Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Benin en Rwanda op lijst voor ontwikkelingsrelatie

Datum nieuwsfeit: 09-10-2001
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

www.minbuza.nl/content.asp?Key=421640


---

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Directie Sub-Sahara Afrika Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag

Datum 9 oktober 2001 Auteurs H. von Frijtag Drabbe J.G. Schouten Kenmerk DAF 743 Telefoon +31 70 348 6229
Blad /9 Fax +31 70 348 6607
Bijlage(n) 2 E-mail (huub.drabbe@minbuza.nl)
(jangijs.schouten@minbuza.nl)

Betreft Instemming met plaatsing Benin en Rwanda op landenlijst voor een structurele ontwikkelings-samenwerkingsrelatie ('17+3'-lijst) C.c.
Zeer geachte Voorzitter,

Op 26 februari 1999 (26 433 nr. 1) heb ik uw Kamer geïnformeerd over de voorstellen van het Kabinet om de structurele bilaterale betrekkingen op het gebied van ontwikkelings-samenwerking te concentreren op een beperkt aantal landen. Er is destijds een groot aantal landen 'gescreend' aan de hand van 3 criteria nl. de mate van armoede, goed bestuur en sociaal-economisch beleid. Dat resulteerde in een lijst van landen waarmee een structurele ontwikkelingssamenwerkings (OS)-relatie werd opgebouwd, de zogenaamde '17+3'-lijst. Het Kamerdebat op 28 juni 1999 resulteerde in een beslissing om een tweetal landen, Benin en Rwanda, op de 'invoegstrook' te plaatsen om op een later tijdstip te bepalen of zij in aanmerking komen voor een bilaterale OS-relatie.

Hoewel de uitkomst van de screeningsoperatie in 1999 positief was voor Benin, heb ik toen besloten Benin voorlopig op de 'invoegstrook' te plaatsen, in afwachting van de evaluatie van de Duurzame Ontwikkelingsverdragen (DOV's) in 2000. Zoals ik heb aangekondigd in mijn brief van 11 mei jl. en het overleg met de Tweede Kamer over het landenbeleid op 28 juni 1999 (kenmerk 26 433 nr. 14) heb ik Benin thans nogmaals laten screenen om te zien of het nog steeds kwalificeert voor de landenlijst.

Over Rwanda informeerde ik U met mijn laatste brief van 11 september 2000 (26 433 nr.26) en de discussie over Rwanda mondde uit in een motie (nr 32 d.d. 2 november 2000) waarin een Kamermeerderheid van mening was dat Rwanda vooralsnog niet voldeed aan de voorwaarden van goed bestuur en beleid. In ons debat van 26 juni j.l. zegde ik u hernieuwde screening toe .

In deze brief informeer ik u over de recente screeningsuitkomst van zowel Benin als Rwanda en mijn overwegingen om deze twee landen alsnog te plaatsen op de '17+3'-lijst. Deze screening is nu beschikbaar en verliep als in 1999 toen 78 landen werden getoetst of zij in aanmerking kwamen voor een structurele en bilaterale OS-relatie. In de bijlagen van deze brief vindt U een samenvatting van de resultaten van de screening. Voor een uitgebreid overzicht van het screeningsproces en beschrijving van de diverse criteria, verwijs ik U naar mijn brief van 17 mei 1999 (kenmerk 26 433 nr.2).

Benin

Over Benin kan ik, verwijzend naar de bijlage, kort zijn. De uitkomst van de screening van Benin is evenals in 1999 positief. Gezien de ontwikkelingen in Benin op het gebied van goed bestuur en sociaal-economisch beleid, ben ik van mening dat Benin zich momenteel op de goede weg bevindt in haar ontwikkeling en armoedebestrijding erkent als belangrijke doelstelling van het regeringsbeleid. In juli 2000 heeft de Raad van bewindvoerders van de Wereldbank het Interim Poverty Reduction Strategy Paper (PRSP) goedgekeurd; aldus wordt nu onder het HIPC-initiatief schuldenverlichting verleend.

Rwanda

Meer toelichting behoeft Rwanda. Zoals ik u in mijn brief van 11 september 2000 al schreef blijft de besluitvorming ten aanzien van Rwanda complex. Conform mijn toezegging van 26 juni j.l. is Rwanda opnieuw gescreend, waarbij met name gekeken is naar ontwikkelingen sinds september 2000. Ik ervaar die ook op het terrein van goed bestuur en beleid als overwegend positief. De totale uitkomst van deze screening is dan ook, evenals die van 1999, positief. Gezien de zeer gunstige ontwikkelingen in Rwanda op het sociaal-economisch gebied ben ik van mening dat Rwanda kwalificeert voor een plaats op de lijst van '17+3'. De ontwikkelingen op het gebied van goed bestuur gaan langzaam maar zeker de goede kant op. Het democratiseringsproces maakt weliswaar in de aanloop naar het einde van het transitieproces een moeilijke fase door, maar positief zijn de ontwikkelingen op het gebied van de zogenaamde Gacaca rechtspraak, het werk van de Nationale Commissie voor Eenheid en Verzoening en van de Nationale Commissie voor Mensenrechten. Ik ervaar de recente gehouden verkiezing van volksrechters dan ook als een positieve stap in een overigens unieke situatie. Ontwikkelingen op het gebied van de nieuwe perswet en NGO wetgeving blijf ik nauwkeurig volgen en deze zullen onderdeel blijven vormen van de dialoog met de Rwandese overheid. In de preambule van het conceptdecreet van de nieuwe NGO wet wordt vrijheid van organisatie, vergadering en meningsuiting erkend.

Punt van zorg blijft de aanwezigheid van Rwandese militairen op het grondgebied van de DRC, alsmede de omvang van de betrokkenheid van Rwanda bij illegale exploitatie van grondstoffen en schendingen van mensenrechten. Tegelijk erkent Nederland de legitieme eisen van Rwanda t.a.v. de veiligheid van haar eigen grondgebied. Het aantal actoren in het DRC-conflict is groot en snelle oplossingen in het kader van het Lusaka vredesproces zijn nmm niet te verwachten. Er hebben zich sinds mijn brief van 11 september 2000 een aantal positieve ontwikkelingen voorgedaan met name met betrekking de aanwezigheid van Rwandese militairen op het grondgebied van de DRC en met betrekking tot de Rwandese uitvoering van het Lusaka vredesproces.

Ten eerste hebben Rwandese militairen als gebaar van goede wil zich over 200 km teruggetrokken in plaats van de 15 km die in het Lusaka vredesproces waren afgesproken. Ten tweede is Rwanda serieus begonnen met een DDRRR (Disarmament, Demobilization, Repatriation, Reintegration and Resettlement) programma. In eerste instantie ten behoeve van circa 1500 ex FAR en Interahamwe, die sinds de inval vanaf Congolees gebied in Rwanda in mei/juni van dit jaar gevangen zitten, cq zich vrijwillig hebben overgegeven. Ten derde heeft het Politieke Comité voor de uitvoering van het Lusaka Akkoord , onder voorzitterschap van Rwanda de VN opgeroepen zonder verder uitstel over te gaan tot fase III voor de inzet van MONUC, waarna alle buitenlandse troepen (waaronder Rwanda) zich volledig uit de DRC kunnen terugtrekken.

Gezien deze signalen van goede wil ben ik van mening dat Rwanda's aanwezigheid in Oost Kongo plaatsing van Rwanda op de lijst niet verhindert, wel ben ik van mening dat zolang Rwanda betrokken is in het conflict algemene macrosteun onwenselijk is en zal er uiteraard op worden aangedrongen dat Rwandese betrokkenheid beëindigd wordt. Tevens zal ik me ervoor inzetten dat bij de sectorkeuze de huidige inzet onder GMV onverkort doorgang zal vinden. Voor wat betreft de regio, ben ik voornemens actief te participeren in DDRRR. Ik ben bereid genereus te investeren in het regionale Trust Fund voor DDRRR, dat thans door de Wereldbank en UNDP wordt voorbereid, en waarvan alle landen in de Grote Meren regio kunnen profiteren. Ik verwacht dat hiervan een positieve werking kan uitgaan op alle bij het conflict betrokken partijen, waaronder Rwanda. Recente gesprekken tussen President Kagame en President Kabila versterken de indruk dat nu serieus naar de oplossing van de situatie in de Kivu wordt gezocht.

We kunnen nu niet aan de kant blijven staan. Wil armoedebestrijding in Rwanda slagen dan is het nodig dat donoren een lange termijn 'commitment' aangaan, die uitgaat boven het beperkte perspectief van goed bestuur, maar mede gericht is op structurele armoede bestrijding. Alleen op die wijze heeft ook het democratiseringsproces in Rwanda kans van slagen. Consultatie met NGO's over de vormgeving van de hulp is hierbij nog meer dan elders een vereiste.

Aangezien de Nederlandse bilaterale steun zich zal moeten richten op sectoren die door de Beninese en de Rwandese overheid als prioritair worden geacht, zal er overleg plaatsvinden met de regeringen van de betrokken landen, waarbij intensief zal worden geconsulteerd met het maatschappelijk middenveld. In beide landen bestaan hiervoor goede mogelijkheden. Op basis hiervan zal de omvang en invulling van het concrete sectorbeleid gestalte krijgen.

Gezien de uitkomsten van deze screening, meen ik dat beide landen zich kwalificeren voor het aangaan van een structurele bilaterale OS-relatie. Dit besluit zal tevens bijdragen aan het ook in de Kamer breed gesteunde streven meer bilaterale hulp te richten op de MOLs en op Sub Sahara Afrika.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

Eveline Herfkens

Bijlagen: Samenvatting Screening Benin

Samenvatting Screening Rwanda

Samenvatting Screening Benin Bijlage 1

Mate van armoede en behoefte aan hulp

De mate van armoede en de behoefte aan hulp in Benin is groot. Het BNP per capita van $ 380. Benin behoort tot de groep van de Minst Ontwikkelde Landen (MOL's). Alhoewel er aanzienlijke verbeteringen geboekt zijn, is de positie op de Human Development Index van de UNDP de 147e plaats (uit 162). De toegang tot de sociale voorzieningen is matig. Gemiddeld heeft 52% van de bevolking geen toegang tot deze voorzieningen. De internationale hulp aan Benin is relatief laag met 10% van het BNP. Belangrijkste donoren zijn de EU en Denemarken, gevolgd door Duitsland, de IDA (Wereldbank), Japan, Frankrijk en USAID.

Het beeld dat de internationale instellingen hebben van Benin is over het algemeen gunstig. Door de IDA is Benin gerangschikt in de 'Upper quintile'-categorie (tweede hoogste van in totaal vijf categorieën) van de 'IDA-eligibility'. Dit criterium wordt door de IDA gebruikt om te beoordelen of landen in aanmerking komen voor zachte leningen. De rangschikking wordt bepaald door verschillende factoren, waaronder de relatieve armoede van het land, de mate waarin het land toegang heeft tot de internationale kapitaalmarkt en de kwaliteit van het beleid.

Financieel-economisch en sociaal beleid

De economische groei van Benin bedraagt de afgelopen vier jaar 5%. Om tot effectieve armoedebestrijding te komen heeft de overheid zich een groeipercentage van 7% ten doel gesteld. Het begrotingstekort is gedaald van 10,4% in 1990 tot 8,1% in 2000 en zal naar verwachting verder dalen in 2003 tot 6,5%. De inflatie is vrijwel nihil. Omdat Benin tot de CFA-zone behoort, die via de Franse Franc aan de Euro is gekoppeld, heeft het land een stabiele munt. Verbetering van export en doorvoerhandel moeten de economische prestaties doen toenemen. In juli 2000 hebben de IMF en de Wereldbank het Interim PRSP positief bevonden, zodat een PRGF-lening (Poverty Reduction Growth Facility) is verstrekt en via HIPC schuldverlichting wordt verleend. Ter bestrijding van de grote milieu-problemen in Benin wordt sedert de jaren negentig mede op instigatie van donoren nieuw beleid uitgevoerd.

De positie van de vrouw is zwak in de formele sector, echter niet slechter dan in veel andere landen in Afrika. HIV/AIDS is een groeiend probleem in de Beninese samenleving. Geschat wordt dat de gemiddelde besmettingsgraad in 1999, 4,1% bedraagt ten opzichte van 0,36% in 1990. Diverse donoren ondersteunen inmiddels gezamenlijk het nationale programma tegen de verspreiding van HIV/AIDS.

De situatie op het gebied van goed bestuur.

Het overheidsapparaat in Benin is sterk gecentraliseerd. De controle van het parlement is echter redelijk en ook is capaciteitsuitbreiding van de Rekenkamer voorzien om de controlefunctie van dit apparaat te verbeteren. Persvrijheid wordt gerespecteerd, hetgeen een belangrijke bijdrage levert aan de controle op de overheidsuitgaven. Benin heeft belangrijke stappen gezet ter verbetering van het management van de openbare financiën. Het Public Expenditure Reform Adjustment Credit (PERAC) van de Wereldbank speelt hierin een belangrijke rol. De defensie-uitgaven zijn met 0.9% van het BNP zeer laag.

Kleine en grote corruptie blijft een probleem in Benin, maar wordt door de vrije pers zichtbaar gemaakt en aan de kaak gesteld. Scheiding van de machten, onafhankelijke rechtspraak, rechtszekerheid en participatie zijn redelijk ontwikkeld. Ook hier speelt corruptie echter een negatieve rol.

Benin kent een voor Afrikaanse begrippen lange traditie van democratie. Het was een van de eerste landen in Afrika waar een fluwelen machtswisseling plaatsvond, die overigens in de daarop volgende verkiezing ook weer op democratische wijze werd teruggedraaid. President Kérékou is in maart 2001 herverkozen in over het algemeen transparant verlopen verkiezingen. De mensenrechtensituatie is met persvrijheid, geen politieke gevangenen en vrije verkiezingen redelijk te noemen.

Conclusie Screening

Op basis van de drie hoofdcriteria (mate van armoede, goed beleid en goed bestuur) scoort Benin positief voor kwalificatie voor een '17+3'-status. De uitkomst van de screening is ook in lijn met de oordeelsvorming van de internationale instellingen zoals de IMF en de Wereldbank over het financieel-economisch beleid van Benin.Tenslotte is Benin met haar democratische traditie een voorbeeld in de regio, waarbij wel moet worden bedacht dat Benin een relatief kleine speler op het Afrika-toneel is.

Samenvatting Screening Rwanda Bijlage 2

Mate van armoede en de behoefte aan hulp

Rwanda heeft een BNP per capita van $ 250 en behoort tot de groep van de Minst Ontwikkelde Landen (MOL's). De grootste armoede doet zich voor op het platteland, met name onder de ruim één miljoen vluchtelingen. De buitenlandse hulp per capita is na 1994 sterk afgenomen. De Rwandese samenleving en economie kregen met de genocide van 1994 een gigantische klap te verduren. Coördinatie van hulp, zowel tussen bilaterale donoren als met de IFI's, is sinds de start van het PRSP-proces sterk verbeterd. Ook de Rwandezen zelf pleiten sterk voor donorcoördinatie en kanalisering van hulp via de budgetcyclus. Rwanda heeft geen toegang tot de kapitaalmarkt. De beperkte capaciteit op het gebied van belastinginning leidt tot een sterke donorafhankelijkheid. De financing gaps worden voornamelijk gedekt door de IFI's, AfDB en enkele bilaterale donoren. Desondanks blijft Rwanda kampen met een aanzienlijk begrotingstekort. De IDA heeft Rwanda gerangschikt in de 'Top quintile' (eerste van in totaal vijf categorieën).

Financieel-economisch en sociaal beleid

De Rwandese economie herstelt zich van de ineenstorting na de gebeurtenissen in 1994. De economische groei bedraagt de afgelopen jaren ongeveer 6%. De inflatie is laag, de wisselkoers is stabiel en er zijn voldoende officiële reserves. Het IMF heeft in december 2000 met het toekennen van enkele waivers de derde tranche van het PRGF (Poverty Reduction Growth Facility) goedgekeurd. Sindsdien voldoet Rwanda aan de gestelde criteria en is in grote lijnen 'on-track'. Belangrijkste uitstaande punten zijn transparantie van de militaire uitgaven (vanwege de betrokkenheid in de Kivu's), versterking van de Rwanda Revenue Authority en het wegwerken van achterstallige binnenlandse betalingen. Eind 2000 werd het HIPC decision point bereikt, waardoor de uitstaande schuld zal worden gereduceerd met 71%. Rwanda verwacht uiterlijk december 2002 het HIPC completion point te bereiken.

Rwanda bezet de 152e plaats op de Human Development Index (totaal 162) van 1999. Bestrijding van armoede en verbetering van sociale indicatoren zijn stevig verankerd in het PRSP-proces, dat brede steun geniet van de regering en donorgemeenschap. Voorzien is dat de uitgaven voor armoedebestrijding zullen stijgen van 4,1% BNP in 2000, via 6,9% in 2004, naar 9% op de langere termijn. Gender staat duidelijk op de politieke agenda en maakt deel uit van alle discussies over maatschappelijke onderwerpen. De bescherming van het milieu, dat ernstig is aangetast door oorlog en overexploitatie, wordt bemoeilijkt door het ontbreken van een beleidskader en gebrek aan middelen.

De situatie op het gebied van goed bestuur

De effectiviteit van het overheidsapparaat laat, o.a. door het wegvallen van vele ambtenaren na 1994 nog veel te wensen over. Slechts 7 procent van de ambtenaren is voldoende gekwalificeerd. Rwanda is niet vrij van corruptie. Het afgelopen jaar is een begin gemaakt met maatregelen ter verbetering van de integriteit binnen het overheidsapparaat zoals strikte toepassing van selectieprocedures, herziening van het ambtenarenstatuut en de invoering van een gedragscode voor ambtenaren.

Volledige transparantie van de openbare middelen kan niet worden gegarandeerd. Een recent VN-rapport wijst Rwanda aan als één van de landen in de regio die zich schuldig maken aan illegale exploitatie van rijkdommen in de DRC. Omdat dat rapport onvoldoende onderbouwd was is een vervolgrapport gevraagd. De publicatie is voor later in het najaar voorzien en verwacht mag worden dat er van enige betrokkenheid sprake zal zijn. IMF-missies en recent verschenen, rekenkamerrapporten maken melding van onrechtmatigheden variërend van slecht functionerende boekhoudsystemen tot mogelijk oneigenlijk gebruik en herallocatie van fondsen. Zeer positief is dat de Rwandese Rekenkamer daadwerkelijk de politieke ruimte heeft gekregen voor een onafhankelijke, opmerkelijk kritische opstelling. De openheid van de rapporten draagt bij tot een verscherpte controle op de overheidsfinanciën. In najaar 2001 worden de rapporten door het parlement behandeld.

De democratie komt langzaam van de grond en de regering heeft een pro-actief verzoenings- en decentralisatieproces in gang gezet.

Het afgelopen jaar heeft de internationale donorgemeenschap de noodzaak van meer 'inclusiviteit' benadrukt. Er wordt gewerkt aan een nieuwe grondwet, welke parlements- en presidentsverkiezingen in 2003 mogelijk moet maken.

Momenteel zitten nog ongeveer 120.000 verdachten van genocide vast in de gevangenissen. Omdat het rechterlijk apparaat niet in staat is alle gevangenen via de normale procesgang te berechten, maakt de regering gebruik van gacaca, een gemoderniseerde vorm van traditionele rechtspraak. Het aantal afgehandelde zaken neemt toe. Het gacaca proces is naast berechting ook gericht op herintegratie en verzoening. Ondertussen worden goede vorderingen gemaakt met het opbouwen van het reguliere rechtssysteem.

De mensenrechtensituatie toont, mede dankzij het beter functioneren van de Nationale Mensenrechtencommissie, voorzichtige vooruitgang. Ook hier geeft Rwanda er blijk van actief te willen op treden. Rwandese betrokkenheid in Oost-Congo baart meer zorgen op het gebied van schendingen van mensenrechten.

Als gevolg van een sterke commitment aan armoedevermindering zijn de officiële uitgaven voor defensie de afgelopen jaren drastisch verminderd ten gunste van de sociale sectoren.

Additionele overwegingen

Het lopende OS-programma (goed bestuur en wederopbouw) is van behoorlijke kwaliteit, maar wordt bemoeilijkt door gebrek aan implementatie, accountability en participatie. De Nederlandse Algemene Rekenkamer steunt de Auditor General. De sociaal-culturele relaties met Nederland zijn nog bescheiden, maar nemen toe. Het aantal Rwandese asielzoekers in Nederland is fors toegenomen tot circa 450 per jaar. Er wonen 70-80 Nederlanders in Rwanda. De economische en handelsrelaties met Nederland zijn voor Nederlandse begrippen zeer bescheiden. Naast BZ/OS hebben LNV, OCW en VWS relaties met Rwanda.

Met het oog op het conflict in de DRC erkent Nederland de legitieme veiligheids-problemen van Rwanda. Deze problemen rechtvaardigen echter niet een blijvende Rwandese betrokkenheid tot diep in de DRC. In de periode september 2000 tot september 2001 hebben zich echter m.b.t. de Rwandese militaire aanwezigheid in de DRC ook enkele voorzichtig positieve ontwikkelingen voorgedaan.

Conclusie Screening

Rwanda scoort goed ten aanzien van financieel-economisch en sociaal beleid.

Rwanda scoort goed op het criterium van mate van armoede. Op goed bestuur scoort Rwanda matig, maar de trend is positief. Dat is, rekening houdend met de genocide van 1994 en de catastrofale gevolgen voor het land, een grote prestatie. De uitkomst van de screening is ook in lijn met de oordeelsvorming van de internationale instellingen zoals IMF en Wereldbank over het financieel-economisch beleid van Rwanda.

Wil armoedebestrijding in Rwanda slagen dan is het nodig dat donoren een lange termijn 'commitment' aangaan., met name ook in de richting van de productieve sectoren. Alleen op die wijze heeft ook het democratiserings- proces in Rwanda kans van slagen. Hiertoe is opname op lijst van '17+3' de meest geschikte strategie. Voor wat de regionale benadering van de problematiek in de Grote Meren betreft zal Nederland ruimhartig bijdragen aan de DDDRRR programma's middels het Regionale Trust Fund waarop alle landen in de Grote Meren regio een beroep kunnen doen.


===

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie