieuactieprogramma

Nadat tijdens de zitting van de Raad Milieu van 7 juni 2001 een politiek akkoord was bereikt, heeft de Raad officieel zijn gemeenschappelijk standpunt aangenomen betreffende het voorstel voor een besluit tot vaststelling van het zesde milieuactieprogramma. Het gemeenschappelijk standpunt zal thans, overeenkomstig de medebeslissingsprocedure, met het oog op de tweede lezing ervan worden voorgelegd aan het Europees Parlement.

Het voorstel voorziet in een actieprogramma voor het milieu voor de komende tien jaar met als belangrijkste actieterreinen: de klimaatverandering, natuur en biodiversiteit, milieu en gezondheid, alsmede de kwaliteit van het leven, natuurlijke rijkdommen en afvalstoffen. Voor elk van deze gebieden geeft het programma essentiële milieudoelstellingen en bepaalde streefdoelstellingen aan en worden er acties voorgesteld om die te bereiken.

De Commissie moet zeven thematische strategieën ontwikkelen om nader kwantificeerbare en tijdgebonden doelstellingen vast te stellen. Deze strategieën hebben betrekking op luchtkwaliteit, het mariene milieu, het gebruik van hulpbronnen, bestrijdingsmiddelen, recycling van afvalstoffen, bodembeschermingsvraagstukken en het stedelijke milieu. Uiterlijk vijf jaar na de aanneming van het programma zouden zij gereed moeten zijn.

De initiatieven die moeten worden genomen om de doelstellingen van het programma te bereiken, bestaan uit een veelheid aan maatregelen waaronder wetgeving, convenanten, betere informatie en grotere betrokkenheid van consumenten, bedrijven en overheidsinstanties. Deze initiatieven zullen geleidelijk worden ingediend, doch uiterlijk vier jaar na de vaststelling van het programma.

Nationale emissiemaxima en grote stookinstallaties *

Nadat het Europees Parlement en de Raad in juni in het Bemiddelingscomité een akkoord hadden bereikt, heeft de Raad officieel de twee richtlijnen aangenomen die een belangrijke stap vormen in het kader van de communautaire strategie ter bestrijding van de luchtvervuiling. Het betreft hier:


- de herziening van Richtlijn 88/609/EEG inzake beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties (zwaveldioxide, stikstofoxiden, stofdeeltjes);

- de richtlijn inzake nationale emissiemaxima voor vier luchtverontreinigende stoffen (zwaveldioxide, stikstofdioxide, vluchtige organische stoffen en ammoniak).

Het Parlement heeft in de plenaire vergadering van 20 september 2001 zijn goedkeuring aan deze tekst gehecht. De richtlijnen zijn derhalve definitief aangenomen.

(Voor meer inhoudelijke informatie over beide richtlijnen: zie mededeling aan de pers 10244/01 Presse 266.)

Verdrag van ESPOO

De Raad heeft een besluit aangenomen waarbij de Commissie wordt gemachtigd namens de Europese Gemeenschap te onderhandelen over een protocol betreffende strategische milieueffectrapportage. Dit protocol zou moeten worden gehecht aan het Verdrag van ESPOO van 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, dat gesloten is onder auspiciën van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties.

ONDERZOEK

Samenwerkingsovereenkomsten tussen Euratom en Rusland op nucleair gebied

De Raad heeft een besluit aangenomen houdende goedkeuring van de ondertekening door de Commissie van twee overeenkomsten tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) en de Russische Federatie inzake samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid en beheerste kernfusie.

De partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Gemeenschappen en hun lidstaten enerzijds en Rusland anderzijds die op
1 december 1997 in werking is getreden bepaalt namelijk dat de partijen op nucleair gebied samenwerken.

In het kader van de overeenkomst betreffende de nucleaire veiligheid gaat het met name om samenwerking op de volgende gebieden:

a) onderzoek inzake reactorveiligheid;

b) stralingsbescherming;

c) beheer van kernafval;

d) buitenbedrijfstelling, ontsmetting en ontmanteling van nucleaire installaties;

e) onderzoek en ontwikkeling inzake splijtstofboekhouding en
-bewaking.

Deze samenwerking krijgt gestalte in:


- de uitwisseling van technische informatie door middel van rapporten, bezoeken, seminars, technische bijeenkomsten en dergelijke;
- uitwisseling van personeel tussen de deelnemende laboratoria en instanties, mede voor opleidingsdoeleinden;
- uitwisseling van monsters, materialen, instrumenten en apparatuur voor experimentele doeleinden;

- evenwichtige deelneming aan gezamenlijke studies en activiteiten.

Samenwerkingsovereenkomst op nucleair gebied tussen Euratom en Kazachstan

De Raad heeft een besluit aangenomen tot goedkeuring van de ondertekening door de Commissie van een samenwerkingsovereenkomst op het gebied van de thermonucleaire fusie tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) en de Republiek Kazachstan.

Het doel van de overeenkomst is het onderhouden en intensiveren van de samenwerking tussen de partijen op de door hun respectieve fusieprogramma's bestreken terreinen met het oog op de ontwikkeling van het wetenschappelijk inzicht en de technologische capaciteit waarop een systeem voor fusie-energie gebaseerd is. De samenwerking kan met name betrekking hebben op studies, fusietechnologie, toegepaste plasmafysica en programmabeleid en planning. Dit zou onder andere kunnen geschieden in de vorm van informatieverstrekking en
-uitwisseling, levering en uitwisseling van personeel, diverse soorten bijeenkomsten, uitwisseling en levering van monsters, instrumenten en apparatuur voor experimenten en evaluatie, en deelneming aan gezamenlijke studies en werkzaamheden.

Financiële steun aan projecten inzake technisch onderzoek op het gebied van steenkool

De Raad heeft overeenkomstig artikel 55 van het EGKS-Verdrag ingestemd met de toekenning van financiële steun aan projecten inzake technisch onderzoek op het gebied van steenkool.

VISSERIJ

Controlemaatregelen voor over grote afstanden trekkende visbestanden

De Raad heeft de verordening aangenomen tot vaststelling van een aantal controlemaatregelen voor de visserij op bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden.

De Gemeenschap is sinds november 1997 Verdragsluitende partij bij het Internationaal Verdrag voor de Instandhouding van de Atlantische tonijn (ICCAT). In dit verdrag is een kader vastgesteld voor de regionale samenwerking op het gebied van de instandhouding en het beheer van de bestanden van tonijn en aanverwante soorten in de Atlantische Oceaan en de aangrenzende zeeën, via de oprichting van een Internationale Commissie voor de Instandhouding van Atlantische tonijn en de vaststelling van voor de verdragsluitende partijen bindende aanbevelingen voor de instandhouding en het beheer in het verdragsgebied. De ICCAT heeft verscheidene aanbevelingen gedaan die bindende voorschriften inzake controle en toezicht bevatten, met name inzake de opstelling en het doorgeven van statistische gegevens, inspecties in de haven, satellietbewaking van vaartuigen, waarneming van schepen en overladingen, alsmede inzake de controle op vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen en op staatloze vaartuigen. De verordening voorziet in de tenuitvoerlegging van deze aanbeveling.

LANDBOUW

Geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik

De Raad heeft een richtlijn aangenomen tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik.

Aangezien de communautaire wetgeving terzake herhaaldelijk in aanzienlijke mate is gewijzigd, dient een aantal richtsnoeren ter wille van de rationaliteit en de duidelijkheid te worden gecodificeerd en te worden ondergebracht in één enkele tekst.

BENOEMINGEN

Economisch en Sociaal Comité

De Raad heeft besluiten aangenomen houdende de benoeming van twee leden van het Economisch en Sociaal Comité:


- de heer Jean-Marc BILQUEZ wordt benoemd tot lid van het Economisch en Sociaal Comité, ter vervanging van de heer Jean-Claude QUENTIN, voor de verdere duur van diens ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 20 september 2002;

- de heer Eric SENECHAL is benoemd tot lid van het Economisch en Sociaal Comité ter vervanging van de heer Lucien REBUFFEL voor de verdere duur van diens ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 20 september 2002.


---

---

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie